Woede als oudste inspiratiebron

Homerus, marmer door Philippe-Laurent Roland. 1812 (Louvre)

Mag hij dan al uit marmer zijn gehouwen, heel vastvoetig is hij hier niet, deze (blinde) ‘Homerus’ verbeeld door de Franse beeldhouwer met drie voornamen, werk nog in het Louvre te bewonderen. .Homerus’ versvoeten daarentegen doen al zo’n drieduizend jaar dienst en teisterden menig klassiek geschoolde leerling of student, al dan niet in het originele(?) Grieks, te vertalen naar de eigen moederspraak. De ‘Odyssee‘ en de ‘Ilias‘ klinken wellicht bekend in de oren of iets dieper in het geheugen terug te vinden.

De vertaler Patrick Lateur weet die oude verzen in een hedendaags Nederlands te vertalen. Illias: zang 11, 155-163. (Met dank aan Leen Huet)

Zoals verdelgend vuur op een dicht woud

valt: wind vol wervelingen voert het vuur

naar overal, ontworteld vallen struiken

neer, door de vaart van vlammen aangevallen –

zo vielen door de vuisten van de zoon

van Atreus, Agamemnon, ook de hoofden

van vluchtende Trojanen, vele paarden
met sterke nekken lieten op de paden

van strijd en oorlog het geratel horen

van lege wagens, want zij misten toen

hun flinke menners. Dezen lagen neer

ter aarde en aan hen hadden de gieren

veel meer genoegen dan hun eigen vrouwen.'

Μῆνιν ἄειδε, θεά, Πηληιάδεω Ἀχιλῆος (Bezing de woede, godin, van Peleus zoon Achilleus.)

“Het allereerste woord in de geschiedenis van de westerse literatuur is ‘woede’ of ‘toorn’. Zo begint namelijk Homerus’ ‘Ilias’. Dit werk, dat ergens in de achtste eeuw voor Christus werd geschreven, begint met een oproep aan de Muze, de godin van de inspiratie, om te helpen het verhaal te vertellen van de ‘woede’ van Achilles (mènin-Μῆνιν) in het oorspronkelijke Grieks) – en van het onmetelijke leed en de verschrikkelijke dood van zoveel dappere krijgers die deze woede veroorzaakte. Het epos van Homerus, dat zich afspeelt tijdens de mythische oorlog tussen de Grieken en de Trojanen, gaat evenzeer over woede, persoonlijke wraak en de fatale gevolgen daarvan als over heroïsche gevechten en de botsing tussen twee oude supermachten. Wat gebeurt er, zo vraagt het gedicht, als je beste krijger zo woedend is over een persoonlijke belediging dat hij zich terugtrekt uit de oorlog en gewoon weigert te vechten? Wat zijn de kosten, om het in moderne bewoordingen te zeggen, van ‘Achilles die mokkend in zijn tent zit’?”

Mary Beard NY Times 7 sep 2017

In haar boek Enraged: Why Violent Times Need Ancient Greek Myths (22 augustus 2017) onthult classica Emily Katz Anhalt hoe deze drie meesterwerken uit de klassieke Griekse literatuur ons kunnen leren, net zoals ze de oude Grieken leerden, om gewelddadige wraak te herkennen als een teken van onlogisch denken en slecht leiderschap. Woede kan een natuurlijke reactie zijn op beledigingen, verwondingen of onrechtvaardigheid, maar Homerus, Euripides en Sophocles laten zien hoe dwaas het is om mensen te verheerlijken die zich overgeven aan gewelddadige woede. Deze aloude teksten benadrukken de kosten van onze gevaarlijke neiging om gewelddadige woede en degenen die zich daaraan overgeven te verheerlijken. Door mededogen, rationeel denken en debat te bevorderen, helpen Griekse mythen ons wapenen tegen de tirannen die we zouden kunnen dienen en de tirannen die we zouden kunnen worden.



In haar laatste boek ‘Embattled’ ‘How Ancient Greek Myths Empower Us to Resist Tyranny Stanford University Press (2021) werkt ze dat thema verder uit:

“In an era of political polarization, Embattled demonstrates that if we seek to eradicate tyranny in all its toxic forms, ancient Greek epics and tragedies can point the way.
As tyrannical passions increasingly plague twenty-first-century politics, tales told in ancient Greek epics and tragedies provide a vital antidote. Democracy as a concept did not exist until the Greeks coined the term and tried the experiment, but the idea can be traced to stories that the ancient Greeks told and retold. From the eighth through the fifth centuries BCE, Homeric epics and Athenian tragedies exposed the tyrannical potential of individuals and groups large and small. These stories identified abuses of power as self-defeating. They initiated and fostered a movement away from despotism and toward broader forms of political participation.”

Nu tirannieke passies de politiek van de eenentwintigste eeuw steeds meer teisteren, bieden de verhalen uit de oude Griekse epen en tragedies een essentieel tegengif. Het concept democratie bestond niet totdat de Grieken de term bedachten en het experiment uitvoerden, maar het idee is terug te voeren op verhalen die de oude Grieken vertelden en hervertelden. Van de achtste tot de vijfde eeuw v.Chr. legden Homerische epen en Atheense tragedies het tirannieke potentieel van individuen en grote en kleine groepen bloot. Deze verhalen identificeerden machtsmisbruik als zelfvernietigend. Ze initieerden en bevorderden een beweging weg van despotisme en naar bredere vormen van politieke participatie.

Lees:

https://www.sup.org/books/literary-studies-and-literature/embattled/excerpt/table-contents

The Euphronios Krater, on display in the National Archaeological Museum of Cerveteri. Credit: Wikimedia Commons / CC-4

De Euphronios Krater is, zoals de naam al doet vermoeden, een krater, een soort vaas die in de oudheid werd gebruikt om wijn met water te mengen. Deze krater is het werk van Euphronios, een vaasschilder en pottenbakker die in de 6de tot 5de eeuw v.Chr. in Athene leefde. Hij is een belangrijke kunstenaar uit de oudheid die in zijn vazen werkte met de rode-figurentechniek.

Op de Euphronios Krater heeft de kunstenaar twee scènes uit de Griekse mythologie afgebeeld. De scène aan de voorkant komt uit de Trojaanse oorlog. Deze illustreert de dood van Sarpedon, een jonge zoon van Zeus die dapper vocht aan de kant van Troje en een vroegtijdig einde vond. In een moment van verdriet dragen de goden Hypnos (Slaap) en Thanatos (Dood) zijn levenloze lichaam weg, terwijl Hermes, de boodschapper van de goden, de stoet gadeslaat.

Bezoek:

https://www.emilykatzanhalt.com/home

Uit de film ‘Iwans’ jeugd’. Andrei Tarkovsky)


oorlog

de oorlog slaapt al jaren naast me in bed houdt me vast in zijn slaap
ik ben minstens vijftienhonderd nachten gestorven
hij zet ’s ochtends vroeg sterke koffie met veel suiker
draagt manchetknopen en paradeert graag op hoge hakken

ik deel onbevangen mijn zout wijn en dromen met hem
hij zwaait met zijn sigarettenhouder en turquoise vingers
drinkt uit gouden glazen eet delicaat met zilveren lepels
leunt in de deurpost en loert uit zijn glanzende khol ogen

in het hart van de nacht beraamt en tekent hij zijn offensief
ik zie zijn ambitieuze plannen en snijd onmiddellijk m’n tong af
zachte stemmen mesten het wapenarsenaal in zijn lichaam
hij spint taal tot stalen strengen in zijn verfijnde handen

rondom mijn keel plant ik geurende jasmijn als omheining
ik borduur met zilverdraad een harnas aan mijn zachte armen
op de bruine flanken van mijn rug galopperen wilde paarden
in de schaduw van mijn borsten bouw ik een noodhospitaal

ik heb het oorlogsrecht nageleefd en dwaas gewacht op de strijd
hij wekt me in alle vroegte en leidt me de trap af naar de keuken
staat stil achter me en steekt een fors vleesmes tussen mijn ribben
’t gif en de immense zege verspreiden zich in mijn romp

hij fluistert karmozijnzacht in mijn haar
‘kijk de eerste sneeuw’
het tellen van de slachtoffers en het graven mag beginnen

Nisrine Mbarki Ben-Ayad
Nisrine Mbarki Ben-Ayad is een Nederlandse schrijfster van Marokkaanse afkomst. Ze is dichteres, columniste en vertaalster van Arabische poëzie naar het Nederlands. Ze is auteur van de dichtbundel Oeverloos (Pluim, 2022) en haar debuutroman Kookpunt verscheen in 2025. Ze woont in Amsterdam.

“Het schrijven van poëzie is mijn manier om optimaal met de wereld te communiceren. Ik onderzoek beelden, woorden, talen en werelden die mij fascineren en diep raken. Poëzie is ook een manier om zowel mijn verbeelding als mijn innerlijke wereld te ordenen. In dit gedicht probeer ik op een intieme manier over geweld te schrijven – oorlog als een minnaar of als iemand die in je huis woont. Ik verken het fenomeen oorlog als een vorm van geweld dat zich in het dagelijks leven nestelt – niet als een abstract concept, maar als iets echts, in al zijn extravagantie en absurditeit.”

Bekijk dit eerste werk van Andrei Tarkovsky ‘De jeugd van Ivan’ (1962) De praktijk van al de theorie die we hier hebben belicht. Nieuwe digitale versie. Met Engelse onderschriften. Groot scherm aangeraden, en …tijd, ook na het bekijken. (1h 36)

Ik ontdekte enkele dagen na de publicatie ook nog dit mooie schilderij van Edgard Tytgat. ‘De verovering van Troje’. (1950)

“Het schilderij van Edgard Tytgat dat wij behandelen, en dat tijdelijk tentoongesteld is in het Groeninge-museum te Brugge, telt drie taferelen binnen één decor van strand en zee. Op de voorgrond worden jonge vrouwen van alles beroofd, op vreemde wijze met linten gekneveld en neergelegd in een open bootje. Een geharnast ruiter geeft bevelen. Dieper in zee worden de gevangenen aan boord gehesen van een schip met gereefde zeilen, om te worden overgebracht naar een hoge rots van waarop zij in het water worden gestort. Vóór het eiland van de terechtstelling is een eenzame figuur in de golven begonnen met de bevrijding van het eerste slachtoffer.”

Tytgat heeft dit werk geschilderd in 1950. Hij gaf het als titel ‘De verovering van Troje’. De tragische lotgevallen van die stad zijn ons uit tal van bronnen bekend. De Grieken ondernamen daarheen een strafexpeditie om de door Paris geschaakte Helena terug te halen. De strijd zou tien jaar hebben geduurd. Troje viel in handen van de belegeraars dank zij de list met het houten paard. Het garnizoen werd uitgeroeid. De overwinnaars voerden de vrouwen en de kostbaarheden mee als oorlogsbuit.” (OKV Archief)

Grappig vond ik de pedagogische opmerking bij het verhaal, in grote dikke letters tussen aanhalingstekens:

“Wat de schilder zich voorstelt van het gedrag van de winnaar is bepaald niet stichtend.”

De hele bijdrage is te lezen:

https://www.okv.be/archief/edgard-tytgat-de-verovering-van-troje

(Uit de collectie Mu Zee Museum by the sea) Let op:  Muzee renoveert en verhuist tijdelijk naar de Venetiaanse gaanderijen Oostende, daar dus tot 22/2/2026

Smakelijke Symbolen

Het Museum van Stillevens in de Villa van de Medici in Prato biedt kleurrijke afbeeldingen van 17e-eeuws Italiaans fruit, waaronder deze peren, geschilderd door Bartolomeo Bimbi. Alinari Archives, Florence / Bridgeman Images

Deze collectie Italiaanse peren zijn niet alleen een vroege agrarische publiciteit maar tegelijkertijd een symbool. De peer stond in de 17de eeuw aldaar bekend als symbool voor de kindertijd en het paradijs na de dood, terwijl perziken de ouderdom symboliseerden , kersen het bloed van Christus en druiven, u raad het al, het goede leven, en hier gewoon ook een publiciteitsstunt waren om de de variëteiten te promoten.

Bartolomeo Bimbi Druivensoorten (klik op onderschrift om te vergroten)

Het fruitstalletje van Frans Snyders (1579-1657) en Jan Wildens (1584-1653) leert ons ook soorten ontdekken die intussen vergeten waren. Want vergis je niet de vrucht onder de madonna met kind van Della Ragione is wel degelijk een (lang vergeten) perensoort.

Het fruitstalletje Ermitage Imperial (klik op onderschrift om te vergroten)

Della Ragione. Madonna met peer (pera verdacchia!)

In Albrecht Dürer’s ‘Madonna en kind met een peer’ ontdekten deskundigen dat deze vrucht een appel was.

Dalla Ragione found that the pear in Albrecht Dürer’s “Madonna and child with the pear” is actually an apple. Digital Image Library/Alamy

Het MSK, Museum voor Schone Kunsten in Gent heeft een mooi doek, ‘Stilleven met groenten en vruchten’ van barokschilder Jan Pauwel I Gillemans. (1618-1695). Je kunt het op allerlei manier bekijken en bestuderen. Fraai.

Bekijk en bestudeer:

https://www.mskgent.be/collectie/1901-a

 Tegen een donkere achtergrond staat centraal een Delfts blauwe kom met citrusvruchten. Ze wordt omringd met groenten en fruit uit verschillende seizoenen. Hieruit valt op te maken dat het stilleven geen momentopname is, maar een artificiële constructie. Dergelijke composities stonden symbool voor de vergankelijkheid. Over de symbolische betekenis van de afzonderlijke details bestaat er geen overeenstemming. (MSK)


Sinaasappel

In zijn wapenschild niet het hijgend hert,
en evenmin ’t gebrul van leeuwen,
zeker niet de gouden kroon
maar een sinaasappel in zijn citrusvel.

Reeds geplukt, al mag een twijgje
nog de boom herinneren, en een blaadje
dat hij zuiderluchten proefde.

De bittere schil geneest de krampen:
elixir aureant compositum.
Het vruchtvlees en een verborgen sappenschat
laten je bij het pellen watertanden.

Anders dan de slappe mandarijn
zit hij strak, weerbarstig in het vel
en bijt hij onder je nagelranden
voor hij zijn innigheid verkoopt
terwijl zoete tranen bij het breken
over je handen vloeien,
de mond hapklaar, de tong
een breed bed voor het geperste suikersap,
uren zon en tederheid van bijen
verheffen smaken tot een elfenlied.

In de tuin der hesperiden glom zijn vacht,
zijn geur vermengde zich met chocola
bij het liefelijk bedrog uit vroege kindertijd.

Zijn ronding roept ook ’t vrouwelijk zoete
voor de geest van hongerige mannen;
in de koele ziekenkamer geneest hij vaak
de bange eenzaamheid.

In mijn kaal geplukt wapenschild
glanst hij woordeloos.
Niet verwoest door vlijm of citruspers
vat hij de kern der dingen samen.

Gmt
Foto door Ryan Baker op Pexels.com

Het leven van Guillaume Apollinaire (1880–1918) is voor velen waarschijnlijk bekender dan zijn poëzie; zijn Poolse moeder en zijn nooit gekende Italiaanse vader, zijn vriendschappen met moderne schilders als Picasso, Matisse en Delaunay en zijn deelname aan het Franse leger in de Eerste Wereldoorlog, die hem bijna het leven kostte. Toen hij op zijn 38ste aan de Spaanse griep overleed, had hij twee baanbrekende dichtbundels gepubliceerd, Alcools en Calligrammes. Daarnaast liet hij honderden gedichten na. (Drukwerk in de Marge)
De mooie roodharige

Jullie wier mond naar Gods beeltenis is gemaakt
Mond die de orde zelf is
Wees mild wanneer jullie ons vergelijken
met degenen die de volmaakte orde waren
Terwijl wij overal het avontuur zochten
Wij zijn jullie vijanden niet
Wij willen jullie grootse en vreemde gebieden geven
Waar het mysterie zich in bloemen aanbiedt voor wie het wil plukken
Er zijn daar nieuwe vuren en nooit geziene kleuren
Duizend ongrijpbare fantasieën
Die werkelijkheid moeten worden

Vertaling: Kiki Coumans

Robert Delaunay, Fenêtres ouvertes simultanément _1912.jpg

Welke namen je ook aan het mooie fruit geeft, je zult het moeten proeven wil je zijn smaak leren kennen. Nu de herfst binnen drijft, open de ramen, pluk de vruchten van de voorbije zomers want de winter kan koud en lang zijn, maar de zolder van je ziel is ruim en geurend naar de vele voorbije zomers. En hoe oud je ook bent, er zal nog steeds een aantal lege planken blijven in de legkast voor het komende. Verlangens kunnen zich klein maken, wachtend om gesmaakt te worden en zich in jouw bestaan te ontplooien ook op winterse dagen.

Bartolomeo Bimbi. “Vijgen’ Klik op ondserschrift om te vergroten

Brieven aan Cecilia: ‘Het wiel belicht en beladen’

Het wiel van Rosmalen – Armando (Foto Historiek)

Je zou bij verjaardagen het beeld hierboven kunnen gebruiken, het wiel van Rosmalen. Ik lees in ‘Historiek’:

"Het Wiel van Rosmalen is een kunstwerk van Armando (pseudoniem van Herman Dirk van Dodeweerd), dat in 1992 vlakbij een zandverstuiving in de Noord-Brabantse plaats Rosmalen werd geplaatst. . Het zwartbronzen kunstwerk staat ook wel bekend als het Wiel van Armando. " 


Zelf schreef hij in 1992 over het karrenwiel:

Het wiel van Rosmalen zal geen gaaf wiel zijn
Een wiel dat ‘schuldig’ en ‘onschuldige’
voertuigen voortbewogen heeft.
Dat kanonnen moest voortslepen,
maar thans tot rust is gekomen.
Het wiel van het slagveld,
maar ook het wiel als rad der geschiedenis.
Overwonnen beweging. Gestolde kracht.
Een wiel dat wellicht tot inkeer is gekomen.

Deze tekst is ook op de sokkel van het kunstwerk te vinden. Het kunstwerk van Armando vertoont gelijkenissen met het kleinere sculptuur Feldzug dat sinds 1989 bij de ingang van de begraafplaats Rusthof in Leusden staat.

‘Feldzug’, kunstwerk van Armando te zien bij de begraafplaats Rusthof in Leusden (CC BY-SA 3.0 – Willemnabuurs – wiki)

‘Ik heb in mijn werk steeds een voorkeur gehad voor eenvoudige vormen en begrippen: landschap, boom, vlag, ladder, kop. En de laatste jaren het wiel. Maar ik stel me niet tevreden met de simpele, schone vorm.
Een kunstenaar put uit jeugdervaringen en die moeten de vorm lading geven. In mijn jeugd stond de wereld in brand. Er was een vijand en zijn strijdwagens denderden over ons land.”

(Armando)

Dus, lotgenote mag ik met jou de stad herinneren waarvan ‘de strijdwagens’ dachten dat het voor duizend jaar hun hoofdstad was? Berlijn. Wij hebben er geleefd en gewerkt. En het wonderlijk wiel dat herinneren heet, draait het voorbije naar de rand van ons leven . Geboren onder hun grootspraak, het jaar nul van Europa, hebben wij er later verbindingen gevonden waarin beelden, verhalen en vertellingen hoor- en zichtbaar werden terwijl de Muur nog de wielen blokkeerde, maar de gedachten hun gangen gingen en je daarna met alles wat wielen had Oost en West kon bereizen. Dachten we. Hoopten we.

Soviet troops at the eastern boundary of Berlin, Germany, near the end of World War II in Europe. Photograph, 22 April 1945.

En tot in de eurolotterij geëerd, al mag de kans tot ‘fortuin” vrijwel minder dan nul zijn, het zit in de genen dit ‘Rad van fortuin’, een vreselijk wiel waarvan het draaien zelfs de politiek kan bepalen. (naar men zegt…)

Uit: Des faits et dits mémorables. 1413 Valerius Maximus.
En dan wordt hij koning en zit op zijn troon,
de omwenteling verloopt zo schoon,
hoog op het rad der geschiedenis
droomt hij dat hij een godje is,
hij klapt in zijn handjes maar dat is dom
want dan draait het wieletje nog eens om.

(Uit .W. Schulte Nordholt, Contrafacten – gedichten op reis en thuis (Baarn, z.j.) p. 20-21 )
Fresco in Tingsted (Denemarken) – het ‘rad van fortuin’ of het ‘wiel des levens’. wikimedia. De teksten – met de wijzers van de klok mee: regnabo, regno, regnavi, sum sine regno. (ik zal heersen, ik heers, ik heb geheerst, ik ben zonder koninkrijk

Orffs muziekstuk viel goed in de smaak bij iedereen, ook bij de Duitse nazi’s. Dat was volgens sommige historici wellicht zijn redding, want Orff stond binnen nazikringen op dat moment niet erg goed bekend. Integendeel, hij stond bekend als links, en verschillende leden van de nazipartij vonden daarom dat zijn werk niet verder verspreid zou mogen worden. De Carmina Burana bracht daar verandering in: het werd een bekend stuk in de kringen van de nazi’s en ze behandelden het als een kenmerk van ‘jeugdcultuur’ in het Derde Rijk. De krant van de Nazi’s, de Völkischer Beobachter, noemde Orffs cantate ‘het soort heldere, stormachtige en toch altijd gedisciplineerde muziek die onze tijd nodig heeft’.  (IsGeschiedenis)

Hij werd na de oorlog wegens zgn. nazi-sympathië voor de rechtbank gebracht maar wist zich voldoende te verdedigen om in eer hersteld te worden.

Lees zijn bio in “Klassiek in de Kapel”

Carl Orff ten tijde van de Carmina Burana

Werken met film en geluid veranderde wezenlijk tijdens onze levensloop. Waren het eerst nog de ‘wielen’ waarrond pellicule (celluloid) of magneetband was gewikkeld, -monteren betekende vooral ‘knippen en plakken- weldra verschenen de digitale mogelijkheden met de CD als overgang- en daarna de harde schijven die de montage via computer mogelijk maakten waarbij het ‘bewaren’ voor weer andere problemen zorgde omdat programma’s snel verbeterden en nieuwe versies de toegang tot vroegere edities bemoeilijkten.

Bijna dertig jaar geleden (1996) schreef Marcel Cobussen in De Groene Amsterdammer een tekst: ‘De terreur van het oog’. Een fragment:

"De pianist die in de beginjaren van de film, toen nog zonder geluid, de beelden auditief ondersteunde, deed dit volgens de Duitse filosoof Theodor Adorno om de angst bij het publiek weg te nemen. De abnormale stilte - doorgaans associatief verbonden met onbeweeglijkheid - van de stomme film stond in een dreigend contrast met de weergegeven bewegende visuele werkelijkheid. Wanneer het oor niets hoort, lijkt het oog ten prooi aan angst en onzekerheid. De begeleidende (film)muziek diende om gerust te stellen, op dezelfde manier als een kind dat fluit in het donker. Op onderdanige wijze, zich terdege bewust van zijn ondergeschikte positie, is geluid hooguit een medicijn voor het beeld.
Ik heb besloten dit de terreur van het oog te noemen."

De terreur van het oog DGA 10 januari 1996 Marcel Cobussen

Titiaan “Cupido met het wiel van de Tijd.” 1515-1520

Die ‘strijd’ hebben wij, denk ik, heel anders aangevoeld. Zocht ik vaak ‘geluidslandschappen’ (soundscapes) op, naar inspiratie van de Canadese componist Murray Schafer, jouw beelden lieten kijkers luisteren en begrijpen naar wat andere mensen als levensbelangrijk hadden ervaren. Een fraaie kruisbestuiving. Vaak verbond muziek de werelden van zien- en luisteren. Tijd om geluid en beeld in een mooie vriendschap te verbinden en je hiermee een gelukkige verjaardag te wensen.

En ‘Helena, de cassettes en de kinderen’, een radioportret uit de vroege jaren tachtig, voor wie -nu het frisser en vroeger donker wordt- knus wil luisteren, de herfst tegemoet.

“Without us”: Wang Mansheng (1962)

Artist Wang Mansheng crafts his own brushes from found natural materials. In this short film, Mansheng reflects on the value of imperfection and the beauty of the handmade as he prepares for his exhibition “Wang Mansheng: Without Us." The video captures the artist at work and in conversation, revealing how years of experimentation have shaped his distinctive practice.

Na zijn afstuderen in 1985 aan de Chinese afdeling van de Fudan-universiteit in Shanghai, waar hij klassieke literatuur studeerde, werkte Wang meer dan tien jaar als redacteur, regisseur en producent bij China Central Television in Peking. Sinds zijn verhuis naar New York in 1996 heeft hij zich volledig toegelegd op schilderen en kalligrafie. De imaginaire landschappen die Wang creëert met behulp van experimentele technieken, gereedschappen en media in combinatie met traditionele penseelvoering, zijn vaak samengesteld in dialoog met Chinese klassieke thema’s.

De kunstenaar aan het werk voor zijn tentoonstelling ‘Without us’ (USA)

“When I paint a single piece, I usually use four or five brushes. For Without Us, the scale is much larger, so I needed bigger and more varied brushes. Over the course of the year I spent on this project, I used around 30 different brushes. They come in all shapes and sizes. I make one type myself from reeds that grow in the Hudson River near my home. There are hundreds of acres of reeds there—it’s very convenient. I’ve been using this kind of brush for about 15 years.” (The Huntington. Miranda Claxon)

https://www.huntington.org/news/interview-artist-wang-mansheng

Wang Mansheng’s collection of brushes, including a handmade brush created using reed flowers from the Hudson River. Photo by Andrew Shewell.
| The Huntington.
Gazing at Mt. Lu’s Waterfall Springs from Hukou, 2013

Wangs werken zijn voornamelijk gebaseerd op zijn verbeelding, gevoed door zijn diepe liefde voor de natuur, met name bergen, een favoriete bestemming voor de schetsen en foto's die als bron dienen. Zijn gevoelens en stemming leiden hem naar zijn onderwerp; hij begint vaak met een abstract monotype-beeld en zet dan een stap terug om te zien waar de ‘aders’ van de formaties en de stroming van het water zich openbaren. Door de gelaagdheid van gedurfde penseelstreken, inktwasbeurten en onconventionele technieken die drukwerk en schilderkunst combineren, voelen zijn werken meer driedimensionaal aan dan klassieke Chinese schilderijen. (fuquiumeng)

Detail uit ‘Without Us

“I love California for its variety of landscapes and its incredible diversity of plants. When I first walked into The Huntington, I thought, “This is heaven on Earth.” The exhibition is in the heart of the Chinese Garden, so by the time visitors reach the gallery, they’ve already experienced half a mile of trees, flowers, and bamboo—it’s the perfect setting.

I hope people will take a moment to think about the Earth: what it looks like with us, shaped by human hands, and what it might look like without us. We should all keep this in mind so we can preserve and enjoy our planet for as long as possible. That’s my hope.” “(The Huntington)

Late Autumn. 2009


Op basis van zijn ervaringen in de bergen legt Wang Mansheng het transformerende effect vast van het veranderende zonlicht op het landschap. Zijn afbeelding van bergen weerspiegelt deze dynamische verschuiving, met een subtiele waas die ontstaat wanneer het licht weerkaatst op de rotsen. Dit schilderij suggereert een zonsondergang, waarbij de nadruk ligt op de manier waarop het vervagende licht het uiterlijk van de berg verandert en het tafereel een diep gevoel van stilte en rust geeft.

In autumn, the reed flowers bloom. I comb out the seeds and trim the flowers. Depending on their size, I use one or tie several together to make a brush. Some are for fine lines; others cover larger areas, like the surface of a rock.



On a Cold New Year’s Eve
- Poetry of Yu Qian
《除夜太原寒甚》

I tell those who roam
To make light of cold.
Spring wind will soon come
Eastwards as foretold.

中文原文(
寄语天涯客,轻寒底用愁。
春风来不远,只在屋东头。

Te bekijken:

https://manshengwang.com/

https://fuqiumeng.com/artists/33-wang-mansheng/

Memory of Autumn
2016
Ink, Walnut Ink and Color on Paper
29 x 31 in.
Installation view of Without Us at The Huntington

Wat hang ik aan de muren van de kamer?

Walt Whitman (1819-1892). Library of Congress

Het was deze historische foto van de Amerikaanse dichter Walt Whitman die het artikel van Elisa New in de New York Times van 6 juli ll. opende. (‘Walt Whitman would have hated this’). Onder de foto een vers uit 1865 van de dichter uit “When Lilacs last in the Dooryard Bloom’d “

 "O what shall I hang on the chamber walls?
And what shall the pictures be that I hang on the walls,
To adorn the burial-house of him I love?"
"Wat zal ik aan de muren van de kamer hangen?
En welke schilderijen zal ik aan de muren hangen?
Om het graf van hem die ik liefheb te versieren?"
"Ik moest dit voorjaar aan Whitman denken toen we zagen hoe de regering Trump en haar ministerie van Overheidsefficiëntie de culturele infrastructuur van de natie afbraken. Deze roekeloze en kortzichtige bezuinigingen hebben onze bibliotheken en musea getroffen, onze publieke media-instellingen, onze lokale raden voor de kunsten en geesteswetenschappen en de langdurige schenkingen - waaronder de National Endowment for the Arts en de National Endowment for the Humanities - die de afgelopen 60 jaar voor financiering hebben gezorgd. 

Deze instellingen zijn de entiteiten die we hebben belast met het ophangen van foto's aan de muren van de nationale vergaderzaal; ze zijn opgericht om het principe te vertegenwoordigen en uit te voeren dat een groot land en een grote beschaving zelfbegrip nodig heeft en dat een dergelijk begrip niet voortkomt uit politici of toewijzingen van het Congres, maar uit blijvende werken van reflectie die verleden, heden en toekomst met elkaar verbinden."
(NY Times ibidem)

Als alternatief voor de brede financiering voor de kunsten en geesteswetenschappen heeft de heer Trump opdracht gegeven om een project te financieren, een beeldentuin uit te voeren , “Garden of Heroes” waarbij hij de namen van 250 mensen die hij levensgroot afgebeeld wil zien, evenals de materialen waarin ze mogen gegoten worden en de uitvoeringsstijlen die realistisch of klassiek maar niet abstract mogen zijn. Ook Walt Whitman komt in aanmerking. (NY Times ibidem)

Walt Whitman

Whitman werkte als verpleeghulp in Washington tijdens de Burgeroorlog en nadat hij ’s avonds laat de ziekenzalen had verlaten, liep hij soms achter de koets waarin een slapeloze Abraham Lincoln langzaam door de straten reed. De dichter hield van Lincoln en toch onthielden de “foto’s” die hij aanbood in antwoord op zijn eigen verzoek zich van schetsen of zelfs maar het noemen van Lincoln en vermeden ze elke vorm van heldenverering of portrettering. Whitman gaf de voorkeur aan een breder panorama en schreef over “foto’s” van groeiende lente en boerderijen en huizen” en “alle scènes van het leven en de werkplaatsen en de werklieden die huiswaarts keerden”.(ibidem)

Abrham Lincoln. 1865
The poet argued, above all, for American memory, and he knew that in the many years hence we would need songs and pictures of our history in all its variety, in all its ups and downs, its eras of heroism and its lesser moments, too. “What shall I hang on the chamber walls?” leads toward a beautiful abstraction, the ideal of a more perfect union. It’s an ideal that has always informed our greatest cultural institutions, the ones now being hobbled and slashed — an ideal for which many of the heroes who might reside in the proposed sculpture garden struggled, and for which we must continue to struggle together." (NY Times ibidem)

Foto door Mark Direen op Pexels.com
Lied van mezelf
(Vertaling: Jules Grandgagnage)

1.

Ik vier mezelf, bejubel mezelf,
en wat ik ontvang, ontvang jij ook,
want elk atoom in mij is ook van jou.

Ik slenter, en nodig mijn ziel uit,
Ik buig over een halm zomergras die ik op mijn gemak observeer.

Mijn tong, al de atomen van mijn bloed, gevormd door de aarde hier,
de lucht hier, mijn geboorte, hier, van ouders die hier zelf zijn geboren,
zoals de ouders van hun ouders voor hen,
Zevenendertig op deze dag, volmaakt gezond, begin ik,
In de hoop pas op te houden tot ik sterf.

Alle geloof verworpen, de scholen verworpen,
Afgezonderd van hen, ken ik nu hun juiste waarde, zonder te vergeten,
Ik verwelkom al het goede en het slechte,
laat het zich uiten, onbeperkt in pure energie.

Walt Whitman (uit de bundel 'Leaves of Grass', 1855)

Foto door Alex P op Pexels.com

De dichter pleitte bovenal voor het Amerikaanse geheugen, en hij wist dat we in de vele jaren daarna liederen en beelden nodig zouden hebben van onze geschiedenis in al haar verscheidenheid, in al haar ups en downs, haar heroïsche tijdperken en ook haar mindere momenten. “Wat zal ik aan de muren van de kamer hangen?” leidt naar een prachtige abstractie, het ideaal van een meer perfecte unie. (Elisa New NY Times)
Toen ik luisterde naar de geleerde astronoom

Toen ik luisterde naar de geleerde astronoom,
Toen de bewijzen, grafieken, tabellen voor mijn neus verschenen,
Toen hij me z’n kaarten, diagrammen toonde om ze te plussen, te minnen en te waarderen,
Toen ik daar zat te luisteren naar de astronoom terwijl hij onder veel applaus sprak achter zijn spreekgestoelte,
Werd ik al snel zo ellendig, moe en afwezig,
Dat ik ten slotte afgemat opstond en wegliep
In de mystieke, klamme nacht, en zo nu en dan
Opkeek in volmaakte stilte naar de sterren
Foto door brenoanp op Pexels.com

Lees ook: (en volgenden)





Foto door Pixabay op Pexels.com

Het geheim van de slak in middeleeuwse handschriften

Foto door cassius cardoso op Pexels.com


De slak
Draag ik mijn huis en ben ik nergens thuis

en kan ik nergens voor de regen schuilen,

dan in de schelp, die ik niet om kan ruilen

voor ooit een ander, niet mijn eigen huis.

Ken ik de aarde, maar de hemel niet,

de groene haag, maar niet de bloesemknoppen,

de helling wel, maar nooit de heuveltoppen.

Laat ik geen sporen na dan van verdriet.

Ben ik maar voor eenzelvigheid geschapen

en voor de regen, die mij buiten drijft

en voor de weg, die zonder einde blijft.

En voor de kinderen, die slakken rapen,

maar ’s avonds thuis en bij elkander slapen.

Harriët Laurey (1924-2004)

uit: Loreley (1952)
Foto door Carla op Pexels.com

Het begint al met een duidelijke ‘waardering’ in psalm 58. In niet mis te verstane woorden wordt er over de van de God vervreemde gepraat met de opdracht hem ‘de tanden uit de mond te slaan’. en even verder (9)

(9) als een slak die kruipend oplost in slijm,
als een misgeboorte die nooit de zon ziet,
(10) als een doorntak die in de storm verwaait,
nog voor hij de pot kan verhitten.

In dezelfde atmosfeer kun je in verschillende middeleeuwse handschriften illustraties vinden waarin afbeeldingen voorkomen van ridders die in vol ornaat de strijd aangaan met slakken. Jelmar Huggen, universiteit Utrecht beschrijft dit fenomeen in ‘Een onverwachte vijand’:

"Deze afbeeldingen zijn doorgaans te vinden in de marges van handschriften en daar met veel detail aangebracht door rubricators. Ze komen in handschriften van over heel Europa voor, dus het gaat beslist niet om de creatieve uitspattingen van een enkele kopiist. Maar waarom er nu juist met slakken gevochten wordt, is nog altijd een mysterie."

Boekverluchters uit de dertiende, veertiende eeuw houden blijkbaar van het thema. De slakken-bevechters verschijnen eerst in het Noorden van Frankrijk (Parijs is op dat ogenblik het centrum van de boekproductie). Ook de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, bezit een brevarium waar een aantal van deze koldereske afbeeldingen worden gebruikt (nu in Koninklijke Bibliotheek van Brussel). Je ziet dus die slakken vooral vechten in ‘dure’ boeken. (Bijbels, Psalmenboeken). Te midden van de vrij ernstige teksten duiken daarin deze humoristische afbeeldingen op. Was het om de lezer van al deze ‘ernstige stuf’ te belonen met een grapje? Maar je vindt ze ook op kapitelen van Franse kathedralen. Hun betekenis??

Bréviaire dit de Marguerite de Bar, 1302-1303, VERDUN, Bibliothèque Municipale, ms. 107, fol. 89r

Was volgens sommigen de slak een symbool van goddeloosheid, zie bovenstaande psalm, ze kon ook een positief symbool zijn van Christus’ verrijzenis. Het schijnbaar lege huisje krijgt zijn betekenis als de slak levend en wel in volle glorie verschijnt. Anderen zien er een symbool in van de maagdelijkheid van Maria. In die middeleeuwse tijd wist men nog niet hoe slakken zich voortplanten.

“Als slakken al zwanger kunnen worden van de dauw van de lucht dan is het toch geen mirakel dat God een maagd zwanger kan maken.” Een tekst uit dat tijdperk.

Kijk ook naar de mooie ‘visitatie’ van de Italiaanse schilder Francesco del Cosa. Midden op de gepolijste vloer zie je een kruipende huisjesslak, een duidelijke link met het gegeven.

De Boodschap aan Maria. Francesco del Cosa (-1477). ,Klik op onderschrift om te vergroten.

En er zijn nog tal van interpretaties al dan niet seksueel getint, tot en met een symbool van een opstand waar de lagere klassen de heersers bevechten. Waarom echter deze illustraties eind dertiende, begin veertiende eeuw plots zo’n rage werden blijft een raadsel.

A Knight losing against a giant snail (Ormesby Psalter, England, c. 1300).


Ook in de heraldiek kunnen slakken gevonden worden. In Guillim (1724: 203) wordt een Engels familiewapen genoemd waarin slakken voorkomen. Als betekenis wordt vermeld: “The Bearing of the Snail doth signify, that much deliberation must be used in Matters of great Difficulty and Importance”. We vonden verschillende gemeentewapens uit de Franse Pyreneeën met daarop één of drie slakken; sommige slakken, bijv. op het wapen van de gemeente Saléchan, zijn verwijzingen gevonden (Bram Breure)

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Historica Lilian Randall heeft gesuggereerd dat de slakken de Longobarden voorstellen, een Germaans volk dat van 568 tot 774 na Christus over het grootste deel van het Italiaanse schiereiland heerste. Tegen de tijd dat de slakken-marginalia frequent begonnen te worden (rond de 13e eeuw), waren de Longobarden een impopulaire groep in Europa, met de opvatting dat ze banen monopoliseerden, geld leenden tegen onredelijke tarieven en in het algemeen een verraderlijke, zondige, ridderloze bende waren. Hen in de marge plaatsen dient als een soort xenofobische grap en zou verklaren waarom ze vaak worden afgebeeld terwijl ze vechten met ridderlijke ridders – een soort ‘goede idealen vs. slechte idealen’. Velen hebben deze theorie echter in twijfel getrokken, zoals de British Library uitlegt: dit “verklaart niet waarom de ridder vaak aan de verliezende hand wordt afgebeeld, of waarom deze specifieke afbeelding zo populair werd in de marge van niet-historische teksten zoals Psalters of getijdenboeken”.

This time the snails are being ridden by naked jousters (Lectura super Institutionibus, France, 1480 – 1481).

Een aantal bronnen zijn hier al vermeld. Een voorname bron was VRT-1, ‘De wereld van Sofie’ een podcast waar Jonas Roelens, historicus aan de UGent, op een amusante en begrijpelijke manier de verschillende verhalen onderzoekt.

Aan te raden:

https://www.vrt.be/vrtmax/luister/radio/d/de-wereld-van-sofie~11-65/de-wereld-van-sofie~11-27258-0/fragment~5044cc6c-1859-4a42-a2eb-0157bfa5fc3d/?ndl=true

En pdf:Op slakkenjacht: oude afbeeldingen van (land)slakken in de kunsthistorie en letterkunde
Susan de Heer & Bram Breure

Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v

Je kunt het ook op een amusante grafische manier vertellen zoals in onderstaand YouTube gebeurt. Prettige vakantiedagen gewenst!

“Het woud heeft oren, het veld heeft ogen”

Foto door Bastian Riccardi

Het zou de synthese kunnen zijn. Water en woud. De wolken ontbreken. In ‘Prisma van symbolen’ beschrijft Hans Biedermann (1992) het woud:

WOUD

Anders dan afzonderlijke bomen een wijdverbreid symbool van een wereld, die als ‘buitenwereld’ tegenover de microkosmos van het ontgonnen land staat. In sprookjes en sagen wordt het door geheimzinnige meestal bedreigende wezens bewoond (heksen, draken, reuzen, dwergen, leeuwen, beren enz.), die alle gevaren belichamen, die de jonge mens het hoofd moet bieden, wil hij in de loop van zijn initiatie tot verantwoordelijk mens rijpen; een beeld dat teruggaat op tijden dat uitgestrekte landstreken met bos bedekt waren en terwille van de landbouw ontgonnen moesten worden. (ensie nl)
Foto door diana plotkin

“Volgens de dichterlijke Edda, de Oudijslandse bundel stammend uit heidense dagen, zullen Múspells zonen dit geweldige woud doorkruisen wanneer zij uit de vuurwereld tevoorschijn komen om de onze ten einde te brengen. Met enige vrijheid werd de naam ook aangewend voor sommige uitgestrekte bossen in Scandinavië, zoals Kolmården in Zweden. Maar het echte, oorspronkelijke Merkwede ware dat oeroude markwoud in het zuiden dat de Germaanse wereld scheidde van ander volk. Het strekte van het Ertsgebergte in het oosten tot helemaal aan de Rijn in het westen, waar nu het Zwarte Woud vereenzaamd staat.” (Het woud tussen de werelden Olivier van Renswoude)

Lees:

Hieronymus Bosch (circa 1450-1516) “Het woud dat hoort en het veld dat ziet’

Het woud heeft oren, het veld heeft ogen is een dubbelzijdige tekening van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch in het Kupferstichkabinett in Berlijn.(Wikipedia)

Centraal op de tekening staat een kale, oude boom met daarop een uil. Op de takken van deze boom zitten een aantal vogels, waarvan er één naar de uil krijst. Ook staat er tegen de boom een specht. Onderaan de boom ligt een vos met daarnaast een haan. Uit het bos erachter groeien twee oren en op de voorgrond liggen zeven ogen. (ibidem)
Foto door Johannes Plenio op Pexels.com
In het Woud van Lang Verwachten
te paard op pad, dolenderwijs,
zie ik mijzelf dit jaar bij machte
tot Verlangens' verre reis.
Mijn knechtstoet is vooruitgegaan
om 't nachtverblijf vast te bereiden,
vond in Bestemming's Stad gereed
voor dit mijn hart, en mij ons beiden,
de herberg, die Gedachte heet.

In 't boek van mijn gepeinzen al
vond ik dan, schrijvende, mijn hart;
het waar verhaal van bitt're smart
verlucht met tranen zonder tal.

Charles d'Orléans”
― Hella S. Haasse, In a Dark Wood Wandering: A Novel of the Middle Ages
Foto door Stijn Dijkstra op Pexels.com

“En la forest de Longue Attente
chevauchant par divers sentiers
m'en voys, ceste année présente
où voyage de Desiriers.
Devant sont aller mes fourriers
pour appareiller mon logis
en la Cité de Destinée.
Et pout mon cœur et moy ont pris
l'ostellerie de Pensée.

Dedans mon livre de pensée
j'ay trouvé escripvant mon cœur
la vraie histoire de douleur
de larmes toute enluminée.

Charles d' Orléans
Foto door George Sultan
 Adriaan Morriën: De boom en het bos


Het bos is als de mensheid, te voltallig,
Een zaal met vreemdelingen, een vreemdtalig volk,
Dat om ons lacht in bondgenootschap met de wind,
Een duldzaam ras, verslaafd aan de seizoenen,
Dat in de grond graaft slechts op zoek naar water,
En in de lucht boort zonder te ontstijgen,
Dat al het donker van de avond tot zich trekt,
Met vogels, moegevlogen vlinders, eerste sterren,
Wel schoon, maar gelijkluidend aan de zee,
Een hinderlaag voor kinderen en bliksems.

Maar ik voel vriendschap voor een enkele boom,
Die op mij wacht wanneer ik 's avonds thuiskom,
Die ik begroet en die mijn groet beantwoordt,
Een hoge vindplaats van de wind, een long vol licht,
Een grote hand die uit de domme grond steekt,
Een open brein vol dromen en gedachten.
Het troost mij dat hij mij zal overleven
En dat mijn denken verdergaat in weer en wind.
Want voor het zonlicht maakt het geen verschil:
Zo tijdeloos als nu is het ook na mijn dood.


Uit: Libertinage. Jaargang 5.1953
Meisje in het bos. Een van de eerste olieverfschilderijen van Van Gogh

In de zomer van 1882 kan Van Gogh voor het eerst zijn eigen olieverf kopen. Hij kiest voor een praktisch palet met gezonde kleuren die hij niet zelf hoeft te mengen. Dit is een van de eerste schilderijen die hij dan maakt. Van Gogh schildert het vermoedelijk op zijn knieën. Dat zien we aan het lage perspectief en uit onderzoek, dat uitwijst dat er stukjes eikenblad van de bosbodem in de verf terecht zijn gekomen.  (Kröller-Müller Museum)

Wetenschappelijk nog ten zeerste betwijfeld, maar alvast een mooi begin om samenhang te onderzoeken.

Atlasceder. Wordt gemiddeld 1500 jaar oud.

Woud en bos brengen je naar het mooie werk van Hans Emmenegger (1866-1940)

De verbeelder verbeeld, een intro.



Glazenwasser ziet schilderijen

Auto’s, gelach, geraas: alles slaat dood
op zeven hoog. Ik hoor alleen mijn spons

en het verkouden knarsen van het staal
waaraan ik hang. Soms spreekt een wolk mij aan

of gis ik wat een meeuw te zeggen heeft.
De mensen: druk, wit, stemloos, achter glas.

Op acht hoog kunst. Dat meisje daar, die lach,
wie heeft haar zo bespied dat ze immuun

voor complimenten mijn gezicht in kijkt?
En wanneer breekt die sperwer uit zijn lijst?

Ik hang hier als een ijskoud schilderij
waar niemand oog voor heeft, ik poets en zwoeg

en maak het uitzicht vrij – schilder er maand
na maand onvervalste wolken bij.

Kijk. Daar kruipt al zonlicht in mijn lijst.

Menno Wigman (1966-2018)
Foto door Alex Dos Santos op Pexels.com

In de isolatie van wie je bent blijft er een uitweg naar het zoeken van een zelfbeeld. Menno Wigman schildert een zelfportret. Het beeld van de glazenwasser. Onzichtbaar voor anderen terwijl hij tenslotte zorgt voor zichtbaarheid. Een fraai beeld waarin de functie van kunst en kunstenaar ligt gevat. Kunnen kijken vanuit een denkbeeldig venster door woorden, kleuren en klanken of volumes. Zelf blijft degene die uitzicht verschaft schijnbaar ongezien. Of toch niet? Of is het eigen aan de ziener(ster) alleen te zijn?

"Als de kunstenaar vandaag het kunstenaarschap niet meer opneemt, maar er als een tewerkstelling op in- en uittekent, dan staat er dus meer op het spel dan een verouderde mythe. De nuchterheid die het afscheid van de roeping impliceert, is niet geruststellend. Het betekent dat de wereld nog positiever is geworden dan hij al was. Het betekent dat het leven niet meer uitgevonden kan worden, maar steeds al gegeven is. Het betekent dat het steeds onwaarschijnlijker wordt dat er iets gebeurt, dat er ons nog iets overkomt. Geen ontmoetingen meer die ons oproepen om te getuigen. In de plaats daarvan één uitgestrekte tautologie."

'De Roeping, de Kunstenaar en hun Carrière' Dirk Lauwaert 2004

Photo by Noah Silliman on Unsplash


“Het kunstenaarschap is iets wat je jezelf niet kunt toekennen. Het komt je als roeping overvallen. Maar de erkenning van je kunstenaarschap wordt door anderen geleverd. Het is dan ook onmogelijk om het eigen kunstenaarschap autonoom te beheren als een portefeuille beurswaarden.

De hypothese dat je dat vandaag toch zou kunnen, geeft aan dat het kunstenaarschap van statuut veranderd is. Geen roeping meer, maar ook geen erkenning, eerder een claim, een look, een pose.

Het kunstenaarschap dat het individu hypervaloriseert, kan geen wilsbeschikking van dat individu zijn: geroepen om het te zijn, extreem wachtend op de erkenning. De mythe van het kunstenaarschap is gedacht als een imperatief. De hypothese van een kunstenaar met brugpensioen ontneemt hem de verplichting die roeping en erkenning met zich meebrengen. De eis om eigentijds te zijn, wordt zo de vraag om modieus te zijn. (Dirk Lauwaert)

Het geplette woord, -herinner je dat bloem en tenslotte brood de molensteen vandoen hebben en je de wuivende halmen klankkleur en beweging kunt schenken met olieverf, muziek of poëzie, maar de beschouwer de hongerdood zou sterven zonder het proces waarvoor vroeger wind en wieken van doen waren en nu een industrieel gebeuren voor de productie van de dagelijkse boterham van node is. Het alledaagse woord of idee ‘pletten’ waauit combinaties, beelden, ritmes, ervaringen, angsten ontstaan -u zegt het maar- en het uitgezuiverd resultaat daarvan een heus gedicht, symfonie of schilderij zou worden. Transformatie? De menselijke ervaring met de tijd die tweevoetig (verleden-toekomst) door het nu wandelt, wel eens geblinddoekt of bebrild, maar niet te stoppen.

Gmt

Weg door de korenvelden in de nabijheid van de Zuider Zee. Jacob van Ruisdael (1628-1682)(klik op beeld om te vergroten)

VADER EN ZOON IN HEVIGE REGEN

Je zoon op je schouders. 

Boven hem je paraplu 

een lopend torentje 

In regen van nu. 

Zelf wees geweest 

en wees gebleven 

zit je daar zelf 
op schouders

van ouders, zelf 

in de vorm 
van een zoontje, 

en boven de hoofden 

een ronde en kleine 

maar troostende droogte. 



Judith Herzberg (uit: Botshol 1980)
Foto door Suyash Batra op Pexels.com


"Een kunstwerk vraagt om aandacht en verdient woorden. En aandacht is meer dan voelen, meer dan het ‘ondergaan’ en de woordeloze instemming van het duimen, van lekker of niet, tranen of applaus. Het zuivere, woordeloze kijken en voelen vergeet het werk. Hoe lang kan je gedachteloos kijken? Tien, vijftien seconden voor een schilderij is lang. Ah! een Rubens! Raveel! Twee stappen achteruit, nog tien seconden. Voilà, dertig seconden, gezien, de volgende. Zonder woorden in het hoofd is het lastig kijken. Beelden zijn glad, de aandacht schuift erop uit, en vergeet het beeld voor het volgende. De roman is uit, de voorstelling afgelopen, het ‘gevoel’ verdampt. En dan? Nieuwe roman, nieuwe voorstelling, koffie of een café, en de voorstelling of het werk zijn weg. De ‘ervaring’ brengt niet bij maar altijd voorbij het werk, en doet het vergeten.

Wat echt telt, is niet de beroemde ‘eerste, onmiddellijke ervaring’: wat echt telt, is de tweede keer, is het teruggaan naar een stad, het terugkeren naar een schilderij, het herlezen van een gedicht, gewapend met een vraag, een gedachte, een associatie, met het verlangen iets – de herinnering aan de ‘eerste keer’ bijvoorbeeld – te verifiëren. Om bij een werk te blijven moet men tegen de ‘ervaring’ in zwemmen. En het eerste middel om bij het werk te blijven en het écht aandacht te geven, is woorden te hebben. Om lang te kunnen kijken en geleidelijk iets te zien, moet men veel lezen.

Natuurlijk zijn er belangrijker dingen dan kunst. Maar omdat kunst zo concreet en zo onoverzichtelijk is, omdat het zo moeilijk is er iets over te zeggen en men bij elk werk opnieuw moet beginnen, omdat er vanzelf dissensus heerst, is kunst belangrijk: het is een slijpsteen voor het denken."

Bart Verschaffel. 1996 (De Witte Raaf, editie 60. maart-april 1996)
Het snijden van de kei. Een man zit vastgebonden in een stoel terwijl een man de kei uit zijn hoofd snijdt. Aan een tafel rechts zitten verschillende belangstellenden. Op tafel ligt een uitgesneden kei. Om de centrale ronde voorstelling heen zijn schetsmatige groteske figuren aangebracht. (klik op het onderschrift om de prent te vergroten)

Lectuur:

Stil en ander leven, een verkenning (2)

Anne Redpath.(1895-1965). Scottish ‘The Worcester Jug’. (ingezoomd)

“Dit is een van een aantal stillevens en interieurs die Anne Redpath in de jaren 1940 schilderde in haar huis in Beaconsfield Terrace, Hawick. In 1947 beschreef een verslaggever de zitkamer van de kunstenares:

'Onmiddellijk bij binnenkomst… voelde ik me alsof ik in een van haar schilderijen was binnengestapt. Er stond een theebakje op een tafeltje zoals ik het zo vaak had gezien en, net als op de geschilderde tafeltjes, pasten de kopjes niet bij elkaar! Op de schoorsteenmantel stonden bekende stukken servies - een roze en witte theepot, een petuniakleurige kom, een Worcester kan met een felle blauwe band eromheen.' In de traditie van kunstenaars als Matisse en Vuillard zijn Redpaths schilderijen vaak intieme portretten van haar eigen huiselijke omgeving." (National Galleries)

bekijk:

https://www.nationalgalleries.org/art-and-artists/artists/anne-redpath

Anne Redpath TULIPS IN A WHITE JUG. (ingezoomd)

Stillevens hebben wij in verschillende bijdragen belicht, tot in eigen huis waar wij allen alledaagse stillevens herbergen, al dan niet gewild. De vraag blijft waarom beeldende en schrijvende kunstenaars van alle tijden hen een belangrijke plaats in hun oeuvre blijven geven. Raadpleeg onze eerste aflevering over dit onderwerp:

Stilleven

In een zwijgzame zondagmorgen ligt
op tafel het stilleven, een archipel van
dingen waaraan ik hecht, een werelddeel.
een samenraapsel, maaksel van makers, die
niet meer kunnen worden voortgetroost,
toegesproken of gestreeld.
Hartvormige koperen onderzetter, goedig bol
glas, een bord voor knoflook en tamme
kastanjes; twee spitse appelmesjes liggen ook.
Het buikig boekje dat ik weer een week niet las.
De bloemenkan is leeg en heeft iets
kookgraags als een aarden pot. En dan
het drietal vroege krokussen – niet uit -,
waaraan nog voortgewerkt wordt door
een erg verlegen maar een vastbesloten god,
tegen de botte doodsdrift in, waarin wat
stil wil leven twijfelt tot het rot.

Ed Leeflang 1929-2008
uit: De hazen en andere gedichten 1979
Riebo Riebema
Stilleven met kweeperen en kurkentrekker, olieverf op paneel, 36,5 x 51,5 cm (met lijst), 2019, particuliere collectie.

Overvloed

Ze noemen mij stilleven.
Dat is een vergissing.
Iets beweegt in alle dingen.
Zie hoe zelfs een vin
zindert aan een dode vis.

Bernard Dewulf (1960-2021)

Vis en Vis. Marc Terstroet

„Een hedendaagse, originele benadering van het traditionele stilleven”, noemt de vakjury van Nederland Fotografeert de foto Vis en Vis van Marc Terstroet. „Met slechts twee eierdopjes en een vis, gevoel voor humor en oog voor compositie schetst hij een heel prikkelend en bevreemdend tafereel.” (NRC en Nikon 2015)
Anne Redpath Het kanten tafellaken (c) BRIDGEMAN; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Je zou het een beredeneerde verzameling van levenloze dingen kunnen noemen, natura morte, op een bijzondere manier geordend, belicht en al. dan niet betekend. Saskia de Bodt noemt het in folio ‘een reis naar de grote stilte’.

De verregaand impressionistisch werkende Kees Verwey (1900-1995) ontdekte op zijn zeventigste opeens zijn atelier als bron. Hij had er dertig jaar geschilderd, maar ineens veranderde de onbeschrijflijke bende die er organisch was gegroeid, in ‘een stilleven van adembenemende schoonheid’, aldus Max van Rooy in 2005.  (ibidem)

Kees Verwey. (1972). Atelier Interieur 180cm x 200cm

Boeiende lectuur: Het stilleven: een reis naar de grote stilte.

https://www.foliomagazines.be/artikels/het-stilleven-een-reis-naar-de-grote-stilte

“C’est une consolation que l’idée qu’on ne possède rien, qu’on n’est rien; la consolation suprême réside dans la victoire sur cette idée même.”

Cioran

Adriaen Coorte (1683-1707) .Stilleven met Asperges. 1697
Still Life

A purple crocus
its stamen creme-egg yellow;
northern light
a shiver glaze
on the white enamel mug.

You're my Dutch painting:
the place the light gets in,
making everything strange
seem ordinary.

Elin Ap Hywell (°1962)
(vertaald uit het Welsh)


Stilleven

Een paarse krokus
zijn meeldraden crème-ei geel;
noorderlicht
een gerild glazuur
op de witte geëmailleerde mok.

Jij bent mijn Hollandse schilderij:
de plek waar het licht binnenkomt,
waardoor alles wat vreemd is
gewoon lijkt.

Elin Ap Hywel (°1962)
(vertaald uit het Welsh)

From: The Bloodaxe Book of Modern Welsh Poetry: 20th century Welsh-language poetry in translation
Publisher: Bloodaxe Books, , 2003

‘Spring with a difference’

Claude Monet (1840–1926), Spring, 1886, oil on canvas, 64.8 x 80.6 cm, (detail) The Fitzwilliam Museum, Cambridge. Public domain image

Spring
Louise Imogen Guiney (1861-1920)

With a difference —Hamlet.

Again the bloom, the northward flight,
The fount freed at its silver height,
And down the deep woods to the lowest,
The fragrant shadows scarred with light.

O inescapable joy of spring!
For thee the world shall leap and sing;
But by her darkened door thou goest
Forever as a spectral thing.
Lente
Louise Imogen Guiney

Met een verschil - Hamlet.

Opnieuw de bloei, de vlucht naar het noorden,
De bron bevrijd op zijn zilveren hoogte,
En door de diepe bossen naar het laagste,
De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.

O onontkoombare vreugde van de lente!
Voor jou zal de wereld springen en zingen;
Maar door haar verduisterde deur ga jij...
Voor altijd als een spookachtig ding.
“Lente” staat in Louise Imogen Guiney's eerste dichtbundel Songs at the Start (Cupples Upham and Company, 1884). In zijn essay “The Poetry of Louise Imogen Guiney”, noteerde dichter, toneelschrijver en scenarioschrijver George O'Neill in 1931: “Miss Guiney's schrijven toont een uitmuntend oor. Ze vocht compromisloos tegen de tirannie van de Engelse sibilantie (sissende s-klanken): haar succes in deze strijd noemde ze ooit (in een brief aan de huidige schrijver) 'mijn kleine geheim'; het zal in feite een grote rol spelen in haar beste vers-muziek. Ze tolereerde geen slechte rijm, rijm om het rijm, kakofonie, slechte grammatica, geforceerde constructies, spreektaal of stereotype. 

(Poem-a day)

Lees de bundel on line:
Maurice de Vlaminck. (1876-1958) Kasstanjebomen in bloei. 1905-1906

Het gedicht ‘Lente’ van Louise Imogen Guiney heeft duidelijk een ondertitel, een verwijzing naar Hamlet: ‘with a difference‘.

Aan koningin Gertrude biedt Ophelia wijnruit-bloemetjes aan, een symbool van verdriet en berouw, die door de koningin “met een verschil” (…wear you rue with a diffrence) moeten worden gedragen. Ophelia kan niemand viooltjes aanbieden omdat er geen trouw is aan dit hof. Is dat het verschil?. (en volgens Luk 11:42 zouden die zgn. viooltjes inderdaad eerder ‘ a bitter-tasting garden herb (Ruta graveolens) zijn)

Hoewel Ophelia gek is, lijkt het erop dat haar bloemen een niet zo gekke betekenis hebben.

Ten eerste heeft Ophelia de betekenissen van de bloemen niet verzonnen; ze zijn allemaal traditioneel. Shakespeare’s publiek zou bekend zijn met het idee dat rozemarijn “ter herinnering” is en viooltjes “voor gedachten”.

Ten tweede lijken de betekenissen van de bloemen te passen bij de personen in de scène. De rozemarijn voor herinnering en de viooltjes voor gedachten zouden bijvoorbeeld naar Laertes kunnen gaan, die zich zijn vader herinnert en aan zijn zus denkt. De venkel voor vleierij en de akeleien voor ondankbaarheid zouden naar de koning kunnen gaan. Ophelia heeft wat wijnruit, voor verdriet en berouw, en misschien geeft ze wat aan de koningin, met de opmerking dat “je je wijnruit met een verschil moet dragen” (4.5.183), omdat het verdriet en de berouw van de koningin niet hetzelfde zijn als die van Ophelia. Er is een madeliefje voor bedrog, dat ook naar de koningin zou kunnen gaan, of misschien naar de koning. Tot slot zijn er viooltjes voor trouw. Ophelia zegt over hen: “Ik zou je wat viooltjes willen geven, maar ze zijn allemaal verdord toen mijn vader stierf: ze zeggen dat hij een goed einde heeft gehad.” (4.5.184-186).

“Ophelia:
There’s rosemary, that’s for remembrance.
Pray you, love, remember. And there is pansies,
that’s for thoughts. . . .
There’s fennel for you, and columbines.
There’s rue for you, and here’s some for me; we
may call it herb of grace o’Sundays. You must wear
your rue with a difference.
There’s a daisy. I would
give you some violets, but they withered all when
my father died. They say he made a good end."

En laat dan ook nog eens Alicia Andrzejewski beweren dat :

Rue is a plant with yellow flowers that “emit a powerful, disagreeable odor and have an exceedingly bitter, acrid and nauseous taste” (“rue” Botanical.com). According to John Gerard’s The Herball or Generall Historie of Plantes (1597), rue has a wide range of medical uses, one of which is as an abortifacient. Provoking an abortion was its “most recognized use in classical antiquity and the Middle Ages,” as John M. Riddle argues in Eve’s Herbs: A History of Contraception and Abortion in the West. (Synapsis aliciaandrzejewski)

En , ik citeer uit de onderstaande tekst: ‘Terwijl de Latijnse wortels voor ‘rue’ negatieve connotaties hebben betekent het Griekse reuo, een andere oorsprong van de naam, bevrijden. (Brewer 1082). Of: de veelvuldige mogelijkheden tot interpretaties ontdoen hem van de tijdelijkheid en plaatsen het werk van dichter en dichteres in de tijd waarin gisteren en morgen ook vandaag aanwezig blijven.

Lees:

Harold Harvey. Cornish Children

Maar…het is hoe dan ook lente. Te koud, te warm, te droog. Maar dat licht! “De geurige schaduwen, littekens met licht getekend.” En er is in hand- en oorbereik het Allegro van Händel ‘Sweet Bird’ Uitvoering met Amanda Forsythe, Emi Ferguson & Voices of Music in 4K video. Met de vermelding: ‘NB: During filming, birds gathered outside the window and started singing! You can hear them in the video.’

Je kunt het transcript volgen, gewoon genieten van deze heerlijke uitvoering en zachtjes of luidop meezingen is wellicht hier en daar toegelaten, maar...with a difference. De levenden en…hij of zij die nog als ‘geest’ in de herinnering verblijft, en tot in de schoonheid van deze muziek aanwezig blijft.

Geniet!

Sonnet 98. William Shakespeare

From you have I been absent in the spring,
When proud-pied April, dressed in all his trim,
Hath put a spirit of youth in everything,
That heavy Saturn laughed and leapt with him.
Yet nor the lays of birds nor the sweet smell
Of different flowers in odor and in hue
Could make me any summer’s story tell,
Or from their proud lap pluck them where they grew.
Nor did I wonder at the lily’s white,
Nor praise the deep vermilion in the rose;
They were but sweet, but figures of delight,
Drawn after you, you pattern of all those.
 Yet seemed it winter still, and, you away,
 As with your shadow I with these did play.

In ’t voorjaar ben ik van je weg geweest,
toen bonte April, op zijn paasbest gekleed,
nieuw leven bracht, dat met verjongde geest
Saturnus zelfs van vreugde dansen deed.
Toch liet mij vogelzang er niet toe komen,
noch bloem die door haar geur en tint verrukt,
dat ik ’t verhaal verteld heb van de zomer,
of uit die schoot haar trotse bloei geplukt.
Geen lelie die mij in extase bracht,
geen rozen prees ik om haar vermiljoen,
zij, zoet alleen en zinnebeeld van pracht,
stonden slechts jou, hun voorbeeld na te doen.
Maar het leek winter, toen jij weg was en
als met jouw schaduw speelde ik met hen.

(vertaling H.J. de Roy van Zuydewijn)

Foto door Roman Kaiukud83cuddfaud83cudde6 op Pexels.com

Hazen en klokken, een paasbrief (met geluid en gelui)

Grote Haas met mandje. 38cm. Atelier Rosa

Het is duidelijk. Anno 2025 hebben de hazen het gehaald. Niet alleen een zinnetje om de aangeblazen H te leren uitspreken, maar tevens een zachte zegekreet uit het land van de zalig zoete Paasverbeelding. Nog maar een leven-lang geleden waren ‘de klokken’ aan de macht. In één geldige uitdrukking te benoemen: de-klokken-van-Rome. De reeds vernoemde haas hoorde toen nog bij het heidense of -minder erg- bij de protestantse drang om de opstanding van Jezus en de natuur te vieren terwijl de Roomsen al op paaszaterdag-morgen de luchten afspeurden om het gevleugelde brons te ontdekken. Vind je nog een chocoladen klok dan lees je tot je verbazing: ‘Kerstklok-uitverkocht-‘. Of: ‘Easter Bells Milk’. ‘This Product is too fragile to ship.’ Maar toch nog dichtbij (2024) deze mooie rij gedecoreerde PAASklokken. Klokken-van-Rome!

2O24. SKWinkel in Sint)Katelijne Waver. ‘Paasklokken Rij’

Ja, in Parijs, Cheval Blanc Paris kun je “La Cloche de Pâques” van Maxime Frédéric, geïnspireerd op de kathedraal Notre-Dame en de Art Nouveau-motieven van het gebouw’ aanschaffen. Ze belt zelfs. Maar is deze afbeelding niet een smartelijk beeld van een ‘ingekapselde’ klok? De-klokken-van-Rome zijn gevleugelde klokken! Ze vertrekken samen met een horde duiven op het Sint-Pietersplein.

Maxime Frédéric. Cheval Blanc. Paris. 2025

"De bel, volledig gemaakt van pure chocolade versierd met arabesken, kan worden geproefd als een verdeler met gedroogd en gekonfijt fruit: sinaasappels, amandelen, hazelnoten en pistachenoten vormen deze elegante, gastronomische finale. Het is een speels, poëtisch eerbetoon aan het Parijse erfgoed, dat herinneringen oproept aan de kindertijd."

De paasklok-van-Rome uit mijn kindertijd kon je ophangen met een lintje. In de klok zat er wel eens parelsnoep (zoals in elk ouderwets paasei) zodat je met enige verbeelding (in ruime mate aanwezig) nog de grote Romeinse moederklok hoorde als je ermee rammelde. Puur hemels handwerk was het!

Uit: Pallieter, Felix Timmermans:

Een eenden-driehoek keerde hoog in de lucht terug uit de warme landen! En ineens sprongen overal, in stad, dorp en begijnenhof, de paaschklokken los en galmden en jubelden over de wereld de Verrijzenis van God en van het leven! Christus is opgestaan!
De klokken kwamen van Rome terug, en ze zwierden een regen van eieren over de wereld. Het land rook van een nieuwe ziel, de jonge Lente stond gereed in de boomen! Alles had knop en bot, het Leven jubelde over den Dood. ’t Was de Verrijzenis, de levengevende Verrijzenis!
En toen, smeltend van ontroering, kuste Pallieter den grond.

Foto door Ehaan Deva op Pexels.com

Het geheim van de lengende dagen. Hoe je als kind het verschuiven van de donkerte ervaarde naar het lichtende van de nieuwe dag. Beetje bij beetje wakker worden met meer morgenlicht. Maar ook naar bed moeten als het nog niet donker zal zijn. Je ervaart de lente omdat je zelf in de lentejaren van je leven woont. Je begint de ritmes van de natuur te herkennen. Pasen is verrijzen uit de kleine kindertijd. Eerst als schoolkind, daarna als jongen die de melodie al herkent en probeert mee te deinen of zich te verzetten tegen de voorbij glijdende kindertijd, of halsreikend uitkijkt naar morgen. Kijken en ook luisteren naar wat je omringt. Luister mee. Bij een beekje, vroeg in de morgen. Toen er nog stilte was.

natuurgeluiden met beekje op achtergrond, begin van de lente (lang geleden)

Foto door Johanna op Pexels.com
‘K EN HORE U NOG NIET

‘k En hore u nog niet,
o nachtegale, en
de paaszunne zit
in ‘t oosten;
waar blijft gij zo lange,
of hebt gij misschien
vergeten van ons
te troosten?

‘t En zomert, ‘t is waar,
‘t en lovert, ‘t en lijdt
geen bladtje nog uit
de hagen;
‘t zit ijs in de wind,
‘t zit sneeuw in de lucht,
‘t is stormen, dat ‘t doet,
en vlagen.

Toch spreeuwt het en vinkt
het luide, overal;
de merelaan lacht
en tatelt;
het must en het meest,
het koekoet, in ‘t hout;
het zwaluwt en ‘t zwiert
en ‘t swatelt.

Waar blijft hij zo lang,
de nachtegale; en
vergeet hij van ons
te troosten?
‘t En zomert nog niet,
maar zomeren zal ‘t:
de Paaschzunne zit
in ‘t oosten.

Guido Gezelle
Foto door Ayyeee Ayyeee op Pexels.com

En hier zijn zij: twee nachtegalen..

Twee nachegalen, een wonderbaar mooie BBC-opname

En jawel, ‘klokken luiden’ in de letterlijke betekenis; de uitvoering van het woord is niet zo eenvoudig als het zou blijken. “Campanalogia or ‘The art of ringing” is een omvangrijk boek dat in Londen verschijnt anno 1677, Improved.
 With plain and easie Rules to guide the Practitioner in the Ringing all kinds of Changes.
to
 Which is added, great variety of
 NEW PEALS.

Je kunt zelfs met enkele klokken een meer dan behoorlijk aantal variaties bereiken zoals blijkt uit de wiskundige berekeningen uit dit boek. Te raadplegen: .

https://www.gutenberg.org/cache/epub/73423/pg73423-images.html

Zo kun je, volgens de auteurs van ‘Campanalogia’ met zes klokken en evenveel luiders makkelijk 124.635 variaties hoorbaar maken! Met ‘The Nightingall’ instelling zijn er 523.641 variaties mogelijk. In ons voorbeeld hierboven: de klokken van de Kapucijnerkerk H. Drievuldigheid in Meersel-Dreef, wordt een aantal variaties hoorbaar. Lees de boeiende geschiedenis van deze klokken onder de YouTube. Met dank aan Leander Schoormans.

In Utrecht is er een heuse klokkenluidersgilde. Bezoek hun boeiende en klankrijke website. Vakwerk!

https://www.klokkenluiders.nl/

En Jesse aan het werk!

Geheim

De lach is heilig en een onverdund geheim,
zij is de vreemde vreugde van de binnenkant,
de kinderlijke moed die ondanks alles danst,
de sterren die in al dat donker helder zijn.

Men zegt dat hij niet lachte, hij die eenzaam stierf
de man die ons gered heeft ooit, op Golgotha,
dat hij voor arm Jeruzalem in zijn verdriet
bepaald niet bang was om een traan te laten.

Verdriet schiet op als gras: zijn pijn was niet gespeeld,
hij was oprecht door de ellende aangedaan –
de dood schuift overal zo duidelijk in beeld,
een man mag net zo vaak zijn tranen laten gaan.

Maar vreugde, die is heilig. Soms ging hij alleen
de berg op om te bidden: misschien klonk daar ’s nachts
alleen onder de strenge sterrenbeelden
daar op die hoge top zijn hartelijke lach.

• G.K. Chesterton, ‘Secrecy’, in de bundel Wayfarer’s Love – Contributions from Living Poets (1904); vertaling Menno van der Beek, juni 2024
Foto door Pixabay op Pexels.com

The will to change begins in the body not in the mind! Adrienne Rich (1929-2012)



Aunt  Jennifer’s  Tigers  by  Adrienne  Rich 

Aunt  Jennifer’s  tigers  prance  across  a  screen , 
Bright  topaz  denizens  of  a  world  of  green . 
They  do  not  fear  the  men  beneath  the  tree ; 
They  pace  in  sleek  chivalric  certainty . 

Aunt  Jennifer’s  fingers  fluttering  through  her  wool 
Find  even  the  ivory  needle  hard  to  pull . 
The  massive  weight  of  Uncle’s  wedding  band 
Sits  heavily  upon  Aunt  Jennifer’s  hand . 

When  Aunt  is  dead ,  her  terrified  hands  will  lie 
Still  ringed  with  ordeals  she  was  mastered  by . 
The  tigers  in  the  panel  that  she  made 
Will  go  on  prancing ,  proud  and  unafraid . 

Het is een gedicht over een kunstenaar-een vrouw- die een afbeelding van ’tijgers in de jungle’ borduurt. In het verloop van het gedicht verschuift de aandacht tussen de tijgers en glimpen van leven en dood van hun schepper (NY Times). Het gedicht is moeilijk naar het Nederlands te vertalen wil je rekening houden met rijmen en typisch Engelse uitdrukkingen. Letterlijk gaat het deze richting uit, een werktekst dus:

Tante Jennifer's tijgers door Adrienne Rich 

Tante Jennifer's tijgers paraderen over een scherm ,
Heldere topaas bewoners van een wereld van groen .
Ze zijn niet bang voor de mannen onder de boom ;
Ze lopen in slanke ridderlijke zekerheid .

Tante Jennifer's vingers fladderen door haar wol
Vinden zelfs de ivoren naald moeilijk te trekken .
Het massieve gewicht van de trouwring van oom
Zit zwaar op tante Jennifer's hand .

Als tante dood is , zullen haar bange handen liggen
Nog steeds omringd door beproevingen waar ze meester over was .
De tijgers in het paneel dat ze maakte
Zullen blijven steigeren , trots en zonder angst .

De bespreker in de NY Times merkt op dat het wel Aunt Jennifers tijgers zijn:

‘The big cats are the apex predators here, dominating the world with serene ferocity. They don’t need to growl or show their fangs and claws. They know how dangerous they are.”

En al horen die tijgers bij haar, zijzelf ‘belongs to other people”. Het is duidelijk dat we ‘Uncle’ moeten vrezen maar al was ze door beproevingen omringd, zij bleef er meester over zodat de tijgers blijven steigeren, trots en zonder angst.

Isabella Cotier NY Times

In ‘Biografieportaal’ schrijft Marian Janssen over ‘Het raadsel Adrienne Rich’: (1929-2012)

Ze was de eerste van twee dochters van een prominente arts aan de befaamde Johns Hopkins Medical School, Arnold Rich, en Helen Jones, een musicus, die haar loopbaan opgaf toen ze trouwde. Adrienne groeide op in een rijke wijk in Baltimore in een huis dat zo op de filmset van Gone with the Wind paste. Ze was een wonderkind en haar vader stimuleerde haar vanaf jongs af aan: zij moest en zou een gevierd schrijver worden. Adrienne voldeed aan zijn hooggespannen verwachtingen. Als 21-jarige student werd ze door W.H. Auden verkozen tot winnaar van de prestigieuze Yale Series of Younger Poets Award. Ze verwierf een van de felbegeerde Guggenheim Fellowships-die gewoonlijk werden toegekend aan artiesten die al veel meer gepresteerd hadden dan zij–om een jaar in Oxford te studeren. Na terugkeer in Amerika trouwde ze met Alfred Conrad, een hoogleraar economie aan Harvard—samen kregen ze drie zonen. Zij volgde Conrads carrière en de familie verhuisde van Cambridge naar het bruisende, politiek bewuste New York City. Haar eigen loopbaan nam tegelijkertijd een vlucht: ze publiceerde een aantal goed ontvangen dichtbundels en doceerde aan verschillende universiteiten. Nobelprijswinnaar Louise Glück vond haar een mislukte mentor. Holladay citeert haar: ‘If she liked a poem, Rich would say, “I dig it.” If not: “I don’t dig it.” De biograaf vervolgt: ‘Glück didn’t dig the class or her professor. She wanted to talk poetry in depth; she didn’t feel comfortable in the artificially relaxed setting, nor did she share her professor’s interest in the unrest afflicting Columbia.’

bettye-lane photographs.

Zoals veel critici over haar werk opmerkten: de ontwikkeling van haar poëzie weerspiegelde de verandering van vrouwenlevens in de twintigste eeuw. Maaike Meijer, die in de jaren tachtig een mooi stuk over Rich’s poëzie schreef, zag ook de transformatie van een meisje dat zich netjes aan de regels hield naar een ‘eigenzinnige heks’, die tovert met de taal en in de oude voorraadkamers van de cultuur zoekt naar eigen woorden en beelden om de vrouwelijke ervaring te kunnen vatten.
Maar voor het zo ver was trouwde Rich met Alfred Conrad, hoogleraar economie aan Harvard, en kreeg ze drie zonen. Langzaam maar zeker radicaliseerde ze. In haar bundel uit 1963, Snapshots of a Daughter-in-Law, sprak al onomwonden het feministische onbehagen. In haar persoonlijk leven begon ze zich steeds meer in te zetten voor de burgerrechtenbeweging en het feminisme. Ze organiseerde thuis soirées voor de Black Panthers en tegen Vietnam. De afstand tot haar man groeide en in 1970 volgde een scheiding. In hetzelfde jaar schoot hij zichzelf door het hoofd.

(Adrienne Rich. Xandra Schitte. De Groene Amsterdammer 2012)

Rich wierp zich in de vrouwenliefde en ontmoette de in Jamaica geboren schrijfster Michelle Cliff, met wie ze vanaf 1976 tot haar dood zou samenleven. ‘De onderdrukte ­lesbienne die ik sinds mijn adolescentie met mij meedroeg begon haar ledematen te strekken’, schreef ze. De persoonlijke, politieke en ­seksuele revolutie in haar leven uitte zich ook in haar dichtwerk, in bundels als The Will to Change (1971), Diving Into the Wreck (1973) en vooral in TwentyOne Love Poems (1976). Daarin dichtte ze: ‘The rules break like a thermometer,/ quicksilver spills across the charted systems/ we’re out in a country that has no language/ …whatever we do together is pure invention/ the maps they gave us were out of date/ by years…’. (ibidem DG-Amsterdammer)


Tonight No Poetry Will Serve


Saw you walking barefoot
taking a long look
at the new moon's eyelid

later spread
sleep-fallen, naked in your dark hair
asleep but not oblivious
of the unslept unsleeping
elsewhere

Tonight I think
no poetry
will serve

Syntax of rendition:

verb pilots the plane
adverb modifies action

verb force-feeds noun
submerges the subject
noun is choking
verb disgraced goes on doing

now diagram the sentence

(This is a late Adrienne Rich poem, from 2007)

Vanavond zal geen poëzie helpen

Zag je op blote voeten lopen
een lange blik werpend
naar het ooglid van de nieuwe maan

later gespreid
in slaap gevallen, naakt in je donkere haar
slapend maar niet vergeetachtig
van de niet-slapende niet-slapende
elders

Vannacht denk ik
geen poëzie
zal helpen.

Syntaxis van vertolking:

werkwoord bestuurt het vliegtuig
bijwoord wijzigt actie

werkwoord voedt zelfstandig naamwoord
dompelt het onderwerp onder
zelfstandig naamwoord stikt
werkwoord onteerd gaat door met doen

schets nu de zin.
Félix Vallotton, 1899 – Femme couchée dormant.jpg

Dat is wat Adrienne Rich in haar poëzie vanaf de jaren zeventig zou doen: regels breken, de grenzen opzoeken en die overschrijden, en telkens zoeken naar nieuwe taal en nieuwe mythen om de vrouwelijke identiteit in woorden te vangen. Zoals ze in het gedicht Tear Gas schreef: ‘The will to change begins in the body not in the mind/ My politics is in my body, accruing and expanding with every/ act of resistance and each of my failures/ Locked in the closet at 4 years old I beat the wall with my body/ that act is in me still’. (Xandra Schutte)


Power

Living in the earth-deposits of our history
 
Today a backhoe divulged out of a crumbling flank of eart
h
one bottle amber perfect a hundred-year-old

cure for fever or melancholy a tonic

for living on this earth in the winters of this climate.
 
Today I was reading about Marie Curie:

she must have known she suffered from radiation sickness

her body bombarded for years by the element
she had purified

It seems she denied to the end
the source of the cataracts on her eyes

the cracked and suppurating skin of her finger-end
s
till she could no longer hold a test-tube or a pencil

 
She died a famous woman denying

her wounds

denying

her wounds came from the same source as her power.


What Kind of Times Are These
By Adrienne Rich


There's a place between two stands of trees where the grass grows uphill
and the old revolutionary road breaks off into shadows
near a meeting-house abandoned by the persecuted
who disappeared into those shadows.

I've walked there picking mushrooms at the edge of dread, but don't be fooled
this isn't a Russian poem, this is not somewhere else but here,
our country moving closer to its own truth and dread,
its own ways of making people disappear.

I won't tell you where the place is, the dark mesh of the woods
meeting the unmarked strip of light—
ghost-ridden crossroads, leafmold paradise:
I know already who wants to buy it, sell it, make it disappear.

And I won't tell you where it is, so why do I tell you
anything? Because you still listen, because in times like these
to have you listen at all, it's necessary
to talk about trees.
Foto door jonas mohamadi op Pexels.com

In Baltische landschappen leven

Petras Kalpolkas (1880-1945) Landschap in Litouwen 1945

De ziel uitlaten? Geen slechte lucht te vrezen, gewoon uit de dagelijkse kortzichtigheid een deur naar landschappen openduwen en zonder bekommernis of wetenswaardigheden het vaak nog onbekende landschap in. Ziel onder de arm. Kijken. Onder de balken door de weide oplopen. Je omdraaien en even wachten of degene die je liefhebt je achterna komt. Waarom je op de loop bent zou de geschiedenis je kunnen leren, die jaren in Litouwen, maar nu -op dit heiligste ogenblik- is het schuldenvrij. Jouw landschap.

Petras Kalpokas. Brug in maanlicht (1906)
Kwebbelend kwamen ze uit de wind tevoorschijn

Kwetterend doken ze op uit de wind
naderden
de krakende poorten van de dood
passeerden

en
- oh hemel -
zonder het te beseffen kletsten ze verder

© Donaldas Kajokas From: Meditacijos
Vilnius: Vaga, 1997

Petras Kalpokas. Vissershut in Palanga Strandlaken
Laten we het bronwater, 1910, nemen door Vilhelms Purvitis. De Letse kunstenaar kopieert de gevolgen van het ontdooien niet graag. Hoewel het water verstoken is van winterijs en er  berken en sparren in worden  gereflecteerd, speelt het tafereel zich elders af. Een verbeelding die verder gaat dan de pure en eenvoudige beschrijving, akkoorden anders dan de directe van bomen. Oppervlak-effecten als een soort meditatie, de zoektocht naar een innerlijke ruimte die openstaat voor de droom en die  als een spiegel waarin de flora deze keer geen van beide is, maar onze eigen aarzelingen in de schaduw van een kosmos, zowel ver als dichtbij.

(Baltische verf: terra incognita. Bertrand Raison)
Vilhelms Purvatis, 1872-1945, Bronwateren, olieverf op doek, rond 1910, Riga, Nationaal Museum voor Schone Kunsten van Letland. Klik op onderschrift om te vdergroten.

(Vilhelms Purvītis)

“De diepste essentie van een kunstwerk kan niet worden begrepen en uitgeput. (...) De werken van de grote meesters zijn eeuwig mooi en onverwoestbaar door het feit dat ze gecreëerd zijn met een immense kracht van de geest. (...) Eeuwig onpeilbare schoonheid komt voort uit een waar kunstwerk.”

(Vilhelms Purvītis)
Vilhelms Purvitis. Winter 1910
Dat zullen we doen.

We zullen mensen van heinde en verre oproepen
en we zullen het doen.
Samen zullen we creëren.

We zullen de natuur doen.
We maken een appelboomgaard, we maken een bos,
we maken een bloem in de wei.
Stilte in de avond.
Vrede zullen we doen.

We zullen streven naar het mooie.
“Handen moeten getraind worden, geesten moeten gewekt worden.”
We zullen alle dingen harmonieus doen.
We zullen doen om de schoonheid van Letland te laten doorschijnen.

We zullen een wit overhemd aantrekken en de aarde uitgraven.
We zullen de aarde uitgraven zoals niemand voor ons dat ooit heeft gedaan.
We zullen het museum maken, we zullen de tempel maken.

En ons werk zal ons creëren.
De werken zullen onze wegwijzers zijn.
We zullen het zelf doen.

We zullen het doen.

Manifest van het Purvitis museum
bezoek:
Pavasaris

Visual music’ – these are the words often used to describe the oeuvre of Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (1875–1911), one of the most prolific figures in the history of Lithuanian art. A composer and an artist, Čiurlionis produced more than 200 musical compositions and 300 paintings despite his untimely death at the age of thirty-five. Working at the turn of the twentieth century, he was keenly aware of both pan-European intellectual developments and tensions within Lithuania, especially the growing concern for the nation’s independence from the Russian Empire. In his works Čiurlionis combined international fin de siècle ideas of Symbolism, cosmology, and metaphysics with motifs from Lithuanian folk culture, and presented them all in compositions centred around music.

Gusté Matiulionyte. Hasta 2021

Mikalojus Konstantinas Čiurlionis, Žvaigždžių Sonata. Allegro [Sonata of the Stars. Allegro], 1908, tempera on paper, 72.2 x 61.4 cm. Source: http://www.ciurlionis.eu
Kandinsky has generally been seen as the forefather of abstract art. 

But in 1951 the art critic Aleksis Rannit claimed that the Lithuanian artist M.K. Čiurlionis had beaten Kandinsky to the punch by several years. Was he correct? Watch and find out! (5')

Between 1894 and 1899, Čiurlionis, a talented young pianist and organist, travelled to the Conservatorium in Warsaw where he studied music, and then to the Conservatorium in Leipzig from 1901 to 1902. It was not until 1899 that he took up drawing and painting, enrolling in the Warsaw Art Academy in 1904 when he was 29 years old, and remaining there until 1906. After 1906, painting came to dominate his output until he died in 1911, although he remained an active composer. (ART UK)

Fairy Tale (Fairy Tale of Kings)
1909, tempera on paper by M. K. Čiurlionis (1875–1911)
[in het diepst van een koude winter...]

een diepe koude winter
toen er zelfs geen stoom uit de mond kwam
maar giraffen rond dartelden op stoppelvelden
eilanden en fregatten haakten in de zeilen
er liep een kind aan de rand van het bos, het sloeg af
naar het pad dat langer was
maar alleen de kleine vos die met het kind meeliep
zag deze beelden - een witte witte witte drie keer.

Donaldas Kajokas. (1953)

Mikalojus Konstantinas Čiurlioniš, 1875-1911, L’été, 1907, tempera sur toile Kaunas, musée national des Beaux-arts M.K. Čiurlioniš.

Vanaf februari 2025 zijn ze niet meer verbonden met het Russische stroom-netwerk, de Baltische Staten.
De Litouwse minister Šakalienė haalde tijdens de HCSS-bijeenkomst ‘Baltic Defence Line’ een persoonlijk verhaal aan. Een oom van een van haar ouders belandde in een Siberische cel. “Hij verspreidde pamfletten, waarop ‘Litouwen is vrij’ stond. Hij werd gevangen genomen en gemarteld. Rusland gaat met niemand medelijden hebben. Het maakt niet uit of je man of vrouw bent, volwassen of nog maar een kind. We moeten ons zo goed mogelijk voorbereiden. Want afschrikking is onze beste defensie.”
De Baltische landen zijn uiterst kwetsbaar voor Russische dreigingen. Ze hebben ze een 520 kilometer lange grens met Rusland en de Russische enclave Kaliningrad, thuisbasis van de Russische Baltische vloot, ligt direct naast Litouwen. Daarnaast is hun bevolkingsaantal, 6,2 miljoen in totaal, zeer gering en liggen ze geografisch geïsoleerd t.o.v. de EU- en Navo-kernlanden.

Petras Kalpokas, 1880-1945, Arbres près d’un lac, huile sur toile, avant 1914, Kaunas, musée des Beaux-Arts M.K. Čiurlioniš.

Poëzie via Duitse en Engelse vertalingen:

https://english.lithuanianculture.lt/category/lithuanian-culture-guide/literature/poetry/

Johann Walter, Jeune Paysanne, vers 1904.
Riga, musée national des Beaux-Arts de Lettonie, VMM GL-98 ©Normunds Braslins.

De tijd waar-nemen?



FORLORN


Ik kan niet vinden waar gij zijt.

Langs uw gelaat gaat noodweer aan;

de bittere branding zie ik slaan,

met zilt dat in de ogen bijt.

Ik kan niet vinden waar gij zijt,

noch waar ik zelf ben in mijn pijn.

O onmacht van dit samenzijn,

verholen riffen, blind ravijn

en dieplood van het zelfverwijt –

Ik kan niet vinden waar gij zijt.


Ida Gerhardt. Verzamelde gedichten (A'dam 1999)

Eighteenth century Katabira (summer kimono) with patterns of dry hedges, carnations, and swallows. Achttiende-eeuwse Katabira (zomerkimono) met patronen van droge hagen, anjers en zwaluwen.

The word is split into two terms: kyo (経) which means Buddhist sutra, and katabira (帷子) which is a light, unlined kimono worn on informal occasions, such as rising in your own house in the morning. Katabira were traditionally made from hemp and came into fashion around the Heian period (794 to 1185).
Het woord is opgesplitst in twee termen: kyo (経) wat boeddhistische soetra betekent, en katabira (帷子) wat een lichte, ongevoerde kimono is die gedragen wordt bij informele gelegenheden, zoals 's ochtends opstaan in je eigen huis. Katabira's werden traditioneel gemaakt van hennep en kwamen in de mode rond de Heian periode (794 tot 1185)
Heggen
waarin het goddelijk vuur ontspringt.
Uit de as
rood gevlamd nog:
anjers
en daaruit losgekomen
de terugkeer naar het licht:
zwaluwen in de morgenlucht.

Hedges
In which the divine fire springs.
From the ashes
flamed red still
carnations
and from them released
the return to the light:
swallows in the morning sky.

Gmt
Daughter of Nefertiti & Akhenaten. Amarna Princess

De ‘Amarna-revolutie‘ was niet alleen een religieuze maar ook een artistieke revolutie. De kunst van dit tijdperk is herkenbaar aan de onmiskenbare kronkelige vormen en de bijzondere expressiviteit van gezichten en gebaren, die uiteindelijk, zij het op een minder uitgesproken manier, in het volgende tijdperk overeind blijven.
De Amarna-periode duurde minder dan twintig jaar: met de komst van het nog jonge kind Toetanchaten (‘levend beeld van Aton’), dat weldra Toetanchamon (‘levend beeld van Amon’) zou heten, werden de traditionele culten hersteld.
Akhetaten werd verlaten en werd een steengroeve voor bouwmateriaal. Het intermezzo van Amarna markeerde echter de overgang naar een nieuwe politieke, culturele en artistieke fase. (Egypt Museum)





https://egypt-museum.com/daughter-of-nefertiti-akhenaten/

Limestone head of a princess
New Kingdom, 18th Dynasty, reign of Akhenaten, c. 1353–1336 B.C.
Museum of Fine Arts, Boston. 1976.602

Ongelukken bij het waarnemen van de tijd

Wijze van waarneming: tussen de kanalen.
Woordloze dagen, jaren, perioden.
Eeuwenlang tekenen met inkt of gebrande sienna op de rots.
Onrustige krassen. Silhouetten van onhandige figuren.
Wirwar van lijnen (dieren in beweging).
Millennialang woorden die het lichaam omwikkelen, geselen,
silhouetten van onhandige zinnen. De ruimte erachter.
Verstilling – en dwang van drukke beelden. Ontwarren. Overbruggen.
Begrip tonen, doen alsof.
Hand voor plezier: tekenen.
Een hand.
Hand: overleven, doden.
Mond voor de stem (spelen, bedriegen). Openen. Voor een ander.
Gelijke bij gelijke (Picasso in de grot). En bruggen!
Voor zichzelf. Voor een ander.

Mária Ferenčuhová (Czechoslovakia, 1975)
© Vertaling: 2017, Jana Beranová
From: Princíp neistoty
Publisher: 2008, Ars Poetica, Bratislava

Prehistorische schildering in de grot van Altamira in Cantabrië, Spanje © World History Archive / Alamy Stock Photo
"De grot was dus niet alleen maar een museum. Het was een kunstacademie waar mensen leerden schilderen van degenen die hun waren voorgegaan en vervolgens hun vaardigheden toepasten in de volgende geschikte grot die ze tegenkwamen. Al doende, en met de hulp van flikkerend licht, schiepen zij animatie. De beweging van groepen mensen door het landschap leidde tot de schijnbare beweging van de dieren op de wanden van de grotten. Naarmate mensen over ouder schilderwerk heen schilderden, verder trokken en weer gingen schilderen, werd grotkunst – of, bij ontstentenis van grotten, rotskunst – in de loop van tienduizenden jaren een mondiale meme."

(Hier zijn wij, wezens zoals jullie--Barbara Ehrenreich. De Groene A'dammer 18 december 2019 (51-52)

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachte is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland (1934-2012)

Het kijken bekeken

Schreef Gerrit Komrij dat kijken bekeken worden is, -het werd de titel van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum A’dam, waarin de smakelijke uitdrukking ‘de gulzigheid van de spiegel’ en de formulering van Komrij dat de meeste cultuurpessimisten alleen maar bezorgd ‘lijken’. In feite waren ze jaloers. ‘Wat ze jaloers maakt is de populariteit waarin het beeld zich mag verheugen ten koste van het woord.’

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Bezoek:

https://tommiviitala.com/images

Bekijk de prachtige foto’s van de Finse fotograaf Tommi Vititale waarin het licht de schaduw mogelijk maakt, of…omgekeerd. Bestaat het volle licht of het complete donker?

“Stel nu dat we weten te voorkomen dat het abstracte denken en de begrippen van de rede het bewustzijn in beslag gaan nemen, en dat we in plaats daarvan heel onze geesteskracht wijden aan de aanschouwing, dat we daar vervolgens helemaal in opgaan en ons hele bewustzijn laten vullen door de rustige contemplatie van het toevallig aanwezige natuurlijke object, zij het een landschap, een boom, een rots, een gebouw, of wat dan ook, zodat we ons, om een veelzeggende uitdrukking te gebruiken, helemaal in dit onderwerp verliezen, hetgeen betekent dat we onze individualiteit, onze wil, vergeten en alleen nog maar als zuiver subject, als een heldere spiegel van het object blijven bestaan, zodat de indruk ontstaat dat alleen het onderwerp existeert, zonder iemand die het waarneemt, en dat men dus de aanschouwer niet meer los kan maken van de aanschouwing, maar dat beide één zijn geworden, doordat het hele bewustzijn door één enkel aanschouwelijk beeld volledig is gevuld en in beslag genomen -gesteld dus dat het object zich, op die manier heeft ontdaan van elke mogelijke relatie tot iets buiten hem, dan is datgene wat aldus wordt gekend niet meer het afzonderlijke ding als zodanig, maar de Idee, de eeuwige vorm, [en dan ] is daardoor de in deze aanschouwing betrokkene ook geen individu meer, want het individu heeft zich in een dergelijke aanschouwing verloren: het is nu een zuiver, willoos, pijnloos, tijdloos subject van het kennen.” (Schopenhauer WWV1. Par. 34)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

‘Pour vivre heureux, vivons cachés’, luidt een gezegde dat zijn oorsprong zou hebben in een achttiende-eeuwse fabel van de Franse schrijver Jean-Pierre Claris de Florian. Het verhaal begint met een jaloerse krekel die ziet hoe een vlinder bewonderd wordt om zijn felle kleuren en elegante vlucht. De vlinder wordt achternagezeten door een groepje kinderen, gevangen en verbrand. De krekel is niet langer jaloers en bezingt nu de voordelen van een verborgen leven. Die voordelen zijn door eenzame denkers uitgebreid in de verf gezet, maar het verborgen leven dat zij verdedigen is doorgaans geen leven zonder circus. Het is een leven waarin men van tijd tot tijd de voorstellingen opschort om zich op te laden voor nieuwe. Verstoppertje spelen is alleen leuk als je gezocht en liefst ook ooit gevonden wordt. (Benjamin De Mesel, Schaamte: een circus van kijken en bekeken worden. Streven 4 december 2019)

Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)

Soms wordt de kijker niet door een ander bekeken, maar door zichzelf: hij ziet zichzelf en schaamt zich. Misschien is dit wel de meest voorkomende vorm van schaamte. Hoewel we hier geen actuele ander hebben, kunnen we van een imaginaire of geïnternaliseerde ander spreken: we zijn zo verslaafd aan de blik van anderen dat we in hun afwezigheid iets soortgelijks creëren. Het gaat om een stukje van ons dat een standpunt inneemt ten opzichte van de rest, dat verwachtingen en idealen heeft (uiteraard vaak geïnspireerd op idealen die uit de buitenwereld komen) waaraan op straffe van schaamte moet worden voldaan. Bij gebrek aan publiek gaan we zelf in de tribune zitten, wat het risico om voor clown te worden aangezien niet altijd kleiner maakt. (Benjamin De Mesel)
Tommi Viitale uit ‘Hunting Shadows)


Dromen zijn waar omdat ze gebeuren,
onwaar omdat niemand ze ziet
behalve de eenzame dromer,
in zijn ogen alleen van hemzelf.


Niemand droomt ons terwijl wij het weten.
Het hart van de dromer blijft kloppen,
zijn ogen schrijven zijn droom, hij is nu
niet in de wereld. Hij slaapt binnen en buiten
de tijd.


De ziel heeft twee ogen, dat droomt hij.
Het ene kijkt naar de uren, het andere
ziet er doorheen,
tot waar de duur nooit meer ophoudt,
het kijken vergaat in het zien.


CeesNooteboom
Het gezicht van het oog
De Arbeiderspers,

Tommi Viitala Street Photography People and Places