Ze kijken je aan, drie zusjes, three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court, en met enige verbazing lees je dat ze ‘AI generated’ zijn. Niet helemaal, wellicht hun kledij, de compositie…? Ja, en? Alsof AI niet als onderdeel van je technische mogelijkheden gebruikt kan worden. Illustratie? Ja, en? Kortom, laten we samen door de kunstgeschiedenis wandelen, op zoek naar hun soortgenoten. Drie zusjes, tot bij Tsjechov waar de drie generaalsdochters Olga, Masja en Irina hun heimwee naar Moskou proberen te overleven.

Bruno Cerboni Bajardi was born in 1969. He lives in Urbino where he specialized in engraving at the Istituto Statale d’Arte “Scuola del Libro”.
He perfected his skills under the ‘maestros’ Calavalle, Bruscaglia, Quieti, Cionini and Peral, and since 1990 has been working for KBA-Notasys on the production of international banknotes, teaching the technique of engraving in both burin and digital form.
He combines his engraving work with constant painting, exhibiting as a painter, engraver and copyist at numerous group and solo exhibitions.

George Harcourt RA (1868 – 1947)
George Harcourt exhibited this painting at the 1922 Royal Academy Summer Exhibition, where it was reproduced in the illustrated catalogue. The ‘Three Sisters’ of the title may be his daughters, Mary Edeva Harcourt (1901-1984), Elizabeth Aletha Harcourt (1903-1985) and Dorothea Anne Adelene Harcourt (1907-1985), all of whom became artists.

Les Trois Soeurs
1917
huile sur toile
H. 92 ; L. 73 cm avec cadre H. 112 ; L. 93 cm
Succession H. Matisse © RMN-Grand Palais (Musée de l’Orangerie) /
Ce portait de trois sœurs est l’une des œuvres magistrales de Matisse. Trois jeunes femmes brunes assises prennent place sur un fond bistre. Deux des jeunes femmes nous regardent tandis que la dernière est absorbée par sa lecture. Le peintre réussit ici l’équilibre parfait entre différents éléments apparemment inconciliables : la variété des attitudes des trois sœurs, des couleurs discordantes, l’impression de la juxtaposition de plusieurs niveaux de perspective. De multiples sources ont été invoquées pour la réalisation de ce tableau, la peinture de Manet (1832-1883), l’estampe japonaise ou encore la toile Les dames de Gand conservée au musée du Louvre et attribuée à l’époque à Jacques-Louis David (1748-1825), ont pu constituer une inspiration pour Matisse.
(Musee Orangerie Paris)

Op dit schilderij zie je de drie zussen bij het schaken, , Minerva(rechts) en de jonge lachende Europa in het midden.
Een dienares vult de compositie aan en kijkt verbaasd hoe Lucia net de koningin van Minerva heeft genomen die van alteratie de arm opheft terwijl je de jongste hoort lachen.
Je merkt goed de Vlaamse invloed op dit doek.
Het landschap op de achtergrond, het sfumato waarin het tafereel zich baadt, de kleuren, de Vlaamse meesters zijn niet ver weg, en ook Corregio niet, schilder naar wiens werk Sofonisba’ s leermeesters vaak verwezen.
Bzoek ook:

The subtitle of this first important Impressionist work by Edmund Tarbell is a clear indication of his interest in the new French style just recently introduced in America. The painting’s dappled light, brilliant palette, and short, textured brush strokes caused a sensation when it was exhibited in Tarbell’s hometown of Boston. The transient light and undiluted color create a warm atmosphere in which the figures are more solidly drawn. Posing his wife, her sisters, and his baby daughter in a lovely garden setting, Tarbell did not attempt probing portraits but instead sought to portray an affluent and tranquil way of life. The inclusion of the American colonial chair implies their New England heritage that underlies this seemingly French aesthetic.
Excerpt from Collection Guide: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.
De ondertitel van dit eerste belangrijke impressionistische werk van Edmund Tarbell is een duidelijke indicatie van zijn interesse in de nieuwe Franse stijl die net in Amerika was geïntroduceerd. Het gedempte licht van het schilderij, het briljante palet en de korte, textuur-penseelstreken veroorzaakten een sensatie toen het werd tentoongesteld in Tarbells geboortestad Boston. Het voorbijgaande licht en de onverdunde kleur creëren een warme sfeer waarin de figuren steviger zijn getekend. Door in zijn werk zijn vrouw, haar zussen en zijn babydochter in een mooie tuin te plaatsen, probeerde Tarbell geen indringende portretten te maken, maar probeerde hij in plaats daarvan een welvarende en rustige manier van leven uit te beelden. De opname van de Amerikaanse koloniale stoel impliceert hun New England erfgoed dat ten grondslag ligt aan deze schijnbaar Franse esthetiek.
Uittreksel uit de Collectiegids: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.

In the 1890s Frederic’s paintings of impoverished workers and peasants in his native Belgium were celebrated for their forthrightness and arresting intensity. Here, the humdrum activity of peeling potatoes is vivified by the girls’ bright red dresses and gleaming red-gold and blond hair. Their downcast eyes and serene expressions recall representations of the young Virgin Mary in sixteenth-century Flemish art, which Frederic greatly admired. Nothing is known of the sitters beyond the painting’s title, which identifies them as sisters; the two eldest are so uncannily alike that they appear to be twins. (The Met Gallery 827)
In de jaren 1890 werden Frederics schilderijen van verarmde arbeiders en boeren in zijn geboorteland België geroemd om hun openhartigheid en pakkende intensiteit. Hier wordt de saaie bezigheid van het aardappels schillen verlevendigd door de felrode jurken en het glanzende roodgouden en blonde haar van de meisjes. Hun neergeslagen ogen en serene uitdrukkingen doen denken aan voorstellingen van de jonge Maagd Maria in de zestiende-eeuwse Vlaamse kunst, die Frederic zeer bewonderde. Er is niets bekend over de geportretteerden behalve de titel van het schilderij, die hen identificeert als zussen; de twee oudste lijken zo griezelig veel op elkaar dat het wel een tweeling lijkt.
(The Met Gallery. 827)

Mooiër kun je niet worden uitgewuifd. Of…als we als afscheid de laatste scene van ‘De drie zusters meegeven?
Irina legt haar hoofd tegen Olga’s borst :
Er komt een tijd dat iedereen weet waar het allemaal goed voor geweest is, dit lijden, dit verdriet, dan zijn er geen geheimen meer en tot zolang moeten we leven, moeten we werken, werken, anders niks.
Morgen ga ik weg, alleen, ik ga lesgeven op school en ik ga mijn hele verdere leven wijden aan degenen die het misschien nodig hebben. Nu is het herfst, het is zo winter, alles zal onder de sneeuw liggen en ik zal werken, werken…
(Olga omarmt haar beide zusters )
De muziek speelt zo vrolijk, zo opgewekt, dat een mens ernaar verlangt om te leven! O, mijn God!
De tijd gaat voorbij en we zullen voor eeuwig verdwijnen, ze zullen ons vergeten, onze gezichten, onze stemmen, ze zullen vergeten met hoevelen we waren, maar ons verdriet zal in vreugde veranderen voor ons nageslacht, er zal geluk en vrede zijn op de wereld en men zal degenen die nu leven met een goed woord gedenken, en ze zegenen. O, lieve zusters, ons leven is nog niet voorbij. We zullen leven! De muziek speelt zo vrolijk, zo blij, nog maar even, denk ik, en we zullen ontdekken waarvoor we leven, waarvoor we lijden… O, als we dat eens wisten, als we dat eens wisten.
De muziek klinkt hoe langer hoe zachter. Koelygin komt blijmoedig lachend met de hoed en de sjaal aanzetten, Andrei duwt de kinderwagen voort, waar Bobik in zit.
Tsjeboetikin zingt zacht:
Tarara-boem-di-jee… wie zit, doet niet meer mee…
leest in zijn krant Wat maakt het uit, wat maakt het uit!
Olga: Als we dat eens wisten, als we dat eens wisten!
(vertaling en bewerking Chiem van Houweninge en Ton Lutz)
