Schilder en konstig teekenaar met Crajon: Wallerant Vaillant (1623-1677)

Wallerant Vaillant: Zelfportret met helm

Geboren in Lille (Rysel) in 1623 als oudste van vijf broers, zonen van een linnenkoopman, kwam hij en de zijnen naar Antwerpen om er bij Erasmus Quellinus II het schildersvak te leren. Hij is dan zestien. Een overzicht van de broers die allen succesvolle schilders werden.

  • -Jacques (1625–1691) traveled to Italy where he joined the Bentvueghels in Rome with the nickname Leeuwrik, and settled later in Berlin.
  • -Jan (1627–1668+) was an engraver considered to be a member of the school of Frankenthal and later became a merchant in Frankfurt.
  • Bernard (1632–1698) accompanied Wallerant on all of his travels, and settled later in Rotterdam, where he became deacon of the Wallonian Church.
  • Andreas (1655–1693), the youngest, became an engraver in Paris, and died in Berlin visiting his brother Jacques.

In 1645 vertrekt Wallerant Vaillant naar Amsterdam.

Jongen met een valk. Wallerant Vaillant

Amsterdam était au xviie siècle plus qu’une ville. Située en bordure de mer, elle commerçait avec le monde. Elle avait supplanté le grand centre économique du xvie siècle, Anvers, qui avait perdu après le blocus de 1585 sa fonction d’entrepôt pour l’Europe du Nord, au bénéfice du port d’Amsterdam. Elle devait sa puissance à son organisation politique, à sa flotte et à la prospérité de ses grandes entreprises commerciales : la Compagnie des Indes occidentales souvent désignée par le sigle WIC et la célèbre VOC  (Vereening de Oostindische Compagnie), seule autorisée à naviguer vers l’Orient. Facteurs de progrès, ces entreprises contribuaient au pouvoir civilisateur du négoce. À leur tête se trouvaient de riches négociants, tous membres du gouvernement municipal, qui se fortifiaient chaque jour des finances, de la réussite économique et du grand nombre de leurs vaisseaux. La Fondation Van Loon à Amsterdam abrite dans sa collection cinque portraits signés de notre artist. (Nadine Rogeaux-Revue du Nord)
Wallerant Vaillant (1623-1677),Portrait of Emmerentia van Loon – Van Veen, 1667
Museum Van Loon., Amsterdam

Tussen 1656 en 1665 is Wallerant actief in Heidelberg, Frankfurt en Parijs. In Duitsland doet hij de techniek van de mezzotint op. Deze uitzonderlijke graveertechniek is vermoedelijk uitgevonden door Ludwig von Siegen, naar een hoger plan getild door Ruprecht van de Palts en vervolmaakt door Vaillant, die Van de Palts in Duitsland ontmoet.

Korte uitgelegd: een koperplaat wordt met een wiegijzer voorzien van een ontelbare reeks putjes. In dit opgeruwde oppervlak wordt de voorstelling gegraveerd, en kunnen delen weer wat gladder worden gemaakt, om halftinten te creëren. Hierdoor lijkt de afdruk meer op een schilderij dan met de vroegere prenttechnieken mogelijk is. Vaillant beheerst deze techniek, ook wel ‘zwartekunst’, als geen ander. (Museumtijdschrift)

Wallerant Vaillan. Hert gezin van de kunstenaar Mezzotint

Bij de mezzotint wordt eerst de hele koperplaat geruwd met een zogenoemd wiegijzer (berceau), een instrument met een waaiervormige, gekartelde kop die rijen putjes en braam op de koperplaat achterlaat. Op het min of meer ruwe oppervlak hecht later de inkt, waarmee de plaat geheel wordt bekleed, waarvandaan de benaming zwarte kunst. Dan wordt bijvoorbeeld met rood krijt de tekening overgebracht op de plaat. Om een voorstelling aan te brengen worden sommige delen van de geruwde plaat met een schraapijzer (polijststaal) glad gemaakt. Op die plekken pakt de inkt niet meer evenredig en ontstaan dus bij de afdruk de lichte partijen. Door meer of minder te polijsten is het mogelijk om verschillende grijstonen, ofwel halftonen, te bereiken, vandaar de naam mezzo (half) tint. Het een en ander is afhankelijk van de bekwaamheid van de graveur/kunstenaar. De techniek maakt vloeiende overgangen mogelijk tussen de verschillende grijstonen. Daardoor maken de afdrukken een fluwelige indruk. (wikipedia)

Wallerant Vaillant Moeder met drie kinderen. Mezzotint

Wallerant Vaillant. Moeder met drie kinderen . Merk de schikking hierboven als spiegelbeeld.

Mezzotint is een diepdrukproces waarvan de afdrukken worden gekenmerkt door zachte tonale gradaties en mooie diepzwarten, alsof het een clair-obscur is. Geen andere etstechniek is in staat zulke fluwelige en genuanceerde tonen te produceren. Het is een grafische techniek waarmee je heel gedetailleerd kunt werken en heeft als voordeel dat je geen ets zuur moet gebruiken om het koperplaatje in te bijten.
Nog een groot verschil met andere etstechnieken is dat men begint met een zwarte basis, een geheel geruwde koperplaat, waarin de grijstinten worden gekrast en gepolijst tot het wit. Het ingekraste beeld ontneemt op die manier de overdracht van inkt bij het afdrukken, het is dus een negatief procedé.
Het woord Mezzotint is afgeleid uit het Italiaanse “mezzo-tinto”, dat midden toon of half toon betekent. De Mezzotint techniek wordt ook wel “la manière noire” of “English print” genoemd.

Xallerant Vaillant. Een vrouw die een peer schilt. (De mezzotinten komen uit de collectie van het museum Boijmans van Beuningen)

Vaillant (1623-1677) kwam uit Lille en was opgeleid in Antwerpen; zijn vader verhuisde met het hele gezin in de jaren veertig naar Amsterdam, waar Wallerant in 1645 in de ­Waalse Gemeente werd ingeschreven. Hij verbleef daarna ook in Middelburg, Heidelberg en Frankfurt, in welke laatste plaats hij portretten tekende en – mogelijk dankzij prins Ruprecht van de Palts – kennismaakte met de mezzotint, een fascinerende grafische techniek.

Anders dan bij gravures en etsen, waarbij een groef in een koperplaat wordt gemaakt die inkt vasthoudt en in druk een lijn op het papier levert, wordt bij mezzotint eerst de hele koperplaat opgeruwd, een tijdrovend proces. Zou je die ruwe plaat ininkten, dan kreeg je een compleet zwarte afdruk. De kunstenaar schraapt echter voorzichtig de delen weg die hij wit of in een tint grijs wil hebben. Op de gladde delen pakt de inkt niet meer, op de halfgladde ontstaan lichtere partijen. Op een mezzotint is – anders dan bij gravure en ets – veel minder ‘lijn’ te zien, de techniek geeft veel meer mogelijkheden voor zachte, vloeiende gradaties van wit en zwart. Mezzotinten geven vaak de indruk dat ze met zwartkrijt getekend zijn, of met roet – vandaar de bijnaam ‘zwarte kunst’. Ze zijn heel geschikt om kopieën naar schilderijen te maken, en dat was een lucratief bedrijf, in die jaren. Na een periode in Parijs keerde Vaillant in 1665 terug in Amsterdam. Hij zou naast zijn andere werk zo’n tweehonderd van dit soort prenten maken.

Uit ‘Zwarte Kunst een artikel van Koen Kleijn 27 november 2024. De Groene Amsterdammer nr 48

Wallerant Vaillant, Zelfportret, 1678 – 1726. Mezzotint, 261 mm × 192 mm © Rijksmuseum

Vaillants schilderijen, tekeningen en grafische werken zijn van 4 oktober 2024 tot en met 5 januari 2025 in Museum Van Loon te zien. De tentoonstelling, samengesteld in samenwerking met portretspecialisten Rudi Ekkart en Claire van den Donk, is de eerste in Nederland die het oeuvre van Vaillant bij een groot publiek onder de aandacht brengt. Vaillant is niet de eerste kunstenaar die door Museum Van Loon opnieuw voor het voetlicht wordt gebracht: eerder organiseerde het museum tentoonstellingen over Adolf Pirsch (1858-1929), Philip Alexius de László (1869-1937), Thérèse Schwartze (1851-1918) en Adriaan de Lelie (1755-1820). De loop van de geschiedenis zorgt ervoor dat sommige kunstenaars boven komen drijven en andere vergeten worden, niet altijd terecht. Met deze reeks tentoonstellingen toont Museum Van Loon het werk van vergeten kunstenaars die het verdienen om gehoord en gezien te worden. (Museum Van Loon) Bezoek:

https://www.museumvanloon.nl/

Wallerant Vaillan. Meisjesportret

In 1876 beschrijft het Biografisch Woordenboek der Nederlanden in deel 19 zijn leven als volgt:

“VAILLAN (Wallerant), halve broeder van de vorigen uit Maria Warlop. Hij werd den 30sten Mei 1623 te Rijssel gedoopt, en spoedig als leerling geplaatst bij den beroemden hofschilder Erasmus Quellinus, onder wiens leiding hij spoedig een bekwaam portretschilder werd en tevens een kunstig teekenaar met crayon. Tijdens de krooning van keizer Leopold begaf hij zich naar Weenen en vervaardigde diens portret. De sprekende gelijkenis en fraaiheid van bewerking, bewoog een menigte hovelingen, ambassadeurs en edellieden zich door zijne hand te laten portretteren. Van hier begaf hij zich met den maarschalk de Grammont naar Parijs, waar hij de afbeeldsels der koningin, koninginne-moeder, van den hertog van Orleans en vele andere grooten vervaardigde en keerde vervolgens, na eene afwezigheid van 4 jaren, naar de Nederlanden terug, werd hofschilder van Willem Friso, stadhouder van Friesland, overleed te Amsterdam, waar hij zich had gevestigd, ongehuwd den 28sten Augustus 1677 en werd den 2den September in de Walen kerk begraven. Er bestaat een zilveren penning op zijn dood.” ( zie onderaan)

“Den dach des Doots is beter als den Dach der geboorte”

De titel van deze bijdrage komt uit: 'De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen' (3 delen) door Arnold Houbraken. Oorspronkelijk verschenen in 1753.  De eerste druk stamt uit 1718.
Zelfportret met tulband

3 Poems from Kenyatta Rogers (USA)

Ik hoor je zuchten: ‘Jaja, in het wilde weg!’ En dat ‘wilde-weg’ mag je best noteren, of zou je tevreden zijn met ‘uitwaaieren’? Weg uit het besloten kamertje in je hoofd waar je nu al jaren lang… Of pleit ik gewoonweg voor ‘de associatie’ als denkoefening, als methodiek om met dat ‘associëren’ een poging te ondernemen om uit het muffe van mijn beperkt ego te ontsnappen? In het Anoniem Algemeen letterkundig lexicon wordt ‘associatie’ helder beschreven als:

associatie
Term uit de literaire kritiek, bekend geworden door S.T. Coleridge (1772-1834), waarmee wordt aangegeven dat ideeën of voorstellingen elkaar intuïtief kunnen oproepen in het bewustzijn. Vaak gaat het daarbij om woorden of woordgroepen die dat verband bereiken door formele of semantische (deel)overeenkomsten. Zo kan een deelvoorstelling een geheel oproepen, zoals in de stijlfiguur van het pars pro toto. Een zintuigelijke waarneming kan verbonden worden met iets uit het verleden. Daarbij kan men denken aan de madeleine van Proust, het bekende cakeje waaraan Marcel Proust in zijn roman À la recherche du temps perdu (1913-1927) een hele reeks associaties hecht.

In al deze gevallen krijgt een woord of tekstgedeelte een connotatieve (connotatie) meerwaarde, hetzij door de auteur expliciet bewerkstelligd, hetzij door de lezer (bijv. door invulling van een open plek) als zodanig gerecipieerd. Dergelijke associaties ontstaan doorgaans  door de suggestieve werking van de tekst.
Wassily Kandinsky Komposition VIII, 1923, Solomon R. Guggenheim Museum, New York

En hoe doet dichter Kenyatta Rogers dat?


But Kenyatta Rogers is a poet with a wonderful sense of flow. My favorites among his poems tend to be associative, with connective tissue that's more intuitive than logical. To write a poem of this sort requires a highly attuned awareness of balance, and an acceptance of the fact that sometimes the poem wants to become something greater than even the creator might anticipate.

Rogers has these qualities in full. The work I've chosen to include is one of my favorite list poems - versatile, funny, challenging and saddening by turns. With Rogers, you never quite know what you're going to get – but the surprise is always welcome.



Maar Kenyatta Rogers is een dichter met een heerlijk gevoel voor flow. Mijn favorieten onder zijn gedichten zijn over het algemeen associatief, met bindweefsel dat meer intuïtief dan logisch is. Om zo’n gedicht te kunnen schrijven, moet je heel evenwichtig zijn en accepteren dat het gedicht soms iets groters wil worden dan zelfs de maker kan verwachten.

Rogers heeft deze kwaliteiten ten volle. Het werk dat ik heb gekozen om op te nemen is een van mijn favoriete lijstgedichten – veelzijdig, grappig, uitdagend en bij vlagen droevig. Met Rogers weet je nooit precies wat je gaat krijgen – maar de verrassing is altijd welkom.

(Muzzle Fall 24)


Ars Poetica

Poems are bullshit unless they are broken  

like a horse, like a dog kicked in the ribs,  

Like your favorite toy that’s missing an arm.

Love can make you feel used. 

I want the poem that limps back to me. 

Poems should hurt like love,

like ice water on your teeth 

like a massage to smooth out a cramped muscle.

Give me the poem that’s like leather. 

Give me the poem that smells like gasoline.

I want a poem that is a warning,

a poem that makes me check to see

if I left the shotgun by the door, 

a poem that’s a runny nose, a sneeze, a poem

that’s the moment the sky turns green.

Kenyatta Rogers (USA)

Copyright © 2024 by Kenyatta Rogers. Originally published in Poem-a-Day on November 20, 2024, by the Academy of American Poets.

Wassily Kandinsky Der Blaue Reiter, 1903. (part.Coll.)
Ars Poetica

Gedichten zijn onzin tenzij ze gebroken zijn
als een paard, als een hond die in de ribben is geschopt,
Als je favoriete speeltje dat een arm mist.

Liefde kan je gebruikt laten voelen.
Ik wil het gedicht dat terug hinkt naar mij.
Gedichten moeten pijn doen zoals liefde,
als ijswater op je tanden
als een massage om een verkrampte spier glad te strijken.

Geef me het gedicht dat als leer is.
Geef me het gedicht dat ruikt naar benzine.
Ik wil een gedicht dat een waarschuwing is,
een gedicht dat me laat kijken
of ik het geweer bij de deur heb laten liggen,
een gedicht dat een loopneus is, een niesbui, een gedicht
dat het moment is dat de lucht groen wordt.

Kenyatta Rogers 2024
Assemblage, Marc Mestdagh

About this Poem

“Poet Stefania Gomez came to do a teaching demo at my school and gave the students a prompt to write an ars poetica after reading an excerpt of ‘Black Art’ by Amiri Baraka. I wrote along with them as we were asked, ‘What can a poem do? What can a poem be in the world?’ And I have been writing a lot this past summer, and in some ways, rediscovering poetry, and those questions really resonated with me. I guess for me, poetry is a love that never leaves and is always there when I’ve needed it. It’s a wild, crazy, unhinged fever dream of a love language, it can be.”
—Kenyatta Rogers

Kenyatta Rogers teaches at The Chicago High School for the Arts and is the co-host of the Sunday Reading Series with Simone Muench. He lives in Chicago.

Carpet Bomb
By Kenyatta Rogers


I can’t get rid of useful things
and nobody wants to pick them up,
I keep forgetting where I lay my umbrella.
 
I don’t leave footprints in the snow anymore,
we haven’t had a war on domestic soil in so long
I wonder if I still got it. Because once I had it.
 
I heard about a boy who once tied a string to his brother,
he tied his brother to the ocean and the ocean to the blackbird—
 
from the ground all the birds look like blackbirds
from the ground a Stealth Bomber looks like a spaceship.
 
The aliens are coming,
they walk through birthday parties
and basically go unnoticed.
 
And this is kind of how I go through life,
once I heated up a spoon in the microwave
the fish have so much mercury in them they spark.
 
I was handed a bayonet from the Civil War
and a copper penny corroded with rust.
When they take the Statue of Liberty apart to clean her
her neck explodes with a million little spiders.
 
Meanwhile in a forest somewhere
someone cut open my grandmother’s belly
and filled it with bricks
 
something is coming soon
I keep a bucket of lambs blood
by the front door.
met AI gemaakt naar het thema ‘dreiging’.

Tapijtbom

Door Kenyatta Rogers


Ik kan geen bruikbare dingen wegdoen
en niemand wil ze oprapen,
Ik vergeet steeds waar ik mijn paraplu neerleg.

Ik laat geen voetafdrukken meer achter in de sneeuw,
we hebben al zo lang geen oorlog op eigen bodem gehad
Ik vraag me af of ik het nog heb. Want ooit had ik het.

Ik hoorde over een jongen die ooit een touw aan zijn broer bond,
hij bond zijn broer aan de oceaan en de oceaan aan de merel-

vanaf de grond lijken alle vogels op merels
vanaf de grond lijkt een Stealth bommenwerper op een ruimteschip.

De aliens komen eraan,
ze lopen door verjaardagsfeestjes
en blijven eigenlijk onopgemerkt.

En dit is een beetje hoe ik door het leven ga,
Eens heb ik een lepel opgewarmd in de magnetron
De vissen bevatten zoveel kwik dat ze vonken.

Ik kreeg een bajonet uit de Burgeroorlog
en een koperen stuiver aangetast door roest.
Als ze het Vrijheidsbeeld uit elkaar halen om haar schoon te maken
explodeert haar nek met een miljoen kleine spinnen.

Ondertussen ergens in een bos
sneed iemand mijn oma’s buik open
en vulde haar met bakstenen

er komt iets aan
Ik bewaar een emmer met lamsbloed
bij de voordeur.

Copyright Credit: Kenyatta Rogers, "Carpet Bomb." Copyright © 2018 Kenyatta Rogers.
Kenyatta Rogers


Het Joodse volk moest tijdens de laatste plaag (de dood van elke eerstgeborene) klaar staan om weg te trekken. Als ze bloed (van een lam) op de deurpost hadden gesmeerd, zou de dood hun eerstgeborenen niet treffen. Midden in de nacht (het is volle maan) werden ze Egypte uitgejaagd.
The Jewish people had to be ready to move out during the last plague (the death of every firstborn). If they had smeared blood (of a lamb) on the doorpost, death would not strike their firstborn. In the middle of the night (it was a full moon), they were driven out of Egypt. 

Turner, John; Death of the First Born; National Museums Northern Ireland; http://www.artuk.org/artworks/death-of-the-first-born-122914
King Friday and the Land of Make Believe
By Kenyatta Rogers

This may not be the time to offer this,
but I’m not as good as you hope I’ll be.

When we’re in a tunnel and I’m driving
I’m sure it would seem imaginary,

when I ask to lie on your floor
I really want to say—

“Can I stay and watch you
chop up green onions?”

You’re better than me,
I don’t know if you ever heard me say that.

On your phone you keep
a picture of the human brain.

When your father was deep-frying a turkey
your mother told me to keep playing music.

Maybe now I finally know what love is—
taking pictures while your dog wears glasses,
trying to describe what stuffing should taste like.

In my friend’s basement
you gave everyone Polaroids of themselves,
then we laughed at a poster of the human body.

And this is the part where I sit on your couch
and watch you teach your friend merengue.

This is where I try
to prevent myself from smiling
and I hope Trolley doesn’t show up
to tell me it’s time to go home.

Source: Poetry (April 2021)

Koning Vrijdag en het land van de schone schijn
Door Kenyatta Rogers


Dit is misschien niet het moment om dit aan te bieden,
maar ik ben niet zo goed als je hoopt dat ik zal zijn.

Als we in een tunnel zitten en ik rij
Ik weet zeker dat het denkbeeldig lijkt,

als ik vraag om op je vloer te liggen
wil ik echt zeggen...

“Mag ik blijven en kijken hoe jij
groene uien hakt?”

Je bent beter dan ik,
Ik weet niet of je me dat ooit hebt horen zeggen.

Op je telefoon heb je
een foto van het menselijk brein.

Toen je vader een kalkoen aan het frituren was
zei je moeder dat ik muziek moest blijven spelen.

Misschien weet ik nu eindelijk wat liefde is-
foto's maken terwijl je hond een bril draagt,
proberen te beschrijven hoe vulling moet smaken.

In de kelder van mijn vriend
gaf je iedereen polaroids van zichzelf,
daarna lachten we om een poster van het menselijk lichaam.

En dit is het deel waar ik op je bank zit
en kijk hoe jij je vriend merengue leert.

Dit is waar ik probeer
te voorkomen dat ik lach
en ik hoop dat Trolley niet komt opdagen
om me te vertellen dat het tijd is om naar huis te gaan.

Wonderlijk licht in de donkerste duisternis: de heilige Lucia

De heilige Lucia voor Paschasius, ze weerstaat aan het bevel haar te verplaatsen (zie verhaal) (schrijn van de heilige Agatha). The Met museum

Vroeg donker, tijd om al dan niet oude (heilige) verhalen te vertellen hopend op het terugkerend licht van de lente. Ontdek dus Lucia van Syracuse zodat je in de nacht van de dertiende december, haar feestdag, al dan niet met kaarsen op het hoofd, het geloof of de hoop in (op) lichtende dagen kunt terugvinden. Deze bijdrage is vooral de geschiedenis van een beeldvorming, naar vorm en naar inhoud. De kracht van het vrouwelijke verbeeld in de gestalte van Lucia.

In een legendarische Passio uit de 5de of de 6de eeuw beschreven, op stevige historische bodem geschoeid door ontdekkingen van haar graf en een inscriptie die over de cultus bericht in de 5de eeuw, in haar stad Syracuse (Sicilië) weten we dat Lucia in 305/05 onder de vervolging van Diocletianus werd gedood.


Volgens de Passio kreeg het reeds met de consul Paschasius verloofde meisje, toen zij haar zieke moeder Eutychia naar het graf van »Agatha te Catania begeleidde, een verschijning van deze heilige. De moeder werd door Agatha genezen en Lucia kreeg het martelaarschap aangezegd, waarop zij haar bezittingen onder de armen verdeelde en haar verloving verbrak. Haar boze verloofde bracht haar aan. Vanwege Lucia's standvastigheid tijdens het verhoor besloot men haar in een bordeel te plaatsen, maar de maagd bleek zelfs niet door een aantal ossen te verporren. Toen verbranding mislukte, doodde men de martelares met een dolksteek in haar hals. Een later toegevoegd element in de legende zegt dat zij, om aan haar verloofde te mishagen, zich de ogen uitstak en hem deze toezond. (Lucia van Syracuse, Louis Goosen 1992 DNBL)

Op hetzelfde schrijn als hierboven: Lucia is duidelijk niet te verplaatsen. The Met museum

Latere toevoegingen hebben alles te maken met wat Louis Goossens een ‘populair misverstand’ noemt: haar naam zou verwant zijn aan ‘lux’, licht dus.

Rond Lucia's feestdag op 13 december ontstonden folkloristische midwintergewoonten: naast het plegen van orakels (vgl. Agatha's voorspelling) en het consumeren van het Luciabrood ook bezweringsgebruiken zoals het ontmaskeren van heksen en het laten verschijnen van schrikaanjagende figuren (Fersenlutzel, Frau Lutze). In de Scandinavische landen werd zij een geseculariseerde brengster van het nieuwe licht. Lucia's patronage heeft soms te maken met elementen uit haar legende: zo werd zij aangeroepen bij oogziekten en keelpijn en beschermt zij messenmakers. Soms heeft dit te maken met de folklore: zij is de patrones van de dienstmeisjes, die vaak in de nacht van haar feest met kaarsenkronen op het hoofd paradeerden; soms met elementen uit de Germaanse voorgeschiedenis: evenals de stralende en spinnende Berchta beschermt zij wevers en kleermakers. Lucia's attributen zijn naast palm, boek en kruis (algemeen voor martelaressen) een lamp, zwaard of dolk door de keel, fakkel of kaars en (vanaf de 14e eeuw) een schaaltje waarop twee ogen, soms vuur en vlammen aan haar voeten. Zij wordt altijd voorgesteld als een mooie jonge vrouw, soms met kroon of diadeem. (Louis Goossens)

Sint-Lucia door Francesco del Cossa, National Gallery of Art (Washington DC). Olieverf en bladgoud, iets na 1470.

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/goos020vana03_01/goos020vana03_01_0114.php

In Syracuse, de geboortestad van de heilige, begint de viering ter ere van Sint-Lucia op de vooravond van 13 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt dan uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccia gegeten, een zoete Siciliaanse soep. Op de eigenlijke feestdag, 13 december, wordt het beeld in processie door de stad gedragen naar de kerk boven het graf van de heilige geplaatst. Acht dagen later volgt een processie in tegenovergestelde richting. In het zuiden en midden van Italië vieren diverse steden de dag van Sint-Lucia met processies, feesten en vuurwerk. (Wikipedia)

Schrijn van de heilige Agatha: Lucia deelt haar bruidschat uit aan armen en behoeftigen.
(Met-museum)

In het Noorden van Italië wordt er de nacht van 13 december een soort Sinterklaasfeest gevierd. Sint Lucia met ezel en koetsier brengen ’s nachts cadeautjes. De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.

In de Scandinavische landen is het een traditionele feestdag ook al is er sinds de Reformatie geen grote katholieke bevolkingsgroep meer. Waarschijnlijk stamt deze viering deels af van een voorchristelijke viering van de winterzonnewende. Traditioneel vormde de dag het begin van de adventstijd voor Kerstmis. Het feest wordt zowel thuis als op scholen en werkplaatsen gevierd met zoete lekkernijen en kaarslicht. Er worden optochten met fakkels of kaarsen gehouden waarin meisjes als de heilige verkleed gaan. (Wikipedia)

Francisco de Zubarian. Heilige Lucia

Wat kun je verwachten in Zweden op 13 december?

Het personage Lucia leidt de processie en wordt gevolgd door meisjes (‘tärnor’), sterrenjongens (‘stjärngossar’) en peperkoekmannen (‘pepparkaksgubbar’). Als kinderen deelnemen aan de processie, gaan ze vaak verkleed als kerstelfjes (’tomtenissar’). Lucia herken je gemakkelijk aan de verlichte krans boven op haar hoofd, ze loopt voorop. Traditioneel gebruikten ze echte kaarsen, maar om veiligheidsredenen zijn ze vervangen door lampjes op batterijen. Dat geldt ook voor de kransen die worden gedragen door de meisjes in de optocht, die meestal glitters of een krans (zonder kaarsen) in hun haar dragen. Ook dragen ze vaak een decoratief rood lint of glinterband om de taille. Sterrenjongens zijn geheel in het wit gekleed – net als Lucia en de andere meisjes – met kegelvormige hoeden en met sterren op stokken. De peperkoekmannetjes met lantaarns dragen peperkoekkostuums, met de herkenbare witte glazuur erop getekend of genaaid – je vindt deze in veel Zweedse winkels.

Het draait bij Lucia om uit het uitdragen van licht, maar lekker snoepen is net zo belangrijk. Lucia is vaak vereeuwigd – terwijl ze een dienblad draagt met fika lekkernijen – door verschillende iconische Zweedse kunstenaars, zoals Carl Larsson. Het eten bestaat uit peperkoekjes en een S-vormig saffraanbroodje genaamd “Lussekatt” – een traktatie die bijna net zo klassiek is als het kaneelbroodje. Veel Zweden zouden het heiligschennis vinden om een ​​’lussekatt’ te eten op een ander tijdstip dan Lucia en in de weken voorafgaand aan Kerstmis. Je drinkt er traditegetrouw “glögg” (glühwein) bij, geserveerd met amandelen en rozijnen. Ook koffie wordt vaak geserveerd.

(Visit Sweden Officiële website van Zweden voor Toerisme en Reisinfo)

https://visitsweden.nl/te-doen/cultuur-historie-kunst/zweedse-tradities/zweeds-kerstfeest-tradities/lucia-kerst/

In de Sint-Jakobskerk in Brugge bevindt zich een prachtig retabel ‘De legende van de heilige Lucia. 1480-1483. Klik op het onderschrift om het in al zijn glorie te kunnen bekijken.

‘De legende van de heilige Lucia. 1480-1483.

Lees ook hierover:

https://totindetail.be/nl/showcase/legende-van-de-heilige-lucia

Dit schilderij lijkt het vroegst bekende werk te zijn van de onbekende 'Meester van de Lucialegende' en het heeft de typische kenmerken van zijn hele oeuvre: de voorliefde voor architectonische elementen de bijna wetenschappelijke aandacht voor bloemen de slanke vrouwen met hun ovale gezichten met lichte spleetogen onder bolle oogleden de stijf weergegeven golvende haren de brede en clichématige gezichten van de mannelijke figuren met hun grote gesloten ogen en vlezige mond het harde coloriet. Aan de hand van deze kenmerken kunnen andere werken aan hem worden toegeschreven. Het schilderij verbindt deze meester met belangrijke Vlaamse schilders als Dirk Bouts in wiens omgeving hij mogelijk opgeleid is.

(in boven aangeduid totindetail kun je tot in de allerkleinste details scrollen.)

Het licht in je ogen in dit prachtige lied van Hildegard van Bingen: De Spiritu Sancto (Heilige Geest bezieler van het leven)

Het martelaarschap van Sint-Lucia Rijksmuseum

Het martelaarschap van de heilige Lucia. De heilige staande op een brandstapel wordt door een beul met een zwaard door de hals gestoken. Andere beulen wakkeren de vlammen aan met blaasbalgen, links kijken gezagsdragers toe. Op de achtergrond scènes uit het leven van de heilige. Linksachter staat Lucia voor een bordeel, rechts een vrijend paartje. Daarnaast tracht men Lucia met een span ossen voort te slepen. Lucia krijgt van een priester de laatste sacramenten toebediend. Rechts wordt de landvoogd Paschasius onthoofd. Het paneel vormde oorspronkelijk de achterzijde van de Kruisafneming, vroeger in het Kaiser-Friedrich-Museum.

Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht –
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen.


Herman Gorter (1864-1927)

Uit: Verzen (1890)
Uitgever: W. Versluys – 4e dr. 1916

Misprijs de levens van vrouwen niet. Ook toen al waren ze duidelijk in wat ze voorstonden. Zie hoe het verhaal van Lucia tijd en ruimte heeft ingenomen. Onwrikbaarheid in ruime mate met gulheid en consequentie aangevuld. In de uitlopers van het Romeinse rijk ontstaan en langs Italië en het Westen doorgedrongen tot in de protestantse Scandinavische streken. Het bekende gedicht van Herman Gorter hierboven is dan ook aan de liefste uit mijn eigen leven gewijd. Kaarsen hoef ik niet meer op mijn grijs hoofd te dragen, ze is met een lichtende oogopslag mijn dappere medestander. Haar blog, deze keer aan haar moeder gewijd, kan ik ten zeerste aanbevelen. En kijk, of je dit weekend de Leoniden vanuit de sterrenhemel de donkerte ziet oplichten. Een sterrenregen met haar moeders naam.

De meteorenzwerm Leoniden bereikt op zondag 17 november 2024, rond 8 uur, zijn maximum. De meteoren van de Leoniden zijn snel, en de zwerm is bekend vanwege zijn regens in 1799, 1833, 1866, 1966 en 1999. Wanneer de radiant in het zenit zou staan, zouden er van deze zwerm naar verwachting gemiddeld zo'n 13 meteoren per uur vallen. De radiant van de zwerm staat rond 7:00 uur in het hoogste punt aan de hemel, op 60° boven de horizon. Door de matige omstandigheden zijn er bij ons dan ieder uur vermoedelijk slechts ongeveer 2 meteoren zichtbaar van deze zwerm. Samen met meteoren van andere zwermen, en sporadische meteoren, zijn er bij donkere, heldere hemel in totaal circa 4–8 “vallende sterren” per uur te zien. De Maan is voor ongeveer 95% verlicht en is een flinke stoorzender; dit jaar zijn hierdoor alleen de helderste meteoren zichtbaar. Rond 7:30 uur gaat het schemeren en om 8:04 uur komt de Zon op.

‘De ogen’ titel van een kortverhaal dat ik schreef voor radio-1. Lang geleden.

Oorlog, het steeds ontstaan van nodeloze leegte

Michelangelo Buonarroti (Caprese 1475-Rome 1564) Archers Shooting at a Herm c.1530
Red chalk (two shades) | 21.9 x 32.3 cm (sheet of paper) | RCIN 912778
(vergroot door op onderschrift te klikken.)

De scène is een onbepaald rotsachtig platform waarop een groep figuren, mannen en vrouwen, staan alsof ze pijlen afvuren op een schild dat aan een kariatide (een vrijstaande zuil met de bovenste helft in menselijke vorm) is bevestigd. Sommige figuren, het duidelijkst de vrouw achterin de groep, staan in de lucht en de meesten dragen geen boog, hoewel er pijlen te zien zijn die in het doel en elders op de kariatide zijn gestoken.
Rechts op de voorgrond slaapt een gevleugelde Cupido, god van de liefde, met zijn boog en pijlen, terwijl helemaal links twee kinderen op een vuur blazen (met pijlen die uit de basis steken) en het voeden met bundels stokken.

The scene is an indeterminate rocky platform upon which a group of figures, male and female, are posed as if firing arrows at a shield fixed to a herm (a freestanding column with the upper half in human form). Some of the figures, most clearly the woman at the back of the group, are airborne, and most do not bear bows, though arrows are seen stuck into the target and elsewhere on the herm – their aim has been conspicuously awry. At the front of the group two figures sprawl on the ground, and two infants can be seen among the main group. In the right foreground a winged Cupid, god of love, is sleeping with his bow and arrows, while to the far left two children blow on a fire (with arrows protruding from its base) and feed it with bundles of sticks. Michelangelo plays with the contrast between the high polish of the central group and the looser finish of the sleeping Cupid and the herm. (Royal Trust Collection)

Deze prachtige tekening van Michelangelo koos ik als tijdsbeeld. De menselijke meute die met de onzichtbare bogen op een doel schieten dat aan de vrouwelijke kariatide is bevestigd. Gemaakt rond 1530 en voor mij helemaal actueel in 2024. Mannen en alvast één zichtbare vrouw op hetzelfde doel terwijl beneden Cupido, zijn boog in zijn armen, in slaap is gevallen en twee vurige soortgenootjes het strijdvuurtje aanblazen.
Plaats in de hedendaagse armen moderne wapens, vermenselijk het doel. En begrijp de diepe slaap van de liefdesgod.


I chose this beautiful drawing by Michelangelo as a period image. The human mob shooting with the invisible bows at a target attached to the female caryatid. Made around 1530 and for me entirely relevant in 2024. Men and at least one visible woman on the same target while below Cupid, his bow in his arms, has fallen asleep and two fiery peers are fanning the fires of battle.
Place in today's arms modern weapons, humanise the target. And understand the love god's deep sleep.

Een mij onbekende straatartiest in Lyon drukt het, ‘Place de la Paix (!)’ op zijn hedendaagse manier zo uit:

Zelf nog in de tweede wereldoorlog geboren, een grootvader als jongeman verminkt thuisgekomen na de ontploffing van het Naamse fort dat hij moest verdedigen, augustus 1914. en bij het einde van de reis, zijn kind en kleinkind, door oorlogen omringd en bedreigd. Een kring van vuur op de wereldkaart. Waarin komen je eigen kind en kleinkind met hun leeftijdsgenoten terecht?

Still born in the war himself, a grandfather as a young man maimed coming home after the explosion of the Namur fort he had to defend, August 1914. and at the end of the journey, his grandchild, surrounded and threatened by wars. A circle of fire on the world map. Where does that leave your own child and grandchild with their peers?
Self-portrait as a Prisoner of War by Otto Dix, 1947, via Otto Dix organization
 

Dix was conscripted into Volkssturm, the last resort of the Nazi party to halt the refraction of coalition troops on the territory of Germany. Men from  16 to 60 years old were forced to join the German Army. Otto Dix was captured by French troops as the Reich collapsed and imprisoned in a camp. Eventually, he was released in February 1946 and returned to Dresden.
 
His own contribution to highlighting the horrors of the war, along with those of other artists who had also lived through it, did not prevent the outbreak of World War II, unfortunately. After WWII, Dix gained recognition in both East and West Germany. His works act as a poignant reminder about the importance of artistic expression through hard times in history. Otto Dix continued to work until his death in 1969.

Otto Dix. De oorlog (1932)


Brian Turner's (1967-) gedicht " The Hurt Locker " beschrijft huiveringwekkende lessen uit Irak:

Niets dan pijn bleef hier over.
Niets dan kogels en pijn...
Geloof het als je het ziet.
Geloof het als een twaalfjarige
een granaat de kamer in rolt.
Henri Rousseau ‘La Guerre’. 1894 Klik op titel om te vergroten

'Dacht niet'
“Ik dacht niet aan mijn moeder toen ik de stengun plaatste in het open raam
Ik dacht ook niet aan haar toen ik vermoedde dat aan de overkant iemand geraakt was
Ik dacht pas weer aan haar toen ik die avond het geweer naar binnenhaalde
hoe zij met de hoek van haar schort de tafel veegde als ik weer had gemorst
en hoe ze dan zei: Pas op, de vensterbank is net geverfd, dat daar geen kras op komt. “

- Judith Herzberg
Wat is hybride oorlog?

Een militaire strategie die de conventionele oorlogsvoering mengt met niet-militaire middelen zoals desinformatie, propaganda en politieke intimidatie.

Kathe Kollwitz. De wachtende ouders

Oorlog is ontbinding. Hij maakt
van vrolijke mensen bange mensen
van sportvelden begraafplaatsen. Hij maakt
van benzinetanks gevangenissen. Van granaathulzen
vazen. Van voedsel stront, en van stront voedsel
Hij maakt van parket kachelhout, van een badkuip
een moestuin. Hij maakt van kinderwagens karretjes
om water mee te zeulen. Niets blijft wat het is,
of waar het voor bedoeld is
Oorlogen zijn de maden in het vlees
van de beschaving

(Van Duijnhoven 1996)
Oekraïne

Het is voor het Westen even wennen dat in deze multipolaire wereld niet meer iedereen achter ons aanloopt. Als je die relaties goed wilt krijgen, moet je je echt minder moralistisch opstellen.

Rob de Wijk: Europa heeft niet de capaciteiten om een oorlog te voeren. (The Hague Centre for Strategic Studies)

Geconfronteerd met wat hij typeert als ‘een Europese oorlog’ stelt de Franse filosoof Étienne Balibar zich voor wat Poetin zou kunnen doen terugdeinzen. Steun aan het verzet van het Oekraïense volk. Maar ook steun aan de Russische dissidente bevolking. Het is, denkt hij, de enige manier om een ‘wederopbouw van de blokken’ te vermijden. Als voorvechter van een Europees federalisme op democratische grondslagen, zoals ooit gedefinieerd door de Italiaanse communist en verzetsstrijder Altiero Spinelli, had hij niet voorzien dat Europa zich nog eens op het hellende vlak van militarisering zou bevinden – iets wat nu opeens onontkoombaar lijkt. Hij pleit voor een internationalisme dat tot stand komt via steun aan het verzet van het Oekraïense volk maar ook aan dat van het dissidente Russische volk. Want, zo denkt hij, het gaat hier uiteindelijk om een Europese oorlog. En in dat opzicht moet tegen elke prijs worden voorkomen dat er ‘een moreel ijzeren gordijn tussen “hen” en “ons” wordt opgetrokken’.

(Mathieu Dejan in De Groene Amsterdammer 11 maart 2022)


Faced with what he characterises as ‘a European war’, French philosopher Étienne Balibar imagines what might make Putin recoil. Support for the resistance of the Ukrainian people. But also support for the Russian dissident population. It is, he believes, the only way to avoid a ‘reconstruction of the blocs’. As an advocate of a European federalism on democratic foundations, as once defined by Italian communist and resistance fighter Altiero Spinelli, he did not foresee that Europe would once again find itself on the slippery slope of militarisation - something that now suddenly seems inescapable. He advocates an internationalism achieved through support not only for the resistance of the Ukrainian people but also for that of the dissident Russian people. Because, he believes, this is ultimately a European war. And in that respect, ‘a moral iron curtain between “them” and “us” must be avoided at all costs’.

Mei 1940
 
De geur van as en van seringen
 komt in de warme nacht van Mei
 beklemmend door het venster dringen,
 krimpt terug, en golft opnieuw nabij.
 
 In 't donker staat achter de ogen
 het beeld: seringen in een tuin,
 naast dode vensters, wreed verbogen
 binten van staal en walmend puin.
 
 Alles wat men geen naam kan geven,
 het meest het denken, wrang en zoet,
 aan wie ons lief zijn, schijnt te leven
 in deze geur: een smaak van roet
 
 ligt op de lippen. Hoeveel jaren
 gaan langs ons in dit machteloos uur?
 Men peilt vertwijfeld wat zij waren
 en keert zich dichter naar de muur.
 
 
 Ida Gerhardt Rotterdam 1940
Oekraine

Lees:



Voor de verdwenen jongens in Flanders Fields

Nog in augustuszon zo onbezorgd gevlogen
prikt u de minnaar in zijn kleurenkast
de schoonheid telkens weer bedrogen
heeft uw naam in steen gekrast.

In Flanders Fields de tuinen en ’t getoeter
dat het een vaderland was dat u als jongen at
en niet de wanhoop van een verre moeder
of een kind dat snel uw beeld vergat.

Uw honger naar de nieuwe tijd bekend
aan oude mannen in hun oorlogstooi
gooide u in ’t slijk en aan hun firmament
schitterde jouw jongensster als prooi.

In deze vlakten is geen plaats voor vredig slapen,
geen krans of heldensteen mag u bedekken.
Ook zal geen god de scherven van u samenrapen
slechts machteloze woorden proberen u te wekken.

En voetjes van al die ongeboren bleven, lopen
onder de Leoniden-sterrenregens naar u toe,
die door uw dood nooit naar buiten kropen
en willen dat ik even voor hen opendoe.

Zo scheur ik uit uw dood de niet-nakomelingen,
uw kinderen en zij die weer hun kinderen wilden zijn,
en daarvan weer de kinderen, en allen die ontspringen
maar zonder sprong stierven in uw levenslijn.

In Flanders Fields bevolken zij de nodeloze leegte,
de nooit gekusten, en zij die nooit zijn thuisgekomen.
Wie jou gedenkt, gedenkt meteen de uitgeveegden,
en droomt met hen de nooit gedroomde jongensdromen.

Gmt

De handpalm geopend naar het licht

Eigen foto Gmt

Zondagmorgen



Het licht begint te wandelen door het huis

en raakt de dingen aan. Wij eten

ons vroege brood gedoopt in zon.

Je hebt het witte kleed gespreid

en grassen in een glas gezet.

Dit is de dag waarop de arbeid rust.

De handpalm is geopend naar het licht.

Ida Gerhardt (1905-1997)
Eigen foto Gmt

DE WARE NACHT


Dieven, dichters en drinkebroers logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden zij
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.

Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartenzeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.

Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht, duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet.
Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.

Gmt (naar onderstaand vers)

Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d'adieux ;

Et plus tard un Ange, entr'ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

Uit: La morts des amants, Charles Baudelaire)

Weerspiegeling en Tuin in de beginnende herfst. Eigen foto Gmt

De ervaring van licht heeft dus alles met de donkerte te maken. Het licht immers is onzichtbaar. Het maakt zichtbaar maar blijft zelf onopgemerkt. Het is fraai om verschillende technieken te onderzoeken waarmee kunstenaars die zichtbaarheid realiseren: doorvallend licht, tegenlicht, strijklicht, glimlicht, verschillende schaduwsoorten, spiegeling, enz. Zo kan een schilder met bruine en groene omber beter schaduwen weergeven. Met licht en donker kun je ‘diepte’ weergeven.

Eigen foto Gmt


"Zelfs het witste wit is donkerder dan het licht.” Het is een uitspraak van kunstenaar Jan Andriesse, besproken door Joost Zwagerman in zijn laatste boek, De Stilte van het Licht. Andriesse probeerde het vormloze licht van de regenboog te schilderen, maar kwam tot de onvermijdelijke conclusie dat hij niet anders kon dan de regenboog donkerder te maken dan dat hij is. Want verf is nu eenmaal altijd donkerder dan licht, “zelfs het witste wit”.

Een van de bekendste “meesters van het licht” is misschien wel de 17e-eeuwse Italiaanse kunstschilder Caravaggio. Door extreem versterkte donker-lichtcontrasten die typisch zijn voor de chiaroscuro of clair-obscur, bereikt hij een groot dramatisch effect. Volgens Kieft is de duisternis op de achtergrond van Caravaggio's voorstellingen daarbij minstens zo belangrijk als het licht op de voorgrond.

Erwin Maas ‘Het onmogelijke licht in de kunst’

Caravaggio. Gevangenneming van Christus. 1602

Judas heeft Christus geïdentificeerd met een kus, terwijl de tempelwachters hem grijpen. De vluchtende discipel links is Johannes de Evangelist. Alleen de maan verlicht het tafereel. Hoewel de man uiterst rechts een lantaarn vasthoudt, is het in werkelijkheid een ondoeltreffende bron van verlichting. In de gelaatstrekken van die man portretteerde Caravaggio zichzelf, 31 jaar oud, als een waarnemer van de gebeurtenissen, een middel dat hij vaak gebruikte in zijn schilderijen. (ibidem)

“What if I could ride
a beam of light
across the universe ?”

Albert Einstein

In het Museum für Licht-Kunst in het Duitse Unna is een museum gewijd aan licht-kunst. Van Eliasson is er een waterval-installatie van zijn hand te zien, met stroboscopisch licht, waardoor de vallende waterdruppels in flitsen stil in de ruimte lijken te hangen. Een hallucinante ervaring.
Op YouTube hierboven is deze video te zien van de installatie “Notion Motion” van Elafur Eliasson. (Thijs van de Ven)

GERRIT ACHTERBERG (1905-1962)

November

De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;

tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen.

De wereld heeft derde dimensie over.
Stakerig staan de bomen zonder lover.

Door iedereen van ver te onderkennen,
moeten wij aan het nieuwe platvlak wennen

en lopen groot voorbij de kale heg.
De fietsen rijden hoog over de weg.

Verwintering gaat zienderogen door.
De eerste kouwe handen komen voor.

Geslachte varkens hangen te besterven;
ontnuchteren de paarse boerenerven.

De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.

Een rij weesjongens met gelijke trekken.
In ’t lege land opengebleven hekken.

Weduwen, terend op een schraal pensioen.
Gemeentewoningen die weinig doen;

Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in ’t slot.

Eerlijke kerken houden voor ’t gewas
dankstonden achter dun, armoedig glas.

Alles wordt enkeling. Een eigen graf
wacht op het kerkhof zijn bewoner af.

Huizen verwijderen zich van elkaar.
Wij kijken in de gaten van het jaar.

Eigen foto Gmt

Niet alleen de bladeren, maar schrijft Rilke:

Herbst
Die Blätter fallen, fallen wie von weit,

als welkten in den Himmeln ferne Gärten;

sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde

aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.

Und sieh dir andre an: es ist in allen.

Und doch ist Einer welcher dieses Fallen

unendlich sanft in seinen Händen hält.

Herfst
De bladeren vallen – als uit oneindigheid,

als dorden er verre hemelse gaarden;

ze vallen met afwerende gebaren.

En ’s nachts, dan valt de zware aarde,

weg van de sterren, in de eenzaamheid.

Wij allen vallen. Het geldt ook deze hand.

En zie nu toch de anderen: het is in allen.

Toch is er Iemand die dit algemene vallen

oneindig teder met zijn hand omvat.