“Allegorie, de lijfelijkheid van een idee

Allegorie van de Dag. Jan van den Hoecke 1645-1655

Jan van den Hoecke is een Antwerpse schilder, tekenaar en ontwerper van wandtapijten. Mogelijk krijgt hij zijn eerste lessen van zijn vader Caspar van der Hoecke II (1595-1648). In het begin van zijn carrière is van den Hoecke een leerling van Peter Paul Rubens (1577-1640). Stilistisch is hij verwant met de grootmeester. Van den Hoecke zal de verworvenheden van de kunst van Rubens verbinden met het zeventiende-eeuwse Italiaanse classicisme.

(Barok in Vlaanderen)

Begin je onderaan links te tellen dan heb je, eens helemaal rond, twaalf putti geteld, de uren van de dag die zich rond de god Apollo bewegen op een stijgende, hangende en dalende manier. De tegenhanger, een allegorie van de nacht rondom Diana of Selene, (de maan) van dezelfde schilder.

Misschien een kopie van Pieter Thijs van een werk van Van den Hoecke (Beide schilders waren hofschilders in Wenen bij Leopold Wilhelm

De moderne combinatie van dag en nacht zou je bij M.C. Escher kunnen vinden.

Met Dag en Nacht laat Escher zijn unieke artistieke visie op het Nederlandse polderlandschap zien. Het is een van zijn eerste op vlakvulling gebaseerde houtsneden; een compositie waarbij figuren zich herhalen en transformeren tot nieuwe vormen. Akkers worden vogels, dag wordt nacht. (Fries Museum)
M.C. Escher ‘Dag en Nacht’ (klik op onderschrift om te vergroten)

Neem ik je mee naar Gent, MSK, naar een schilderij van Léon Frederic (1856-1940) ‘Allegorie van de nacht’. Olieverf op doek. 70cm x 54,5cm

De allegorie van de nacht is geïnspireerd op de Griekse mythologie waarin de Nacht voorgesteld wordt als een gesluierde vrouw. Zij is de moeder van een tweeling, de Slaap en de Dood, hier weergegeven door twee naakte kinderen. Mogelijk zinspeelde Léon Frédéric ook op een andere traditie in de West-Europese kunst. De slapende kinderen verbeelden dan de Ochtend en de Avond, nog niet gewekt uit de intense verbondenheid met hun moeder, de Nacht. Frédéric wist hier zijn belangstelling voor de weergave van droombeelden te verbinden met de kunst van de door hem zo bewonderde Italiaanse renaissance. Zowel de scherpte van de uitvoering als het raffinement waarmee hij de transparante stoffen schilderde, herinneren aan schilderijen van Botticelli, wiens werk hij leerde kennen op zijn studiereizen naar Italië. (Museum voor Schone Kunsten Gent)

Van deze schilder vind je drie afleveringen in ‘In de stilte’, te beginnen met:

“De mens is deze nacht, dit lege niets, dat alles in zijn ongescheiden eenvoud bevat: een rijkdom van een oneindig aantal voorstellingen, beelden, waarvan geen enkele hem klaar voor de geest komt, of die er niet zijn als iets werkelijk tegenwoordigs. Het is de nacht, de innerlijkheid van de natuur, die hier bestaat: het pure persoonlijke Ik. In fantasmagorische voorstellingen is het overal nacht: hier duikt plotseling een bloedend hoofd op, daar een witte gestalte; even plotseling verdwijnen ze. Het is deze nacht die men ontwaart wanneer men een mens in de ogen kijkt: dan dompelt men zijn blik onder in een nacht die ontzettend is; het is de nacht van de wereld die tegen ons aan hangt.”

G.W.F. Hegel

Allegorie van de nacht. Annibale Carracci.

En of wij dan echt in een ‘spektakelmaatschappij’ leven? We hebben het onderwerp al meer dan één keer geciteerd, Guy Debords ‘spektakelmaatschappij en hier doet Frank Vande Veire het in ‘De nacht straalt in een meisjesoog’ (Over Hegels’ einde van de kunst in de Witte Raaf van sept-okt 1995, editie 57.)

"De tweede zin van “La société du spectacle”, Guy Debords kritische analyse van de spektakelmaatschappij, is exemplarisch voor deze avant-gardistische kritiek op de voorstelling. Ze luidt: “Al wat direct werd geleefd, heeft zich in een voorstelling verwijderd”. Dit suggereert dat er ooit een tijd was waarin de mens het leven werkelijk leefde en dat hij zich nadien ervan heeft vervreemd in allerlei levenloze voorstellingen waarin hij nu afgescheiden van zichzelf leeft; tevens dat het de bedoeling is van elke revolutionaire praxis, politiek of esthetisch, dat de mens zich zijn ontstolen leven weer zou toeëigenen. Als consequent marxist en hegeliaan ziet Debord uiteindelijk slechts heil in de (zelf)opheffing van de kunst, die in deze optiek het domein is waar de voorstelling, zich bewust wordend van haar valsheid, zichzelf tenietdoet."

Lees zelf verder:

L’Aurore Schilderij door Jean Baptiste Champaigne (1631-1684) (ec.flam.) 1668

allegorie

Etym: Gr. allos = anders, oneigenlijk; allègoria = beeldspraak < allègoreein = in beelden spreken.

Vorm van beeldspraak die een hele zin of meerdere zinnen wordt volgehouden, in tegenstelling tot de metafoor, waarbij één woord door een beeld wordt vervangen. In de lyriek bijv. kunnen metaforen en vergelijkingen op elkaar voortbouwen en daardoor in elkaar vloeien tot één beeld. Vandaar ook de benaming uitgewerkte metafoor (Fr. métaphore filée, métaphore continuée; Du. durchgeführte Metapher; Eng. extended metaphor). Een dergelijke allegorische beeldspraak betreft gewoonlijk slechts een onderdeel van een tekst, maar kan ook door een heel gedicht heen aangehouden worden. Een voorbeeld is het uitgewerkte natuurbeeld in het gedicht ‘Ic was in mijn hoofkijn om cruit gegaen’ van Zuster Bertken (1426 of 1427 – 1514), waar het hofken staat voor de ziel; de distels, doornen en een opgeschoten boom voor de zonden, de tuinier voor Jezus, de lelie voor onschuld en zuiverheid, en de rode roos voor de goddelijke liefde.

Wanneer de allegorische beeldspraak in het hele werk wordt volgehouden, wordt ook het complete werk een allegorie genoemd. De term kan dus zowel een stijlmiddel als een genre aanduiden. Het interpreteren van een allegorie of van een allegorische tekst noemt men allegorese. (algemeen letterkundig lexicon 2012-…)

Allegorie op der zeven standen Onbekende Meester. 17de eeuw Klik om onderschrift om te vergroten.

Allegorie op de zeven standen

Van links naar rechts staan opeenvolgend de paus, de keizer, de edelman, de jurist, de boer, de handelaar, de dokter en de dood uitgebeeld. Onder elke figuur staat een inscriptie die hen in de mond wordt gelegd. Ze staan of zitten bij een open graf. Dergelijke allegorieën illustreren dat alle standen gelijk zijn voor de dood. Doorgaans worden slechts vier standen voorgesteld waardoor ze vaak aangeduid worden als De Vier Standen of De Vier Waarheden. Het thema knoopt aan bij de traditie van de Memento Mori en de laat-middeleeuwse Dodendans, waar men vertegenwoordigers van verschillende standen en leeftijden met de dood confronteerde. Naast de moraliserende strekking wordt hier ook op schertsende wijze de maatschappelijke verhoudingen en de handelswijze van bepaalde mensen in beeld gebracht waardoor het schilderij een sociaal-politieke betekenis krijgt. Baron P. Frédéricq legateerde op 23 maart 1921 dit schilderij aan het museum.
(STAM Museum Gent City Museum. )
Allegorie van de ijdelheid. 1654 Antonio de Perada y Salgado

“Je kunt ‘de Allegorie’ fraai en esthetisch noemen, maar in Frankrijk was er al tijdens het leven van de bekende schilder Eugène Delacroix (1798-1863) toch enig protest te horen. In haar artikel ‘Allegorie als kritiek -De allegorische werken van Eugène Delacroix schrijft Marijke Jonker:

De allegorie was in Delacroix’ tijd een omstreden genre. Het zeventien-de-eeuwse Franse classicisme had de allegorie in de genre hiërarchie nog boven de historieschilderkunst geplaatst.
Achttiende-eeuwse theoretici veroordeelden de allegorie omdat die teveel een beroep deed op het intellect, in plaats van op het oog en het gevoel van de beschouwer. Het begrip symbool werd geïntroduceerd als tegenhanger van allegorie. Goethe is de belangrijkste theoreticus van dit nieuwe symbool begrip. Voortbouwend op de door onder anderen Lessing en Winckelmann gewekte aandacht voor de esthetische waarde van de klassieke beeldhouwkunst, stelde Goethe dat bij een symbolische voorstelling schoonheidservaring en intellectueel begrip niet te scheiden zijn. Reynolds bleef, als een der weinigen, de allegorie verdedigen, maar meer vanwege haar decoratieve dan vanwege haar intellectuele waarde. “

Marijke Jonker studeerde kunstgescbiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zij promoveerde daar in 1994 op het proefschrift Diderot’s shade, the discussion on ‘ut pictura poesis’ and expression
in French art criticism, 1819-1840 (Ann Arbor,UMI, 1999). Zij is werkzaam bij het Tropenmuseum.)
La Liberté guidant le peuple, 1830, olieverf op doek, 260 x 325 cm, Louvre, Parijs Klik op onderschrift om t vergroten.

“Delacroix’ onderwerpskeuze is van het begin af aan gedurfd: een scène uit Dantes Divina Commedia, het lot van de slachtoffers van de massamoorden die de Turken tijdens de Griekse Vrijheidsoorlog aanrichtten op het eiland Chios, de dood van de Perzische tiran Sardanapalus, de executie van de doge Marino Faliero. In deze vroege werken zien we al zijn neiging om zich niet vast te leggen op één stijl, maar bij ieder onderwerp terug te grijpen op de trant van een kunstenaar of school die naar zijn mening het beste bij het onderwerp paste.

Vanaf het begin van Delacroix ’ carrière zien we ook belangstelling voor de allegorische voorstelling. Deze bood de schilder meer dan de historie-schilderkunst de gelegenheid om problemen en ideeën die hem sterk bezighielden met zijn publiek te delen zonder dat hij zijn toevlucht tot sentiment en overduidelijke didactiek hoefde te nemen. (ibidem)

De mannelijke metgezellen van de Vrijheid, haar geweer en haar muts met driekleurige kokarde benadrukken haar eigentijdse en volkse karakter. Weer verbindt Delacroix allegorie en contemporaine geschiedenis naadloos met elkaar. Zijn gebruik van de allegorie is sinds Het stervende Griekenland gewaagder geworden en zijn kritiek op de school van David duidelijker. Hij stelt het onbetamelijke naakt van een volksmeisje tegenover de verbloemde erotiek van de op Griekse godinnen-beelden gebaseerde, onbereikbare vrouwen die de school van David afbeeldt.

Het artikel is te raadplegen via:

Eugène Delacroix, Women of Algiers, c. 1832–34, oil on canvas, 46 x 37.8 cm (Musée du Louvre, Paris, photo: Steven Zucker, CC BY-NC-SA 2.0)

En hier is dan het onderwerp een heuse portret van drie vrouwen uit Algiers in hun dagelijks doen en laten, weg van de symboliek, dichtbij de werkelijkheid van alledag. Een alledag in Algiers uiteraard.

Zelfs met muziek tot in detail te bekijken:

En deskundig gerestaureerd is het te bewonderen (met vakkundige toelichting) via onderstaande link:

https://www.louvre.fr/expositions-et-evenements/evenements-activites/les-femmes-d-alger-d-eugene-delacroix

Een minnares en muze van Picasso, Françoise Gilot, vertelde later dat Picasso werkelijk geobsedeerd was door het werk van Delacroix en vooral dan door ‘Les femmes d’Alger’. Ook Picasso’s bekende ‘Les demoiselles d’Avignon’ werd erdoor geïnspireerd. Gilot: ‘Haast een keer per maand gingen we samen naar het Louvre waar hij het doek van Delacroix kon bestuderen. Ik vroeg hem toen wat hij van Delacroix dacht. Zijn ogen vernauwden tot fijne spleetjes. “De smeerlap. Hij was echt goed,” zei Picasso toen.’

Het doek werd (11 mei 2015) geveild voor 179,3 miljoen dollar (160,8 miljoen euro). In 1997 was het doek ook geveild. Toen bracht het ‘slechts’ 32 miljoen dollar op. De eerste eigenaars waren de Amerikaanse verzamelaars Victor en Sally Ganz, die het werk in 1956 kochten van Picasso’s galerijhouder Daniel Kahnweiler. Zij telden 212.500 dollar neer.

(Bart Dobbelaere De Standaard 12 mei 2015)

Eugène Delacroix, Self-portrait in a green vest (detail), 1837, oil on canvas, image CCØ

Het lag voor de menselijke hand dat een allegorie, met enig deskundig ingrijpen, het makkelijk tot ‘spotprent’ brengt.

Allegorie op Oliver Cromwell. Spotprent op Cromwell, 1652. Uytbeeldinge van de Hoogmoedige Republijk van Engelandt, Mitsgaders een Prognosticatie van den wijt vermaerden D. Nosterdamus, al over de 60. Jaren van hem voorseydt, noopende den Oorlog tusschen Engelandt en Hollandt (titel op object)
Spotprent op Cromwell en de Engelsen in de Eerste Engelse Oorlog, 1652. Oliver Cromwell wordt door een geldstukken schijtende griffioen of roofvogel gekroond met een kroon met pauwenveren. Hij houdt de Fransman in bedwang onder de arm, en haalt met de andere hand de ingewanden uit de buik van een vermoorde Hollander, tussen zijn benen smeken de Schot en de Ier om genade. Op de achtergrond kleine voorstellingen van aanleidingen tot de oorlog: het verkopen van geroofde goederen, de onthoofding van koning Karel I en twee voorspellingen: de vernietigng van de Engelse vloot door branders en de aanval op de Engelsman door de Hollandse Leeuw met behulp van de Schot, de Fransman en de Ier. Op het blad onder de plaat een vers in 4 kolommen en de legenda A-L. (wikimedia)
Apodichtische Waaren, allegorie op de filosofie van Kant (1774-1833). Jacob Smies (Nederlander 1785-1833)
Spotprent op de filosofie van Kant. In een drukke apotheek wordt rechts een menselijk geraamte onderzocht en uiteengenomen; in het midden worden in een grote kolf filosofie-boeken omgekookt tot `abrakadra'.

bezoek:

https://www.rijksmuseum.nl/en/collection/RP-T-1897-A-3489

En tenslotte een Allegorie op het zondige leven, onbekend kunstenaar. Zeg niet dat we je niet gewaarschuwd hadden. Gelukkig nieuw jaar, met veel schoonheid, goed gezelschap en deugddoende stilte.

Allegorie op het zondige leven 1530

Kopprent: 5. August 1772 - Polen-Litauen wird im Petersburger Vertrag erstmals geteilt

“We zullen de Europese beschaving naar de arme Irokezen brengen.” In zijn brieven aan Rusland en Oostenrijk bouwt Frederik II het propagandabeeld op van een hoognodige missie tegen Polen-Litouwen - door middel van een kleinerende vergelijking met de zogenaamde Indianen van Noord-Amerika. Voor de Pruisische koning zijn de Polen “een onbegrijpelijk volk” dat “diep in barbarij en domheid ligt”.

Tegelijkertijd pleitte hij in zijn diplomatieke correspondentie met Sint-Petersburg en Wenen voor een nieuwe strategie om oorlog te vermijden. De grootmachten zouden hun onderlinge conflicten niet langer op het slagveld moeten beslechten, maar over de ruggen van zwakkere landen.

Geschiedenis, zei u?

Vanuit de stilte zacht gezegd, een wens


Ons geschal, geschrijf, gewikkel en gewemel
in het zwerk van een zeldzaam stille nacht.
Niet de wijze woorden want daarin de memel
heeft ze tot gestamel steeds weer terug gebracht.
't Blijft meestal bij goed bedoelde jammerstoten
met de bolle kaken kort en rond het donker in
en wordt daarbij heel vlug een raam ontsloten
met een kreet gezongen tussen kaak en kin,
dan past de troost van gewaardeerde soortgenoten
en van een nieuwe poging al vlug de eerste zin.

Een vriend van Gabriël

In de sfeer van dag en nacht vliegtuigen boven je hoofd het einde van de oorlog tegemoet, natuurlijk zijn die angsten nooit uit het het nu al oude lijf geschud of weg gepraat. Met daarvoor nog een grootvader die na een voltreffer, tussen de resten van een Naams fort, een augustusdag 1914, zichzelf niet meer herkende. Of die gruwelijke knal na 111 jaar eindelijk zou mogen uitsterven?

En of de drie Wijzen, koningen in volkstaal, een Russische, Amerikaanse en Chinese familienaam zouden dragen en ze ter plekke voor Herodes'(nu onder andere naam op die locatie gekend) plannen hadden om dat bijzondere kind uit te schakelen?

De kleine vlammetjes die ons deze week verwarmden levendig houden, misschien zorgt dat ook voor ‘Ruhe’, wie weet. Zalig kerstfeest.

Bij het begin van oorlog in Oekraïne

Enkele dagen daarna

Het verhaal vertelt zichzelf deze dagen. Wij zien ze voor onze eigen ogen gebeuren of horen hun verhaal vertellen. Ik verzamelde foto’s van grote internationale nieuwsagentschappen en de foto’s die eerder in dit blog verschenen, foto’s van Nadia Sablin en Lida Suchy, fotografen geboren in Rusland en Oekraine en later uitgeweken naar de Verenigde Staten. Daar woont en werkt ook fotografe Sarah Blesener die Russisch leerde om foto’s te maken in jeugdkampen in Rusland en Oekraine en ook in eigen land, USA waar het patriotisme een leidraad was. Te herlezen en te bekijken in dit blog. Met die foto’s, aangevuld met landschappen uit Oekraine, heb ik een week gewerkt, ze geschikt en herschikt om ze als collage te gebruiken op de bezwerende muziek en tekst van David Lang (USA) naar de Song of Songs, het Hooglied, te vinden in het Oude Testament waarin op een erg zinnelijke wijze de liefde tussen een man een vrouw wordt beschreven.

"Just (After Song of Songs)" is a 2014 song written by composer David Lang. The song was performed by the Norwegian vocal group Trio Mediaeval, violist Garth Knox, cellist Agnes Vèsterman, percussionist Sylvain Lemêtre. In 2015, it was adapted for use in the soundtrack for the comedy-drama film Youth, directed by Paolo Sorrentino.

The song is based on language from the Song of Songs in the Old Testament. It has received widespread acclaim from various news sources and music review websites, including The New York Times, The Guardian, and New York Public Radio.

Lees ook:

De kleur van het verleden met het oog op het ons toekomende

Vliegtuig 1916

“Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.”

(Hans Schnitzler in ‘a Tale of Hidden Histories‘ van De Groene A’dammer 12 maart 2019)

Je kunt dan inderdaad met Marcuse de favoriete wijsgerige oneliner citeren: ‘Individuele gestoordheden weerspiegelen de gestoordheid van het geheel’, en verwijzen naar het gros van wat nu mentale aandoeningen wordt genoemd zoals burnouts en depressies,:

Voor menig tijdsdiagnosticus is dat aanleiding om Marcuse’s stelregel in praktijk te brengen, wat zoveel betekent dat men ter verklaring van persoonlijke pathologieën verwijst naar bovenpersoonlijke pathologieën, zoals daar zijn: het meritocratische maakbaarheidsideaal, de doorgeslagen individualisering, de tirannie van het altijd-gelukkig-moeten-zijn of de hyperactiverende logica van het online leven." (ibidem)


Wat bij dergelijke verklaringen meestal onderbelicht blijft, is het gegeven dat de mens een verhalen vertellend dier is. Hoe wezenlijk dit aspect voor ons mens-zijn is, is door de filosoof Hannah Arendt kernachtig onder woorden gebracht. Op de vraag ‘wie ben je?’ achtte zij maar één antwoord mogelijk: ‘Sta mij toe een verhaal te vertellen.’ (uit: De Groene A’dammer ‘Melancholische wezens’)

Hans C. Schnitzler (Den Haag, 2 juli 1968) is een Nederlandse filosoof, schrijver en columnist. In zijn werk staat de invloed van de digitalisering op de alledaagse leefwereld centraal. Andere thema’s waarmee hij zich bezighoudt zijn ethiek, onderwijs en burgerschap. (2024: De mens, de machine & de therapeut (essay voor De maand van de geschiedenis), Bot Uitgevers, ISBN 9789083384849)
British Troops ( England, September 20, 1939) klik op foto om te vergroten Colorized by: BenAfleckIsAnOkActor
A Boy with stuffed toy | London 1945 klik op beeld om te vergroten Colorized by: HansLucifer

Bezoek:

Neem ik je mee naar Berlijn, twintiger jaren, 1927. Kleurfilm 4K, 60 beelden per seconde. Dankjewel AI. Aangepaste klankband. Drie minuten lang terug in de tijd.

Nog een beetje verder terug. Zes minuten Parijs late 1890’s.


⚠ Please, be aware that colorization colors are not real and fake, colorization was made only for the ambiance and do not represent real historical data.

Arbeiders, soms van erg jonge leeftijd, in het Victoriaans Engeland 1901. Neen, het is geen fragment uit een ‘spektakelmusical’. Een fantastisch document. Mis het niet. En laat het aan je kinderen zien.

Upscaled with neural networks footage from the dawn of film taken by Mitchell and Kenyon in North England, 1901. In the video various films have taken in 1900-1901 displaying some of the grittier nature of work in those days. As you can see, source quality is really important to make a decent upscale video.

Enkele reacties op de laatste video:

-I can’t help but wonder how many of the boys in the video perished in the trenches of France and Belgium.

-Imagine for a moment that someone in these videos could have an email address. My great grandfather was born in 1901 and when he passed in 2002 he was on the internet.

-Just realise the fact that all young people in this footage with a curious look looks exactly like we all watching this video.

-The profundity of this footage, for me at least, is how recognisable all the faces are – the reactions, the expressions, the stares. “Victorian England” feels so alien as a concept, like a different world. But no, it’s the same world, with the same people feeling the same things as I do. People are the same as ever.

-Something stuck out to me. The children don’t carry the aura of children. They all look like smaller adults. You can imagine the crushing challenges of life at that time rested on children as much as adults, where as today, for the most part, kids are safeguarded (child protection services, the state, foster system). Like looking into the actual face of history itself, I feel out of place, as if I wasn’t supposed to see this. These are so fascinating.

-My brain is having a genuinely hard time convincing itself that these aren’t just actors in costumes on a movie set.


The Parkgate Ironworks was founded in 1823, and renamed Parkgate Iron and Steel Co. in 1888. By 1901 it employed over 6,000 people, making it one of the largest employers in the Rotherham area. Its workforce included many children as half-time workers, which accounts for their numbers here. The works closed in 1982 and the site is now occupied by Parkgate Shopping centre. This film is thought to have been shown at the annual Rotherham Statis, the local Wakes fair, where the Parkgate workers would have had the opportunity of seeing themselves on screen.


Kleur overbodig (eindigt vrij abrupt)

Ik denk dat ik mijn verhaal verteld heb. Met en zonder beelden. Zwart-wit en in kleur. Het verleden mag ons niet vreemd zijn, net zo min als de hoop op het mooie, ‘het ons toekomende’. Dat zullen we ook van elkaar mogen krijgen. Geven en nemen, maar laten we het dan als begrip over wederzijdsheid hebben. Er is in hoge mate immers ook ver-geven mogelijk, een mooie vorm van schenken. (en van ontvangen). De dagen vol vlammetjes kunnen ons ook in bange tijden intens verwarmen, ons de moed schenken met elkaar de geschiedenis van het volgende jaar te schrijven. En van het voorbije het mooie te koesteren.

Albert Einstein, zomer 1939. Nassau Point. Long Island NY Klik op onderschrift om te vergroten.

Het ’toekomende’ kun je dubbelzinnig opvatten: hetgeen ieder mens toekomt, een waardig leven, beschikking over jezelf maar ook het onbekende ‘wat op ons toe komt’, dat wat ons te wachten zou staan.





Het lijkt een beetje op het voortdurend moeten corrigeren van wat nog niet eens helemaal verzonnen is. Dat is historisch een vreemd standpunt. We hebben geprobeerd met alle mogelijke technische middelen het beschadigde verleden weer kleur te geven die het verdient, waardoor wij het beter begrijpen en leren hanteren, maar wat met het toekomstplan?


"Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.

Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet." (ibidem). Maar...
Lucas Crnach De Melancholie

Leerden we de kleuren van het verleden te restaureren, hun ware betekenis dichterbij te brengen dan zou het mooi zijn met deze werkwijze stappen naar het dragelijk maken van het toekomstige waar te maken. Onze verhalen van vroeger nu met later te laten doorstromen, om nieuwe beddingen uit te graven, kortom het voorbije nauwer met morgen te verbinden, al zal de melancholie wellicht daarmee niet opdrogen. Ik citeer Arja Van Den Bergh in ‘Een radicaal argument voor de hoop.’ (VPRO Tegenlicht)

Geheugenverlies leidt tot wanhoop, kort gezegd. Als je vergeet hoe een eerste aanzet tot verandering ooit begon, met wie, en hoe, en hoe dat uitgroeide en extrapoleerde tot iets dat ons leven ten goede heeft veranderd – dan is wanhopig raken niet moeilijk. 

Er zijn tijden dat het lijkt alsof niet alleen de toekomst, maar het heden donker is, schrijft historica Rebecca Solnit in haar boek ‘Hope in the Dark’. Weinig mensen herkennen de radicaal getransformeerde wereld waarin we leven, één die niet alleen is getransformeerd door nachtmerries als de opwarming van de aarde en mondiaal kapitaal, maar evengoed door onze dromen over vrijheid en rechtvaardigheid, en andere transformaties waar we niet eens van hadden kunnen dromen.

Kritisch of cynisch zijn: het mag. Angstig zijn ook, zegt psychiater Damiaan Denys. Wie kritisch of cynisch is, heeft het begrepen. Wie droomt en hoop houdt, is naïef. Maar: om te overleven in donkere tijden, moet dat wijdverspreide idee radicaal op de schop, betoogt historica Rebecca Solnit.

Het is, benadrukt de historica in het in 2016 toegevoegde voorwoord, wel belangrijk om te zeggen wat hoop níet is. Hoop, schrijft ze, is niet de overtuiging dat alles goed was, of goed zal zijn. We zien immers genoeg bewijs om ons heen van verwoesting, lijden en afbreuk. Hoop is interessant, zegt ze, als het eist dat we handelen. 
Wie de wereld omschrijft als ‘turbulent’ of ‘gedoemd’, weet uiteraard dat er genoeg is dat handeling vereist: de toename van economische ongelijkheid, aanval op burgelijke vrijheden – inclusief het recht op privacy – en komst van klimaatverandering, sneller, harder en verwoestender dan wetenschappers hadden verwacht.
Hoop is de omarming van het onbekende en ondenkbare, niet het negeren van al deze realiteiten, schrijft Solnit. ‘It means facing them and addressing them by remembering what else the 21st century has brought, including the movements, heroes and shifts in consciousness that address these things now.’


Geheugenverlies leidt tot wanhoop, kort gezegd. Als je vergeet hoe een eerste aanzet tot verandering ooit begon, met wie, en hoe, en hoe dat uitgroeide en extrapoleerde tot iets dat ons leven ten goede heeft veranderd – dan is wanhopig raken niet moeilijk. 
Wat als we geloven in Solnits 'definitie' van hoop: dat het gewoon een ander woord is voor mogelijkheid – niet beloofd of gegarandeerd. Hoop roept op tot actie, schrijft ze. En actie is onmogelijk zonder hoop. 
Actie kan voortkomen uit één persoon die een beweging start, wiens woorden pas jaren later navolging krijgen. Soms veranderen enkele gepassioneerde mensen de wereld, beginnen ze een massabeweging die miljoenen anderen aanspreekt op hetzelfde ideaal en dezelfde overtuiging.
Het enige dat deze transformaties gemeen hebben, zegt Solnit trefzeker, is dat ze beginnen in de verbeelding. Juist: in hoop. 

Wie kritisch of cynisch is, heeft het begrepen. Wie droomt en hoop houdt, is naïef. Maar: om te overleven in donkere tijden, moet dat wijdverspreide idee radicaal op de schop, betoogt historica Rebecca Solnit.

(Een radicaal argument voor de hoop VPRO. Arja Van Den Bergh)

Dimensies in de picturale vertelling: Cosimo Tura (1430-1495)

The Flight into Egypt
Cosmè Tura (Cosimo di Domenico di Bonaventura) Italian

1470s

De sympathieke zanger Will Tura heeft in de kunstgeschiedenis een hier te lande niet zo bekende Italiaanse naamgenoot: Cosmè Tura, (Cosimo di Domenico di Bonaventura) eertijds schilder aan het hof bij de hertogen van Ferrara. Dit rondel behoort bij een serie van drie die het vroege leven van Christus voorstellen.

An artist of incomparable fantasy and expressive power, Tura was court painter to the dukes of Ferrara. This scene depicts a weary Holy Family fleeing to Egypt after receiving a warning that King Herod was seeking to kill the infant Jesus. This roundel belongs to a series of three showing the early life of Christ. The series may come from the base (predella) of an altarpiece, possibly Tura’s impressive Roverella Altarpiece, the central panel of which is in the National Gallery, London. The nervous, calligraphic line and mystical-seeming landscape are typical of the artist.  (The Met)

Iconische afbeeldingen van het Christuskind met zijn moeder zijn heel gebruikelijk in de Italiaanse kunst, maar andere scènes uit Jezus’ kindertijd zijn aanzienlijk zeldzamer. Een klein paneel van Cosimo Tura verbeeldt de Vlucht naar Egypte, toen Jozef, Maria en het kindje Jezus in veiligheid vluchtten voor Herodes’ massamoord op jonge kinderen dankzij de waarschuwing van een engel. De vreemde houding van het slapende kind, met zijn hand in zijn zij en zijn benen strak gekruist, loopt vooruit op het einde van zijn aardse leven en de toestand van zijn lichaam na de kruisiging. (Sorabella Jean. “The Birth and infancy of Christ in Italian Painting.”)

Cosimo Tura. Pietà circa 1460

Hetzelfde kind, bijna in dezelfde houding. Dezelfde moeder. Het werk vertegenwoordigt een traditionele iconografie, die van het Vesperbild, enigszins herzien, waarbij de dimensie van pijn wordt gesublimeerd. Maria zit op de rand van het gewelf, in het midden van de compositie, en houdt het lichaam van haar dode zoon vast; de Calvarieberg bevindt zich op de achtergrond. De picturale kwaliteit is zeer hoog, op sommige punten is de onderliggende tekening zichtbaar die direct op de gipslaag is gemaakt, en er is een verstandig gebruik van lakken en olieglazuur te bewonderen. Het werk is rijk aan symbolen en betekenissen, waarvan de meest merkwaardige zich links van de kijker bevindt: in de hoek, bij een ruïneuze kleurval, zie je een aap op de top van een boom die herinnert aan de inferieure aard van de mens in vergelijking met het goddelijke. (hier verborgen) Stilistisch is het dus volledig in lijn met de Ferrarese schilderkunst van de late vijftiende eeuw, tussen Scandinavische invloeden en de interpretatie van de nieuwigheden die Andrea Mantegna in het nabijgelegen Padua initieerde.

Cosmé Tura Dode Jezus door engelen vastgehouden. klik op onderschrift om te vergroten

Je hoort het verdriet van de engelen, hun geschilderd verdriet is van een intensiteit die al de de zintuigen inschakelt. Kijk naar de weg gedraaide rechterhand, de totale machteloosheid. Helemaal rechts de vrouwen die onder het kruis stonden. Maar ik kan je ook mee naar de tuin nemen.

Madonna in de tuin. circa 1452. olie op paneel

Deze jonge vrouw, een madonna, haar handen niet gevouwen, maar de uiterste vingers vormen bijna een beschermend dakje boven het slapende kindje. (kijk naar zijn voetjes), rustend met het hoofdje op zijn linkerhandje. De intensiteit van de donkere mantel, het donkergroen kinderkleedje en het zichtbare deel van het felle rode kleed laten je de gesloten ogen van moeder en kindje begrijpen. Hemelse rust.

Cosimo Tura. Een Muze (Calliope?) Klik op onderschrift om te vergroten. 1460 ei-tempera op paneel
Kalliope (Grieks: Καλλιόπη) is een dochter van Zeus, en een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'met de mooie stem', en ze was de muze van het heroïsch epos (heldendicht), de filosofie en de retoriek. Haar attributen zijn de schrijftafel en schrijfstift, alsmede de perkamentrol en de bazuin. Soms kan dit ook veranderd worden in een krans van goud of laurier. Kalliope had twee zonen, Linos en Orpheus. Ze komt onder andere voor in de aanhef van Vergilius' Aeneis.  (Wikipedia)

Dit is duidelijk een dame die in de hemelse als in de aardse gewesten thuis hoort. Haar linkerhand bevallig maar stevig op de knie waar de binnenkant van haar mantel mooi contrasteert met de zachte tinten van haar kleed. Een schittering van goud en verfijnde edelstenen met gesneden decoratie decoreren haar marmeren troon. Ze kijkt dromerig weg van ons terwijl ze bevallig een tak kersen in haar hand houdt. Maar…Is er meer aan de hand? Waren in tijden van de beginnende Renaissance ‘de Muzen’ zo onschuldig inspiratief als ze werden voorgesteld? Kijk en luister naar deze boeiende video ‘Why were the Muses considered to be dangerous?

Misschien was ‘een veilige verbeelding’ meer bij heiligen dan bij muzen thuis? Je kon de afbeelding van een rechtschapen man, vrouw in iedere publieke ruimte thuis tonen terwijl muzen en godinnen wellicht eerder in de privésfeer van een studeerkamer hoorden?

Cosimo Turan Sint Christoffel 1884

Hij die de reiziger veilig over de diepe rivier brengt. Sint Christoffel. Hij bood zijn diensten aan om mensen over de rivier te dragen.

Op zekere dag moest hij een klein kind de rivier over tillen. Terwijl hij daarmee bezig was werd het kind echter zwaarder en zwaarder, totdat Reprobus bijna bezweek en tot zijn schouders in het water stond. Toen openbaarde het kind zich als Christus en doopte Reprobus in de rivier. Zijn doopnaam werd Christoffel, Christusdrager. Jezus liet Christoffels staf groen uitlopen en zond hem weg om het evangelie te prediken. Ook in deze legende wordt hij uiteindelijk gemarteld en onthoofd. Dit is in het Westen het bekendste verhaal.  (wikipedia)
Cosmè Tura. Sint Jan, de evangelist op Patmos Klik op onderschrift om te vergroten 1470

Dit mooie schilderij kun je in het Thyssen-Bornemisza Museum gaan bekijken. (Spanje)

Het schilderij toont Johannes de Evangelist op het eiland Patmos, waar hij de Apocalyps schreef. De heilige is te herkennen aan zijn adelaar, die met uitgestrekte vleugels op zijn arm rust, en aan het boek dat hij vasthoudt. Hij denkt na of rust uit in plaats van te lezen, leunend tegen een kale rots. De scène speelt zich af in een desolaat landschap van scherpe rotsen die oprijzen uit een verlaten vlakte. (Hij was door de Romeinse keizer naar het onherbergzame eiland verbannen!)

De stijl is kenmerkend voor de Ferrarese schilderkunst, die werd beïnvloed door Mantegna en Piero della Francesca. De invloed van Mantegna stimuleerde Tura’s soberheid, waardoor een strenge en hoekige stijl ontstond met harde metalen contouren en een briljant oppervlak, typische kenmerken van de Ferrarese school. (Web Gallery of Art)

Terpsichore (Grieks: Τερψιχόρη) is een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'Zij die graag danst', en ze is de muze van de dans en de lyrische poëzie, en de beschermvrouwe van het koor. Haar attribuut is de lier.

Verbonden door dunne sluiers waaruit Terpsichore enkele verfrissende druppels op het hoofd van de eerste kleine danser laat vallen. De tweede loert naar ons. De derde kijkt ons aan en houdt de wijsvinger van de Muze vast. Terpsichore is een geduldige jonge vrouw. Mooie combinatie van haar feestelijke kledij en de naakte dansertjes. Het is lente. Tijd voor muziek, en…liefde!

Hier was je in het Palazo Schifanoia (“schifare la noia: ontsnappen aan de verveling!) van de Este familie, heersers in Ferrara, waar hij met schilder Francesco del Cossa, zijn vroegere leerling, een maanden-cyclus op de muren achterliet, een pracht van allegorische afbeeldingen, waarin de twaalf maanden van het jaar het decor zijn. (gedeeltelijk hersteld in de 20ste eeuw.) Kijk naar een gedeelte van de allegorie van april waar de drie gratiën op bezoek zijn.

Ongelukkig met het feit dat hij per vierkante meter werd betaald voor zijn werk voor hertog Borso en klagend dat hij hetzelfde kreeg als de “slechtste schilder van Ferrara”, verliet Cossa Ferrara in 1470 voor Bologna.

Madonna dello Zodiaco

De Madonna van de dierenriem (Italiaans – Madonna dello Zodiaco) is een ca. 1459-1463 tempera op paneel schilderij van Cosmè Tura, genoemd naar de deels verdwenen gouden omtrek van een dierenriem achter de Madonna, een toespeling op de rol van Christus als “chronocrator” (heer van de kosmische tijd). Het bevindt zich nu in de Gallerie dell’Accademia in Venetië.

Behind Mary, who looks at her sleeping son with a sweet expression, we see one zodiac outlined in gold (partly lost), which alludes to Christ's role as "chronicler", that is, lord of cosmic Time. The signs of Aquarius and Pisces are particularly recognizable, while others have been lost. Mary wears a blue cloak, a red robe and a white veil on her head, embossed with metallic folds as typical of the artist's style. Everything is illustrated with a precise graphic sign and with "enameled" effect colors.

Gedurende de veertiende eeuw volgde in Europa de bedreigingen elkaar op: rampzalige oogsten, oorlogen en de pest zorgden voor lange zwarte perioden, de laatste stuiptrekkingen van de middeleeuwen. Ondanks deze tegenslagen liet Europa zich niet uit het veld slaan en wist mede dankzij de eerder opgezette handelsroutes de welvaart te herstellen. Vooral het geëmancipeerde Italië bloeide op wat ook van invloed was op de culturele interesse. Hierdoor ontstond er een nieuw wereldbeeld waarin de mens en niet langer God centraal stond. Kunstenaars vonden dat ze de geest van de klassieke oudheid vertegenwoordigden en deze een nieuw leven in moesten blazen. Met dit gedachtegoed ontstond er een herbeleving van alle kunsten en wetenschappen die in de Oudheid gebloeid hadden. Hier komt de naam wedergeboorte, renaissance, vandaan.

Cosmè Tura. De aanbidding van de Wijzen

Quel che subiace a' ben dell'intelletto
tanto mensi subiace alla fortuna.
Et lui non e subieto
al ben o'l mal dove virtu s'aduna
non cielo non stelle o luna
non a forza o poter sopra colui
che vince se per superare altrui

The one who has gained a good intellect
is the one who gains good fortune
And he is not subject
to good or ill where virtue is concerned.
Not heaven nor stars nor moon
has power over him
who, while winning, overcomes himself.

Happy times, misery and unhappiness
for the wise one is undisturbed...
Cosimo Tura Allegory of April (detail)

Lees ook:

Een paard door vleugels bevlogen, een kortverhaal

Pegasus, and his companion Bellerophon. 16th.century Italian bas relief. marble….

Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.

Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Minerva beteugelt Pegasus met de hulp van Mercurius. Jan Boeckhorst. 1650-1654

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.

Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Bellerophon as founder of Aphrodisias

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

Bellerophon Riding Pegasus – Giovanni Battista Tiepolo

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.

Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.



Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)

Lees meer:

https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story


Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.

What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’


Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.


A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.


Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.


Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.


Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.


Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.


The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.

The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)