
Of zij, net zoals Bellerophon, zou dromen van de teugels waarmee zij Pegasus, het gevleugelde godenpaard, zou kunnen berijden? Wakker worden, en jawel, de goede goden hadden het gouden wondertuig voor haar klaargelegd. Kom, makker. De luchten zijn onze thuis. Het zwerk een oneindige weide. Meester Jef zou grote ogen trekken als zij met dit vliegend wonder zou landen op de speelplaats.
Wat niet zichtbaar kon gemaakt worden, elke lijn was een tekort, elk vlak een belediging, het volume van zijn stevig maar teder hoofd een hoofdschuddend ontkennen van het wonder. Het wonder is voor altijd en eeuwig onzichtbaar. Voor het gros. De massa. Iemand met de zeldzame ogen moet je niet overtuigen. Het is een ziener van de ziel. Lijnen, vlakken en volumes overbodig. ‘Hij schrijft in de lucht, meester. Met zijn vleugelpluimen schrijft hij twaalf woorden tegelijkertijd.’

Uit het bloed van Medusa geboren nadat Perseus haar hoofd afhakte. Een dankbaar paard was het. Toen Perseus de dochter van koningin Andromeda moest redden van het zeemonster Cetus kon hij dat alleen met de hulp van haar prachtig vliegend paard. Zoals Bellerophon het dier nodig had om het monster Chimaera te doden en naast de hand van de koninklijke dochter ook nog de helft van het koninkrijk kreeg. En naar meer dan dat begon te verlangen.
Een vertelster. Waarschijnlijk grootvaders aard. Als hij uit zijn middagslaapje wakker werd kon hij een uur of twee zijn dromen vertellen Maar onthouden dat hij nog langs de notaris moest, ho maar.

Natuurlijk kon Bellerophon, de eerste ruiter van Pegasus, niet vergeten hoe die première was geweest, vliegen op de rug van Pegasus. Hij was nu eenmaal beroemd. Hij, de doder van het gevreesde monster! Zelfs de toekomstige president van een groot land wilde best een tochtje door het zwerk, belangrijk als hij dacht te zijn. Bellerophon echter wilde geen ritje, heen en weer tussen thuis en buitenverblijf. Hij wilde met het paard naar de plaats waar de goden huizen. Naar de Olympos. Hij had intussen op de begane grond een flinke firma van ruimtetuigen, en iedereen was al een eind op weg naar Maan en Mars. De Godenberg echter bleef zoals het woord het zegt, voorbehouden aan de goden, een soort die hij, na zijn avonturen met Pegasus, als de zijne ging beschouwen..

Droevig was dat, dacht zij. Zij hield van aardse luchten, de gordijnen van de seizoenen. Wie naar de goden wil, opent dozen van Pandora. Ook een prachtig paard als Pegasus mag je niet uitputten met de gruwel van wraak en wrevel om je berijder tot voorbij het menselijke te brengen. Deze goden waren door menselijke driften en dromen tot onbetrouwbare wezens uitgegroeid die je wellicht door listen en liefelijke gezangen aan hun kant probeerden te krijgen maar niet eens de schoonheid van het tijdelijke begrepen, de morgenmist over de velden, of het verdriet van het trage avondrood.

‘Breng mij nu maar naar de plaats waar ik thuishoor, Pegasus.’
Toen zij die zin fluisterend herhaalde, voelde zij nog steeds de weerzin van het dier.
Paarden denken vooruit, beseffen vlugger dan hun berijders het onmogelijke van een opdracht.
En hoe hij de teugels strak aantrok om het sneller richting Olympos te dwingen.
Was de aarde nog een lappendeken geweest, nu werd ze een wazige kromming, een met donkere wolken bedekt raadsel.
Of hij echt die kant uit wilde? Woordeloos maar in elke rilling van het prachtig dier uitgesproken.
‘Godenkinderen horen op de Olympos thuis, Pegasus. Hoger dus!’
Ook aan grenzeloze trouw die alleen bij onverbreekbare vriendschap kan openbloeien, komt een einde.
De Grieken vertellen dat de goden een stevige mug naar het uitgeputte dier stuurden en eens gestoken het zijn berijder van zich afschudde en daarna feestelijk door de goden werd ontvangen.
‘Neen,’ zei het meisje. ‘Paarden kunnen zelf zich van een wrede ruiter bevrijden.
Bellerophon kwam met een dreun tussen de doornstruiken terecht en zwierf de rest van zijn dagen rond als een kreupele dwaze verteller die paardenstallen mocht proper maken.
Langs de kant van de goden wordt er verteld dat het schitterende paard de bliksemschichten van Zeus zou rondgedragen hebben. Ook kon je het prachtige dier nu en dan op aarde zien waar het de neergekomen vuurpijlen verzamelde en weer naar de hemel droeg.
Maar tenslotte kreeg het zelf een plaats aan de hemel waar je het nu bij heldere nachten kunt bewonderen.

Het meisje dat van Pegasus en zijn soortgenoten droomde is intussen een jonge vrouw die met beeldende kunsten de wereld dichterbij de schoonheid wil brengen. En nu en dan tref je haar op een soortgenoot van het wonderpaard aan want ze hebben elkaar nog steeds heel wat te vertellen.
Het sterrenbeeld Pergasus is één van de grootste grootste sterrenbeelden en is zichtbaar aan de noordelijke sterrenhemel. In grootte is Pegasus het 7de sterrenbeeld. Pegasus is aan de nachtelijke hemel heel makkelijk terug te vinden doordat het in de buurt ligt van de bekende sterrenbeelden Perseus, Cassiopeia en Andromeda. Dit sterrenbeeld wordt gevormd door een groot vierkant dat makkelijk herkenbaar is. Net als Andromeda is Pegasus het best te observeren in de vroege herfst want tussen eind augustus en eind september staat dit brede sterrenbeeld rond middernacht nabij het zenit. (Spacepage)
Lees meer:
https://www.spacepage.be/artikelen/waarnemen/sterrenbeelden/pegasus

A horse inspired by wings, a short story
Whether, like Bellerophon, she would dream of the reins with which to ride Pegasus, the winged horse of the gods? Awake, and yes, the good gods had prepared the golden wonder-horse for her. Come, companion. The skies are our home. The sky an endless meadow. Master Jef would draw big eyes when she landed on the playground with this flying miracle.
What could not be made visible, every line was a deficit, every plane an insult, the volume of his firm but tender head a head-shaking denial of the miracle. The miracle is forever and ever invisible. To the bulk. The masses. Someone with the rare eyes does not need convincing. It is a seer of the soul. Lines, planes and volumes superfluous. ‘He writes in the air, master. With his wing feathers, he writes twelve words at once.’
Born from the blood of Medusa after Perseus cut off her head. A grateful horse it was. When Perseus needed to save Queen Andromeda’s daughter from the sea monster Cetus, he could only do so with the help of her magnificent flying horse. Just as Bellerophon needed the animal to kill the monster Chimaera and got half the kingdom in addition to the royal daughter’s hand. And began to long for more than that.
A storyteller. Probably grandfatherly nature. When he woke from his afternoon nap, he could spend an hour or two telling what he had dreamt about. But remembering that he still had to visit the notary, ho.
Of course, Bellerophon, the first horseman of Pegasus, could not forget what that premiere had been like, flying on the back of Pegasus. After all, he was now famous. He, the slayer of the dreaded monster! Even the future president of a great country wanted a ride through the swirl, important as he thought he was. Bellerophon, however, did not want a ride, back and forth between home and country house. He wanted to take the horse to where the gods live. To the Olympos. Meanwhile, he had a sizeable firm of spacecraft on the ground floor, and everyone was already well on their way to Moon and Mars. Mount of the Gods, however, as the word implies, remained reserved for the gods, a species he came to regard as his own after his adventures with Pegasus.
Sad was that, she thought. She liked earthy skies, the curtains of the seasons. Those who want to go to the gods open Pandora’s boxes. Nor should you exhaust a beautiful horse like Pegasus with the horror of revenge and resentment to take your rider beyond the human. These gods had grown into untrustworthy creatures by human urges and dreams who might try to get you on their side by wiles and sweet chants but did not even understand the beauty of the temporary, the morning mist over the fields, or the sorrow of the slow evening red.
Now take me to where I belong, Pegasus.
As she repeated that sentence, she still felt the animal’s reluctance.
Horses think ahead, realise more quickly than their riders the impossibility of a task.
And how he tightened the reins to force it faster towards Olympos.
Had the earth still been a patchwork quilt, now it became a hazy curve, a dark cloud-covered enigma.
Whether he really wanted to go that way? Wordlessly but voiced in every shiver of the magnificent animal.
‘Children of gods belong on the Olympos, Pegasus. Higher so!’
Even boundless loyalty that can blossom only in unbreakable friendship comes to an end.
The Greeks tell that the gods sent a sturdy mosquito to the exhausted animal and once stung it shook off its rider and was then received festively by the gods.
‘No,’ said the girl. ‘Horses themselves can free themselves from a cruel rider.
Bellerophon landed with a thud among the thorn bushes and wandered around for the rest of his days as a crippled foolish storyteller who was allowed to clean horse stables.
Along side the gods, it is told that the magnificent horse is said to have carried around Zeus’ lightning bolts. You could also occasionally see the magnificent animal on earth where it collected the fallen fire arrows and carried them back to heaven.
But finally, it got its own place in the sky where you can admire it now on clear nights.
The girl who dreamt of Pegasus and his kind is now a young woman who wants to use visual arts to bring the world closer to beauty. And every now and then you will find her on a companion of the wonder horse because they still have a lot to say to each other.
The constellation Pergasus is one of the largest largest constellations and is visible in the northern sky. In size, Pegasus is the 7th largest constellation. Pegasus is very easy to find in the night sky because it is close to the well-known constellations Perseus, Cassiopeia and Andromeda. This constellation is formed by a large square that is easily recognisable. Like Andromeda, Pegasus is best observed in early autumn because between late August and late September, this broad constellation is near the zenith around midnight. (Spacepage)
