
“Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.”
(Hans Schnitzler in ‘a Tale of Hidden Histories‘ van De Groene A’dammer 12 maart 2019)
Je kunt dan inderdaad met Marcuse de favoriete wijsgerige oneliner citeren: ‘Individuele gestoordheden weerspiegelen de gestoordheid van het geheel’, en verwijzen naar het gros van wat nu mentale aandoeningen wordt genoemd zoals burnouts en depressies,:
Voor menig tijdsdiagnosticus is dat aanleiding om Marcuse’s stelregel in praktijk te brengen, wat zoveel betekent dat men ter verklaring van persoonlijke pathologieën verwijst naar bovenpersoonlijke pathologieën, zoals daar zijn: het meritocratische maakbaarheidsideaal, de doorgeslagen individualisering, de tirannie van het altijd-gelukkig-moeten-zijn of de hyperactiverende logica van het online leven." (ibidem)
Wat bij dergelijke verklaringen meestal onderbelicht blijft, is het gegeven dat de mens een verhalen vertellend dier is. Hoe wezenlijk dit aspect voor ons mens-zijn is, is door de filosoof Hannah Arendt kernachtig onder woorden gebracht. Op de vraag ‘wie ben je?’ achtte zij maar één antwoord mogelijk: ‘Sta mij toe een verhaal te vertellen.’ (uit: De Groene A’dammer ‘Melancholische wezens’)
Hans C. Schnitzler (Den Haag, 2 juli 1968) is een Nederlandse filosoof, schrijver en columnist. In zijn werk staat de invloed van de digitalisering op de alledaagse leefwereld centraal. Andere thema’s waarmee hij zich bezighoudt zijn ethiek, onderwijs en burgerschap. (2024: De mens, de machine & de therapeut (essay voor De maand van de geschiedenis), Bot Uitgevers, ISBN 9789083384849)


Bezoek:
Neem ik je mee naar Berlijn, twintiger jaren, 1927. Kleurfilm 4K, 60 beelden per seconde. Dankjewel AI. Aangepaste klankband. Drie minuten lang terug in de tijd.
Nog een beetje verder terug. Zes minuten Parijs late 1890’s.
⚠ Please, be aware that colorization colors are not real and fake, colorization was made only for the ambiance and do not represent real historical data.
Arbeiders, soms van erg jonge leeftijd, in het Victoriaans Engeland 1901. Neen, het is geen fragment uit een ‘spektakelmusical’. Een fantastisch document. Mis het niet. En laat het aan je kinderen zien.
Upscaled with neural networks footage from the dawn of film taken by Mitchell and Kenyon in North England, 1901. In the video various films have taken in 1900-1901 displaying some of the grittier nature of work in those days. As you can see, source quality is really important to make a decent upscale video.
Enkele reacties op de laatste video:
-I can’t help but wonder how many of the boys in the video perished in the trenches of France and Belgium.
-Imagine for a moment that someone in these videos could have an email address. My great grandfather was born in 1901 and when he passed in 2002 he was on the internet.
-Just realise the fact that all young people in this footage with a curious look looks exactly like we all watching this video.
-The profundity of this footage, for me at least, is how recognisable all the faces are – the reactions, the expressions, the stares. “Victorian England” feels so alien as a concept, like a different world. But no, it’s the same world, with the same people feeling the same things as I do. People are the same as ever.
-Something stuck out to me. The children don’t carry the aura of children. They all look like smaller adults. You can imagine the crushing challenges of life at that time rested on children as much as adults, where as today, for the most part, kids are safeguarded (child protection services, the state, foster system). Like looking into the actual face of history itself, I feel out of place, as if I wasn’t supposed to see this. These are so fascinating.
-My brain is having a genuinely hard time convincing itself that these aren’t just actors in costumes on a movie set.
The Parkgate Ironworks was founded in 1823, and renamed Parkgate Iron and Steel Co. in 1888. By 1901 it employed over 6,000 people, making it one of the largest employers in the Rotherham area. Its workforce included many children as half-time workers, which accounts for their numbers here. The works closed in 1982 and the site is now occupied by Parkgate Shopping centre. This film is thought to have been shown at the annual Rotherham Statis, the local Wakes fair, where the Parkgate workers would have had the opportunity of seeing themselves on screen.

Kleur overbodig (eindigt vrij abrupt)
Ik denk dat ik mijn verhaal verteld heb. Met en zonder beelden. Zwart-wit en in kleur. Het verleden mag ons niet vreemd zijn, net zo min als de hoop op het mooie, ‘het ons toekomende’. Dat zullen we ook van elkaar mogen krijgen. Geven en nemen, maar laten we het dan als begrip over wederzijdsheid hebben. Er is in hoge mate immers ook ver-geven mogelijk, een mooie vorm van schenken. (en van ontvangen). De dagen vol vlammetjes kunnen ons ook in bange tijden intens verwarmen, ons de moed schenken met elkaar de geschiedenis van het volgende jaar te schrijven. En van het voorbije het mooie te koesteren.

Het ’toekomende’ kun je dubbelzinnig opvatten: hetgeen ieder mens toekomt, een waardig leven, beschikking over jezelf maar ook het onbekende ‘wat op ons toe komt’, dat wat ons te wachten zou staan.

Het lijkt een beetje op het voortdurend moeten corrigeren van wat nog niet eens helemaal verzonnen is. Dat is historisch een vreemd standpunt. We hebben geprobeerd met alle mogelijke technische middelen het beschadigde verleden weer kleur te geven die het verdient, waardoor wij het beter begrijpen en leren hanteren, maar wat met het toekomstplan?
"Zodra we de kindertijd achter ons laten, een tijd waarin we nog op onmiddellijke wijze konden samensmelten met de wereld en nog geen weet hadden van onze sterfelijkheid, worden we melancholische wezens. Het verlies van deze oorspronkelijke eenheid is, tezamen met het besef van vergankelijkheid, een traumatische gebeurtenis. Oftewel: de mens hoeft geen persoonlijk verlies te ervaren of oorlog te ondergaan om pijn te lijden. We zijn van huis uit getraumatiseerde dieren; verhalen verzachten onze existentiële pijn.
Het is aan de kunst om ons hieraan blijvend te herinneren en ons thuis te laten komen in het trauma dat leven heet." (ibidem). Maar...

Leerden we de kleuren van het verleden te restaureren, hun ware betekenis dichterbij te brengen dan zou het mooi zijn met deze werkwijze stappen naar het dragelijk maken van het toekomstige waar te maken. Onze verhalen van vroeger nu met later te laten doorstromen, om nieuwe beddingen uit te graven, kortom het voorbije nauwer met morgen te verbinden, al zal de melancholie wellicht daarmee niet opdrogen. Ik citeer Arja Van Den Bergh in ‘Een radicaal argument voor de hoop.’ (VPRO Tegenlicht)
Geheugenverlies leidt tot wanhoop, kort gezegd. Als je vergeet hoe een eerste aanzet tot verandering ooit begon, met wie, en hoe, en hoe dat uitgroeide en extrapoleerde tot iets dat ons leven ten goede heeft veranderd – dan is wanhopig raken niet moeilijk.
Er zijn tijden dat het lijkt alsof niet alleen de toekomst, maar het heden donker is, schrijft historica Rebecca Solnit in haar boek ‘Hope in the Dark’. Weinig mensen herkennen de radicaal getransformeerde wereld waarin we leven, één die niet alleen is getransformeerd door nachtmerries als de opwarming van de aarde en mondiaal kapitaal, maar evengoed door onze dromen over vrijheid en rechtvaardigheid, en andere transformaties waar we niet eens van hadden kunnen dromen.
Kritisch of cynisch zijn: het mag. Angstig zijn ook, zegt psychiater Damiaan Denys. Wie kritisch of cynisch is, heeft het begrepen. Wie droomt en hoop houdt, is naïef. Maar: om te overleven in donkere tijden, moet dat wijdverspreide idee radicaal op de schop, betoogt historica Rebecca Solnit.
Het is, benadrukt de historica in het in 2016 toegevoegde voorwoord, wel belangrijk om te zeggen wat hoop níet is. Hoop, schrijft ze, is niet de overtuiging dat alles goed was, of goed zal zijn. We zien immers genoeg bewijs om ons heen van verwoesting, lijden en afbreuk. Hoop is interessant, zegt ze, als het eist dat we handelen.
Wie de wereld omschrijft als ‘turbulent’ of ‘gedoemd’, weet uiteraard dat er genoeg is dat handeling vereist: de toename van economische ongelijkheid, aanval op burgelijke vrijheden – inclusief het recht op privacy – en komst van klimaatverandering, sneller, harder en verwoestender dan wetenschappers hadden verwacht.
Hoop is de omarming van het onbekende en ondenkbare, niet het negeren van al deze realiteiten, schrijft Solnit. ‘It means facing them and addressing them by remembering what else the 21st century has brought, including the movements, heroes and shifts in consciousness that address these things now.’
Geheugenverlies leidt tot wanhoop, kort gezegd. Als je vergeet hoe een eerste aanzet tot verandering ooit begon, met wie, en hoe, en hoe dat uitgroeide en extrapoleerde tot iets dat ons leven ten goede heeft veranderd – dan is wanhopig raken niet moeilijk.
Wat als we geloven in Solnits 'definitie' van hoop: dat het gewoon een ander woord is voor mogelijkheid – niet beloofd of gegarandeerd. Hoop roept op tot actie, schrijft ze. En actie is onmogelijk zonder hoop.
Actie kan voortkomen uit één persoon die een beweging start, wiens woorden pas jaren later navolging krijgen. Soms veranderen enkele gepassioneerde mensen de wereld, beginnen ze een massabeweging die miljoenen anderen aanspreekt op hetzelfde ideaal en dezelfde overtuiging.
Het enige dat deze transformaties gemeen hebben, zegt Solnit trefzeker, is dat ze beginnen in de verbeelding. Juist: in hoop.
Wie kritisch of cynisch is, heeft het begrepen. Wie droomt en hoop houdt, is naïef. Maar: om te overleven in donkere tijden, moet dat wijdverspreide idee radicaal op de schop, betoogt historica Rebecca Solnit.
(Een radicaal argument voor de hoop VPRO. Arja Van Den Bergh)