
Ik hoor je zuchten: ‘Jaja, in het wilde weg!’ En dat ‘wilde-weg’ mag je best noteren, of zou je tevreden zijn met ‘uitwaaieren’? Weg uit het besloten kamertje in je hoofd waar je nu al jaren lang… Of pleit ik gewoonweg voor ‘de associatie’ als denkoefening, als methodiek om met dat ‘associëren’ een poging te ondernemen om uit het muffe van mijn beperkt ego te ontsnappen? In het Anoniem Algemeen letterkundig lexicon wordt ‘associatie’ helder beschreven als:
associatie
Term uit de literaire kritiek, bekend geworden door S.T. Coleridge (1772-1834), waarmee wordt aangegeven dat ideeën of voorstellingen elkaar intuïtief kunnen oproepen in het bewustzijn. Vaak gaat het daarbij om woorden of woordgroepen die dat verband bereiken door formele of semantische (deel)overeenkomsten. Zo kan een deelvoorstelling een geheel oproepen, zoals in de stijlfiguur van het pars pro toto. Een zintuigelijke waarneming kan verbonden worden met iets uit het verleden. Daarbij kan men denken aan de madeleine van Proust, het bekende cakeje waaraan Marcel Proust in zijn roman À la recherche du temps perdu (1913-1927) een hele reeks associaties hecht.
In al deze gevallen krijgt een woord of tekstgedeelte een connotatieve (connotatie) meerwaarde, hetzij door de auteur expliciet bewerkstelligd, hetzij door de lezer (bijv. door invulling van een open plek) als zodanig gerecipieerd. Dergelijke associaties ontstaan doorgaans door de suggestieve werking van de tekst.

En hoe doet dichter Kenyatta Rogers dat?
But Kenyatta Rogers is a poet with a wonderful sense of flow. My favorites among his poems tend to be associative, with connective tissue that's more intuitive than logical. To write a poem of this sort requires a highly attuned awareness of balance, and an acceptance of the fact that sometimes the poem wants to become something greater than even the creator might anticipate.
Rogers has these qualities in full. The work I've chosen to include is one of my favorite list poems - versatile, funny, challenging and saddening by turns. With Rogers, you never quite know what you're going to get – but the surprise is always welcome.

Maar Kenyatta Rogers is een dichter met een heerlijk gevoel voor flow. Mijn favorieten onder zijn gedichten zijn over het algemeen associatief, met bindweefsel dat meer intuïtief dan logisch is. Om zo’n gedicht te kunnen schrijven, moet je heel evenwichtig zijn en accepteren dat het gedicht soms iets groters wil worden dan zelfs de maker kan verwachten.
Rogers heeft deze kwaliteiten ten volle. Het werk dat ik heb gekozen om op te nemen is een van mijn favoriete lijstgedichten – veelzijdig, grappig, uitdagend en bij vlagen droevig. Met Rogers weet je nooit precies wat je gaat krijgen – maar de verrassing is altijd welkom.
(Muzzle Fall 24)

Ars Poetica
Poems are bullshit unless they are broken
like a horse, like a dog kicked in the ribs,
Like your favorite toy that’s missing an arm.
Love can make you feel used.
I want the poem that limps back to me.
Poems should hurt like love,
like ice water on your teeth
like a massage to smooth out a cramped muscle.
Give me the poem that’s like leather.
Give me the poem that smells like gasoline.
I want a poem that is a warning,
a poem that makes me check to see
if I left the shotgun by the door,
a poem that’s a runny nose, a sneeze, a poem
that’s the moment the sky turns green.
Kenyatta Rogers (USA)
Copyright © 2024 by Kenyatta Rogers. Originally published in Poem-a-Day on November 20, 2024, by the Academy of American Poets.

Ars Poetica
Gedichten zijn onzin tenzij ze gebroken zijn
als een paard, als een hond die in de ribben is geschopt,
Als je favoriete speeltje dat een arm mist.
Liefde kan je gebruikt laten voelen.
Ik wil het gedicht dat terug hinkt naar mij.
Gedichten moeten pijn doen zoals liefde,
als ijswater op je tanden
als een massage om een verkrampte spier glad te strijken.
Geef me het gedicht dat als leer is.
Geef me het gedicht dat ruikt naar benzine.
Ik wil een gedicht dat een waarschuwing is,
een gedicht dat me laat kijken
of ik het geweer bij de deur heb laten liggen,
een gedicht dat een loopneus is, een niesbui, een gedicht
dat het moment is dat de lucht groen wordt.
Kenyatta Rogers 2024

About this Poem
“Poet Stefania Gomez came to do a teaching demo at my school and gave the students a prompt to write an ars poetica after reading an excerpt of ‘Black Art’ by Amiri Baraka. I wrote along with them as we were asked, ‘What can a poem do? What can a poem be in the world?’ And I have been writing a lot this past summer, and in some ways, rediscovering poetry, and those questions really resonated with me. I guess for me, poetry is a love that never leaves and is always there when I’ve needed it. It’s a wild, crazy, unhinged fever dream of a love language, it can be.”
—Kenyatta Rogers
Kenyatta Rogers teaches at The Chicago High School for the Arts and is the co-host of the Sunday Reading Series with Simone Muench. He lives in Chicago.

Carpet Bomb
By Kenyatta Rogers
I can’t get rid of useful things
and nobody wants to pick them up,
I keep forgetting where I lay my umbrella.
I don’t leave footprints in the snow anymore,
we haven’t had a war on domestic soil in so long
I wonder if I still got it. Because once I had it.
I heard about a boy who once tied a string to his brother,
he tied his brother to the ocean and the ocean to the blackbird—
from the ground all the birds look like blackbirds
from the ground a Stealth Bomber looks like a spaceship.
The aliens are coming,
they walk through birthday parties
and basically go unnoticed.
And this is kind of how I go through life,
once I heated up a spoon in the microwave
the fish have so much mercury in them they spark.
I was handed a bayonet from the Civil War
and a copper penny corroded with rust.
When they take the Statue of Liberty apart to clean her
her neck explodes with a million little spiders.
Meanwhile in a forest somewhere
someone cut open my grandmother’s belly
and filled it with bricks
something is coming soon
I keep a bucket of lambs blood
by the front door.

Tapijtbom
Door Kenyatta Rogers
Ik kan geen bruikbare dingen wegdoen
en niemand wil ze oprapen,
Ik vergeet steeds waar ik mijn paraplu neerleg.
Ik laat geen voetafdrukken meer achter in de sneeuw,
we hebben al zo lang geen oorlog op eigen bodem gehad
Ik vraag me af of ik het nog heb. Want ooit had ik het.
Ik hoorde over een jongen die ooit een touw aan zijn broer bond,
hij bond zijn broer aan de oceaan en de oceaan aan de merel-
vanaf de grond lijken alle vogels op merels
vanaf de grond lijkt een Stealth bommenwerper op een ruimteschip.
De aliens komen eraan,
ze lopen door verjaardagsfeestjes
en blijven eigenlijk onopgemerkt.
En dit is een beetje hoe ik door het leven ga,
Eens heb ik een lepel opgewarmd in de magnetron
De vissen bevatten zoveel kwik dat ze vonken.
Ik kreeg een bajonet uit de Burgeroorlog
en een koperen stuiver aangetast door roest.
Als ze het Vrijheidsbeeld uit elkaar halen om haar schoon te maken
explodeert haar nek met een miljoen kleine spinnen.
Ondertussen ergens in een bos
sneed iemand mijn oma’s buik open
en vulde haar met bakstenen
er komt iets aan
Ik bewaar een emmer met lamsbloed
bij de voordeur.
Copyright Credit: Kenyatta Rogers, "Carpet Bomb." Copyright © 2018 Kenyatta Rogers.

Het Joodse volk moest tijdens de laatste plaag (de dood van elke eerstgeborene) klaar staan om weg te trekken. Als ze bloed (van een lam) op de deurpost hadden gesmeerd, zou de dood hun eerstgeborenen niet treffen. Midden in de nacht (het is volle maan) werden ze Egypte uitgejaagd.
The Jewish people had to be ready to move out during the last plague (the death of every firstborn). If they had smeared blood (of a lamb) on the doorpost, death would not strike their firstborn. In the middle of the night (it was a full moon), they were driven out of Egypt.

King Friday and the Land of Make Believe
By Kenyatta Rogers
This may not be the time to offer this,
but I’m not as good as you hope I’ll be.
When we’re in a tunnel and I’m driving
I’m sure it would seem imaginary,
when I ask to lie on your floor
I really want to say—
“Can I stay and watch you
chop up green onions?”
You’re better than me,
I don’t know if you ever heard me say that.
On your phone you keep
a picture of the human brain.
When your father was deep-frying a turkey
your mother told me to keep playing music.
Maybe now I finally know what love is—
taking pictures while your dog wears glasses,
trying to describe what stuffing should taste like.
In my friend’s basement
you gave everyone Polaroids of themselves,
then we laughed at a poster of the human body.
And this is the part where I sit on your couch
and watch you teach your friend merengue.
This is where I try
to prevent myself from smiling
and I hope Trolley doesn’t show up
to tell me it’s time to go home.
Source: Poetry (April 2021)

Koning Vrijdag en het land van de schone schijn
Door Kenyatta Rogers
Dit is misschien niet het moment om dit aan te bieden,
maar ik ben niet zo goed als je hoopt dat ik zal zijn.
Als we in een tunnel zitten en ik rij
Ik weet zeker dat het denkbeeldig lijkt,
als ik vraag om op je vloer te liggen
wil ik echt zeggen...
“Mag ik blijven en kijken hoe jij
groene uien hakt?”
Je bent beter dan ik,
Ik weet niet of je me dat ooit hebt horen zeggen.
Op je telefoon heb je
een foto van het menselijk brein.
Toen je vader een kalkoen aan het frituren was
zei je moeder dat ik muziek moest blijven spelen.
Misschien weet ik nu eindelijk wat liefde is-
foto's maken terwijl je hond een bril draagt,
proberen te beschrijven hoe vulling moet smaken.
In de kelder van mijn vriend
gaf je iedereen polaroids van zichzelf,
daarna lachten we om een poster van het menselijk lichaam.
En dit is het deel waar ik op je bank zit
en kijk hoe jij je vriend merengue leert.
Dit is waar ik probeer
te voorkomen dat ik lach
en ik hoop dat Trolley niet komt opdagen
om me te vertellen dat het tijd is om naar huis te gaan.

