Op zoek naar onze plaats in de wereld: Tinneke Beeckman “Ken jezelf’

Kuo Jean Tzeng

‘Er is nogal wat om verontwaardigd over te zijn. Ervaren we.’ Tinneke Beeckman (Antwerpen 1976), filosofe, docente en columniste studeerde moraalwetenschappen en filosofie aan de VUB en de ULB. In een gesprek over haar laatste boek ‘Ken jezelf’ in een voorpublicatie sprak ze in Knack met Jeroen De Preter. Hij vroeg haar of we onszelf toch liever niet kennen gezien we er alles aan doen de stem in ons hoofd niet te horen.

‘Ja, we zijn erg op onszelf gericht, en op de vraag of we ons wel goed voelen. Moeilijke momenten proberen we te bannen, terwijl die niet altijd een last of nederlaag hoeven te zijn. Ze kunnen ook een gelegenheid zijn, een signaal dat je stil moet staan. Verder zijn we ook erg gericht op hoe anderen ons zien. Of ze wel zien wie wij willen dat ze zien. Daar kruipt veel energie in, die niets met zelfkennis te maken heeft.

Neen, ‘Ken Jezelf’ is geen zelfhulpboek. Voor mij is het een reflectie op jezelf, op hoe je denkt en voelt, op je blinde vlekken, maar ook op je plaats in de wereld. En of je wel voldoende je verantwoordelijkheid neemt. Dat betekent ook dat je plaats maakt voor het minder fraaie in jezelf – snobisme, luiheid, ijdelheid, kwetsbaarheid. En dat je dat mindere niet alleen bij de ander waarneemt, als iets dat je kan afwijzen. Alsof jij er niets mee te maken hebt.’

Patricia Broothaers

"Door te handelen ontdek je wie je bent. Laat dus die obsessie met je beeld los, met wat anderen van je denken of wat je wilt dat ze denken, en richt je op het handelen en waarachtig zijn. Iets doen waarin je gelooft, ondanks mogelijke kritiek, is een manier om zelfrespect te krijgen. Dat je soms alleen staat als je je niet wilt conformeren, moet je er maar bij nemen. In zekere zin is dat een teken van vrijheid. In je innerlijke gesprek met jezelf heb je immers je eigen ijkpunten vastgelegd."

Waarom klinken de kreten van verontwaardiging vandaag zo oorverdovend luid? Ongetwijfeld zitten de sociale media en hun op grote emoties afgestemde ­algoritmes daar voor iets tussen. ‘Sociale media zorgen ervoor dat het lijkt alsof er een soort epidemie van ­verontwaardiging woedt’, stelt sociaal psycholoog Alain Van Hiel (Universiteit Gent). Of die ‘epidemie’ ook wijst op een toegenomen rechtvaardigheidsgevoel of empathie, dat is weer een andere vraag.

Van Hiel ziet eerder de tegenovergestelde tendens. ‘Er is ook sprake van een algemene onverschilligheid en gevoelsmatige afstomping. In kranten lees je geregeld over mensen die op straat sterven zonder dat iemand zich om hen bekommert. Een dakloze die ons aanspreekt, bezorgt ons in de eerste plaats een ­gevoel van paniek. Met wat geluk wijzen we hem nog net de weg naar de avondopvang. Verder reikt onze hulpvaardigheid niet. De dapperen die zelf een vluchteling opvangen zijn relatief zeldzaam, of toch minder talrijk dan degenen die vurig vinden dat de maatschappij het maar moet oplossen.’

‘Mensen dragen steeds minder het leed van de wereld op hun schouders’, stelt Van Hiel. ‘De ellende wordt dagelijks met emmers ­tegelijk via televisie- en computerschermen over ons heen gekapt maar doet ons nauwelijks nog iets. Ellende heeft een impact als we er een eerste keer getuige van zijn, niet als er elke dag opnieuw een lading over ons heen wordt gekieperd. We zijn emotioneel te uitgeput en niet meer in staat tot medeleven. In plaats daarvan maakt een mengeling van verveling en ­negatieve emoties zich van ons meester. Die spijtige evolutie heeft auteurs ertoe verleid om te schrijven dat ons collectieve gebrek aan medeleven het belangrijkste probleem van onze tijd vormt.’ 

Kort samengevat: de golven van verontwaardiging die ons via sociale media overspoelen, lijken niet te ontstaan uit een toegenomen rechtvaardigheidsgevoel. Enige scepsis is dus wel gepast.'

(Focus weekend Knack)

kunstwerk van Sophie Favre

Voor een goed begrip: Beeckman houdt geen ­pleidooi tégen verontwaardiging, integendeel. In haar boek beschrijft ze hoe Plato zich tot de filosofie wendde uit verontwaardiging over de terdoodveroordeling van Socrates, ‘de rechtvaardigste onder zijn tijdgenoten’. Die ‘oprechte, verbindende, menselijke verontwaardiging’ is nog altijd fundamenteel, stelt Beeckman.

‘Als je dat verliest, ben je ook een deel van je ­menselijkheid kwijt’, zegt Beeckman. ‘Dan word je een cynicus. Dan kijk je nergens meer van op. Niets verrast, niets is nog nieuw of anders. Terwijl verontwaardiging een soort verwondering is. Je zegt: “Dit hoort niet.” Je ervaart een breuk met de wereld zoals jij vindt dat die moet zijn. Je ziet een mateloosheid die je wilt herstellen. “Ken jezelf” bij de Grieken betekende trouwens: ken je beperkingen, je plaats in de wereld, respecteer de maat der dingen. Daarbij hoort een intuïtieve reactie op mateloosheid, op onrecht, geweld of haat. Voor mij verliest die reactie nooit haar kracht.’

(ibidem Knack-Focus)

Droeve passie

Beeckman laat in Ken jezelf zien hoe de grote filosofen, al lang voor er sprake was van sociale media, de verontwaardiging met enige scepsis tegemoet traden. Ze verwijst onder meer naar Baruch Spinoza (1632-1677), een van haar favoriete denkers, die verontwaardiging ‘een droeve passie’ noemde. Verontwaardiging kan volgens Spinoza zelfs een vorm van haat zijn. ‘De ­context waarin hij dat schrijft, verduidelijkt veel’, vertelt Beeckman.

‘Strenge calvinisten proberen in het Amsterdam van de 17e eeuw hun geloof tot staatsgeloof te maken. Ze willen de vrijheid van denken afschaffen. Ze gaan verontwaardigd tekeer tegen de goddeloosheid van vrijdenkers of wetenschappers, ze bestrijden ­zogezegd de duivel. Daarmee legitimeren ze hun aanspraak op macht: ze doen alsof zijzelf zuiver zijn en zij ieders zuiverheid beschermen. Onder hun vermeende morele superioriteit gaan dus haat en een verlangen naar macht schuil, en geen verlangen naar maat en menselijkheid. In zulke gevallen wordt verontwaardiging het omgekeerde van wat het pretendeert te zijn. Als verontwaardiging een politiek instrument wordt tégen bepaalde mensen, dan maakt ze nieuwe ­slachtoffers. Verontwaardiging werkt ook aanstekelijk: iemand is het, en je vraagt je meteen af of jij het ook niet moet zijn. In die zin kan verontwaardiging ook ophitsend en gevaarlijk zijn.’

Beeckman: Vernedering is een vaak over het hoofd gezien gevoel. Ik heb aan collega’s gevraagd welke filosoof iets zegt over vernedering, en niemand had een naam klaar. Dat siert dan weer de literatuur: een schrijver als Tom Wolfe is fantastisch in het beschrijven van sociale situaties waarin mensen zich vernederd of gekrenkt voelen. Kleine dingen, zoals iemand die je zonder te groeten voorbijloopt, waarbij je vanbinnen even zo’n piek van vernedering voelt. In de politiek staat dat gevoel centraal, ook in de politieke retoriek. Denk aan Donald Trump en hoe die inspeelt op het gevoel van vernedering bij mensen. Vernedering is een enorm onderschatte emotie, die heel veel woede kan opwekken. (ibidem)

Glenys Barton, Felix IV, 2000. Artist’s website.

Beeckman: Ik vind schroom een vergeten deugd. Sociale media zijn ofwel een arena van schaamteloosheid, van het niet erkennen van grenzen, ofwel van schaamte, doordat je het doelwit van aanvallen en beledigingen wordt. Schroom is iets willen doen – soms wil ik ook een leuke foto posten van mijn dochter – maar toch terughoudend zijn, in mijn geval omdat ik vind dat zij daar zelf over moet beslissen. In die terughoudendheid zit een poging tot generositeit. Schroom kan ook betekenen dat je geen schaamte wilt veroorzaken bij de ander. Dat vind ik mooi. Dat je dus níét een impertinente vraag stelt of een botte opmerking maakt, omdat je de ander niet in verlegenheid wilt brengen. Maar dat zijn natuurlijk persoonlijke beslissingen. Als mensen dat zelf niet zo aanvoelen, kun je dat heel moeilijk afdwingen. (ibidem)

Karin Anette Meincke-Nagy. Sculptor.

In ‘de Standaard’ vroeg Lieve Sioen aan Tinneke Beeckman waarom de zoektocht van Socrates naar tevredenheid vandaag zo moeilijk was.

‘Omdat Socrates een ander idee van “ken jezelf” in gedachten had dan vandaag vaak gangbaar is. Hij had het niet over de romantische gedachte van een soort zuivere, unieke ik die je kan vinden als je alle kwalijke invloeden van buitenaf uitschakelt. Die illusie had ook Rousseau, in zijn beeld van Le mythe du bon sauvage; dat er een puur en oorspronkelijk zelf terug te vinden valt. Volgens Socrates daarentegen leer je jezelf pas kennen in verbondenheid met de wereld en de anderen. Het gaat goed met jou als het goed gaat met de mensen rondom jou. Dat zegt ook Spinoza: inzicht krijg je pas als je het ik-gerichte perspectief loslaat.’

‘Maar ook die verbondenheid wordt vandaag verkeerd begrepen, omdat we ons zelfbeeld nu wel heel erg door het oordeel van anderen laten bepalen. Het antwoord op de vraag “wie ben ik?” vind je niet in een selfie. Of in vind-ik-leuks op Instagram. Je ontdekt jezelf niet door een identiteit te creëren op sociale media, of door de manier waarop anderen daar al dan niet op reageren.’

De selfiewereld is niet die van Socrates?

‘Een selfie is volledig gericht op de reactie van de ander, waarbij het aantal likes bepaalt hoe positief of negatief je jouw zelfbeeld ervaart. Socrates zegt nochtans dat het belangrijker is dat je in harmonie bent met jezelf dan dat je met anderen overeenkomt. Waar voel ik me goed bij? Wat zijn mijn waarden in verhouding tot de wereld? Dat is veel belangrijker dan je zelfbeeld te laten afhangen van beelden van buitenaf.’

Hoe kan je jezelf dan wel vinden?

‘Door een innerlijk gesprek te voeren met jezelf, los van de publieke opinie. Mijn boek is een persoonlijke poging om dat te voeren. Toen ik jonger was, had ik last van een permanent schaamtegevoel. Dat had niet zozeer te maken met iets wat ik had gedaan, maar met een existentiële vraag: heb ik wel het recht om hier te zijn? Ik heb het geluk dat ik dankzij mijn moeder al heel jong de weg naar de literatuur heb gevonden, en de filosofie. Zo heb ik bij Spinoza de idee van “conatus” ontdekt, het fundamentele recht om te zijn. Dat was zo bevrijdend, het verloste me van mijn schaamte.’

De fundamentele vraag van de filosofie blijft wel: lukt harmonie met jezelf als er zoveel leed is in de wereld?

‘Ik denk het wel, omdat dat deel uitmaakt van jouw beperking. Je bent God niet. Het ligt niet in jouw macht om het leed van de wereld te herstellen. In het boek stel ik de vraag of je moreel bent als je verontwaardigd bent. We worden voortdurend aan de mouw getrokken om ons boos te maken. Neem het drama in Israël en Gaza. Het zou erg zijn om daar niet verontwaardigd over te zijn, maar tegelijk word je meegezogen in een opbod dat polariseert: je wordt gedwongen om kamp te kiezen. Elke partij roept: de ander is slecht, dus ik ben goed. Maar daarmee is de weg naar zelfreflectie en zelfkennis meteen afgesloten. Want misschien moet ik ook wel kijken naar wat ik zelf fout doe. Ik vind die dynamiek van verontwaardiging enorm uitputtend en deprimerend, ze brengt ons geen stap verder.’

(Fragment uit: De Standaard, Lieven Sioen. zaterdag 28 oktober 2023)

Het boek:

Tekst achterflap

‘Tinneke Beeckman is niet alleen erudiet en intelligent – dat wisten we al – maar met deze fijnzinnige essays getuigt ze ook van wijsheid en kwetsbaarheid. Grote klasse.’

– David Van Reybrouck

Wat kan je troosten? Is je verlangen gevaarlijk? Waarvoor kun je dankbaar zijn?

In een moedige zoektocht naar zelfkennis leidt Tinneke Beeckman de lezer langs de grootste geesten uit de filosofie en wereldliteratuur: van Socrates, Hannah Arendt en Albert Camus tot Marcel Proust en Virginia Woolf. Vertrekkend vanuit persoonlijke vragen ontdekt ze hoe hun ideeën je blik op jezelf en het leven kunnen verrijken. Beeckman wekt klassieke denkers tot leven en laat overtuigend zien hoe de filosofie juist vandaag de dag van grote waarde kan zijn.

Tinneke Beeckman (1976) is een van de meest vooraanstaande filosofen in het Nederlandse taalgebied. Ze schreef onder andere het bekroonde Door Spinoza’s lens (2012) en Macht en onmacht (2015). In 2020 verscheen haar bestseller Machiavelli’s lef, waarmee ze de Hypatia-prijs won. Naast haar boeken schrijft Beeckman columns voor De Standaard.

werk van Sophie Favre

Inhoud

  • Wie ben je
  • Wat voel je?
  • Wie wil je zijn?
  • Hoe leef je en hoe sterf je

“U ben zo jong in het leven nog en onervaren, dat ik u, mijn beste, zo goed ik kan, zou willen vragen geduld te hebben met alles wat in uw hart nog niet tot een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als voor u niet toegankelijke kamers en als boeken die in een volkomen onbekende taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn te leven. En het gaat erom alles te leven. Leef uw vragen. Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het antwoord binnen.

Rainer Marie Rilke, Brieven aan een jonge dichter, 16 juli 1903

Untitled
Patricia Broothaers

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (3) Drie zussen geportretteerd.

Ze kijken je aan, drie zusjes, three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court, en met enige verbazing lees je dat ze ‘AI generated’ zijn. Niet helemaal, wellicht hun kledij, de compositie…? Ja, en? Alsof AI niet als onderdeel van je technische mogelijkheden gebruikt kan worden. Illustratie? Ja, en? Kortom, laten we samen door de kunstgeschiedenis wandelen, op zoek naar hun soortgenoten. Drie zusjes, tot bij Tsjechov waar de drie generaalsdochters Olga, Masja en Irina hun heimwee naar Moskou proberen te overleven.

Bruno Cerboni. Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court AI generated


Bruno Cerboni Bajardi was born in 1969. He lives in Urbino where he specialized in engraving at the Istituto Statale d’Arte “Scuola del Libro”.

He perfected his skills under the ‘maestros’ Calavalle, Bruscaglia, Quieti, Cionini and Peral, and since 1990 has been working for KBA-Notasys on the production of international banknotes, teaching the technique of engraving in both burin and digital form.

He combines his engraving work with constant painting, exhibiting as a painter, engraver and copyist at numerous group and solo exhibitions.


Three Sisters, 1922
George Harcourt RA (1868 – 1947)
George Harcourt exhibited this painting at the 1922 Royal Academy Summer Exhibition, where it was reproduced in the illustrated catalogue.  The ‘Three Sisters’ of the title may be his daughters, Mary Edeva Harcourt (1901-1984), Elizabeth Aletha Harcourt (1903-1985) and Dorothea Anne Adelene Harcourt (1907-1985), all of whom became artists. 
Henri Matisse
Les Trois Soeurs
1917
huile sur toile
H. 92 ; L. 73 cm avec cadre H. 112 ; L. 93 cm
Succession H. Matisse © RMN-Grand Palais (Musée de l’Orangerie) /

Ce portait de trois sœurs est l’une des œuvres magistrales de Matisse. Trois jeunes femmes brunes assises prennent place sur un fond bistre. Deux des jeunes femmes nous regardent tandis que la dernière est absorbée par sa lecture. Le peintre réussit ici l’équilibre parfait entre différents éléments apparemment inconciliables : la variété des attitudes des trois sœurs, des couleurs discordantes, l’impression de la juxtaposition de plusieurs niveaux de perspective. De multiples sources ont été invoquées pour la réalisation de ce tableau, la peinture de Manet (1832-1883), l’estampe japonaise ou encore la toile Les dames de Gand conservée au musée du Louvre et attribuée à l’époque à Jacques-Louis David (1748-1825), ont pu constituer une inspiration pour Matisse. 

(Musee Orangerie Paris)

Sofonisba Anguissola The Chess Game. c. 1555

Op dit schilderij zie je de drie zussen bij het schaken, , Minerva(rechts) en de jonge lachende Europa in het midden.
Een dienares vult de compositie aan en kijkt verbaasd hoe Lucia net de koningin van Minerva heeft genomen die van alteratie de arm opheft terwijl je de jongste hoort lachen.

Je merkt goed de Vlaamse invloed op dit doek.
Het landschap op de achtergrond, het sfumato waarin het tafereel zich baadt, de kleuren, de Vlaamse meesters zijn niet ver weg, en ook Corregio niet, schilder naar wiens werk Sofonisba’ s leermeesters vaak verwezen.

Bzoek ook:

(Three Sisters- A study in June Sunlight) Edmund Charles Tarbell. 1890

The subtitle of this first important Impressionist work by Edmund Tarbell is a clear indication of his interest in the new French style just recently introduced in America. The painting’s dappled light, brilliant palette, and short, textured brush strokes caused a sensation when it was exhibited in Tarbell’s hometown of Boston. The transient light and undiluted color create a warm atmosphere in which the figures are more solidly drawn. Posing his wife, her sisters, and his baby daughter in a lovely garden setting, Tarbell did not attempt probing portraits but instead sought to portray an affluent and tranquil way of life. The inclusion of the American colonial chair implies their New England heritage that underlies this seemingly French aesthetic.

Excerpt from Collection Guide: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.

De ondertitel van dit eerste belangrijke impressionistische werk van Edmund Tarbell is een duidelijke indicatie van zijn interesse in de nieuwe Franse stijl die net in Amerika was geïntroduceerd. Het gedempte licht van het schilderij, het briljante palet en de korte, textuur-penseelstreken veroorzaakten een sensatie toen het werd tentoongesteld in Tarbells geboortestad Boston. Het voorbijgaande licht en de onverdunde kleur creëren een warme sfeer waarin de figuren steviger zijn getekend. Door in zijn werk zijn vrouw, haar zussen en zijn babydochter in een mooie tuin te plaatsen, probeerde Tarbell geen indringende portretten te maken, maar probeerde hij in plaats daarvan een welvarende en rustige manier van leven uit te beelden. De opname van de Amerikaanse koloniale stoel impliceert hun New England erfgoed dat ten grondslag ligt aan deze schijnbaar Franse esthetiek.

Uittreksel uit de Collectiegids: Milwaukee Art Museum, Milwaukee: 2004.

Léon Frederic. 1856-1940 Les 3 soeurs. 1896

In the 1890s Frederic’s paintings of impoverished workers and peasants in his native Belgium were celebrated for their forthrightness and arresting intensity. Here, the humdrum activity of peeling potatoes is vivified by the girls’ bright red dresses and gleaming red-gold and blond hair. Their downcast eyes and serene expressions recall representations of the young Virgin Mary in sixteenth-century Flemish art, which Frederic greatly admired. Nothing is known of the sitters beyond the painting’s title, which identifies them as sisters; the two eldest are so uncannily alike that they appear to be twins. (The Met Gallery 827)


In de jaren 1890 werden Frederics schilderijen van verarmde arbeiders en boeren in zijn geboorteland België geroemd om hun openhartigheid en pakkende intensiteit. Hier wordt de saaie bezigheid van het aardappels schillen verlevendigd door de felrode jurken en het glanzende roodgouden en blonde haar van de meisjes. Hun neergeslagen ogen en serene uitdrukkingen doen denken aan voorstellingen van de jonge Maagd Maria in de zestiende-eeuwse Vlaamse kunst, die Frederic zeer bewonderde. Er is niets bekend over de geportretteerden behalve de titel van het schilderij, die hen identificeert als zussen; de twee oudste lijken zo griezelig veel op elkaar dat het wel een tweeling lijkt.

(The Met Gallery. 827)
Portrait of the Three Egerton Sisters by Marcus Gheeraerts the younger. The sisters are Elizabeth, aged 6; Vere, age 5; and Mary, age 3. daughters of Thomas Egerton (d. 1599), elder son of Thomas Egerton, 1st Viscount Brackley and Lord Chancellor.

Mooiër kun je niet worden uitgewuifd. Of…als we als afscheid de laatste scene van ‘De drie zusters meegeven?

Irina legt haar hoofd tegen Olga’s borst :
Er komt een tijd dat iedereen weet waar het allemaal goed voor geweest is, dit lijden, dit verdriet, dan zijn er geen geheimen meer en tot zolang moeten we leven, moeten we werken, werken, anders niks.
Morgen ga ik weg, alleen, ik ga lesgeven op school en ik ga mijn hele verdere leven wijden aan degenen die het misschien nodig hebben. Nu is het herfst, het is zo winter, alles zal onder de sneeuw liggen en ik zal werken, werken…
(Olga omarmt haar beide zusters )
De muziek speelt zo vrolijk, zo opgewekt, dat een mens ernaar verlangt om te leven! O, mijn God!
De tijd gaat voorbij en we zullen voor eeuwig verdwijnen, ze zullen ons vergeten, onze gezichten, onze stemmen, ze zullen vergeten met hoevelen we waren, maar ons verdriet zal in vreugde veranderen voor ons nageslacht, er zal geluk en vrede zijn op de wereld en men zal degenen die nu leven met een goed woord gedenken, en ze zegenen. O, lieve zusters, ons leven is nog niet voorbij. We zullen leven! De muziek speelt zo vrolijk, zo blij, nog maar even, denk ik, en we zullen ontdekken waarvoor we leven, waarvoor we lijden… O, als we dat eens wisten, als we dat eens wisten.

De muziek klinkt hoe langer hoe zachter. Koelygin komt blijmoedig lachend met de hoed en de sjaal aanzetten, Andrei duwt de kinderwagen voort, waar Bobik in zit.
Tsjeboetikin zingt zacht
:
Tarara-boem-di-jee… wie zit, doet niet meer mee…
leest in zijn krant Wat maakt het uit, wat maakt het uit!
Olga: Als we dat eens wisten, als we dat eens wisten!

(vertaling en bewerking Chiem van Houweninge en Ton Lutz)

Foto Theater Zuidpool

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (2)

Two Moons, 2023
Gouache on panel
121.9 x 121.9 cm (48 x 48 inches)

© Anne Buckwalter – Photo: Thomas Lannes
Courtesy MASSIMODECARLO

Nog even te zien in New York ‘Reins on a rocking horse‘ van Anne Buckwalter (°1987) in de Rachel Uffner Gallery. Bezoek:

https://racheluffnergallery.com/artists/37-anne-buckwalter/

Anne Buckwalter’s creative practice explores female identity and the coexistence of contradictory elements. Inspired by the folk art traditions of her Pennsylvania Dutch heritage, her work arranges disparate objects in mysterious domestic interiors and ambiguous spaces. By imagining obscure narratives that embrace paradoxes, her paintings delve into questions about the body, femininity, sexuality, and desire. 

Anne Buckwalter
Empty Bathroom, 2023
gouache on panel
18 x 14 in
(45.7 x 35.6 cm)

Buckwalter utilizes a perspective that blends miniature painting with a commercial fisheye lens. All-encompassing frames generously span large kitchens with outside vistas, staircases reach to upstairs floors, and living rooms connect to dining nooks. Secrets, fantasies, and gossips, however, linger into the domestic sterility. The viewer’s omnipresent outlook is challenged by the hints the artist seeds about the unseen; settings reserved for domestic labor host carnal rituals, mostly captured in their aftermaths.

Anne Buckwalter
The Moon’s Too Bright/The Chain’s Too Tight, 2023
gouache on panel
36 x 48 in
(91.4 x 121.9 cm)


Buckwalter gebruikt een perspectief dat miniatuurschilderijen combineert met een commerciële fisheye lens. Allesomvattende kaders overspannen royaal grote keukens met uitzicht naar buiten, trappen reiken naar boven en woonkamers sluiten aan op eethoeken. Geheimen, fantasieën en roddels blijven echter hangen in de huiselijke steriliteit. De alomtegenwoordige blik van de kijker wordt uitgedaagd door de hints die de kunstenaar geeft over het ongeziene; instellingen die gereserveerd zijn voor huishoudelijke arbeid herbergen vleselijke rituelen, meestal vastgelegd in hun nasleep.

bezoek:

https://www.annebuckwalter.com/

Anne Buckwalter
Horse Girl, 2022
gouache on panel
24 x 36 in
61 x 91.4 cm

Ook de (pogingen tot) alledaagse bezieling, speels verbeeld door Anne Buckwalter horen bij ons perspectief. ‘De veelkantige werkelijkheid’.

Photo by Lyla Duey

Zal ik er eens even Sint Augustinus bijhalen? Uit zijn De Magistro (over de Meester) heb ik een mooie uitspraak genoteerd:

"Gij zult het mij dus niet kwalijk nemen, wanneer ik met u een inleidend spel speel, niet omwille van het spel, doch om onze krachten en de blik van onze geest te oefenen, opdat wij daardoor in staat gesteld worden, de gloed en het licht van dat land, waar het gelukzalige leven is, niet alleen te kunnen verdragen, doch zelfs te kunnen beminnen. "  (Augustinus De Magistro)

De schilder Benozzo Gozzoli (1420-1497). maakte een reeks van zeventien fresco’s met het levensverhaal van de kerkvader, naamgever van de orde van de Augustijnen en patroonheilige van hun kerk in San Gimignano. Hier een mooi voorbeeld:

Benozzo Gozzoli, Monica (links in witte kleding) brengt Augustinus naar de school van Thagaste

Links op het fresco brengt de moeder van Augustinus haar zoon(tje) naar school. De leraar ontvangt zijn nieuwe leerling allervriendelijkst door hem onder de kin te strelen. Rechts daarvan zien we een leerling met een boek. Rechts achter hem hebben we een kijkje in een klaslokaal. Daar is een aantal leerlingen bezig met een schrijfplankje en een schrijfstift. Er heerst blijkbaar orde en tucht op de school. De leraar die Augustinus nog zo vriendelijk ontving slaat rechts een jongetje, dat blijkbaar niet goed zijn best gedaan, met een soort roede op zijn blote billen. Het jongetje wordt door een andere jongen op zijn rug vast gehouden en kijkt angstig achterom.

(Kunstblikken Paul Bröker. 2023).

In detail:

Detail: Benozzo Gozzoli, Monica brengt Augustinus naar de school in Thagaste

bezoek: (een mooie bijdrage)

https://www.kunstblikken.com/post/augustinus-loopt-wat-over-het-strand-te-mijmeren-en-dan-komt-hij-plotseling-tot-inzicht

oegeschreven aan Gerard Seghers, Augustinus van Hippo, olieverf op doek: 114,5 x 142, ca. 1620-1651, Kingston Lacy, Dorset, Engeland

Iemand die het wereldse gebeuren vaak zelf met eigen ogen heeft gezien is de nu onbekende maar ooit zeer gelezen Duitse auteur Hans Wachenhusen (1823-1898). Eerst reisde hij naar Scandinavië, Noorwegen, Lapland en IJsland en maakte hij ‘literaire aantekeningen’ bij deze reizen. (met vertalingen uit het Deens, zelfs een bundel sprookjes publiceerde hij in 1854)

Zijn belangrijkste activiteit viel echter samen met de avonturen, gevaren en indrukken die hij beleefde en documenteerde als oorlogscorrespondent voor grote kranten sinds de Krimoorlog (1853-1856) en in latere conflicten. En vandaar reisde hij naar Rome, later met Garibaldi naar Napels om dan weer te verhuizen naar de Pruisische oorlogen. (1866)

Na 1866 woonde hij weer in Parijs, schreef een verslag tijdens de Wereldtentoonstelling in 1867 en was aanwezig bij de openingsceremonie van het Suezkanaal in Egypte in 1869. Tijdens de Frans-Pruisische oorlog van 1870 was hij weer actief als correspondent voor de Kölnische Zeitung. Zijn verslagen – gepubliceerd in twee delen onder de titel Tagebuch vom französischen Kriegsschauplatz 1870-71 – trokken de aandacht in vele kringen.

Na nog een verblijf in Parijs woonde hij in Wiesbaden, waar hij van 1857 tot 1865 het tijdschrift Der Hausfreund publiceerde. Naast zijn talrijke oorlogs- en reisbeschrijvingen schreef hij ook verschillende romans en korte verhalen. Veel van zijn werken verschenen als zogenaamde spoorwegliteratuur bij uitgeverijen die gespecialiseerd waren in conversatie- en reisliteratuur en werden in kleine formaten van 50 tot 100 pagina’s, die ook rijk geïllustreerd waren, voor weinig geld (een stuiver, ein Groschen) aan reizigers verkocht. (vandaar de naam: Groschenroman, bij ons: Stationsroman)

Tot mijn verbazing vond ik zelfs talrijke reprints van zijn boek ‘Eva in Paris’ dat na verschijnen in 1869 hier ten lande kritisch werd onthaald en in ‘Vaderlandsche Letteroefeningen. 1870’ door Johannes van Gogh werd besproken:

"Als moeder ‘Eva’ in het tegenwoordige ‘Parijs’ hare oogen opsloeg, zou zij ze met nog dieper schaamte nederslaan over de ongeloofelijke lichtzinnigheid en diepgezonken zedeloosheid harer dochteren, dan zij gevoelde toen ‘hare oogen geopend werden’ na den noodlottigen appelbeet. 't Is eene chronique scandaleuse, die hier wordt opgelezen! De voorstelling is vrij realistisch; wel niet zoo, dat de welvoegelijkheid aan de waarheid wordt opgeofferd, maar toch....wel een weinigje los, vooral omdat de schrijver ons wat veel badineert. Zoo kwam het ons reeds voor, toen wij fragmenten uit het boekje in het tijdschrift Europa aantroffen. Het wordt aldus verontschuldigd: ‘Wanneer een onzer moderne Raphaëls de schoonste vrouwen der aarde naar de natuur schildert, dan staat de gansche wereld van bewondering opgetogen en allen noemen hem een groot kunstenaar. Maar kom ik op mijne beurt en verhaal ik de wereld, volgens de meest evidente bewijzen en met de innigste oprechtheid, de levensgeschiedenis dier schoone vrouw, dan zeggen zij: dat is realistisch! foei! dat is...onzedelijk.’ Het eene staat met het andere niet gelijk. Doch daarover willen we nu niet twisten. ‘Onzedelijk’ is wel het meeste, dat in dit boekje verhaald wordt, maar de wijze waarop dit geschiedt, noemen we meer loszinnig dan onzedelijk. "

(Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: Binnenlandse letterkunde en Bibliographie p. 236)
Eerste oorlogsfotograaf van de Londense krant the Times in de Krimoorlog

We namen je mee op een drievoudige reis waarin het bezielen telkens weer een andere invalshoek kreeg. Anne Buckwalter’s plezierige kijk op het alledaagse en de sporen van ontsnappingspogingen daaruit , het inleidende spel niet voor het spel maar om krachten en de blik van onze geest te oefenen volgens Augustinus, en leven en geschriften van Hans Wachenhusen waarin de harde werkelijkheid en het dagelijks dromen in geschriften ‘loszinnige’ bedenkingen teweeg brachten bij de toenmalige literatuur-besprekers. De donkere dagen zijn inderdaad uitstekende uitdagingen om oplichtende geesten te bezoeken.

Werk van Anne Buckwalter

Kleine en grote bezieling voor donkere dagen (1)

Nauwelijks vijf minuutjes het filmpje hierboven bekijken en je bespaart mij een woordenboek-uitleg omtrent bezieling.

    “Tegenwoordig zijn we gewend dat stilstaande objecten de suggestie van beweging kunnen wekken. De oude Grieken waren in de zesde eeuw voor Christus pioniers op dit gebied, de eersten die in schilderingen en beeldhouwkunst beweging konden suggereren. Dit deden ze bijvoorbeeld door het weergeven van actielijnen bij wapperende gewaden en het inspelen op de verwachting en voorkennis van de kijker: iets gaat bewegen omdat de kijker het afgebeelde verhaal herkent.”  (Historiek 2015)
Panatheneïsche Prijsamfoor met hardlopers

Bekijk je het werk uit ‘Der Blaue Reiter-periode in 1911 opgericht door Wassily Kandinsky, Franz Marc, Gabriël Münter en August Macke dan merk je vaak diezelfde drang naar bewegen in hun werk dat je onder de term ‘expressionisme’ kunt thuisbrengen.

Franz Marc: Die gelbe Kuh, 1911,

De beweging kan ook door de vormgeving ontstaan, je zou dan van een ‘innerlijke’ beweging kunnen spreken, zelfs in die mate dat ze de voorstelling in vlakke en ruimtelijke stukken samenstelt.

Juan Gris: Portret van Picasso, 1912

De concentratie van de innerlijke beweging, dat wat je gemoed laat bewegen, kun je natuurlijk ook via de concentratie van het personage weergeven omgeven door een atmosfeer die zijn innerlijk naar voren brengt. Het claire-obscure vervult hier die rol.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Johannes de Doper in de woestijn (1603-06). Olieverf op doek, 97 x 131 cm © Rome, Galleria Corsini

Zijn blik is grotendeels verborgen onder zijn haar, je ziet niet wat hij denkt, of waar hij naar kijkt, maar er is duidelijk iets in aantocht, iets wat hem heeft opgewekt. Daar gaat het om. Net als in de extase van de Magdalena, die door goddelijk licht wordt verlost van haar zondige verleden, ontstaat er iets in deze Johannes, een beweging in zijn geest, die door de beweging van het lichaam wordt vertaald: een ontwaken, een alertheid voor iets wat op hem afkomt. Johannes herkende Jezus niet direct als de verlosser – hij liet twee hulpjes aan hem vragen of Jezus wel ‘de Komende’ was, degene die werd verwacht. Je ervaart de gewaarwording in zijn geest, in de aarzelende beweging van dat aardse lijf: er komt iets aan.

(Koen Kleijn, De beweging van de ziel, 11 maart 1920. De Groene Amsterdammer)

Het andere uiterste van de beweging vind je in dit beeld van Hammershoi uit 1900.

Dust Motes Dancing in the Sunbeams, 1900, Statens Museum for KunsT


"Een van zijn mooiste werken noemt hij Stofdeeltjes die dansen in zonnestralen (1900). We zien vermoedelijk laat-middaglicht, dat door een raam op de vloer van een lege kamer valt. Meer is er niet te zien. Maar wat een samenzang van vreugde en weemoed. Wat een ode aan de schittering van het heden en tegelijk de vluchtigheid ervan in één schijnbaar eenvoudig beeld.

In dit beeld figureren tevens twee andere voorname spelers in Hammershois wereld: ramen en deuren. Meestal zijn de eerste dicht en staan de laatste open. Natuurlijk spreken ze over een wereld binnen en de wereld buiten. En soms staan er zoveel deuren open na elkaar in de uiteenlopende kamers dat het de kijker duizelt: hoeveel werelden zijn er wel in dit labyrint van twee mensen bij elkaar, jarenlang samenwonend in het even wisselende als eendere licht van de dagen?"

Bernard Dewulf over het raadsel Hammershoi. 'In het licht van elkaar' (De Standaard )
Harriet Backer Rest, 1905, Bridgeman art

Beweging. Je weegt het beeld in je hoofd. Dat heet be-zieling. Lijnen, vlakken, kleur, diepte verlaten hun enkelvoudigheid en houden het niet alleen bij een mogelijke uiterlijke beweging maar brengen innerlijk een proces te weeg. Misschien wordt hun ‘animus’ (ziel) zichtbaar. Het samenspel tussen kunstenaar en kijker.

Harriet Backer-Ved lampelys.-1890

Mij lezen bij het lamplicht, lief,
de dagen, de dief
die ons van elkander dreef
en ik je ook bij lamplicht, lief,
wat niet te schrijven was toch schreef.

Gmt
Harriet Backer. Avond-interieur 1890

Het ‘panta rei’, alles beweegt, zal hoe dan ook in de grote verstilling verdwijnen. Er zijn dagen waarin het zo donker blijft dat het geloof in nieuw licht, zelfs niet in het kleinste kaarsenvlammetje of de hoop op een vlekje maan verlichting brengt. Ik wil je niet in die duisternis achterlaten, en probeer met een onbeschrijfbaar vleugje muziek vaarwel te zeggen, tot weldra.



Loop met mij door alle zalen
In 't museum van weemoed en gemis
Je hoeft geen toegang te betalen
Omdat hier niks van waarde is
Rechts van u hangt alle schaamte
Dan door de gang van spijt en zelfverwijt
Links liggen vergeten dromen
Dan een grote zaal verloren tijd

Zie de onbegane paden
En de uitgestelde daden
Vervolgens een collectie oud verdriet
Kijk naar mijn mislukte dagen
En schuldgevoel dat door blijft knagen
Hier ligt de verspilde energie
En kijk daar staat mijn prijzenkast
Neem maar mee want hij was alleen tot last
Hier hangt pech op ware grootte
Naast de ijdelheid met grove kwast

Langs de overtreden regels
Komt u bij het restaurant
Op de kaart alleen gebakken lucht
Kijk ook even in de winkel
Soms heeft men een doos geluk
Maar pas op want het valt gemakkelijk stuk
Nee wordt niet droef van al dit falen
Hiernaast ligt het museum "de goede hoop"
Daar valt vast wel wat te halen
Maar het is er niet goedkoop

(Wij missen jou!)

’Espérance et la douleur, Armand Point, après 1891

En helemaal aansluitend dit prachtige blog van mijn medestander. Deze aflevering heet niet toevallig ‘De mantel der Liefde’.

Oliver Sacks: ‘Wij zijn niet elegant ontworpen…’

‘Mag ik iets over de dood zeggen? (Wacht, stem van interviewer zegt na enige stilte: ) ‘Ja..’ (wacht glimlachend) ‘Ik wil zeggen dat de keerzijde en de tragiek van het prachtige uniek-zijn van ieder mens, de andere kant dus..is…dat wij allen sterfelijk zijn. Ik ga morgen naar de begrafenis van een oude vriend. Nu hij dood is, zal zijn plaats in ’t heelal nooit meer gevuld worden…Er was nooit een schepsel zoals hij, en dat zal er ook nooit meer zijn. Soms gaat m’n horloge kapot of houdt de computer er mee op…maar dat raakt mij natuurlijk veel minder. Ik wil zeggen dat de keerzijde van ’t uniek-zijn van ’t leven de onopvulbare leegte is die iemands dood achterlaat. Kierkegaards laatste woorden waren: veeg me op. Maar wat de biologische dood ook mag inhouden, we hebben allen een zekere betekenis in ons leven gevonden. En dat geven we door. Zelfs in biologisch opzicht. Dieren worden leem, ze verrijken de aarde, en dat doen mensen ook. Misschien is dat de enige vorm van onsterfelijkheid.’

Aan het woord was Oliver Sacks (1933-2015), eminent neuroloog en publicist in de al even eminente serie van Nederlander Wim Kayzer met als titel: 'Een schitterend ongeluk'. Het jaartal 1993. Beide heren zijn intussen overleden. Wil je het hele gesprek volgen, dan hebben wij dat hier al netjes voor je klaargezet. (1:44:27). Onvergetelijk. Neem je tijd. Ook beetje bij beetje te bekijken en te beluisteren. De eerste minuut worden de overige deelnemers voorgesteld.  Maar daarna alle ruimte voor Oliver Sachs in New York. Lange winteravonden, zei u?

Voor zijn 75e verjaardag gaven vrienden van de schrijver en neuroloog Oliver Sacks hem een afdruk van zijn hersenscan met daarop gelukswensen. Ernaast stond een schijnwetenschappelijke tekst die een nieuw geïdentificeerde aandoening beschreef: “Brilliant Bi-Hemispheric Cortical Balance syndrome.”

Deze “chronische aandoening” maakte niet alleen buitengewone intellectuele bijdragen tussen wetenschap en kunst mogelijk. “Verdere longitudinale observaties,” zei de tekst, ”suggereren dat zijn ongewone neurale activering verantwoordelijk is geweest voor een supra-persoonlijke verheffing van miljoenen andere mensen die geboeid, geïnformeerd en verrijkt zijn door zijn verhalen over het menselijk brein en de menselijke geest.”

(NY Times Jennifer Schuessler 0ct 4. 2024. Olive Sacks Archive Heads to the New York Public Library)

Muziek betekende veel voor Oliver Sacks. Ik verwijs naar zijn boek: Musicophilia: Tales of Music and the Brain. Een mooie associatie met het werk van een schilder uit eigen land:

Edouard Jean Conrad Hamman was een Belgische schilder en graveur die gespecialiseerd was in het uitbeelden van scènes uit het leven van beroemde kunstenaars, geleerden en lieden van adel.

Hij groeide op in een welgestelde familie. Zijn vader was stadsontvanger en secretaris van de Kamer van Koophandel in Oostende en richtte een fonds op ten voordele van behoeftige vissers en hun gezinnen. Er is weinig bekend over deze periode in zijn leven, maar hij werd blijkbaar al op jonge leeftijd een leerling van François-Antoine Bossuet. In het schooljaar 1837/38 werd hij ingeschreven aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Antwerpen). Een van zijn nu nog bekende doeken vind je hieronder . De kleine ‘Michel de Montaigne’ ontwaakt. En hoe!

Het ontwaken van Michel de Montaigne. Eduard Hamman. 1819-1888. 1847

In zijn essays schrijft Michel de Montaigne (1533-1592) :

“Omdat het volgens sommigen schadelijk is voor de tere kinderziel om ’s ochtends vroeg en met geweld ontrukt te worden aan de slaap (waarin kinderen veel dieper zijn verzonken dan wij) liet hij mij ’s ochtends wekken met de klanken van een muziekinstrument en er was altijd wel iemand die voor mij speelde.”  (bron: Kunstdwalingen). 

Wel? Ja, ik weet het, er is Radio Klara, maar een mooi ouderlijk duo om de dag te beginnen? Of met vrienden en vriendinnen? Voces8. Shall we gather at the River?


Shall we gather at the river,
Where bright angel feet have trod;
With its crystal tide forever
Flowing by the throne of God?

Ere we reach the shining river,
Lay we ev'ry burden down;
Grace our spirits will deliver,
And provide a robe and crown.

Yes, we will gather at the river,
The beautiful, the beautiful river;
Gather with the saints at the river
That flows by the throne of God.

Landscape with Charon Crossing the Styx was painted by Joachim Patinir in 1520 Prado museum


“Anatomists today would be hard put to identify the brain of a visual artist, a writer or a mathematician – but they would recognize the brain of a professional musician without moment’s hesitation.” — Oliver Sacks
Vasily Kandinsky Composition 8
Ook de Kunst heeft mensen uit verschillende disciplines samengebracht.

In 1922 Kandinsky joined the faculty of the Weimar Bauhaus, where he discovered a more sympathetic environment in which to pursue his art. Originally premised on a Germanic, expressionistic approach to artmaking, the Bauhaus aesthetic came to reflect Constructivist concerns and styles, which by the mid-1920s had become international in scope. While there, Kandinsky furthered his investigations into the correspondence between colors and forms and their psychological and spiritual effects

In Compositie 8 creëren de kleurrijke, interactieve geometrische vormen een pulserend oppervlak dat afwisselend dynamisch en rustig, agressief en stil is. Het belang van cirkels in dit schilderij is een voorbode van de dominante rol die ze zouden spelen in veel volgende werken, met als hoogtepunt zijn kosmische en harmonieuze beeld Meerdere cirkels. “De cirkel,” beweerde Kandinsky, ”is de synthese van de grootste tegenstellingen. Hij combineert het concentrische en het excentrische in één enkele vorm en in evenwicht. Van de drie primaire vormen wijst hij het duidelijkst naar de vierde dimensie.”

Nancy Spector. Guggenheim

Het was Wenen dat voor Kandinsky misschien wel zijn meest opmerkelijke artistieke vriendschap opleverde, met de componist Arnold Schönberg. In 1911 hoorde Kandinsky een concert met muziek van Schönberg en realiseerde hij zich dat hij een medestander had gevonden. De twee begonnen een lange en vaak stormachtige vriendschap met felle kritiek op elkaars werk en het intens delen van ideeën en invloeden. Schönberg, die ook schilder en schrijver was, was net zo betrokken bij de muziek als hijzelf.

The Guardian. Gerard Mc Burney 2006

Circles in a Circle, 1923 by Vasily Kandinsky – Paper and Canvas Print – Philadelphia Museum of Art – Custom

Oliver Sacks:

“Wij zijn niet elegant ontworpen. We zijn geïmproviseerd, er zijn dingen over. En dat blijkt toch erg efficiënt te zijn. Hoewel niet elegant. Volgens mij romantiseren we het aangeborene in de mens. Schopenhauer zegt precies ’t omgekeerde als Rousseau: ‘De mens is vrij geboren, maar overal geketend.’ Deze citaten geven aan waarom er in 1800 zo’n belangstelling was toen Victor, ’t wilde kind van Avyron, naar Parijs gebracht werd. De vereniging der mensen, ‘les philosophes…’. wilde weten hoe ’n puur natuurkind was…en natuurlijk had iedereen het mis. Hij was noch verachterlijk, zoals Schopenhauer dacht, noch vrij, zoals Rousseau dacht. En hij was ook geen tabula rasa, zoals Locke dacht. Hij had alleen een vreselijke handicap. Inderdaad, de natuur is inderdaad amoreel. Ik moet bekennen dat dat een van de redenen is waarom ik van de natuur houd, omdat het mij bevrijdt van het morele bewustzijn dat soms zo’n last is.
Gould zegt: aangezien de natuur amoreel of immoreel is , moeten we de moraliteit in onszelf zoeken. Moraliteit bestaat niet zonder vrije wil zelfs al is vrije wil een fictie .”

Uit de film ‘L’ enfant sauvage’. François Truffaut. 1970

“Naarmate ons gedrag gecompliceerder wordt, worden we met meer tweesprongen en beslissingen geconfronteerd. Het interessante van nieuwe theorieën over het bewustzijn is dat ze ook theorieën over het geweten kunnen worden.
(denkt lang na). Ik denk dat we moeten doen alsof we over vrije wil beschikken en verantwoordelijke keuzes kunnen maken en alsof anderen dat ook kunnen. Of ze nu in werkelijkheid alleen uitdrukkingen zijn van de wil of de geest of de oplossingen die een organisme vindt voor een enorm ingewikkelde vergelijking, weet ik niet zeker. Soms denk ik het een, soms het ander. Maar het leven is inderdaad vol van wat je ‘daden van de wil’ zou kunnen noemen. En het is interessant om te zien wat er met een leven gebeurt dat die daden mist.’

(Fragmenten uit de serie ‘Een schitterend ongeluk’ van Wim Kayzer waarin hij Oliver Sacks interviewde in 1993)

Oliver Sacks foundation:



“I hope I may enjoy to the end this beautiful world — I recognize no other — that I retain consciousness and lucidity, and that I may think and write till the pen falls out of my fingers.” (Oliver Sacks)