Het verlangen verbeeld en geletterd (1) Desire depicted and lettered (1)

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY

Onder klaverblad-bogen zijn er langs beide zijden van dit ivoorkunstwerk scènes te zien die ‘het hof maken’ als thema hebben. Hierboven heeft een man met een roofvogel in de hand -een symbool van zijn status- een kroontje ontvangen van een vrouw en kroont hij haar op zijn beurt (op keerzijde) waarmee hij aangeeft dat zij zijn liefde heeft gewonnen..

Omslag van een schrijftablet Frankrijk. 1325-1350 Olifant-ivoor. Met museum NY
Intended to cover writing tablets, such plaques were among the deluxe products of Paris during the fourteenth century and were possibly made on the rue de la Tabletterie, a name indicating their special use. Poems or messages would have been written on smooth sheets of ivory that had recessed areas filled with wax for the text. Perfect economy of technique and purity of style are clearly evident in these amorous images. In their elegance of form and gesture the courtly couples seem also to convey a moral and spiritual life that appears both mannered and artificial but is infused with joie de vivre.  
(Metmuseum NY. Exhibition: Spectrum of Desire Love, sex, and Gender in the Middle Ages)

Te bezoeken: (tot 29 maart 2026):

https://www.metmuseum.org/exhibitions/spectrum-of-desire-love-sex-and-gender-in-the-middle-ages/exhibition-objects

The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Klik op onderschrift om bij bronafbeelding nog eens te klikken om te vergroten. Mooi!

Dieper dan de diepste krocht zou je met letters alleen al ‘het verlangen’ in bestaande en vergane talen kunnen opvullen. Vaak is het achter die letters te doen, in de herberg ‘de be-tekenis’ is het goed toeven, maar bij de deur naar de tuin zou je onderstaand gedicht van Rutger Kopland kunnen vinden:

XIV. Ga nu maar liggen liefste 

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland
In: Een lege plek om te blijven, 1975.
‘The Garden of Eden’. British. laatste kwart 16de eeuw The Met Collection Detail


'De taal geeft niet simpelweg ‘namen’ aan de dingen; ze doet de dingen bestaan, ze geeft ze vaste grenzen en maakt ze tot ‘dingen’. Benoemen is niet dopen (een naam geven aan wat er al is), maar verwekken (een nieuw wezen doen ontstaan). Wat we ‘zien’, zowel fysisch als mentaal, is van meet af aan door woorden gestructureerd. De taal bepaalt ons beeld van de werkelijkheid.' (Philosophische Untersuchungen 371, 373) [pagina 29]

Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'


Jonge man met boog en grote pijlenkoker en vriend met schild Goivanni Battista Tiepolo ca 1730-50

‘Een ontroostbaar verlangen?’ Sehnsucht? ‘ “Inniges, schmerzliches Verlangen nach jemandem, etwas” (diep, pijnlijk verlangen naar iemand, iets.)

Volgens velen is het eerste deel van het woord ‘sehnsucht’ afgeleid van het Duitse werkwoord ‘sehnen’, wat zoveel betekent als ‘snakken’ of ‘verlangen’. De Duitse Benedictijnerpater Anselm Grün komt met een andere verklaring. Hij stelt dat het woord een samenvoeging is van ‘sehne’ (pees) en ‘sucht’ (zucht of ziekelijke neiging). Dit laatste component van het woord komt dus niet, zoals soms gedacht, van het werkwoord ‘suchen’ (zoeken). De pees zou herinneren aan de pees die gespannen is wanneer iemand zich klaarmaakt om te springen of aan de boogpees voordat een pijl wordt afgeschoten.

“Verlangen heeft dus met innerlijke spanning, met innerlijke concentratie te maken. Met al zijn energie wacht iemand op de sprong om datgene te pakken waar zijn verlangen op is gericht, of op het schot dat doel treft.”

(History: Germany Language History February 2023)

De Boogschutter Henry Moore. 1965 KNSTDWLNGN
De schrijver is de beeldhouwer van het niets, wat hij wil beschrijven is de volle pracht en praal van de nieuwe kleren van de keizer. Hij zegt: Ze zijn van donkerrood fluweel, met gouddraad doorstikt. Hij zegt: Ze zijn met parels en diamanten bezet. Hij zegt: Als het zonlicht erop schijnt geeft het een oogverblindend licht. Zodat je ze werkelijk voor je ziet, die schitterende kleren, zoals hij ze beschrijft. Maar dan, op het eind, zegt hij, met de ontwapenende oprechtheid van een kind: Ze zijn er niet, wat je ziet is er niet.

(Patricia de Martelaere. 'Een verlangen naar ontroostbaarheid'. p.20)

Albrecht Dürer, Vleugel van een scharrelaar, ca. 1512 © Albertina-museum, Wenen

Net zoals auteur Wytske Versteeg die over ‘verlangen naar de verte schreef’ in De Groene Amsterdammer van 7 april 2021 kende ik ‘de scharrelaar’ niet. Deze vogel was ooit wijdverspreid in Europa en broedde tot in Zweden, schreef de auteur. Inmiddels…Je kent het verhaal.

"Albrecht Dürer had geen last van al te grote afstand toen hij de scharrelaar schilderde, hij moet een pas gestorven vogel hebben meegenomen naar zijn atelier. Een ander werk beeldt het hele lichaam af, en dat is vele malen treuriger dan deze losse vleugel. De gevouwen vleugels van de dode scharrelaar zullen nooit meer vliegen, de ogen zullen zich nooit meer openen, de min of meer gestrekte nek is overduidelijk niet meer in staat zich op te richten. Dat schilderij gaat minder over de vogel dan over de dood zelf: de verslagenheid van plotseling gestopte eindeloosheid, dat wat er achterblijft wanneer een leven breekt. ‘Wij zijn niet met de aarde één’, schreef Rilke in zijn vierde elegie, ‘zijn niet als trekvogels begaafd’. Wij mensen stijgen te laat op, begeven ons op ongetemde wind, storten in onverschillige vijvers neer, maar de scharrelaar vliegt zo tienduizend kilometer naar het zuiden. Dürers vogel is waarschijnlijk met een net gevangen, heeft verwoed met zijn vleugels geslagen om te ontkomen aan de lucht die plotseling vijandig was geworden en hem vasthield aan de grond, heeft gevochten tot de uitputting het van hem won. De vlek bij de vleugelaanhechting rechts boven moet bijna wel bloed zijn, een net iets feller, wreder rood dan dat van de vogel zelf. In de afbeelding van de dode scharrelaar ging de tijd vooruit: daar was een leven geëindigd met de dood."

Wytske Versteeg. 'Verlangen naar de verte'. De Groene A'dammer april 2021

In het Duits is deze vogel een Blauracke. Er bestaat ook een schilderij: ‘Tote Blauracke, als ‘Tierstudie Federn.

Joachim Patinir. 1480-1524 ‘Christoffel. ‘Museum Catharijneconvent (onvoltooid)

"Zelden was blauw mooier dan op de schilderijen uit Dürers tijd. Kostbaar ultramarijn – gemaakt van lapis lazuli, ultramarijn betekent overzees – voor de gewaden van Maria, goedkoper pigment voor zeeën en luchten. Het landschap als zelfstandig thema begon zich in Dürers tijd net te ontwikkelen. Joachim Patinir, een van de pioniers in het genre, was een van zijn vrienden. Diens schilderijen fascineren me al sinds ik als kind een boek las waarin de hedendaagse hoofdpersoon zichzelf terugvindt in Patinirs Landschap met de heilige Christoffel. (ibidem)
zegenend kind op Kr’ schouder

De auteur vergelijkt het blauw van de vleugel met het blauw op Patinirs schilderij. “De ‘Vleugel’ bevat precies de tinten die ook Patinirs wereld zo magisch maken,” schrijft zij. Kijk ook naar details, het kindje Jezus op de schouder van Christoffel. Aan de linkerzijde aan de overkant van de rivier is een oude kluizenaar weergegeven die Christoffel het geloof onderwees. Het schilderij bleef onvoltooid.

de oude kluizenaar
"Het is alsof het water, het licht en de lucht zelf hun indruk hebben nagelaten op de vleugels van de scharrelaar, die moeiteloos vloog waar wij nooit zouden komen, onze wereld gracieus ontsteeg. Die stierf, waarschijnlijk door toedoen van mensen, en op Dürers tafel geëindigd is. Maar die in het leven dat daaraan voorafging als een acrobaat door de lucht heeft geduikeld, zich als een blad heeft laten vallen om een vrouwtje te imponeren, want dat is wat scharrelaars doen tijdens de balts.

Opnieuw moet ik denken aan Rilke, die zich afvroeg of de vogels het zouden merken als je de leegte uit je armen weg zou werpen, of zij in hun vlucht zouden voelen dat de lucht om hen heen was verruimd. ‘En wij, die denken aan stijgend/ geluk, ervoeren misschien de ontroering,/ die ons bijna verbijstert,/ als iets wat geluk is, valt’." (Wytske Versteeg)

Wytske Versteeg is politicoloog, schrijver en essayist en kreeg diverse prijzen. In 2020 verscheen bij Querido haar non-fictiewerk Verdwijnpunt, over incest en eenzaamheid

Bezoek haar website:

https://wytskeversteeg.nl

Een collectie van Patinirs werken vind je op:

Een eerste aflevering van ‘het verlangen is uitgewaaierd tot in de prachtige tinten ultramarijn van Dürer en Patinir. Ogentroost en naar wij hopen nieuwsgierigheid.

Om af te sluiten nog een fragment uit “Een verlangen naar ontroostbaarheid” van Patricia de Martelaere waarin een zekere synthese ons genoegzaam denken blijft ondermijnen.

"Doel van de literaire taal is dan geen begrippenapparaat meer te zijn, maar het kleurenpalet van een schilder. Wat de schrijver eigenlijk zou willen is dus niet schrijven, maar schilderen; hij is domweg degene met het verkeerde talent.

(Hoewel: wat de schilder wil is dan weer schrijven, of beeldhouwen, of componeren. Van schilders hoor je vaak dat ze uitgerekend iets zouden willen zeggen in verf. Misschien is de kunstenaar altijd degene met het verkeerde talent. Of misschien is dat het wezen - een van de wezens - van kunst: dat je iets probeert te doen met, voor alles, de verkeerde middelen.)

Hoe dan ook: penseelstreken verwijzen niet, ze betekenen niets. Het schilderij berust niet (of althans niet geheel) op de afwezigheid, het vormt zélf een zelfgenoegzaam ding, het is zelf de slapende poes. De schilder zegt niets, hij toont; schilderkunst is het gebaar.
Wat de schrijver ‘eigenlijk’ zou willen is zwijgen, maar dan in woorden. Datgene waarover niet kan gesproken worden, het naamloze niets onder de taal, dát is zijn eigenlijke object. Het ligt voor de hand er nog maar eens Wittgensteins beroemde (maar stilaan tot de draad versleten) Tractatus 7 bij te halen: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’

(pagina 22-23)

fragment uit ‘Landschap langs de Styx-rivier. Joachim Patinit 1480 (Dinant) – 1524 Antwerpen

Het is duidelijk dat de tocht over de Styx een verbeeldende benadering is net zoals de filosofische wegen nieuwe vragen blijven oproepen. Bij leven en welzijn zullen we in een volgende bijdrage de lezer(es) meenemen naar vroeger, nu en morgen waar wij telkens dat ‘verlangen’ zien of zagen verschijnen. Wees ook daar weer onze gezel(lin).

Een verloren kind (terug)gevonden

Ernst Zimmermann, The Twelve-Year-Old Christ in the Temple, oil on canvas, 63″ x 94.5″, 1879; courtesy BYU Museum of Art; purchased with funds from Roy and Carol Christensen

Enkele jaren geleden verwierf het MOA in New York Der zwölfjährige Jesus Im Tempel (De 12-jarige Jezus in de Tempel) van Ernst Zimmerman waarop een jonge Jezus staat afgebeeld tussen de oudsten van de tempel in Jeruzalem. Het schilderij hing oorspronkelijk op de Internationale Tentoonstelling van München in 1879, de voorloper van de Wereldtentoonstelling. Sinds de tentoonstelling was het schilderij verloren gegaan tot het in Salt Lake City opdook. Nu is het schilderij op weg naar het BYU Museum of Art voor de opening van een nieuwe tentoonstelling .De verloren Jezus gevonden.

Max Lieberman (German, 1848 – 1911), Der zwölfjährige Jesus im Tempel (1879), Oil on Canvas, Collection of Hamburger Kunsthalle.

In 1879 hing de Zimmermann naast bovenstaand beroemde werk van Max Liebermann met hetzelfde onderwerp. Liebermann veroorzaakte een golf van controverse door zijn ‘simplistische’ afbeelding van Jezus naast historische Joodse priesters in moderne gewaden. Het tumult dat ontstond tegen Liebermann, zelf een Jood, creëerde een hetze rond de tentoonstelling en rond kunstenaars die in die tijd in München werkten. Een retrospectieve van de tentoonstelling in 2011 toonde veel van de originele stukken van de tentoonstelling uit 1879, maar de curatoren konden nu het originele schilderij van Zimmermann niet vinden, intussen echter gerecupereerd.

Een aanvullende tekst over Liebermann’s schilderij van Arnon Grünberg in de Standaard van 5 mei 2023:

“Zo kreeg de (Joodse) schilder Max Liebermann (1847-1935) in 1879 opdracht een schilderij te maken van de twaalfjarige Jezus die de tempel in Jeruzalem bezoekt. De jury was enthousiast, maar de pers reageerde furieus. De Jezus van Liebermann zou er te Joods hebben uitgezien. Onder druk van de pers paste Liebermann het schilderij aan. Jezus ziet er in de tweede versie aanmerkelijker ‘arischer’ uit. Het aardige aan deze anekdote is dat het model voor de te Joodse ­Jezus waarschijnlijk een katholiek Italiaans kind is geweest. Daarna heeft Liebermann nooit meer ­religieuze kunst willen maken.” (De Standaard)

Jezus onder de schriftgeleerden, Orazio Borgianni, ca. 1609 – Rijksmuseum
Het verhaal (Lucas 2, 41-52)


Als Jezus twaalf jaar is, gaat hij samen met zijn ouders Maria en Jozef van Nazareth naar Jeruzalem vanwege het Pesachfeest. Op de terugreis ontdekken Maria en Jozef dat hun zoon niet bij het reisgezelschap is. Ongerust keren zij terug naar Jeruzalem.
Pas na drie dagen treffen zij Jezus aan in de tempel. Hij zit tussen de tempelgeleerden, luistert naar hen en stelt diepzinnige vragen. Iedereen staat versteld van zijn wijsheid en inzicht.
Als Maria hem ziet, zegt zij: “Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.” Zijn antwoord: “Waarom heeft u naar mij gezocht? Wist u dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Zijn ouders begrijpen niets van dit antwoord. Gedrieën keren zij terug naar Nazareth.
Albrecht Dürer (1471-1528) Jezus bij de schriftgeleerden

Tot hun twaalf gingen de kinderen meestal met de vrouwen mee, daarna sloten ze zich aan bij mannelijk gezelschap. Bij de terugreis dacht Maria dat hun zoon, Jezus, wel met Jozef zou zijn meegegaan, weet je wel, grote jongen bijna twaalf maar in gedachten al minstens veertien, terwijl Jozef ervan overtuigd was dat het kind met de vrouwen zou terugreizen. Beetje moederskind, altijd geweest, maar soit. Tot de ouders die avond elkaar treffen. Paniek? Op lopende voet terug naar Jeruzalem en onderweg wel twintig maal een beschrijving van het joch debiteren.

Zelf nog geen twaalf vond hij dit verhaal wel best om te doen. Wie droomde er nooit van stiekem het huis te verlaten en ‘op avontuur’ te gaan? De manier waarop Jezus het voor elkaar had gekregen lag helemaal in de lijn van de verwachtingen, maar hij zag zichzelf nog niet in de kerk achterblijven om hen eens duidelijk te maken wat hij dacht van dat paradijs, de appel-eterij, de zondvloed, en veel later het oppakken van een goed mens, hem veroordelen en hem aan een kruis laten sterven. Ja, hij had met hem te doen. Als het over de catechismus zou gaan kon hij best de meeste antwoorden uit het hoofd opdreunen, maar welke priester, broeder, pater of zuster zou daarvan versteld staan? Zijn krullen door elkaar gewreven en een zoeterig prentje van een geknield biddend kind in een smetteloos wit nachthemdje als resultaat.
Toch bleef het verhaal hem intrigeren.
Ooit is hij wel eens even zoek geweest, veel te laat thuisgekomen. Met de bekende tekst van toen:
‘Kind, wat heb je ons aangedaan. Pa en ma hebben je overal gezocht. ‘
En zijn antwoord, zijn ogen vol echt verdriet:
‘Weet je dan niet dat ik bij va-va moest zijn die weer zo dronken als een kanon maar blijft vertellen hoe hij, toen dat stomme fort ergens in de buurt van Namen ontplofte, voor altijd werd verminkt en toch zo graag als knappe jongen van vroeger was thuisgekomen?’

Toen waren ze niet kwaad. Neen, ze schudden wel met hun hoofden maar zijn moeder nam hem heel lief vast. En dat hij veel te gevoelig was voor deze wereld, maar ja, zei hij, wiens kind ben ik?
‘Het onze’ zegden ze samen. Of was dat een droom geweest?
Pa ging kijken of va-va in zijn bed was geraakt en het kind zei in het donker:
‘Ik ben zo bang dat het weer oorlog wordt.’
Wat zouden die schriftgeleerden daarop antwoorden?

Simone Martini ca. 1284 – 1344
Maria vraagt Jezus wat hij dacht
tempera op paneel (49 × 35 cm) — 1342
"This small panel shows Joseph and Mary remonstrating with Christ for lingering in the Temple and represents an unusual iconographic subject, painted at the end of Simone's life. In some respects, it resembles the Annunciation in the Uffizi, for the folds and edges of drapery are used in a similar way in both. The Liverpool panel, however, represents an involved human situation, and what is obviously a difficult family problem apparently as yet unresolved. The subject is handled by the artist with consummate skill and restraint, and the balance between narrative and decoration is virtually perfect.
This small panel is Simone's latest authentic work. It is signed on the lower part of the frame as: SYMON DE SENIS ME PINXIT SUB A. D. MCCCXLII."
(Web Galleriy of Art)

“Dit kleine paneel laat Jozef en Maria zien die ruzie maken met Christus omdat hij in de tempel is blijven hangen. Het is een ongebruikelijk iconografisch onderwerp, geschilderd aan het einde van Simone’s leven. In sommige opzichten lijkt het op de Annunciatie in het Uffizi, want de plooien en randen van de draperie worden in beide op een vergelijkbare manier gebruikt. Het Liverpool paneel stelt echter een betrokken menselijke situatie voor, en wat duidelijk een moeilijk familieprobleem is dat blijkbaar nog niet is opgelost. Het onderwerp wordt door de kunstenaar met grote vaardigheid en terughoudendheid behandeld en de balans tussen verhaal en decoratie is vrijwel perfect.” (Web Gallery of Art)

fragment: kijk naar de handen en de gezichtsuitdrukkingen

Dit was het laatste werk van Simone Martini, twee jaar voor zijn dood geschilderd. Voor mij was het een ontdekking. Een van de weinige werken die niet in Italië maar in Liverpool, Walker Art Gallery is te bewonderen. Jozef is de centrale figuur. Hij kijkt naar het kind, linkerhand op zijn schouder, met een ietsje meer dan vragende blik, beetje boos maar vooral opgelucht wat niet wegneemt dat hij Maria’s angsten deelde en daarom ook naar haar wijst: jongen toch als je wist wat je je moeder hebt aangedaan!
Moeders hand kun je bijna vertalen met: enfin wat is er gebeurd, vertel, terwijl het kind haar niet al te vriendelijk aankijkt, armen gekruist waartussen een boek zit geklemd. De cirkel is rond, het antwoord zal weldra komen. Wellicht na een lange stilte.
Met de kleurcombinaties, de opstelling van de figuren en het onderwerp dat zelden of nooit onderwerp van beeldende kunst was, word je zelf heel dicht bij de handeling betrokken. Jij bent de vierde persoon om de cirkel rond te maken. Je begrijpt hun bezorgdheid. Je sust de jongen. Je weet dat hij niet helemaal kan vertellen wat hij diep in zichzelf begint te beseffen, maar met zijn kinderlijke geest nog niet kan duiden ook al is zijn voornaam Jezus.

Het begon met de boodschap aan Maria, een werk dat stilistisch nauw met dit paneel verwant is. Ga op avontuur om deze unieke kunstenaar te ontdekken en nooit meer te vergeten. Een verloren kind gevonden.

Simone Martini and Lippo Memmi – The Annunciation and Two Saints