Dimensies in de picturale vertelling: Cosimo Tura (1430-1495)

The Flight into Egypt
Cosmè Tura (Cosimo di Domenico di Bonaventura) Italian

1470s

De sympathieke zanger Will Tura heeft in de kunstgeschiedenis een hier te lande niet zo bekende Italiaanse naamgenoot: Cosmè Tura, (Cosimo di Domenico di Bonaventura) eertijds schilder aan het hof bij de hertogen van Ferrara. Dit rondel behoort bij een serie van drie die het vroege leven van Christus voorstellen.

An artist of incomparable fantasy and expressive power, Tura was court painter to the dukes of Ferrara. This scene depicts a weary Holy Family fleeing to Egypt after receiving a warning that King Herod was seeking to kill the infant Jesus. This roundel belongs to a series of three showing the early life of Christ. The series may come from the base (predella) of an altarpiece, possibly Tura’s impressive Roverella Altarpiece, the central panel of which is in the National Gallery, London. The nervous, calligraphic line and mystical-seeming landscape are typical of the artist.  (The Met)

Iconische afbeeldingen van het Christuskind met zijn moeder zijn heel gebruikelijk in de Italiaanse kunst, maar andere scènes uit Jezus’ kindertijd zijn aanzienlijk zeldzamer. Een klein paneel van Cosimo Tura verbeeldt de Vlucht naar Egypte, toen Jozef, Maria en het kindje Jezus in veiligheid vluchtten voor Herodes’ massamoord op jonge kinderen dankzij de waarschuwing van een engel. De vreemde houding van het slapende kind, met zijn hand in zijn zij en zijn benen strak gekruist, loopt vooruit op het einde van zijn aardse leven en de toestand van zijn lichaam na de kruisiging. (Sorabella Jean. “The Birth and infancy of Christ in Italian Painting.”)

Cosimo Tura. Pietà circa 1460

Hetzelfde kind, bijna in dezelfde houding. Dezelfde moeder. Het werk vertegenwoordigt een traditionele iconografie, die van het Vesperbild, enigszins herzien, waarbij de dimensie van pijn wordt gesublimeerd. Maria zit op de rand van het gewelf, in het midden van de compositie, en houdt het lichaam van haar dode zoon vast; de Calvarieberg bevindt zich op de achtergrond. De picturale kwaliteit is zeer hoog, op sommige punten is de onderliggende tekening zichtbaar die direct op de gipslaag is gemaakt, en er is een verstandig gebruik van lakken en olieglazuur te bewonderen. Het werk is rijk aan symbolen en betekenissen, waarvan de meest merkwaardige zich links van de kijker bevindt: in de hoek, bij een ruïneuze kleurval, zie je een aap op de top van een boom die herinnert aan de inferieure aard van de mens in vergelijking met het goddelijke. (hier verborgen) Stilistisch is het dus volledig in lijn met de Ferrarese schilderkunst van de late vijftiende eeuw, tussen Scandinavische invloeden en de interpretatie van de nieuwigheden die Andrea Mantegna in het nabijgelegen Padua initieerde.

Cosmé Tura Dode Jezus door engelen vastgehouden. klik op onderschrift om te vergroten

Je hoort het verdriet van de engelen, hun geschilderd verdriet is van een intensiteit die al de de zintuigen inschakelt. Kijk naar de weg gedraaide rechterhand, de totale machteloosheid. Helemaal rechts de vrouwen die onder het kruis stonden. Maar ik kan je ook mee naar de tuin nemen.

Madonna in de tuin. circa 1452. olie op paneel

Deze jonge vrouw, een madonna, haar handen niet gevouwen, maar de uiterste vingers vormen bijna een beschermend dakje boven het slapende kindje. (kijk naar zijn voetjes), rustend met het hoofdje op zijn linkerhandje. De intensiteit van de donkere mantel, het donkergroen kinderkleedje en het zichtbare deel van het felle rode kleed laten je de gesloten ogen van moeder en kindje begrijpen. Hemelse rust.

Cosimo Tura. Een Muze (Calliope?) Klik op onderschrift om te vergroten. 1460 ei-tempera op paneel
Kalliope (Grieks: Καλλιόπη) is een dochter van Zeus, en een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'met de mooie stem', en ze was de muze van het heroïsch epos (heldendicht), de filosofie en de retoriek. Haar attributen zijn de schrijftafel en schrijfstift, alsmede de perkamentrol en de bazuin. Soms kan dit ook veranderd worden in een krans van goud of laurier. Kalliope had twee zonen, Linos en Orpheus. Ze komt onder andere voor in de aanhef van Vergilius' Aeneis.  (Wikipedia)

Dit is duidelijk een dame die in de hemelse als in de aardse gewesten thuis hoort. Haar linkerhand bevallig maar stevig op de knie waar de binnenkant van haar mantel mooi contrasteert met de zachte tinten van haar kleed. Een schittering van goud en verfijnde edelstenen met gesneden decoratie decoreren haar marmeren troon. Ze kijkt dromerig weg van ons terwijl ze bevallig een tak kersen in haar hand houdt. Maar…Is er meer aan de hand? Waren in tijden van de beginnende Renaissance ‘de Muzen’ zo onschuldig inspiratief als ze werden voorgesteld? Kijk en luister naar deze boeiende video ‘Why were the Muses considered to be dangerous?

Misschien was ‘een veilige verbeelding’ meer bij heiligen dan bij muzen thuis? Je kon de afbeelding van een rechtschapen man, vrouw in iedere publieke ruimte thuis tonen terwijl muzen en godinnen wellicht eerder in de privésfeer van een studeerkamer hoorden?

Cosimo Turan Sint Christoffel 1884

Hij die de reiziger veilig over de diepe rivier brengt. Sint Christoffel. Hij bood zijn diensten aan om mensen over de rivier te dragen.

Op zekere dag moest hij een klein kind de rivier over tillen. Terwijl hij daarmee bezig was werd het kind echter zwaarder en zwaarder, totdat Reprobus bijna bezweek en tot zijn schouders in het water stond. Toen openbaarde het kind zich als Christus en doopte Reprobus in de rivier. Zijn doopnaam werd Christoffel, Christusdrager. Jezus liet Christoffels staf groen uitlopen en zond hem weg om het evangelie te prediken. Ook in deze legende wordt hij uiteindelijk gemarteld en onthoofd. Dit is in het Westen het bekendste verhaal.  (wikipedia)
Cosmè Tura. Sint Jan, de evangelist op Patmos Klik op onderschrift om te vergroten 1470

Dit mooie schilderij kun je in het Thyssen-Bornemisza Museum gaan bekijken. (Spanje)

Het schilderij toont Johannes de Evangelist op het eiland Patmos, waar hij de Apocalyps schreef. De heilige is te herkennen aan zijn adelaar, die met uitgestrekte vleugels op zijn arm rust, en aan het boek dat hij vasthoudt. Hij denkt na of rust uit in plaats van te lezen, leunend tegen een kale rots. De scène speelt zich af in een desolaat landschap van scherpe rotsen die oprijzen uit een verlaten vlakte. (Hij was door de Romeinse keizer naar het onherbergzame eiland verbannen!)

De stijl is kenmerkend voor de Ferrarese schilderkunst, die werd beïnvloed door Mantegna en Piero della Francesca. De invloed van Mantegna stimuleerde Tura’s soberheid, waardoor een strenge en hoekige stijl ontstond met harde metalen contouren en een briljant oppervlak, typische kenmerken van de Ferrarese school. (Web Gallery of Art)

Terpsichore (Grieks: Τερψιχόρη) is een van de negen muzen uit de Griekse mythologie. Haar naam betekent 'Zij die graag danst', en ze is de muze van de dans en de lyrische poëzie, en de beschermvrouwe van het koor. Haar attribuut is de lier.

Verbonden door dunne sluiers waaruit Terpsichore enkele verfrissende druppels op het hoofd van de eerste kleine danser laat vallen. De tweede loert naar ons. De derde kijkt ons aan en houdt de wijsvinger van de Muze vast. Terpsichore is een geduldige jonge vrouw. Mooie combinatie van haar feestelijke kledij en de naakte dansertjes. Het is lente. Tijd voor muziek, en…liefde!

Hier was je in het Palazo Schifanoia (“schifare la noia: ontsnappen aan de verveling!) van de Este familie, heersers in Ferrara, waar hij met schilder Francesco del Cossa, zijn vroegere leerling, een maanden-cyclus op de muren achterliet, een pracht van allegorische afbeeldingen, waarin de twaalf maanden van het jaar het decor zijn. (gedeeltelijk hersteld in de 20ste eeuw.) Kijk naar een gedeelte van de allegorie van april waar de drie gratiën op bezoek zijn.

Ongelukkig met het feit dat hij per vierkante meter werd betaald voor zijn werk voor hertog Borso en klagend dat hij hetzelfde kreeg als de “slechtste schilder van Ferrara”, verliet Cossa Ferrara in 1470 voor Bologna.

Madonna dello Zodiaco

De Madonna van de dierenriem (Italiaans – Madonna dello Zodiaco) is een ca. 1459-1463 tempera op paneel schilderij van Cosmè Tura, genoemd naar de deels verdwenen gouden omtrek van een dierenriem achter de Madonna, een toespeling op de rol van Christus als “chronocrator” (heer van de kosmische tijd). Het bevindt zich nu in de Gallerie dell’Accademia in Venetië.

Behind Mary, who looks at her sleeping son with a sweet expression, we see one zodiac outlined in gold (partly lost), which alludes to Christ's role as "chronicler", that is, lord of cosmic Time. The signs of Aquarius and Pisces are particularly recognizable, while others have been lost. Mary wears a blue cloak, a red robe and a white veil on her head, embossed with metallic folds as typical of the artist's style. Everything is illustrated with a precise graphic sign and with "enameled" effect colors.

Gedurende de veertiende eeuw volgde in Europa de bedreigingen elkaar op: rampzalige oogsten, oorlogen en de pest zorgden voor lange zwarte perioden, de laatste stuiptrekkingen van de middeleeuwen. Ondanks deze tegenslagen liet Europa zich niet uit het veld slaan en wist mede dankzij de eerder opgezette handelsroutes de welvaart te herstellen. Vooral het geëmancipeerde Italië bloeide op wat ook van invloed was op de culturele interesse. Hierdoor ontstond er een nieuw wereldbeeld waarin de mens en niet langer God centraal stond. Kunstenaars vonden dat ze de geest van de klassieke oudheid vertegenwoordigden en deze een nieuw leven in moesten blazen. Met dit gedachtegoed ontstond er een herbeleving van alle kunsten en wetenschappen die in de Oudheid gebloeid hadden. Hier komt de naam wedergeboorte, renaissance, vandaan.

Cosmè Tura. De aanbidding van de Wijzen

Quel che subiace a' ben dell'intelletto
tanto mensi subiace alla fortuna.
Et lui non e subieto
al ben o'l mal dove virtu s'aduna
non cielo non stelle o luna
non a forza o poter sopra colui
che vince se per superare altrui

The one who has gained a good intellect
is the one who gains good fortune
And he is not subject
to good or ill where virtue is concerned.
Not heaven nor stars nor moon
has power over him
who, while winning, overcomes himself.

Happy times, misery and unhappiness
for the wise one is undisturbed...
Cosimo Tura Allegory of April (detail)

Lees ook:

Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (3)

Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819

De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.

De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.

Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.

Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)

Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465

Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:

‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’

Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
 Gij badt op eenen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499

In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen.
Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan
beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)

“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren.
”

(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)

Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
 
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen,
Dat zij, schoon op hun elleboog geleund
Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt,
Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
 
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof.
Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde.
En toen Hij nergens troost erlangen konde,
Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
 
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan.
Hij riep de jongren: Laat ons henengaan!
Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
 
De fakkels vlamden over schild en kling.
Toen Hij zich overgaf en medeging,
Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.


Willem de Merode

Gethsemane, 1944 by Mark Rothko



The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.

In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:

Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.

(Masterpieces by Mark Rothko)

Number 14, by Mark Rothko

Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.

Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko

In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."



Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan.
Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn.
De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan.
Een van de twaalf zal hem verraden met een kus.
Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan.
De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis.
Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus.
Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden.
Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.

Mark Rothko, Reds no. 5, 1961, Staatliche Museen zu Berlin, Neue Nationalgalerie / Giotto di Bondone, Kreuzigung Christi, ca. 1315, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie © VG Bildkunst Bonn, 2008, Foto: Volker-H. Schneider / © Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie Foto: Jörg P. Anders