Schuilplaatsen voor een ziel?

Ba – vogel uit het Oude Egypte

Een van zijn talrijke grootmoeders benoemde de lijdende medemens met de uitdrukking ‘Arme Ziel…’, uitspraak door zacht hoofdschudden begeleid. Als klein kind werd het begrip ‘ziel’ daardoor met pijn of tegenslag verbonden. Kon hij zijn klein kinderhart nog waarnemen, de plaats waar de ziel zou huizen was waarschijnlijk het hoofd, tenzij ze zo volatiel was dat ze zich naar eigen inzicht en vermogen kon verplaatsen, ja tot zelfs buiten zijn aards omhulsel, en zoals de kleine Egyptische Ba-vogel eventueel op zijn schouder zou neerstrijken of -onzichtbaar natuurlijk- boven zijn hoofd zwevend hem op weg naar school begeleidde. Wislawa Szymborska beschreef die ziel met deze wondere woorden:

Enige woorden over de ziel – 

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken 
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbij gaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ze ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen twee verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet er naar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.
 
Dit mozaïek in de scheppingskoepel (ca. 1220) van de San Marco laat zien dat voorstelling van de ziel met vlindervleugels in de 13de eeuw nog niet was vergeten. God schept een op hem gelijkend beeld uit klei. Daarna bezielt hij het beeld door het levensadem in te blazen. Dat wordt in beeld gebracht door hem een kleine menselijke gestalte met vlindervleugels aan te reiken. (Paul Bröker De menselijke ziel verbeeld)
‘Meer dan eens vergelijkt Aristoteles de verstrengeling van ziel en lichaam met die van de ambachtsman en zijn werktuig: de eerste bedenkt iets en wil iets, maar heeft een zaag nodig om het hout te snijden, een hamer om het ijzer te pletten, een tang om het ijzer in het vuur te houden. Uiteindelijk ontstaat er dan iets moois, dat structuur heeft omdat er een plan achter schuilgaat. Het lichaam heet ‘werktuiglijk’ ten opzichte van de ziel, omdat de ziel zich ervan bedient zodat ze dat wat ze met dat lichaam (eigenlijk met het geheel dat zij met het lichaam vormt) voorheeft, te realiseren. Of liever: te verwerkelijken.’ (BS) Ben Schomakers, Aristoteles, de ziel)

Maar, zegt Schomakers, dit is niet allemaal de ziel van Aristoteles: in het Grieks is ‘psuchè’ dus op de allereerste plaats datgene waarvan de aanwezigheid een lichaam levend maakt.
‘Vandaar zweeft de ziel van Aristoteles, keurig in overeenstemming met het Griekse taalgebruik, ook in het ‘domein van de innerlijkheid’, die actief en passief is, vluchtend en verlangend, waarnemend en initiatief nemend, voelend en verward rakend, denkend en beslissend.’ (BS)
Prometheus modelleert een mensen en Athena wekt het beeld tot leven en geeft het een ziel, overgeleverd detail van een Romeinse Sarcofaag, marmer: hoogte: 60 cm, lengte: 104 cm, 185 n.Chr. Museo Nacional del Prado, Madrid

Volgens de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 voor Christus) en zijn leermeester Plato (427-347 voor Christus) bestonden er drie soorten ziel. Planten hadden alleen een vegetatieve ziel. Deze zorgde dat het organisme zichzelf voedde en voortplantte. Dieren hadden naast een vegetatieve ziel ook een sensitieve ziel. Die maakte dat ze konden voelen, bewegen en waarnemen. De laatste ziel was alleen weggelegd voor mensen. Dit was de zogeheten rationele ziel, verantwoordelijk voor al het hogere denkwerk van de mens.
De rationele ziel zat volgens Aristoteles niet in de hersenen, zoals Plato hem had doen geloven, maar in het hart. Dat was immers ons belangrijkste orgaan. Het had een centrale plek in het lichaam, en het was het eerste orgaan dat tijdens de embryonale fase zijn vorm aannam, zo had Aristoteles ontdekt. Destijds werd ook geloofd dat alle lichaamswarmte door het hart werd opgewekt. En Aristoteles zag een verband tussen de ‘hoeveelheid’ ziel die een dier bezat en zijn warmte. Vissen en salamanders hadden bijvoorbeeld minder ziel dan konijnen of herten, en waren ook een stuk minder warm.
De hersenen maakten destijds weinig indruk. Zonder conserveringstechnieken, zoals vriezers en formaldehyde, zakken ze in als een pudding. Geen orgaan waar je het hoge denkwerk aan toeschrijft. (Ben Schomakers, Aristoteles, de ziel)

Plato vergelijkt de ziel met een gevleugeld span paarden en zijn menner. (FOTO MUSEO ARCHEOLOGICO TARQUINIA)
De ziel

De ziel is in diepste wezen zielig. Op ieders lip slaagt zij
er maar niet in substantie te verwerven.
Begrensd door ene begrip dat loos is, zonder materie
is zij niet meer dan het woord dat haar benoemt
zielsveel, met hart en ziel, zieltogend: niets dan taal.

Daarom raakt dit gedicht aan niets en
slaat bij iedere regel de plank steeds verder mis.
Toch wil ik haar niet missen: meer dan
de som der delen waaruit zij bestaat
verspreid in de oplichtende banen van het brein

Op de monitor van de intensive care
zien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt.
Wat achterblijft: het zielloos lichaam
en de zekerheid dat iets verdwenen is
dat niet bestaan kon maar er toch was.

J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman 1937-2012)
De heilige Liudger geneest de blinde zanger Bernlef (afbeelding uit ‘Neerlands heiligen in vroeger eeuwen’ van J.A.F. Kronenburg, 1904)

En dus gebruikte dichter Hendrik Jan Marsman (1937-2012) later het pseudoniem J. Bernlef, naam van de blinde zanger die door de heilige Liudger werd genezen. Marsman is in de literatuurgeschiedenis bekend als auteur van onder meer de roman Hersenschimmen (1984), die in 2017 zijn 61e druk beleefde. Deze roman beschrijft het proces van dementering vanuit het perspectief van een dementerende man. In 2008 schreef Marsman het Boekenweekgeschenk, getiteld De pianoman.

Zwervend tussen beelden in taal en kunstwerken, op zoek naar allerlei bepalingen van ons “aller-zielen” kwam ik bij een fraai gezegde uit een rede van prof. dr. Frans AJ. de Haas bij zijn aanvaarding van het ambt van hoogleraar op het gebied van de Antieke en Middeleeuwse wijsbegeerte (Universiteit Leiden) november 2003:

'Geen mens is intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen.' (maar dat valt bij nader inzien wel mee en kan een nieuwe stelling gelanceerd worden:  Geen mens is dom genoeg om zijn eigen intelligentie over het hoofd te zien'. - en er zal nog een hoop filosofie de revue passeren voor we daarmee in het reine zijn gekomen.'
Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch:Bezoekers bij een replica in leer van een Sovjettank door He Xiangyu. Foto Joep Jacobs

Vanuit het Chinese kunstwerk hierboven is het maar een klein stapje naar de werkelijkheid in Oekraïne. In een klein gedicht verwondert de Oekraïense dichteres Lyuba Yakimchuk zich over de productie van huisraad en wordt een haarborstel uit Kharkiv een herkenning, een verlangen naar het voorbije dagelijkse leven. Ook daar huist de ziel.

The Making of Tenderness

at the shelf of hair products
I grab a hairbrush, marked
“Made in Kharkiv”
this one ought to last awhile
as “Kharkiv” means “enduring”
some might say: “eternal”


Het maken van tederheid

bij het schap met haarproducten
Ik pak een haarborstel, gemarkeerd
"Made in Kharkiv"
deze zou een tijdje mee moeten gaan
want "Kharkiv" betekent "duurzaam".
sommigen zouden zeggen: "eeuwig".
Створення ніжності

біля полиці з засобами для волосся
Беру гребінець для волосся з написом
"Зроблено в Харкові".
ця має прослужити довго.
адже "харківський" означає "витривалий".
Хтось скаже: "вічний".
Verschuilt ze zich in bloemen, hoe thuis is zij in muziek, de ziel.
Refrain:
Sous le dôme épais
Où le blanc jasmin
À la rose s'assemble
Sur la rive en fleurs,
Riant au matin
Viens, descendons ensemble.

KWETSBAARHEID ALS THEMA, EEN TUSSENSTOP

image-2761

In 1986 wordt Martha Nussbaum op slag beroemd met haar boek The fragility of goodness’, een boek over de menselijke onmacht in de creatie van geluk en goedheid, zoals Simone van der Berg dat zo mooi zegt in haar artikel over haar in ‘Denkers van Nu, Veen magazines B.V. Diemen, 2005)

Nussbaum sympathiseert sterk met de ethiek van Aristoteles die het over een grote variëteit van onderwerpen heeft, dus tegen Kant en Plato en hedendaagse volgelingen want daarin zijn moraal en kwetsbaarheid onverenigbaar.

‘Wat wij als goed ervaren is niet altijd te plannen.
Vaak valt ons bij verrassing iets goeds ten deel, of valt het juist toevallig weg zonder dat we er iets aan kunnen doen.
Ethiek moet deze aspecten van het leven niet negeren, sterker nog: dat verlies is zelfs de kern waarom haar ethiek draait.

De ethiek noemt ze ‘technè’, een klassiek Grieks begrip dat je nu als ‘ambacht’ of ‘kunst’ zou kunnen vertalen: dingen die door mensen worden bedacht en door hen worden voortgezet.

‘Tuchè’ daarentegen zou je met ‘toeval’ kunnen vertalen.
Het woord verwijst naar alles wat effect heeft op het leven van mensen zonder dat zij zelf er controle over kunnen op uitoefenen.

Kou, noodweer, ziekte, voedselgebrek of een nachtmerrie zijn enkele voorbeelden van tuchè.
Technai (meervoud van technè) zijn dan huizenbouw, weersvoorspelling, geneeskunde, landbouw, jacht en droomduiding en bevatten een vorm van kennis die mensen weerbaar maakt tegen de effecten van tuchè op hun leven.

Ethiek is dus een manier om onszelf te beschermen tegen beschadiging, en juist daarom is ze ook noodzakelijk.
En deze behoeftigheid is bij Nussbaum niet per se een negatieve toestand: onze meest gewaardeerde technai komen eruit voort.

‘Onze kwetsbaarheid en onze behoeften zijn dus ook de oorsprong van datgene waarop we het meeste trots zijn, de ethiek incluis.’ aldus Simone van der Berg.

Plato dacht dat de mens zich kon immuun maken voor kwetsbaarheid.
Met behulp van de tragediën identificeert Nussbaum drie bronnen van kwetsbaarheid waarop de ethiek zich richt.

Pluraliteit van waarden, passies en hechting.

Die kwetsbaarheidsbronnen zijn herkenbaar voor iedereen mits we er aandacht aan besteden.

dyn002_original_421_580_jpeg_20344_4bedf803dc2d742c47501c417a41f4db

Het risico van hechting maakt het al vlug duidelijk: de persoon waaraan we ons hechtte kan emigreren, in de gevangenis belanden, doodgaan of op een ander vallen.

We kunnen ons ook aan bezittingen hechten die kunnen gestolen worden, of in verbranden.
Hechting maakt ons dus kwetsbaar: ze maakt het slagen van ons levensplan afhankelijk van factoren die we niet zelf in de hand hebben.

Bij de pluraliteit van waarden komen we misschien voor een dilemma te staan.
Zal ik mijn vriend verraden die mij een geheim toevertrouwde als dit voor de wet ‘medeplichtigheid’ zou betekenen?
Zo kun je geen gastvrije vriend zijn en tegelijkertijd iemand die de deadlines moet halen om voor Artsen zonder Grenzen te werken en in te staan voor je zieke ouders.

Maar ook de passie is een zelfstandige bron van kwetsbaarheid.
De bestuurbaarheid daarvan is beperkt en in sommige gevallen totaal afwezig: het ontbreken ervan is soms even raadselachtig als het moment dat ze zich in alle hevigheid opdringen.

Met zoveel kwetsbaarheid voor de boeg zou je je toch bij Plato’ s ideeën kunnen aansluiten (of die van Spinoza).
Plato wil zich immuun maken voor kwetsbaarheden. Hun belang negeren.
Dat is ook nu een bekend fenomeen.

Zijn ethisch perspectief overstijgt de menselijke werkelijkheid.
In het dagelijkse leven waarderen mensen allerlei dingen die voor Plato geen waarde hebben: zij willen liefde, vrienden, raken aan een huis gehecht, en nemen hun passies serieus als wegwijzers op de levensweg.
Maar al deze objecten kunnen we ook kwijt geraken, en daarom keurt Plato ze af.

‘Het oog van onze menselijke ziel ligt normaal begraven in ‘barbaars’ slijm en dat ontneemt ons het uitzicht op het goede.’

We moeten volgens hem onze ziel instrueren anders te kijken.
Daarvoor heb je een geleidelijk ontwikkelingsproces nodig waarin je onthecht raakt en leren streven naar veiliger hartstochten zoals kennis en waarheid.

Je voelt duidelijk dat het Christendom niet geheel onbekend was met deze platonische wijsheden!

Nussbaum begrijpt Plato maar keurt zijn denkwijze af.
Immers op die manier kun je niet compassioneel zijn, kun je geen mededogen opbrengen.
Socrates komt tevoorschijn als een mens die boven de werkelijkheid staat.
Hij heeft het nooit koud, hij kan drinken zonder dronken te worden, kent geen passies, heeft geen bezit.
Hij is het summum van de onkwetsbare.

Nussbaum verwacht weinig medeleven van iemand als Socrates.
Als wij zelf de ethiek vormen als een technè dan kunnen haar ook naar eigen goeddunken wijzigen.
Nussbaum komt op voor een ethiek waarin we dit inlevingsvermogen moet kunnen waarderen en stimuleren.
Deze ethiek negeert de bronnen van de kwetsbaarheid niet.
Kwetsbaarheden leveen ons namelijk belangrijke informatie over dat wat we goedkeuren.
Daarom richt ze zich naar Aristoteles die deze bronnen niet elimineert, hij geeft ze integendeel een centrale plaats.
Zijn ethisch onderzoek start hij vanuit het perspectief van het dagelijks leven.

En dan zijn we terug waar we gisteren zijn aangeland, bij de emoties.


Deze bijdrage was een redactie van Simone van der Burgs artikel in het reeds geciteerde boek.

De schilderijen zijn van de jonge Amerikaanse Jenifer Balkan (1970)