Een mens ten voeten uit: Jean-François Millet (1814-1875) schilder

Le Moissonneur (De Maaier) – Jean-François Millet (1866-1867)
pastel op karton – 96 cm x 68 cm
Hiroshima Museum of Art

een GEÏNSPIREERDE of VAN ALLE MARKTEN THUIS?

Jean-François Millet stierf een jaar na de eerste tentoonstelling van de impressionisten, die veel te danken hadden aan het meesterschap van de schilder op het gebied van licht en sfeer. Millet, vooral bekend om zijn werken die hij eind jaren 1840-1850 in Parijs en Barbizon maakte en waarin hij het zware werk van landarbeiders met gratie en waardigheid weergeeft, werd vereerd door kunstenaars als Camille Pissarro, wiens stralende schilderijen van landarbeiders zijn invloed laten zien; Vincent van Gogh, die tot laat in de nacht Millett’s biografie bestudeerde en exacte kopieën van zijn werk maakte; en Salvador Dalí, die een boek publiceerde over Millet’s L’ Angélus (1859) en in 1933 zijn eigen eerbetoon aan het schilderij voltooide.

Diverse werken van ‘De Maaier’ van Millet
door (v.l.n.r.) Vincent van Gogh, Paul Cezanne, John Singer Sargent en Jacques Adrien Lavieille
Salvador Dali Angelus. 1933

Salvador Dalí was especially fascinated by this work and wrote a whole book on it in 1938, entitled The Tragic Myth of the Angelus by Millet.

Tegen het einde van de jaren twintig kwam Salvador Dalí, uitgaande van de theorieën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, tot de ontdekking van de paranoïde-kritische methode, een onderzoekssysteem dat de schilder omschreef als een “spontane methode van irrationele kennis, gebaseerd op de kritische en systematische objectiviteit van de associaties en interpretaties van delirante verschijnselen”. Een van de iconografische varianten in Dalí’s paranoïde-kritische repertoire zijn de zogenaamde ‘caprices’, of willekeurig gekozen onderwerpen. Een daarvan was Millet’s L’ Angélus (Het Angelus), een schilderij dat volgens de kunstenaar de christelijke moraal van de 19e eeuw illustreert en dat Dalí enorm bewonderde.

Het Angelus. 1857-59 (klik op schilderij om te vergroten)

L' Angélus, een tedere afbeelding van een man en een vrouw die aan het einde van een dag aardappelen oogsten en opgeroepen door het kleppen van het angelusklokje samen het voorgeschreven gebed bidden.

In onderstaande video van 5' te zien in het Dali museum in St. Petersburg (surrealistischer kan niet) beleef je een verdroomd bezoek aan zijn schilderij in een soort virtuele realiteit (360°) Een bezoek aan de wereld die dat Angelus bij Dali heeft nagelaten.

Naar de werkelijkheid, een schildersleven

Jean-François Millet werd op 4 oktober 1814 geboren in Gruchy, nabij Cherbourg, in een hecht gezin van bescheiden, maar niet arme boeren. Het gezin bestond uit een weduwe, haar zoon en zijn vrouw en acht kinderen. Ze hielden van lezen en hadden respect voor kennis. Hij kreeg er een gedegen opleiding en zijn cultuur zou zijn hele leven lang bewondering oogsten bij zijn vrienden en bezoekers. Zijn vader besefte dat zijn zoon een uitgesproken talent had voor tekenen:

"Mon pauvre François, je vois bien que tu es tourmenté de cette idée-là; j'aurais bien voulu t'envoyer te faire instruire dans ce métier de peintre qu'on dit si beau, mais je ne le pouvais; tu es l'aîné des garçons et j'avais trop besoin de toi; maintenant tes frères grandissent et je ne veux pas t'empêcher d'apprendre ce que tu as tant envie de savoir."

Cette période de la vie de Millet reste fortement restée ancrée dans son coeur :
 
"Paysan je suis né, paysan je resterai".

In 1833 schreef zijn vader hem in Cherbourg in bij het atelier van Mouchel, een schilder naar de school van David. Na de dood van zijn vader ging hij naar het atelier van Langlois, een leerling van Gros. Maar Langlois voelde dat hij Millet niets meer kon leren, dus wendde hij zich tot de gemeenteraad van Cherbourg die hem in 1837 een beurs toekende zodat hij beeldende kunst kon studeren in Parijs.

De houtzagers. 1848

"Ce fut un samedi de janvier que j'arrivai le soir à Paris, par la neige; la lueur des réverbères presque éteints par le brouillard, la quantité immense de chevaux et de voitures qui se heurtaient ou s'entrecroisaient, les rues étroites, l'odeur et l'air de Paris, me portèrent à la tête et au coeur, au point de me suffoquer.... 
C'est ainsi que j'accostai Paris; sans le maudire, avec la terreur de ne rien comprendre à sa vie matérielle et spirituelle, et aussi avec l'envie et la volonté de voir ces fameux maîtres dont on m'avait tant parlé et dont j'avais entrevu quelques bribes au musée de Cherbourg.”

januari 1837
Zelfportret 1845-46

In het jaar 1839 eindigde zijn beurs en werd zijn eerste bijdrage voor het Parijse Salon afgekeurd. In 1840 werd zijn werk wel geaccepteerd. Hij pendelde heen en weer tussen Parijs en Cherbourg, waar hij zich thuis voelde. Hij schilderde daar portretten, zelfportretten en mythologische afbeeldingen. Maar…In 1849 verlaat Millet Parijs om zich te vestigen in Barbizon, een klein gehucht aan de rand van het bos van Fontainebleau. Hij sluit zich aan bij een groep kunstenaars die beïnvloed zijn door het landschap en het licht van deze regio, waaronder Théodore Rousseau, Camille Corot en Charles-François Daubigny. Samen richten ze de École de Barbizon op, een artistieke beweging die het schilderen in de open lucht en een meer spontane benadering van het landschap promoot.

Man met de hak. 1860-62

En Van Gogh als bewonderaar? Een fragment uit ‘Het Heilig land’ van Koen Kleijn De Groene Amsterdammer nr 43 2019

“Van Gogh had Het angelus nooit zelf gezien, maar er waren reproducties in omloop, en het had in die tijd de kranten gehaald omdat het in 1872 voor 38.000 franc aan de Brusselse verzamelaar John Wilson was verkocht – een bijzonder hoog bedrag voor een levende kunstenaar. Als Van Gogh in 1882 de biografie van Millet door Sensier in handen krijgt, schrijft hij aan Theo: ‘Zeg Theo wat was die Millet een kerel! (…) Het interesseert mij zoo dat ik ’s nachts er van wakker wordt en de lamp aansteek en blijf lezen. Want overdag moet ik werken.’

Jean-François Millet (4th Oct, 1814 – 20th Jan, 1875)
Faucheur, vu par derrière
Credit: 
Photo (C) RMN-Grand Palais (musée d’Orsay) / Thierry Le Mage
Paris, musée d’Orsay, conservé au musée du Louvre

In de ontwikkeling van Van Gogh tot kunstenaar is Millet een permanente stem, bijna een obsessie, en de verbinding is in een tentoonstelling dus gauw gelegd, en toch is dat in dit geval eigenlijk niet meer dan aan de aanleiding. Van Goghs werk is hier zelfs een beetje bijzaak, een voetnoot, bijna, omdat hij zich als kunstenaar immers pas manifesteerde toen Millets invloed zich al decennialang over de kunstwereld had verbreid. Van Gogh was een nakomertje, maar wel een fanatiek nakomertje; boven alles bewonderde hij in Millet diens radicale en diepgevoelde engagement met de verworpenen der aarde.”

Vanuit Londen schrijft hij bijvoorbeeld al in 1874 naar Theo: ‘Uit je brief zag ik dat je hart hebt voor kunst, & dat is een goed ding, kerel. Ik ben blij je van Millet, Jacque, Schreijer, Lambinet, Frans Hals &c. houdt, want, zoo als Mauve zegt “dat is het”. Ja, dat (schilderij) van Millet, L’angelus du soir, “dat is het” – dat is rijk, dat is poesie.’ (ibidem)
Jean-François Millet, Rustende oogsters (Ruth en Boaz), 1850-1853. Olieverf op doek, 67,3 x 119,7 cm. Legaat van mevrouw Martin Brimmer © Museum of Fine Art, Boston Klik op onderschrift om te vergroten.


Van 1850 tot 1853 werkte Millet aan Oogsters die rusten (Ruth en Boaz), een schilderij dat hij als zijn belangrijkste beschouwde en waaraan hij het langst werkte. Het was bedoeld als concurrentie voor zijn helden Michelangelo en Poussin, en het was ook het schilderij dat zijn overgang markeerde van de weergave van symbolische beelden van het boerenleven naar die van de hedendaagse sociale omstandigheden. Het was het enige schilderij dat hij ooit dateerde, en het was het eerste werk dat hem officiële erkenning opleverde, een tweedeklas medaille op de Salon van 1853.

Jean-François Millet Des glanseuses 1857. De arenlezers. Klik op beeld om te vergroten.

Dat zo’n ingetogen schilderij als De arenlezers op de Salon van 1857 als schandalig en verontrustend werd onthaald is begrijpelijk. Dit is een afbeelding van onderhorig werk door boerenvrouwen aan de rand van het bestaan. Er is geen vals sentiment, geen schijn van ‘nobele armoede’. Millets vrouwen zijn toonbeelden van uitputting en honger, ze bevinden zich in een vernederende, hulpeloze positie, net als de uitgemergelde landarbeider in Man met hak, die in een staat van rauwe wanhoop verkeert. Daarin zijn ze verontrustend. Frankrijk was mid-negentiende eeuw nog voor het overgrote deel een agrarische samenleving, en de massa doodarme dagloners op het land was veel en veel groter dan het industrieel proletariaat in de steden. Die groep werd grondig uitgebuit – het arenlezen, wat sinds mensenheugenis een vorm van liefdadigheid was, werd in 1850 commercieel uitgebuit – en dus herkende de bourgeoisie in Millets werk niet meer de idylle ‘des gerusten landmans’, die ‘zijn zalig lot/ voor geen koningskroon zou geven’, maar de paukenroffel van een ontwakende reus. (DGA Koen Kleijn ibidem)

Jean-François Millet, Deux hommes labourant, 1866, crayon pastel et noir sur papier tissé, 69,9 x 94 cm, Musée des Beaux-Arts de Boston, Etats-Unis © Musée des Beaux-Arts de Boston

Félix Feuardent
Le peintre Jean-François Millet et sa famille
1854
daguerréotype
© Musée d’Orsay, Dist. RMN-Grand Palais / Patrice Schmidt
Félix Feuardent (1819 – 1907)

In 1841: Hij trouwt met Pauline-Virginie Ono, dochter van een kleermaker, met wie hij naar Parijs vertrekt om zijn geluk te beproeven. Hij leeft van gelegenheidswerken, wat hij zijn “bloemrijke stijl” noemt, met een min of meer ‘losbandige’ inslag, in de stijl van Watteau en Boucher.
In 1844: Na de dood van Pauline-Virginie in april keert hij terug naar Cherbourg.
Met zijn nieuwe partner, Catherine Lemaire, een meisje van zeventien, vertrekt hij eerst naar Le Havre en vervolgens naar Parijs, waar hij zich mengt in de artistieke kringen en bevriend raakt met Troyon, Diaz de la Pena, Honoré Daumier, enz.
In 1846: geboorte van Marie, zijn eerste dochter (er volgen nog acht andere)

Millet, Jean-Francois; A Woman Adjusting Her Stocking; Glasgow Museums; http://www.artuk.org/artworks/a-woman-adjusting-her-stocking-85344

Een chronologische lijst met zijn werken kun je hier raadplegen:

https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_de_peintures_de_Jean-Fran%C3%A7ois_Millet

Jean-François Millet – Fishing Boat – 17.1530 – Museum of Fine Arts
Jean-François Millethttps://www.mfa.org/collections/object/fishing-boat-31646

Het droevige van voorlopers is dat zij de essenties aangeven zonder daar zelf de verdiensten van te hebben geoogst.
Millet schilderde zelden in de natuur, hij maakte daar tekeningen, schetsen die hij daarna in zijn atelier als basis voor een schilderij zou gebruiken. Dichtbij de mensen, weten wat handenarbeid is, de honger herkennen en oog hebben voor het feestelijke van het licht en de seizoenen, maar ook voor de onmacht, de sociale ongelijkheid, de jaren voor en na 1848, de moeilijke weg naar een meer democratisch bestel tijdens een eeuw waarin de afstanden verkleinden maar slechts een beperkte middenklasse van het nieuwe comfort kon genieten.
Millet stierf een jaar nadat de impressionisten hun eerste tentoonstelling lanceerden en spot en gejoel voor hun werk kranten en tijdschriften vulden.
Vincent van Gogh herkende het wel en heeft dat duidelijk gemaakt in geschriften maar vooral met zijn werk.
En of ook hun werk vandaag niet alleen commercieel in de belangstelling komt maar naar zijn ware betekenis wordt geschat mag in deze opnieuw onrustige tijden meer dan een vrome wens zijn.

Boer die een ent plaatst op een boom 1855

VAN MODEL NAAR DE ERVARING

dyn002_original_428_462_jpeg_20344_27d112813dabdd06f891c6d033c6f791

De behoefte om te geloven.
Zo noemt Peter Gay in zijn boek ‘De eeuw van Schnitzler’ de voornaamste Victoriaanse kentrek.

Als voorbeeld van die behoefte haalt hij de filosoof WILLIAM JAMES aan (broer van de auteur Henry James), de meest gelezen en gerespecteerde Amerikaanse filosoof en psycholoog uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

dyn002_original_300_300_jpeg_20344_2e2ad8212c0f90f191532a13a71fc4f5

We kennen hem nog onder de naam van ‘het pragmatisme’ en daarvan vond ik een mooie verklaring in een Engelse cultuurkrant:

Pragmatism is nothing more or less than a method for testing ideas by challenging them to make a difference in our experience of the world. Any concerted intellectual project–be it philosophy or law, architecture or criticism–should not bypass what James called “the rich thicket of reality” by incanting magic “solving names”; he cited “God,” “Matter,” “Reason,” “the Absolute,” and “Energy,” but we might recognize “authorship,” “sign,” “transgression,” “space,” and “the virtual” as well. To James, ideas, however lofty, prove themselves to be true only when they are carried all the way back down to Earth, examined in the clear light of human doubt, and are shown to perform.’

Samengevat, dat rich thicket of reality paste hij dan ook zonder enig compromis toe in zijn eigen leven.

‘Hij was de meest persoonlijke en autobiografische van alle denkers, die zijn filosofie openstelde voor zijn diepste persoonlijke drijfveren – veel openlijker dan onder zijn collega’ s gebruikelijk was.’

Peter Gray De eeuw van Schnitzler, pagina 240

Dat lijkt nu eenvoudig, maar on-Engels was het tot en met.
Engelsen hielden (of houden) van duidelijke modellen: het is wit of zwart, maar alle tinten van grijs zijn ons te moeilijk.

In de schilderkunst zagen we hoe schilders die rollen of symbolen doorbraken toen ze op zoek gingen naar de essentie, naar de synthese die uiteraard bestaat uit variaties en nuances.

dyn002_original_600_457_jpeg_20344_e7503518c673309dfb586b7a42b955a2

De schilder en zijn model van William Orpen was dan ook een shockerend werk, want het naakt zat daar bijna keuvelend in de zetel en was inderdaad een vrouw zonder kleren terwijl het meestal als symbool voor vaderland en hogere ideeën gold (gelden wel, maar natuurlijk was dat ook een dekmanteltje voor de gewone mannelijke nieuwsgierigheid, al is het woord ‘dekmantel’ hier bijzonder grappig als we het over het ‘naakt’ hebben!)

Ik zeg het een beetje simpel want we moeten niet denken dat je die twee klassen, de conserevatieven en de modernisten had waarvan de enen het moeilijk hadden om naar de twintigste eeuw over te stappen en de anderen niet snel genoeg in de twintigste konden zijn .

Dat is een simplistisch denken.
Er waren mensen die gek waren van de landschapsschilders van Barbizon maar geen goed woord voor andere impressionisten over hadden, wegens te slordig of te achteloos.
Anderen bewonderden Van Gogh maar gaven af op doeken van Kandinsky zoals Schnitzler zich door Schönberg voelde opgelicht wat muziek betrof.

De variëteit aan smaken valt op, want die was eindeloos groot, en…zo hoort het ook!

Peter Gay vat dat mooi samen:
‘Kortom, de grenzen tussen de honkvaste bourgeois en de vermetele ontdekkingsreizigers waren vaag.’ (p294)

En vanuit dat standpunt betekende William James (het wemelt van de Williams!) erg veel door de werkelijkheid zoals je die ervaarde als uitgangspunt te nemen voor onderzoek.

Hedendaagse markettinglieden zouden het moeilijk hebben met die Victorianen!

En wat dan als het over ‘God’ ging? Het model bij uitstek, de uiteindelijke projectie?
Terug naar de eerste zin: de behoefte om te geloven.

Dat is weer een ander verhaal.