Het momentele als waan of essentie (1)

“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten)
“Chemin montant dans les hautes herbes”_(1873)-Pierre_Auguste_Renoir (1841-1919) (klik op afbeelding om te vergroten en nog eens eens je in d’ Orsay bent beland.

Inderdaad, samen zijn dit 5 digitale versies van een en hetzelfde schilderij, niet eens groot 60 x 74cm zonder kader, origineel te bewonderen in het Musée d’ Orsay, Paris. Bovenste foto is een versie van Wikipedia via Google, de laatste komt uit het museum zelf, en dan heb ik het nog niet over de diverse kopieën die in de zgn. ‘kunsthandel’ te koop zijn. We zullen moeten gaan kijken, inderdaad en dan zullen we nog een aantal andere versies moeten verwerken al blijkt bij het kleuren zien de hersenwerking bij elke waarnemer identiek. maar de persoonlijke ervaring ervan is weer een ander hoofdstuk.

Maak ik een schermafbeelding van Googles opzoekingen dan zie je ongeveer dit:

In een nog recentere versie , februari 2024 resultaat van een opname in de tentoonstelling Colour & Light – The legacy of impressionism, Atheneum, 20 October 2023 – 25 February 2024 kan je een sterke rood-beklemtonende opname bekijken:

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Chemin_montant_dans_les_hautes_herbes.png

…en terwijl je daar bent, daarnaast onderaan een erg getrouwe kopie uit het museum, en dan zijn we terug bij een mengeling van de opnames bovenaan.

Maar…er is slechts één verhaal.. De plaats: Essoyes. Of niet? Gaat het eerder over een ‘impressie’? Herinneringen? Maak een keuze tussen de eerste twee doeken bij het begin van deze bijdrage.

Het verhaal van "Chemin montant dans les hautes herbes":

Twee silhouetten bijna in het midden van het doek, het kleinere silhouet is van een kind, het andere van een vrouw. Loopt het kind voorop, bloemen in een van zijn handen terwijl de vrouw een rode parasol draagt. Zij lopen beiden naar een houten poortje, rechtsonder het schilderij. Mogelijk heeft Renoir Jean, zoon en Camille, vrouw van zijn vriend Monet verbeeld.
Voel je de zomerwarmte? Hoor je de krekels? De wind brengt een zoete geur van wilde bloemen mee. In de verte, op het pad achter het kind en de vrouw met de rode parasol zie je nog een stel, een man en een vrouw, in het zwart gekleed. Ook die vrouw beschermt zich met haar parasol.
De tuin zal meermaals in zijn werk verschijnen.

Pierre-Auguste Renoir Femme avec parasol dans un jardin 1875

Is het een herinnering van de schilder P.A. Renoir in Essoyes en beschrijving van de route “Chemin montant dans les hautes herbes”?

Auguste Renoir en Aline Charigot, afkomstig uit Essoyes, ontmoetten elkaar in Parijs. In de Rue Saint Georges, in een crémerie waar men in die tijd ook kon eten, charmeerde de jonge naaister uit de provincie Renoir. Hij was onder de indruk van de charme van deze 21-jarige vrouw en vroeg haar om in zijn atelier te komen poseren. Aline stemt toe en zo vindt de kunstenaar, die zich niet op zijn gemak voelt in de salons van de Parijse bourgeoisie, maar zich aangetrokken voelt tot de natuur en het gezonde leven van de plattelandsbevolking, de weg naar Essoyes. Maar dan zijn we de rumoerige jaren 1872-1877 net voorbij.

Renoir a 39 ans. Il est alors dans une période critique. Et comme ses amis Monet, Pissarro et Sisley, il traverse une période où le mouvement impressionniste s’essouffle. Comme eux, il la résoudra à sa façon. Contrairement à Monet, Cézanne et Degas, il ne peut vivre que de sa peinture. Voilà pourquoi il s’est lancé dans le portrait et ainsi s’est acquis la bourgeoisie parisienne. Mais c’est à Essoyes qu’il va retrouver l’ambiance, le cadre, les couleurs et la lumière de sa peinture. “Essoyes avait vraiment tout ce qu’il faut pour enchanter un peintre et lui faire découvrir des motifs à chaque pas ; un village où les toits étaient d’une belle couleur raisin de Corinthe, une rivière coulant paresseusement au pied des bouquets de saules argentés, un sol d’un ton cuivré et au-delà une épaisse forêt” 

(François Fosca / Editions Aimery Somogy).

Renoir Grand Vent (Le coup de vent) 1872

Dit werk hing ook op de eerste tentoonstelling van ‘de impressionisten’ in 1874 en zorgde voor de nodige negatieve commentaar. Stel je voor, een schilderij zonder figuratie, met de wind als onderwerp. Wind ja! En rond dezelfde tijd 1874-1876 dit portret: ‘Femme à l’ ombrelle et enfant’

Pierre-Auguste Renoir – Femme à l’ombrelle et enfant.jpg. (1874-76)

En of dit niet Camille Monet was? Maar vooral de mooie belichting, licht en schaduw zijn belangrijker dan de details van het kleed en de zomerse omgeving. Zijn we hier bij personages van de ‘Chemin montant?’ Alvast in dezelfde innigheid en atmosfeer. Het moment. Even maar en het is voorbij. Kunstenaars als Claude Monet, Pierre August Renoir, Edgar Degas, Camille Pissaro, Berthe Morisot stelden voor de eerste maal hun (vaak geweigerde) werken tentoon in 1874. Het statische beeld verdampte in de pijnlijke schoonheid van ‘let op, het duurt maar even en het is voorbij…’ En of je die momenten kon vastleggen; was dat geen contradictio in terminis? Zelfs het reproduceren van hun werken is geen makkelijke opgave zoals duidelijk bleek bij het begin van deze bijdrage. Een museum is een oplossing, of met de feestdagen in het achterhoofd geef en krijg mooie geïllustreerde kunstboeken.

Berthe Morisot painting entitled: Eugène Manet and his Daughter in the Garden

Voor mij bestaat een landschap nauwelijks als landschap, omdat het voortdurend van uiterlijk verandert; maar het leeft dankzij zijn omgeving, de lucht en het licht, die voortdurend variëren.
Claude Monet

Het Klaprozenveld in Argenteuil, 1873. Claude Monet
Neen. Het moment
is geen bevroren onderdeel
van een beweging.
Het moment suggereert
wat zichtbaar was of wordt,
maar
zonder nu
bestaat er geen verleden
noch toekomst.

(wordt dus vervolgd)

Renoir. Vrouw in de tuin

Aanvullend:

Landschappen uit de ‘vleugeltijd’ (2)

Het verloren dorp

Verbeelding, en wat die ‘kracht’ in je kindertijd zou kunnen betekenen is een overbevraagd begrip vaak overvloedig gehanteerd in alles behalve fantasierijke tijden. Zelfs de New York Times die meestal niet veel aan de verbeelding wenst over te laten, schreef eergisteren via opinion columnist David Brooks over ‘The Awesome Importance of Imagination’.

'What is imagination? Well, one way of looking at it is that every waking second your brain is bombarded with a buzzing, blooming confusion of colors, shapes and movements. Imagination is the capacity to make associations among all these bits of information and to synthesize them into patterns and concepts.'

'Perception — the fast process of selecting, putting together, interpreting and experiencing facts, thoughts and emotions — is the essential poetic act that makes you you.'
Otto Dettmer Hand taking pages from book inside of man’s head

Als kind, in de oorlog gemaakt en na de eerste babyjaren uit diezelfde oorlog gekropen zou zijn verbeelding best kunnen belast zijn bij de niet zo vrolijke activiteiten van op-en-neer gaand sirene-geloei, haastige verplaatsingen van bedje naar houten draagkist die met inhoud naar de kelder verhuist en daar wacht op de verlossende lang uitgerokken huiltoon van hetzelfde geloei, teken dat het gevaar waarschijnlijk geweken was, waarna de verplaatsingen in omgekeerde volgorde plaatsvinden. Om nog te zwijgen van wat terugtrekkende en aanstormende soldaten teweeg brengen in het dagelijks leven van jonge ouders met baby.

"The imagination, Charles Darwin wrote, “unites former images and ideas, independently of the will, and thus creates brilliant and novel results.” (ibidem)

Van bovenstaande beelden heeft hij nooit last gehad. En op de ‘brilliant and novel results’ was het wel even wachten. De stilte na het oorlogsgeweld met op de achtergrond de verwarring van verdeelde en gedeelde familiegeschiedenissen zou hem pas later duidelijk worden. Maar was het nu door de aangeboren verbeelding of de diep gewortelde angsten die in de voorbije tijd in ruime mate aanwezig waren geweest, de baby werd elke nacht huilend wakker, een verschijnsel dat ook in huidige tijden jonge ouders niet onbekend zal zijn. Voedsel was dan al geen probleem meer. Het kind was duidelijk bang. Dergelijke toestanden zou nu een legertje hulpverleners in gang kunnen zetten, toen volstond een korf met kippeneieren, afgegeven bij de portierster van de Clarissen, en jawel hoor, de angsten verdwenen de eerst volgende nacht. Het kind sliep zoals kinderen van die leeftijd horen te slapen: lang en diep.

Hughes, Jack; Boy Sleeping under the Moon; Leicestershire County Council Artworks Collection; http://www.artuk.org/artworks/boy-sleeping-under-the-moon-82688

Het kinderdonker is alleen al door de uitgroei van de hersenen vaak een angstig landschap. Herinner je het wakker worden midden in de nacht. Waarschijnlijk zijn er heden ten dage allerlei lichtjes aanwezig die dat aardedonker minder afschrikkend maken, maar in de kindertijd van het jongetje was nachtelijk licht een mogelijke plaatsbepaling. Niet alleen de oorlogsschrik, maar ook de opvoedingspraktijken vonden nachtelijke lichtjes niet o.k.
Wakker worden in complete duisternis leverde je onmiddellijk over aan de onmogelijkheid om je eigen plaats te bepalen in de reusachtige overvloed aan zwart. Waar onder en boven was, hoe je te weten kon komen of je inderdaad wakker was, of de donkerte het begin van een akelige droom zou zijn, alleen een hulpkreet zou menselijke aanwezigheid duidelijk maken.
Hij riep dus op zijn vader die na herhaling een zacht gebrom liet horen.
‘Pa, zeg eens heilige Petrus van Rome!’
Er volgde een lange stilte.
‘Pa, zeg eens Heilige Petrus van Rome.’
Keelgeschraap uit de ouderlijke slaapkamer en dan de vertrouwde stem:
‘Heilige Petrus van Rome, bewaar onze –naam van de aanvrager- van al zijn kwade dromen. Heilige Petrus in zijn graf, neem onze –naam van de aanvrager- al zijn kwade dromen af.’
Het hielp onmiddellijk en altijd.

Jezelf wapenen, zelfredzaamheid dus, kwam later aan bod: waar de fantasie vaak de oorzaak van allerlei angsten kon zijn, zou hij ze ook als wapen kunnen gebruiken. Er waren wellicht toverwoorden, bijzondere gebaren, liedjes of gedichten die elk aanstormend monster zouden afschrikken. Lectuur dus, tekeningen en het ontwerpen van gefluisterde spreuken, het vertellen van verhalen aan jezelf of aan je (ook bang) broertje.
Of zoals de NY-Times vertelt:

'A person who feeds his or her imagination with a fuller repertoire of thoughts and experiences has the ability not only to see reality more richly but also — even more rare — to imagine the world through the imaginations of others. This is the skill we see in Shakespeare to such a miraculous degree — his ability to disappear into his characters and inhabit their points of view without ever pretending to explain them.

Different people have different kinds of imagination. Some people mainly focus on the parts of the world that can be quantified. This prosaic form of pattern recognition can be very practical. But it often doesn’t see the subjective way people coat the world with values and emotions and aspirations, which is exactly what we want to see if we want to glimpse how they experience their experience.
Blake and others aspired to the most enchanted form of imagination, which as Mark Vernon writes in Aeon, “bridges the subjective and objective, and perceives the interior vitality of the world as well as its interconnecting exteriors.” This is van Gogh painting starry nights and Einstein imagining himself riding alongside a light beam.'
Van Gogh Vincent Sterrennacht
'Imagination helps you perceive reality, try on other realities, predict possible futures, experience other viewpoints. And yet how much do schools prioritize the cultivation of this essential ability?

What happens to a society that lets so much of its imaginative capacity lie fallow? Perhaps you wind up in a society in which people are strangers to one another and themselves.'

(hieronder kun je je voor geen geld op die degelijke NY Times abonneren en het artikel in zijn geheel lezen)
'Onder de appelboom' - Rutger Kopland

Ik kwam thuis, het was 
een uur of acht en zeldzaam 
zacht voor de tijd van het jaar, 
de tuinbank stond klaar 
onder de appelboom

ik ging zitten en ik zat 
te kijken hoe de buurman 
in zijn tuin nog aan het spitten 
was, de nacht kwam uit de aarde 
een blauwer wordend licht hing 
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi 
om waar te zijn, de dingen 
van de dag verdwenen voor de geur 
van hooi, er lag weer speelgoed 
in het gras en verweg in het huis 
lachten de kinderen in het bad 
tot waar ik zat, tot 
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels 
van ganzen in de hemel 
hoorde ik hoe stil en leeg 
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij 
zitten, om precies te zijn jij 
was het die naast mij kwam 
onder de appelboom, zeldzaam 
zacht en dichtbij 
voor onze leeftijd.
In de appelboom Berthe Morisot 1890