Ontwapenend (3): de machteloosheid bekeken

Titiaan ‘De zieke man’ (1514)

Eerst toegeschreven aan Leonardo da Vinci en aan Sebastiano del Piombo werd het uiteindelijk terecht bij het werk van Tiziano Vecellio geklasseerd. Door de uitdrukking en kleur kreeg het schilderij de bijnaam ‘de zieke man’. Het duidt meteen op een vreemde eigenschap waarbij het ‘ingetogene’, ‘de verstilling’ vlug in verband met zwakte en tekort wordt gebracht. Toen hij het schilderde was zijn toekomstige opdrachtgever, Karel V veertien jaar, een jongen met toekomst. De schilder -hij werd toen zesentwintig- zou twee jaar later de officiële schilder van de republiek Venetië worden. Vergelijk je het met ‘Abraham en Isaak’ bedoeld voor een plafondschildering maar nu te bewonderen in de sacristie van de Santa Maria della Salute in Ventië , dan is beweging en palet ver van de soberheid en stilte die je bij ‘de zieke man’ terugvindt.

Titiaan. Abraham en Isaak. 1542-44 olieverf op doek ‘328 x 285cm)

Je moet wel een engel zijn om zonder ernstige kwetsuren het zwaard van Abraham tegen te houden, mes waarmee hij zijn zoon Isaak (hier duidelijk nog Isaakje) aan de vragende god wil offeren. Een bijbelverhaal overigens waartegen ik als kind luidruchtig protesteerde, zeker bij de latere versie van Caravaggio (1573-1619) waarbij de erg menselijke engel Isaak’s arm tegenhoudt en als alternatief offer een ram aanwijst terwijl Isaak het doodsbang uitschreeuwt.

Caravaggio. 1573-1610. Het offeren van Izaak

Rembrandt zal in 1636 zijn versie van het verhaal schilderen waarbij de grote vaderhand het gezicht van zoon Isaak vrijwel helemaal bedekt en je je kunt afvragen of het kind niet eerst gestikt dan wel de nek is afgesneden. De opgestoken linkerhand van de engel drukt duidelijk afkeuring uit. ‘Vent, toch!’

Atelier van Rembrandt. Het offer van Abraham. 1636

Abraham (Hebreeuws: אַבְרָהָם, Avrāhām of אֲבִירָם, Aviram, mogelijk "De/mijn vader is subliem", volgens de volksetymologie: "Vader van velen/vele volken") of Ibrahim (Arabisch: ابرَاهِيم, Ibrahim), eerder Abram geheten (Hebreeuws: אַבְרָם, avrām), is volgens de Hebreeuwse Bijbel en de Koran de aartsvader van de Israëlieten en Arabieren.[1] Omdat hij in overdrachtelijke zin ook zo wordt beschouwd door christenen worden het jodendom, de islam en het christendom ook wel de Abrahamitische religies genoemd. (Wikipedia)

Jan Lievens: Abraham offert de ram in plaats van Isaak, God vernieuwt zijn belofte aan Abraham, olieverf op doek, 180 x 136 cm, circa 1638.

Aandoenlijk is deze mooie versie van Jan Lievens hierboven waar vader en zoon in elkaars armen na-beven terwijl de ram al geofferd is. Wat is ons overkomen? Ook Leonard Cohen, in zijn album Songs from a Room (1969), vertelde het verhaal in zijn prachtige song ‘Story of Isaac’ (met de oorlog in Vietnam op de achtergrond) Hij legt Isaak de woorden van de song in de mond:

Cohens lied heeft een bitter einde:  wat is broederschap?  Als iemand mij broeder noemt, is dat dan op basis van het gevoel dat alle mensen broeders zijn, of is het een retorische kreet die in de zestiger jaren de jonge generatie van het 'Vrije Westen' ertoe moet bewegen onder een gezamenlijke noemer en met een gezamenlijk, van bovenaf aangereikt doel slachtpartijen aan te richten onder hen die plotseling niet meer als medemensen maar als "de Vijand" worden gezien?   (Bram van der Hout over Leonard Cohen)

Flora (1515)
1515-20
Oil on canvas, 80 x 64 cm
Galleria degli Uffizi, Florence

Niet geheel toevallig vind je hierboven een van Titiaans mooiste werken: ‘Flora.’ Ze is een jaartje later dan ‘de zieke man’ geschilderd. Een mooie beschrijving uit de Web Gallery of Art:

"Dit is een van Titiaans mooiste werken, dat in de warme en gepassioneerde intensiteit van de kleur de jeugdige periode van Titiaan samenvat. De mooie vrouw die bloemen draagt zou Flora zijn, de klassieke godin van de bloemen en de lente. De titel Flora gaat terug op een gravure die in de 17e eeuw door Sandrart van het schilderij werd gemaakt. Dit schilderij is een van de eerste uit een reeks portretten van ideale vrouwelijke schoonheid die Titiaan schilderde. De glans van haar roodgouden haar, de zachte tint van haar huid en de net zichtbare borst waarvan de naaktheid vakkundig wordt benadrukt door haar hand en het roze brokaat, tonen Titiaans vaardigheden als subtiel colorist en zijn zekere gevoel voor sensualiteit."

Zij is mijn beeld tegenover de overdaad aan zgn. ‘mannelijkheid’ die de strijdende wereld deze dagen overvloedig toont zoals Noor Or in haar opstel “La Nausée” beschrijft:

"Maar ik ben gaan denken dat de wortel van het probleem, en van al het geweld dat de wereld op zijn grondvesten doet schudden, misschien wel mannelijkheid is.
Als ik bedenk dat nog maar een paar dagen geleden honderden Palestijnse en Israëlische vrouwen deelnamen aan de “vrouwen voor vrede”-mars in Jeruzalem, huiver ik bij de gruwel die daarop volgde. Ik huiver bij de gedachte aan die mannen die met hun wapens in de lucht zwaaien als rechtopstaande penissen. Ik huiver als ik denk aan de staatshoofden, vernederd, hun mannelijkheid gekneusd, die hun beslissingen zullen nemen met maar één gedachte in hun achterhoofd: bewijzen wie de grootste heeft.
Ik weet dat ik van alle kanten aangevallen zal worden. Door pro-Palestijnen, door pro-Israëliërs, door anti-feministen, door kwetsbare mannen, en met hen geallieerde vrouwen. En voor het eerst in mijn leven kan het me niets schelen."

Noor Or
oorspronkelijke bron: 

https://lundi.am/La-nausee

geciteerd en vertaald in Salon van Sisyphus “Misselijk”

TANIA FONT < Palamós, 1978
DECONSTRUCCIÓ XX
2023 – 72 x 64 x 43 cm
Concrete, iron, ceramic, paper & wood

Een kerk, 3 schilderijen en een gedicht

Neen, het is niet de bedoeling de lezer(es) een zijkapel van de San Luigi del Francesi-kerk in Rome voor te stellen om je dan mee te nemen naar de zogenaamde Contarelli-kapel en je te verbazen met drie reusachtige schilderijen van de overbekende Caravaggio, allen met de evangelist Matteüs als hoofdpersoon, daar gebruiken we liever de Poolse dichter Adam Zagajewski voor. (1945-2021) We hebben zijn persoon en werk het voorbije jaar voorgesteld in een bijdrage: ‘Maar de woorden zwijgen niet’. (zie onderaan) In een mooie net verschenen antologie vonden we de Engelse vertaling van zijn gedicht: ‘The calling of St. Matthew’, een ervaring bij zo’n bezoek aan het meesterwerk met die naam.

De roeping van de heilige Mattheüs Caraveggio
De roeping van Matteüs (Vocazione di san Matteo), circa 1599-1600, is een olieverfschilderij van Caravaggio. Samen met Matteüs en de Engel en Het martelaarschap van Matteüs vormt het één geheel in de Contarellikapel in de San Luigi dei Francesi in Rome.

Het werk is een voorbeeld van clair-obscur. De scène, ontleend aan Matteüs 9:9, speelt zich af in een donkere kelder. Links zit de groep rond Matteüs, gekleed in barokke kledij. En rechts staan Jezus en Petrus. (Wikipedia)
fragment

Het is een prachtig doek. Sta je in de zijkapel dan hangt het links van het altaar, recht tegenover ‘het martelaarschap van de heilige Matteüs’ en centraal ‘Matteüs en de engel.’ De foto hieronder geeft een idee van plaatsing en omvang.

Het lijkt dat je bij daglicht de kunstwerken kunt bewonderen, maar dat is een illusie . Het is er donker. Je moet een 1 euro-stuk in een gleuf steken en…even flitst het licht aan zodat de drie schilderijen in hun volle pracht te bekijken zijn. Tijd voor de poezië van Adam Zagajewski vertaald door Clare Cavanagh.

"The Calling of St. Matthew"

that priest looks just like Belmondo–Wislawa  Szymborska, Funeral (II)

—Look at his hand, his palm. Like a pianist’s 
—But that old guy can’t see a thing
—What next, paying in a church
—Mom, my head aches
—Sharply individuated human figures
—Keep it down please, we can’t focus
—The coins on the table, how much are they worth
—His operation’s just three weeks away
—I’d say silver, definitely silver, but not pure
—Lord, how lovely—To adorn the Contarelli Chapel
—Which one is Matthew, the young guy or the old?
—We almost got robbed on the subway today
—Two generations of European artists took it as their model
—Look, there’s a cross in the window
—The light went out again
—The wall on the left is so black, like the world’s end 
—Have you got another euro or fifty cents?
—Can’t be the young guy
—They’re closing soon, hurry up
—He saw a man collecting taxes
—How much are these paintings insured for
—Jesus is in shadow but his face is light
—I’m leaving now, I’ll wait outside
—Why don’t they have a guard?
—They live in semi-darkness and suddenly there’s light 
—It’s going out
Excerpted from The FSG Poetry Anthology, Edited by Jonathan Galassi and Robyn Creswell. Published by Farrar, Straus and Giroux. Copyright © 2021 by Farrar, Straus and Giroux. All rights reserved.

Adam Zagajewski was born in Lvov in 1945. His previous books include Tremor; Canvas; Mysticism for Beginners; Without End; Solidarity, Solitude; Two Cities; Another Beauty; A Defense of Ardor; Eternal Enemies; and Unseen Hand—all published by FSG. Zagajewski died on 21 March 2021 at the age of 75 in Krakow, Poland.
De roeping van Sint-Matteüs

die priester lijkt precies op Belmondo -Wislawa Szymborska, Funeral (II)

-Kijk naar zijn hand, zijn handpalm.Net als die van een pianist. 
-Maar die oude man kan niets zien.
-Wat nu, betalen in een kerk?
-Mam, mijn hoofd doet pijn.
-Scherpe menselijke figuren.
-Doe rustig alsjeblieft, we kunnen ons niet concentreren.
-De munten op de tafel, hoeveel zijn ze waard?
-Zijn operatie is over drie weken.
-Ik zou zeggen zilver, zeker zilver, maar niet zuiver.
-Heer, wat mooi.
-Om de Contarelli kapel te versieren.
-Wie is Matteüs, de jonge of de oude?
-We werden vandaag bijna beroofd in de metro.
-Twee generaties Europese kunstenaars namen dit als model. 
-Kijk, er staat een kruis in het raam.
-Het licht ging weer uit.
-De muur aan de linkerkant is zo zwart, alsof de wereld vergaat. 
-Heb je nog een euro of vijftig cent?
-Dat kan de jongeman niet zijn. Ze gaan zo sluiten, schiet op.
-Hij zag een man belasting innen.
-Voor hoeveel zijn deze schilderijen verzekerd?
-Jezus is in de schaduw maar zijn gezicht is licht.
-Ik ga nu weg, ik wacht buiten.
-Waarom hebben ze geen bewaker?
-Ze leven in halfduister en plotseling is er licht. 
-Het gaat uit.

Bezoek onze bijdrage over leven en werk van Adam Zagajewski: ‘De woorden zwijgen niet.’

het gevaarlijke beeld (2) (482)

Terwijl Merisi (lees Caravaggio) aan zijn Matheus-cyclus werkt, schildert hij dit bijgaande levensgrote doek, nu in Berlijn te zien: Amor vincit omnia.(Liefde overwint alles)

De opdrachtgever is Marchese Vincenzo Gustiniani.
De jongen, twaalf jaar, zit op een wereldbol.
In zijn rechterhand houdt hij zijn pijlen vast.
Aan zijn linkerkant liggen allerlei instrumenten, studieboeken, en daarop een lauwerkrans.

Cupido heeft in verhouding tot zijn gestalte grote donkerbruine adelaarsvleugels, en dat alles heel natuurgetrouw getekend, met sterk coloriet, en met grote zuiverheid en zulke rondingen dat (en ik citeer Hugo Wagner, auteur van de beste Caravaggio-biografie) “dass es dem Leben wenig nachgegeben”.

De tijd?
We bevinden ons tussen 1598 en 1603.
In het bekende proces tussen Baglione en Caravaggio in 1603 wordt dit doek aangeduid met: “Amor terreno”, de aardse liefde, waartegenover Baglione een “Amor divino” heeft gesteld.

“Terreno” is hij. Zelfs de grote vleugels nemen daar niets van weg, maken hem niet hemelser, integendeel. Ze drukken hem stevig op de aarde.

Deze levendige straatjongen, met zijn verwarde donkerbruine haren:

“…steht die Nacktheit besser an als zerissene Kleider, in denen ihn Merisi auf einer Römischen Piazza entdect haben mag.”
(Hugo Wagner, Caravaggio, Eicher und Co, Bern, 1958)

Hij voelt zich machtig, kijk naar zijn gedoe met de sterren bedekte hemelsfeer die hij onder zijn dij duwt.
Van de kroon tot aan de slordig neergesmeten instrumenten en wapenuitrusting ligt alles aan zijn voeten terwijl hij in zijn rechterhand de pijlen klaar houdt. (met weerhaakjes!)

Niet alleen zijn pijlen zijn paarsgewijze gekruist, ook de andere instrumenten: scepter en kroon, cirkel en tekendriehoek, viool en boog, en daaronder nog eens gekruist de luit.

Boek, lauwerkrans, partituur en gereedschap, het ligt allemaal aan de voeten van deze jeugdige heerser.
En de gespreide vleugels houden deze vitaliteit (in een uitgekiende en moeilijke houding) in evenwicht.

In de Italiaanse kunst van de 17de eeuw heeft een uitbeelding van dergelijke levendige jongen nergens zijn gelijke.
Hij is geen mythologisch verhaal meer, hij staat tot en met als een levendig persoon op aarde.
De instrumenten laten nog een vage allegorie toe, de macht, de kunst en de wetenschap ter ere, maar ze staan in dienst van de jonge schoonheid.
Tegelijkertijd vindt Merisi hier ook nog een mogelijkheid om een pseudo stilleven te penselen zonder dat hij daarmee de centrale figuur stoort .

Je zou de naaktheid nog als verwijzing naar de renaissance kunnen zien, maar ze is hier totaal nieuw. Anders.
Ze is geprononceerd, uitdagend, kijk hoe hij met zijn linkerhand waarschijnlijk zijn enkel vasthoudt.
Het was honderd jaar daarvoor ondenkbaar geweest.

Mannelijk naakt mocht de goddelijke schoonheid dienen, maar deze Amor benadert eerder een modellenstudie, en als je de vergelijking met het naakt in de Sixtijnse kapel doortrekt dan is hier het leven zelf aanwezig, zonder hemelse noodzaak.

Deze Amor trekt zich niets aan van kerkelijke afspraken of religieuze inspiratie.
In die zin staat hij bij het begin van een vermenselijking in de beeldende kunst die tot in de moderne kunst zal doorwerken.

Deze figuur is mythe en religie tezamen, is een mengeling van het heidendom met de poging om engelen aardser uit te beelden.
Ook de lichtinval werkt daaraan mee.
Hoofd, buik, geslacht en dijen, ze zijn centraal belicht, dijen die door de zittende houding nog eens extra vorm krijgen.
Bij het stilleven zou je aan de Cecilia van Raphael (Bologna) kunnen denken.
Caravaggio hield van muziek, denk maar aan de musicerende engel bij de vlucht naar Egypte.
Hier staat de muziek in dienst van de liefde.

Kijk ook naar het gebruik van de ruimte.
De figuur komt uit het donker en door de houding van de jongen ontstaat er een ruimtelijke diagonaal, die meer naar de diepte dan naar de voorkant helt.

Maar voor de rest wil de figuur uit de kader komen, kijk naar de linkervoet die maar één stapje moet doen om bij ons te zijn, ook de vleugels die over de helft van het lichaam een lichte schaduw werpen brengen het beeld naar voren.

De ruimte is zonder betekenis, de instrumenten liggen in het verlengde van de beweging, ze beklemtonen de diepte niet.
Voor de schilder is de ruimte zonder betekenis tenzij ze met lichamen wordt gevuld en die lichamen de aandacht moeten krijgen die ze verdienen.

Het licht valt van links boven een beetje als in een spot binnen en belicht vooral de gestalte, alsof de jongen op een scène staat.
Door rijk genuanceerde schaduwwerking wordt de ronding van het lichaam extra benadrukt.
Het licht op het stilleven is zwakker, staat ten dienste van het centrale thema.
Het witte doek krijgt een extra accentuering, en de schaduwrijke plooien scheppen een levendig contrast.

De hemel is niet meer zo hoog, maar de aarde blijft donker. List en bedrog verbergen zich achter deze “teerheid”.
De chtonische natuur wordt zichtbaar gemaakt, en dat is een gevaarlijke bezigheid zoals heel wat vroede vrouwen en mannen op de brandstapel mochten ondervinden.

Het beeld wordt een spiegel.
Al is de heerser een schoonheid, zijn speelsheid is niet van dat Victoriaanse of Roussiaanse gehalte!
Ze benadert veel sterker de werkelijkheid.
Ze is tragisch.
Niet alleen door haar vluchtigheid, of onbereikbaarheid, maar vooral door haar dubbelzinnigheid, die gespletenheid die nooit nog zal helen.


Een fragment uit ‘De jongen’ van Germaine Greer: (blz. 69 ev)

“Caravaggio had de gewoonte de humbug van de aristocratische estheten te ondergraven door voor zijn Johannes de Doper en Davids weinig verfijnde types te kiezen met een veeleer levensecht dan ideaal lichaam. Het lichaam van het kind hier is niet meer verleidelijk weergegeven als wel realistisch. Zijn naaktheid wijst op een zekere overrompeling; hij heeft twee pijlen waarvan de punten niet te zien zijn, niet in een koker dan wel in zijn hand. De enige boog die we zien is de strijkstok van de viool, die met een teorbe en een vel bladmuziek op de grond ligt naast een afgelegd kuras en een laurierkrans. Twee instrumenten en één kuras; misschien is hier wel een paar aan het musiceren geweest, dat zich heeft teruggetrokken voor een vrijpartij -vandaar de overwinning van Cupido. Deze picturale gemeenplaats is misschien niet nieuw geweest in die tijd, rond 1600, toen markies Vincenzo Gustiniani. het schilderij bestelde bij Caravaggio. Een twintig jaar oudere variant wordt toegeschreven aan Ippoliti Scarsella uit Ferara, vier andere worden toegeschreven aan Orazio Riminaldi, een jongere tijdgenoot van Caravaggio.

Hoewel connaisseurs wel beseft zouden hebben wat de strekking van deze allegorie van Caravaggio was, lokte de gewaagde afbeelding en het gebrek aan verfijning een reactie uit , onder aanvoering van kardinaal Benedetto Giustiani, die een iets correctere variant bestelde bij Caravaggio’s voormalige volgeling en voornaamste tegenstander Giovanni Baglione. Deze liet in zijn versie de aardse liefde in de persoon van Cupido overmannen door de hemelse liefde, gepersonifieerd door de aartsengel Michaël. Zijn mollige Cupido ligt naakt op een lendendoekje na, machteloos op zijn rug tussen de kapotte pijlen. De aartsengel Michaël schitterend in volle wapenuitrusting en bonte veren, torent boven hem uit, een pijl van licht in de aanslag.

Caravaggio noch Baglione beschouwde Cupido als een eerzame knaap, waar Caravaggio hem afbeeldt als brutaal onstuitbaar en praktisch onkwetsbaar, toont de ander hem als Saulus, op weg naar Damascus op het punt door een bliksemschicht te worden verlicht en tegelijkertijd verblind. In een schilderij uit diezelfde tijd over een aanverwant onderwerp laat Bartolomeo Manfredi Cupido een voor jongens ietwat gebruikelijke bestraffing ondergaan: een genadeloze afstraffing door zijn vader Mars. Diezelfde mollige jongen als op het schilderij van Baglione ligt op dezelfde plek te kronkelen, maar hij is geblinddoekt en zo gedraaid dat we meer van zijn billen zien. Mars slaat er uit alle macht op los met een paar stukken touw terwijl Venus van haar door duiven getrokken wagen is gestapt in een vergeefse poging hem te kalmeren.

Germaine Greer ‘De jongen’ Meulenhof Amsterdam 2003 Vertaling: Auke Leistra, Atty Mensinga

Bartolommeo Manfredi De geseling van Cupid (klik om te vergroten op naam schilder)