De slak Draag ik mijn huis en ben ik nergens thuis en kan ik nergens voor de regen schuilen, dan in de schelp, die ik niet om kan ruilen voor ooit een ander, niet mijn eigen huis.
Ken ik de aarde, maar de hemel niet, de groene haag, maar niet de bloesemknoppen, de helling wel, maar nooit de heuveltoppen. Laat ik geen sporen na dan van verdriet. Ben ik maar voor eenzelvigheid geschapen en voor de regen, die mij buiten drijft en voor de weg, die zonder einde blijft.
En voor de kinderen, die slakken rapen, maar ’s avonds thuis en bij elkander slapen.
Het begint al met een duidelijke ‘waardering’ in psalm 58. In niet mis te verstane woorden wordt er over de van de God vervreemde gepraat met de opdracht hem ‘de tanden uit de mond te slaan’. en even verder (9)
(9) als een slak die kruipend oplost in slijm, als een misgeboorte die nooit de zon ziet, (10) als een doorntak die in de storm verwaait, nog voor hij de pot kan verhitten.
In dezelfde atmosfeer kun je in verschillende middeleeuwse handschriften illustraties vinden waarin afbeeldingen voorkomen van ridders die in vol ornaat de strijd aangaan met slakken. Jelmar Huggen, universiteit Utrecht beschrijft dit fenomeen in ‘Een onverwachte vijand’:
"Deze afbeeldingen zijn doorgaans te vinden in de marges van handschriften en daar met veel detail aangebracht door rubricators. Ze komen in handschriften van over heel Europa voor, dus het gaat beslist niet om de creatieve uitspattingen van een enkele kopiist. Maar waarom er nu juist met slakken gevochten wordt, is nog altijd een mysterie."
Boekverluchters uit de dertiende, veertiende eeuw houden blijkbaar van het thema. De slakken-bevechters verschijnen eerst in het Noorden van Frankrijk (Parijs is op dat ogenblik het centrum van de boekproductie). Ook de graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, bezit een brevarium waar een aantal van deze koldereske afbeeldingen worden gebruikt (nu in Koninklijke Bibliotheek van Brussel). Je ziet dus die slakken vooral vechten in ‘dure’ boeken. (Bijbels, Psalmenboeken). Te midden van de vrij ernstige teksten duiken daarin deze humoristische afbeeldingen op. Was het om de lezer van al deze ‘ernstige stuf’ te belonen met een grapje? Maar je vindt ze ook op kapitelen van Franse kathedralen. Hun betekenis??
Bréviaire dit de Marguerite de Bar, 1302-1303, VERDUN, Bibliothèque Municipale, ms. 107, fol. 89r
Was volgens sommigen de slak een symbool van goddeloosheid, zie bovenstaande psalm, ze kon ook een positief symbool zijn van Christus’ verrijzenis. Het schijnbaar lege huisje krijgt zijn betekenis als de slak levend en wel in volle glorie verschijnt. Anderen zien er een symbool in van de maagdelijkheid van Maria. In die middeleeuwse tijd wist men nog niet hoe slakken zich voortplanten.
“Als slakken al zwanger kunnen worden van de dauw van de lucht dan is het toch geen mirakel dat God een maagd zwanger kan maken.” Een tekst uit dat tijdperk.
Kijk ook naar de mooie ‘visitatie’ van de Italiaanse schilder Francesco del Cosa. Midden op de gepolijste vloer zie je een kruipende huisjesslak, een duidelijke link met het gegeven.
En er zijn nog tal van interpretaties al dan niet seksueel getint, tot en met een symbool van een opstand waar de lagere klassen de heersers bevechten. Waarom echter deze illustraties eind dertiende, begin veertiende eeuw plots zo’n rage werden blijft een raadsel.
A Knight losing against a giant snail (Ormesby Psalter, England, c. 1300).
Ook in de heraldiek kunnen slakken gevonden worden. In Guillim (1724: 203) wordt een Engels familiewapen genoemd waarin slakken voorkomen. Als betekenis wordt vermeld: “The Bearing of the Snail doth signify, that much deliberation must be used in Matters of great Difficulty and Importance”. We vonden verschillende gemeentewapens uit de Franse Pyreneeën met daarop één of drie slakken; sommige slakken, bijv. op het wapen van de gemeente Saléchan, zijn verwijzingen gevonden (Bram Breure)
Psautier dit de Gorleston, 1320-1325, LONDRES, BL, Add. Ms. 49622, fol. 162v
Historica Lilian Randall heeft gesuggereerd dat de slakken de Longobarden voorstellen, een Germaans volk dat van 568 tot 774 na Christus over het grootste deel van het Italiaanse schiereiland heerste. Tegen de tijd dat de slakken-marginalia frequent begonnen te worden (rond de 13e eeuw), waren de Longobarden een impopulaire groep in Europa, met de opvatting dat ze banen monopoliseerden, geld leenden tegen onredelijke tarieven en in het algemeen een verraderlijke, zondige, ridderloze bende waren. Hen in de marge plaatsen dient als een soort xenofobische grap en zou verklaren waarom ze vaak worden afgebeeld terwijl ze vechten met ridderlijke ridders – een soort ‘goede idealen vs. slechte idealen’. Velen hebben deze theorie echter in twijfel getrokken, zoals de British Library uitlegt: dit “verklaart niet waarom de ridder vaak aan de verliezende hand wordt afgebeeld, of waarom deze specifieke afbeelding zo populair werd in de marge van niet-historische teksten zoals Psalters of getijdenboeken”.
This time the snails are being ridden by naked jousters (Lectura super Institutionibus, France, 1480 – 1481).
Een aantal bronnen zijn hier al vermeld. Een voorname bron was VRT-1, ‘De wereld van Sofie’ een podcast waar Jonas Roelens, historicus aan de UGent, op een amusante en begrijpelijke manier de verschillende verhalen onderzoekt.
De heilige Lucia voor Paschasius, ze weerstaat aan het bevel haar te verplaatsen (zie verhaal) (schrijn van de heilige Agatha). The Met museum
Vroeg donker, tijd om al dan niet oude (heilige) verhalen te vertellen hopend op het terugkerend licht van de lente. Ontdek dus Lucia van Syracuse zodat je in de nacht van de dertiende december, haar feestdag, al dan niet met kaarsen op het hoofd, het geloof of de hoop in (op) lichtende dagen kunt terugvinden. Deze bijdrage is vooral de geschiedenis van een beeldvorming, naar vorm en naar inhoud. De kracht van het vrouwelijke verbeeld in de gestalte van Lucia.
In een legendarische Passio uit de 5de of de 6de eeuw beschreven, op stevige historische bodem geschoeid door ontdekkingen van haar graf en een inscriptie die over de cultus bericht in de 5de eeuw, in haar stad Syracuse (Sicilië) weten we dat Lucia in 305/05 onder de vervolging van Diocletianus werd gedood.
Volgens de Passio kreeg het reeds met de consul Paschasius verloofde meisje, toen zij haar zieke moeder Eutychia naar het graf van »Agatha te Catania begeleidde, een verschijning van deze heilige. De moeder werd door Agatha genezen en Lucia kreeg het martelaarschap aangezegd, waarop zij haar bezittingen onder de armen verdeelde en haar verloving verbrak. Haar boze verloofde bracht haar aan. Vanwege Lucia's standvastigheid tijdens het verhoor besloot men haar in een bordeel te plaatsen, maar de maagd bleek zelfs niet door een aantal ossen te verporren. Toen verbranding mislukte, doodde men de martelares met een dolksteek in haar hals. Een later toegevoegd element in de legende zegt dat zij, om aan haar verloofde te mishagen, zich de ogen uitstak en hem deze toezond. (Lucia van Syracuse, Louis Goosen 1992 DNBL)
Op hetzelfde schrijn als hierboven: Lucia is duidelijk niet te verplaatsen. The Met museum
Latere toevoegingen hebben alles te maken met wat Louis Goossens een ‘populair misverstand’ noemt: haar naam zou verwant zijn aan ‘lux’, licht dus.
Rond Lucia's feestdag op 13 december ontstonden folkloristische midwintergewoonten: naast het plegen van orakels (vgl. Agatha's voorspelling) en het consumeren van het Luciabrood ook bezweringsgebruiken zoals het ontmaskeren van heksen en het laten verschijnen van schrikaanjagende figuren (Fersenlutzel, Frau Lutze). In de Scandinavische landen werd zij een geseculariseerde brengster van het nieuwe licht. Lucia's patronage heeft soms te maken met elementen uit haar legende: zo werd zij aangeroepen bij oogziekten en keelpijn en beschermt zij messenmakers. Soms heeft dit te maken met de folklore: zij is de patrones van de dienstmeisjes, die vaak in de nacht van haar feest met kaarsenkronen op het hoofd paradeerden; soms met elementen uit de Germaanse voorgeschiedenis: evenals de stralende en spinnende Berchta beschermt zij wevers en kleermakers. Lucia's attributen zijn naast palm, boek en kruis (algemeen voor martelaressen) een lamp, zwaard of dolk door de keel, fakkel of kaars en (vanaf de 14e eeuw) een schaaltje waarop twee ogen, soms vuur en vlammen aan haar voeten. Zij wordt altijd voorgesteld als een mooie jonge vrouw, soms met kroon of diadeem. (Louis Goossens)
In Syracuse, de geboortestad van de heilige, begint de viering ter ere van Sint-Lucia op de vooravond van 13 december. Het zilveren beeld van de heilige wordt dan uit haar kapel naar het altaar van de kathedraal verplaatst en er wordt cuccia gegeten, een zoete Siciliaanse soep. Op de eigenlijke feestdag, 13 december, wordt het beeld in processie door de stad gedragen naar de kerk boven het graf van de heilige geplaatst. Acht dagen later volgt een processie in tegenovergestelde richting. In het zuiden en midden van Italië vieren diverse steden de dag van Sint-Lucia met processies, feesten en vuurwerk. (Wikipedia)
Schrijn van de heilige Agatha: Lucia deelt haar bruidschat uit aan armen en behoeftigen. (Met-museum)
In het Noorden van Italië wordt er de nacht van 13 december een soort Sinterklaasfeest gevierd. Sint Lucia met ezel en koetsier brengen ’s nachts cadeautjes. De kinderen wordt verteld vroeg naar bed te gaan omdat de heilige anders as in hun ogen komt strooien, waardoor ze verblind kunnen raken. De volgende dag zoeken de kinderen hun cadeaus, die in het huis verstopt zijn.
In de Scandinavische landen is het een traditionele feestdag ook al is er sinds de Reformatie geen grote katholieke bevolkingsgroep meer. Waarschijnlijk stamt deze viering deels af van een voorchristelijke viering van de winterzonnewende. Traditioneel vormde de dag het begin van de adventstijd voor Kerstmis. Het feest wordt zowel thuis als op scholen en werkplaatsen gevierd met zoete lekkernijen en kaarslicht. Er worden optochten met fakkels of kaarsen gehouden waarin meisjes als de heilige verkleed gaan. (Wikipedia)
Francisco de Zubarian. Heilige Lucia
Wat kun je verwachten in Zweden op 13 december?
Het personage Lucia leidt de processie en wordt gevolgd door meisjes (‘tärnor’), sterrenjongens (‘stjärngossar’) en peperkoekmannen (‘pepparkaksgubbar’). Als kinderen deelnemen aan de processie, gaan ze vaak verkleed als kerstelfjes (’tomtenissar’). Lucia herken je gemakkelijk aan de verlichte krans boven op haar hoofd, ze loopt voorop. Traditioneel gebruikten ze echte kaarsen, maar om veiligheidsredenen zijn ze vervangen door lampjes op batterijen. Dat geldt ook voor de kransen die worden gedragen door de meisjes in de optocht, die meestal glitters of een krans (zonder kaarsen) in hun haar dragen. Ook dragen ze vaak een decoratief rood lint of glinterband om de taille. Sterrenjongens zijn geheel in het wit gekleed – net als Lucia en de andere meisjes – met kegelvormige hoeden en met sterren op stokken. De peperkoekmannetjes met lantaarns dragen peperkoekkostuums, met de herkenbare witte glazuur erop getekend of genaaid – je vindt deze in veel Zweedse winkels.
Het draait bij Lucia om uit het uitdragen van licht, maar lekker snoepen is net zo belangrijk. Lucia is vaak vereeuwigd – terwijl ze een dienblad draagt met fika lekkernijen – door verschillende iconische Zweedse kunstenaars, zoals Carl Larsson. Het eten bestaat uit peperkoekjes en een S-vormig saffraanbroodje genaamd “Lussekatt” – een traktatie die bijna net zo klassiek is als het kaneelbroodje. Veel Zweden zouden het heiligschennis vinden om een ’lussekatt’ te eten op een ander tijdstip dan Lucia en in de weken voorafgaand aan Kerstmis. Je drinkt er traditegetrouw “glögg” (glühwein) bij, geserveerd met amandelen en rozijnen. Ook koffie wordt vaak geserveerd.
(Visit Sweden Officiële website van Zweden voor Toerisme en Reisinfo)
In de Sint-Jakobskerk in Brugge bevindt zich een prachtig retabel ‘De legende van de heilige Lucia. 1480-1483. Klik op het onderschrift om het in al zijn glorie te kunnen bekijken.
Dit schilderij lijkt het vroegst bekende werk te zijn van de onbekende 'Meester van de Lucialegende' en het heeft de typische kenmerken van zijn hele oeuvre: de voorliefde voor architectonische elementen de bijna wetenschappelijke aandacht voor bloemen de slanke vrouwen met hun ovale gezichten met lichte spleetogen onder bolle oogleden de stijf weergegeven golvende haren de brede en clichématige gezichten van de mannelijke figuren met hun grote gesloten ogen en vlezige mond het harde coloriet. Aan de hand van deze kenmerken kunnen andere werken aan hem worden toegeschreven. Het schilderij verbindt deze meester met belangrijke Vlaamse schilders als Dirk Bouts in wiens omgeving hij mogelijk opgeleid is.
(in boven aangeduid totindetail kun je tot in de allerkleinste details scrollen.)
Het licht in je ogen in dit prachtige lied van Hildegard van Bingen: De Spiritu Sancto (Heilige Geest bezieler van het leven)
Het martelaarschap van Sint-Lucia Rijksmuseum
Het martelaarschap van de heilige Lucia. De heilige staande op een brandstapel wordt door een beul met een zwaard door de hals gestoken. Andere beulen wakkeren de vlammen aan met blaasbalgen, links kijken gezagsdragers toe. Op de achtergrond scènes uit het leven van de heilige. Linksachter staat Lucia voor een bordeel, rechts een vrijend paartje. Daarnaast tracht men Lucia met een span ossen voort te slepen. Lucia krijgt van een priester de laatste sacramenten toebediend. Rechts wordt de landvoogd Paschasius onthoofd. Het paneel vormde oorspronkelijk de achterzijde van de Kruisafneming, vroeger in het Kaiser-Friedrich-Museum.
Zie je ik hou van je, ik vin je zo lief en zo licht – je ogen zijn zo vol licht, ik hou van je, ik hou van je. – En je neus en je mond en je haar en je ogen en je hals waar je kraagje zit en je oor met je haar er voor. – Zie je ik wou zo graag zijn jou, maar het kan niet zijn, het licht is om je, je bent nu toch wat je eenmaal bent. – O ja, ik hou van je, ik hou zo vrees’lijk van je, ik wou het helemaal zeggen – Maar ik kan het toch niet zeggen. – – Herman Gorter (1864-1927) – Uit: Verzen (1890) Uitgever: W. Versluys – 4e dr. 1916
Misprijs de levens van vrouwen niet. Ook toen al waren ze duidelijk in wat ze voorstonden. Zie hoe het verhaal van Lucia tijd en ruimte heeft ingenomen. Onwrikbaarheid in ruime mate met gulheid en consequentie aangevuld. In de uitlopers van het Romeinse rijk ontstaan en langs Italië en het Westen doorgedrongen tot in de protestantse Scandinavische streken. Het bekende gedicht van Herman Gorter hierboven is dan ook aan de liefste uit mijn eigen leven gewijd. Kaarsen hoef ik niet meer op mijn grijs hoofd te dragen, ze is met een lichtende oogopslag mijn dappere medestander. Haar blog, deze keer aan haar moeder gewijd, kan ik ten zeerste aanbevelen. En kijk, of je dit weekend de Leoniden vanuit de sterrenhemel de donkerte ziet oplichten. Een sterrenregen met haar moeders naam.
De meteorenzwerm Leoniden bereikt op zondag 17 november 2024, rond 8 uur, zijn maximum. De meteoren van de Leoniden zijn snel, en de zwerm is bekend vanwege zijn regens in 1799, 1833, 1866, 1966 en 1999. Wanneer de radiant in het zenit zou staan, zouden er van deze zwerm naar verwachting gemiddeld zo'n 13 meteoren per uur vallen. De radiant van de zwerm staat rond 7:00 uur in het hoogste punt aan de hemel, op 60° boven de horizon. Door de matige omstandigheden zijn er bij ons dan ieder uur vermoedelijk slechts ongeveer 2 meteoren zichtbaar van deze zwerm. Samen met meteoren van andere zwermen, en sporadische meteoren, zijn er bij donkere, heldere hemel in totaal circa 4–8 “vallende sterren” per uur te zien. De Maan is voor ongeveer 95% verlicht en is een flinke stoorzender; dit jaar zijn hierdoor alleen de helderste meteoren zichtbaar. Rond 7:30 uur gaat het schemeren en om 8:04 uur komt de Zon op.
‘De ogen’ titel van een kortverhaal dat ik schreef voor radio-1. Lang geleden.