De stilte zichtbaar maken, Helene Schjerfbeck (1862-1946)

Helene Schjerfbeck, “Self-Portrait,” 1884-1885, at the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Henri Tuomi
If you dislike the shortened daylight of winter, please know that you are luckier than Helene Schjerfbeck. A Finnish painter of copious gifts, she spent most of her life in or around Helsinki, contemplating cold skies and winters that lasted for more than half the year. On the other hand, she found an alternate light source through her paintings, many of which are portraits and self-portraits whose warm internal glow rescues their forms from surrounding darkness.  (NY Times 30-31 december 2025)

De korte dagen in de winter zijn mij lief, dat deel ik alvast met de Finse Helene Schjerfbeck, al heb ik mijn winterdagen meestal in de lage landen, een eindje van de zee, doorgebracht; nu en dan, o mooie herinnering, in de Waalse winters die best met de Finse mogen vergeleken worden. De alternatieve lichtbronnen kwamen dan als een hedendaagse foto het geheugen helpen, de weemoed vergroten, de herinnering sterken.

Met het prachtige zelfportret hierboven kijkt ze vanuit 140 jaar geleden tot op de drempel van deze woelige jaren waarvan er net eentje in al zijn prilheid al met sneeuw is gedecoreerd.

Achtentwintig jaar later dan het bovenste zelfportret blijft Helene ons aankijken in dit zoekende, bijna vragende zelfportret uit 1917.

Helene Schjerfbeck, Self-portrait, 1912, oil on canvas, 43.5 x 42 cm

“Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck” is de titel van een mooie tentoonstelling in New York, klik even op de titel voor meer info. We schreven al een tijdje geleden (2007) over haar, kijk:

Schjerfbeck’s The Convalescent,” 1888.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Finnish National Gallery, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Jenni Nurminen

Another early work she sent to the Salon, “The Convalescent” (1888) is reportedly the single most famous painting in Finland. Sometimes referred to as a “hidden self-portrait,” it shows a young girl with feverish cheeks perched at the edge of a battered rattan chair. She’s transfixed by the sight of a budding branch, with its promise of growth and recovery. (NY Times ibidem)

De NY Times benoemt haar tinten, ook in portretten, met de term ‘Her Nordic Noir’, de tint(en) van haar niets ontziende eerlijkheid , zoals in ‘de zijden sjaal’ gemaakt in 1920. Het is een klein vrij verticaal doek waarin ze haar huisbazin toont.

‘Het is een goed voorbeeld van Schjerfbecks voorliefde voor het aanbrengen van verf met een paletmes en het vervolgens afschrapen ervan om de structuur van het doek te onthullen, een techniek waarmee ze een scala aan stemmingen en effecten wist te creëren. In dit geval versterkt de geschuurde, schrale textuur van het schilderij het gevoel van het ruige leven van de hospita. Ze kijkt zijdelings naar niemand in het bijzonder. Schjerfbeck beschreef het schilderij als een uitdrukking van zowel schoonheid als “innerlijk verdriet en leegte”. De stijl van de kunstenaar leverde haar een reputatie op als een van de belangrijkste modernistische schilders van Finland. Dit is haar eerste werk dat door een museum in de Verenigde Staten is aangekocht.(NY Times)

Helene Schjerfbeck, “The Lace Shawl,” 1920, acquired by the Metropolitan Museum of Art.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art

Maar net zo goed kan haar onderwerp het drogend wasgoed zijn; kledij en huislinnen gespreid over het gras , oplichtend, bloemen op de achtergrond. en de fijnmazigheid van een net aan de zijkant. Vergroot het beeld door op de voettekst te klikken en geniet.

taiteilija: Schjerfbeck, Helene.Inventaarionro TA-2005-3.teosnimi: Vaatteita kuivumassa.haltija: AT.ajoitus: 1883.tekniikkateksti: öljy kankaalle.pääluokka: maalaus..mitat: 39 cm x 54,5 cm..(1883)

Stel je het leven van Frida Kahlo verbonden met de blik van Edvard Munch voor en je begint de omvang van dit oeuvre te begrijpen’ (The Independent, Londen, ‘03) 
 

Helene Schjerfbeck, Zelfportret, Licht en Schaduw (1945). Collectie van Villa Gyllenberg, Signe en Ane Gyllenberg Foundation, Helsinki.

Maar zij versiert het leven niet, gaat de uiteindelijke aftakeling niet uit de weg. Dit ‘zelfportret’, een jaar voor haar dood, doet geen beroep meer op het uiterlijk, maar de synthese is duidelijk: Licht en Schaduw. Hier is ‘de stilte’ ook ‘de machteloosheid’, het verbeelden van wat rest. Kijk naar ‘de deur’ onder deze tekst, een veel vroeger werk uit 1884. Het licht achter de deur zal langs kieren en gaten binnen dringen. Maar wanneer? Of toch niet?

‘De deur’. 1884

Er is ook het detail, bijna een snapshot: een meisje maakt zich klaar om te dansen. Zij zit op een vouwstoeltje achter de scene. Ze concentreert zich op het vastmaken van haar dansschoentje, het tweede wacht in de hoek van het doek. Ze beperkt de kleuren, de omtrekken van een theaterdoek, enkele planten. het tapijt. Haar witte kleedje en schoenen zijn de oplichtende elementen.

Helene Schjerfbeck, Dancing Shoes, oil on canvas, 1882 (klik op beeld om grotere versie te bekijken)
"Als Rembrandt was gebleven zoals hij was, met Saskia op zijn knie, zou hij een doorsnee schilder zijn geweest, maar verdriet kwam op hem af en daardoor werd hij Rembrandt’, schreef Helene Schjerfbeck - naar aanleiding van het befaamde doek van de Hollandse meester uit 1635 te Dresden - een jaar vóór haar dood aan Einar Reuter, een kunstenaar en schrijver met wie zij sinds 1915 bevriend was. 
Het was niet de eerste keer dat zij verwees naar het verdriet van anderen, om daarmee haar eigen smart uit te zeggen. Enkele jaren tevoren had zij naar aanleiding van de roman Der Zauberberg van Thomas Mann haar leven als volgt gekarakteriseerd: ‘De Toverberg is een leven van vrijheid via ziekte... Mijn leven zou armer zijn zonder het verdriet, ik zou nooit bereikt hebben wat ik gedaan heb; ik zou dan alleen maar routine gekend hebben’. (P.J. Begheyn in Streven Jrg 50. 1991)

Lees:

https://www.dbnl.org/tekst/_str010199101_01/_str010199101_01_0131.php

Self Portrait
1942, oil on board by Helene Schjerfbeck (1862–1946), private collection
Helene Schjerfbeck, Zelfportret, zwarte achtergrond, 1915, Finnish National Gallery, Ateneum Art Museum, Helsinki, The Hallonblad Collection. Photo: Finnish National Gallery / Hannu Aaltonen

“Schjerfbeck kende Whistler persoonlijk en bewonderde zijn werk enorm, met zijn grijze mist die bruggen en solide gebouwen deed oplossen in een veld van onbestemde vlekken. Whistler, een apostel van kunst omwille van de kunst, was tegen het idee dat schilderijen een verhaal moesten vertellen. Schjerfbeck daarentegen lijkt haar kunst te hebben gezien als een middel om spiritualiteit uit te drukken. In ‘Silence’ (1907), een schilderij dat zo zacht en wazig is dat het voor een pastel zou kunnen worden aangezien, is een bleke vrouw in een lavendelkleurige jurk met hoge hals afgetekend tegen een zwarte achtergrond. In plaats van een kaars of een andere externe lichtbron lijkt het licht op haar gezicht ergens onder haar huid vandaan te komen.”

(NY Times Deborah Solomon. 30-31 december 2025 Her Nordic Noir is belatedly capturing New York )

“Silence,” 1907. Tempera and oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; Nordea Art Foundation Finland Collection Helsinki, via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Seppo Hilpo

Seeing Silence: The Paintings of Helene Schjerfbeck

Through April 5, 2026, the Metropolitan Museum of Art, 1000 Fifth Avenue, 212-535-7710, metmuseum.org.

Bekijk op groot scherm deze uitzonderlijk mooi samengestelde ‘exhibition tour’ van Seeing Silence. Alsof je zelf door de verschillende expositie-gangen loopt met de samenstelster als gids, en dat kan nog in het echt tot en met Pasen 2026. (5 april)


De stilte
de ogen gesloten
de weg geschraapte kleuren
openen het onzegbare woord
op het doek
waarin verkleden overbodig is.
Het licht
hijst zich over de rand
en weet bij wie het thuis
mag zijn.
The Tapestry,” 1914-1916, oil on canvas.Credit…Artists Rights Society (ARS), New York; via the Metropolitan Museum of Art; Photo by Per Myrehed

Pijn en genezing verbeeld en verbonden

Francisco Jose de Goya y Lucientes; Self-Portrait with Dr. Arrieta; 1820; Oil on canvas; 45 1/8 x 30 1/8 in. (canvas); Minneapolis Institute of Arts; The Ethel Morrison Van Derlip Fund; 52.14

Een van de mooiste zelfportretten, de kunstenaar Francisco de Goya toont zichzelf als zieke man. Hij heeft duidelijk koorts, zweet en wordt door zijn vriend en dokter Eugenio Arrieta ondersteund terwijl hij hem een drankje aanreikt. Onderaan het schilderij lezen we:

“Goya dankt zijn vriend Arrieta voor de deskundige zorg waarmee hij zijn leven redde van een acute en gevaarlijke infectie waaraan hij eind 1819 op 73-jarige leeftijd leed.  Hij schilderde het in 1820."

In ‘ScienceDirect’ vind je een uitgebreide studie van Laura L. Casey omtrent een mogelijke diagnose

The life of Francisco Goya was plagued by indisposition although there are four discrete occasions of acute illness which are often cited, occurring in 1777, 1787, 1819, and finally in 1828, the year of his death. Immeasurable speculation as to the aetiology of these illnesses has been made based upon an accumulated series of symptoms acquired through the analysis of Goya's letters, accounts of his health made by his friends and acquaintances and the records of his personal physician, Dr. Eugenio Garcia Arrieta. These symptoms, which included deafness, transient paralysis, partial blindness, depression, nausea, dizziness, pain and a general sense of malaise, provide a vast diagnostic scope which is reflected in the broad spectrum of their proposed origins.

Lees:

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1743919105000890

Goya’s ‘Of what illness will he die?’ (1799), etching with aquatint – 21.3 × 14.8 cm. Biblioteca Nacional, Madrid and The Metropolitan Museum of Art, New York.

Een fragment:

“Ongeacht de onbesliste aard van zijn ziekte, het verdriet en de indiscreties in zijn privéleven of de zelfgenoegzame houding van zijn critici, kan de omvang van Goya’s bijdrage niet worden ontkend, niet alleen aan de voortdurende vooruitgang van de artistieke expressie, maar ook aan de vestiging van die waarden van onpartijdigheid en moreel bewustzijn die fundamenteel zijn voor een succesvol functionerende, inclusieve samenleving. Hij was ‘de tong van de oorlog’, de biograaf van een natie en een bekeerde voorstander van de Verlichting. Zoals Aldous Huxley het verwoordde: “Voor ons die [zijn werken] bekijken, bestaat het werkelijke nut en de betekenis ervan er misschien juist uit dat ze zo levendig en toch noodzakelijkerwijs zo duister en onbegrijpelijk enkele van de onbekende grootheden weergeven die in het hart van elke persoonlijkheid bestaan”. Dit is de ware essentie van Francisco Goya y Lucientes.” (Laura L. Casey)

Uit de serie: Disasters of War. 1814. Eau forte Aquatinte

Ook Frida Kahlo maakte een zelfportret met haar ‘heelmeester’. dr. Juan Farill

 This painting is Frida's last signed self-portrait. In this portrait, she painted herself with her surgeon Doctor Juan Farill.

Dr. Farill performed 7 surgeries on Frida's spine in the year of 1951. She had to stay in the hospital in Mexico City for 9 months. In November of 1951, she finally recovered and was able to paint again. The first painting she painted was this self-portrait and she dedicated this painting to Dr. Farill. She wrote in her diary: "I was sick for a year....seven operations on my spine.Dr. Farill saved me. " She painted this portrait in a "ex-voto (retablo)" due to the fact she credited Dr. Farill for saving her life. In this portrait, she was sitting in a wheelchair, hold her heart palette in one hand, and brushes in another. It implied she was painting using her own blood from her heart.
Self Portrait with the Portrait of Doctor Farill, 1951 – by Frida Kahlo

De Schotse schilder John Bellamy (1942) heeft ook een serie dergelijke portretten gemaakt van zijn ‘healthcare team’. Bellany verraste iedereen meteen na zijn operatie. Hij bracht zijn herstel in kaart in een reeks krachtige portretten van zichzelf en van de medische staf, waaronder zijn transplantatiechirurg. Sir Roy Calne, nu een goede vriend, herinnert zich: “De dag dat hij van de afdeling intensive care kwam vroeg hij niet om pijnstillers maar om papier en pen.”


John Bellamy ‘Bonjour Professor Calne’ 1988 Oil on Canvas 1525x173cm

Het beeld is geïnspireerd op Gustave Courbets schilderij Bonjour, Monsieur Courbet (1854), waarin de trotse en gezond ogende kunstenaar, op weg naar Montpellier, wordt opgewacht door zijn mecenas en een bediende. Bellany heeft het idee in een ziekenhuis-scène veranderd. Hij ligt in zijn ziekenhuisbed, verzwakt van de operatie, en staart ons aan terwijl achter hem leden van het medische team staan: zijn “beschermheer” Sir Roy Calne, Dr. Jacobson en een verpleegster. Boven zijn hoofd staan de woorden “Bonjour Professor Calne” en onder zijn hand staat de inscriptie: “Dank u wel allemaal.” Op een tafel liggen speelkaarten en een boek, Confessions of An Unjustified Sinner, misschien herinneringen aan zijn vorige leven.

Vincent van Gogh, Le Docteur Paul Gachet, 1890

De meest melancholische: Dr. Gachet, de homeopaat In 1890 ontmoette Vincent van Gogh in Auvers-sur-Oise Dr. Paul Gachet (1828-1909), “een arts die in zijn vrije tijd schilderde”. Het huis van deze vriend van de artistieke avant-garde, met o.a. Camille Pissarro en Paul Cézanne in het bijzonder, sprak Van Gogh aan. Hij schilderde de tuin en schilderde vooral drie portretten van Gachet (twee als ets en één in olieverf). Op de tafel waarop de dokter met zijn elleboog leunt, heeft de schilder met de zonnebloemen twee staafjes digitalis gelegd: Gachet was homeopaat. Zijn oneindig verloren blik verwijst naar zijn doctoraat in de geneeskunde, behaald in 1858 in Montpellier, met een proefschrift getiteld Étude sur la mélancolie’.

Figure inséparable de la dernière période de la vie de Vincent à Auvers, le docteur Gachet revêtait une personnalité originale. Médecin homéopathe s'intéressant à la chiromancie, sa véritable passion le portait vers les arts. Il était lui-même un bon graveur et entretenait des relations avec une multitude d'artistes, parmi lesquels Manet, Monet, Renoir et Cézanne. C'est donc naturellement que van Gogh se présenta chez lui au lendemain de son internement à Saint-Rémy-de-Provence, sur les conseils de son frère Théo. Spécialisé en psychiatrie, le praticien aida de son mieux Vincent à vaincre ses angoisses tout en lui offrant un confort matériel propice à l'épanouissement.
Le portrait du docteur participe de cette phase créative particulièrement intense. Modèle privilégié, il est campé dans une attitude mélancolique, reflet de "l'expression navrée de notre temps", ainsi que l'écrira van Gogh. Seule touche d'espoir dans ce portrait sévère, aux tonalités froides, la fleur de digitale qui, par ses vertus curatives, apporte un peu de réconfort et d'apaisement. Malgré son dévouement, le docteur Gachet ne pourra empêcher le geste irrémédiable de van Gogh, qui devait bientôt se donner la mort. (M/O Les Collections)
Vincent van Gogh Portret van dr. Felix Rey

Op 24 december 1888 werd een patiënt opgenomen in het Hotel Dieu ziekenhuis in Arles, Frankrijk, door de politie vanwege berichten dat hij zijn oor had afgesneden en aan een vrouw had gegeven. De patiënt was de Nederlandse schilder Vincent Van Gogh. De dienstdoende arts was Dr. Felix Rey, een jonge “intern en medicine” van 21 jaar. Van Gogh had het onderste deel van zijn oor verminkt. Dr. Rey had eerder een patiënt met epilepsie gezien die ook zijn oor had verwond. Na het schoonmaken en verbinden van Van Gogh’s wond werd hij een week in het ziekenhuis opgenomen, waar hij meerdere aanvallen had en “crise”.

Dokter Rey toonde Van Gogh ook veel medeleven en in meerdere brieven aan Van Gogh’s broer Theo beschreef Van Gogh de zorgzaamheid van dokter Rey: “Hij is moedig, hardwerkend en helpt altijd mensen.” Van Gogh vroeg Theo hem een kopie van Rembrandt’s “Anatomische les” te sturen om aan Dr. Rey cadeau te doen. Van Gogh was zo onder de indruk van Dr. Rey dat, nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen, een van zijn eerste schilderijen een portret van Dr. Rey was. Van Gogh bleef door Dr. Rey behandeld worden voor zijn oor. Hij bleef werken ondanks de harde behandeling die hij kreeg van de mensen in Arles en zijn steeds terugkerende aanvallen die resulteerden in een nieuwe ziekenhuisopname.Uiteindelijk vroeg hij, op aanraden van een plaatselijke pastoor en Dr. Rey, behandeling aan in het nabijgelegen gesticht van Saint-Remy-de-Provence. Daar kwam Van Gogh onder de hoede van Dr. Theophile Peyron.

Hij overhandigde Dr. Rey een portret samen met 2 andere nu beroemde schilderijen-“Een binnenplaats van het ziekenhuis” en “De slaapzaal van het ziekenhuis”. Hoewel Dr. Rey grote belangstelling toonde voor het werk van Van Gogh, kon hij de stijl van het portret niet helemaal waarderen en gaf het aan zijn moeder. Zijn moeder verklaarde: “Het is afschuwelijk!”. Ze gebruikte het om een gat in het kippenhok van de familie te dichten. In 1901 werd het schilderij ontdekt door een kunsthandelaar, aan wie Dr. Rey het samen met de andere 2 schilderijen verkocht. Het portret belandde in de collectie van een beroemde kunstenaar, Amboise Vollard, en kwam uiteindelijk terecht in het Pushkin Museum in Moskou.

Vincent Van Gogh. Slaapzaal in het ziekenhuis in Arles. 1889

"U moet niet proberen een deel te genezen zonder het geheel te behandelen. U moet niet proberen het lichaam te genezen zonder de ziel erbij te betrekken; als u het hoofd en het lichaam gezond wilt maken, moet u beginnen met het genezen van de ziel. Dit laatste is het belangrijkste. Laat niemand u overhalen zijn lichaam te genezen, als hij u niet eerst gevraagd heeft zijn ziel te genezen. De grootste fout die dokters in onze tijd bij de behandeling van het lichaam maken is, dat ze beginnen met de ziel van het lichaam te scheiden."

Plato
Grieks filosoof (427 v. Chr. - 347 v. Chr.)