Pinksterlicht in donkere tijden (2023)

Peter Lindberg (1944-2019) Amber Valetta NY 1993
De Geest waait waar hij wil
en staat nooit stil.
Nu eens bij u, dan bij een ander.
Waarom bezien wij zo elkander?
Zie, wat bij u is, is bij mij.
’t Komt uit hetzelfde klaar getij,
gelijk de waatren van de beken
zich voeden aan dezelfden stroom
of uit dezelfde bronne breken.
Wij zijn de takken van één boom,
van ’t zelfde huis de gangen,
de aders van het eendre bloed.
En of de geest met vlam en zangen
bij u nu, dan bij mij verwijlt,
of weer verterend naar een ander ijlt,
Hij is in ons! In ons! Zo is het goed!
En laat ons zwijgen en verlangen.

uit ‘Adagio’ van Felix Timmermans
Constant Montald, De bron der inspiratie (1907)

‘Het is in dezelfde geest,’ dat gezegde herkennen we. En met de woorden van dichter Martinus Nijhoff in de Awater-cyclus: ‘Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt.’

Praat je over ‘de geest’, ‘iets voor de geest halen’, dan heb je onmiddellijk stilte nodig om betekenis(sen) naar boven te laten komen, bewust te worden van de inhoud. Die kan allerlei kanten uitwaaieren tot je denkt essentie(s) ervan te kunnen thuisbrengen. Dat gebeurt soms met woorden. Woorden gebruiken veel leegte (stilte) waarin hun inhoud kan wortelen tot je denkt dat een uitgegroeide betekenis er zich in kan verschuilen. Het kan ook of tegelijkertijd met beelden. Net zoals een woord, -of met een woord- kunnen ze zichtbaar worden. De geest waait waar hij wil. Hij kan de tijd nemen of als een blikseminslag helderheid verschaffen.

De betekenissen van het begrip ‘geest’ vullen makkelijk enkele pagina’s. Kijk bij ‘Het Nederlandse Woordenboek’. Dat is een aardige methode om het begrip te verbreden.

https://www.woorden.org/woord/geest

‘In het algemeen is de geest de essentie, het wezenlijke van iets. Het concept dat de dingen niet alleen zijn zoals ze zich aan eenieder presenteren, maar daarnaast een diepere, wezenlijke kern hebben, is in veel gedachtegoed terug te vinden. In sommige betekenissen is het begrip verwant aan het begrip ziel.’ (wikipedia)

Museum van de Geest Haarlem NL

Een apotheker van wacht, een kortverhaal

‘U wilt iets voor de geest halen,’ zei de apotheker. ‘Waar had u aan gedacht?’
De man schudde het hoofd.
‘Dat is nu net mijn probleem. Ik kan mij niets meer voor de geest halen.’
‘Herinneringen, toekomstplannen, een avond in Wenen, of mag het ook iets persoonlijker zijn?’
‘Liefst iets heel gewoon.’
‘De liedjes die je moeder zong toen je nog een kind was?’
De bezoeker herhaalde zachtjes het voorstel, sloot even de ogen en schudde het hoofd.
‘Dat zijn herinneringen. Gevaar voor verslaving, zei de dokter, niet?’
‘Bwah,’ antwoordde de apotheker.
‘Ik denk niet dat ze ooit ook maar één liedje heeft gezongen. Stel dat ik het mij voor de geest kon halen…’
‘Het werkt kalmerend, maar bij te veel herhaling kun je niet meer zonder en bij elke moeilijke situatie hoor je een moederlijke stem, ja.’
’Ik probeer wel eens iets met “vergezichten”, wat denkt u?’
‘Uitstekend!’
‘Maar bij elke poging was het mistig of zwaar bewolkt.’
‘Met een beetje training kunt u denken aan wegduwen of wegblazen en…’
‘Ze scheurden open. Een maand lang zag en hoorde ik zware regenval bij elke poging mij ‘de verte’ voor de geest te halen.’
‘Een museum bezoeken, aandachtig de kunstwerken bekijken en bij thuiskomst of voor het slapen gaan probeert u één of twee doeken…’
‘Ik zag alleen maar de nieuwe witte vloeren. Eindeloze witte vloeren.’
‘Dan is er natuurlijk nog ‘de’ oplossing. Maar -en ik zeg ‘maar’- die is niet voor iedereen.
‘Rijk ben ik niet.’
‘Het is geen kwestie van geld. U moet namelijk iets terugdoen.’
‘Ik ben geen handige Harry maar een stevige klus kan ik wel aan.’
De apotheker glimlachte.
‘Volg mij maar naar mijn ‘labo’.

Achter de rekken en werktafel hing een grote reproductie van een voor velen bekend schilderij.

Bruegel de Oudere Klik op deze tekst om te vergroten

‘Dit is een kunstwerk dat u waarschijnlijk bekend voorkomt.’
‘Zo heeft Bruegel er drie gemaakt. De toren van Babel.’ Een bijbels thema.’
‘De juiste naam bleef tot op de dag van vandaag verborgen. Dit is de Toren van ‘Fabel’. De toren van de honderdduizend en een mogelijke fabels die de mens zich voor de geest kan halen. In het bijbelverhaal wordt de opbouw gestaakt omdat arbeiders en architecten elkaar niet zouden begrijpen door spraakverwarring. Maar net die duizend en een verschillende talen zochten naar een broedplaats. Is er slechts één verhaal dan weet je dat zo’n verhaal het verhaal van de alleenheerser zal zijn. Je kunt hem links-onder zien aankomen terwijl arbeiders zich angstig plat op grond gooien om dat zogenaamde respect te tonen. Pieter Bruegel de Oudere was niet de lolbroek die velen van hem hebben gemaakt. Hij was een kunstenaar die via de dingen van alledag zijn boodschappen van zelfstandig en onafhankelijk denker wilde doorgeven. En met een figuur als Alva kon je beter voorzichtig zijn met wat je voor de geesten van de burgers op je doeken borstelde. Zijn laatste schilderij was ‘de ekster en de galg’. Er werd niet gespot met roddelaars en verklikkers.
Kijk naar de toren. Hij is volop in opbouw terwijl het verhaal net zijn vernietiging zou voorop stellen. Maar zoals elk verhaal dat nog niet verteld is bestaat ook hier het geheel uit stukken en brokken. Voor wie weet echter zie je dadelijk dat er ondanks ‘puin’ volop wordt bijgebouwd. Plaats voor ontelbare kunstenaars met hun eigen fabels. De Toren van Fabel. Nooit zullen zij uitverteld zijn tenzij hij door brutale heersers zou opgeblazen worden en dan nog zullen zij een ondergrondse toren uitgraven totdat de heerser verdwenen is en zij opnieuw de lucht in kunnen. Wat denk je?’
‘Ik voel verhalen die ingeslapen waren wakker worden. Ze geeuwen, rekken zich uit en kijken mij aan. Waarop wacht je zeggen zij.’
‘Inderdaad, waarop wacht je?’


De Toren van Fabel is beetje bij beetje mijn thuis geworden.  Te midden van de honderdduizenden uit de vier windstreken.  Helaas zijn de heersers nog steeds op pad.  Zij willen telkens weer deze zondige toren en zijn bewoners vernietigen.  De Toren van Fabel.  Te bezoeken via elke bibliotheek en langs het scherm.  

Pieter Bruegel de Oudere ‘De ekster en de galg’

Over ‘de vurige tongen’ en aanverwanten in en rond het Pinksterfeest werd in dit blog al menig keer geschreven. Zie ‘de vurige tongen’ en 5 volgenden. Natuurlijk is het ontwerp van ‘Spiritus’ ook te bekijken.

The return home (1873) George Elgar Hicks (1824-1914).

Je duidt de tijd aan, 1824-1914 en met de wetenschap dat de schilder de negentig heeft gehaald, acht kinderen had en vooral portretten schilderde, treft je dit innige doek dat je dadelijk met een groot aantal foto’s uit de collecties van gezinnen met grut met dit onderwerp kunt vergelijken. Vervang koets door achterbank van de auto, herinner je de terugkeer na een prachtige dag van feesten en elkaar terugzien en je kijkt via de spiegel naar de slapenden terwijl je met de liefste de dag en zijn genodigden overloopt. ‘The return home’. Het verleden en heden in een gelijkaardige geest (atmosfeer) met elkaar verbonden. De troost dat de schilder stierf één maand voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog is misschien een detail maar vertelt ook dat de kinderen van dit tafereel intussen 41 jaar ouder waren.

Merkwaardig was wel dat hij oog had voor de alledaagse dingen die toenmalige kunstenaars voorbijliepen en als ‘onbelangrijk’ bestempelden. Kijk naar dit doek uit 1860: ‘The General Post Office. One minute to 6′

The General Post Office. One minute to 6′ Klik hier om te vergroten

Je hebt wel even tijd nodig om de bijna 50 figuranten te bekijken die om één minuut voor zes zijn samengestroomd om over één minuutje het postkantoor binnen te vallen. Een uitzonderlijke observatie voor die tijd die echter ook wel eens aan de onze herinnert.

Pinksteren in gedachten terwijl de Olijfberg nog dagelijks beklommen wordt

and Jesus ascended at the Mount of Olives
in the city of Bucha, in the city of Irpin,
in the town of Hostomel, in the village of Motyzhyn
in the town of Borodianka
in the city of Chernihiv, in the city of Kharkiv,
in the long-suffering city of Mariupol
and prayed to the Father–
let this cup stop with me,

crucified on a bodily cross
on an unidentified mortal’s body
2022 the year of our Lord
in a soulless world

heaven and earth walk on by


Halyna Kruk Oekraine translated, from the Ukrainian, by Amelia Glaser and Yuliya Ilchuk
en Jezus steeg op bij de Olijfberg...
in de stad Bucha, in de stad Irpin,
in de stad Hostomel, in het dorp Motyzhyn...
in de stad Borodianka
in de stad Chernihiv, in de stad Kharkiv,
in de lankmoedige stad Mariupol...
en bad tot de Vader-
laat deze beker bij mij ophouden,

gekruisigd aan een lijfelijk kruis
op het lichaam van een ongeïdentificeerde sterveling...
2022 het jaar van onze Heer
in een zielloze wereld

hemel en aarde lopen voorbij

RELIGIE MAAKT DE MENSEN BANG HET BOZE TE DOEN (6)

 

Liverpool Quay by Moonlight 1887 by Atkinson Grimshaw 1836-1893

John Atkinson GRIMSHAW (1836-1893) schilderde menig haventafereel, the Liverpool docks of the docks in Glascow, en gebruikte daarbij hetzelfde procedé: de scheepsmasten aan de ene kant, aan de andere zijde de verlichte winkelramen van de stad en daartussen een brede slijkerige weg.

the-young-microscopists-john-edgar-williams

Het beeld hierboven toont een mooi portret van de Izod Richards broertjes, Frank, Harry en Arthur en is van de hand van John Edgar Williams, Londense portretschilder. (als je £16.000 over hebt, levert Christopher Wood, kunsthandelaar, het volgende week ) Voor mij waren het twee duidelijke beelden die de angsten van de 19de eeuw zichtbaar maakten.

Herbert Schmalz a fair beauty

Om volledig te zijn, een poging tot synthese met het mooie schilderij ‘a fair beauty’ van Gustave Schmalz. (1856-1935)

Ik las dat we voor het eerst in de geschiedenis met meer mensen in steden leven dan op het platteland.
Als ik naar de donkere havenstad kijk bovenaan dan duid je meteen een nieuwe bevolkingsgroep aan waarmee de toenmalige religie (op de Methodisten na) geen blijf wist.

Het stadsleven stond al vlug als ‘zondig’ bekend, en de vrijheid die de mens er kreeg, leidde hem rechtstreeks naar de afgrond.

Steden waren niet dadelijk kernen van beschaving, werd er geopperd.

In zijn werk “Deliverance’ omschrijft Mark Rutheford het als volgt:

‘ Our civilisation seemed nothing but a thin film or crust lying over a volcanic pic, and I wonder often wheter some day the pit would not break up through it and destroy us al.’ (p56)

En daarmee sluit die angst voor een revolutie aan bij de nieuwe ‘onbeheersbare’ stadscultuur waarin het christianisme het eerst zichtbaar terrein verloor en het atheïsme openlijk werd beleden.

In vorige berichten schreef ik je al over de noodzakelijkheid van religie als ‘morele hygiëne’ en hoe de Victorianen die tegenstelling probeerden op te lossen.

Froude schreef in zijn Short Studies:

‘…an established religion…is the sanction of moral obligation; it gives authority to the commandements, creates a fear of doing wrong, and a sense of responsibility for doing it.’

De religie dus als morele stok achter de staatsdeur en het sociale poortje.

En nu naar het prentje met de broertjes die zich met de microscoop bezig houden en de naam Charles Darwin die in de The origin of species (1859) het ontstaan van het biologische leven had duidelijk gemaakt, en de natuurlijke selectie als alternatief voor de goddelijke zevendaagse schepping beschreef.

751px-Origin_of_Species

Met opzet begon ik met de stadscultuur omdat Darwins werk niet de enige oorzaak was van het zogenaamde verval van het Christianisme zoals sommigen al te gemakkelijk voorstellen.
Het was een samenspel van factoren eigen aan het mensbeeld van die vreemde eeuw waarin de groeiende steden en de sociale ongelijkheid zeker net zo belangrijk waren: hoe kan een god dit leed toelaten?

En je kon uiteraard een Chartistische samenleving als ‘communistisch’ bestempelen, maar met meer reden kon je ze ook als ‘infidele’ benoemen wat haar twee keer zo gevaarlijk maakte in de ogen van de conservatieven.

En het mooie meisje?
In die morele wanorde, of zeg ik beter ‘zoektocht’ kwam er via de kunst een drang om een extra-religieuze oplossing te brengen, de drang naar ‘zuiverheid’ naar ‘onschuld’, een begrip dat nog wortelde in het werk van Rousseau (tot op deze dagen overigens).

Het was immers die moderne of conservatieve (naargelang de kant waarbij men dacht te horen) samenleving die de oorspronkelijke zuiverheid van de mens besmette.
En voor het beeld van die zogenaamde zuivere onschuld werden nogal vlug kinderen en jongeren als symbool gekozen die echter een boeiende dualiteit beklemtoonden.

Ze waren en het symbool van de onschuld en tegelijkertijd zo ge-esthetiseerd (om nog niet het woord ge-erotiseerd te gebruiken) dat ze ook lijfelijk, of zelfs seksueel aantrekkelijk leken.

Dat was een pijnlijk dilemma dat tot op de dag van vandaag meestal wordt vermeden en waar we nog uitvoerig op zullen terugkomen als we de Victoriaanse esthetica gaan vergelijken met het modebeeld en de publiciteitswereld van deze dagen.

Het symbool van de ‘onschuld’ als verboden vrucht, een tegenstelling die door weinigen werd bestudeerd , die door de opkomende psycho-analyse meteen naar het terrein van het onbewuste werd verdrongen waar ze dan als oorzaak van allerlei ontsporingen kon bekeken en ‘genezen’ worden.

Het legde nog eens een bijkomende druk op de verwarde wereld van de 19de eeuw. Het problematiseerde het verband tussen uiterlijke schoonheid en innerlijke waarden.

De gemeenschappelijke schuld en onschuld, en het begrip voor het menselijk onvermogen zou nog lang op zich laten wachten. (Een extraatje om het wachten tegemoet te komen: Lady Edith Amela Ward geschilderd door George Elgar Hicks.)

lady-edith-amelia-ward-daughter-of-the-first-earl-of-dudley-george-elgar-hicks

Lady Edith Amela Ward, daughter of the first Earl of Dudley painting by George Elgar Hicks (1824-1914)