
Henri Le Sidaner (Port Louis, Mauritius. 1862-Parijs 1939) en Henri Martin (Toulouse 1860-Labastide-du-Vert 1943) zou je volgens de titel van het mooie album, incluis catalogus, uitgegeven ter gelegenheid van een merkwaardige tentoonstelling in Parijs, volgend jaar in Nederland, deux talents fraternels kunnen noemen. Klinkt dat in hedendaagse kunst-oren een beetje vreemd, einde negentiende en nog een eind in de twintigste eeuw was een dergelijke ‘verbroedering’ niet zo ongewoon.
Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité…

Henri Martin, geboren in Toulouse in 1860, volgde een opleiding aan de Beaux-Arts in zijn geboortestad en vervolgens aan de École Nationale des Beaux-Arts in Parijs, waar hij al snel een kenmerkende stijl ontwikkelde die beïnvloed werd door de pointillistische technieken van Georges Seurat en Paul Signac, terwijl hij een persoonlijke toets behield die gekenmerkt werd door symboliek en een niet aflatende zoektocht naar licht. Vandaag de dag is hij het meest bekend om zijn idyllische landschappen en scènes van het plattelandsleven die baden in zacht, dromerig licht. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een subtiel gebruik van pointillisme, met vleugjes levendige kleur die zijn werken een bijna mystieke sfeer geven. Onder zijn iconische werken is een serie schilderijen gewijd aan de Lot regio, waar hij een huis bezat in Labastide-du-Vert. Deze werken weerspiegelen zijn diepe verbondenheid met de natuur en de rust van het plattelandsleven. (artactif)


Henri Le Sidaner werd geboren aan de kusten van Mauritius in 1862… voordat hij opgroeide in Duinkerken, studeerde aan de Beaux-Arts in Parijs en ging werken in het atelier van de schilder Alexandre Cabanel. Net als Henri Martin werd Le Sidaner beïnvloed door het impressionisme, maar hij ontwikkelde ook een meer persoonlijke en intieme benadering. Zijn werk wordt vaak geassocieerd met een sfeer van rust en sereniteit, met composities die spelen met de subtiele nuances van licht en kleur. Hij staat bekend om zijn schilderijen van tuinscènes, gedekte tafels en ramen die uitkomen op schemerlandschappen. Hij is ongeëvenaard in het creëren van momenten van stilte en contemplatie, vaak verstoken van menselijke figuren, waardoor een gevoel van mysterie en melancholie ontstaat. Le Sidaner werd ook vaak vergeleken met symbolistische kunstenaars vanwege zijn vermogen om een sfeer op te roepen in plaats van de werkelijkheid getrouw weer te geven. (artactif)

Comme l’écrit Ingrid Dubach-Lemainque, « le premier appartient au terroir lumineux du Sud-Ouest, lieu de ses retraites estivales près de Cahors : le second se nourrit des cieux de Normandie, établissant à Gerberoy, à la limite de la Picardie, un domaine où il a créé un jardin fleuri merveilleux. N’est-ce pas finalement merveilleux d’entretenir une amitié fidèle lorsqu’on vit aux antipodes d’un pays ? Sans compter qu’artistiquement, les influences deviennent ainsi infinies.
Onze karakters verschilden enigszins, maar onze visie op kunst kwam precies overeen (Henri Martin)
« Nos natures étaient un peu différentes, mais nos visions d’art étaient parallèles. » « Henri Martin est très timide, souligne Yann Farinaux-Le Sidaner, rugueux, batailleur, et Le Sidaner est très réservé sans être timide et s’exprime avec une infinie distinction. »


Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.
Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité des apparences, nos artistes s’attachèrent à rendre la poésie, la tendresse, la dévotion de leurs sujets, « le sens intime des spectacles de la vie ». C’est ainsi qu’ils surent véritablement créer une connivence avec le spectateur et qu’ils furent qualifiés d’intimistes.
Auteurs: Yan Farrinaux-Le Sidaner en Marie-Anne Destrebecq Martin
Sommaire
Deux talents fraternels
Les succès précoces d’Henri Martin
Les débuts hésitants d’Henri Le Sidaner
Le Paris fin de siècle
Les expositions de la Belle Époque
Les compositions monumentales d’Henri Martin
Gerberoy
Labastide-du-Vert et Saint-Cirq-Lapopie
La Grande Guerre
Les Années folles
L’Académie des Beaux-Arts
Peintres et musiciens
La postérité
45 euro, aan te raden voor uren lees- en kijkplezier.


En een fragment uit het boek waarin de verwantschap met het Vlaamse (Belgische) hinterland wordt bezongen, deze tekst met als titel: ‘Les voyages d’ études.’
Un des traits marquants de cette fin de siècle fut l’ échange entre les artistes français et belges. Les symbolistes parisiens avaient ouvert leurs bras aux poètes flamands qui choisirent d’écrire en français. Ayant fini de grandir a deux pas de leur sol, Le Sidaner incarnera pleinement cette fraternité entre les deux pays. Sans doute grace à Gabriel Fabre qui, très tôt, s’était passionné pour la jeune école belge, le peintre admira profondément Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp ou Emile Verhaeren dont il deviendra l’ami.
Martin et Le Sidaner furent invites au Salon de la Libre Esthétique de Bruxelles, haut foyer de l’art indépendant qui conviait les plus grands noms de la peinture internationale à exposer aux côtés de l’avant-garde belge. Le premier, au début de l’année 1898, eut l’occasion de visiter Bruges qui ravit son coeur plus que son pinceau : “Ah mon ami, écrivit-il à Rivière, le beau petit voyage que je viens de faire a Dunkerque dans les dunes et dans la veille ville flamande de Bruges. Ah que c’ était beau, et triste, mon pauvre ami. Notre Midi n’ a pas cette intense poésie qui arrache des larmes, comme ces brouillards du Nord où certes je ne veux que passer.”
En revanche le séjour que fit, a l’été suivant, Le Sidaner en Flandre allait être une révélation qui transforma profondément son oeuvre“ : “ Veinard, lui écrivit Martin, tu es a Bruges.” Quoi de plus enchanteur pour un artiste septentrional que de contempler dans l’ enchevetrêment des canaux le souvenir presque intact d’une opulence passée ? Venu pour quelques jours, l’artiste restera en tout un an et demi à Bruges. C’est là véritablement, en s’ attachant à la poésie des cites somnolentes, qu’il trouva la direction de son art : “C’ est là, écrivit Mauclair, qu’il commença d’être tout a fait lui-même. »

Een van de belangrijkste kenmerken van dit fin de siècle was de uitwisseling tussen Franse en Belgische kunstenaars. De Parijse symbolisten hadden hun armen geopend voor de Vlaamse dichters die ervoor kozen om in het Frans te schrijven. Le Sidaner, die opgroeide op een steenworp van hun grondgebied, zou deze broederschap tussen de twee landen volledig belichamen. Ongetwijfeld dankzij Gabriel Fabre, die van jongs af aan grote belangstelling had voor de jonge Belgische school, bewonderde hij de schilders Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp en Emile Verhaeren met wie hij bevriend werd.
Martin en Le Sidaner werden uitgenodigd voor de Salon de la Libre Esthétique in Brussel, een broeinest van onafhankelijke kunst waar de grootste namen uit de internationale schilderkunst werden uitgenodigd om samen met de Belgische avant-garde tentoon te stellen. De eerste, begin 1898, kreeg de gelegenheid om Brugge te bezoeken, wat zijn hart meer in verrukking bracht dan zijn penseel: “Ach mijn vriend,” schreef hij aan Rivière, “het mooie uitstapje dat ik zojuist heb gemaakt naar Duinkerken in de duinen en naar de oude Vlaamse stad Brugge. Ach, wat was het mooi en verdrietig, mijn arme vriend. Onze Midi heeft niet die intense poëzie die tranen doet opwellen, zoals die mist van het noorden waar ik zeker alleen maar doorheen wil.”
Aan de andere kant zou Le Sidaners verblijf in Vlaanderen de zomer daarop een openbaring zijn die zijn werk diepgaand zou veranderen: “Bofkont,” schreef Martin hem, “je bent in Brugge.” Wat is er meer betoverend voor een noordelijke kunstenaar dan in de wirwar van grachten de bijna ongeschonden herinnering aan een voorbije weelde te aanschouwen? Na een paar dagen bleef de kunstenaar anderhalf jaar in Brugge. Het was daar dat hij echt de richting voor zijn kunst vond, door zich te hechten aan de poëzie van de slaperige steden: “Het was daar,” schreef Mauclair, “dat hij volledig zichzelf begon te zijn.”
















