‘Henri Martin en Henri Le Sidaner, deux talents fraternels

Henri MartinL’ été ou les faucheurs (Summer or mowers) 1903 Klik op onderschrift om te vergroten

Henri Le Sidaner (Port Louis, Mauritius. 1862-Parijs 1939) en Henri Martin (Toulouse 1860-Labastide-du-Vert 1943) zou je volgens de titel van het mooie album, incluis catalogus, uitgegeven ter gelegenheid van een merkwaardige tentoonstelling in Parijs, volgend jaar in Nederland, deux talents fraternels kunnen noemen. Klinkt dat in hedendaagse kunst-oren een beetje vreemd, einde negentiende en nog een eind in de twintigste eeuw was een dergelijke ‘verbroedering’ niet zo ongewoon.


Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité…

Henri Martin ‘Les Chaumières au soir’

Henri Martin, geboren in Toulouse in 1860, volgde een opleiding aan de Beaux-Arts in zijn geboortestad en vervolgens aan de École Nationale des Beaux-Arts in Parijs, waar hij al snel een kenmerkende stijl ontwikkelde die beïnvloed werd door de pointillistische technieken van Georges Seurat en Paul Signac, terwijl hij een persoonlijke toets behield die gekenmerkt werd door symboliek en een niet aflatende zoektocht naar licht. Vandaag de dag is hij het meest bekend om zijn idyllische landschappen en scènes van het plattelandsleven die baden in zacht, dromerig licht. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een subtiel gebruik van pointillisme, met vleugjes levendige kleur die zijn werken een bijna mystieke sfeer geven. Onder zijn iconische werken is een serie schilderijen gewijd aan de Lot regio, waar hij een huis bezat in Labastide-du-Vert. Deze werken weerspiegelen zijn diepe verbondenheid met de natuur en de rust van het plattelandsleven. (artactif)

Henri Martin. la Vieille maison aux derniers rayons 1875-1904 Klik om te vergroten

Henri Martin. ‘Vue de Labastide-d-Vert

Henri Le Sidaner werd geboren aan de kusten van Mauritius in 1862… voordat hij opgroeide in Duinkerken, studeerde aan de Beaux-Arts in Parijs en ging werken in het atelier van de schilder Alexandre Cabanel. Net als Henri Martin werd Le Sidaner beïnvloed door het impressionisme, maar hij ontwikkelde ook een meer persoonlijke en intieme benadering. Zijn werk wordt vaak geassocieerd met een sfeer van rust en sereniteit, met composities die spelen met de subtiele nuances van licht en kleur. Hij staat bekend om zijn schilderijen van tuinscènes, gedekte tafels en ramen die uitkomen op schemerlandschappen. Hij is ongeëvenaard in het creëren van momenten van stilte en contemplatie, vaak verstoken van menselijke figuren, waardoor een gevoel van mysterie en melancholie ontstaat. Le Sidaner werd ook vaak vergeleken met symbolistische kunstenaars vanwege zijn vermogen om een sfeer op te roepen in plaats van de werkelijkheid getrouw weer te geven. (artactif)

Kanaal in Brugge bij schemering ca 1898

Henri Le Sidaner ‘Petite table dans le crépuscule du soir. 1921
Comme l’écrit Ingrid Dubach-Lemainque, « le premier appartient au terroir lumineux du Sud-Ouest, lieu de ses retraites estivales près de Cahors : le second se nourrit des cieux de Normandie, établissant à Gerberoy, à la limite de la Picardie, un domaine où il a créé un jardin fleuri merveilleux. N’est-ce pas finalement merveilleux d’entretenir une amitié fidèle lorsqu’on vit aux antipodes d’un pays ? Sans compter qu’artistiquement, les influences deviennent ainsi infinies.

Onze karakters verschilden enigszins, maar onze visie op kunst kwam precies overeen (Henri Martin)

« Nos natures étaient un peu différentes, mais nos visions d’art étaient parallèles. » « Henri Martin est très timide, souligne Yann Farinaux-Le Sidaner, rugueux, batailleur, et Le Sidaner est très réservé sans être timide et s’exprime avec une infinie distinction. »
(Cahors) Autoportrait 1912 – Henri Martin – Dépot d’Orsay




Henri Martin et Henri Le Sidaner ont toujours été regardés comme deux talents fraternels. Si l’on évoquait l’un, c’était immédiatement à l’autre que l’on songeait. Appartenant à une génération symboliste éprise de musique et de poésie, les deux artistes étaient avant tout des mordus de la nature. Ils en ont incarné les deux versants : les clartés ensoleillées de la terre méridionale et les effets apaisés de l’âme septentrionale.
Ils participèrent au courant intimiste qui régna sur la Belle Époque. En respectant la véracité des apparences, nos artistes s’attachèrent à rendre la poésie, la tendresse, la dévotion de leurs sujets, « le sens intime des spectacles de la vie ». C’est ainsi qu’ils surent véritablement créer une connivence avec le spectateur et qu’ils furent qualifiés d’intimistes.

Auteurs: Yan Farrinaux-Le Sidaner en Marie-Anne Destrebecq Martin

Sommaire

Deux talents fraternels
Les succès précoces d’Henri Martin
Les débuts hésitants d’Henri Le Sidaner
Le Paris fin de siècle
Les expositions de la Belle Époque
Les compositions monumentales d’Henri Martin
Gerberoy
Labastide-du-Vert et Saint-Cirq-Lapopie
La Grande Guerre
Les Années folles
L’Académie des Beaux-Arts
Peintres et musiciens
La postérité

45 euro, aan te raden voor uren lees- en kijkplezier.

Portrait de Jean Jaures. Henri Martin

Henri Le Sidaner. ‘L’eau morte’. (1901). Pastel on canvas

En een fragment uit het boek waarin de verwantschap met het Vlaamse (Belgische) hinterland wordt bezongen, deze tekst met als titel: ‘Les voyages d’ études.’

Un des traits marquants de cette fin de siècle fut l’ échange entre les artistes français et belges. Les symbolistes parisiens avaient ouvert leurs bras aux poètes flamands qui choisirent d’écrire en français. Ayant fini de grandir a deux pas de leur sol, Le Sidaner incarnera pleinement cette fraternité entre les deux pays. Sans doute grace à Gabriel Fabre qui, très tôt, s’était passionné pour la jeune école belge, le peintre admira profondément Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp ou Emile Verhaeren dont il deviendra l’ami.


Martin et Le Sidaner furent invites au Salon de la Libre Esthétique de Bruxelles, haut foyer de l’art indépendant qui conviait les plus grands noms de la peinture internationale à exposer aux côtés de l’avant-garde belge. Le premier, au début de l’année 1898, eut l’occasion de visiter Bruges qui ravit son coeur plus que son pinceau : “Ah mon ami, écrivit-il à Rivière, le beau petit voyage que je viens de faire a Dunkerque dans les dunes et dans la veille ville flamande de Bruges. Ah que c’ était beau, et triste, mon pauvre ami. Notre Midi n’ a pas cette intense poésie qui arrache des larmes, comme ces brouillards du Nord où certes je ne veux que passer.”


En revanche le séjour que fit, a l’été suivant, Le Sidaner en Flandre allait être une révélation qui transforma profondément son oeuvre“ : “ Veinard, lui écrivit Martin, tu es a Bruges.” Quoi de plus enchanteur pour un artiste septentrional que de contempler dans l’ enchevetrêment des canaux le souvenir presque intact d’une opulence passée ? Venu pour quelques jours, l’artiste restera en tout un an et demi à Bruges. C’est là véritablement, en s’ attachant à la poésie des cites somnolentes, qu’il trouva la direction de son art : “C’ est là, écrivit Mauclair, qu’il commença d’être tout a fait lui-même. »

Hneri Le Sidaner. ‘Le quai’. 1898

Een van de belangrijkste kenmerken van dit fin de siècle was de uitwisseling tussen Franse en Belgische kunstenaars. De Parijse symbolisten hadden hun armen geopend voor de Vlaamse dichters die ervoor kozen om in het Frans te schrijven. Le Sidaner, die opgroeide op een steenworp van hun grondgebied, zou deze broederschap tussen de twee landen volledig belichamen. Ongetwijfeld dankzij Gabriel Fabre, die van jongs af aan grote belangstelling had voor de jonge Belgische school, bewonderde hij de schilders Maurice Maéterlinck, Charles Van Lerberghe, Max Elskamp en Emile Verhaeren met wie hij bevriend werd.

Martin en Le Sidaner werden uitgenodigd voor de Salon de la Libre Esthétique in Brussel, een broeinest van onafhankelijke kunst waar de grootste namen uit de internationale schilderkunst werden uitgenodigd om samen met de Belgische avant-garde tentoon te stellen. De eerste, begin 1898, kreeg de gelegenheid om Brugge te bezoeken, wat zijn hart meer in verrukking bracht dan zijn penseel: “Ach mijn vriend,” schreef hij aan Rivière, “het mooie uitstapje dat ik zojuist heb gemaakt naar Duinkerken in de duinen en naar de oude Vlaamse stad Brugge. Ach, wat was het mooi en verdrietig, mijn arme vriend. Onze Midi heeft niet die intense poëzie die tranen doet opwellen, zoals die mist van het noorden waar ik zeker alleen maar doorheen wil.”


Aan de andere kant zou Le Sidaners verblijf in Vlaanderen de zomer daarop een openbaring zijn die zijn werk diepgaand zou veranderen: “Bofkont,” schreef Martin hem, “je bent in Brugge.” Wat is er meer betoverend voor een noordelijke kunstenaar dan in de wirwar van grachten de bijna ongeschonden herinnering aan een voorbije weelde te aanschouwen? Na een paar dagen bleef de kunstenaar anderhalf jaar in Brugge. Het was daar dat hij echt de richting voor zijn kunst vond, door zich te hechten aan de poëzie van de slaperige steden: “Het was daar,” schreef Mauclair, “dat hij volledig zichzelf begon te zijn.”
Huizen in Brugge

Hneri Martin ‘Les amoureux- 1935

Achille Laugé: (1861-1944) Le Neo-Impressionnisme dans la lumière du sud

Les Amandiers en fleur sur la route de Cailhou 1909

In 2018 hebben we in de bijdrage: ‘Moment en tijdloosheid: In de boomgaard van Theo van Rysselberghe ‘het pointillisme’ of het ‘divisionisme’ belicht, en met één klik ben je daar terug wil je even je geheugen opfrissen om daarna met des te meer smaak het eigene van schilder Achille Laugé te ontdekken. Lees en kijk dus in ons blog:

Achille Laugé ‘Autoportrait au bonnet blanc ‘ 1895

Achille Laugé, een kunstenaar die sterk gehecht is aan zijn geboortestreek in Occitanië, fascineert door zijn eigenzinnige weg binnen de neo-impressionistische beweging. De momentele tentoonstelling in Lausanne, die bijna tachtig werken omvat en de hele carrière van Laugé bestrijkt, belicht de specifieke originaliteit van deze schilder van het dagelijks leven, gedreven door een uitzonderlijke gevoeligheid. Verfijnd en eenvoudig tegelijk, schildert hij bij voorkeur onderwerpen die deel uitmaken van zijn directe omgeving – de omgeving van zijn huis in Cailhau, de bloemen in zijn tuin, de portretten van zijn familieleden. Zijn zeer zuivere techniek, gekenmerkt door de drie primaire kleuren naast elkaar in kleine stippen of rasters, volgt de divisionistische methode maar langs een zeer persoonlijke benadering.(cataloog van recente Zwitserse tentoonstelling)

Issu d’une famille paysanne, Laugé abandonne ses études en pharmacie au profit de l’École des beaux-arts de Toulouse, où il se lie avec Antoine Bourdelle, avant de poursuivre son apprentissage à Paris et de partager l’atelier d’Aristide Maillol. En 1886, au Salon des Indépendants, Laugé découvre le tableau manifeste de Georges Seurat, Un dimanche à l’Île de la Grande-Jatte, véritable révélation pour lui. En 1892, de retour à Carcassonne, il se convertit à la couleur pure divisée.
Portrait d’ enfant 1890

In het verblindende zuidelijke licht, eigende Laugé al experimenterend zich de kleurentheorie van Seurat en Signac toe. Vanuit een zeer origineel karakter dat getuigt van zijn intuïtie voor kleur, schilderde hij weelderige stillevens waarin boeketten klaprozen en margrieten zij aan zij staan met rijp fruit en takken van bloeiende amandelbomen. Achille Laugé hanteert een “kunst van bewogen gevoeligheid” zoals zijn vriend beeldhouwer Bourdelle opmerkte. (ibidem)

L’ arbre en fleur’ 1893

Zoals Monet voor zijn kathedralen, werkt Laugé aan series, onvermoeibaar de wegen van Cailhau voorstellend. In deze rigoureus geconstrueerde landschappen streeft hij ernaar de nuances van het licht en het verloop van de seizoenen in hun meest minieme variaties weer te geven. Op deze wegen, die hij aflegt met zijn mobiel atelier (roulotte-atelier) dat hij heeft ontworpen om ter plaatse aan het motief te werken, creëert de kunstenaar composities in een geraffineerde stijl waaruit een zacht gevoel van rust, een zeer geometrisch gevoel voor compositie en een uitgesproken smaak voor leegte zichtbaar worden.

Achille Laugé Arbres en fleur
La route -au-lieu-dit-Hort
En 1890, de retour à Carcassonne, Laugé se convertit à la couleur pure divisée. Un artiste d'une rare sensibilité Seul devant l'éblouissante lumière méridionale, Laugé s'approprie, au gré de nombreuses expérimentations, la théorie des couleurs de Seurat et de Signac. Combinant les teintes de manière très personnelle, il réalise de somptueuses natures mortes où les bouquets de coquelicots et de marguerites voisinent avec les fruits mûrs et les branches d'amandiers en fleurs. 

Achille Laugé exprime cet " art de sensibilité émue " que relève son ami Bourdelle. Géométrie, perspective et lumière Tel Monet devant la cathédrale de Rouen, Laugé travaille sur des séries, représentant inlassablement la route qui mène à Cailhau, le village dans lequel il s'installe en 1895. Dans ces paysages rigoureusement construits, il s'attache à rendre les nuances de la lumière, le passage des saisons dans leurs plus infimes variations. 
L’ Alouette Woonst en atelier

Na de dood van zijn vader vestigde Achille Laugé zich in Cailhau, in de streek van de Razes waarvan hij de bremstruiken zo vaak zou schilderen. Hij koos voor een eenvoudig leven en hielp de dorpsmetselaar met het bouwen van een bescheiden huis (L’ -Alouette). Het was rond en in dit huis dat hij de beste bron van zijn inspiratie vond. Zoals Monet een atelierboot had, bouwde hij een rollend atelier waarmee hij naar het motief reed, waarin hij buiten schilderde, soms in olieverf, soms in pastel, alvorens wat hij gezien had mee terug te nemen naar het atelier.

En 1900, il envoya au Salon de la Nationale un très beau tableau pointilliste "Devant la fenêtre", où se trouvaient, comme trois aspects de son talent, deux figures, des fleurs et un paysage qui est celui qu'il voyait de la fenêtre de son atelier et qu'il a reproduit dans le tableau printanier que possède le Musée national d'Art moderne. La toile fut refusée, comme en 1908 une autre toile présentée au Salon d'Automne. 
Devant la fenêtre 1899

Een zeldzame keer dat hij zijn personages in een herkenbare ruimte uitbeeldt, dit mooie ‘Devant la fenêtre’. Meestal moeten de personages het doen met een neutrale achtergrond, al dan niet met een zuinig decorstukje zoals in het mooie portret van mevrouw Astre uit 1892

Portrait de madame Astre 1892

De liefde voor het eenvoudige, de strengheid van het Katharen-land, de zin voor het detail in bloemen en vruchten, aanleunend bij het in zwang zijnde japonisme, de isolatie door de beperking maar ook door een intense liefde voor de omgeving waarin natuur en mensen bijna tijdloos aanwezig zijn, het zijn maar enkele kenmerken van dit mooie leven en werk. ‘L’ art de Laugé est à la fois de sensivité emue, et d’ une raison maîtrisée.’ zoals vriend beeldhouwer Antoine Bourdelle schreef in 1927, is een mooie samenvatting. Daarnaast volg ik graag het hoofdstuk uit de expositie-monografie waarin een artikel het heeft over ‘Epuré’: le goût du vide‘. De mooie leegte waarin essenties zichtbaar worden.

Branches de pommier
De titel van deze bijdrage is ook de titel van een fraaie uitgave Achille Laugé, Le neo-impressionisme dans la lumière du Sud, uitgegeven in de maand juni van dit jaar als cataloog  van de rétrospective in Lausanne, Zwitserland.(36, 50 euro) Bij diverse bronnen te bestellen. De tentoonstelling in Lausanne loopt nog tot 30 oktober 2022, Fondation de l' Hermitage, Route du Signal, 2  1018 Lausanne.
Achille Laugé – Editions Snoeck / Fondation de l’Hermitage – Ouvrage broché – 144 pages – Textes en Français – Publié en 2022