Tot dat andere kind niet meer achter de spiegel zal te vinden zijn maar als kijker zichzelf herkent, tot dan mag er van enige onbevangenheid sprake zijn.
Edward Coley Burne-Jones. The Mirror of Venus. 1870-76
According to Christopher Wood, "No picture illustrates better Burne-Jones's unique genius for blending together the two traditions of Pre-Raphaelitism and the Italian Renaissance into a new aesthetic style than The Mirror of Venus. The scene is purely imaginary, and shows Venus and her maidens gazing at their reflections in a pool of water. The landscape is arid and rocky; these strangely lunar landscapes were to become a recurring feature of his art, widely imitated by his followers. The mood and the colour are Pre-Raphaelite, but the conscious sweetness and elegance of the figures recall the Italian Renaissance, and, in particular, Botticelli, an artist greatly admired by Burne-Jones, and later to become a cult among fashionable aesthetes. (Victorian Web)
Margaret Burne Jones. Schilder: Edward Burne-Jones 1885-1886
Langs ‘de mannenkant’ gaf het schilderij met de groep mooie meisjes die zich uitvoerig spiegelen natuurlijk aanleiding tot voor de hand liggende spot, verspreid als een briefkaart:
Studie voor de ‘The mirror of Venus’. Kijk naar het mooie ritme dat verwondering heet.
Study for the Mirror of Venus
Even vergeten dat een van de voornaamste ‘spiegelaars’ wel degelijk bij de mannelijk kunne mag gerekend worden.
Narcissus. geschilderd door Caraveggio
Maar als de spiegel de tijd ontmaskert. Tussen wat was en wat worden zal. 'Boetvaardige Magdalena bij kaarslicht'.
‘De boetvaardige Magdalena’. Georges de la Tour 1640
De spiegel is een meester in illusie. Hij kan onze perceptie van de werkelijkheid manipuleren door middel van complexe optische illusies. Wanneer we door een spiegel kijken, kunnen de afmetingen van een kamer veranderen. De spiegel laat ons altijd maar een deel van de werkelijkheid zien, afhankelijk van de hoek waaronder we erin kijken. We zien alleen een gereflecteerde werkelijkheid die niet noodzakelijkerwijs overeenkomt met de waarheid. Het beeld verliest zijn geloofwaardigheid in de spiegel. De spiegel is een speeltje van het licht, een instrument van de waarneming en een symbool van misleiding en illusie. (Lea Finke Fine Arts)
Julie Lebrun met Spiegel. Elisabeth Vigée-Lebrun 1787
De ontdekking van het verband tussen jonge kijkers en hun zelfbeeld is voor hedendaagse jochies vanzelfsprekender dan hun lotgenootjes uit de achttiende eeuw. Het blikkenspel tussen personage en toeschouwer dat via reflectie tot stand komt, kun je als een psychologische werking van de spiegel beschouwen. Door jezelf gezien worden. Vroege vormen van reflectie. Nu al vlug op talrijke thuis- en schoolschermen mogelijk.
Those who find ugly meanings in beautiful things are corrupt without being charming. This is fault. Those who find beautiful meanings in beautiful things are the cultivated. For these there is hope.”
Oscar Wilde in The Picture of Dorian Gray uit 1891
Vrouw met spiegel. Giovanni Bellini. 1515
Een uitvoerige thesis ‘Reflections on Reflections, De spiegel in Belgische en Britse kunst. 1848-1918’ van Jana Wijnsouw met uitvoerig beeldmateriaal kun je raadplegen:
Keert zich een paar keer voor de spiegel heen en weer zoals een vogel voor een andere vogel doet bekijkt zichzelf als voor het eerst schikt en herschikt aan schouder, kraag, likt aan haar lipstick, tuit, fluit als een vogel, rekt zich van graagte strekt haar nek, lokroept in zich, giechelt, vliegt.
Judith Herzberg In: Zoals (1987).
Albert Chevallier Tayler – The Mirror, 1914 (detail), oil on canvas
Niet meer de spiegel maar jij die mij aankeek en daarna woordeloos vertelde wat je blijkbaar had gezien. Jij, mijn barmhartige spiegel, lief.
Doodstrijd in de tuin van Olijven. Francisco Goya 1819
De schilder maakte dit paneel voor 'de vrome scholen' in Madrid, een instelling van de Orde der Piaristen, een orde die als doel had onderwijs en opvoeding te bieden aan de zgn. 'onderkant' van de samenleving.
De omgeving is zwart. Duisternis in alle betekenissen van het woord. Na hun laatste avondmaal waren ze met zijn allen naar de tuin bij de Olijfberg gegaan. (hof van Gethsemane) De leerlingen legden zich neer en vielen in slaap. Hij kende het vervolg van de nacht en de volgende dag. Door diepe angsten aangegrepen vraagt hij : Wilt ge deze drinkbeker van mij wegnemen, maar niet mijn maar uw wil geschiede.
Andrea Mantegna. Gebed op de Olijfberg circa 1455
In veel van Mantegna's werk komen harde, kale rotspartijen voor. Hier lijkt hij het 'godverlaten' en woeste karakter van het stenige landschap te gebruiken om de eenzaamheid en angst van Jezus te benadrukken.
Drie volgelingen liggen te slapen terwijl Jezus in doodsangst tot zijn vader bidt. Hij voelt zijn einde naderen. Dat naderen wordt ook letterlijk getoond door het groepje mannen rechts: Judas en de soldaten die Jezus zullen arresteren. Rechts is de lucht al lichter aan het worden; de nieuwe dag is aanstaande. (Bijbelse Kunst)
Giovanni Bellini. Gebed in de hof van Gethsemane 1465
Uit het lijdensverhaal volgens Marcus:
‘Zij kwamen nu aan een landgoed dat Getsemane heette. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: ‘Blijft hier zitten terwijl Ik bid.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te gevoelen. Hij sprak tot hen: ‘Ik ben bedroefd. tot stervens toe. Blijft hier en waakt.’ Nadat Hij een weinig verder was gegaan wierp Hij zich ter aarde en bad dat dit uur, als het mogelijk was,aan hem mocht voorbijgaan. ´Abba,Vader,’-zo bad Hij- ‘voor U is alles mogelijk; laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat Gij wilt.’ Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: ‘Simon, slaapt ge? Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken? Waakt en bidt dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.’ Opnieuw verwijderde Hij zich en bad met dezelfde woorden. En teruggekomen vond Hij hen weer in slaap want hun oogleden waren zwaar; ze wisten niet wat ze Hem moesten antwoorden. Toen Hij voor de derde maal terugkwam sprak Hij tot hen: ‘Slaapt dan maar door en rust uit. Het is zover, het uur is gekomen; zie, de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van de zondaars. Staat op, laten we gaan: mijn verrader is nabij.’
Paul Gaugain Christus in de Olijventuin. 1889
Gij badt op eenen berg alleen, en... Jesu, ik en vind er geen waar 'k hoog genoeg kan klimmen om U alleen te vinden de wereld wilt mij achterna, alwaar ik ga of sta of ooit mijn oogen sla; en arm als ik en is er geen geen een, die nood hebbe en niet klagen kan; die honger, en niet vragen kan; die pijne, en niet gewagen kan hoe zeer het doet! o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!
Guido Gezelle
Christus op de Olijfberg. Sandro Botticelli. 1499
In het evangelie van Marcus dat, als dc oudste bron, gewoonlijk als het betrouwbaarst wordt beschouwd, wordt Jezus als een volstrekt normaal mens voorgesteld, met ouders en broers en zusters. Er waren geen engelen die zijn geboorte aankondigden of boven zijn kribbe zongen. In zijn jeugd of jongelingsjaren onderscheidde Hij zich in geen enkel opzicht van anderen. Toen Hij zijn leer begon te verkondigen waren zijn Nazareense stadsgenoten stomverbaasd dat de zoon van de plaatselijke timmerman opeens zo’n wonderkind bleek te zijn. Marcus laat zijn verhaal direct bij Jezus’ loopbaan beginnen. (Karen Armstrong 'Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
De tuin van Getsemane (CC BY-SA 4.0 – Tango7174 – wiki)
“Net als de rabbijnen geloofde Jezus dat de Heilige Geest niet slechts voor een geprivilegieerde elite was weggelegd, maar voor alle mensen van goede wil; sommige bijbelpassages suggereren zelfs dat Jezus geloofde, opnieuw zoals enkele rabbijnen, dat zelfs de gojiem de Heilige Geest konden ontvangen. Als zijn discipelen ‘geloof” hadden, zouden ze zelfs opzienbarender dingen kunnen doen. Niet alleen zouden ze zonden kunnen vergeven en boze geesten kunnen uitdrijven, maar ze zouden zelfs een berg de zee in kunnen slingeren. Ze zouden merken dat hun broze, sterfelijke leven was getransfigureerd door de ‘krachten’ van God die in de wereld van het messiaanse koninkrijk aanwezig en werkzaam waren. ”
(Karen Armstrong ‘Een geschiedenis van God, vierduizend jaar jodendom, christendom en islam)
Antonie Wierix II Christus in de hof van Getsemane (Rijksmuseum)
Gethsemane
Zij gingen zóó zich in hun leed verdiepen, Dat zij, schoon op hun elleboog geleund Om Hem te zien, wel zeiden: hoe Hij kreunt, Maar dan stil schreiden, snikten en weer sliepen.
Hij bad tot God, Wiens grimmigheid Hem trof. Die zag in Hem den vuigen mensch der zonde. En toen Hij nergens troost erlangen konde, Kroop Hij, een worm, wanhopig in het stof.
Toen sterkte God Hem, dat Hij op kon staan. Hij riep de jongren: Laat ons henengaan! Reeds rinkelde het harnas der soldaten.
De fakkels vlamden over schild en kling. Toen Hij zich overgaf en medeging, Had zelfs Johannes Hem verschrikt verlaten.
Willem de Merode
Gethsemane, 1944 by Mark Rothko
The Old and New Testaments also became a rich source of inspiration, as seen in Gethsemane. The title refers to the garden near Jerusalem that was the scene of the agony and betrayal of Christ.
In a radio broadcast Rothko responded thoughtfully to the question:
Are not these pictures really abstract paintings with literary titles? If our titles recall the known myths of antiquity, we have used them again because they are the eternal symbols upon which we must fall back to express basic psychological ideas. They are the symbols of man’s primitive fears and motivations, no matter in which land or what time, changing only in detail but never in substance….Our presentation of these myths, however, must be in our own terms which are at once more primitive and more modern than the myths themselves–more primitive because we seek the primeval and atavistic roots of the ideas rather than their graceful classical version; more modern than the myths themselves because we must redescribe their implications through our own experience….The myth holds us, therefore, not through its romantic flavor, not the remembrance of beauty of some bygone age, not through the possibilities of fantasy, but because it expresses to us something real and existing in ourselves, as it was to those who first stumbled upon the symbols to give them life.
(Masterpieces by Mark Rothko)
Number 14, by Mark Rothko
Zijn deze schilderijen niet eigenlijk abstracte schilderijen met literaire titels? Als onze titels herinneren aan de bekende mythen uit de oudheid, dan hebben we die opnieuw gebruikt omdat het de eeuwige symbolen zijn waarop we moeten terugvallen om fundamentele psychologische ideeën uit te drukken. Het zijn de symbolen van de primitieve angsten en drijfveren van de mens, ongeacht in welk land of welke tijd, alleen in detail veranderend maar nooit in substantie….Onze presentatie van deze mythen moet echter in onze eigen termen zijn, die tegelijkertijd primitiever en moderner zijn dan de mythen zelf – primitiever omdat we op zoek zijn naar de oeroude en atavistische wortels van de ideeën in plaats van naar hun sierlijke klassieke versie; moderner dan de mythen zelf omdat we hun implicaties opnieuw moeten beschrijven aan de hand van onze eigen ervaring…. De mythe houdt ons daarom vast, niet door haar romantische smaak, niet door de herinnering aan schoonheid van een vervlogen tijdperk, niet door de mogelijkheden van fantasie, maar omdat ze voor ons iets wezenlijks en bestaands in onszelf uitdrukt, zoals het was voor degenen die voor het eerst op de symbolen stuitten om ze leven te geven.
Blue, Green, and Brown (1952) by Mark Rothko
In Blue, Green, and Brown (1952), color and structure are inseparable: the forms themselves consist of color alone, and their translucency establishes a layered depth that complements and vastly enriches the vertical architecture of the composition. Variations in saturation and tone as well as hue evoke an elusive yet almost palpable realm of shallow space. Color, structure, and space combine to create a unique presence. In this respect, Rothko stated that the large scale of these canvases was intended to contain or envelop the viewer--not to be "grandiose," but "intimate and human."
Misschien kon ik geen betere week uitkiezen dan deze die nu net voorbij is. Gebeurtenissen in een gevangenis en legereenheid sluiten zonder veel omwegen bij mijn onderwerp aan. Vernederingen, lijfelijk leed, aanslagen op je geestelijk welzijn. De stilte van de mensentuin wordt door het lawaai van het naderend geweld teniet gedaan. Een van de twaalf zal hem verraden met een kus. Een andere van de twaalf zal weldra verklaren dat hij niets met deze man heeft uit te staan. De andere tien slaan op de vlucht en alleen Johannes keert terug tot onder het kruis. Als een misdadiger zal hij voor de geestelijken van het Sanhedrin verschijnen, voor de plaatselijke autoriteit Herodes en voor de vertegenwoordiger van het Romeinse gezag, Pilatus. Hij is dan tussen dertig en drieëndertig. Het volk dat hem enkele dagen geleden toejuichte, schreeuwt dat hij gekruisigd moet worden. Met het gevoel van de totale verlatenheid tot diep in zijn ziel.