Het gedroomde schaap, een kortverhaal

Bij schaap 247 gebeurde het. Neen, Johanna viel niet in slaap ook al telde zij elke avond geduldig schaapjes die over een hek sprongen. Schaap 247 sprong maar bleef boven het hek hangen, draaide zijn hoofd met rechteroog richting Johanna, knikte vriendelijk, keek weer vooruit en verdween daarna in de diepte waarin de vorig getelde schapen verdwenen waren.

Klaar wakker was ze. Neen, het was geen droom. De helderheid van het gebeuren, dat diep doordringend kijken, Een boodschap was het. Een voorteken. Probeerde zij zichzelf van het tegenovergestelde te overtuigen: een toeval, een verborgen verlangen, een ondergesneeuwde liefde, een schrijnend tekort aan tederheid, de kortstondige maar diepe schapenblik oversteeg die bekende noden.

Wetenschappers ondersteunden haar ervaring. Schapen kunnen na twee jaar 50 gezichten herinneren, schreven knappe koppen van de Cambridge Universiteit, zelfs op foto’s. Schapen, geiten en herten kunnen dankzij hun horizontale pupillen opzij kijken zonder hun kop te bewegen. Onderzoeker Ruseler: “Hun blikveld bestrijkt bijna 310 graden. Ze kunnen zelfs zien wat er achter ze gebeurt. Het is een soort van ingebouwde ‘achteruitkijkspiegel.”

Het duurde wel even die vroege nacht voor zij het beste ritme bij de over-het-hek-springers had gevonden. Schaapje 79 bleef zelfs ook even in lucht hangen maar gunde haar geen blik, terwijl schaap 214 tot in de lage bewolking sprong en hoofdschuddend in de onbekende leegte verdween. En 247? Schaap 247 sprong, bleef boven het hek hangen en keek opnieuw richting Johanna -langer en liever dan de eerste keer, dacht zij- voor het in de diepte verdween.

Flirten met de ogen‘, zei AI, ‘De verliefde blik kan ook een vorm van flirten zijn. Door oogcontact te zoeken en vast te houden, kan men interesse tonen en een connectie creëren.’ Er was volgens AI duidelijk een verschil met de ‘normale’ blik: ‘Een normale blik is vaak korter en minder intens. De verliefde blik is specifiek gericht op de persoon en duurt langer dan een normale oogopslag.’

‘Belachelijk!’ zei zij luidop. Deze ‘ontmoeting’ had niets met wat men verliefdheid noemt te maken! Dit was de blik uit een andere wereld. En opnieuw AI citerend: ‘Het schaap, en vooral ooien en lammeren, wordt geassocieerd met zachtheid, onschuld, sociale verbondenheid en volgzaamheid..’

Dat klonk heel mooi, maar noch haar zgn. onschuld en vermeende sociale verbondenheid laat staan een zekere volgzaamheid waren met haar dagelijkse werkelijkheid, zelfs niet met haar diepste verlangens te verbinden. Ze zou zich herkennen in ‘een schaap in wolfskleren’ en sympathie opbrengen voor ‘het schaap met vijf poten’, rollen die naar haar overtuiging in ieders mensenleven wel eens, al dan niet gedwongen, werden opgevoerd. De ontmoeting met schaap 247 echter bleek van een ander gehalte, een ontmoeting uit een spelletje om vlugger te kunnen slapen maar nog onbekende vragen en emoties in haar ziel had wakker gemaakt.

Foto door Vanessa Cardui op Pexels.com

‘Laten we afspreken dat ik geen 246 schapen over dat verdomde hek moet laten springen voor jij aan de beurt bent.’ zei zij, vrij gebiedend. Zij wist dadelijk dat het de verkeerde toonaard was en zij beter met ‘Zou het kunnen dat jij…’ was begonnen. De ogen gesloten zag zij vrijwel onmiddellijk de weide met het hek. Tot haar verbazing bleek de nachtelijke hemel boven het springtuig met sterrennevels bezaaid.
‘Als het niet anders kan, vooruit dan maar…’ paaide zij haar onzichtbare kudde.


Ervaren dromers weten dat verlanglijstjes zelden worden vervuld. Je gelooft levenslang dromen te kunnen lokken maar zij blijven eigenzinnige verschijningen verwant met het dansende onvoorspelbare Noorderlicht, verraden door miljoenen verbeelde schermverhalen.
Teleurgesteld opende ze haar ogen.
‘Ik had nog net de laatste trein, dus ik dacht…’
Dezelfde ogen. Minder vacht. Bekend gemekker van lang geleden. De warme tederheid van een verloren schaap.

The dreamed sheep, a short story

At sheep 247, it happened. No, Johanna did not fall asleep even though she patiently counted sheep jumping over a fence every night. Sheep 247 jumped but lingered above the fence, turned his head with right eye towards Johanna, nodded kindly, looked ahead again and then disappeared into the depths into which the previously counted sheep had disappeared.

Ready awake she was. No, it was not a dream. The clarity of the event, that deep penetrating look, A message it was. An omen.

Scientists backed up her experience. Sheep can remember 50 faces after two years, wrote clever minds at Cambridge University, even in photographs. Sheep, goats and deer can look sideways without moving their heads thanks to their horizontal pupils. Researcher Ruseler: “Their field of vision covers almost 310 degrees. They can even see what is happening behind them. It’s a kind of built-in “rear-view mirror.”

It took some time that early night for her to find the best rhythm with the over-the-hill jumpers. Sheep 79 even lingered in air for a while too but did not grant her a glance, while sheep 214 jumped into the low clouds and disappeared into the unknown void shaking her head. And 247? Sheep 247 jumped, lingered above the fence and looked towards Johanna again -longer and rather than the first time, she thought- before disappearing into the depths.

‘Flirting with the eyes,’ AI said, ‘The infatuated gaze can also be a form of flirting. By seeking and holding eye contact, one can show interest and create a connection.’ There was a clear difference from the “normal” gaze, according to AI: ‘A normal gaze is often shorter and less intense. The infatuated gaze is focused specifically on the person and lasts longer than a normal gaze.’

‘Ridiculous!” she said aloud. This “encounter” had nothing to do with what is called infatuation! This was the gaze from another world. And again quoting AI: ‘The sheep, and especially ewes and lambs, are associated with gentleness, innocence, social connection and

That sounded very nice, but neither her so-called innocence and supposed social connection let alone a certain docility could be connected to her everyday reality, not even to her deepest desires. She would recognise herself in “a sheep in wolf’s clothing” and sympathise with “the five-legged sheep”, roles that she believed were performed at one time or another in everyone’s human life, whether forced or not. The encounter with Sheep 247, however, proved to be of a different kind, an encounter from a game to sleep faster but had awakened as yet unknown questions and emotions in her soul.

‘Let’s agree that I don’t have to make 246 sheep jump that damn fence before it’s your turn,’ she said, rather commandingly. She knew immediately that it was the wrong key and she would have been better off starting with “Could it be you…”. Eyes closed, she almost immediately saw the meadow with the fence. To her surprise, the night sky above the jumping rig appeared to be dotted with starry mists.
‘If nothing else, onward then…’ she spawned to her invisible flock.

Experienced dreamers know that wish lists are rarely fulfilled. One believes to lure lifelong dreams but they remain idiosyncratic apparitions akin to the dancing unpredictable Northern Lights, betrayed by millions of imagined screen stories.
Disappointed, she opened her eyes.
‘I just got the last train, so I thought…’
Same eyes. Less fur. Familiar mewling from long ago. The warm tenderness of a lost sheep.

(Vertaald met Deepl)

Foto door Pixabay op Pexels.com

Schaduw-verlangens, een kortverhaal

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow

SCHADUWVERLANGENS, een kortverhaal

‘Weerschijn, dat is het juiste woord. ‘Weerschijn.’ Het weerwerk van het licht. Het teruggekaatste licht. Weerspiegeling. Dat had ik willen zijn.’
‘Schaduw is ook een mooi woord, schaduw.’
‘Kijk, ik zou nu mijn hoofd willen schudden, maar zo lang jij die knikker van jou gelijkhebberig stijf tussen die schoudertjes houdt, blijft er voor een schaduw niets anders over dan je volmaakt te imiteren onder dit schrale lantaarnlicht.’
‘Zoals je wilt.’
Ik schudde mijn hoofd op een bedenkelijke wijze.
‘Flauw.’ probeerde hij mij af te remmen, maar overgeleverd aan mijn bewegingen lukte hem dat niet.
‘Ik sluit eventjes mijn ogen, dan kun jij je stevig uitrekken.’
Even rondkijken of er niemand in de nabijheid was, en dan ogen dicht en luidop tot vijf tellen.
Na vijf wachtte ik nog eventjes. Vijf bonus-seconden.
‘Dankjewel. Die kromme schoudertjes van jou kun je beter laten behandelen. Zou je nog eens even over je eigen schaduw willen springen? Wat denk je?’ Gezond toch?’
‘Ik doe mijn best, maar het is laat en…’
‘…en je bent moe van onze avondwandeling, je wilt nog even in het volle licht de wereld met lettertjes overvallen en…’
‘Wil je dat ik je probeer los te maken?’
‘Een man zonder schaduw? ‘
En verder in het Duits:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…die is een opera lang op zoek naar een schaduw want zonder is de Keizerin geen mens en kan ze met haar geliefde Keizer geen kinderen hebben.’
Het bleef even stil. Een avondbriesje werd in de kruinen van de parkbomen hoorbaar.
‘Wist ik veel dat je nog eens vader wilde worden, en eerlijk gezegd…’
‘Ik ben omringd door drie prachtige vrouwen, shadow. Een maatje voor het leven, een schat van een dappere dochter en een tedere en inventieve kleindochter.’
‘Er zou dus een kansje bestaan dat jij -hij zweeg deskundig- dat jij … zonder mij kan? Tenslotte ben ik je donkere kant en die is volgens de heer C. Jung geen roze wolk om het vriendelijk uit te drukken.’
‘Niets en niemand is volmaakt maar hetzelfde menselijk gezelschap weet dat wie licht zoekt voortdurend door zijn eigen donkerte moet.’
‘’Angst. Jaja. Een schaduw weet wat angst is. Ik hoef maar even een beetje vreemd te bewegen en overal klinkt gegil. Overigens hoe lang loop je al door die ‘eigen donkerte’?
‘Levenslang. Geboren in de oorlog.’
‘Als geen andere schaduw ken ik je verlangens en angsten. Laat mij gewoon voor een weekje gaan.. Een week zonder je archetype ‘de schaduw’ zoals de heer C. Jung mij beschrijft. Ik ben tenslotte maar een sjabloon waarmee jij je ervaringen leert begrijpen en organiseren, als ik het goed heb. Een boel overgeërfde emoties of gedragspatronen die zich in allerlei kunstgedoe zouden manifesteren. En nog een beetje dichter bij huis: ‘’De schaduw is het archetype dat wij liever verborgen houden voor de buitenwereld en soms ook voor onszelf; alles wat we weigeren te erkennen, maar dat op indirecte of directe manier toch wordt opgedrongen aan onszelf, zoals ‘inferieure karaktertrekken en andere onverenigbare neigingen.‘ om de Heer Jung te citeren. Leuk gezelschap ben ik, niet?’
‘Het is geen recept, maar ik kan mij in zijn wijsheid wel vinden. Weet je wat Jung’s laatste woorden waren?’
‘Ik weet dat jullie de dreiging van de totale vernietiging altijd volledig ontkennen.’
‘Juist, en daarom stimuleerde hij door te gaan met leven alsof de dood niet het einde betekent.’
‘Nog maar eens een fraai stukje schaduw-denken!’
‘Dat betekent niet per se dat er leven na de dood is, alleen dat er iets in ons bestaat dat dat gelooft, om zijn eigen woorden te gebruiken.’
‘Hij was een Zwitser, niet?’
‘En zijn laatste woorden: “Laten we vanavond bij het eten een goede fles wijn opentrekken!”
‘Als schaduw zou ik je aanraden zijn raad ook nog bij het volle leven en welzijn op te volgen. Zonder mij. Wel?’
‘Gedraag je en zondag voor het donker thuis!’

met dank aan Carl-Gustav Jung

Shadow desires, A short story

‘Reflection, that’s the right word. ‘Reflection.’ The resistance of light. The reflected light. Mirroring. That’s what I had wanted to be.’
‘Shadow is also a nice word, shadow.’
‘Look, I’d like to shake my head now, but as long as you keep that marble of yours equivalently stiff between those little shoulders, there’s nothing left for a shadow but to imitate you perfectly under this meagre lantern light.’
‘As you wish.’
I shook my head dubiously.
‘Faint.’ he tried to slow me down, but at the mercy of my movements he did not succeed.
‘I’ll close my eyes for a while, then you can stretch firmly.’
A quick look around to see if no one was nearby, and then eyes closed and counted to five out loud.
After five, I waited a little longer. Five bonus seconds.
‘Thank you. Those crooked shoulders of yours would be better treated. Would you mind jumping over your own shadow again? What do you think?’ Healthy right?’
‘I try my best, but it’s late and…’
‘…and you’re tired from our evening walk, you want to jump over the world with letters in the full light and…’
‘Do you want me to try to untie you?’
‘A man without a shadow? ‘
And further in German:
‘…die Frau ohne Schatten?’
‘…who is an opera long in search of a shadow because without it, the Empress is not a man and cannot have children with her beloved Emperor.’
There was silence for a while. An evening breeze became audible in the crests of the park trees.
‘Did I know you wanted to be a father again, and honestly…’
‘I am surrounded by three beautiful women, shadow. A mate for life, a darling of a brave daughter and a tender and inventive granddaughter.’
‘So there would be a chance that you -he remained expertly silent- that you could …do without me? After all, I am your dark side and that, according to Mr C. Jung, is not a pink cloud to put it kindly.’
‘Nothing and no one is perfect but the same human company knows that those who seek light must constantly pass through their own darkness.’
”Fear. Yep. A shadow knows what fear is. I only have to move a little strangely and screams can be heard everywhere. By the way, how long have you been walking through that ‘own darkness’?
‘Life sentence. Born in the war.’
‘Like no other shadow, I know your desires and fears. Just let me go for a week.’ A week without your archetype ’the shadow’ as Mr C. Jung describes me. After all, I am just a template by which you learn to understand and organise your experiences, if I am right. A lot of inherited emotions or behavioural patterns that would manifest in all sorts of art stuff. And even a little closer to home: ”The shadow is the archetype that we prefer to keep hidden from the outside world and sometimes from ourselves; anything that we refuse to acknowledge, but which is nevertheless imposed on ourselves in an indirect or direct way, such as ‘inferior character traits and other incompatible tendencies.’’ to quote Mr Jung. Nice company I am, aren’t I?’
‘It’s not a recipe, but I can relate to his wisdom. Do you know what Jung’s last words were?’
‘I know you guys always completely deny the threat of total annihilation.’
‘Right, which is why he encouraged continuing to live as if death is not the end.’
‘Just another fine piece of shadow-thinking!’
‘That doesn’t necessarily mean that there is life after death, just that there is something in us that believes that, to use his own words.’
‘He was a Swiss, wasn’t he?’
‘And his last words: ‘Let’s open a good bottle of wine at dinner tonight!’
‘As a shadow, I would advise you to follow his advice even in the fullness of your life. Without me. Well?
‘Behave yourself and get home before dark on Sunday!’

Courtesy of Carl-Gustav Jung

Martino Pietropoli. Woman walking with shadow


Met dank voor technische inhoud en verwoording aan:

Woord zoekt onderkomen, een kortverhaal

Liquidnight: Duy Huynh Star Catcher – Acrylic on wood, 2009

‘Niet aan beginnen,’ zei het woord.
Ik zweeg, schudde het moeë hoofd en probeerde: ‘Sinister.’
Het bleef even stil. Er werden smalle schoudertjes opgehaald.
‘Je hoort toch dat er te veel “i’s” in zitten? ‘Stekelig. Riekt naar het Latijnse ‘sinister’ dat je met ‘links’ kunt vertalen. ‘Iemand links laten liggen.’ Als je onderweg bent en iets links laat liggen, ga je er niet naartoe . Links was de kant waar het ongelijk vandaan kwam, dus de kant die je moest mijden. Vergeet ‘sinister’.
‘Ik vond het wel mooi klinken.’
‘Maar ik moet erin rondlopen. ‘Daar heb je ‘Sinister’, hij wist er niets van te bakken, meneer de minister.’
‘…maar mist er geen moment van en vist er verborgen verzen uit, lieve sinister’.
‘Links lullen en rechts vullen.’
‘…maar ik wilde links en rechts net uit hun politieke hemdjes halen, lief woord.’
‘Sinister.’
Het woord legde zich tussen de woordenboeken, een plaats waar nog betekenisloze woorden graag toeven, en zuchtte.

Lisa Aisato

‘Besef je nog niet dat ik een vrij woord wil blijven. Morgen ben ik ‘angstzweet’, overmorgen ‘eindstreep’ en volgende week ‘notendop’.
‘Dat zijn drie woorden.’
‘Eens ik in jou geschrijf kom wonen is er geen ontsnappen aan. Je staat er als ‘qui-vive’ of ‘stroomversnelling’ te koop, voor eens en altijd. En dan heb ik het nog niet over ‘uitbrander’, ‘pappenheimer’ of ‘hoogvlieger’.’
‘Wacht even: er loopt een zwarte vogel die een boom draagt op zijn rug en boven op zijn takken staat er een huis met op het dak een ladder tot aan de maan waarop een andere zwarte vogel zit. Wel?’
‘Dat is een tekening! Ik ben maar een woord. Je hebt er een boel nodig om een tekening te vertellen, neem dus een potlood en ga naar een academie om er de stiel te leren.’

Toni De Muro

‘Ik kan een kroonprins van je maken, of een komeet, of wat denk je van ‘heelmeester’?’
‘Eens je mij neerschrijft en ik later gedrukt de wereld in ga, is het te laat. Ik wil een vrij woord blijven, een zwerfwoord.’
‘Wat denk je van ‘woordeloos’?
‘Wacht even. Zegt het nog eens.’
‘Woordeloos.’
‘Ik ben dan een woord zonder woord te zijn.’
‘Sinister, niet?’
‘Niet dadelijk de vriend van een schrijver, geef ik toe.’
‘Maar dan kan ik nooit nog een ander woord worden. Het verlossende woord, bijvoorbeeld? Of het laatste woord hebben?’
‘Je bent dan helemaal woordeloos.’
‘Het is een prachtig woord. Want wanneer ben je woordeloos?’
‘Op momenten dat je over je woorden zou struikelen, dat iets of iemand te groot voor woorden is, het laatste woord heeft gehad of het verlossende woord heeft gesproken of de daad bij het woord heeft gevoegd.’
‘Maak ‘woordeloos’ van mij.’
‘Het is niet zo’n leuk woord voor een schrijver.’
‘Maar we zullen elkaar dagelijks tegenkomen en als het echt niet lukt dan besef je dat ’woordeloos’ de geliefde van een woord is dat je terugvindt als je aan ‘muziek’ denkt. Familie zijn van ‘schoonheid’ is niet iedereen gegeven.
Zullen we samen ‘woordeloos’ zijn? Althans voor even?’
De schrijver knikte.
Hij begreep dat je best ‘woordeloos’ als goede vriend(in) kon hebben op momenten van gemis en genot waar woorden overbodig worden.
Om de daad bij het woord te voegen luisterden ze naar Schuberts ‘An die Musik’. Om samen woordeloos te zijn.


Je kunt het kortverhaal ook voorlezen of er zelfs een gespeelde dialoog van maken op deze en komende zalige zelfs heilige avonden. 
Wassily Kandinsky, Winterlandschap met kerk, ca 1910-1911

DE VERGEETPUT, een kortverhaal

Staring-out

Hoe was het allemaal begonnen?
O ja, eerst: de verhuis. Van de ene flat naar de andere. Dezelfde onbekende mensen rondom hem. Een beetje wennen aan het nieuwe decor, maar voor de rest bleef zijn leven zoals het altijd geweest was: geruststellend eentonig.

1122-BKS-Rachman-articleLarge

Op een dag in december bemerkte hij dat er iets was dat die eentonigheid doorbrak. Iets wat hem dus lichtelijk verontrustte. Andere jaren kreeg hij rond deze tijd een kaart voor de autokeuring. Hij reed met een tweedehands autootje uit een-niet-te-herinneren-bouwjaar, en telkens als kerstmis in de lucht hing, kreeg hij een kaartje met een ambtelijke oproep zich met zijn voertuig te melden bij de inspectie.
‘Ach,’ dacht de man, ‘ze zullen het nieuwe adres nog niet doorgestuurd hebben.’ Plichtsgetrouw reed hij dus uit eigen beweging naar de keuring.
‘Tja, als u geen kaart hebt gekregen,’ zei de man achter het bureel, ‘dan zal u te vroeg zijn.’
Maar toen ze samen naar zijn groene kaart keken merkten zij dat hij eerder te laat was.
‘Zozo,’ begon de ambtenaar op een lichtelijk bestraffende wijze. ‘Zozo, u is dus te laat.’
‘U ook,’ antwoordde de man vriendelijk.
Men keek in alle mogelijke lijsten, telefoneerde naar de inspectie van zijn vroegere woonplaats, maar nergens werd er één spoor gevonden dat zijn voertuig enig recht op bestaan had.

alone

Ietsje meer werd de man verontrust toen hij tot zijn nog grotere verbazing vaststelde dat hij dat jaar nog steeds geen aanslagbiljet had ontvangen.
‘Zoiets vergeten ze nooit,’ dacht de man. ‘Als ze centen moeten krijgen, dan zullen ze die krijgen.’ Omdat de man grotere brokken wilde voorkomen, schreef hij een brief naar het belastingskantoor waarin hij voorzichtig vroeg om de toezending van een aanslagbiljet teneinde zijn persoonsbelasting van het voorbije jaar te kunnen betalen.
Twee dagen later kreeg hij het bezoek van een zenuwachtig mannetje.
‘We hebben uw brief ontvangen,’ zei het ventje, ‘en we hebben hem aandachtig gelezen.’
‘Zo,’ zei de man, gelaten wachtend op een vonnis.
De ambtenaar plukte aan zijn klein snorretje, kuchte en zei dan alsof hij over een jeugdzonde sprak: ‘Helaas, maar u heeft geen dossier bij ons. U bestaat eenvoudig niet.’
‘Jamaar, jamaar,’ zei de man en hij haalde zijn portefeuille boven, zocht zijn identiteitskaart, ‘kijk eens, wie is dat dan?’ vroeg hij streng.
De ambtenaar bekeek aandachtig het glanzende kaartje.
‘Misschien kunt u het lezen,’ zei hij. ‘Ik niet.’
De man keek naar zijn paspoort. De letters waren grijze strepen geworden en zijn foto toonde slechts een schimmige gestalte.
‘O,’ zei de man. ‘Te lang in de regen gelegen, denk ik. Met die verhuis…’

asidcheckpoint5-61290550378168

Helemaal verontrust werd de man toen hij bemerkte dat zijn poes niet meer thuiskwam en dat schoenen die hij had laten verzolen onvindbaar bleken te zijn.
‘Herinnert u mij niet meer?’ vroeg hij de schoenmaker. ‘Verleden week heb ik ze zelf binnengebracht. Zwarte schoenen.’
‘Ik kan me gewoonlijk elk gezicht herinneren,’ antwoordde de schoenmaker, maar eerlijk gezegd,’ -hij aarzelde en keek de man nog eens onderzoekend aan- ‘…eerlijk gezegd, ik denk niet dat ik u eerder heb gezien.’

Er kwam ook geen post meer en op zijn bureel sprak niemand nog met hem. Niet dat ze hem meden, dat ze achter zijn rug roddelpraatjes vertelden. Ze zagen hem gewoonweg niet meer.
Er bleek ook geen werk meer voor hem in het opdrachtenbakje te liggen, en zijn mailadres werd door geen enkele computer herkend.
Op een morgen zat hij een beetje wanhopig voor zich uit te staren tot hij plotseling een stem hoorde:
‘Pardon, u zit aan mijn bureel.’
‘O, neemt u mij niet kwalijk,’ stotterde de man.
Hij zocht zijn mantel, nam zijn boterhammetjes uit de bovenste lade en liep de stad in.

do_you_feel_alone__by_fifi797_d52qmnt-fullview

Even dacht de man dat hij het slachtoffer van een complot was geworden, maar hij voelde zich helder en nuchter genoeg om die ziekelijke gedachte van zich af te zetten.
‘Het is een toeval,’ dacht hij. ‘Een samenloop van omstandigheden.’
Toch wilde hij zeker zijn. Hij maakte een afspraak bij een dokter, vertelde hem iets over vage klachten in de maagstreek en wachtte geduldig op de uitspraak van de arts die hem van zijn angsten zou bevrijden: een soort aderverkalking, hersentumor, of iets psychisch, stressaanvallen of een ongekende fobie.
De dokter werd bleekjes, schudde met zijn stethoscoop alsof het ding niet naar behoren werkte, luisterde opnieuw, nam zijn bloeddruk, twee- driemaal en keek hem toen lijkbleek aan.
‘U heeft geen hartslag noch bloeddruk, meneer. U kunt met bankcontact betalen.’

shaun-tan-nobody-understands_grande

In paniek loopt er een man over straat. Neen, de mensen kijken hem niet na. Zelfs als hij iemand hardhandig wegduwt, hoort hij geen scheldwoorden. Dat verhoogt nog zijn paniek. Als hij een agent om hulp wil vragen, hoort de man zijn eigen stem niet meer. De agent kijkt gewoon door hem heen en wandelt verder.
‘Ik spring door het raam,’ denkt de man terwijl hij de trappen van zijn flatgebouw oprent omdat de lift geen teken van leven geeft. ‘Ik spring door het raam!’
Bijna één minuut moet hij aan zijn deur frutselen, dan stormt hij door de living op weg naar het raam dat op een binnenkoertje uitgeeft, voorbij de spiegel…
Hij keert langzaam terug. In één flits heeft hij het gezien. Hijgend staat hij voor de spiegel. Duidelijk zichtbaar ziet hij een dunne, lichtende nul op het spiegelglas, een levensgrote nul.

12728312175_fee90963fc_k

Post Scriptum:

Om niet dadelijk het nummer van een of andere preventiedienst te moeten vermelden, dit naschrift.
Of mijn hoofdpersoon wel of niet gesprongen is, of na een uurtje wenen bemerkte dat die nul ook een ‘o’ kon zijn, een uitroep van verbazing en hij daarna een nieuw leven verzon, laat ik in het midden.
Tussen ‘nul’ en ‘Oh…’ ligt er een duizelingwekkende diepte.
Een troostrijke gedachte.

12-18_PaaE_Nicolas-Moufarrege_7

DE MAN VAN 30 MILJOEN, een kortverhaal

loterieblindd

Hij glimlachte. Gelaten. Een gelaten glimlachje zoals hij glimlachte als hij op het toilet zat. Door iedereen gerust gelaten en ontdaan van dagelijkse ballast.
Zo glimlachte hij toen hij de cijfers zag. Ze stonden er, alle vijf, in oplopende volgorde. Gevolgd door twee sterren gevuld met een getal.
Hij bekeek nog eens elk cijfertje apart. Om zeker te zijn. Daarna knikte hij.
‘Ik heb dertig miljoen gewonnen,’ zei hij tegen zichzelf.

Hij waste zijn handen. Voelde geen aandrang om met een luide kreet zijn vrouw wakker te maken noch de tweedehands meubeltjes aan diggelen te gooien. Een neiging de buurt op champagne en gerookte zalm te trakteren kwam niet bij hem opzetten.
Hij stapte op zijn gammele fiets en liet het huurhuisje voor wat het was.
Floot deze gelukkige man niet eens een opgewekt deuntje of zong hij luidop een fragment uit Verdi’s slavenkoor? Neen, de man hield zijn lippen stijf op elkaar geklemd en vloekte op de schoolkinderen die het verkeer hinderden.
Wel wiegde hij zachtjes met zijn hoofd als hij voorbij het park kwam, knikte hij herhaaldelijk als hij het station binnenliep en zijn stem trilde even toen hij zich liet doorverbinden met de bedrijfsdirectie.
‘Ja?’ zei de directeur-generaal. ‘Ja?’.
‘Met het secretariaat van de koning,’ zei de man.
‘Oh..’ hoorde hij de directeur-generaal schrikken.
‘Zijne majesteit vraagt zich af waarom u de hele dag zo zuur kijkt?’
‘Pardon?’
‘Inderdaad, tijd om u te verontschuldigen. Een glimlachje kost niks, Jozef.’
‘Maar enfin…’
‘Kusje van de koningin, en denk eraan, eerste plicht een blij gezicht!’
De man klapte zijn goedkoop gsm’tje dicht, bedacht zich, liet zich toen met de personeelsdienst verbinden en geen twee minuten later had verzekeringsmaatschappij Secur een bediende minder uit te betalen. ‘Plotseling naar het buitenland vertrokken wegens dringende familiale omstandigheden’.
De trein naar de hoofdstad arriveerde stipt.

saisissez-la-fortune_grande

In Brussel handelde hij de noodzakelijke geplogenheden af op de zetel van de Nationale Loterij en na een gezellig etentje wandelde hij door het park waar hij zijn dagelijkse boterhammen aan de eendjes voerde. Iets voor half zeven was hij weer thuis.
‘Er is tomantensoep en worst met rode kool!’ riep zijn vrouw vanuit het keukentje.
‘Haha, ‘ antwoordde hij. Niet opgewekt, niet spottend, eerder gelaten, zoals men de loop der dingen aanvaardt, het wisselen der seizoenen, het doodsbericht van een verre groottante.

Elke morgen verliet de man vrouw en huisje, spoorde hij naar Brussel en maakte hij een wandelingetje door het park. Het etentje reserveerde hij voor bijzondere dagen. Hij ontdekte een café met een prachtige biljarttafel, speelde er zijn partijtjes, at er zijn boterhammen en was ’s avonds op tijd thuis voor het avondmaal.
De bank zorgde voor een maandelijkse overschrijving, vakantiegeld en andere extraatjes inbegrepen.
’Vast werk, zegde zijn vrouw, en een zuinige echtgenote, wat willen we nog meer?’
‘Niets,’ antwoordde de man. ‘Helemaal niets.’
En hij meende het nog ook.

lotty_1024x1024

Elke dag verliet hij huis en vrouw om in een Brussels café zijn partijtjes biljart te spelen en in een Brussels park de eendjes te voeren, en elke dag was de man om half zeven thuis, dertig jaar lang.
Hij voelde zich gelukkig en zag met een bang hart zijn pensioen-leeftijd naderen.
Zelfs de rente van zijn dertig mijoen had hij niet eens opgeleefd.
‘Ze laten jou wel heel lang werken,’ zei zijn vrouw toen hij bijna vijfenzestig werd. ‘Je bent zeker onmisbaar?’
Hij knikte.
Toen enkele weken later zijn café in de binnenstad werd gesloten omdat ze voor een reusachtige building plaats moest ruimen en toen ook het park met eendjesvijver verdween omdat de administratie van Europa op die plek zo nodig burelen en vergaderzalen wilde bouwen, besloot hij zichzelf op pensioen te laten gaan.

Ln_17

Hij kocht een vrij goedkope horloge met veel bling-bling, liet in een tinnen schotel zijn naam en een wens graveren (-met dank voor uw inzet-) en kondigde die avond het einde van zijn administratieve loopbaan aan.
‘Voilà, ik moet niet meer gaan werken.’
Zij keurde zijn horloge en las ontroerd de tekst op de schotel.
‘Allemaal echt, hoor,’ zei ze. ‘Echt tin en echt goud, en ook wat erop geschreven staat. Ik ken iets van die dingen.’
Hij zegde niets. Hij dacht aan zijn dagelijks partijtje biljart, de glazen trappist en de eendjesvijver.’
‘Maar ik heb ook een verrassing,’ riep zijn vrouw. ‘Wie is er al die jaren zuinig geweest, wie heeft er beetje bij beetje een flinke som gespaard?’
Hij antwoordde niet.
‘Ik! Ik heb bijna honderdduizend euro gespaard! ‘
‘Neen,’ zei de man gelaten.
‘Jaja! Daar kijk je van op, hé? En dit hier zijn twee vliegtuigticketten voor Benidorm. Kunnen we lekker overwinteren. Ik heb onze centen belegd in een sjieke flat voor oudere mensen. Wonen we gezellig samen met leeftijdsgenoten. Nog een beetje bijsparen en dan wordt die flat helemaal van ons. Ben je niet blij?’
‘Jaja,’ zei de man. ‘Heel blij.’
‘Ga je vlug omkleden want we vertrekken nog deze avond laat.We gaan alvast de buurt verkennen.’
‘Dat zal ik doen, liefste. Maar… -hij keek zijn vrouw lang aan- eerst moet ik nog een pakje sigaretten gaan halen in de winkel om de hoek.’
Bijna aan het winkeltje besefte hij dat hij niet eens rookte.

900_1912 Poster for Lottery of National Unity