“Wat jammer dat ze geen mannen zijn”, schreef Édouard Manet over Berthe en Edma Morisot toen hij de getalenteerde jonge kunstenaars in 1868 ontmoette. Hij vreesde dat hun schilderijen vrijwel zeker genegeerd zouden worden door de mannelijke gevestigde orde. Het is waar dat Edma kort daarna de kunst opgaf, met een marineofficier trouwde en naar Bretagne verhuisde. Maar Berthe Morisot (1841-95) bleef schilderen tot aan haar vroege dood aan longontsteking. Ze exposeerde jaarlijks in de Salon van Parijs en maakte de meest bijzondere en radicale afbeeldingen van hedendaagse vrouwen, waarvan sommige ook aan het schilderen waren. Toch zou de voorspelling van Manet een vreselijke waarheid blijken te zijn."
(The Guardian, Laura Cumming 2 april 2023)

En ik begrijp ook heel goed de titel van een bijdrage van Koen Kleijn in De Groene Waterman van 26 februari 2025 met de uitdagende titel ‘Groen, geel, blauw en slordig’.
"De impressionisten die zich in de negentiende eeuw verzamelden in Parijs waren modern en rebels. Toch liepen ook conservatieven met hen weg. En hun revolte begon niet met één donderslag. "
Of Morisot de meest bijzondere en radicale afbeeldingen van hedendaagse vrouwen schilderde lijkt eerder een kreet-recht-uit-het hart dan een nuchtere vaststelling, maar haar aanwezigheid was een duidelijk vrouwelijke présence in een wereld die hen meestal gewoon als ‘model’ gebruikte.
De Amerikaanse kunstcriticus Rosalind Krauss beschreef het impressionisme toen in Partisan Review als ‘the narcissism of light’. Zo citeert ze een bloemrijke omschrijving van Émile Zola van het schilderij Femmes au jardin uit 1867 van Monet. Zola verbaast zich over de door Monet geschilderde lichtval op de jurken. Krauss schrijft: ‘It is hard for us to recapture the weirdness of a dress cut to pieces by a crossfire of sunlight and shadow’. Volgens haar lag de sleutel voor die verbazing in de details die rond die tijd ook voor het eerst te zien waren in de fotografie. Zo kon Krauss een rechte lijn trekken van het impressionisme naar de nieuwste ontwikkeling van de moderne kunst destijds: die van de videokunst, waarin kunstenaars zich op dat moment al even fanatiek bezighielden met hun eigen beeltenis.
(Waterlelieszonder naakt'. 150 jaar impressionisme De Groene A'dammer Joke de Wolf 17 april 2024)
'De ontstaansgeschiedenis van het impressionisme hangt van mythes aan elkaar. In werkelijkheid ging het er vroeger net zo rommelig aan toe als nu.)

De ontevredenheid met het academische en het academische systeem vond een mogelijke uitweg in het ‘Salon des Refusés‘ (tentoonstelling van de geweigerden) waar sinds 1863 afgewezen kunstenaars een eigen tentoonstelling kregen, een initiatief van keizer Napoleon III. Er was wel een verschil tussen de weigering van Manet en die van de latere impressionisten: Manet schilderde ‘plat’, en liet naakten ordinair tussen eigentijdse mensen zitten, de impressionisten schilderen in de ogen van de jury vooral slordig. Dankzij Charles-François Daubigny, jurylid maar ook een bevriende kunstenaar, waren de jonge kunstenaars met hun nieuwe onderwerpen vanaf 1868 alsnog welkom op de Salon.
"De tentoonstelling die de kunstenaars in 1874 organiseerden had dus niet als aanleiding dat ze nergens anders terecht konden. Bovendien was de kunst in Nadars ruimte niet per se revolutionair, zo is te zien in een voorzichtige reconstructie in de eerste twee zalen van de tentoonstelling in het Orsay. Er zijn geen foto’s bekend van de tentoonstelling, en ook de catalogus uit 1874 is niet altijd helder over welk werk er te zien was, laat staan hoe. Nadar had zijn fotostudio inmiddels verhuisd. Wel weten we dat Degas de ruimte omschreef als ‘une situation unique’, met zeven of acht zalen op twee verdiepingen, bereikbaar per lift en met volop licht. Nieuw was ook dat de tentoonstelling ’s avonds toegankelijk was, dankzij het gaslicht."
(citaten uit De Groene A’dammer ‘Waterlelies zonder naakt)


Elementen bij het ontstaan van de nieuwe richting:
-Het mengen van drie primaire kleuren, rood, geel en blauw creëert de drie secundaire kleuren: groen, oranje en violet. Primaire en secundaire kleuren vormen het kleurengamma van de regenboog. (Je kunt ze ook waarnemen in natuurkundig experiment waarin kleuren door een prisma worden gebroken. Combinaties van dr zes regenboogkleuren reproduceerden het natuurlijke licht. Zie ook onze bijdrage:

En …je kon je verf in tubes meenemen, net zoals je schildersezel, op weg naar de Normandische kust waar schilders met comfortabele achtergrond een tweede (familie)verblijf hadden.
Monet trekt naar Londen maar beklaagt zich want de zo bekende ‘mist’ was voortdurend vervangen door heldere lucht waardoor de geliefde contourvervaging (zoals in Turners werk) blijkbaar uitbleef.
‘Wat mij het meest bevalt in Londen is de mist. Maar toen ik opstond, zag ik tot mijn schrik dat er geen mist was, zelfs geen flard. Ik was terneergeslagen en dacht dat ik het schilderen wel kon vergeten, maar geleidelijk aan werden de vuren aangestoken en kwamen de rook en de nevel terug.’
Die vage contouren van het Impressionisme, gewoon luchtvervuiling? Dat wordt hier handig ontweken. Kijk.
In een artikel van ‘De Standaard’ 2 februari 2023 schrijft Hilde Van den Eynde bij het zogenaamde veranderen van o.a. Claude Monet’s stijl (meer impressionistisch):
"Maar twee atmosfeerwetenschappers plaatsen deze week vraagtekens bij die kunsthistorische lezing. In wezen bleven Turner en Monet in grote mate gewoon realistisch schilderen, schrijven ze in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences. Ze legden nog steeds vast wat ze zagen, alleen veranderde die waarneming doordat in de loop van hun carrière de luchtvervuiling in Londen en Parijs sterk toenam. Vooral de uitstoot van zwaveldioxide piekte. In combinatie met het fijnstof uit kolenkachels gaf dat smog, die het zonlicht verstrooide en het zicht vertroebelde. De taferelen die de schilders vastlegden, zouden daardoor slechter zichtbaar zijn geweest, en dat zou de vervagende contouren in het werk van de schilders verklaren.."
(De Standaard)

Het is een misverstand, zegt Sterckx, dat impressionisten de realiteit niet wilden weergeven. ‘Ze verzetten zich wél tegen de idealisering ervan, tegen het oppoetsen van de werkelijkheid. En ze keken naar andere aspecten van die werkelijkheid, zoals hoe de constant veranderende atmosfeer – door de seizoenen, het moment van de dag, de weersomstandigheden, en dus ook mist en luchtvervuiling – ons zicht op de werkelijkheid voortdurend beïnvloedt. De nieuwe studie onderbouwt die visie, eerder dan ze tegen te spreken.’ (ibidem)

Een aanvulling over de figuratie-achtergronden:
Noch een wonder, noch een toeval, gewoon, denk ik, een evolutie zoals meerdere auteurs dat ‘Impressionisme’ benaderen. Voor mezelf was het, als jongen van vijftien, een ontdekking, een heuse revolutie. Niet alleen de vormgeving, maar het beeld van een deur die je open stoot waarachter nieuwe mogelijkheden waren te ontdekken omtrent het samenvloeien van menselijke ver-beelding met de zichtbare en onzichtbare werkelijkheden. Je hoefde niet zo goed mogelijk de werkelijkheid weer te geven (de term ‘aftekenen’) maar de verbeelding naar vorm en inhoud zichtbaar te maken in vormen die niet alleen jouw verhaal maar ook het verhaal van de kijker (luisteraar) impliceerden. Het alledaagse verbergt een schat aan bewoonbare verhalen. De eenvoud of de versleuteling , de spiegeling of droom, tot in het absurde of magische, het is de verteller die geduldig pogingen blijft ondernemen om te ‘vervoeren’ dat oude woord met zijn ontelbare betekenissen.
mooie aanvulling=







