Het momentele als waan of essentie (2)

Julie Manet and Her Greyhound Laerte, 1893, painted by her mother, Berthe Morisot. © The Bridgeman Art Librarycreenshot

En ik begrijp ook heel goed de titel van een bijdrage van Koen Kleijn in De Groene Waterman van 26 februari 2025 met de uitdagende titel ‘Groen, geel, blauw en slordig’.

"De impressionisten die zich in de negentiende eeuw verzamelden in Parijs waren modern en rebels. Toch liepen ook conservatieven met hen weg. En hun revolte begon niet met één donderslag. " 

Of Morisot de meest bijzondere en radicale afbeeldingen van hedendaagse vrouwen schilderde lijkt eerder een kreet-recht-uit-het hart dan een nuchtere vaststelling, maar haar aanwezigheid was een duidelijk vrouwelijke présence in een wereld die hen meestal gewoon als ‘model’ gebruikte.

Berthe Morisot. Jour d’ été. 1879. (klik op beeld om te vergroten)
Claude Monet Femmes au Jardin. 1866 vergroot door op onderschrift te klikken

De ontevredenheid met het academische en het academische systeem vond een mogelijke uitweg in het ‘Salon des Refusés‘ (tentoonstelling van de geweigerden) waar sinds 1863 afgewezen kunstenaars een eigen tentoonstelling kregen, een initiatief van keizer Napoleon III. Er was wel een verschil tussen de weigering van Manet en die van de latere impressionisten: Manet schilderde ‘plat’, en liet naakten ordinair tussen eigentijdse mensen zitten, de impressionisten schilderen in de ogen van de jury vooral slordig. Dankzij Charles-François Daubigny, jurylid maar ook een bevriende kunstenaar, waren de jonge kunstenaars met hun nieuwe onderwerpen vanaf 1868 alsnog welkom op de Salon.

"De tentoonstelling die de kunstenaars in 1874 organiseerden had dus niet als aanleiding dat ze nergens anders terecht konden. Bovendien was de kunst in Nadars ruimte niet per se revolutionair, zo is te zien in een voorzichtige reconstructie in de eerste twee zalen van de tentoonstelling in het Orsay. Er zijn geen foto’s bekend van de tentoonstelling, en ook de catalogus uit 1874 is niet altijd helder over welk werk er te zien was, laat staan hoe. Nadar had zijn fotostudio inmiddels verhuisd. Wel weten we dat Degas de ruimte omschreef als ‘une situation unique’, met zeven of acht zalen op twee verdiepingen, bereikbaar per lift en met volop licht. Nieuw was ook dat de tentoonstelling ’s avonds toegankelijk was, dankzij het gaslicht."

(citaten uit De Groene A’dammer ‘Waterlelies zonder naakt)

Claude Monet ‘Populieren in de zon’. 1887
Pierre Auguste Renoir. La Yole. 1875

Elementen bij het ontstaan van de nieuwe richting:

-Het mengen van drie primaire kleuren, rood, geel en blauw creëert de drie secundaire kleuren: groen, oranje en violet. Primaire en secundaire kleuren vormen het kleurengamma van de regenboog. (Je kunt ze ook waarnemen in natuurkundig experiment waarin kleuren door een prisma worden gebroken. Combinaties van dr zes regenboogkleuren reproduceerden het natuurlijke licht. Zie ook onze bijdrage:

Theo van Rysselberghe. de drie kinderen in blauw. 1901

En …je kon je verf in tubes meenemen, net zoals je schildersezel, op weg naar de Normandische kust waar schilders met comfortabele achtergrond een tweede (familie)verblijf hadden.

Monet trekt naar Londen maar beklaagt zich want de zo bekende ‘mist’ was voortdurend vervangen door heldere lucht waardoor de geliefde contourvervaging (zoals in Turners werk) blijkbaar uitbleef.





‘Wat mij het meest bevalt in Londen is de mist. Maar toen ik opstond, zag ik tot mijn schrik dat er geen mist was, zelfs geen flard. Ik was terneergeslagen en dacht dat ik het schilderen wel kon vergeten, maar geleidelijk aan werden de vuren aangestoken en kwamen de rook en de nevel terug.’

Die vage contouren van het Impressionisme, gewoon luchtvervuiling? Dat wordt hier handig ontweken. Kijk.

In een artikel van ‘De Standaard’ 2 februari 2023 schrijft Hilde Van den Eynde bij het zogenaamde veranderen van o.a. Claude Monet’s stijl (meer impressionistisch):

Claude Monet (1840 – 1926), London, Parliament. Sunlight in the fog, 1904, oil on canvas, Musée d’Orsay, Paris. Photo: Grand Palais RMN (Musée d’Orsay) / Hervé Lewandowski

Het is een misverstand, zegt Sterckx, dat impressionisten de realiteit niet wilden weergeven. ‘Ze verzetten zich wél tegen de idealisering ervan, tegen het oppoetsen van de werkelijkheid. En ze keken naar andere aspecten van die werkelijkheid, zoals hoe de constant veranderende atmosfeer – door de seizoenen, het moment van de dag, de weersomstandigheden, en dus ook mist en luchtvervuiling – ons zicht op de werkelijkheid voortdurend beïnvloedt. De nieuwe studie onderbouwt die visie, eerder dan ze tegen te spreken.’ (ibidem)

Ferdinand Hart Nibbrig, Op de duinen in Zandvoort, 1892, Olieverf op doek, 42 x 58 cm, Singer Laren, schenking P.J. Hart Nibbrig 1981

Een aanvulling over de figuratie-achtergronden:

Noch een wonder, noch een toeval, gewoon, denk ik, een evolutie zoals meerdere auteurs dat ‘Impressionisme’ benaderen. Voor mezelf was het, als jongen van vijftien, een ontdekking, een heuse revolutie. Niet alleen de vormgeving, maar het beeld van een deur die je open stoot waarachter nieuwe mogelijkheden waren te ontdekken omtrent het samenvloeien van menselijke ver-beelding met de zichtbare en onzichtbare werkelijkheden. Je hoefde niet zo goed mogelijk de werkelijkheid weer te geven (de term ‘aftekenen’) maar de verbeelding naar vorm en inhoud zichtbaar te maken in vormen die niet alleen jouw verhaal maar ook het verhaal van de kijker (luisteraar) impliceerden. Het alledaagse verbergt een schat aan bewoonbare verhalen. De eenvoud of de versleuteling , de spiegeling of droom, tot in het absurde of magische, het is de verteller die geduldig pogingen blijft ondernemen om te ‘vervoeren’ dat oude woord met zijn ontelbare betekenissen.

mooie aanvulling=

Het ongrijpbare van het voorbijgaan, niet het motief

Ludvik Kuba (1863-1956) ‘Onder de rozen’ 1905

Met opzet koos ik bij het begin van deze tweede bijdrage met ‘het Impressionisme’ als onderwerp, enkele werken die niet dadelijk overbekend zijn of veelvuldig gebruikt zoals dit wondermooie schilderij van de Tsjechische schilder Ludvik Kuba. (1863-1956) Een beeld dat in deze zomerse dagen thuishoort. Horst Keller in zijn standaardwerk ‘De Impressionisten’ neemt ons bij de hand:

Deze door de impressionisten begonnen revolutie is inderdaad volkomen ongekend. Hun houding tegenover de uiterlijke wereld en hun visie daarop zijn helemaal nieuw. De impressionistische schilder werkt niet meer in zijn atelier, maar gaat zelf naar de plek die hij wil ‘beschrijven’, met als enige bedoeling daar de steeds in beweging zijnde en voortvluchtige poëzie van weer te geven. Hij heeft alle bestaande regels overboord gegooid en beperkt zich ertoe zo getrouw mogelijk het schouwspel voor zijn ogen in het speelse, steeds veranderende licht van de atmosfeer vast te leggen. 
Miloš Jiránek Het Balkon 1908
Met snelle, dicht op elkaar aangebrachte penseelstreken zet hij zuivere, contrasterende kleuren op het witte doek en bereikt met deze kleur-oppositie dezelfde lichtsterkte als in de natuur. Elke kleur wordt onvermengd gebruikt en komt zo, volgens een bekende regel, beter tot zijn recht in contact met de kleur ernaast. Zo lijken rood en blauw vlak naast elkaar vanuit de verte veel paarser dan wanneer men beide kleuren meteen had gemengd. 

Deze manier van zien had tot gevolg — en hierbij raakt men aan een van de meest elementaire begrippen van het impressionisme — dat een juist aangeven van de omtrek der voorwerpen minder belangrijk is dan het weergeven van de variaties die deze door het licht ondergaan. Vandaar een bepaalde vaagheid van vorm, een als het ware opgaan van de uiterlijke wereld in een soort kleurenpoeder, iets dat het publiek diep choqueerde en door bijna geen enkele kunstcriticus kon worden aanvaard. Onder het voorwendsel van een objectieve analyse van het gevoel in zijn meest vluchtige aspect, leidde het impressionisme tot een uit elkaar vallen van de concrete wereld en dus tot een absoluut afwijzen van het ‘motief’, waardoor de bestaande schilderkunst op zijn grondvesten ging wankelen.(Horst Keller)
Alfred Sisley (1839-1899) Un verger au printemps à By 1881 Klik op onderschrift om te vergroten
Edouard Manet Argenteuil 1874
Edouard Manet Portrait de Stéphane Mallarmé
Soupir

Mon âme vers ton front où rêve, ô calme sœur,
Un automne jonché de taches de rousseur
Et vers le ciel errant de ton œil angélique
Monte, comme dans un jardin mélancolique,
Fidèle, un blanc jet d’eau soupire vers l’Azur !
— Vers l’Azur attendri d’Octobre pâle et pur
Qui mire aux grands bassins sa langueur infinie
Et laisse, sur l’eau morte où la fauve agonie
Des feuilles erre au vent et creuse un froid sillon,
Se traîner le soleil jaune d’un long rayon.

Stéphane Mallarmé (La Parnasse contemporain, 1866)
Mary Cassat Temps d’ été 1894

Of hoe de dichter Stephane Mallarmé, geportretteerd door Edouard Manet, in zijn gedicht ‘Soupir’, een zucht vol melancholie, in een herfst met roodbruine sproeten bezaaid, die voorbijgaande kleuren in woorden probeerde te beschrijven, later door Claude Debussy getoondicht en hier gezongen door Anna Marie Rodde zodat het duidelijk wordt dat het impressionisme in de diverse kunsttakken met woord, klank en kleur een nieuwe wereld verkende waarin niet het omlijnde motief maar het ongrijpbare vluchtige van de essentie centraal kwam te staan.

'Tot 1886 organiseerden de schilders van deze groep acht tentoonstellingen van hun werk. Pissarro was overal vertegenwoordigd, terwijl Monet, de leider van het impressionisme, maar aan vijf ervan heeft deelgenomen. Langzaam maar zeker gaat elke impressionist zijn eigen weg. Daarom kan men dan ook niet van een impressionistische school spreken, maar eerder van schilders die dezelfde ideeën over kunst hadden, hetzelfde soort leven leidden en eensgezind probeerden de moeilijkheden van het dagelijkse bestaan en een algemeen vijandige houding het hoofd te bieden, waarbij ze allemaal zeer uitgesproken tegen de ‘officiële’ kunst waren. 

Wie het Musee de l’Impressionnisme in Parijs bezoekt zal onmiddellijk merken hoe elk lid van deze groep zijn zelfstandigheid wist te bewaren en deze in de loop der jaren accentueerde. In zijn latere jaren schildert Pissarro de straten van Parijs vanuit zijn raam, terwijl Renoir in dezelfde periode het stralende licht van de Provence ontdekt en Monet steeds meer opgaat in een droomwereld die hem gesuggereerd wordt door de waterlelies in zijn tuin in Giverny.' (De Impressionisten Horst Keller)