Doordeweekse deemoed (3): Dick Ket (1902-1940)

Dick Ket zelfportretten-triptiek

Natuurlijk moest ik dadelijk aan de kunstenaars van de Nieuwe Zakelijkheid denken toen ik deze voor mij nog onbekende Nederlandse schilder-tekenaar ontdekte. Als inleiding of later, als vergelijking kun je onze bijdrage van enkele jaren geleden daarover raadplegen:


‘Hier is de zakelijkheid bijna een soort ‘terughoudendheid’, het masker waarachter een diepere werkelijkheid schuilgaat waarover we niet graag communiceren.
Was die houding in het expressionisme duidelijk afwezig omdat ze een dadelijke bondgenoot was van de boodschap: het vergroten van innerlijkheid door emoties in de vormelijkheid zichtbaar te maken, in het werk van de zgn. zakelijken is de aandacht voor het gevoelde, het verlangde een stapje terug: het raadsel wordt zichtbaar, de mogelijke oplossingen of wegen ernaar zijn in een vormelijke rust neergelegd, waardoor de aantrekkingskracht voor dit ‘geheim’ alleen maar vergroot in zijn (ver-) geborgenheid. Toegang verboden. Appel aan de boom van goed en kwaad laten hangen asjeblief. Is er iets aantrekkelijker dan het raadsel, een vermoeden?’ 

(uit de bijdrage omtrent de nieuwe zakelijkheid)

Dubbelportret van de schilder en zijn vader

Ket, enig kind, toonde reeds als kleine jongen zijn tekentalent. Daar de vader als militair apothekersassistent vele malen werd overgeplaatst, verhuisde het gezin o.a. van Den Helder naar Den Haag, waar Ket de HBS bezocht, maar in Hoorn deed hij in 1921 eindexamen. In Ede volgde hij lessen voor de aktes lager en middelbaar tekenen bij het Arnhemse genootschap 'Kunstoefening' (een tekenschool voor beeldende kunst en kunstnijverheid). Vooral geïnspireerd door de schilderlessen van de directeur, G.J. van Lerven, behaalde Ket de aktes resp. in 1923 en 1925. Zijn medeleerling en vriend was de schilder Johan Mekkink, die naderhand ook door Kets stijl werd beïnvloed.
(Huygens instituut BWN Biografisch Woordenboek van Nederland 2013)

Stilleven met fluit

Sinds 1930 woonde Ket met zijn ouders in het onder zijn leiding gebouwde huis te Bennekom bij Ede, tot zijn vroege dood: het gevolg van een hartgebrek, waaraan Ket zijn vreemde huidkleur en opmerkelijke vingers met de blauwgrijze nagels te danken had. Deze vingers beeldde hij ook in zijn vele zelfportretten met nadruk uit. Ondanks zijn broze gezondheid, die hem belette naar het buitenland te reizen, en ondanks moeilijke familieomstandigheden, o.a. door het inwonen bij een dominerende moeder, is Ket toch – vooral de laatste tien jaren van zijn korte leven – bijzonder productief geweest. (ibidem)

zelfportret met bloem en blote borst 1932

De gezwollen blauwpaarse vingertoppen in dit zelfportret van Dick Ket, de zogenaamde trommelstok-vingers, zijn het symptoom van de hartkwaal (dextrocardie) waaraan hij op 38 jarige leeftijd zou overlijden. Hij was door zijn ziekte aan huis gebonden en concentreerde zich daarom op het schilderen van stillevens en zelfportretten. Rechtsonder, in spiegelbeeld, staat het woord ‘FIN’, ten teken van Kets bewustzijn dat het einde nabij was. (Museum van Boijmans van Beuningen)

Stilleven met de hand

…dat er meer is tussen Hemel en Aarde, ik denk hieraan zo dikwijls als ik stilleven schilder. Juist in deze dode dingen voel ik de aanwezigheid van het alomvertegenwoordige en ik betrap me erop, dat ik met liefde over deze dode voorwerpen kan denken en ze behandelen. ( uit een brief van 1932 aan zijn verloofde Nel Schilt)

Portret van Nel Schilt


In navolging van Naber was Ket ervan overtuigd dat de ‘wet der verevening’ ook op het leven van toepassing was: ook daar kon niets verloren gaan, maar gingen feiten, situaties en gebeurtenissen slechts van de ene vorm over in een andere, tegengestelde vorm. Tegenover dieptepunten, in Nabers tekening gesymboliseerd door de lussen onder de lijn, stonden immer hoogtepunten: de lussen boven de rechte streep. Voor Ket, die in de loop van de jaren ’20 steeds vaker last kreeg van benauwdheden (voor zijn hartgebrek bestond toen nog geen behandeling), en zich daardoor bewust werd van de voortdurende nabijheid van een plotse dood, werd de wet een les waaruit hij veel troost putte. De wet gaf zin aan zijn bestaan; tegenover de dieptepunten die zijn ziekte hem bezorgde, stonden hoogtepunten waarin hij deel kon nemen aan het leven en er een bijdrage aan kon leveren, later vooral een artistieke.

(Biografisch Woordenboek Gelderland)

Aan de keuze van de voorwerpen die in verschillende van zijn werken terugkomen, zoals kommetjes, flesjes, een wasschaal en geblokte droogdoeken, ligt vaak een persoonlijke betekenis ten grondslag. Betekenissen die enigszins te duiden zijn omdat ze meestal in de vorm van contrasten in zijn werken figureren (en waarbij hij meer dan eens als compositiefiguur de voor hem zo betekenisvolle sinusfiguur volgde). Zo is in zijn Stilleven met Piëta, uit 1932, tegenover de witte, lege emaillen wasschaal een donkere, gekurkte wijnfles gezet en op de moderne Droste-reclameplaat ligt een tijdschrift uit 1902-1903 dat opengeslagen is op een pagina met een afbeelding van Gerard Davids Piëta, oude kunst van een van de Vlaamse Primitieven die Ket zeer hoog aansloeg om “hun eenvoud” en “hun indringendheid”. Doordat de wasschaal tegen het hoofd van Maria is geschoven en de wijnfles gedeeltelijk samenvalt met de kop van Christus, lijken de voorwerpen ‘opgeladen’ te zijn met eigenschappen van deze figuren. De wasschaal wordt zo een teken van vertroosting, en de inhoud van de fles lijkt niet alleen geestrijk vocht maar ook de transsubstantiatie van Christus te verbeelden. (Biografisch Woordenboek Gelderland)

Schaal met Piëta 1932
Met lege fles in een geteisterde hand
de kijker eeuwig aangekeken.
Vanuit de spiegel
in een andere ondoordringbare werkelijkheid
weet jij al
wat wij willen weten.


Over wat er op 1 augustus in de "aether' was
heb jij zwierig en snel
het kaartspel getekend.
Lang voorbije liedjes en muziek:
winst en verlies zal een raadsel blijven.

De drie broodjes. olieverf op doek. 1933


‘Een minutieuze detaillering en zorgvuldige compositie waren voor Ket van essentiële betekenis, omdat hij meende daarmee aan de dingen een ‘verdieptheid’ te kunnen geven. Hij was zich daarbij bewust, dat het ook een gevaar met zich meebracht van dorheid of saaiheid. Iedere keer weer kostte het hem de grootste moeite dat te vermijden. Zo schreef hij:
‘Dat is de grote moeilijkheid, namelijk het verdwijnen van de spontaniteit bij het vorderen, of beter de groote moeilijkheid zit daar, waar de spontaniteit verdwijnt en overgaat in verdieptheid, rusteloos leven in levende rust. Maar tusschen dit verliezen der spontaniteit en dit winnen der verdieptheid is een groot en troosteloos gebied, zoiets als het windstille gebied in de Zuidelijke helft van de Atlantische oceaan, moeilijk door te komen.’

(uit: Catalogus tentoonstelling Dick Ket, Gemeentemuseum Arnhem, p. 36)

Omstreeks 1930 ontwikkelde Ket, die tot dan toe in zijn schilderijen, tekeningen en grafiek geëxperimenteerd had met expressionistische en modernistische werkwijzen, zijn eigen stijl: een vorm van realisme die afwisselend als magisch realisme, nieuwe zakelijkheid en nieuw realisme wordt aangeduid. Tegelijkertijd beperkte hij zijn onderwerpen tot het stilleven en (zelf )portret. Hij koos voor het realistisch weergeven van zijn werkelijkheid. In zijn geïsoleerde, kleine wereld vond hij motieven en voorwerpen waarin hij de afspiegeling herkende van de ‘grote wereld, daarbuiten’. Het was voor hem niet nodig om een zee te schilderen. Als hij water wilde weergeven was voor hem een druppel, of de inhoud van een kommetje genoeg. Om dezelfde reden hoefde hij geen onbekende personen of ingewikkelde figuurscènes te schilderen. Hij herkende de verschillende kanten van de mensheid ook wel in hemzelf en in de mensen die deel uitmaakten van zijn kleine, directe leefwereld: zijn grote liefde Nel Schilt en zijn vader, die hij als zijn beste vriend beschouwde.

Biografisch Woordenboek Gelderland

Mijn Vader

Schreef mezelf met penseel
terwijl ik naar een toekomstige kijker keek.
Het alledaagse -het is niet veel-
maar ik daarin op u geleek.

aan zichzelf gebonden (335)

395_31b22f061b3c2f951fbf50c36c952478

Aan zichzelf gebonden

Een wonderlijk zelfportret is dit, het portret van Dick Ket en zijn vader.
Dick Ket, op de voorgrond is slechts 37 geworden. (1902-1940)
Ik denk niet dat hij, na 1930, zijn geboortedorp Bennekom nog heeft verlaten, zelfs verder dan het tuinhek durfde hij niet.
Hij had een zwakke gezondheid, een ongeneeslijk hartlijden en een pleinvrees zoals dat nu heet, zodat hij aan het ouderlijke huis gebonden bleef.

Zijn vader op de achtergrond wordt met een fles afgebeeld, de man was apothekers-assistent, terwijl de randen van een opgespannen schilderdoek achter Dick op zijn beroep wijzen: kunstenaar.

Dit portret in houtskool en zwart krijt aangevuld met penseel maakte hij twee jaar voor zijn dood.
Landschappen en zelfportretten, werken waarvoor hij het huis niet uit moest, vormen de kern van zijn werk.
Ook de figuur van zijn vader duikt geregeld op terwijl zijn moeder, met wie hij een verstoorde relatie had, afwezig blijft in zijn werk.

Hijzelf gaf allerlei diepere betekenissen aan zijn werk, betekenissen die vaak voor ons niet uit het werk zijn af te lezen.

Hij blijft met de buitenwereld verbonden door briefwisseling.
Zo schrijft hij aan een vriendin:

“Schildersdrift vergt fysieke inspanning, daartoe ben ik niet in staat, moet me dus schikken en dit suggereert (omdat het natuurlijk in het werk merkbaar is) weinig schilder, meer tekenaar, maar in werkelijkheid is het niet zo”.

Door het gebruik van lijnolie en allerlei nieuwe bindmiddelen zijn sommige werken nu na 50 jaar nog altijd niet droog.

In 2002 was er een overzichtstentoonstelling van zijn werk onder de onhollandse naam: “de martelaar van het marterhaar”.

In de late zomer, in de winkeltuin, voel ik me heel dicht bij de wereld van Ket.
Mocht ik kunnen schilderen dan zou ik nu de bijen schilderen die het druk hebben op de late bloesems van de hedera.
Ik werk in de beslotenheid van mijn eigen atelier, koester de schoonheid van de dingen die mij omringen.
Het licht is van een uitzonderlijke zachtheid, beste Theodore.
Het septemberlicht als zelfportret.
Want de dagen korten voelbaar


Intussen, op 22 januari 2024, publiceerden we een bijdrage helemaal aan Dick Ket gewijd.

Kijk en lees: