Broer(s) en zus(sen) verwoord en verbeeld

Five Children of the Budd Family, unknown artist, circa 1818.

Dadelijk zou AI verwijzen naar ‘hartverwarmende en mooie citaten’, en inderdaad, zelfs Godfried Bomans wordt geciteerd: “Men is wel eens moe van familie.'” Terwijl ik even Homer Simpson als aanvulling gebruik: “Onthoud, voor zover iemand weet, zijn wij een leuke, normale familie.” Zelfs Leo Tolstoj wordt los gelaten: ‘Alle gelukkige gezinnen zijn hetzelfde; elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen manier.” Maar kijk naar de vijf hierboven, the Budd family. Bekijk hun gezichtjes en de 2O8 jaar tussen hen en ons verdampen tot een aardig wolkje boven onze gemeenschappelijke hoofden. En zie je het vingertje dat de kleinste met het lieftallige poesje op schoot, aanwijst? Daarover schreef P.A. de Génestet in ‘Dichtwerken’ (1869) al een aardig veel betekenend herkenbaar gedicht.

Benjamin–af

Haast ben je niet meer Benjamin,

Dan neemt een ander je plaatsje in,

Mijn lieve, kleine jongen!

Dan zet je moeder je neer op de grond,

Dan zegt je vader: loop heen, loop rond –

Je wordt door een aapje verdrongen.



Haast ben je niet meer Benjamin

Dan krijg je niet altoos meer je zin,

En moogt je fortuin gaan zoeken,

Dan eet er een ander de kaas van je brood,

Dan heerst er een ander op moeders schoot –

Een koninkje in linnen doeken.



Dan sta je gelijk, jij, met je andere broers,

En maak je spektakel, men noemt u jaloers,

Men lacht om uw gramschap, klein wichtje!

Dan, wie er je soms nog beschermen moog –

Een ander heeft ieders hart en oog,

In spijt van je lieve gezichtje!



Ja, haast ben je niet meer Benjamin,

Je rijk heeft uit en een nieuw neemt begin,

Zo gaat het met de aardse rijken!

’t Is goed dat je dit nu maar vroeg ondervindt:

Het loopt in de wereld niet anders, lief kind!

Dat zal je licht later blijken.



Eerst word je vertroeteld, eerst ben je de man!

Maar denk je, dat het lang duren kan?

Wel neen, slechts een poosje, mijn baasje!

Dan komt er een wolkje in ’t verschiet...

Dan komt er een aapje, dat je eerst niet ziet...

Hij schreeuwt en zit op je plaatsje!
Auguste, Eugénie, and Marie of Württenberg, the daughters of Count Wilhelm of Württenberg, later Duke of Urach, by his first wife, unknown artist, circa 1852.

Zussen zijn? P.K. Page schets een emotioneel beeld in haar gedicht ‘Sisters’.

Sisters 

by P. K. Page (Canadian poet)

They split each other open like nuts,

break and crack in the small house,

are doors slamming;

are gentle for their mother still and take

her simple comfort like a drink of milk.

Fierce on the street,
they own the sun and spin

on separate axes and attract about them

the shrieking neighborhood of little earths.

In violence, hold hatred in their mouths.

With evening their joint gentle laughter leads

them into pastures of each other’s eyes.

Beyond, the world is barren. They contract

tenderness from each other like disease

and talk as if each word had just been born–

a butterfly, and soft from its cocoon.

Source: Poetry (December 1946)
© Poetry Foundation
‘De Hortensia’ of ‘De twee zussen’. Berthe Morisot. 1895
Zussen

Ze breken elkaar open als noten,

breken en kraken in het kleine huis,
zijn dichtslaande deuren;

zijn nog steeds teder voor hun moeder en nemen

haar eenvoudige troost aan als een slok melk.

Woest op straat
zijn ze de baas over de zon en draaien

om afzonderlijke assen en trekken om zich heen
de gillende buurt van kleine aarden wereldjes.

In geweld houden ze haat in hun mond.

Met de avond leidt hun gezamenlijke zachte gelach

hen naar weiden in elkaars ogen.

Daarbuiten is de wereld dor. Ze lopen

tederheid van elkaar op als een ziekte

en praten alsof elk woord net geboren is –

een vlinder, zacht uit zijn cocon.
Siblings, by George Romney, circa 1772-73.

Vanuit een persoonlijke ervaring schrijft George Eliot, schrijfster en dichteres, zus met broer te zijn.

Brother and Sister

I cannot choose but think upon the time

When our two lives grew like two buds that kiss

At lightest thrill from the bee's swinging chime,

Because the one so near the other is.

He was the elder and a little man

Of forty inches, bound to show no dread,

And I the girl that puppy-like now ran,

Now lagged behind my brother's larger tread.

I held him wise, and when he talked to me
Of snakes and birds, and which God loved the best,

I thought his knowledge marked the boundary
Where men grew blind, though angels knew the rest.

If he said Hush! I tried to hold my breath;

Wherever he said Come! I stepped in faith

Siblings, by Harrington Mann, 1926.

Broer en zus

Ik kan niet anders dan terugdenken aan de tijd

Toen onze twee levens groeiden als twee knoppen die elkaar kussen

Bij de lichtste trilling van het zingende bijengeluid,

Omdat de een zo dicht bij de ander is.

Hij was de oudste en een kleine man

Van veertig inch, vastbesloten om geen angst te tonen,

En ik het meisje dat nu als een puppy vooruit rende,

Nu achterbleef bij de grotere passen van mijn broer.

Ik vond hem wijs, en wanneer hij met mij sprak

Over slangen en vogels, en welke
God het meest liefhad,
 dacht ik dat zijn kennis de grens markeerde

Waar mensen blind werden, hoewel engelen de rest wisten.

Als hij zei: „Stil!”, probeerde ik mijn adem in te houden;

Waar hij ook zei: „Kom!”, stapte ik vol vertrouwen.

George Eliot

John Oscar Kent and Sarah Eliza Kent, by S. L. Gerry, 1844.

Je neemt hem mee, je broertje. Bleef het in het begin bij kijken en voorzichtig de schommel duwen- niet te hoog, roept je moeder- daarna is het handje geven, speelgoed oprapen en zijn richting uitduwen, tot hij bij jou op de zetel in slaap valt en je ‘ssst!’ zegt als je moeder druk doend binnenkomt en jij ‘hij slaapt’ fluistert, fier op je nieuwe rol waarin je de indringer en je moeder weer als bondgenoten kunt beschouwen. Nu ben jij de oudste, dat klinkt niet zo sterk als de enige maar als troost voor de verlaten troon kan het best dienen. Hij blijft immers niet de jongste, denk je, maar de oudste dat ben jij en voor altijd! (Gmt)

The siblings Anders and Margaret Eek, by Knut Ekwall.

Wensen met ‘wee-moed’

Diana Calvert Stella by the fire 

Warmte voor wie, alleen in koude dagen,
vermoeid is van het jachten en het jagen.

F.E. Laszlo: Honert, Taco Hajo and his sister Henriette 1905

Gezelschap
en
een boek:
het geraas
is even zoek

Jons Jeronimus Nostalgia

Foto


Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.


Herman de Coninck
uit: Met een klank van hobo (1981).

Volgens van Daele zou ‘weemoed’ een zacht treurige stemming zijn. Er blijken meer betekenissen of schakeringen aanwezig, maar daar moet je voor betalen. Ik ga niet betalend op zoek naar ‘de dichtwerken van P.A. de Génestet. (auteursrechtvrij!) In 1869 schrijft hij dit mooie vers:

XCVII.  Weemoed en Hope

Op den bodem van het leven,
In de diepte van het hart
Rust de Weemoed
En de Smart;
Maar de hope rijst er neven,
In’t geslingerd menschenhart

Tusschen weemoed, strijd en hope
Vliedt het leven snel voorbij:
Waakzaam, werkzaam
Wachten wij
Dat het Raadsel zich ontknoope,
Wat ons leven zij

Het gaat over een raadsel dat zich moet ‘ontknopen’, en ‘wat ons leven zij‘ daar ben je dus wel even zoet (weemoedig) mee. Nog een geluk dat ‘de hope rijst er neven’. Wanhoop ongewenst. Het blijft bij dat trage ‘ontknopen’, en daar zijn niet alleen kunstenaars maar ook wij allen een tijdje mee bezig, vrijwel levenslang.

Frits van den Berghe. ‘De val van de heiligen’

Misschien verwachtte je een avondlandschap, een weemoedige zonsondergang maar ‘de val van de heiligen’ van schilder Fritz van den Berghe (1883-1939) maakt duidelijk dat je toch niet in hogere sferen moet verkeren om aan de aardse zwaarte te ontsnappen. Het is hier op aarde dat het hart ‘ontknoopt’ moet worden, ‘wat ons leven zij.’ De weemoed schuwt humor niet. ‘Door het verleden wordt het (de liefste dingen) bij elkaar gehouden’ (Herman de Coninck) Al moet ik toegeven dat op 8 oktober 2014 een asteroïde (10074) naar Van den Berghe werd genoemd,. Hoe diep je ook valt, de hoogte is bereikbaar. Kijk naar zijn fantastische ‘Boom in bloei’ (jaartal onbekend) als je graag met beide voeten op de grond blijft.

‘Boom in bloei’ olieverf op doek Frits van den Berghe

Je zou denken dat weemoed vooral een beetje bedroefd zijn is om iets fijns dat voorbij ging: met weemoed terugkijken op je voorbije jeugd, om één van de beschrijvingen weer te geven. Nostalgie, melancholie, spleen. Of: wat toen belangrijk was, is het niet meer. Dichtbij de saudade huist het heimwee.
Onderzoek of het voorbije juist door zijn afwezigheid overgewaardeerd is geweest, het verleden als barmhartige samaritaan; meestal vergeten we één belangrijk aspect van weemoed: de kracht erin vinden om het verlies om te zetten in het tweede deel van het woord: wee-moed. Moed om wakker te blijven, waakzaam te zijn, verder te studeren, je medemensen te waarschuwen voor wat helaas aan rampzaligheid onderweg blijkt te zijn, enz. Wee-MOED als dunamis, power, kracht.
Om aan te sluiten bij kunstenaar-schilder Frits van den Berghe, bekijk een aspect van zijn werk dat niet zo bekend is gebleven:



Van 1931 tot aan zijn dood in 1939 was Frits Van den Berghe, een van de grootste Belgische expressionistische/surrealistische schilders, huistekenaar bij de krant Vooruit. Schitterend zijn de karikaturen die hij maakte voor het humoristisch weekblad Koekoek, waarin hij vooral het opkomend nazisme en fascisme op de korrel nam. Zeer volks en bijzonder grappig is de stripreeks Brieven van Pierken (in het Gents dialect) die hij samen met schrijver en redacteur Richard Minne maakte. Behalve de kranten zelf en de nummers van Koekoek bezit Amsab-ISG ook heel wat originele tekeningen. Verder ontwierp Frits Van den Berghe, die bij Vooruit signeerde met FREE, ook enkele erg sterke affiches. (Amsab ISG)

Je vindt voorbeelden van zijn 124 van zijn tekeningen bij:

https://www.amsab.be/beleef/topstukken/124-tekeningen-frits-vandenberg

Of hij bij de heiligen hoorde die uit de hemel vielen? (nvdr)

Het gloednieuwe jaartal 2024 honderd jaar terugdraaien naar 1924, dan kom je bij de bovenstaande figuratie uit bij de man die net, na de mislukte putch van november 1923, de gevangenis heeft verlaten en succesvol aan zijn (haken)kruistocht begint. 1924 als kanteljaar. (Titel van het boek van Peter Ross Range, nog bij de Slegte verkrijgbaar)

“Met zijn aanspraak op de mantel van de filosoof-politicus’ – een moderne versie van de ‘filosoof-koning’ – had Hitler de sluitsteen geplaatst in de psychologische triomfboog die hij bouwde. Zoals een van zijn helden, Napoleon, zichzelf tot keizer had gekroond in 1804, zo had Hitler zichzelf gezalfd als de grote man van zijn tijd. (…) Uit dat model groeide de Führermythe, die unieke vorm van dictatuur, waarmee hij later Duitsland overheerste en ruïneerde.” (272)

(bronnen geciteerd uit 'Historiek' online geschiedenismagazine )
Chaplin bestreed H. met zijn film The Great Dictator

Ja, weemoed en kunst? Gerard Walschap hield er een fraai betoog over in…1941. Je kunt zijn bijdrage lezen in de Nederlandse bibliotheek voor de Nederlandse letteren, maar ik wil je het citaat waarmee hij besluit niet onthouden. Het komt van Goethe: “Gefühl habt ihr alle, aber kein Geist.” De interpretatie laat ik aan de lezer over maar het is duidelijk dat weemoed ons makkelijk in haar emoties vangt zodat we eerder de moed verliezen dan haar in de veelvuldigheid van mogelijkheden als zachte kracht leren gebruiken om wat verloren dreigt te gaan weer nieuwe vorm en inhoud te geven: het voorbije met het toekomende te verbinden in het dagelijks bestaan dat zelfs 366 dagen voor ons open ligt in 2024. (schrikkeljaar)

Een onbekende meester uit het gevolg van de schilder L. Cranach schilderde in 1528 deze mooie versie van ‘Allegorie van Melancholia’ 

Melancholie, dat in 1983 door het Musée d'Unterlinden werd aangekocht, is ongetwijfeld geïnspireerd op een gravure over hetzelfde thema die Dürer in 1514 maakte. Melancholie, een onderwerp van reflectie sinds de Oudheid, maakt deel uit van de medische theorie van de vier humeuren, waarvan het relatieve evenwicht bepalend is voor de gezondheid van de mens. In tegenstelling tot de Middeleeuwen waardeerde de Renaissance deze toestand en associeerde het met het artistieke temperament, waardoor het de gisting van alle schepping werd. Cranach leende motieven van Dürer, maar transponeerde ze om een van Luthers preken te illustreren waarin melancholie werd gehekeld als een toestand die eigen is aan een wezen dat door Satan is beïnvloed en waartegen men moet eten en drinken. (Wikipedia)

Vlieg met de gevleugelde vrouw in deze schilderij. Laat jouw dromen en wensen voor 2024 meespelen. Wij wensen je een behouden maar durvende vaart want er schuilen meer landschappen in onze zielen dan wij vermoeden. Een mooie ontdekkingstocht gewenst.

Over ‘De Melancholie’ maakten we in 2005 enkele korte afleveringen waarin het terrein werd beschreven. De eerste aflevering vind je hier: