Gaten in donkere dagen (1): Heliotroop.

‘Heliotroop’. Neen, niet de steen, maar -ik mag dat oude Grieks toch nog eens citeren: ‘helios’ dat is zon en ’tropein’ dat betekent ‘draaien’, een bloem dus die met de zon zou meedraaien. ‘Heliotroop’. Zacht uitspreken, de aangeblazen ‘h’ niet vergeten, en geloof niet te vlug in sprookjes, want een heliotroop-bloem (Heliotropium) staat zo vast als buntgras en alleen de wind kan er zijn verhaal kwijt wat meestal enkel met licht buigen en wiegen wordt beantwoord, maar draaien? Een sprookje. Al riekt ze naar kersen en vanille, haar diepblauwe bloemen zijn giftig voor honden, katten en mensen, zegt AI, netjes gespiekt uit wat vroeger een encyclopedie heette. Maar, het is mij om de kleur te doen. Heliotroop is (ook) een kleur. Zoals de meeste kleuren, met een verhaal.

Heliotropium

Hoe beschrijf je een kleur? Digitaal met een code. De hex-code (#DF73FF) die de lichte paars-magenta tint vertegenwoordigt. Heliotroop. Hier is het lijstje van de purperen familie:

-Tyrisch purper
-Orchilla
-Magenta
-Mauve-
-Heliotroop
-Violet

Image palette Shades of Heliotrope color #DF73FF hex png

Dit zijn de verschillende palette shades, ongeveer middenin benadert deze balk de ‘heliotroop-kleur’

In het unieke gekartonneerde boek: ‘Het geheime leven van kleuren’ een Nederlandse vertaling van ‘The secret Life of Colour’ geschreven door Kassia St Clair, achttiende druk november 2022 en prachtig uitgegeven door Meuelenhoff A’dam. vind je voor elke kleur (elke pagina heeft een eigen kleurenbalk ) heel wat mooie wetenswaardigheden over geschiedenis, samenstelling en gebruik. Een graag gekregen geschenk!

Al deze verrassende verhalen lopen als een helderrode draad door de geschiedenis heen en Kassia St Clair heeft haar levenslange obsessie met kleuren en waar ze vandaan komen in een unieke studie van de menselijke beschaving gegoten. Het geheime leven van kleuren gaat over mode en politiek, kunst en oorlog, over Picasso’s blauwe periode, over het rood van Mondriaan en dat van Leicester-kaas. Dit kleurrijke verhaal geeft een ander zicht op onze geschiedenis en cultuur.  (Standaard Boekhandel)

De zoete kersengeur van de heliotropium had een voorouder die als ingrediënt voor een Egyptisch parfum diende, geëxporteerd naar Griekenland en Rome.

"Deze kleur beleefde zijn hoogtepunt tegen het eind van de negentiende eeuw, tijdens de snelle opkomst van veel tinten paars. Voor een deel dankte hij zijn aantrekkingskracht aan het feit dat hij nieuw was. Voor het mauve van William
 Perkin  was paars moeilijk geweest om te maken en had het nog de keizerlijke glans van zijn vroegere status, dus misschien moeten we het de victorianen maar vergeven dat er in het decennium daarna steeds meer combinaties met heliotroop opkwamen die pijn deden aan de ogen. In 1880 droeg men de kleur met lichtgroen of abrikoos; later met kanariegeel, eucalyptusgroen, bronsgroen of pauwblauw. ‘Geen kleur is blijkbaar te fel,’ schreef een recensent. ‘De combina
ties zijn soms nogal onthutsend.”

(Het geheime leven van kleuren p. 172)

Maar heliotroop duidde ook op ’toewijding. Het was dus een van de weinige kleuren die een vrouw na de dood van de geliefde mocht dragen. In een periode van halfrouw, schrijft Kassia St. Clair, moest je heliotroop en andere zachte tinten dragen. Maar ook personages die zich ‘onfatsoenlijk’ gedragen zijn vaak in deze kleur gekleed. (met voorbeelden uit de literatuur van toen en nu.)

Dichter bij huis, in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, vond ik een schilderij waarin heliotroop naast de andere paarsen uit de familie mee de atmosfeer bepaalt.

‘Maria Sèthe aan het harmonium’. Theo Van Rysselberghe. 1891

“De schilder plaatste op het doek min of meer zuivere kleuren in kleine stippen naast elkaar om ze, volgens destijds recente wetenschappelijke inzichten, in het oog van de toeschouwer te laten versmelten tot de gewenste tint. Dat intensiveert de luminositeit van het beeld. Hij gebruikte de techniek meesterlijk, maar was geen orthodoxe neo-impressionist. Om zijn modellen natuurgetrouw te portretteren gebruikte hij kleinere stippen voor het gelaat. Haarlokken en de contouren van de gelaatstrekken werden in dunne penseelstreken geaccentueerd. In dit werk maakte hij ook gebruik van een dynamisch patroon van kronkelende bewegingen van links onder tot in de rechter bovenhoek, die als het ware tot rust worden gebracht door de nagenoeg horizontale lijnen van het muziekinstrument. De paarse of violette kleur van Maria’s jurk en van het gordijn domineert het beeld. De kleurstof werd sedert midden 19de eeuw industrieel vervaardigd in vele varianten: mauve, magenta, heliotroop enz. De kleur was op een bepaald moment zozeer in de mode dat polemisten als Oscar Wilde het een kleur voor onbetrouwbare dames vonden. De voorkeur van de Franse impressionisten voor blauwe en violette schaduwen, indigomanie, werd van meet af aan bespot. Maar in weinig schilderijen krijgt paars zo demonstratief de hoofdrol als hier. Het portret kreeg in de huizen die Van de Velde voor zijn gezin liet bouwen in Ukkel, Weimar, Scheveningen en Tervuren steeds een ereplaats.”

(Vlaamsekunstcollectie.be)

Lees helemaal:

https://vlaamsekunstcollectie.be/collectie/2690

https://vlaamsekunstcollectie.be/nieuws/theo-van-rysselberghe-maria-sethe-kmska

LEGT ZIJ HAAR KOUDE WITTE MANTEL

Legt zij haar koude witte mantel
over rommel en rattenholen, het geblaas
en gemekker, zwijgend als een kind
dat zijn geheimen deelt voor het als een ster
de verglaasde hemel siert, ook over zoveel
ogen-blikken spreidt zij haar vlokkendeken,
verbergt zij wat te lang het licht zag en verbleekte
bij gereutel en geratel van de persen,
vernevelt zij vergeten in de zware traagheid
waarmee zij op de daken ligt,
de herinnering,
mijn witte fee.

De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht.  'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

https://indestilte.blog/2022/07/04/het-steeds-veranderend-licht/.

Achille Laugé: (1861-1944) Le Neo-Impressionnisme dans la lumière du sud

Les Amandiers en fleur sur la route de Cailhou 1909

In 2018 hebben we in de bijdrage: ‘Moment en tijdloosheid: In de boomgaard van Theo van Rysselberghe ‘het pointillisme’ of het ‘divisionisme’ belicht, en met één klik ben je daar terug wil je even je geheugen opfrissen om daarna met des te meer smaak het eigene van schilder Achille Laugé te ontdekken. Lees en kijk dus in ons blog:

Achille Laugé ‘Autoportrait au bonnet blanc ‘ 1895

Achille Laugé, een kunstenaar die sterk gehecht is aan zijn geboortestreek in Occitanië, fascineert door zijn eigenzinnige weg binnen de neo-impressionistische beweging. De momentele tentoonstelling in Lausanne, die bijna tachtig werken omvat en de hele carrière van Laugé bestrijkt, belicht de specifieke originaliteit van deze schilder van het dagelijks leven, gedreven door een uitzonderlijke gevoeligheid. Verfijnd en eenvoudig tegelijk, schildert hij bij voorkeur onderwerpen die deel uitmaken van zijn directe omgeving – de omgeving van zijn huis in Cailhau, de bloemen in zijn tuin, de portretten van zijn familieleden. Zijn zeer zuivere techniek, gekenmerkt door de drie primaire kleuren naast elkaar in kleine stippen of rasters, volgt de divisionistische methode maar langs een zeer persoonlijke benadering.(cataloog van recente Zwitserse tentoonstelling)

Issu d’une famille paysanne, Laugé abandonne ses études en pharmacie au profit de l’École des beaux-arts de Toulouse, où il se lie avec Antoine Bourdelle, avant de poursuivre son apprentissage à Paris et de partager l’atelier d’Aristide Maillol. En 1886, au Salon des Indépendants, Laugé découvre le tableau manifeste de Georges Seurat, Un dimanche à l’Île de la Grande-Jatte, véritable révélation pour lui. En 1892, de retour à Carcassonne, il se convertit à la couleur pure divisée.
Portrait d’ enfant 1890

In het verblindende zuidelijke licht, eigende Laugé al experimenterend zich de kleurentheorie van Seurat en Signac toe. Vanuit een zeer origineel karakter dat getuigt van zijn intuïtie voor kleur, schilderde hij weelderige stillevens waarin boeketten klaprozen en margrieten zij aan zij staan met rijp fruit en takken van bloeiende amandelbomen. Achille Laugé hanteert een “kunst van bewogen gevoeligheid” zoals zijn vriend beeldhouwer Bourdelle opmerkte. (ibidem)

L’ arbre en fleur’ 1893

Zoals Monet voor zijn kathedralen, werkt Laugé aan series, onvermoeibaar de wegen van Cailhau voorstellend. In deze rigoureus geconstrueerde landschappen streeft hij ernaar de nuances van het licht en het verloop van de seizoenen in hun meest minieme variaties weer te geven. Op deze wegen, die hij aflegt met zijn mobiel atelier (roulotte-atelier) dat hij heeft ontworpen om ter plaatse aan het motief te werken, creëert de kunstenaar composities in een geraffineerde stijl waaruit een zacht gevoel van rust, een zeer geometrisch gevoel voor compositie en een uitgesproken smaak voor leegte zichtbaar worden.

Achille Laugé Arbres en fleur
La route -au-lieu-dit-Hort
En 1890, de retour à Carcassonne, Laugé se convertit à la couleur pure divisée. Un artiste d'une rare sensibilité Seul devant l'éblouissante lumière méridionale, Laugé s'approprie, au gré de nombreuses expérimentations, la théorie des couleurs de Seurat et de Signac. Combinant les teintes de manière très personnelle, il réalise de somptueuses natures mortes où les bouquets de coquelicots et de marguerites voisinent avec les fruits mûrs et les branches d'amandiers en fleurs. 

Achille Laugé exprime cet " art de sensibilité émue " que relève son ami Bourdelle. Géométrie, perspective et lumière Tel Monet devant la cathédrale de Rouen, Laugé travaille sur des séries, représentant inlassablement la route qui mène à Cailhau, le village dans lequel il s'installe en 1895. Dans ces paysages rigoureusement construits, il s'attache à rendre les nuances de la lumière, le passage des saisons dans leurs plus infimes variations. 
L’ Alouette Woonst en atelier

Na de dood van zijn vader vestigde Achille Laugé zich in Cailhau, in de streek van de Razes waarvan hij de bremstruiken zo vaak zou schilderen. Hij koos voor een eenvoudig leven en hielp de dorpsmetselaar met het bouwen van een bescheiden huis (L’ -Alouette). Het was rond en in dit huis dat hij de beste bron van zijn inspiratie vond. Zoals Monet een atelierboot had, bouwde hij een rollend atelier waarmee hij naar het motief reed, waarin hij buiten schilderde, soms in olieverf, soms in pastel, alvorens wat hij gezien had mee terug te nemen naar het atelier.

En 1900, il envoya au Salon de la Nationale un très beau tableau pointilliste "Devant la fenêtre", où se trouvaient, comme trois aspects de son talent, deux figures, des fleurs et un paysage qui est celui qu'il voyait de la fenêtre de son atelier et qu'il a reproduit dans le tableau printanier que possède le Musée national d'Art moderne. La toile fut refusée, comme en 1908 une autre toile présentée au Salon d'Automne. 
Devant la fenêtre 1899

Een zeldzame keer dat hij zijn personages in een herkenbare ruimte uitbeeldt, dit mooie ‘Devant la fenêtre’. Meestal moeten de personages het doen met een neutrale achtergrond, al dan niet met een zuinig decorstukje zoals in het mooie portret van mevrouw Astre uit 1892

Portrait de madame Astre 1892

De liefde voor het eenvoudige, de strengheid van het Katharen-land, de zin voor het detail in bloemen en vruchten, aanleunend bij het in zwang zijnde japonisme, de isolatie door de beperking maar ook door een intense liefde voor de omgeving waarin natuur en mensen bijna tijdloos aanwezig zijn, het zijn maar enkele kenmerken van dit mooie leven en werk. ‘L’ art de Laugé est à la fois de sensivité emue, et d’ une raison maîtrisée.’ zoals vriend beeldhouwer Antoine Bourdelle schreef in 1927, is een mooie samenvatting. Daarnaast volg ik graag het hoofdstuk uit de expositie-monografie waarin een artikel het heeft over ‘Epuré’: le goût du vide‘. De mooie leegte waarin essenties zichtbaar worden.

Branches de pommier
De titel van deze bijdrage is ook de titel van een fraaie uitgave Achille Laugé, Le neo-impressionisme dans la lumière du Sud, uitgegeven in de maand juni van dit jaar als cataloog  van de rétrospective in Lausanne, Zwitserland.(36, 50 euro) Bij diverse bronnen te bestellen. De tentoonstelling in Lausanne loopt nog tot 30 oktober 2022, Fondation de l' Hermitage, Route du Signal, 2  1018 Lausanne.
Achille Laugé – Editions Snoeck / Fondation de l’Hermitage – Ouvrage broché – 144 pages – Textes en Français – Publié en 2022

HET VROUWELIJKE LICHT: ANNA BOCH

Het zal je niet verwonderen dat ik nog maar eens een vrouwelijke schilder onder de aandacht wil brengen, een kunstenares van bij ons zoals dat heet.

Links zie je haar portret zoals het fijnzinnig geborsteld is door haar vriend Theo van Rysselberghe, en rechts een foto uit haar atelier.

Als je haar naam goed bekijkt en even terugdenkt aan mijn liefde voor keramiek en porselein zal haar naam ‘BOCH’ je niet onbekend in de oren klinken.
Ze is inderdaad de dochter van de grootindustrieel BOCH die vanaf 1841 ook in België (hij was in Luxemburg gevestigd) in Sain-Vaest (dichtbij La Louvrière, Henegouwen) een keramiekfabriek opkocht en er zijn imperium verder uitbouwde zodat je nu in de herinnering van elk Belgisch huishouden zeker enkele stukken van hun (mooi) porselein kunt terugvinden.

In 1848 wordt Rosalie Anna Boch aldaar geboren en zoals haar afkomst al duidelijk maakte zal ze zonder al te veel financiële bekommernissen door het leven gaan.

De familie woont er in een domein van 15ha in een optrekje ontworpen door de heer Poelaert van wiens fantasierijke hand ook het justitiepaleis blijkt te zijn.
Engelse tuin, vijver, het is er allemaal, en er wordt zo’n vijf jaar aan gewerkt.

‘De style éclectique, la bâtisse allie les styles Tudor, néo-gothique et mauresque en digne représentante des châteaux d’industrie qui fleurissaient un peu partout à cette époque. La Closière, c’est le nom de l’habitation, existe encore. Bien que quelque peu défigurée, elle abrite de nos jours les bureaux du Forem.’

Gaëtane Warzée

Ze krijgt haar eerste teken-schilderles van een zekere Peter Lodewijk Kühnen, in Aken geboren en later in 1877 in Schaarbeek gestorven, en tevens lesgever in de schone kunsten aan de toenmalige Prinses Charlotte, ook van goede huize dus al wordt er over zijn leven erg vaag gedaan:

‘ Ce peintre peu connu, originaire d’Aix-la-Chapelle, fit son apprentissage à Bruxelles et y obtint un poste de professeur à l’académie. Il y jouit selon certains auteurs d’une “inexplicable réputation” et enseigna notamment le dessin à la princesse Charlotte de Belgique.’

Daarna komt Isabelle Beernaert (ook een leerlinge van Kühnen) aan de beurt en die brengt haar in kontakt met Isidore Verheyden.
Ze is enthousiast over de toenmalige landschapsschilders en het is Verheyden die haar mee naar het landschap zelf neemt, schilderen in de natuur.

Ze stelt haar eerste werk in Brussel en in Parijs ten toon en sluit zich in 1885 bij de groep des Vingt aan, ‘le XX’, een Belgische school van impressionisten die zichzelf later zal opheffen en in ‘La libre Esthétique’ zal overgaan, beiden bewegingen onder impuls van de advocaat Octave Maus.

In 1886 vestigt ze zich in Elsene, Abdijstraat, 36 dichtbij de Vleurgatse steenweg, een coté waar nogal wat kunstenaars huizen.

‘C’est là qu’elle va convier et réunir, au gré des expositions des XX et de la Libre Esthétique, tout ce que l’avant-garde compte de jeunes talents, plasticiens et musiciens confondus. Ces réunions traditionnellement organisées le premier jour de la semaine vont devenir célèbres dans tout Bruxelles et même au-delà. Les” lundis musicaux” accueilleront entre autre Eugène Ysaye, Gabriel Fauré et Vincent d’Indy. ‘

Brussel was toen nog een bruisende stad…

dyn006_original_530_523_jpeg_20344_a4ecdde226ac4bbe6a31d513fb8f431c

Daar ontmoet ze ook Theo van Ryselberghe.
Hij zal haar prachtig portret schilderen (1889) dat je hierboven afgebeeld vindt.

De sterke kant van haar persoonlijkheid maakt zich telkens los van ‘de meesters’, laat haar een onafhankelijke eigenzinnig koers varen.
Als geen ander kan ze syntheses maken, diverse technieken op één doek toepassen.

Door haar gegoede achtergrond kan ze rondreizen, Marocco, Nederland, Bretagne, de streken waar het licht meester is.
In 1902 koopt het Museum voor Schone kunsten haar doek ‘Côte de Bretagne’.

dyn006_original_612_480_jpeg_20344_892638b95ff000af7d34f81ada7c5fc0

Ik koester haar werk al lang juist door haar vrouwelijke visie op het licht: de tempering, het kunnen weergeven van deze getemperde schakeringen , licht is er bij gratie van schaduw en vice versa, bij haar lopen ze vaak in elkaar over en zo ontstaat een erg zacht coloriet zoals op de door haar zeer bewonderde Japanse prenten.

Ze is vaak in gezelschap van haar broer Eugène, ook een schilder, en zij beiden ontmoeten in Parijs ,waar broer een optrek heeft, Toulouse-Lautrec en de Amerikaanse schilder Dodge Mc Knight.

dyn006_original_400_232_jpeg_20344_d5c79d63a31072414510afb697fb592e

Het is in zijn gezelschap dat ze in 1888 Vincent Van Gogh ontmoet, toen illustere onbekende schilder.
Hij raadt haar aan ‘Le Pays Noir’ te gaan schilderen.
Zij zal later het enige schilderij dat Van Gogh bij leven verkocht, kopen, de rode wijngaard, en dat voor 350-400Bfr.

Het zal niet bij een van Gogh blijven:

‘Anna Boch était également une grande collectionneuse. Le catalogue de ses biens, vendus après sa mort au profit des nécessiteux, en témoigne : outre son fonds d’ateliers constitué de 81 tableaux, on y relève 54 œuvres d’artistes belges et étrangers ayant pour la plupart exposés chez les XX. De plus, elle léguait trois œuvres majeures aux Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique de Bruxelles : La conversation dans les prés de Gauguin, La Seine à la Grande Jatte de Seurat et La Calanque de Signac. Elle avait, par ailleurs, déjà fait don de son vivant d’un tableau de James Ensor au même musée : La musique russe, œuvre où elle est représentée jouant du piano dans un salon avec pour auditeur un personnage qui ne serait autre que le peintre Willy Finch.’

dyn006_original_400_233_jpeg_20344_de34d0d7bcbafcd408660524ff546630

Stillevens (les desserts hierboven) of landschappen (breton, hieronder) telkens weer heeft ze haar eigen moderniteit toegevoegd aan de klassieke vormgeving.

dyn006_original_400_240_jpeg_20344_24d6cbc100742ad18479c564f571de3a
Maar ook haar composities getuigen van een erg eigenzinnige visie op de wereld: ze hebben een wonderlijk evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke eigenschappen, tussen de logica van opbouw en de vrouwelijke gelaagdheid.

Bij Racine, verdeeld door Lannoo, verscheen een erg mooie monografie.
In een mannenwereld vallen vrouwelijke kunstenaars telkens weer op door hun durf, hun doorzettingsvermogen (met verwijzing naar mevr. Onkelinx) en hun gave om via syntheses hun eigen weg te gaan.

We kunnen niet zonder hen!


Anna BOCH, Chaumière en Flandre, ca. 1891. Lucien Arkas Collection. Foto Hadiye Cangokce (Mu.ZEE Oostende)

Anna Boch, Femme écrivant, ca. 1888. Privéverzameling (Mu.ZEE Oostende)
Het Neerhof