Gaten in donkere dagen (2): Mabel Pryde (Nicholson) (1871-1918)

Mabel Pryde: Nancy with Rabbit. 1909

Mabel Pryde werd in 1871 in Edinburgh geboren als jongste van zes kinderen. Op 17-jarige leeftijd werd ze naar de Bushey Art School in Hertfordshire gestuurd, waar ze William Nicholson ontmoette, met wie ze in 1893 zou huwen..

Een mooie opening. William Nicholson was niet de eerste de beste, of wat schilderen betreft toch wel. Echt de eerste en de beste. Maar vandaag gaat het over ‘de vrouw in de schaduw’ zoals dat zo mooi heet. Die schaduw was bijzonder groot als je een beschrijving leest van de familie Nicholson:

"De familie Nicholson is al lang bekend in de wereld van de gecultiveerde middenklasse, met als belangrijkste figuren de kunstenaars William en (zijn zoon) Ben; Williams dochter Nancy, een fervent feministe, illustratrice en ontwerpster, die getrouwd was met de dichter en romanschrijver Robert Graves; een andere zoon van William, Kit, een succesvol architect; en de eerste en tweede vrouw van Ben, Winifred Nicholson en Barbara Hepworth."
(Anna McNay Studio International 2024)

'

Mabel Pryde Nicholson, The Red Jersey, c1912. Aberdeen Art Gallery.

Een beetje verontrustend zou je’ t kunnen noemen: Nicholson heeft haar gezicht op een aantal foto’s in familiealbums weggekrast. Op een pagina heeft William tamelijk grappig, geschreven: “uitgescheurd door Prydie”, alsof zoiets als een soort veel voorkomende familiegrap bekend was. Gelooft Davies dat Nicholson gewoon een hekel had aan haar uiterlijk? Ze was zeker verlegen en ongemakkelijk als ze werd afgebeeld, zowel op film als in schilderijen.

Uit het foto-album 1905, met potlood bijgescgreven ”What a shame!’

Vermeldingen door de jaren heen – bijvoorbeeld in biografieën van Ben – waren niet altijd even vriendelijk en gaven haar zelfs de schuld van de “onzekere persoonlijkheid” van haar oudste zoon, maar als trouwe zoon bleef hij altijd volhouden dat ze zijn “rots in de branding” was, gezegend met “doelgerichtheid en integriteit”. Haar karakter lijkt inderdaad veelzijdig te zijn geweest, en haar schoonzoon Graves beschreef haar in zijn autobiografie als “een mooie, eigenzinnige Schotse melancholische persoon”. (ibidem)

Mabel Pryde Nicholson, The Artist’s Daughter, Nancy as Harlequin, 1910

Aanvankelijk woonden ze in Eight Bells, Denham, Buckinghamshire, samen met Mabels broer James. De familie verhuisde later, in 1909, naar Rottingdean en werd daar onderdeel van de levendige kunstenaarskolonie. Deze omgeving bevorderde een voortdurende uitwisseling van ideeën en artistieke perspectieven en beïnvloedde hun eigen artistieke ontwikkeling aanzienlijk. Bijzonder belangrijk was de verbinding met andere kunstenaars zoals Walter Sickert en Charlotte Perkins Gilman, wiens werken Mabel inspireerden en haar begrip van sociale kwesties uitbreidden.

Orpen, William; A Bloomsbury Family; National Galleries of Scotland; http://www.artuk.org/artworks/a-bloomsbury-family-211556

‘A Bloomsbury Family’ van Sir William Orpen toont de kunstenaar William Nicholson en zijn gezin.
Nicholsons vrouw, de schilderes Mabel Pryde, staat bij de deur. Aan tafel zitten van links naar rechts de kinderen van Nicholson: Nancy, die schilderes en textielontwerpster werd; Tony, die in 1918 tijdens de oorlog omkwam; en Ben, die de belangrijkste abstracte kunstenaar van Groot-Brittannië zou worden. Op de voorgrond staat Christopher of ‘Kit’. Hij werd architect. Orpen zelf wordt weerspiegeld in de bolle spiegel (1907).

Mabel Pryde Nicholson, Ernesto, 1913. Pallant House Gallery.

The Grange. 1911 The Grange (around 1911) shows the artist’s children Kit and Nancy in their Sussex home
This painting depicts Pryde's children Nancy (1899-1977) and Kit (1904-1948). Nancy is shown seated and in profile, whilst Kit is seen through a door, wearing a Glengarry cap and standing in the black-and-white tiled hall. Behind him a door opens on to the dining room. The complex composition, at once interior and double-portrait, is lit from several sources. Shadow and reflection play a part in creating an atmosphere of contemplation and anticipation. Pryde frequently painted her four children and insisted on paying them a small fee to model.(national galleries)

Het was geen gemakkelijke taak om Mabel uit de schaduw van de mannen in haar leven te halen en een beeld van haar te schetsen om haar eigen artistieke prestaties te beschrijven. Van onbetrouwbare bronnen – zoals Williams partner op latere leeftijd, die haar lang geleden overleden rivale omschreef als nerveus, somber, lui en bekrompen – tot bewaard gebleven familiealbums waarin Mabel vaak haar eigen gezicht had gekrast of uitgescheurd, was Mabel Nicholson vrijwel verdwenen uit de geschiedenis van de moderne Britse kunst. Zelfs op foto’s van de kunstenares die intact zijn gebleven, kan haar uiterlijk van foto tot foto aanzienlijk verschillen, waarbij haar gezicht vaak van de camera is afgewend of in de schaduw ligt door de rand van een grote hoed. Zoals Lucy Davies, auteur van het nieuwe boek over de kunstenares, uitlegde: “Dit alles in elkaar puzzelen kan aanvoelen als het verzamelen van scherven van een gebroken spiegel en ontdekken dat ze niet helemaal in elkaar passen. (Lucy Davis)

Mabel Nicholson by. Lucy Davis. Eiderdown books 2024

Haar zoon Tony, die als tweede luitenant bij de Royal Field Artillery aan het front vocht in de Eerste Wereldoorlog en in 1918 stierf aan schotwonden was enkele weken daarvoor met verlof naar huis gekomen en had daar zonder het te weten zijn liefhebbende moeder besmet met de Spaanse griep. Tragisch genoeg overleefde zij dit niet en stierf op 47-jarige leeftijd – een verspilling van veel potentieel talent.


De laatste maand van het jaar. Met nu en dan, door de donkere gaten, een bericht, een prent, een verhaal, gedicht. 'Gaten in de donkere dagen'. Met inkijk in de lichtere wereld. Bij leven en welzijn. .

Aanvullende lectuur:

William Orpen als kind?

VAN HET INTERIEUR NAAR HET BLOEDIGE EXTERIEUR

 

dyn008_original_403_500_jpeg_20344_780fb6abf6c951cd5e18e6c8d4a13053

Vergeef me dat ik de Franse kunstenaars nog even tot volgende week uitstel, want levensverhalen laten zich niet altijd rangschikken in afleveringen, tenslotte is het leven geen feuilleton al heeft het daar veel van weg en zijn gemeenplaatsen nooit ver weg.

Ik beweeg me graag tussen beklemmingen.
Al is ‘graag’ hier meer een eufemisme waarin de noodgedwongen verdrukte na een tijdje zijn lot op zijn schouders tilt en de last best lachwekkend durft te vinden bij gebrek aan alternatief uiteraard.

dyn008_original_450_544_jpeg_20344_2c109abc8aeab1c5dbefe97b493d6b7e

Hier zijn het twee werken van William Orpen.
Helemaal boven één van zijn talrijke geïllustreerde brieven, en ik vond net dit vel zo boeiend omdat hij hier zichzelf heeft afgebeeld met de oudere Amerikaanse schilder Sargent waarover we vorige jaren uitvoerig schreven.

Ze kenden elkaar goed, hebben in hun werk veel tinten en thema’ s gemeenschappelijk, maar Sargent weigerde Orpen als zijn opvoger te zien.

Daaronder het mooie zelfportret waarin hij zijn eigen einde bijna voorspelt.
Drank is inderdaad overvloedig aanwezig, en het is diezelfde drank die hem in latere jaren fataal zou worden.

Een mens is vaak geklemd tussen zijn zelfbeelden.
Het feit dat je niet ‘erkend’ wordt, dat de jaren zijn verdampt zonder dat je verwachtingen zijn ingevuld, en de vluchtmogelijkheden, de doodlopende straatjes die jij alleen niet als ‘dood’ ervaart, maar als een soort transformatie van het aardse stratenplan naar hemelse geneugten, de roes.

dyn008_original_512_423_jpeg_20344_faa09de5f5e7959704a57dd43912eda6

De rolluiken worden neergelaten.
Jouw leven is jouw leven niet meer, of net wel, en nog alleen ‘jouw’ leven, dat kan ook.

Oorlogskunstenaar ben je dan in het Westvlaamse Zonnebeke( 1918) of kijk je naar het Talbothuis in Ieper( Rothenstein)

dyn008_original_505_338_jpeg_20344_301b5d62ca4589ab2f0abe2e3523ac23

Orpen schrijft er later een boek over.
Summertime aan de Somme. Een fragment.

‘Never shall I forget my first sight of the Somme in summer-time. I hadleft it mud, nothing but water, shell-holes and mud–the most gloomy,dreary abomination of desolation the mind could imagine; and now, inthe summer of 1917, no words could express the beauty of it. Thedreary, dismal mud was baked white and pure–dazzling white. Whitedaisies, red poppies and a blue flower, great masses of them,stretched for miles and miles. The sky a pure dark blue, and the wholeair, up to a height of about forty feet, thick with white butterflies:your clothes were covered with butterflies. It was like an enchantedland; but in the place of fairies there were thousands of little whitecrosses, marked “Unknown British Soldier,” for the most part. (Later,all these bodies were taken up and nearly all were identified andre-buried in Army cemeteries.)

dyn008_original_307_499_jpeg_20344_e0e18e95b778e299f1af0f4a9f83a069

An onlooker in France 1917

Het beeld hierboven is van Augustus John, de man die poseerde voor ‘het poppenhuis’.
Hij heeft het begrepen.
Eén van de soldaten is bijna nog een kind.
Unknow to God.

dyn008_original_515_417_jpeg_20344_ca9a273afde61dca9cfa4d1941c48c62

De witte kruisjes verbergen jongenslevens, en zoals Schindlers list eindigt met de optocht van ‘de overlevenden’ denk ik altijd aan de ‘afwezigen’ als ik door de streek reis.

‘Jullie hadden onze grootvaders en vaders kunnen zijn,’ las ik in een boekje op een kerkhof waar naast opmerkingen als ‘mooi kerkhof’, ‘goed verzorgd’ deze zin duidelijk maakte dat de dood van al die jongens miljoenen anderen van het leven beroofde , de niet-levenden.

En ergens daar dichtbij liep er al een gefrustreerde man rond, ook een schilder, en die zag Duitsland ten onder gaan en zou dat later met nog eens zoveel doden betaald zetten.

Van het interieur naar de bloedige velden.
Kapot geschoten interieurs, of interieurs waar een plaats voor altijd leeg bleef.
Altijd iemands kind.

 


TWEE SCHILDERS EN HET EINDE VAN EEN EEUW

dyn007_original_547_800_jpeg_20344_7c400420c043f02f62677d16bceaa015

Hier breng ik ze samen, de twee Williams.

Rothensteins scène naar Ibsens ‘Poppenhuis’ dat in 1879 in première was gegaan, en een zelfportret van Orpen dat duidelijk naar Chardin verwijst waar hij zichzelf afbeeldt met pince nez.

dyn007_original_418_600_jpeg_20344_41d5595a43ce68880daff166df52cdfe

Hoe ideaal ook het gezin als hoeksteen van het Imperium werd gezien, iedereen wist dat achter dit utopisch beeld heel andere dingen met dat gezin gbeurden.

Er werd alleen niet over gepraat en nog minder over geschreven.

Ibsens ‘Poppenhuis’ was inderdaad een mijlpaal.
Je maakte het ineenstorten van een huwelijk mee, de dramatis personae konden zich niet met stand en titels redden, het poppenhuis stortte in.

Je kon inderdaad verwijzen naar de grote meesters, of je laven aan het symbolisme, of je terugtrekken behind the mirror, de 19de eeuw liep op zijn einde en een Weense arts en zijn jongere collega uit Zwitserland begonnen over de ware verborgen drijfveren te spreken en te publiceren.

Verkleden hielp niet meer.
En in dat donkere licht zie je het vertwijfelde koppel inhet trappenhuis staan.

Het licht , of liever de schemer, verleent het geheel inderdaad een zekere theatraliteit, maar het is menselijk theater.
De helden zijn thuisgebleven.

Het is een prachtig doek.
Het verhaal doet weinig of niets ter zake.
De atmosfeer des te meer.

Van de kus uit Orpens werk naar deze vertwijfeling was de afstand blijkbaar erg klein.

dyn007_original_800_629_jpeg_20344_01efdc5b56090e6e06a818f7b184fff4

En hier zitten ze dan ‘The Browning readers’ door Rothenstein zo prachtig in datzelfde jaar 1900 in beeld gebracht.

De zusjes Alice (vrouw van Rothenstein) en Grace Knewstub (vrouw van Orpen) bij de lectuur van de zeer geliefde auteur Browning.

Twintig jaar eerder zou zo’n werk nog in het schemerige van het petroleum lamplicht hebben gebaad, maar waar weinigen bij stilstaan was het feit dat de burgerij met één draai aan de knop de ruimte kon verlichten met min of meer stabiel licht, licht dat niet beefde, geen grillige schaduwen op de muur maakte, maar mensen toeliet lang te lezen.

En vrouwen vond je in die kringen meer met lectuur bezig dan met verstelwerk, want we zijn in 1900 en zeker in Engeland eisen vrouwen luidruchtig hun rechten op.

De schilder Augustus John zegt dat hij poseerde in het Poppenhuis.
In zijn memoires vertelt Rothenstein dat het door Ibsens poppenhuis was geïnspireerd en dat hij als decor het trappenhuis van een huurhuis in Normandië had gebruikt, te Vattetot waar ze in de zomer van 1900 met een groep artiesten logeerden.

Augustus John, de Australiër Charles Conder, Orpen en de broer van Rothenstein, Albert waren er samen.

In Yport was er een kleermaker die ‘velours côtelé verkocht en blauw linnen zoals de plaatselijke vissers droegen.
En omdat John van het velours hield verscheen hij in vest en brede broek, en wel zo mooi, vertelt Rothenstein dat ik hem daar naast mijn vrouw heb geschilderd, zij op de trap zittend en hij met zijn voet op de laagstye trap en een weinig tegen de muur geleund.

Het interieur was niet alleen een woonplaats, maar een zelfstandig personage geworden.

En zo kwamen hun schilderijen in de kunstbladen terecht, door hun andere kijk en als teken dat de lezers ze aprecieerden.
Morgen weer verder dus.
Kijk intussen, en geniet.


HET INTERIEUR ALS HOOFDPERSOON

de kus

We zijn in Londen.
Het is nacht buiten.
We zijn in het huis van de Ierse schilder WILLIAM ORPEN.
Hij schilderde zichzelf in Night nr 2 en zou zes jaar later met zijn beminde, Grace Knowstub, huwen.

Zij is duidelijk het licht.

Hij is als jongste van vier in 1887 in Ierland geboren, vader rechtsadviseur, jongensjaren dus in een neogothic kasteeltje, begint aan zijn kunststudies op elf (11!)jarige leeftijd en met zijn 18 trekt hij naar Londen waar hij met de door ons eerder besproken broer van Gwen, Augustus John studeert net zoals Gwen even later bij Tonk.

Een godenkind.
Er is een vreemd portretje van hem bewaard en er zijn al wat vulpennen leeg geschreven of het inderdaad een zelfportretje van William zou zijn of niet, maar de term godenkind wordt er alvast door benadrukt.

dyn004_original_537_640_jpeg_20344_5ea5bbec6a5de3d4bbfa0d389228f8bd

Verzinsels of niet, het jongetje is hier dertien
Een kind uit de gegoede burgerij.

Het zusje van zijn vrouw, ‘les ravissantes soeurs Knewstub’ zoals ze in een mooi Frans kunstboek worden beschreven, zal net zoals Grace figureren op de doeken van haar schilderende echtgenoot, William Rothenstein.

De twee ravissanten figureren zelfs samen op een mooi doek van Rothenstein ‘La lecture de Browning’ dat ik je later graag wil voorstellen.

Maar beide heren zijn voortdurend met ‘het interieur’ bezig, de kern van de Victoriaanse samenleving.
They rules the world maar verblijven liefst in het kleine koninkrijk, het huis.

Dat schilders rond de eeuwwisseling het interieur als hoofdpersoon laten figureren is nieuw.
Als de schoonbroers hun werken tentoonstellen in ’the New English Art club’ een nog timide modern alternatief voor de Royal Academy, krijgen ze dadelijk en veel belangstelling en nog een aantal volgelingen.

Tussen 1905 en 1910 noemen we Lavery, het koppel Ambrose, en Mary McEvoy en Georges Claussen.

Werken van beide Williams worden zelf met elkaar verwisseld en Rothenstein denkt dat hij zijn schoonbroer toch wel enigszins heeft beïnvloed met ‘zijn interieurs’.

Een vluchtheuvel, of de binnenkant van de bange ziel?
Morgen meer.