de bomen en het bos (26)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Waarde Silverstein

Grote drukte in je winkel naar ik zie. De tijd van de feesten komt aangestormd, en ook het verleden kan dienst doen als presentje, al zul je mijn uitlating wel ongepast of minstens ongenuanceerd noemen.
Ik las je brief met het mooie einde “je weet maar nooit”.

Dat stevige geloof van jou blijft me verbazen want ik zie je ook als een redelijk rationeel mens, maar jij zult me weer de klassieke tweedeling tussen emotie en verstand verwijten, dus hou ik het gewoon bij een constatering, en daarbij: de verbazing is voor een psychiater een gerede stap in het donker, zoals dat zo mooi heet.

Ik stuur je daarom ook iets van de bossen waar jij met de jouwen verbleef.
Kijk naar mijn fotootje en dan zou je kunnen denken: dit is een bos, een juist idee, maar wanneer houden die groepering bomen op bos te zijn, dacht ik terwijl ik onder hen door wandelde.
Drie bomen zijn te weinig, tien toch al een bosje. En negen?
Ik bedoel dit: onze begrippen steunen vaak op veronderstellingen die niet nauwkeurig kwantitatief te duiden zijn, en dan zou jouw geloof van “je weet maar nooit” te pas kunnen komen om de onzekerheid tussen het juiste getal en het vage begrip te overbruggen.

Onzichtbaar worden zou dus kunnen betekenen dat je als boom niet meer opvalt in het begrip “bos”. We nemen de totaliteit waar die echter uit eenheden bestaat maar ze verdwijnen in het begrip van het geheel.

Toen ik uit het bos kwam en nog eens achterom keek, voelde ik jou plotseling veel dichterbij.De boom Silverstein lost op in het bos.
Je ziet dat we toch elkaar naderen, denk je niet?

Je trouwe,Psych.


het is wat het is, en we zijn wie we zijn (24)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Beste Zoeker,

Er ligt een maand tussen je laatste brief en dit antwoord.
Waarom zou je zelf geen psychiater zijn want je geeft mij voortdurend raad, je denkt mij te doorzien en je bent bezorgd voor mijn persoonlijke psychische hygiƫne.
Ik stuur je een beeld uit mijn tuin, zoals hij er vandaag 14 november 2004 erbij ligt: de zomertafel vol afgevallen herfstblaren, de blaren die ons tegen de zon hebben beschut, waaronder we zoveel gepraat hebben, samen gegeten en een goed glas gedronken, en nu…?
Het zou toch wel een beetje valse treurigheid zijn als je hierbij zou gaan huilen of je hart ineen voelen krimpen, en tegelijkertijd zou het van een stenen hart getuigen mocht je hierbij geen enkel gevoel tonen.
Zie je de tegenstelling?

Hoe verzoenend wij ook gezind zijn, hoe bereid om elkaar te begrijpen, hoe medevoelend met elkaars innerlijkheid, steeds zijn de dingen vaak zoals ze zijn en moet de weg niet links of rechts maar in het midden (of beter nog NAAR het midden) worden gezocht.
Dat mag op jou als een compromis overkomen, beste Silverstein, maar daar heeft het niets mee te maken.
Ik denk dat het zijn op zichzelf, op de eigenheid van levenloze en bezielde wezens, een goed vertrekpunt is, en niet onze neurotische instelling om de wereld naar ons beeld en gelijkenis te herscheppen. Dat heeft God al eens voor gedaan en het is hem niet al te goed bekomen omdat zelfs zijn schepselen waren wie ze waren en door hun ontsnappen aan de goddelijke determinatie hun vrijheid, en hun eindigheid in dezeflde klap verwierven.

Ik ben dus geen sjamaan al zal ik met veel belangstellign het sjamnistische in de genezing van onze gepijnigde zielen onderzoeken, ik ben slechts de psychiater en je kunt mij niet kneden naar jouw wensen net zo min als ik jou kan veranderen in een soort afspiegeling van mezelf.
Het wordt sowieso winter, en de innerlijkheid die naar het midden voert zal de enige weg zijn om onszelf niet te verliezen.

Intussen kijk ik steeds met verbazing en afkeer naar de manier waarop de militaire doden uit de voorbije oorlogen worden herdacht, vooral bij onze Angelsaksische buren slechts door een tunnel van ons gescheiden: met net zoveel militair gedoe en fanfares als de oorzaak van hun dood: de fanfare rondom het vaderland en heldenmoed, terwijl deze valse beelden voor hun dood hebben gezorgd.
Dat wij er niet in slagen de generaals uit die eerste wereldoorlog voor het hof van Den Haag te dagen en de politici die hen hebben gedelegeerd niet naar hun onwaarde leren schatten, verbaast me telkens weer, al eer ik de jongens die uit verre landen moesten komen om ons van de nazi’s te bevrijden, maar …tegelijkertijd zitten eronder de meeste van hun uniformen ook weer diezelfde jongens.

Van harte gegroet,

Je diep zuchtende maar medevoelende pychiater.