DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (5)

team

Kunnen je vroegere vrienden je vijanden worden?Gaan zij je de publieke vijand nummer één noemen?

“La parole de M. André Gide est séditeuse, elle ébranle l’ ordre social.{…}En d’ autres temps, on l’ eût condamné à boire la ciguë”

(Jean Pierrefeu, dans L’ Opnion, 1911)

Of de gefrustreerde schrijver Adolphe Rette die ermee dreigt de zelfmoord van een jongeman bekend te maken, zelfmoord begaan na het lezen van Les Nourritures Terrestres

De bedoeling is van Gide een afschrikwekkende figuur te maken, een gevaar voor je kinderen, zeker als het lezen van zijn werk hen met zelfmoord-ideeën besmet.
En is dat ene geval niet het bekende topje van de ijsberg en zijn er intussen niet ontelbare anonieme slachtoffers geweest die het leven niet meer zagen zitten?

Maria Van Rysselberghe, la petite Dame, schrijft in haar fameuze Cahiers:

‘Quelques petites vagues d’ amertune ont passé sur lui depuis hier: un article de Lichtenberger qui prend au sérieuxune infâme petite plaquette écrite sur Gide, Un malfaiteur, où tout est mensonge grossier.

In het Journal de Genève verschijnt in februari 1942 een beschuldiging dat Gide een jongeling tot zelfmoord heeft bewogen, deze keer niet door het lezen van een boek, maar hij heeft hem rechtstreeks bedorven, en dat net op de datum dat admiraal Darlan homoseksualiteit opnieuw strafbaar maakt onder het Vichy regime in het Franse gedeelte dat door de nazi’ s is bezet, en waar concentratiekampen voor homo’s worden ingericht.

Gide schrijft:

‘On voudrait presque leur expliquer qu’ ils se trompent et que je ne suis pas où ils croient.
J’ habite si peu le monstre qu’ ils imaginent et ne m’ attriste que de leur incompréhension.

Maar Claudel blijft hem waarschuwen voorzichtiger te zijn na al die gevaarlijke publicaties.
(Saül, L’ Immoraliste)

 

igidean001p1

‘Faut-il décidément croire que vous êtes vous même un participant de ces mœurs affreuses?’

En in 1952 worden al zijn boeken met een decreet van de Suprema Sacra Congregatio Sancti Oficii in de kerkelijke ban gedaan.

‘Andreae Gide opera omnia’ en dat in de Index librorum prohibitorum.

Als Corydon’ verschijnt, eerst in beperkte oplage in 1911 en in 1920 (gedrukt in Brugge!) en later in 1924 verwacht Gide een grote storm, maar het blijft stil.

Maria Van Rysselberghe:

‘J’ ai l’impression que Corydon a déçu presque tout le monde, parmi ceux qui ne furent point choqués par le sujet; les uns le trouve indigne de son talent, d’ autres trop brutal, ou encore hasardeux dans ses conclusions {…}
Je crois aussi que ceux qui partagent ses mœurs trouvent son cas trop personel, trop particulier, et se refusent à voir dans Corydon une défense générale de leur cause.’

IIn 1995 schreef Michael Lucey in Gide’ s Bent. Sexuality, Politics, Wrting, New York University Press

‘Gide’ s texts refuse to separate the shape of one’s sexual subjectivity from that of one’ s political subjectivity.
Such a practice of writing illuminates the traversal of the personal by the social;
it exhibits an awareness that the psychic and the social realms are contiguous and interpenetrating that personal acts (and, in particular, the acts that delimit sexualities) are political and socially structured.’

dyn002_original_327_216_jpeg_20344_6b3798c62baab1a4c95b49f9827597a7

En Sartre (hierboven op de foto met Gide in gesprek) over zijn Journal

Presque chaque note , plus que la transcription fidèle d’ un acte ou d ‘ un sentiment, est elle même un acte.
Acte de prière, acte de confession, acte de méditation.”

En daarom ook dat je Corydon niet zo zeer als tekst moet opvatten maar als een ‘acte’, een daad.

Zijn triologie Corydon, Si le grain ne meurt, Journal kun je zien als een symptoon, een signaal en een betekenis.

En in die zin blijven ze ook vandaag nog hun waarde houden ook al zullen de teksten als tekst vaak gedateerd aandoen.

Het is duidelijk dat Monique Nemer het over ‘mentaliteiten’ heeft, en het is interessant om zien dat door haar studie en het samenbrengen van verschillende bronnen er meer en meer vraagtekens ook bij deze tijd zullen opdoemen.

De genese, het ontstaan van mentaliteiten, en de overbrugging door literaire teksten bijvoorbeeld zal ons doen nadenken over wat wij nu voor waar of gewoon aannemen.

De nuance immers maakt een cultuur tot een ware cultuur, en in onze tochten door de negentiende eeuw zagen we niet alleen de wortels voor de twintigste en zelfs de eeneentwintigste maar begrepen we ook dat het verleden vanuit het verleden moet bekeken worden en niet met de bril van de cliché’ s van nu.

Die nederigheid zal ons dichter bij het ware brengen dan de vooroordelen die worteloos in de geschiedenis, eerder in onze angsten en domheid vruchtbaar blijven en zich daar mateloos vertakken.


DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (4)

 

dyn004_original_600_399_jpeg_20344_4325468e58b09a7cc4c3c5ba242d0f45

L’innommable

Dat ‘Je’ in zijn dubbele gestalte waarover Monique Nemer gisteren sprak, is een ‘mise en place’ van een legitimiteit en van een verantwoordelijkheid, en in datzelfde gebaar een iemand die spreker en gesprekspartner in de maatschappij is geworden, dus een burger. (p27)

Daarom ook de keuze van mijn beginbeelden: de expressiviteit en het verhulde, het duidelijk affirmeren van wie je denkt te zijn tegenover het toekijken, of het luisteren, vaak nog van tussen het gebladerte want de volle zon van ‘de publieke belangstelling’ kan verschoeiend zijn.

Ik heb me nooit kunnen vestigen in het leven. Altijd op één bil, alsof ik op de armleuning van een stoel zit, klaar om op te staan, te vertrekken”

Dat kun je lezen in zijn dagboek (1930)Er is een mooie Nederlandse vertaling van verschenen, vorig jaar, samen met een vertaling van Si le grain ne meurt en een themanummer

André Gide, Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939, vertaald, ingeleid en geannoteerd door Mirjam de Veth, oorspr. Journal I et II, Privé-domein, De Arbeiderspers, Amsterdam, 662 pagina’s, € 32,50.

André Gide, Niet als de anderen, vertaling van Si le grain ne meurt, door Mirjam de Veth, Atlas, Amsterdam, 350 pagina’s, € 19,90.

De Parelduiker, speciaal André Gide-nummer, december 2005, uitgeverij Bas Lubberhuizen, Amsterdam, € 14,95.

dyn004_original_347_475_jpeg_20344_e608748183038dc7ae0e6d221506c4d6

Tegelijkertijd wil ik La petite Dame introduceren, Maria Van Rysselberghe (vrouw van Theo, de schilder), levenslange vriendin van Gide, grootmoeder van zijn dochter Catherine.
Zonder medeweten van Gide hield ze een Journal bij waarin ze alles wat met en rondom Gide gebeurde, noteerde, tesamen met haar eigen bemerkingen.
Door haar kleine gestalte van zo’n 1,50meter kreeg ze de bijnaam “La Petite Dame”, en onder die naam verschenen ook haar Cahiers

Een mooie samenvatting vind je in:

JE NE SAIS SI NOUS AVONS DIT D’IMPÉRISSABLES CHOSES . Une anthologie des « Cahiers de la Petite Dame » [2006] . Édition de Peter Schnyder, 720 pages + 16 p. hors texte, 23 ill., sous couv. ill., 108 x 178 mm. Collection Folio (No 4425), Gallimard -memo. ISBN 2070307514.

Het schilderij van de vrouw bij het harmonium is trouwens Maria Sethé, model van Theo, een Maria die later zou huwen met art nouveau architect Henry van de Velde.
Ik gebruikte het vooral om de door mij zeer bewonderde Theo even in het geheugen op te roepen.

Terug naar de petite Dame, want het is zij die zegt dat voor Gide tussen 1918 en 1926 (de datum waarop Si le grain ne meurt verschijnt) alles is gezegd.

Zo schrijft ze in 1950, één jaar voor Gides dood:

‘Comme il disait déjà, il y a près de cinquante ans, ce qui l’ intéresse le plus, c’ est le christianisme et la pédérastie. Ça reste toujours vrai, ce sont les seules questions où sa pensée reste constante et combative.”

Zo schrijft Gide in 1946:

‘Académie? Oui, peut-être, accepter d’y entrer {…} Et sitôt après, comme premier acte Immortel, une preface de Corydon, déclarant que je considère ce livre comme le plus important et le plus serviceable,({…} je veux dire: de plus grand utilité, de plus grand service pour le progrès de l’humanité) de mes écrits

dyn004_original_347_483_jpeg_20344_fe5da0d74a4ec20030e632425e3b5ae7

Natuurlijk is het verkeerd te denken dat de mentaliteit in de dertig eerste jaren van de twintigste eeuw zou veranderd zijn op het gebied van wat wij nu coming out noemen.

Zelfs na de publicatie van Sodome et Gomorrhe in 1922 zweeg Proust (‘ce prince de la dissimulation, zei Gide) over zijn eigen geaardheid.
Stilte ook bij Lacratelle in 1928, (que de précautions! que de prudence!) bij de publicatie van Lettres Espagnoles
Stilte ook bvij Cocteau die ook in 1928 zijn ‘ Livre Blanc’ publiceerde zonder auteursnaam onder het voorwendsel dat ‘les secrets au salon, voilà qui me comble de la vulgarité’

En zelfs nog in 1951 als Jouhandeau zijn Ces Messieurs publiceert, kun je dit lezen:

‘Par pédéraste, on entend généralement l’ homme qui recherche les éphèbes pour leur beauté{…} L’homosexualité est beaucoup plus grave.
L’homosexuel, au mépris de ce que la nature semble avoir voulu, recherche plus volontiers les individus de son propre sexe que ceux du sexe opposé. {…}
L’ inverti l’ est le plus souvent congénitalement. {…} Bon nombre d’homosexuels s’ ignorent. Ce sont de beaucoup les plus sympatiques.

Il arrive cependant à de certains hommes de camoufler complètement l’ ambiguïté de leur nature et je les en félicite.
Rien n ‘est plus odieux que les déformations causées par la vice. On se doit au moins de n ‘en pas afficher les stigmates. {…}

Ce n’ est pas au vice que j’ en ai, mais à l’ indiscretion. Grâce aux dieux, aucunes mœrs ne sont plus jugées inavouables aujourd’hui par l’ intelligence, mais faut-il savoir se conduire d’ autant mieux qu’ on porte en soi l’ occasion du scandale.”

Ja, het is wel een beetje pretentieus te denken dat je met een boek de wereld kan veranderen, en bij zijn dood lezen we in Le Nouveau Portique dat zijn voornaamste zonde niet zijn ‘pédérastie, maar eerder zijn orgueil zou zijn.

Maar soms is die hoogmoed nodig om de wanhoop in de ogen te kunnen zien.


DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (3)

En dat het vaak allemaal treurigheid was, mag ons dus ook nu niet verbazen, daarom om te beginnen dit mooie filmpje.

Vidrar Vel Til Loftarasa music video by Sigur Ros, IJsland.

dyn006_original_500_430_jpeg_20344_5c6558428d5fe29e7d2ede3d86f1b123

En daarmee verbind ik de publicaties in de vroege jaren negentienhonderd van bijvoorbeeld Luc (1902) geschreven door Achille Essebac (in feite een nom de plume voor de Belgische auteur Achille Becasse), van Louis Daudet die in 1908 Lorenzaccio publiceerde en in 1923 Un amour hors la loi van Henry-Marx, met als treffende aankondiging:
“De la douleur avant toute chose…’

Blijkbaar was er ook een markt voor want in Frankrijk verschenen tussen 1880 en 1935 zo’n 300 titels met als thema ‘l’homosexualité’.

Sommigen maakter ervan gebruik om hun thema te duiden zoals Pierre Sabatier deed in zijn voorwoord van Vices

‘Au sein d’ une société indifferente, blasée et lasse, comme au temps de la décadence greque, les réprouvés se sont multipliés, constituant un véritable danger social.
C ‘est ce danger que je me suis éfforcé de signaler dans ce livre, comme je me suis efforcé de flétrir, en les montrant sous leur véritable jour, ces vices injustement tolérés et qui portent en eux un germe de mort.’

Het klassieke hypocriete truukje, laten we ons wentelen in de ondeugd om ons bewust te worden van haar verwerpelijkheid, een these gehanteerd door talloze boulevardblaadjes die altijd als eerste de (blote) vinger in aanslag houden om hem met dat oergevoel op te steken en de aandachtige lezer te waarschuwen.

En nu staan ze weer bij elkaar, Wilde en Gide, 1897 in Berneval-sur-Mer près de Dieppe.
Ik citeer Monique Nemer uit Corydon Citoyen:

‘Un Wilde “affaibli, défait”, traqué par les créanciers, n’ ayant plus rien à voir avec l’homme à l’ aisance souveraine, au rire “non tant joyeux que triomphant” qui, seulement deux ans auparavant, avait été l’ entremetteur de sa première nuit de plaisir avec un jeune garçon- une expérience qui lui fait écrire dans Si le grain ne meurt: “Depuis, chaque fois que j’ ai cherché le plaisir, ce fut courir après le souvenir de cette nuit”.

Lors de cette rencontre normande, Wilde avait décrit à Gide la terrible épreuve qu’ avait été la prison, et voulu le mettre en garde:
“Ecoutez, dear, il faut maintenant que vous me fassiez une promesse. Les Nourritures terrestres, c’ est bien… C’ est très bien… Mais, dear, promettez-moi: maintenant n’ écrivez plus jamais Je.”

dyn006_original_424_693_jpeg_20344_80a0504bc81965052172bb4c93c58fb7

Niettegenstaande hij van Proust dezelfde raad kreeg, schrijft hij in zijn Journal:

J’ apelle pederaste celui qui, comme le mot l’ indique, s ‘ éprend des jeunes garçons. J’ apelle sodomite (…) celui dont le désir s’ adresse aux hommes faits. J’ apelle inverti celui qui, dans la comédie de l’ amour, assume le rôle d’ une femme et désire éetre possédé. (…)
Les pédérastes, dont je suis (pourquoi ne puis-je dire cela tout simplement, sans aussitôt vous pretendiez voir dans mon aveu forfanterie?), sont beucoup plus rares, les sodomites beaucoup plus nombreux, que je ne pouvais croire d’ abord.

Feuillets 1918, dans Journal, Gide.

Ook al staat deze uitspraak nog maar in zijn Journal, het betekent een definitieve breuk met de wijze waarop homoseksuelen over zichzelf het woord namen (of zwegen)

‘Ce “les pédérastes, dont je suis” est un formidable coup de boutoir dans des conventions langagières dont, on l’ a vuà propos du proces Wilde, les enjeux vont bien plus loin qu’ une réserve de bon ton.

Dans son article “Discretion” du Dictionnaire de l’ homophobie, Philippe Mangeot analyse très justement l’ effet de ce “Je”, cette “nécessité de produire un discours en première personne dont la seule tenue contribue d’ une part à interoroger la norme den tant que telle, et entame d’ autre part le privilège des experts habitlités à s’ exprimer- et à trancher- sur les cas des minorités: les medicins, les psychiatres, les psychanalystes, etc.”

..aldus Monique Nemer.

We zullen hen blijven volgen.

dyn006_original_600_403_jpeg_20344_769e21bb7d2bb974383ae841115e6e3b

DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (2)

dyn007_original_437_600_jpeg_20344_943df798580a8a8ea94e66fd06b3bf60

Ja, de veelheid van betogen, de overdaad aan betogen over dit ‘soort’ liefde kan niet ontkend worden, maar dan wel betogen waarin ze nooit bij naam wordt genoemd, un déluge de mots cernant, plus encore qu’ un silence, un creux om Monique Nemer te citeren. (p17)

Ook Oscar Wilde zelf droeg bij tot die stilte.
Er is een groot verschil tussen homoseksueel zijn en zich ook zo noemen.

Ook na zijn gevangenistraf had hij het veeleer over een ‘nous’ en nooit over ‘je’.

‘Je n’ ai aucun doute que nous gagnerons, mais la route est longue et rouge d’un monstrueux martyr.’

Ofwel een opinie weergeven:

‘Avoir changé de vie aurait été admettre que l’ amour uranien est ignoble. Je le pense noble- plus noble que d’ autres formes d’ amour.’(Franse vertaling van de auteur)

dyn007_original_376_540_jpeg_20344_c08dc08c1971ada2971ba8eb90c0c46f

Merkwaardig is een passage uit de ondervraging op het proces door Eduard Carson, de verdediger van lord Queensberry.

CARSON: Heeft U nooit praktijken uitgeoefend die indruisten tegen de goede zeden.

WILDE: Oh neen!

CARSON: Uw handen op zijn persoon gelegd?

WILDE: Nooit.

CARSON: Heeft U nooit uw persoon tussen zijn benen geplaatst?

Perplexité, roept Monique Nemer uit, en inderdaad, je moet op een noot bij de vertaling te weten komen dat ‘person’ hier staat als eufemisme voor ‘penis’.

Een vreemde omgekeerde metoniem, niet pars pro toto maar totum pro parte, het geheel dat een deel moet aanduiden.

Maar daarmee wordt ook duidelijk dat Tota mulier in utero blijkbaar niet alleen voor vrouwen was voorbehouden en dat ‘ik ben een homoseksueel’ zeggen ‘…serait dès lors, plus encore que consentir à sa propre négation, la provoquer. Un suicide, en quelque sorte.’

Sebastien Chauvin legt de vinger op de wonde in zijn opstel over “l’homophobie intériorisée’.
(Sebastien Chauvin, “Honte” in Dictionnaire de l’ homophobie, sous la direction de Louis-Georges Tin, Presse Universitaires de France, 2003, p222-226)

‘Sébastien Chauvin distingue la honte, qui concernait les actes seuls, du stigmate, qui marquerait l’ être même des individus, la définition de leur essence.
Le regard social ne confond pas “la transgression solitaire de l’individu “normal et universel” qui se contente de jouer avec la limite social ou sexuelle, et “l’ abjection” de l’individu stigmatisé par delà les actes mêmes qu’il a ou ne pas commis, et qui ne peut refuser l ‘ identité “infâme” qui lui est imposée”: pour l’ homosexuel, la honte “ne se reduit jamais à une culpabilité qui démeurait locale tout en laissant indemme la définition des personnes.

L’ acte honteux déteint toujours sur l’ essence de son auteur”.

dyn007_original_376_590_jpeg_20344_291b108ef992daca6ff7d8b23e583b60

Geconcentreerder gezegd: ‘La vision homophobe condamme les homosexuels à n’ être plus que leur sexualité’, redoublant ainsi l’ inconvenance de l’ anormalité par l’ indécence de l’ exhibitionisme.

De schaamte is het resultaat van dit idee te interioriseren en zichzelf tot een lichaam dat zich exhibitoneert te herleiden.

De reeds geciteerde prof Ambroise tardieu die de verdienste had op te komen voor de misbruikte jonge hoertjes midden 19de eeuw, kon echter in zijn geleerd werk aardig uit de hoek komen als hij het over de pédéraste, de jongensminnaar had:

‘Monstre dans la nouvelle galerie des monstres, le pédéraste a partie lieé avec l’ animal; dans ses coïts, il evoque le chien. Sa nature l’ associe à l’ excrément.’

Met dit idee in het achter- en voorhoofd kun je niets anders doen dan weglopen van het ‘je’ en begrijp je dat Wilde hevig en eerlijk No uitriep op de gestelde vragen.

Komt daarbij dat je zijn verdediging begrijpt tegen de aanvallen op Het portret van Dorian Gray dat immoreel zou zijn net zoals de auteur, tegen de veroordeling van een verhaal ‘De priester en zijn akoliet’ dat in het tijdschrift waarin hij zijn citaten voor de jeugd (!) publiceerde werd geplaatst, niet omdat het een goed verhaal was, het was afschuwelijk geschreven, maar een auteur hoeft zich niet moreel in zijn schepping te gedragen was zijn standpunt, de kunst heeft zich met de schoonheid, de intelligentie en de emotie bezig te houden.

En in 1851 schrijft Proudhon nog:

‘Tout meurtre commis par un citoyen quelconque sur le péderaste dans le cas de délit flagrant est excusable.

Het werd als een soort wettelijke zelfverdediging gezien, want niets minder dan de beschaving was in gevaar.

De heer Zola deed er nog een schepje bovenop:

‘Un inverti est un désorganisateur de la famillie, de la nation, de l’humanité. L’homme et la femme ne sont certainement pas ici-bas que pour faire des enfants mais ils tuent la vie le jour où ils ne font plus ce qu’ il faut pour en faire.
(…)” L’homme et la femme”, car l’ invertie n’ est pas moins redoutable que son homologue masculin, et comme lui passible d’une mort qui justifie pleinement sa monstruosité.

“‘C’ est l’ ogresse fatale, l’ ange du mal, l’ incarnation du péché, la parfaite damnée. (…) Elle va jusqu’ au crime pour garder sa proi. Sa fin est violente: les narcotiques l’ achèvent, quand la cellule d’ une prison, le cabanon de l’ asile, le poignard d’ un mari ou d’ un frère outragé, justiciers improvisés d’ un crime impuni par la loi, n’ en débarassant la société, ainsi qu’ une bête venimeuse.’

Dat iemand met deze geaardheid zich niet zou haasten om ‘je’ te zeggen, wordt al een beetje begrijpelijker.