DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (1)

 

dyn010_original_419_277_jpeg_20344_b775c0a4e7388911177dd0a62ee710d8

Als confrontatie met de teksten uit de vorige eeuwen, koos ik beelden van hedendaagse kunstenaars, fotografen, video-animatiekunstenaars en schilders, naast foto’s uit het begin van de 20ste eeuw zodat deze mix ook zijn eigen wereld gaat vormen waarin de teksten omtrent Wilde en Gide afstanden en nabijheid verhelderen zonder ze te moeten verklaren.

dyn010_original_448_310_jpeg_20344_e5185dbe788423673db8fa6fdcc6a47b

Ik sprak gisteren over het boek van die dokter Taupe, en uit dat boek met die lange naam wil ik graag een fragment laten horen, fragment dat Monique Nemer citeert in haar Citoyen Corydon.

Het fragment gaat over het dragen van een anjer als aanduiding van een ‘bepaalde’ seksuele voorkeur

dyn010_original_317_450_jpeg_20344_7dcdae4f65b915dc0b035685e642f049

‘Oscar Wilde adopta cette “fleur des poètes”, et ses disciples, dont beaucoup étaient fardés ou en avaient l’ air (il y a un façon de se coiffer et de se dandiner qui va avec le bistre artificiel, le rose des lèvres, etc), se crurent obligés de l’ imiter.

Les journaux publièrent des articles d’ une violence inouïe: on accusait les chevaliers de l’ oeillet vert de faire partie d’ une bande des péderastes.
C’ était le signe de ralliement. Après des menaces de procès contre des journalistes, on cessa de porter des oeillets verts et d’en parler jusqu’ a l’ année dernière (en 1894) quand un roman L’ OEillet vert parodia Oscar Wilde et Alfred Douglas.’

Het boek verscheen in 1894 anoniem met als titel ‘The Green Carnation’bij Walter Heinneman, London en de aandachtige lezer zal zijn/haar geachte wenkbrauwen fronsen want dat was inderdaad de uitgever bij wie later James zijn The Turn of the Screw zou publiceren.
(Het boek zou in 1949 en in 2006 opnieuw verschijnen met de naam van de auteur, Robert Hichens)

dyn010_original_304_411_jpeg_20344_6d0dcb2727fb294b4eec5a81078d6503

In datzelfde jaar spreekt de auteur Mark André Raffalovich, schrijver van L’ Affaire Oscar Wilde (1895) over ‘ imprudences’, onvoorzichtigheden.

Tonen wel, ermee uitpakken ook, maar spreken, dat niet.
“L’ Amour qui n’ ose dire son nom.” om Wilde te citeren.

Met Monique Nemer vragen we ons af wat de oorzaken van die ‘stilte’ waren.

Als je in de minuten van Wilde’ s proces merkt dat de termen ‘péderaste’ of ‘sodomite’ vermeden worden en de advocaat van de aanklager zelfs weigert al de stukken te lezen, ‘uit respect’ voor de justitie dan wordt je als iets duidelijk van het heersend klimaat dat toelaat dat The Lancet deze tekst publiceert:

‘Il est particulierement important que de tels sujets ne soient pas discutés par l’ homme de la rue, encore moins par le jeune garçon ou la jeune fille.’

Deze angst voor ‘besmetting’ zie je zeker ook in het verbod op het publiceren van verslagen van processen met homoseksualiteit als onderwerp.
( Publication of Indecent Evidence Bill 1896)

 

dyn010_original_456_300_jpeg_20344_c9ebc22fcb7e74983baec5a6e5d76902

Uit Corydon Citoyen:

Silence: l’ homosexualité c’ est ce crime “inter christianos non nominandum” – le crime que “les chrétiens ne sauraient nommer”.
Banni d’ expression au point qu’ il faut user d ‘un masque, le latin, pour évoquer jusqu’ à cette interdiction.

Et en 1926, lorsque la revue Les marges lance son enquête sur l’ homosexualité en littérature, la reponse d’ Ambroise Vollard au rédacteur de chef tient en une phrase:
“Monsieur, j’ ai l’ honneur de vous répondre que j ‘ ai été élevé dans la religion catholique, apostolique et romaine, et que Saint Paul a dit: “Que ce mot ne soit jamais prononcé parmi vous” ‘

dyn010_original_300_379_jpeg_20344_df320ec1d0282d1bcd4273c793fb5fb1

In 1862 gebruikt prof. Ambroise Tardieu, titulaire de la chaire de médicine légale, latijn en Frans door elkaar om “le tableau repoussant de la péderastie” te borstelen: (latijn als voorzorgsmaatregel tegen “besmetting”

Qui manusturpo dediti sunt, casse-poitrine appelantur. Cognomine pompeurs de dard sive de noeud (id est turpissima penis significatio) designantur qui labia et oscula fellatricibus blanditiis praebent”.

En Monique Nemer voegt daar aan toe:

‘Curieuse méthode pour qui veut purger l ‘ ensemble de la société de cette “triste et honteuse folie”, que de parler en sorte de ne pas être compris, ou l ‘ être du plus petit nombre possible…’

Haar verbazing is de onze, dus volgen we haar graag volgende week in dit boeiende labirint.


CORYDON CITOYEN, DE ARCHEOLOGIE VAN EEN COMING OUT

 

dyn003_original_555_397_jpeg_20344_1619da831ae2af9fc585a572d2a5f57e

Whatever happened to André Gide?’ interroge Paul de Man dès 1965 dans la New York Review of Books.

En met deze vraag opent het boek van Monique Nemer, prof literatuur aan de unif van Caen, boek uitgegeven bij Gallimard en verschenen in oktober 2006:

CORYDON CITOYEN, Essai sur André Gide et l’homosexualité.

Naar aanleiding van mijn serie over The Turn of the Screw en naar andere aanleidingen die uit het leven van alledag zijn gegrepen, kreeg ik het toegestuurd van een vriend, zoals ‘The Master’ mij werd toegestuurd door een lieve vriendin die nu in India deze woorden leest, en ik mag zeker een Berlijns-Belgische vriendin niet vergeten die me tussendoor signalen uit de literatuur en toneelwereld geeft.

Ware vrienden tonen je de wereld, en dat zal André Gide geweten hebben die als vrijwel enige de arme Oscar Wilde bezocht in 1897 in Berneval-sur-Mère nabij Dieppe na zijn verschrikkelijke twee jaar in de gevangenis.

dyn003_original_500_501_jpeg_20344_4d0faa4651a699f45696cf3884e61f0a

Ik vroeg me af of Henri James niet alleen de Engelse invloeden van zijn tijd had ondergaan, maar gezien zijn goede kontakten in Frankrijk, weet had van wat er daar gebeurde en op gebied van literatuur en geesteleven verscheen.

En dat was het spoor dat Wilde en Gide verbond, dat me bij het boek van Monique Nemer bracht.
De inhoud van het boek?
Voilà:

Bien que centré sur André Gide, cet essai n’est pas un essai littéraire – il n’étudie pas les textes – ni même d’histoire littéraire. Plutôt l’histoire des mentalités. Il part d’un constat – oublié : Gide est le premier écrivain européen, surtout de sa stature, à faire ce qu’on n’appelle pas encore un ‘coming-out’ avec la publication en 1924 de ‘Corydon’, des ‘dialogues’ sur la pédérastie, et ‘Si le grain ne meurt’, ses mémoires – y compris sexuelles. Ce que n’ont fait ni Wilde, Proust, Cocoteau ou Montherlant.

Le livre suit deux lignes principales. La première interroge ce qu’est, dans les années 1920, se dire homosexuel, écrire sur l’homosexualité en disant je. Il en ressort un panorama de ce qui s’écrit alors sur le sujet, des risques encourus, du quotidien homosexuel. Ce contexte définit les conditions de la prise de parole de Gide. La deuxième ligne s’intéresse à celui qu’on appelle alors le ‘contemporain capital’ et qui décide de mettre cette notoriété au service d’une cause : le ‘droit de cité’ pour l’homosexualité et de citoyenneté pour l’homosexuel.

dyn003_original_362_362_jpeg_20344_c769abe37a9c47de290ddaa7562a3d88

Het kost je 21 euro, en zoals het wel eens meer stil blijft in de media over het verschijnen van bepaalde boeken, kun je met het boek zelf op tocht gaan door de woestijnen van lafheid en schrik, op zoek naar een iets meer beloofd land waar we ‘samen’ burgers mogen zijn.

Maar nu terug naar de Franse kant van de zaak.
Want terwijl Symonds zijn bevindingen mee publiceerde verscheen er ook in Frankrijk een boek daaromtrent.

Ene dokter Laupts schreef Tares et poisons, Perversion et perversité sexuelles, une enquête médicale sur l’ inversion, notes et documents, le roman d’un onverti-né, le proces Wilde, la guérison et la prophylaxie de l’ inversion, préface Emile Zola, Paris, G. Carré, 1896

Je leert er Zola kennen als homo-hater, en je merkt al dadelijk de medicalisering van het onderwerp, of wat daarvoor moet doorgaan.

Stof genoeg dus, want dit is nog maar een begin, want de poëzie van de Fransen neigt wel eens meer naar de scheldende kant, iets wat hun volkstribuun Sarkozy nog maar pas bewees met zijn dwaze uitspraken over chemische castratie.

Weldra meer.


Mijn ‘compositie’ is gemaakt voor Firefox of andere websurfers met een lengte van 37cm, als je dus je websurfer daarop instelt, kom je uit bij mijn opzet.


JAMES OVER THE TURN OF THE SCREW (23)

 

dyn007_original_390_531_jpeg_20344_2b98dd76a4476509f03307cec6cf32f8

Ik denk dat Henry James mateloos zou geïnteresseerd zijn in de beeldvorming die rondom zijn Turn of the Screw is ontstaan, en met beeldvorming bedoel ik dan letterlijk ‘de beelden’ die bijvoorbeeld omtrent de talrijke opera-uitvoeringen als affiche hebben gediend.

Een andere vraag is: wat schreef James zelf nog na afloop van het werk over zijn eigen novelle?

Op 5 oktober 1898 verschijnen in The Two Magics voor het eerst in boekvorm The Turn of the Screw en Covering End en dat bij uitgeverij Heineman in Londen.
Gelijktijdig verschijnt de Amerikaanse editie bij MacMillan in New York.

Zo beantwoordt James een brief aan Dr. Louis Waldstein, auteur van The Subconscious Self and its Relation to Education and Health.

‘And as regards a presentation of things so fantastic as in that wanton little Tale, I can only rather blush to see real substance read into them.’

dyn007_original_390_521_jpeg_20344_567a0d38a87ebd3ff5da69a37f786ec9

In december beantwoordt hij de kritiek van H.G. Wells (The Invisble Man)

”Bless your heart, I think I could easily say worse of T. of the S., the young woman, the spooks, the style, the everything, than the worst any else could manage.
One knows the most damning thing about one’s self. Of Course I had, about my young woman, to take a very sharp line.
The grotesque business I had to make and her picture and the childish psychology I had to make her trace and present, were, for me at least, a very difficult job, in which absolute lucidity and logic, a singeness of effect, were imperative.
But…the thing is essentially a potboiler and a jeu d’esprit.’

dyn007_original_500_400_jpeg_20344_7fc6600c6d3e3df1094651f26af690a5

Wells schrijft James op 16 januari 1899 een brief waaruit blijkt dat hij als enige het verhaal heeft begrepen, maar zegt Braches, als goed Victoriaan kon hij zich daarbij niet laten kennen.

‘I have continued to think about the Two Magics–The Turn of the Screw, I mean- & latterly with an increasing discomfort.
Novel and disagreeable as the conviction is, I think now that the other alternative is right.
The story is not wrong- I was.
My conversion was accompanied by the profound conviction of sin and culminated in the small hours.
I came to Grace in this way.
On the assumption that this story is wrong, it should be possible for the prentice even to indicate the right way.
I had one or two walks and several hours by the fire and a night (sometime before the night of Grace) pusuing the obvious remedy into blind alleys (where it is vanished).
Then it was resolved that the story was impossible and some convention had to be arranged. What was the minimum convention possible? And so the enlightenment.’

dyn007_original_600_540_jpeg_20344_53ee9589a7808e553f80969ca306bb64

In 1908, tien jaar na de eerste editie bewerkt hij het verhaal voor zijn deel twaalf van zijn verzameld werk, waarin het samen met The Aspern Papers, The Liar en The Two Faces wordt opgenomen.

Op te merken is dat het allemaal ‘bedriegelijke verhalen’ zijn.
In de inleiding geeft hij heel subtiel opening van zaken voor de ingewijde, maar vergroot hij tegelijkertijd de mystificatie rond het verhaal voor de leek, die hoe dan ook verstrengeld raakt in de sonore klank van James’ glimlachend geformuleerde volzinnen.

Hij zegt dat het verhaal ‘least apt’, het minst geschikt is ‘to be baited by earnest criticism, the only sort of criticisme of which account need to be taken.’

‘To have handled again this so full-blown flower of high fancy is to be led back by it to easy and happy recognitions…’

En hij keert terug naar de bron van het verhaal, de vertelling bij het haardvuur, one winter afternoon.
Daarna gaat hij over tot het sprookje, dat hij onderscheidt in het beknopte en het lange overvloedige, eindeloze zoals het sprookje Duizend en één Nacht

De lezer gelieve hier te ontwaken, zegt Braches al even fijntjes.
Burtons vertaling van Duizend en één Nacht maakte in dat beruchte jaar 1885 de in Engeland zo gebruikelijke heftige reacties los.

Op 29 september 1885 schrijft de Pall Mall Gazette dat de Arabian Nights niet alleen jongens bederven. Ook mannen kopen die pornografie.
Jongens moeten hoe dan ook worden beschermd tegen obsceniteit, zelfs tegen die in de Engelse en klassieke literatuur, en ook tegen die in het Oude Testament

James geeft aan dat bij het uitgebreide verhaal het moeilijk is toch binnen bepaalde grenzen te blijven, maar ik heb niets aan de afgerondheid opgeofferd, schrijft hij, terwijl hij aan de andere kant toch het verhaal zijn volle “breedte” (als in Duizend en één nacht) heeft kunnen geven.

Hij zegt dat het is:

…a piece of ingenuity pure and simple, of cold artistic calculation, an amusette to catch those not easily caught.’

dyn007_original_560_260_jpeg_20344_f101e47b9cd68560aaf2431cf7642bb1

Tenslotte geeft hij (volgens mij) de mooiste verklaring door te zeggen dat het de lezer is die het kwaad moet denken.
Er voor te zorgen dat hij in de intellectuele vallen loopt:

“Make him think the evil, make him ‘think’ it for himself, and you are released from weak specifications.
This ingenuity I took pains -indeed great pains were required- to apply,
and with a succes apparently beyond my liveliest hope.’

En ook de mijne!


POGING TOT SYNTHESE (THE TURN OF THE SCREW 22)

 

dyn006_original_391_400_jpeg_20344_1a77e9377d7f5ffa2e13ce351063d535

Drie elementen komen samen, de eerse maanden van het jaar 1895, die The Turn of the Screw zullen inspireren:

Naast en tegenover leven en werken van John Addington Symonds (waarbij ook vooral de visionaire gaven van de auteur relevant zijn) staat Wilde en zijn schrikbarende ondergang.

Zo begint Braches in Engel en Afgrond zijn synthese.

Tegenover Symond’s innerlijk streven naar het Hogere staat het op het uiterlijk gerichte, het zintuigelijke, zinnelijke van Wilde.
Zijn ondergang is Lucifers’val.

dyn006_original_500_500_jpeg_20344_6ed1e9ffb6e900e6710d719af2187b8a

Jaja, dat klinkt heel mooi, en terecht voert Braches aan dat tegenover die val ook James’ eigen mislukken van zijn toneelcarrière staat (Guy Domville), zodat je -zij het in de geest-je toch aardig kunt wreken op die duivelse Wilde wiens toneelstukken enorm populair waren.

Lucifer -duivel en engel: tegenover de monsterlijke dode Dorian Gray de onverwoestbare jeugd van het portret door Basil Hallward.
Tegenover een Wilde het laatste portret van Symonds: “The look of extreme youth with came into his face during the last hour of his life was literally extraordinary. Apart from the smoothing of the lines, the head was that of a very young man, almost a boy.”

Maar voor het eerst tekent zich ook zwart op wit het echte leven van Symonds zich af.
In Casus XVIII staat in beide uitgaven van Sexual Inversion de ingehouden seksuele levensloop van een negenveertigjarige Engelsman:

‘And he thinks that he might have brought himself to indulge freely in purely sexual pleasure with women, if he made their first acquintance in a male costume, as débardeuses, Cherubino, court pages, young halberdiers, as it is only when so clothed that women on the stage or in the ballroom have excited him…’

Een vrouw in een mannelijke rol.
Deze lijn verbindt Twelfth Night, Ibsens Little Eyolf, de Principal Boy uit de pantomime en de innerlijke tragedie van de Turn of the Screw die zijn tegenhanger vindt in Dante’s Divina Comedia

dyn006_original_544_550_jpeg_20344_dd2d06f352b62b5e5d0ec75797e54751

En Braches besluit zijn hoofdstuk met een aardige anekdote:

Als tienjarige komt John Addington Symonds uit school thuis om er een onvergetelijke zomervakantie door te brengen: “My youngest sister Charlotte and I became great friends, and we both profited by the companionship of her governess, Mdll. Sophie Girard, of whom I shall have more to say.
We three formed a little coterie within the household…”

Een belangrijk element dat ik in Braches boek mis, is Henry James’ eigen levensloop.

Hij is nooit gehuwd geweest, was niet voor dit soort verbintenis gemaakt, naar eigen zeggen, bewonderde de (jonge) mannen maar bleef lijfelijk ook ver uit hun buurt, kortom was een ideale beschouwer van het dagelijks gebeuren rondom zich met de vrijheid zelf geen Engel of Lucifer te moeten zijn, maar ook de konsekwenties van vaak schrijnende eenzaamheid te moeten verdragen.

Ik citeerde al het mooie boek ‘The Master’ van de Ierse auteur Colm Toibin (in feite kwamen de Amerikaanse voorvaderen van James van beide kanten ook uit Ierland!) waarin dat jaar 1895 uitvoerig aan bod komt.

Een Amerikaan die Engelsman wordt, maar in feite nergens nog thuishoort.
Mocht ik een titel kiezen voor zijn levensloop dan zou het woord ‘weesjongen’ er zeker in thuishoren.

En zijn laatste woorden, in de avond van 28 februari 1916, midden de grote oorlogstijd waren:

‘Tell the boys to follow, to be faithful, to take me seriously’.

En dat hebben we geprobeerd, dear distinguished thing.


DE LAATSTE STAPPEN (THE TURN OF THE SCREW 21)

2251880

Uit mijn verzameling beelden heb ik de laatste weken al enkele malen foto’s gebruikt van E.M. Sint Petersburg, het is een merkwaardige fotograaf die al wereldwijd heeft tentoongesteld en die luistert naar de naam Eugeny Mokhorev, wonende te Sint Petersburg.

Omdat ze een mengeling weergeven, een bijna overbelichting van die tegenstelling ‘onschuld’ en ‘alledaagsheid’, dacht ik dat ze uitstekend konden dienen om onze serie weer op een andere manier te belichten.

We keren terug naar 1897 waar Sexual Inversion verschijnt.

Erkentelijk voor Symonds bijdrage besluit Ellis naast zijn eigen naam ook die van Symonds op de voorpagina af te drukken.
(herinnering: Symonds was in 1893 overleden)

Voor Brown (biograaf van Symonds) was het een slag.
Hij dreigt met een proces en koopt tenslotte de gehele voorraad  van het boek op om het te vernietigen.

Aanvang 1897 tekent James een portret van Hawtorne.
Hawtorne moest binnen de beperkte manoeuvreerruimte van de gemeenschap waarin hij leeft uitdrukking geven aan zijn gedachten.
Dat dwingt hem tot een soort verborgenheid en uiterste beperktheid van thematiek.

‘It was a question of looking behind and beneath for the suggestive idea, the artistic motive, the effect of all of which was an invaluable training for the faculty that evokes and enhances.
This ingenuity grew alert and irrepressible as it maneuvred for the back view and turned up the under side of common aspects- the laws secretly broken, the impulses secretly felt, the hidden passions, the double lives, the dark corners, the closed rooms, the skeletons in the cupboard and the feast.
It made in short and cherised, for fancy’s sake, a mystery and glamour where there were otherwise non very ready to its hand; so that it enden by living in a world of things symbolic and allegoric, a presentation of objects casting, in every case, far behind them a shadow more curious and more amusing than the apparent figure.’

tray

22 juli 1897: Het gedoe van de Londense jubileumfeesten ontloopt James met graagte. Hij zal niet aanwezig zijn bij de beroemde rijtoer van Koningin Victoria op deze datum.

En evenmin zal James met Shaw de volgende dag Ibsens Ghosts zien opvoeren.
Hij heeft met zijn eigen geesten te doen.

‘I quitted London as early as possible in June.’
“Bornemouth” (het elegante winterverblijf van de Londenaars) is in summer full of peace and emptiness for me, that is, of almost everything but ghosts- Alice (James) passed there the greater part of her first winter in England-when I was some three months near her, and it was there that I saw almost all I did see of the greet R.L.S. (Stevenson)

dyn001_original_500_503_jpeg_20344_b7a1554627059d41224791b1abb11082

In de prachtige zomer van 1897 is James opnieuw op reis.
Hij logeert er in augustus in Dunwich.
In zijn notities lezen we hoe diep hij er zich met Dickens verbonden voelt nu hij in de geboorteplaats van Copperfield verblijft, en dat die invloed al heel vroeg begonnen is.

Het is maar een kleine stap naar Blyth en hij maakt er zijn kleine pelgrimage naar het kerkje van Davids slaperige zondagen.

Wie herinnert zich niet welke andere kleine David de kwade geesten van zijn gouvernante trachtte uit te drijven?
Wiens gedachten gaan niet uit naar de liefelijke gouvernante die later David Copperfields moeder zal zijn?

Engeland zit vol illustraties van Phiz:

‘…everything in England, in old-time corners, has connecting touch and the quality of illustration, and that in particulary golden August, with an impression in every bush, the immediate vision, wherever one meets it, easily attaches and suffices.’

Dunwich, gelegen in het district met de merkwaardige naam Blyth, beschrijft James als ‘not even the ghost of its dead self.’

Het oude stadje is in zee verdwenen.
James reist intussen door per ‘rijwiel’ naar Aldeburg, de geboorteplaats van de dichter Crabbe, bewonderd door Eduard Fitzgerald, wiens bewerking van Omar Khayams kwatrijnen juist die zomer onder de aandacht van James is gekomen.

Crabbe was de auteur wiens Peter Grimes (de tragedie van de zeeman en de scheepsjongens) Benjamin Britten tot een opera inspireerde.

dyn001_original_359_482_jpeg_20344_f43dc7f39113dc570d760fcf0786da88

Op 28 augustus 1897 publiceert Clement Shorters in The Illustrated London News A.J. Klings illustratie ‘The Babes in the Wood.’

En vergeet niet dat op 1 september van dat jaar H.G. Wells ‘ The Invisible Man verschijnt, die “grotesque romance”.

Op 25 september schrijf James aan Arthur C. Benson, de zoon van de overleden aartsbischop van Canterbury, hem zijn dagboek te sturen.
Deze jongeman met zijn geneigdheid tot het jeugdig schoon van zijn pupillen, heeft in die zomer net door het schrijven van zijn dagboek de neurotische hoofdpijnen overwonnen die hem kwellen.

Op 23 augustus lezen we in het dagboek:

‘I never had the courage to begin this sort of Diary before, but W.J.C(ory) inspires me.
I shall be glad if I can keep it up. I used to think I should not be long-lived, and felt ominously.
Now I wd. give much to have kept one.
It is the answer to all the people like my self who want to write and cannot.’

Begin oktober 1897 is Steads Real Ghost Stories verschenen.

Op 7 oktober 1897 is James net terug van een verblijf op Ford Castle, een middeleeuws kasteel waar hij verbleef in de ‘King James’ Tower’.
“As high and square and crenellated as any perambulating ghost could desire” zegt Sheppard in 1974.

In november 1897 verscshijnt Steads’ Review of Revieuws de geïllustreerde bespreking van Rosie Pitmans Undine.

In oktober-november 1897 verschijnt Sexual Inversion voor de tweede keer, dit maal zonder de naam van Symonds.
Het blijft echter voor de goede naam van Symonds een bedenkelijk boek.

Waarschijnlijk tot opluchting van Brown, grijpt de censor in en doet het boek als ‘scandalous and obscene’ in de ban.

Henry James schrijft aan The Turn of the Screw


DE BOOM KENNEN AAN ZIJN WORTELS (THE TURN OF THE SCREW 20)

 

dyn004_original_329_401_jpeg_20344_aa8c0fa38ed3dfd41a238911f73c4fbd

Van 26 april tot 1 mei 1895: Het eerste proces rond Wilde.
Van 20-25 mei 1895: Tweede rechtsgeding en veroordeling van Wilde.

Op 24 oktober 1895 een mooie aantekening rond literaire kritiek: een verhaal kan zijn eigen geheim inhouden, een geheim dat de lezer moet vinden en interpreteren.
Het is een aantekening die rechtstreeks The Figure in the Carpet voorafgaat.

Op 13 februari 1896 noteert hij dat zijn artikel over Alexander Dumas als “shocking their prudery” is geweigerd.
Hij ziet daarin wel iets voor een ironische of satirische geschiedenis.

Op 17 april 1896 houdt professor William James in Yale een rede als president van de Society for Psychical Research.
The Will to Believe and onther Essays in Popular Philosophy

Met vakantie in Chocorua in juni van dat jaar lezen we in zijn Notesbooks:

‘…there is n’t an object in the house that isn’t associated with past life, omd summers, dead people, people who will never come again, etc, and the way it takes you ropund the heart when you first come and open the house from its long wintersleep is most extraordinary…”

Van 4 juli tot 26 september 1896 verschijnt The Other House in The Illustrated London News.
Braches noteert: ‘het verhaal is gewaardeerd als de eerste volwaardige Ibsen-“tragedie” van James.
In 1896-97 kwam het ook in boekvorm uit.

Op 11 oktober 1896 overlijdt aartsbisschop Benson.
James is begonnen aan een verhaal waarbij de puurheid van de kinderziel en het zedelijk verval elkaar raken. What Maisy Knew’

‘Elk klein hoofdstuk is een moment, a stage.” noteert hij over het verhaal op 26 oktober 1896.

Uit de voorbereidingen van What Maisie Knew blijkt dat James vooral op zoek is naar symmetrie en evenwicht in het verhaal, maar toch wil hij die anderzijds niet te duidelijk zichtbaar maken.

1049891.jpg

Op 23 november 1896 komen we weer bij Ibsen uit als Little Eyolf in Londen zijn première beleeft.
De Daily News van 24 november van dat jaar meldt:

“..nor is it clear how a different training would have saved their offspring from the Rat-Wife’s fatal arguments.”

En de Daily Telegraph van 24 november :

”…the play might called Litlle Eyolf; or, Not Before the Boy.’

En in de Sunday Times van 29 november:

‘..neither Almers nor the sensible Asta would for a minute have permitted her (d.w.z. Ratwoman) so frighten the nervous little fellow.”

dyn004_original_501_500_jpeg_20344_32aa75a369b12b1dfff8329269990728

Op nieuwjaarsdag 1897 dateert James de eerst aflevering van zijn artikelenreeks ‘Londen’ in Harper’s Weekly.
En daar komt de kerstpantomime, en een schitterende beschrijving van het mistige Londen.
Het is daarom maar het gemakkelijkste om het nabije te beschrijven wegens tekort aan klaarte.

‘…comfortably conscious indeed of the blessed support of the Christmas void, the big brown desert of a town laid waste by the fond fancy (sweetest, for the London-lover at least of all English superstitions) that it is the time of the year for the breast of nature.

‘Everyone’ is in the country -every one but the superlatively wise for whom the sense of such a shrinkage is an old and charming story, a story rich in impressions of the way things loom larger in the comperative solitude, the way ‘productions’, of almost any kind, become striking and the pink and gold of the shop-fronts irradiate the fog.
If the spirit of pantomime pervades in this manner the very streets, I hasten to add that theirs is the truest felicity who have schoolboys at large to take to the play.
The pantomime, it is true, is not the play to the extent it used to be; but the difference is made up by the fact that the play is more and more the pantomime.’

Op 15 januari 1897 begint What Maisie Knew als feuilleton te verschijnen, en in The Yellow Book verschijnt James’ opstel She and He; Recent Documents. over de vriendschap tussen George Sand en Alfred de Musset.

Op 19 april 1897 wordt Oscar Wilde vrijgelaten en ondertekent Havelock Ellis het voorwoord tot zijn Sexual Inversion

dyn004_original_280_482_jpeg_20344_d5cc767bcbcec16d90b6dea35fbb0b9b

Volgende week daarover meer.


ZONSONDERGANG EN MAANLICHTE NACHT (THE TURN OF THE SCREW 19)

 

dyn006_original_400_300_jpeg_20344_f812fa944bc1f2f52c774efd2c4015e7

De periode waarin Symonds en Little Eyolf James in hun ban houden, de periode van december 1894 tot en met de januarimaand van 1895, is ook bepalend voor zijn schrijverschap.

Op 3 januari 1895 vindt de première plaats van Wilde’s An Ideal Husband in het Haymarket Theatre.

Op 5 janauri 1895 gaat James toneelstuk waarmee hij naam en faam wilde maken, Guy Domville roemloos en met veel publiek rumoer ten onder.
Ter afleiding bezoekt de auteur een ander toneelstuk twee dagen na de première: Oscar Wilde’ s An Ideal Husband
Hij vindt het maar een slorig stuk maar het publiek lust er wel pap van.

En na zes weken wordt zijn eigen stuk vervangen door The Importance of being Earnest en ook dit stuk trekt een enthousiast en talrijk publiek als het noodlot Wilde treft in de maand april 1895.

Op 12 januari 1895 vinden we in zijn Notebook (één week na de ondergang van Guy Domville de eerste notities aan waarin hij melding maakt van het vreemde verhaal dat de basis zal vormen voor The Turn of the Screw

dyn006_original_450_305_jpeg_20344_bedac3609fc71315014575bf7d320d20

“Teken hier aan de spookgeschiedenis die mij verteld is op Addington door de aartsbisschop van Canterburry: niets meer dan een vage, niet in bijzonderheden beschreven vage schets daarvan -alles wat hem verteld was (erg ondeugdelijk en gebrekkig) door een dame zonder talent voor samenhang, en zonder helderheid.
Het verhaal van de jonge kinderen (onbepaald aantal en leeftijd) overgelaten aan de zorg van bedienden in een oud landhuis, vanwege de dood, vermoedelijk van de ouders.
De bedienden, gemeen en verdorven, verknoeien en bederven de kinderen; de kinderen zijn slecht, vol van het boze, tot op sinistere hoogte.
De bedienden sterven (hert verhaal is vaag op de wijze waarop) en hun verschijningen, gestalten, keren terug om het huis en de kinderen te bezoeken, naar wie ze lijken te wenken, die zij noden en verlokken, vanaf de andere kant van gevaarlijke plaatsen, de diepe gracht van een verzonken omheining, enz- opdat de kinderen zichzelf zullen vernietigen, zichzelf verliezen, door eraan toe te geven, doordat ze in hun macht komen.
Zolang de kinderen van hen worden weg gehouden, zijn ze niet verloren.
Maar ze proberen, proberen en proberen, die boze verschijningen om in ze in hun macht te krijgen.
Het is zaak dat de kinderen ‘overkomen naar waar ze zijn’.
Het is allemaal duister en onvolledig, het afgeschilderde, de geschiedenis, maar er is een suggestie van een vreemd, gruwelijk effect in.
De geschiedenis te vertellen – tamelijk doorzichtig- door een buitenstaander, een opmerker.’

dyn006_original_450_647_jpeg_20344_5031dfb982dc596762e4bd8cccbfc8fe

Op de bladzijde voor deze eerste synthese noteert James ‘Names’.
Merk op dat ‘Addington’ heel ‘toevallig’ de tweede voornaam van Symonds is.

Bij de namen vind je “Grose”, en ook de naam “Delacoombe” die aan Florence Balcombe herinnert.
Die naam brengt ons, met Wilde, naar Ierland, waar James in maart naar toe reist.

Op 22 januari 1895 is James vast besloten over de schok van Guy Domville heen te komen.

‘I mean to do far better work than ever I have done before. I have potentially, improved immenseley- and am bursting with ideas and subjects: though the act of composition is, with me, more and more slow, painful and difficult.
I shall never again write a long novel; but I hope to write six immortal short ones- and some tales of the same quality.’

En op 23 janauri 1895 schrijft hij aan zichzelf: “Ik neem mijn eigen oude pen weer op- de pen van al mijn oude en onvergetelijke pogingen en geheiligde worstelingen…”

Op 5 februari 1895 denkt hij na over een verhaal van dubbellevens: ‘Two lives, two beings and one experience, that is I think, what I mean. (…)
They may be twins, but I don’t think it’s necessary. They needn’t even be brother and sister, however probably, most recommend themselves- and not as twins.’

Een dag later noteert hij de gedachte voor Covering End, het verhaal dat samen met de The Turn of the Screw’ zal verschijnen in The Two Magics

Op 14 februari 1895 gaat Wilde’ s The importance of Being Earnest in première in het St.James Theatre.

Op 18 februari 1895 Lord Queensberry (Q) deponeert de beledigende kaart aan Oscar Wilde in de Albemarle Club.

Op 1 maart 1895: Queensberry wordt gearresteerd wegens laster. Hij wordt op 5 april ontslagen van rechtsvervolging. Op diezelfde avond wordt Wilde gearresteerd.

Op 9 maart 1895: Henry James steekt over naar Dublin uitgenodigd door Lord Wolseley, commandant van het britse garnizoen, en door Lord Houghton, Lord Lieutenant van ierland.
Kort voor zijn vertrek heeft hij aan zijn Venetiaanse vriendin Mrs Anna Curtis laten weten waarom hij niet in staat is om een lovende beoordeling over Symonds te schrijven. van Wilde is nog niets bekend.

Wil je zijn verblijf in Ierland lezen vanuit het standpunt van een hedendaags Iers schrijver dan beveel ik je ten zeerste de lectuur van ‘The Master’ aan.
In helder Engels reconstrueert hij het verblijf van James, eerst bij de gehate ‘onderkoning van Engeland’, Lord Hougthon en daarna bij de minzame Wolseleys.

Op 5 april 1895 wordt Wilde gearresteerd.

Op 8 april schrijft James aan Gosse dat Wilde nimmer ook maar in het minste interessant voor hem is geweest, maar dat deze afgrijselijke mensen-geschiedenis hem, op een bepaalde manier, voor hem, James, heeft interessant gemaakt.
Op de enveloppe schrijft hij zijn notitie over Symonds.
In deze weken vinden we James verdiept in de lectuur van een dikke bundel brieven van Symonds, bundel door zijn vriend Gosse aan hem toegezonden.

Tot hier de versie uit Braches boek Engel en Afgrond.
Morgen verder.


TUSSEN ANGST EN BEWONDERING (THE TURN OF THE SCREW 18)

Oscar_Wilde2

Laten we het nu eens NIET hebben over iets, maar de deur opendoen voor de tekst zelf.
Lees het voorwoord van The Picture of Dorian Gray, bestaande uit 25 epigrammen.
Ze verschenen voor het eerst in maart 1891 in The Fortnightly Review
Op 1 juli 1891 verschijnt The Picture of Dorian Gray in boekvorm

The artist is the creator of beautiful things. To reveal art and conceal the artist is art’s aim. The critic is he who can translate into another manner or a new material his impression of beautiful things.

The highest as the lowest form of criticism is a mode of autobiography. Those who find ugly meanings in beautiful things are corrupt without being charming. This is a fault.

Those who find beautiful meanings in beautiful things are the cultivated. For these there is hope. They are the elect to whom beautiful things mean only beauty.

There is no such thing as a moral or an immoral book. Books are well written, or badly written. That is all.

The nineteenth century dislike of realism is the rage of Caliban seeing his own face in a glass.

The nineteenth century dislike of romanticism is the rage of Caliban not seeing his own face in a glass. The moral life of man forms part of the subject-matter of the artist, but the morality of art consists in the perfect use of an imperfect medium.

No artist desires to prove anything. Even things that are true can be proved. No artist has ethical sympathies. An ethical sympathy in an artist is an unpardonable mannerism of style. No artist is ever morbid. The artist can express everything.

Thought and language are to the artist instruments of an art. Vice and virtue are to the artist materials for an art. From the point of view of form, the type of all the arts is the art of the musician. From the point of view of feeling, the actor’s craft is the type. All art is at once surface and symbol. Those who go beneath the surface do so at their peril.

Those who read the symbol do so at their peril. It is the spectator, and not life, that art really mirrors. Diversity of opinion about a work of art shows that the work is new, complex, and vital. When critics disagree, the artist is in accord with himself. We can forgive a man for making a useful thing as long as he does not admire it. The only excuse for making a useless thing is that one admires it intensely.

All art is quite useless.

man met poppen

In kleine, zeer kleine oplage publiceert Symonds in 1891 A Problem in Modern Ethics
James leest het geschrift dat hem door Gosse wordt toegespeeld.
Hij reageert er afstandelijk en ironisch op naar Gosse toe, maar er is ook een bewonderende toon voor de intelligentie en de moed.
(een herinnering aan het ontbreken van moed bij de schrijver van Beltraffio)

Hij bewondert Symonds, maar hij vindt de zaak waarvoor Symonds opkomt toch maar een vreemde zaak.

James schrijft dat hij zich levenig kan voorstellen dat vrienden en relaties van Symonds zich onbehaaglijk voelen bij de lectuur van dit opstel waarin het ondermeer gaat over Ulrichs verklaring van homoseksualiteit als de vrouwelijke ziel in het mannelijke lichaam.

Als in 1893 Symonds overlijdt blijkt bij zijn dood James’ belangstelling voor hem nog steeds zeer groot.
James schrijft Grosse dat het bericht hem heeft geschokt, ook al had hij geen duidelijk beeld van die onvermoeibare werker, zegt hij.

In november 1894 heeft James zo net de lectuur van Little Eyolf beëindigd.
Hij is er verrukt over.
‘What I seem dimly to divine is that she-Eyolf goed the same way as the He, i.e. the way of the fiord.”
Uit een brief aan zijn uitgever Heinemann.

Het is 17 december 1894 als hij het bericht krijgt dat zijn vriend, de schrijver Stevenson overleden is.

Op 27 deccember 1894 is James verdiept in de lectuur van de ‘in gedempte toonaard’ geschreven biografie van Symonds, geschreven door diens vriend Horatio F. Brown.
Die heeft er alles aan gedaan om het homofiele aspect in zijn boek te sublimeren.
James schrijft aan Edmund Gosse:

‘I have been reading with the liveliest- and most painful- interest the two volumes on the extraordinary Symonds.
They give me an extraordinary impression of his “gifts”- yet, I don’t know what keeps them from beeing tragic.’

Maart 1895:

Alhoewel daartoe door vrienden aangemoedigd weigert James een waarderende evaluatie van Symonds te publiceren.
Hij had het te druk, schrijft hij.
Bovendien, zegt James, zou het een onmogelijke taak zijn: de helft van het leven van Symonds was immers vreemd morbide en hysterisch en tegen het einde van zijn leven kleurde juist dat aspect van zijn bestaan Symonds’ werk.
Over Symonds schrijven zonder dat aspect te behandelen zou een aantasting betekenen van het geheel, maar zich daarmee bemoeien, ironisch of expliciet zou een Probleem opleveren, een probleem dat hem te machtig is.
De hoofdletter maakt duidelijk welk Probleem James bedoelt.

GARY BLYTJE

Over welke “gifts” heeft James het als hij Gosse in december 1894 over Browns biografie schrijft?

We kunnen een antwoord vinden op die vraag als we James’ exemplaar ter hand nemen waarin hij zijn persoonlijke aantekeningen heeft gemaakt.

We vinden hoofdzakelijk persoonlijke notities bij de passages over waarnemingen van Symonds in trance en over Symonds ‘verandering van levensgerichtheid van het metafysische naar het aardse.

De belangrijkste passage is die waarin Symonds een beschrijving geeft over de uitwerking van chloroform bij een medische ingreep:

‘Felle lichtflitsen en duisternis wisselen elkaar aanvankelijk af.’

Toch neemt hij duidelijk waar wat er in de kamer gebeurt, maar het contact met de tastbare werkelijkheid lijkt verbroken.
Hij voelt zich de dood nabij.
Maar plotseling neemt zijn bewustzijn de aanwezigheid van God waar.

”..who was manifestly dealing with me, handling me, so to speak, in an intense personal present reality.’

Leven en dood schenen in die toestand niet meer dan lege begrippen, want er restte niets dan de Ziel en God: twee onvernietigbare existenties in een hecht verband.
Het is een toestand waarin ook communicatie mogelijk is.

Symonds:
‘Some have said they ware convinced by miracles and spirit-raping, but my conviction is a real new sense.

Hij voelt God antwoorden:

‘I have suffered you to feel sin and madness, to ache and be abandoned, in order that now you might know and gladly greet Me. Did you think the anguish of the last few days and this experience you are undergoing were fortuitous coincidences?’

Het ontwaken uit deze begenadigde roes brengt Symonds in de dieptste wanhoop en twijfel.

We zullen hen niet alleen laten, wordt dus vervolgd.


DE VOORGESCHIEDENIS VAN DE TURN OF THE SCREW (16)

governess blind

Een geheim ontsluieren laat ik verder aan de lezer van The Turn of The Screw over, ik verlaat dus even de talrijke en vergaande duidingen van Ernst Braches in ‘Engel en Afgrond’ en vind hem terug in zijn boeiend hoofdstuk over de voorgeschiedenis van de Turn.

Wil je een literair werk lezen vanuit de tijd waarin het ontstond dan kan die voorgeschiedenis alleen maar een verdieping van een visie meebrengen, want de cadrage verandert totaal als je naar de mogelijke wortels van een verhaal speurt.

Ook de tijd is een personage, en daarom neem ik je mee naar het jaar 1884, het jaar waarin James’ ‘The author of Beltraffio’ verschijnt in The English Illustrated Magazine.

Het verhaal gaat over de worsteling van Mark Ambient (ambient: omringend, omringende cirkel) en zijn vrouw over het bezit- lijfelijk en geestelijk- van hun gracieuze zoontje Dolcino.

De vrouw wil het joch behoeden tegen de verderfelijk invloeden van haar schijvende man die met het verhaal Beltraffio (=naam van een van Leonardo da Vinci’s leerlingen) faam en naam had gemaakt.
Ze roept geen medische hulp in als het kind ziek wordt, ze laat het liever sterven dan dat ze het nog langer bloot stelt aan de invloed van zijn vader, op wie overigens niets valt aan te merken.

symonds portr

De kiemcel waaruit dit verhaal groeide kreeg James kort voor 26 maart 1884 in de vorm van een inlichting van Edmund Gosse over de auteur John Addington Symonds, man waarove we het al uitvoerig hebben gehad in onze vorige bijdrages.

Gosse vertelde James over J.A.S.’ (zo werd hij vaak afgekort door vrienden) extreme en hysterische esthetisme, over zijn ballingschap in Davos wegens zijn longen, over de dodelijke ziekte van zijn dochter en bovenal over de volstrekte antipathie van Symonds’ vrouw ten opzichte van zijn werk.
Ze keurde de toon ervan af, ze vond zijn boeken immoreel, hyperesthetisch.

Dat intieme drama dat wel vaker in James werk zal verschijnen was de tegenstelling tussen de koude, calvenistische en starre moraliste en haar echtgenoot, doordrenkt tot in het morbide toe met de geest van Italië.

Tussen hen beiden plaatst James het kind.
De vader wil het tot kunstenaar opvoeden, de moeder wil het kind de kerk binnenvoeren.

In Leon Edel’s mooie bio van Henry James citeren we de biograaf:

‘Mrs Ambient is the baleful female of many of James’ tales, capable of doing away with husband or child, wheter we meet her in het insouciant cruelty and selfishness in The Pupil, in het calculated perversity in The Other House, or in her courageous anxiety and madness in The Turn of The Screw.
In these tales the bright piping voice of innocence is extinguished and the male is deprived of issue by a castrating female…’

dyn006_original_412_525_jpeg_20344_c4c50f266f7028c44ea14a715013ddcb

Tot op dat bewuste ogenblik van het gesprek tussen Gosse en James was er geen contact geweest tussen John Addington Symonds (JAS) en James.

Wel had James JAS tijdens een lunch ontmoet en hij had hem een publicatie toegezonden op grond van een gedeelde sympathie voor Venetië, en natuurlijk had hij daarop een antwoord ontvangen, maar er kwam geen correspondentie uit voort.

Met zijn verhaal The author of Beltraffio zal dat contact zeker niet ontstaan zijn want aanvang 1885 schreef James -behoedzaam als altijd- dat de geschiedenis door ‘tout le monde’ werd beschouwd als een sprekend en schandalig portret van JAS en zijn vrouw.

Wel droeg het verhaal ertoe bij dat James’ belangstelling voor Symonds weer toenam, hij had zichzelf met het verhaal een sleutel verschaft tot een aspect van Symonds leven, aspect dat hem tot dusverre niet door Gosse was onthuld: zijn homoseksuele geaardheid.

Gosse dacht dat James met zijn verhaal dat ‘aspect’ had ontdekt en na lezing ervan feliciteerde hij James met zijn scherpzinnige ontdekking.
Deze zei dat hij van de prins geen kwaad wist en dat hij graag van Gosse zou horen wat er dan wel met JAS aan de hand was.
Het lijdt geen twijfel, zegt Braches verder, dat hij van Gosse daarop een afdoend antwoord heeft gekregen.
James heeft vanaf dat moment Symonds leven met aandacht gevolgd.

We zetten stapje verder in de tijd.

5 juni 1885: geboortedatum van Cyril Wilde, zoon van Oscar Wilde.

20 juni 1890: Wilde’s The picture of Dirian Gray verschijnt in Lippincott’s Monthly Magazine.

In Scott’s Observer van 5 juli 1890 heet het:

Mr. Wilde has brains, and art, and style; but if he can write for none but outlawed nobleman and perverted telegraph-boys, the sooner he takes for tailoring (or some other decent trade) the better for his own reputation and the public morals.”

Wordt dus vervolgd!


Al enkele dagen gebruik ik prachtige schilderijen van MARK EDWARDS, werk van hem vind je terug op: http://www.stableart.com waar het ook te koop is.


PETER QUINT: HEER EN KNECHT (THE TURN OF THE SCREW 16)

471px-Danleno

Peter Quint is de knecht die zijn plaats niet kent.
Hij neemt de plaats in van de Meester, een plaats die hij trouwens van de Meester krijgt.

Hij staat te hoog en is te vrij.
Te vrij met de gouvernante. Te vrij met de kinderen. Te vrij met de kleine Miles.
Hoe vrij?
Voldoende vrij om de gouvernante een “sudden sickness of disgust” te geven.
Hij is de man aan het raam; de man van ‘secret disorders, vices more than suspected.’

En dan zijn voorkomen!
Hij wordt met een toneelspeler geassocieerd en Braches verbindt zijn uiterlijk met de pantomimespeler DAN LENO (hierboven afgebeeld)

‘He danced on the stage; he danced on a pedestal; he danced on a slab of slate; he was encored over and over again; but throughout his performance, he never uttered a word.’

Dan Leno was voor de Victoriaan een begrip.
De man trad sommige avonden op in drie musicals, hij had een aapachtig voorkomen, bewegende gebogen wenkbrauwen, en zegt Braches hij speelde vooral de faun, de satyr en was voor de Victoriaanse mens de verpersoonlijking van het dierlijke.

‘De lagere geknechte zinnelijkheid heeft het in de satyr gewonnen van de beheersende krachten van de geest.’

In 1883 Leno met Sarah Lydia Reynolds, a comedy singer, they married at St. George’s Church, Hulme, in Manchester the following year and the first of six children was born, Georgina. The family moved back to London and Leno began his successes with a new act, featuring comedy patter, dancing and song. He appeared at three music halls in one night, the Middlesex (Drury Lane), the Forester’s (Mile End) and Gatti’s-in-the-Road. He set about creating various comedic characters, including dames, a police officer, a Spanish bandit, a fire-fighter, and a hairdresser. His monologues with the audience, particularly the You know Mrs. Kelly?… routine, increased his stardom. He proved to be so popular that he even entertained royalty at Sandringham, later earning him the nickname the King’s Jester.

In 1896 he was hired by Augustus Harris, manager at the Drury Lane to appear in pantomime productions that included Jack and the Beanstalk, Babes in the Wood and Mother Goose. In virtually all of these production he played the dame.

Daar heb je weer de verwisseling, en dan was er ook Arthur Machens The Great God Pan met de titelpagina van Aubrey Beardsley dat nog maar drie jaar geleden in 1894 verscheen.

Joseph W. came to the conclusion that the boy had woke up with a sudden fright, as children sometimes do, but Trevor persisted in his story, and continued in such evident distress that at last his father took him home, hoping that his mother would be able to soothe him.For many weeks, however, the boy gave his parents much anxiety;he became nervous and strange in his manner, refusing to leave the cottage by himself, and constantly alarming the household by waking in the night with cries of “The man in the wood!father! father!”

Het was een willekeurig moment, maar het zet de toon.
Het boek kreeg bakken kritiek over zich heen, en braches citeert:

‘The Victorians, accustomed first by Lyell and Chambers and subsequently by distortions of Darwinian evolution to think of themselves as struggling to transcend their baser animal instincts, found in the god who was man from the waist upward but all beast below an apt enough symbol for the destructive libido they hoped to sublimate.
The figur of the faun gave visual expression to the conflict of higher thought and lower instincts.’

dyn005_original_450_704_jpeg_20344_55c85f46ca68ed5591f9758d88c20bb9

Quints verschijning, die schrikwekkende gestalte op de toren, is ” zo zeker als een schilderij in zijn lijst”.
Hij staat er als een portret getekend.
Hij vertoont zich als een ‘horror’, een mens waarin het beest de overhand heeft gekregen.

En we zijn ook in de tijd van Oscar Wilde’s proces en zijn vrijlating in 1897 uit de gevangenis?
De ideeën over ‘sexual inversion’ zullen dus zeker hebben meegespeeld.

En wat is zo vragen de auteurs van Sexual Inversion zich af het wezen van die “inversion”, van de “omkering” de homoseksualiteit?

“Ulrichs explained the matter by saying that in sexual inverts a male body coexist with a female soul: anima muliebris in copore virili inclusa.’

Maar Sexual Inversion komt met een nieuwe theorie

‘We can probably grasp the nature of the abnormaity better if we reflect on the development of the sexes and on the latent bi-sexuality in each sex.
At an early stage of deveopment the sexes are indistinguishable, and throughout life the traces of this early community of sex remain…”

“Among mammals the male possesses useless nipples, which occasionally even develop into breasts, and the female possesses a clotoris, which is merely a rudimentary penis, and may also develop.”

“Putting the matter isn a pure speculative shape, it may be said that at the conception the organism is provided with about 50% of male germs and about 50% of female germs, and that as development proceeds either the male or the female germs assume the upper hand, killing out those of the other sex, until in the maturely developed individual only a few aborted germs of the opposite sex are left.”

De vrouwelijke partner die de mannelijke partner doodt en daardoor een inversie veroorzaakt, die op gang gebracht wordt wanneer in de kleine jongen te vroeg de erotische gevoelens worden gewekt.

Een staaltje van Victoriaans denken dat op deze dagen nog aardig opgeld maakt als je sommige heksenjachten moet leren begrijpen.


LIEDJESTEKST: ZEILEN OP DE WIND VAN VANDAAG

boy 5-10

Zeilen op de wind van vandaag

Toen je dacht: ik word gedragen
Moest je sjouwen
Toen je dacht: ’t is even slikken
Moest je kauwen
Toen je dacht: ik wil wel stoppen
Juist beginnen

En toen je net naar buiten wou
Naar binnen
Toen je dacht: ’t is me teveel
Toen werd het minder
Toen je dacht: ik ben een rups
Bleek je een vlinder
Toen je dacht: dat je iets won
Had je verloren
En toen je dacht: nu ga ik dood
Werd je geboren.

Je moet zeilen op de wind van vandaag
De wind van gisteren helpt je niet vooruit
De wind van morgen blijft misschien wel uit
Je moet zeilen op de wind van vandaag

Toen je dacht: nu wordt het beter
Werd het slechter
Toen je dacht: ik geef het op
Bleek je een vechter
En toen je dacht: Nu wordt het winter
Werd het zomer
Toen je dacht: het wordt gebracht
Moest je ’t halen
En toen je dacht: ik krijg iets terug
Moest je betalen
Toen je dacht: ik sta alleen
Toen kon je schuilen
Toen je dacht: ’t is om te lachen
Moest je huilen

Je moet zeilen op de wind van vandaag
De wind van gisteren helpt je niet vooruit
De wind van morgen blijft misschien wel uit
Je moet zeilen op de wind van vandaag.

Adelheid Roosen: Purper


ZEILEN OP DE WIND VAN VANDAAG: IN MEMORIAM JOS BRINK

josbrink

Onnozel als ik was, een beginnend radiomaker, zat ik in 1974 in het kleine Amsterdamse theater voor een voorstelling van ‘TEXTPERIMENT’.

Onnozel niet om daar te zitten, maar omdat ik dacht gewoon vanuit de zaal enkele nummers op te kunnen nemen met mijn Nagra en daar dan een interview mee te larderen.

Onnozel omdat ik dat idee ter plekke kreeg zonder iemand iets gevraagd te hebben.

Dus werd ik tijdens de pauze vriendelijk opgehaald door een jonge acteur en cabaratier die me verbaasd vroeg wie ik was en wat ik van plan was.

Die jonge man was Jos Brink.

Na mijn gestamelde ekskuses volgde na de voorstelling een aardig interview en kon ik laat in de nacht terug naar Brussel.

Maar toen wist ik het al, net zoals je het dadelijk wist als je de ook toen nog jonge Robert Long had gehoord en gesproken.

Het waren dagen van talrijke nieuwe sterren aan de Nederlandse kleinkunst-hemel.

Ontwapenend is een goed woord voor Jos Brink.
Alle wapens (kritieken) die je op hem gericht kon hebben, werden machteloos als je hem bezig zag.

Ontwapenend, een van de mooiste eigenschappen die hij met sommige kinderen gemeen had.

Je kunt iemand alleen maar ontwapenen of met geweld, of door charisma.
Geweld was hem totaal vreemd, charisma had hij des te meer.

Er staan zoals je bent, niet schuw om je kleine vaak emotionele kantjes te tonen.
Met begrip, maar ook niet bang van het sardonische, het brutale bekje.

Ontwapenend, zodat de spanningen van de dag, de onzekerheden in je hoofd, de voor-oordelen wegsmolten en je inderdaad als een jochie mocht meespelen in het circus dat hij nu verlaten heeft.

Zeilen op de wind van vandaag.
De klank is niet al te best, maar de tekst duidelijk genoeg om te weten dat er verschillende luchtlagen zijn waarin je kunt zeilen.

En al zit je spreekwoordelijk iets hoger, in mijn dagen blijf je zeilen.


GOUVERNANTES IN SPIEGELBEELD (THE TURN OF THE SCREW 15)

governess

Laten we enkele verbindingen met Jane Eyre maken, en luisteren naar deze goede raad van Charlotte Brontë’ s hoofdfiguur.

There are a thousand reasons why liasons between governess and tutors should be never tolerated a moment in any well regulated house.”

En dan lezen die Victorianen het verhaal ener gouvernante die naar Bly komt en daar toegeeft aan de verleidingen van Quint, en…ze werkt er zelfs aan mee.

Ze laat de zorg van de aan haar toevertrouwde kinderen over aan haar minnaar, die zich als ‘tutor’ opwerpt, citeer ik Braches.

Dus vervolg ik Jane Eyres goede raad:

‘…we all know them: danger of bad example to innocence of childhood; distractions and consequent neglect of duty on the part of the attached; mutual alliance and reliance; confidence thence resulting – insolence accompanying- mutiny and general blow up.’

Bij de aanvang van 1897 was er net een rijk gedocumenteerde biografie over Charlotte Brontë verschenen en verbeterde deze uitgave het werk van Mrs. Gaskell uit 1855, met name door Clement Shorter, hoofdredacteur van The Illustrated Londen News waarin rond dezelfde tijd James’ The haunted House’ verscheen (in afleveringen).

Tegenover Jane Eyre’s achtergrond houdt de predikantsdochter van Hampshire geen kleur.
Zij laat alles wat zou moeten gedaan worden.
Zij leeft naar het zich laat aanzien hulpeloos in een onmogelijke wereld met hemelse kinderen.
Ze zal zelfs de kleine Miles vragen haar te helpen om hem te helpen.

dyn010_original_372_700_jpeg_20344_2d471bfa5919f6f95a461a089293d854

Alles wat in het boek van James gebeurt, zegt Braches, staat in volstrekte tegenstelling tot datgene wat in het boek van Charlotte Brontë geschiedt.

De Victoriaanse lezer kon gemakkelijk vermoeden waar dat gedrag zou uitmonden.
Was de eerste gouvernante op Bly niet plotseling vertrokken, en toen ze moest terugkeren was er alleen het bericht van haar dood.

Weg gegaan naar Londen dus, het Babylon, waar prostitutie welig tierde.
In het midden van de 19de eeuw zochten heel wat meisjes van het platteland daar hun heil.
Ronseling van deze gewillige meisjes onder valse voorwendsels was aan de orde van de dag.

Ze zouden een betrekking als gouvernante krijgen, of als dame van gezelschap.

dyn010_original_450_630_jpeg_20344_21039a2d5414c91d298023ca4da57b65

Het was vaak de enige uitweg voor dergelijke meisjes, de enige betrekking die ze konden aanvaarden zonder sociaal gezichtsverlies.

In 1851 leefden in Engeland 25.000 gouvernantes, nog maar een klein aantal in vergelijking tot het aantal vrouwen dat een dergelijk betekking zocht.

De gouvernantes, vaak dochters van predikanten of van middenstanders, zaten gevangen in het nauwe keurslijf van de Victoriaanse moraal.
En seksuele omgang betekende sociale ondergang, dat werd door allerlei romannetjes uit die tijd ten overvloede beschreven.

William Stead (die in 1912 met de Titanic zou ondergaan) was als ‘journalist’ voor de Pall Mall Gazette in 1885 in contact gekomen met ene Rebecca Jarett die alles wist over kinderprostitutie.
Ze was zelf als twaalfjarige door haar immer dronken moeder ‘verhuurd’ en gered door het Leger des heils.
Stead die zich ook liet steunen door Henry Labouchère (politicus en uitgever van het blad Truth publiceerde in de Gazette dat hij tegen een beetje geld de hand had kunnen leggen op een dertienjarig meisje, nog maagd.

Dat bericht van die vroege undercover journalist schokte de gemeenschap en zijn geschriften werden zelfs apart uitgegeven onder de welsprekende naam ‘The Maiden Tribute of Modern Babylon’

MAA3146

In datzelfde jaar 1885 verhoogde de Criminal Law Amendement Act de ‘age of consent’ voor meisjes van twaalf naar zestien jaar.
Laat in de nacht, bij ongeluk, stelde een amendement van Labouchère elke homoseksuele omgang, openbaar of verborgen, strafbaar.
Door deze wetgeving kon Oscar Wilde in 1895 veroordeeld worden.

Als de kleine Flora miss Jessel’s verschijning (de eerste gouvernante) ziet, zit ze aan de rand van de grote vijver die ze de zee van Azow hebben genoemd.
(leuk om weten dat het verhaal gesitueerd rond 1855 daar de aan de hand zijnde Krimoorlog voor gebruikt)

De verschillen tussen beide gouvernantes worden minder groot dan het aanvankelijk lijkt te zijn.

Beiden zijn ‘handsome’, beiden zijn ze bezweken voor de charmes van hun werkgever, beiden verdragen ze meer dan de code van de Victoriaanse wereld toelaat.

De zee van Azow wordt dan de spiegel.
De verschijning staat, zij zit.

Ze worden elkaars spiegelbeelden.

Langzamerhand vloeien de twee gestalten in elkaar.


VROEG RIJP, VROEG ROT (THE TURN OF THE SCREW 14)

93878BgIF_w

En wat was daar allemaal gaande met die vroegrijpe schoonheden in het Victoriaanse samenlevingsmodel?

Havelock Ellis en John Addington Symonds schrijven daar in ‘Sexual Inversions het volgende over:

‘It is in fact of considerable interest and significance that in so large as number of my cases there was distinct precocity of the sexual emotions.
There can be little doubt that, as many previous observers have found, inversion tends strongly to be associated with sexual precocity.
I think it may further be said that sexual precocity tends to encourage the inverted habit where it exists.
Why this should be so obvious, if we believe -as there is some reason for believing- that at early age the sexual instinct is comperatively undifferentiated in its manifestations.

The precious accentuation of the sexual impuls leads to definite crystallisation of the emotions at a premature stage.
It must be added that precious sexual energy is likely to remain feeble, and that feeble sexual energy adapts itself more easily to homosexual relationships, in which there is no definite act to be accomplished, than to normal relationship.’

En vult Braches fijntjes aan:

‘Havelock Ellis sluit externe beïnvloeding niet uit, en hij stelt dat ‘masturbation at an early age, may enfeebe espicially the sexual activities, and so predispose them to inversion.’

Als je dus met deze maatstaf meet dan kan inderdaad de Victoriaanse lezer van de ene verbazing in de andere vallen bij de lectuur van The Turn of the Screw.

Loopt daar in Bly een ‘ontstellend fraai jongetje’ rond van ongeveer tien jaar dat blijkt weggestuurd te zijn uit de kostschool.
En de gouvernante weet dat zoiets maar één ding kan betekenen:

“That he’s an injury to the others”

En voor de Victoriaanse lezer is dat voldoende als aanwijzing.
Hij kent maar al te goed de kostschoolwereld, en hij weet dat de verwijdering van besmettingshaarden noodzakelijk is.

Maar wat hier gebeurt zet wel zijn belevingswereld op de kop: een kleine jongen van tien jaar, in de bloei van puurheid en onschuld wordt als een besmettingshaard beschouwd voor zijn kameraden en niet omgekeerd!

Gelukkig wordt de lezer gerustgesteld.
Als Quint en Jessel verschijnen, dan kent hij de oorzaak.
Dit koppel dat hun zgn. ‘liefde’ bedreef onder de ogen van de kinderen, en dit koppel dat de kinderen vrij laat, te vrij, en te ‘vrij’ met hen omgaat.
Te vrij met miss Jessel, te vrij vooral met het jongetje Miles; en dat maandenlang.

Ik neem letterlijk Braches over omdat hij bijna sardonisch de mogelijke afstand tussen de lezer en het onderwerp invult.

Volgens de gouvernante in het verhaal kan zoiets niet waar zijn.
Zij laat daarbij alles na wat een jongen die om dergelijke reden naar huis wordt gezonden nodig heeft.
Kleine Miles wordt niet gehard in sport en spel.
Hij wordt verwekelijkt op een rood kussen ‘met een boek’ achtergelaten, zittend in de boog van het raam (uit het zicht) terwijl hij tekenen van rusteloosheid(!) vertoont.
Hij wordt voortdurend alleen gelaten, en dat moet de recht geaarde Victoriaan meermaals hebben doen hoofdschudden.

dyn003_original_569_450_jpeg_20344_2eb0130b17c568f13c48cc2839955a4b

Dit kind begeeft zich niet aan het voetbalspel maar..speelt piano!
En weer kan de Victoriaan naar ‘Sexual Inversion’ grijpen want die muzikale voorkeur zegt Havelock Ellis die wijst al duidelijk op…

‘A taste for music is widespread among them. Three belong to the dramatic profession, and at least two have had marked dramatic ability from childhood”

“…The tendency to dramatic aptitude among sexual inverts- well illustrated, it will be seen, in my cases- has attracted the attention op previous investigators in this field.’

Minister A. kan dus toch maar eens beter nadenken over zijn subsidies aan de muziekacademies en ze inderdaad beter aan jonge boksers uitdelen, alhoewel…

De eerste tekenen van zedelijk verval zijn dus duidelijk, en vooral tijdens en na de nachtelijke ontmoeting met Miles in bed: het afwenden van de blik, de bleekheid, de impulsieve vrolijkheid, het schijntoneel, het alleen zijn en het eenzaam zwerven.

‘Het zijn voor de Victoriaanse toeschouwer de tekenen van de zondeval, de gevolgen van datgene wat de lezer wel moest zien als het resultaat van een perversie in het verleden en de tolerantie in het heden.’

De kinderen, deze kinderen, blijken de gouvernante niet nodig te hebben. De gouvernante wordt zelf het kind.

‘Hoofdschuddend ziet de Victoriaanse lezer in Bly alle normen van zijn bestaan op de kop gedraaid: gouvernantes laten zich door kinderen regeren; gouvernantes worden steeds kinderachtiger; kinderen groeien buitensporig snel op; engelachtige schoonheid draagt de zaden van duivelse corruptie; het platteland wordt een poel van bederf; de tijd snelt onhoorbaar voort.

Bly heeft langzamerhand het contact met onze werkelijkheid verloren.


ENKELE STAPPEN ZIJWAARTS (THE TURN OF THE SCREW 13)

Zullen we nog eens een wandeling maken door de tuinen van de verbeelding?

Eerst en vooral een prachtige uitvoering van ‘Es ist volbracht’, waar zowel de jonge alt als de viola da gamba muzikale toppunten van schoonheid hoorbaar maken. (uitvoering 1985)

En dan daarbij, deze tekst van John Addington Symonds:

He was all beautiful: as fair
As summer in the silent trees;
As bright as sunshine on the leas;
As gentle as the evening air.

His voice was swifter than the lark;
Softer than thistle-down his cheek;
His eyes were stars that shyly break
At sundown ere the skies are dark.

I found him in a lowly place:
He sang clear songs that made me weep:
Long nights he ruled my soul in sleep:
Long days I thought upon his face.

dyn006_original_600_399_jpeg_20344_eb69509fea2ed45da92231c1795c5b5b

He realised that he was homosexual at a very early age and had vivid dreams of being in a room surrounded by naked sailors. At Harrow school his innate timidity and romanticism caused him to be disgusted by the abundant homosexual activity available to the other boys there. His confusion led him to accuse the Harrow headmaster, Dr Vaughan, of loving one of his pupils, and with the help of his father, achieved the removal of Dr Vaughan from the school. This malicious act was to haunt Symonds later in life.

Even at this time Symonds was in love with a choirboy, Willie Dyer and twice exchanged kisses with him. However, his father advised that he might be accused of the same as his recent victim, Dr Vaughan.

We zullen het nog hebben over deze John Addington Symonds, maar als ik de tuinen van de verbeelding citeerde, dan was het de verbeelding als gids om de verschillende beelden en klanken hier aanwezig samen te brengen, want de onderdelen zijn zo werkelijk als werkelijk kan zijn.

Het gaat trouwens in Es ist volbracht ook om verraad, en dat je zoiets een leven lang kan parten spelen mag duidelijk zijn in ons eigen leven, want we verraden minstens onszelf enkele keren per (dag, week, maand, jaar) om maar te zwijgen van diegene die ons omringen of omringden.

En om het niet romantisch te maken, koos ik voor die prachtige altstem waarin de jongen en de volwassene zo kleurrijk combineren.

We zullen het dus hebben over het boek dat in 1897 verschijnt en waarin Havelock Ellis en John Addington Sysmonds over Sexual Inversion’ schrijven, en dat was nieuw!

We beginnen een volgende keer met een mooi fragment uit dit werk.
Intussen wens ik je veel luistergenot met die prachtige stem en dat innige viola da gamba-spel, zomaar uit het niets in je oor.

Er zijn nog intense momenten, de dag voor de ten hemelopneming van Maria.
En als ons deze hoogte niet vergund is, blijft de muziek en het beeld als innige troost voor de aardsen over.