ONSCHULD OF VERDORVENHEID, THE TURN OF THE SCREW (12)

1084674

Van onschuld naar verdorvenheid was voor de Victorianen maar een kleine stap, zeker als je beseft dat alles, maar dan ook erop uit was de onschuld te strikken en naar Babylon te leiden.

Dat gedachtengoed ligt aan de basis van The Turn of the Screw.
Op de korte tijd van hun verblijf op het landgoed Bly maken we de turn mee van hemelse onschuld naar “common and almost ugly”.

De kleine Flora (acht jaar, in de tijdschrift-editie was dat nog zes jaar) zegt na een tijdje dingen “which might have been, that of a vulgarly pert little girl in the street”.

bouguereau5

Braches zegt: “Ze is Ibsens “Regina” in kindergestalte.

Mrs. Grose, de goedige huishoudster, heeft haar meegenomen naar de fraaie heer uit Harley street, en daarmee weet de Victoriaanse lezer genoeg.

Het meisje dat zoals Regina naar de stad vertrekt om daar haar zedelijke ondergang tegemoet te gaan.

De kleine Miles wordt door James niet geportretteerd, maar hij lijkt even puur en zuiver als zijn kleine zus.
Hij is nauwelijks tien jaar oud.
Maar in de herfst blijkt inderdaad zijn verhouding tot de gouvernante die van een kleine Meester te zijn geworden, die niet meer met zijn kleine zusje wil optrekken, maar met zijn eigen soort wil omgaan: naar de jongens wil.
Hij zwerft alleen over het gebied van Bly.
Hij wordt erg vrij, té vrij.
Hij spreekt met de gouvernante als een volwassene, een jeugdige minnaar. (Braches, 44-45)

dyn010_original_525_414_jpeg_20344_8a87e2948acfac0754e6aae10f6ac622

Braches haalt aan dat die ‘verwording’ kan toegeschreven zijn aan een ander tijdservaren eens we in Bly zijn: alles gaat er heviger, sneller.
Een magische tijd waarin het zes/achtjarige meisje verbloeit tot een straatkind van twaalf/veertien, en de jongen van tien de kleine “master” van zestien wordt met alle vrijheden die bij zijn leeftijd en positie behoren.

De Victoriaanse lezer begrijpt echter deze evolutie omdat hij in het tweede gedeelte van de novelle te lezen krijgt dat de vroegrijpheid van de kinderen van binnenuit komt, “the worm in the bud”, en die nachtmerrie is een begrip in het Victoriaanse denken en voelen.

Is het platte land, ’the country’ in het begin nog the place to be voor onschuldige kinderen, men geneest er immers van de verdorvenheid van de stad, dan wordt het sarcasme des te groter als hier net het tegenovergestelde plaats zou vinden.

‘At any rate, in healthy subjects, and especially in children brought up in the pure air, and amid the simple amusements of the country, perfect freedom, and indeed total ignorance of, any sexual affection is, as it should always be, the rule.
The first and only feeling exhibited between the sexes in the young should be that of pure fraternal and sisterly affection.’

En dat is een citaat uit The Functions and Disorders of the Reproductive Organs’, een succesvol boek uit 1857 van de geleerde arts William Acton.

Dit boek werd aan beide zijden van de oceaan bij herhaling herdrukt.
Zo verscheen nog in 1895 in Philadelphia een achtste Amerikaanse editie waaraan ook dit citaat is ontleend:

‘In a state of health no sexual impression should ever affect a child’s mind and body.
All its vital energy should be employed in building up the growing frame, in storing up external impressions, and educating the brain to receive them.
During a well-regulated childhood, and in the case of ordinary temperaments, there is no temptation to infringe this primary law of nature.
The sexes, it is true, in most English homes, are allowed unrestricted companionship.
Experience shows, however that this intimacy is in main unattended with evil results.

Thus it happens that in most healthy and well brought-up children, no sexual notion or feeling has ever entered their heads, even in the way of seculation.
I believe that such children’s curiosity is seldom excited in these subjects except where they have been purposeley suggested’

Acton poneert duidelijk dat een kind puur en onschuldig is: seksueel slapend, maar toch wordt het door hem afgeschilderd als voortdurend blootstaand aan verleidingen.
Ze staan weerloos open voor prikkeling en bederf, citeer ik Braches.

Er is daarbij geen overgang tussen engel en duivel, het is hemel of hel, paradijs of zondeval.

‘We are faced then with a double or contradictory consciousness.
On the one hand, children are spoken of as pure of innocent and sexual quiescent; on the other, they are described as constantly threatened by horrid temptations, open to stimulation and corruption, and in danger of becomming little monsters of appetite.
There is nothing to mediate between these extreme states, no middle ground or connection between them.
And the contradiction that children are both at once remains altogether unconscious.’

En dat is een mooi besluit van Steven Marcus.

En de mogelijkheden om snel kennis te maken met de paradijsvloek zijn in Victoriaanse ogen onbegrensd aanwezig.

Braches zegt heel treffend dat er nauwelijks een ervaring in het leven is die niet de voortijdige seksuele begeerte in het kind kan doen ontwaken.

Ook premature intellectuele ontwikkeling vormt een gevaar.
Acton wijst op de neiging van de Victoriaanse opvoeder om intellectuele superioriteit te stellen boven het verrichten van gezonder bezigheden.

Boeken, en zeker “klassieke boeken” zullen de seksuele gevoelens prikkelen.

‘He reads in them of the pleasures, nothing of the penalties, of sexual indulgences.
He is not intuitively aware that, if sexual desires are excited, it wil require greater power of will to master them than to falls to the lot of the most lads; that if indulged in, the man will and must pay the penalty for the errors of the boy; that for one that escapes, ten will suffer; that an awful risk attends abnormal substitutes for sexual intercourse; and that self-indulgence, long pursued, tends ultimately, if carried far enough, to early death or self-destruction.’

Aha!
Als je die laatste zinnen leest, dan merk je de bijna stotterende schrijfwijze, de uitgestelde veroordeling want lieve vrienden en vriendinnen, het gaat hier duidelijk over het spook van ‘de zelfbevlekking’, een waanidee dat zo maar eens eventjes bijna 160 jaar tot in onze geesten is doorgehamerd en dat in feite berust op een misverstand vanuit de klassieke humorenleer (humor: vocht) van Hippocrates en Galenus.

Dit werd echter zo ernstig genomen door dokters, rechters en opvoeders dat de weerzin voor het eigen lijf en dat van anderen lang is blijven doorklinken.
Daarbij komt dat die ‘zelfbevlekking’ een opvoeding zou kunnen zijn tot het aanleren van homoseksuele omgang, en ook dat fraaie idee leeft hier en daar nog altijd in de duistere geesten van sommigen onder ons.

Kijk maar even naar het beeldje van Peter Pan hiernaast.

Als je niet wilt opgroeien, moet je al die verleidingen niet doorstaan, dat is ook een typisch Victoriaans gegeven, het op sterk water zetten van de kindertijd.

Stof genoeg dus voor boeiende zijwegen die wel eens op hedendaagse paden kunnen uitkomen, maar dat is weer voor een volgende keer.

dyn010_original_500_969_jpeg_20344_0950994081263c9c2abb2151f1d798d5


AAN DE OEVER VAN HET VERHAAL (THE TURN OF THE SCREW 11)

screw2_large

We zijn nu dichtbij het ontstaan van het verhaal.
Het jaar 1897 is een jubeljaar.
De Queen viert haar jubileum en zegt Braches, het ‘God save the Queen’ is niet van de lucht.

De zomer van dat jaar staat The illustrated London vol met verslagen van het jubileum, maar ook vind je er het verhaal Jephunneh (Bijbelse naam) van S. Baring-Gould waarin een vader op weg naar huis omkomt in de diepe sneeuw, een poppenhuis onder de arm gekneld.

Het kind is doodziek thuis, wat dacht je en de kille stiefmoeder is ook van dienst.
De afbeelding van het kleine meisje is duidelijk genoeg, in haar nachtjaponnetje op de schoot van de zwart geklede vrouw.

“The clock struck twelve. Then suddenly the child started in het aunts lap, opened her great dark eyes.
A light sprang upon them; she stretched her arms and cried: Dada! Dada! o, Dada! What a beautiful house, and all for me, -for Dada and me, felt back and was gone..

In het nummer van de week daarvoor (5 juni, drie weken na de vrijlating van Oscar Wilde) zien we een levensgrote reproductie naar een aquarel van Gordon Browne. (illustrator o.a. van kinderboeken)
Ik heb ze helaas niet kunnen vinden, maar de beschrijving van Braches maakt haar haar zichtbaarder dan het echte beeld.

1900xmascov

‘Twee ruiters draven op ons toe, de ene duister, de andere licht.
Ze doemen op in een wilde galop, naast elkaar voortrazende.
Erachter schemert een derde paard. Het lijkt een achtervolging.

De donkere man kijkt strak voor zich uit vanonder een als op zijn hoofd vastgeplakte kleine bolhoed.
In zijn arm, in een deken gewikkeld, een kind waarvan het gezichtje zichtbaar is.
De tweede ruiter is licht, haast nevelachtig, maar zijn gezicht is duidelijk getekend onder de kroon. Hij steekt een schimmige arm uit in de richting van het kind.
Het verontrustende is, dat onder de vastgeplakte bolhoed en de schimmige kroon eenzelfde gezicht is getekend.
Het herinnert aan Stead in wiens Real Ghost stories staat genoteerd: “Goethe saw his own double riding by his side under conditions which really occured years later.”

dyn009_original_525_419_jpeg_20344_eefc75614d4a8cdb322bdf9b380c54e0

Ik heb me nog meer dan vroeger omringd met mijn trouwste vrienden, de boeken.
Een antiquarische editie van ‘The notebooks of Henry James’, Oxford University press 1947 maakt op pagina 178 duidelijk hoe James aan de inspiratie kwam in een uitvoerige notitie van zaterdag 12 januari 1895.

Hij vertelt over de bron, de aartsbisschop van Canterbury die het op zijn beurt had gekregen van een lady (told very badly and imperfectly) zonder enige relatie met de hoofdpersonen.

In die versie die James in 1895 citeert is het duidelijk dat de kinderen door het contact met de geesten van the servants worden besmet:

‘…So long as the children are kept from them, they are not lost; but they try and try and try, these evil presences, to get hold of them. It is a question of the children “coming over where they are”
It’s all obscure and imperfect, the picture, but there is a suggestion of strangley gruesome effect in it.
The story to be told-tolerably-by an outside spectator, observer.’

James was een vakman, dat is duidelijk.
Wie in zijn notities leest, merkt hoe hij lange gesprekken met zichzelf voert omtrent elk onderwerp dat hij in zijn kortverhalen of romans zal gaan beschrijven.

Het mag duidelijk zijn dat hij het effect niet schuwt, en hij weet wat zijn lezers van hem verwachten.

The-Turn-of-the-Screw-Collier's-1A

Die lezers van het Amerikaanse weekblad Collier’s Weekly waarin het verhaal eerst in afleveringen verschijnt van 5 februari tot 16 april 1898, behoren tot allerlei klassen, maar het is vooral de kleine en kieskeurige en gefortuneerde elite die hij wenst te bereiken, een elite waarin hij als auteur werd gewaardeerd, en hij wist goed hoe hij hen moest bespelen met een mengeling van horror en psychologie, met een mix van effecten en mysterieuze karakters.

Volgende week kijken we naar de hoofdpersonen van de story.


DE STRIJD TUSSEN HET ZINNELIJKE EN HET BOVENZINNELIJKE (TURN OF THE SCREW 10)

Eyolf-3

Het stuk Little Eyolf van Ibsen las James al in Engelse vertaling voordat het in boekvorm was verschenen.

Hij was er bijzonder door getroffen en bleef die bewondering behouden ook nadat hij de eerste vertoning in Engeland had bijgewoond.

Mooi detail: de opvoeringen en de besprekingen vinden plaats rond de aanvang van het wordingsjaar van The Turn of the Screw.

Ik neem de korte inhoud over uit Braches boek:

Het echtpaar in Little Eyolf: Rita en Alfred. Alfreds “zuster” (later zal blijken dat zij zijn zuster niet is) heet Asta.
Asta kan huwen met de wegenbouwer, die na volbrachte taak afreist.
Aanvankelijk wijst zij zijn aanzoeken af.

Eyolf, het negenjarig zoontje van Rita en Alfred Almers, is nietig van gestalte.
Hij draagt een uniformpje met gouden tressen en knopen met leeuwen, een toneelkostuumpje.

Theatre-405908

Hij loopt mank, een kruk onder zijn linkerarm. Hij ziet er ziekelijk uit. Bleek. Hij heeft prachtige en intelligente ogen.

Het kostuum dankt hij, na veel gesmeek, aan zijn moeder.
Zijn grote vriend de wegenbouwer heeft hem geleerd hoe hij met pijl en boog om moet omgaan.
Hij wil later soldaat worden als hij groot is.

Straks zal hij door Ratwoman worden meegelokt in het diepste water van de fjord, om daar, de ogen wijd open, door de onderstroom te worden gegrepen en te worden meegesleurd.

Al dadelijk zien we een eerste verbinding met James Screw.
De kleine soldaat, Miles in het latijn, zal zijn naam aan het jongetje uit de Screw doorgeven.
Het jongetje in Ibsens stuk draagt het lot van de wereld waar voor hem geen plaats is.
Door zijn invaliditeit is hij verbonden met Tiny Tim uit Dickens’ kerstverhaal.

De broer (Alfred) en de zuster (Asta) blijken in Little Eyolf een wonderlijke verhouding te hebben.
De kleine Asta is in het paradijs van de kinderlijke onschuld de (schijnbare) zuster van Alfred.
Alfred, later de vader van Eyolf, speelt alleen met haar.
Maar waarom verkleedt Asta zich daarom in de zondagse kleren van haar “broertje”?
Waarom heet zij in dat kinderspel Eyolf, zoals het kind van Rita en Alfred straks zal heten?
Waarom vragen Rita en Alfred haar om in de plaats van hun dode kind een Grote Eyolf voor hen te worden?

eyolf res

Waarom herinnert deze verkleedpartij aan de raadselachtige verschijning op Boxing Night waarbij de Principal Boy door een vrouw wordt gespeeld?

En wordt de Principal Boy ook niet bedreigd door een Demon Rat?

Braches vat het mooi samen:

“Ratwoman” in Little Eyolf is de duisternis van de nacht zelf. Ze is varg, weerlwolf, ze neemt alles mee waarvan de mensen verlost willen zijn, wat ze hindert, wat aan ze knaagt.
Daarom ook kon zij de macht krijgen over het jongetje Eyolf.
Ze is de vrouwelijke rattenvanger van Hammeln, een Pied Piper in vrouwengedaante.(…)
Little Eyolf gaat ten onder in de strijd tussen egoïstische zinnelust en streven naar geestelijke bevrijding.
De zinnelijke liefde van de Venus Rita eist de Tanhäuser Alfred geheel en al voor zichzelf op.
Alfred wil het hogere: hij wil een levenswerk schrijven. Hij zoekt het zo hoog mogelijk in de wereld van de geest, bij de bergen en de sterren

Als hij terugkeert van een dwaaltocht die hem buiten zichzelf brengt, ziet hij in dat hij het boek nimmer zal schrijven.
Hij wil die levenstaak opleggen aan zijn kind, dat hij bijgevolg alle aandacht zal schenken.
Rita is jaloers. haar zinnelijke verlokkingen hebben er destijds al toe geleid dat de kleine Eyolf als baby van tafel is gevallen en verminkt werd terwijl zij de liefde bedreven.
Nu zal haar pogen om Alfred te veroveren leiden tot de dood van het kind.

LilleEyolf_StigHavardDirdal_

De kleine Eyolf, als vrouw en als jongetje; de strijd tussenhet zinnelijke en het bovenzinnelijke; de symbolische wereld daaromheen, dat alles voert tenslotte naar het einde warin de verlorenen (de levenden en de doden) de achterblijvenden in de geest zullen ontmoeten.
De geest vanhet verleden zal in twee gestalten bij hen zijn: die van de door de dood weggenomen kleine Eyolf en die van de door het leven verloren grote Eyolf.

The Turn of the Screw heeft zijn voedingsbodem gevonden.


LIJF EN LEDEN (THE TURN OF THE SCREW 9)

IBSEN2005

ghosts

Spookgedrochten in Engeland die niet voldeden aan het bekende griezelbeeld zoals Ibsens ‘Ghosts’ lieten duidelijk de geest uit de fles waarop het publiek vol onberedeneerde angsten en met weerzin en agressie reageert. (Braches, p37)

En hier komen we terug uit bij Paglia’ s ‘ktonè’, het chotinische, het vloeibare, het vrouwelijke.

‘De westerling kent en weet door te zien. De perceptuele relatie ligt ten grondslag aan onze cultuur en heeft onze gigantische bijdrage aan de kunst bewerkstelligd.
Als we door de natuur lopen, zien we, identificeren we, benoemen we, HERKENNEN we.
Die herkenning is ons apotropaion, onze manier om angst af te weren.
Herkenning is rituele cognitie, een dwangmatige herhaling.
We zeggen dat de natuur mooi is. Maar dat is een esthetisch oordeel, dat niet alle volkeren steeds hebben gedeeld, het is ook een afweermechanisme, jammerlijk ontoereikend om de natuur in haar geheel te omvatten.
Het mooie in de natuur beperkt zich tot de zeer dunne opperhuid waarop wij bij elkaar zitten.
Als je die huid verwijdert, barst de demonische lelijkheid van de natuur los.’

Camille Paglia, Het seksuele masker, Prometheus.

dyn003_original_500_500_jpeg_20344_692e41992188d3b6985ad7cd8a03707a

Ibsen’s Ghosts was een aanslag op de hogere waarden van de Victoriaanse cultuur.
Deze generatie die al The origin of the Species over zich heen had gekregen, leefde in de overtuiging dat onzedelijke gedachten en daden, dat met name de erotische fantasie en vooral de onanie van ontstellend grote invloed waren op de ziekten van de ziel.

In Ghosts wordt de toeschouwer geconfronteerd met geslachtsziekte, met het lichamelijke, het seksuele, met alles waarover men niet waagt te spreken.
En, vervolgt Braches, dat alles ook aan dames getoond, wekte bij het publiek hysteriscshe reacties op.

‘Zulke reacties worden in het geval Ibsen nog in toom gehouden door het gezond verstand van het gezag en cultuurdragers, mede door de stem van Henri James.
Waar die ondersteuning wegvalt, kon het “gesundes Volksempfinden” onbelemmerd doorbreken en de traumatische sporen trekken die een cultuur nog lang kunnen beïnvloeden.
Het proces Oscar Wilde (1895) is hiervan een van de schrijnendste voorbeelden.

Drie maanden voor James aan zijn Turn of the Screw begon, schrijft de rossige journalist Bernard Shaw over het feit dat de jubilerende Koningin Victoria en de aartsbischop van Canterbury (de opvolger van Bensons vader) samen werden geconfronteerd met Ibsens Ghosts.
Het was nog steeds een besloten voorstelling.

‘Think of the young lady of seventy years ago,systematically and piously lied to by parents, governesses, clergymen, servants, everybody; and slapped, sent to bed, or locked up in the bedevilled and beghosted dark at every rebellion of her common sense and natural instinct against sham religion, sham propriety, sham decency, sham knowledge and sham ignorance.
Surelly every shop-window picture of the ‘girl-Queen’ of 1837 must tempt the Queen of 1897…’

In Ghosts zijn het de zonden van de vader die onder de dekmantel van hypocriete beschaving in het verborgene kunnen woekeren en zich wreken op het nakomelingschap.

Zij manifesteren zich in lichamelijk resp. zedelijk verval bij zoon en dochter.
De zoon erft een vergiftigd lichaam.
Een nachtelijk gesprek met de moeder maakt de onschuld van de zoon duidelijk.

Een ander gevolg van de erfenis treft zijn geliefde die blijkt zijn halfzuster te zijn.
Voor hij aan waanzin ten onder gaat zal zij naar de stad vertrekken naar een toekomst vol verderf onder leiding van een corrupte stiefvader.

In The Turn of the Screw worden de gevolgen niet aan een volwassene maar aan een kind geopenbaard.
Zegt Braches.

Er ontstaat immers ook een bijna vanzelfsprekend idee dat de zure druiven die de ouders hebben gegeten steeds stroeve tanden aan de kinderen bezorgen.

Ook het dubieuze beeld van de zgn. kinderlijke onschuld wordt hierdoor nog maar eens verstevigd.

William-Morgan-and-Sholto-McMillan-as-Peter-Quint-and-Miles-1.-Photo-Johan-Persson-1024x762


STEVENSON, IBSEN EN ANDERE SPOOKRIDDERS (THE TURN OF THE SCREW 8)

 

dyn009_original_480_360_jpeg_20344_c2512e3b87cccc7a1aeb2937d5355209

The Society for Psychical Research was zowel in de Verenigde Staten als in Engeland werkzaam.

Ze ondezocht paragnostische verschijnselen, beschreef ze en probeerde bedrog op dit terrein te ontmaskeren.

dyn009_original_500_218_jpeg_20344_cd4c465d5b8e4e292d72e991c0a5eef9

Naast Frederick Meyers was de jonge Amerikaanse filosoof en psycholoog William James, hoogleraar aan de Harvard University en broer van Henry, er lid van.

William geloofde in de ongekende mogelijkheden van de ziel en had zich in 1885 door het Bostonse medium Mrs. Piper laten overtuigen van haar bovenzinnelijke vermogens.

In het mooie boek ‘The Master’ (2004)van de Ierse auteur Colm Toibin (1955), een beschrijving van Henry James wezen als roman, probeert zijn broer William hem te overtuigen.

Op 31 oktober 1890 leest Henry James in plaats van zijn broer diens Observation of Certain Phenomena of Trance voor tijdens de algemene vergadering van de Society for Psychical Research.

dyn009_original_417_525_jpeg_20344_2478b76dbc59be07c182f7094747bc43

En er is natuurlijk de ziektegeschiedenis van Henry’ s zus Alice.
Ze heeft bij beide broers de belangstelling voor de gespleten persoonlijkheid versterkt.
Alice, schreef Henry was het slachtoffer van twee met elkaar strijdende ‘split-up-selves’ zoals die door psychologisch onderzoek was ontdekt en die wij nu met schizofrenie benoemen.

Ook Stevenson had met The strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1886) eerder dat conflict van de gespleten persoonlijkheid voor ogen dan wel de strijd tussen lichaam en geest.

Tegenover de krachten van de bewuste ervaringen en de ongekende duistere krachten van de “Brownies” stonden de geesten van de slapende: krachten die enerzijds “have not a rudiment of what we call conscience”, maar die anderzijds “have no prejudice against the supernatural”. (ik citeer hier Braches)

Je voelt Henry James voorzichtig zijn als hij in The Turn of the Screw in de proloog van een apparition, een verschijning spreekt, later verzwakt tot appearance.
Wat eerst ‘a visitation’ heet, is Griffin’s ghost, en de term ‘ghost’ zal daarna niet meer terugkeren in het verhaal.

En zegt Braches, daarom is het belangrijk dat James het in de opening van de proloog vermelde verhaal laat kenschetsen als ’the only case he had met in which such a visitation had fallen on a child.’

De trouwe leden van de Society zullen hier zker de wenkbrauwen hebben opgehaald want er waren in paragnostische kringen genoeg voorbeelden bekend van geesteverschijningen en kinderen.

En ook de meer geschoolde literaire lezer krijgt de kans om argwanend te glimlachen, denk maar aan Dickens A Christmas Tree, Mrs. Gaskells The Old Nurse Tale, en Le Fanu’ s Madam Crowl’s Ghost, of Mrs Oliphant The Open Door om er maar een paar te noemen.

 

dyn009_original_390_545_jpeg_20344_043ee5de978cfb5a9cefe7c447d26ba1

‘Een geschiedenis waarin een zoon de nacht met zijn moeder doorwaakt om haar te confronteren met het monsterlijke dat hij heeft ondergaan lijkt nauwelijks in staat om de stormen van afkeer en woede te doen opsteken die in Engeland losbraken bij de eerste opvoering van Ibsens ‘Ghosts’ schrijft Braches.

Die ‘Spoken’ schenen in 1891 het Britse publiek ’tot in het merg’ te schokken.
Hysterische reacties, niet in de laatste plaats omdat ook vrouwen de verschrikking vanhet toneel hadden moeten aanhoren.

dyn009_original_504_326_jpeg_20344_f0a58254a41672b42a757f08b5e0054f

Na de eerste opvoering in maart 1891 brak een waar pandemonium los.

‘Ay! The play performed last night is ‘simple’ enough in plan and purpose, but simple only in the sense of an open drain; of a loatsome sore unbandaged; of a dirty act done publicly; or a lazar-house with all its doors and windows open.
It is no more ‘Greek’ and can no more be than could a dunghill at Delphi, or a madhouse in Mitylene.

In Amerika werd de Noorse auteur zonder meer aanvaard, het is duidelijk een graadmeter voor de angsten en de afkeer die in Engeland ontstond ondanks het feit dat het een ‘besloten’ voorstelling was. (dit om vervolging wegens obsceniteit te vermijden)

Meer daarover in een volgende aflevering


DE TWEE OF MEER PERSOONLIJKHEDEN IN ONS WEZEN: TURN OF THE SCREW 7

Innocents the 4_rgb

Laten we nog even Stead aan het woord bij de vraag van alle tijden wie wij zijn, en wat ons ego bepaalt.

‘Is this a conscious personality which receives impressions through the five senses, and through them alone, is it the only dweller in this mortal tabernacle?
May there not be other personalities, or at least one other that is not concious, when we are awake, and alert, and about, but which comes into semi-consciousness when we sleep, and can be developped into complete consciousness when the other personality is thrown into a state of hypnotic trance?
In other words, am I one personality or two? Is my nature dual? As I have two hemispheres in my brain, have I two minds or two souls?”

En het is logisch dat Stead dan Stvensons schitterende verhaal van Dr. Jekyll en Mr. Hyde aanhaalt.

Ik citeer Braches:

Die tweevoudige natuur van de mens, de strijd tussen dit lichaam van zonde en dood en de geestelijke aspiraties van de ziel, behoort tot de algemene bagage van ons orthodox geloof.’

En Stead vervolgt:

‘The facts which recent researches have brought to light seem to point not to the old theological doctrine of the conflict between good and evil in one soul, but to the existence in each of us at least two distinct selfs, two pesonalities, standing to each other somewhat in the relation of man and wife, according to the old ideal when the man is everything and the woman is almost entirely supressed.’

Ene F.W. M. Myers is volgens Stead de man die de gedachte van de dubbele, ja zelfs de meervoudige persoonlijkheid heeft uitgewerkt.

En zo zijn we terug bij de theorie dat het vrouwelijke staat voor het on(der)bewuste en het mannelijke voor het bewuste, en we voelen de schrik voor dit vrouwelijke waarover we spraken toen we het over Paglia hadden.

dyn003_original_525_454_jpeg_20344_a5f246c094bd3a52134c46fae99665fc

‘There is the Conscious Personality, which stands for the husband. It is vigorous, alert, active, positive, monopolising all the means of communication and production.
So intens is its consciousness that it ignores the very existence of its partner, excepting as a mere appendage and convenience to itself.

Then there is the Unconscious Personality, which corresponds to the wife who keeps cupboard and storehouse, and the old stocking which treasures up the accumulated wealth of impressions acquired by the concious personality, but who is never able to assert any right to anything, or to the use of sense or limb except when the lord and master is asleep or entranced…’

En de onderdrukking van het Onderbewuste heeft tot gevolg dat…

‘…the Unconscious Personality has discovered ways and means of communicating other than through the recognised organs of sense.
How vast and powerfull are those hidden organs of the Unconcscious Personality we can only dimly see.
The visions of the mystic, the prophecies of the seer, the inspiration of the sybil, all come through this Unsconscious Soul.

It is through this dumb and supressed Ego that we communicate by telepathy, – that thought is transferred without using the five senses.
This under-soul is in touch with the over-soul, which in Emerson’s noble phrase “abolishes time and space”.

This influence of senses has ‘he says, ‘in most men, overpowered their mind to that degree that the walls of time and space have come to look real and unsurmountable; and to speak with levity of these limits is in the world a sign of insanity.’

Als je deze ideeën van Steads leest dan verbaas je je erover hoe het praten over ‘geesten’ de Victoriaanse zielkundige de mogelijkheid bood om erg genuanceerd en veelkleurig over onze persoonlijkheid te praten, veel genuanceerder dan bij de hedendaagse, beperkte inzichten acceptabel geacht wordt.

En we laten Braches aan het woord ter afronding:

‘De psycholoog van vandaag (1983) zet de ramen en deuren van zijn wetenschappelijk werkterrein allerminst open naar het bovenzinnelijke, terwijl daarentegen degene die zich in de jaren negentig op het gebied van de zielkunde bewoog zonder ernstig letsel het veld van de geestesverschijningen kon betreden, al werd het door zijn collega’ s niet zonder meer in dank afgenomen.

Wordt zeker vervolgd.

v1.bjsxOTgwMDQwO2o7MTgyOTI7MTIwMDs4NzM7MTE2NA


A LUGUBRIOUS FEAST (THE TURN OF THE SCREW 6)

christ_carol

“It is indeed a lubrious feast and a miserable merriment.
But it is something to spend the evil season by one’ s own poor heartstone (save that yours is opulent), crouching over the embers and chuckling low over all the dreadful places where one is not!”

Dat schrijft James op 23 december 1896, één jaar voor The Turn of the Screw.

“It is a mild, gray, rainless, sunless inoffensive sort of Xmas here – and the shop fronts look rather prettily pink and green and golden in the dear dirty old London streets…”

Het Britse kerstfeest en de barbaarse gebruiken eromheen, zoals Braches zijn hoofdstuk omtrent deze combinatie van spoken en Kerstmis begint.

De spreuk “Ghosts never appear on Christmas Eve” wil zoveel zeggen als “Wat men verwacht gebeurt niet”, dus de aanwezigheid van spoken op de vooravond van Xmas was bijna vanzelfsprekend.

De Gesta Romanorum” waarin de familie rond het haardvuur verzameld is om de schimmige spookfiguren op de Platonische rotswand te zien, figuren waarachter de werkelijkheid vooralsnog verborgen blijft.

Dickens’ beroemde A Christmas Carol (1843) baande mee de weg voor het nette kerstspook dat zich al spoedig een plaatsje wist te veroveren in de Engelse burgerlijke binnenkameren (Braches, p15).

En in het spoor daarvan publiceerde Dickens in 1844 The Chimes , in 1845 The Cricket on the Heart, het jaar daarop The Battle of Life en in 1848 The Haunted Man.

In A Christmas Carol, de lezer kent het bijna van buiten, wordt Scrooge niet alleen bezocht door zijn vriend Marley -zo dood als een draadnagel- maar ook door de drie Geesten, het oude kind van het Verleden met de vreemde domper als hoofddeksel; de sterke en blakende man van het Heden, en de duistere onbepaalde Toekomst.

Dickens Ghost Story of Christmas verscheen met andere kerstvertellingen van zijn hand in 1852 in een verzamelbundel Christmas Book en we willen U de korte inleiding niet onthouden:

dyn003_original_553_425_jpeg_20344_cff58881bd1c320c9d7e19fa3ec21104

 “I have endeavoured in this Ghostly little book, to raise the Ghost of an Idea, which shall not put my readers out of humour with themselves, with each other, with the season, or with me. May it haunt their houses pleasantly, and no one wish to lay it.”

Einde oktober 1897 terwijl Henry James aan zijn Turn of the Srew werkte, publiceerde de roemruchte journalist William T. Stead in Londen zijn Real Ghost Stories”

‘I remember when I was a child my Father read some of these stories aloud to us as he was making his collection; and I remember, too, how thrilled and awed we were, and how at times they brought a creepy feeling when at night I had to mount many flights of stairs to my bedroom at the top of the house.’

schrijft de uitgeefster in de inleiding van de zoveelste uitgave in 1921.

En de auteur zelf in het voorwoord in 1891 is erg duidelijk:

There is a growing interest in all the occult phenomena to which this work is devoted. It is in evidence on every hand. The topic is in the air, and will be discussed and is being discussed, whether we take notice of it or not. That it has its dangers those who have studied it most closely are most aware, but these dangers will exist in any case, and if those who ought to guide are silent, these perils will be encountered without the safeguards which experience would dictate and prudence suggest. It seems to me that it would be difficult to do better service in this direction than to strengthen the hands of those who have for many years past been trying to rationalise the consideration of the Science of Ghosts.

(Wie ze wil lezen, klik op: http://www.gutenberg.org/files/20420/20420-h/20420-h.htm)

The topic was inderdaad in the air.
En dat ‘rationaliseren’ gebeurde net zo goed als het heerlijk griezelen, zoals de pagina hier tegenover bewijst.

Stead vangt zijn boek aan met een waarschuwing.
Het boek moet maar niet gelezen worden “by any one of the tender years, of morbid excitability, or of excessively nervous temperament.”

De gemiddelde Engelsman nam geestesverschijningen in de jaren negentig nog altijd au serieux, maar ze moesten wel ‘onder de kille kraan de wetenschappelijke ontwikkeling te worden gehouden’, zoals Braches dat zo mooi schrijft.

Volgende week meer over dit onderwerp, een benadering die The Turn of the Screw begrijpelijker maakt en de nuances aanbrengt nodig om tussen het wit-zwarte de veelvuldige grijzen in te kleuren.


SPROOKJES EN PANTOMIMES (THE TURN OF THE SCREW 5)

 

dyn010_original_360_378_jpeg_20344_f5a135063d5cfb41cf6de1c2a48af5b4

Een sprookje waarvan de bron is overgroeid geraakt.

Dat is een mooie bepaling van Ernst Braches als hij met ons op zoek gaat naar de oorsprong, de inspiratiemomenten van het verhaal.

De geschiedenis is die van een rijke oom die bij de dood van hun ouders twee kleine kinderen te verzorgen krijgt. Hij laat ze over aan twee slechte bedienden. De bedienden zullen omkomen en in hun ondergang ook de kinderen meeslepen.

Ik denk dat de lezer van toen gemakkelijk de bron(nen) kon ontdekken.
Het oude Engelse volksverhaal The Children in the Wood or The Norfolk Gentleman’ s last Will and Testament.

dyn010_original_337_450_jpeg_20344_942460885c0449e4482ae995ad62c209

In de jaren negentig waren er prentenboek-edities van The Babes in the Wood, waarin het verhaal een vriendelijk einde krijgt, maar in feite ging het om oude, harteloze oom de hem toevertrouwde kinderen het bos instuurt om ze daar te doen doden door twee knechten.
De ene knecht krijgt medelijden en doodt zijn partner.
Zo laat hij de kinderen ontsnappen.
Ze vluchtten het woud in waar ze jammerlijk van honger en uitputting omkomen.

Ik citeer Braches:

Maar de wrede oom en de goede knecht gaat het niet beter dan de kinderen, die aan het einde van het verhaal tenminste nog door de roodborstjes met bladeren worden bedekt.
Via het magische roodborstje, dat ook nu nog de Engelse kerstkaarten versiert als symbool van een heidens verleden, terug naar de avond waarop Douglas, aan het haardvuur gezeten, het rode boek openslaat, en begint te lezen.’

dyn010_original_515_356_jpeg_20344_e9bd1776777f4b3ed5d0deeae2d70b85

De vraag op welke avond Douglas begint te lezen brengt een mooie tegenstelling aan het licht.
Is het de avond van Boxing Day (tweede kerstdag) of de donderdag waarop The Holy Innocents werden gevierd, Childrenmas, 28 december dus, de dag van de onnozele kinderen?

De auteur leidt ons naar een “magische dubbelwereld” waarin eenzelfde verhaal op twee tijdstippen kan aanvangen.

Houden we het bij donderdag 28 december. (en in 1895 viel die dag op een donderdag, jaar waarin James de kiem van het verhaal krijgt aangereikt door de toenmalige aartsbisschop van Canterbury, de vader van Arthur C. Benson, James jongere vriend.)

Childrenmas was een soort ongeluksdag.
Wat op die dag werd aangevangen kende nooit een goed einde.
Men placht op die dag de kinderen te slaan als herinnering aan de wreedheid van Herodes.
Je ziet duidelijk het verband met The Babes in the Wood en The Turn of the Screw

Maar het is ook de vooravond van de Christmas pantomime, dat bizarre eeuwenoude (16de eeuw) Engelse kerstvermaak.

dyn010_original_450_603_jpeg_20344_223845a2b3c1faa3d045af26b06a708e

Voortgekomen uit de Commedia dell’ Arte is de Christmas pantomime uitgegroeid tot een volksfeest, een kijkspel met ballet, muziek en wonderbare toneeleffecten.

Een soort groteske variété of zoals James het zelf zegt:

“The cosy, childlike, naïf, domestic British Imagination”

En je hoort John Cleese deze zin met gemak zijn juiste tongval meegeven.

Centrale figuren in deze pantomimes waren de helden uit de kinderkamer: Cinderella, Aladin, Mother Goose, Robinson Crusoë.
De bekende personages werden echter op bizarre wijze toegetakeld, want er zou en moest gelachen worden.

Elk jaar opnieuw echter verwachtte het publiek The Principal Boy en The Principal Girl
De Principal Boy is zo lang de geschiedenis teruggaat altijd al een uiterst vrouwelijke vrouwengestalte geweest, eentje die haar charmes niet onder de kerststoelen of banken steekt.

dyn010_original_400_583_jpeg_20344_b8b382df5c04561f17847f41b5938044

Deze vrouwelijke gestalte en de Principal Girl worden bedreigd door de Witch en de Demon King, Demon Rat.

We zien Demon Rat als een kwade genius hinderlagen leggen om de Principal Boy in de val te lokken.
Maar de fairy Queen beschermt hem.

In 1888 verscheen de pantomime The Babes in the Wood niet voor het eerst.
Er bleef uiteraard weinig van het oorspronkelijke verhaal bewaard.
De twee onnozele kinderen worden gespeeld door volwassenen in kinderkleren.

De twee kindertjes verzetten zich tegen hun gouvernante die hun gezichtjes wil komen wassen, ze vallen uit de kinderwagen, gaan met hun twee belagers het bos in en dwingen hen tot medelijden.

Tenslotte verschijnen de twee kolossale heren in het Paradijs der Vogels uitgedost in compleet balletkostuum en dansen ze een pas-de-deux, en schrijft Braches, tot haast waanzinnige vreugde van de zaal.

Ik citeerde reeds het jaar 1895 waarin James de kiemcel van zijn verhaal krijgt aangereikt, maar datzelfde jaar is ook nog op een andere manier voor hem belangrijk.
Precies zeven dagen voor hij zijn notities maakt, en nog maar vijf dagen voor hij de aartsbisschop bezoekt, heeft hij de ondergang van zijn toneelcarrièrre beleefd, zijn stuk ‘Guy Domville’ mislukt en wordt uitgefloten.

Vanuit die depressie hoort hij bij de aartsbisschop het oerverhaal vertellen waarmee zijn novelle zal aanvangen.