IK BEN SLECHTS EEN WACHTZAAL

015

In april 1918 beschrijft Marc in een brief van vijftien velletjes zijn avonturen met Tati en Sara.

Gide reageert met een ‘plaisir croissant’:

‘Comment peux-tu croire un instant que ta fantaisie puisse m’ ennuyer ou me déplaire?
Je dirais bien qu’ elle est est ce que je préfère en toi, si je savais en toi préférer quelque chose et si je ne t’ aimais pas tout entier. Je halète à l’ idée de te revoir.’

En het is inderdaad in zijn jeugdige excessen en zijn net zo jeugdige gebreken dat Marc zijn meest effectieve ver leiding ontdekt.

Gide analyseert dat fenomeen:

‘”s’ il n’ a pas plus à apprendre de ses défauts qu’il n’ aurait profit, lui, à acquerir les qualités que je voudrais lui enseigner.
Ce qui m’ attire en Marc, c’ est aussi ce que j’ appelle ses défauts – qui ne sont peut-être que des qualités poëtique: insouciance, turbulence, l’ oubli de l’heure, abondon total à l’ instant…
Et comment cette audacieuse affirmation de soi qui me plaît tant en lui irait-elle sans quelque égoïsme?”

Er is dus naast zijn pedaogische bekommernis ‘une large marge d’ initiative au jeune homme’ zoals Billard terecht opmerkt.

wachtzaal bos

‘Je ne suis qu’ un hall d’ attente.’ schrijft Marc aan Gide.

En Gide:

‘Je voudrais que tu n’ admettes en toi rien de ce qui enlaidait. Rien de ce qui est interessé n ‘est beau.
Si, dès à présent, tu ne te montres pas très strict vis-à-vis de toi-même, très exigeant à te rendre à toi même des comptes (Oh, je parle symboliquement) alors, il faut que jer te dise adieu – car il m’ est insupportable de ne pas pouvoir t’ accorder ma pleine confiance, et comment le pourrais-je si…”

 

Deze moraal beantwoordt aan een soort levenshygiëne die hij aan Marc zal uitleggen:

‘Etre de moins en moins exigeant des autres et de plus en plus exigeant de toi, tel doit être ton programme et c ‘est là le secret de la vraie liberté.
L’ art ne s’ obtient que par contrainte et jamais par laisser-aller.’

Natuurlijk wil hij met deze levenslijnen ook zichzelf beschermen.
Hij legt aan Marc uit dat hij geen misbruik kan maken van het krediet dat hij als ‘oom’ krijgt, en dat anders de deuren zich voor altijd voor hen beiden zullen sluiten.

Sommige literaire en politiek kringen zullen maar al te graag het woord ‘pervertisseur de la jeunesse’ in de mond nemen, dus:

‘…Favoriser l’ épanouissement de quelqu’ un qu’ il aime, désarmer les faux-monnayeurs qui falsifient son œuvre: ces deux missions convergent vers une même nécessité d’ enseignement moral et de réussite pédagogique auprès de son “petit Marc”.

 

dyn010_original_390_474_jpeg_20344_983b398f7b19f053d2e0c8ce8c7ad425

En natuurlijk is de moraal niet het enige open venster, Gides raadgevingen bestrijken allerlei terreinen, terwijl Marc niet aarzelt om hem allerlei vragen over zijn leerstof te stellen, zeker over problemen die hij niet dadelijk zelf kan oplossen.

Maar ook de gedichten die Marc (uit plezier?) van buiten leert, komen ter sprake en het is verbazend hoe goed en juist hij Rimbaud en Verlaine kan citeren in zijn brieven.

En nu het vertrek naar Engeland nadert, roept Marc Mallarmé te hulp:

‘Fuir, là-bas, fuir! Je sens que des oiseaux sont ivres
d’ êtres parmi l’ écume inconnue et les cieux.’

En bij het ontdekken van Gides boeken identificeert hij zich vaak met een van de personages.

En Marc blijft ook Marc, met veel humor, met citaten en platte uitdrukkingen, maar ook met veel verve zodat zelfs Jean Schlumberger zijn literair talent herkent.

En al herkent Gide niet dadelijk een toekomstige Nobelprijs in hem, zijn geschriften betoveren hem en hij schrijft hem zelfs een vers:

Tes lettres me mettent la tête à l’envers
et les sens en ébullition.
Je ne sais si je dors ou veille
Je ris. Je bous. Je m’ émerveille
Des petits tétons de Mireille
Et de tes airs si polissons.

Die ‘Mireille’ is een meisje dat Marc in Limoges leerde kennen (qui est assez crevante, assez bien tournée, avec une petite poitrine qui me fait gondoler chaque fois que j’ y pense, très rigolo…)

Een jongen van bijna achttien dus. In 1918 wel te verstaan.

 


MIJN HART LACHTE TOEN IK JE GESCHRIFT HERKENDE

0_1671_74d3fb9d_L

De intense correspondentie tussen Marc en Gide waarvan er zestig brieven zijn uitgegeven in het boek Correspondance André Gide – Marc Allégret, maken de verschillende perspectieven waarmee we gisteren eindigden, duidelijk.

Natuurlijk zijn er meer brieven, maar die zijn aan de archieven ontsnapt, vernietigd, of “reservées”.

Ze geven al wel de intensiteit aan waarmee beiden hun relatie beleefden.
Je vindt die intensiteit ook in de tekst zelf.

Marc beklaagt zich over het tekort aan vrijheid, een perspectief dat naarmate hij ouder wordt minder besproken moet worden.
Hij schrijft met veel humor, en naarmate hun relatie zich verdiept schuwt hij ook de emotie niet, iets waarvoor Gide -die intussen de bijnaam “Sur-Oncle” kreeg- ten zeerste gevoelig is.

De vertrouwelijkheid die tussen hen beiden groeit, maakt het mogelijk dat ze vrij over hun gevoelens durven schrijven.
Er zijn natuurlijk verschillen tussen hen beiden, daarvoor zorgt hun status en hun leeftijd, maar Billard zegt daarover:

‘Quelles que soient ces différences, il est essentiel pour eux de préserver la confidentialité de ces sentiments et du complot en cours.’

Ze vertrouwen elkaar ideeën toe die in familiekring niet kunnen geuit worden.
Marc stopt een van zijn brieven in een stevige omslag zodat Gide niet dadelijk de afzender herkent, maar eens hij het geschrift heeft gezien schrijft hij:

‘J’ ai hurlé de joie, et tout mon cœur riait et bondissait en te lisant.
O, mon plus jeune ami! que tout ce que tu me racontes de toi me touche.
Mon compagnon chéri, que je te dois déjà de bonheur!’

101847XWC

Soms moet Gide lang op antwoord wachten, en hij staat doodsangsten uit als brieven te lang wegblijven.
Aan zijn vriend Jean Schlumberger schrijft hij:

‘Je vis dans les transes au sujet d’ une lettre que je me suis laissé aller à écrire au jeune{…} J’ imagine des catastrophes!’

Maar even later schrijft Marc drie opeenvolgende brieven zodat hij zich moet haasten om ze allemaal te beantwoorden.

Ze nemen maatregelen om aan de mogelijke familiale indiscretie te ontsnappen.
Marc suggereert aan Gide om twee brieven in dezelfde envelop te steken, in de ene gaat het over de studie, de gezondheid, de “toutes ches choses à présenter à toute réquisition des agents de la compagnie”.
In de andere brief “tu me répondrais aux questions et aux choses que je te dis “entre nous deux” et qui seraient pour moi tout seul.”

Zo kan bij ontvangst de ene brief vrij circuleren en kan Marc de andere bij zich houden.
‘L’ association Gide-Marc s’ organise’

In de brief van 31 oktober schrijft Gide voor de eerste keer over zijn pedagogische funtie en over de morele zin die hij aan zijn relatie wil geven:

”Chaque effort que tu donnes aujourd’hui est une promesse d’ aisance, de délivrance, de joie, de noblesse, et de liberté: crois- en ton vieux oncle qui voudrait te parfaire et t’ orner de tout ce qu’ il y de meilleur dans la vie.
Il faut que tu sentes que je t’ aime beaucoup- que j’ aime celui que tu es, et plus encore celui que tu dois être, que tu vas être, et que je veux t’ aider à découvrir.’

Hij zal levenslang die woorden waar maken.


DE ONTSNAPPING

 

dyn005_original_462_363_jpeg_20344_f2fde5682d8df0af216da701a3d21a87

Laten we eens met Mallarmé beginnen:

‘Fuir! là-bas fuir!
Je sens que des oiseaux sont ivres
d’ être parmi l’ écume inconnue et les cieux’

Voilà, en zowel l’écume als les oiseaux in de vorm van engeltjes in het zwerk zijn aanwezig om dat ‘ontsnappingsgevoel’ weer te geven.

In een brief van september 1917 schrijft Gide Marc dat “La Tante Léonie Iere’ ‘a manifesté son désir de me voir’.

Die tante Léonie Allégret, zus van Elie, vader van Marc ter memorie, is het bastion van l’ école publique laïque et obligatoire.

Celibataire gebleven was ze een van de eerste vrouwelijke leerkrachten geschoold door de Normaalschool te Sévres.

dyn005_original_462_558_jpeg_20344_bd87763bb9e1da399863449348941136

Ze is daarna een van de eerste directrices van een Parijs lyceum geworden, ze is dus voor Suzanne Allégret een vanzelfsprekende consulent voor schoolproblemen.

Het komt er dus op aan om tijdens dat bezoek met Marc in contact te kunnen blijven, van zijn gezelschap te genieten, de se ménager avec lui des heures d’ intimité, om het met Billard te zeggen.

Voor een groot gedeelte is Gide opgehouden in Cuverville, dat was een afspraak met Madeleine, en zeker ook omdat haar gezelschap, haar tederheid hem dierbaar is.

Daar ook vindt hij de stilte om aan zijn veelvuldige projecten te werken.
Toch kan hij van tijd tot tijd, tot driemaal toe tijdens dat laatste trimester van 1917 ontsnappen.
Hij vertrekt voor twee dagen maar blijft een week in de hoofdstad.

Het is natuurlijk een schrale troost, en er worden andere plannen gesmeed om Marc aan zijn schooltaken en familie ’te ontrukken’.

dyn005_original_462_401_jpeg_20344_be56ceb1a4c22e040b60adfc41cfd503

Natuurlijk zijn er de lange vakanties, maar ook dan eist de familie haar rechten ook op.

Zo ontstaat bij Gide het plan om drie maanden naar Engeland te reizen, naar Cambridge, intellectuele haard voor Britse intellectuelen.

Gide zal voor de praktische zaken zorgen, visas, transport, geld, contacten en een plaats voor enkele maanden aan de universiteit.

Maar…hoe moet hij de toelating van de Allégrets krijgen?
Hij zal er zeven maanden voor moeten onderhandelen.

Bij tante Leonie wordt Marcs schooltoekomst besproken, en papa Allegret wil terugkomen uit Kameroen omdat hij naar eigen zeggen:

‘Pour Marc, je reste consterné de le voir grandir si vite.
Hier, c’était encore un enfant. Il devient fort…énorme…c’est désolant. Il était si charmant
Oh, je sais bien qu’ il l’est encore et je me persuade qu’il ne perd aucune de ses qualités mais j’aurais aimé pouvoir le suivre mieux et pas à âs assister à son développement.
Mais que de fois j’ ai pu souhaiter pour lui un changement total d’atmosphère- un dépaysement.’

Die ‘verhuisplannen’ zijn dus geen goed nieuws voor Gide en terwijl Marc in Limoges verblijft omdat de Franse scholen elk moment kunnen sluiten uit vrees voor Duitse bombardementen, probeert Gide zijn Engelse plannen verder uit te werken.

Gide zorgt ervoor dat Marc in Engeland een snelcursus Engels kan volgen om er daarna aan een Engels instituut zijn baccalauréat voor te bereiden dat hij in oktober 1918 in Frankrijk moet afleggen.

Voor Marc zelf zijn de plannen nog vaag maar als er meer duidelijkheid komt is hij gehaast om te vertrekken, want het avontuur lokt hem meer dan de préoccupations et du magistère de l’ Oncle André.


HOE VAAK REEDS? HOE VAAK NOG?

1990045aUW

Et in arcadia ego?
Faun en nimf, of sater en eros, en noem maar op, de beelden die opwellen als de wereld in hoogdagen wordt beleefd.

De omgeving van André Gide merkt niet dadelijk die passie op.
De liefdevolle verbinding tussen de Allegrets en Gide is genoegzaam bekend.
En zoals Billard zo mooi schrijft in zijn boek ‘Le roman secret’:

‘Ne s’ agit-t-il pas plutôt d’ un coup de chaleur dans les rélations quasi familiales entre un adolescent et un homosexuel troublé par l’ épanouissement de son jeune “neveu”?’

De eerste sporen ervan vinden we terug in Gide’ s Journal, en dan zijn we al in oktober (1917):

1er octobre 1917 – “Aujourd’hui, temps glorieux. Mon ciel intérieur est plus splendide encore, une immense joie m’attendrit et m’exalte.”

23 novembre 1917 – “En wagon-going to Paris. Que faire? Je puis me tuer plus facilement qu’ arrêter ma vie- je veux dire que la limiter-la réduire.”

dyn003_original_462_346_jpeg_20344_cd3567525d2ad1ea5580e62c06e59f20

30 novembre 1917– “Immense étourdissement du bonheur. Ma joie a quelque chose d’ indompté, de farouche, en rupture avec toute décence, toute convenance, toute loi. {…} Tout en moi s’ épanouit, s’ étonne; mon cœur bat; une surabondance de vie monte comme un sanglot. Je ne sais plus rien; c’ est une véhémence, sans souvenir et sans rides.”

15 décembre 1917– Je ne sens plus ni mon âge, ni l’ horreur du temps, ni la saison, ou c’ est pour y puisser une exaltation nouvelle; soldat, avec une pareil cœur, je me ferais tuer joyeusement.’

Billard schrijft dat je de tijd moet nemen om deze zinnetjes te herlezen en dan te bedenken wie ze heeft geschreven.

Geen adolescent tijdens zijn eerste liefdeskoortsen, pas un sentimental éperdu de romanesque et de romantisme. Pas un excité du verbe qui s’ abandonne aux vertiges des mots.

Neen, neen, het tegenovergestelde van dat alles.Een man, weldra vijftiger, modèle d’ equilibre et de lucidité, écrivain de vocation et de profession, maitre de son discours qui proclame sa joi “en rupture avec toute décence, toute convenance, toute loi, en die zelfs de obscene metafoor van een soldaat die zich laat doden gebruikt om daarmee zijn geluk te vergelijken, terwijl er op dat ogenblik duizenden soldaten werkelijk sneuvelen aan het front.

En in de briefwisseling tussen Marc en Gide vinden we een andere toon, daar is hij weer meester van zijn woord, en wisselen ze informatie uit, geeft hij goede raad, hebben ze het over de morele voorschriften, over het doen en laten van de grote “allegro-gidienne”-familie, schrijft hij over het vorderen van zijn schrijfwerk, maar vinden we overal sporen van zijn tederheid en zijn liefde.

“Mon petit Marc, Je t’ écris sans avoir plus rien à te dire, n’ étant plus qu’ attente, désir et imaptience de désir.
Ta dernière lettre achève de me consumer. Je flambe tout entier, et s’ il fallait, par catastrophe, renoncer à présent au départ avec toi, il me semble qu’ il ne resterait de moi que des cendres.

dyn003_original_462_251_jpeg_20344_8a06db22ea1bace5135ec2f65e457fba

Je suis si tendre que je ne peux même plus être joyeux.
je vis plus intensément grâce à toi, que je n’ ai jamais vécu jusqu’ alors. Mon Cadio que j’ attendais depuis toujours. {…} Ah! je me sens assez divers pour êtres tous tes oncles à la fois.
Qu’il fait beau! On s’embarquerait même sans le vouloir. La vie peut être plus belle que ne le consentent les hommes.’

En aan deze gevoelens zal Gide trouw blijven tot aan zijn dood.
‘A 20 ans, j’ étais moins content de la vie {…} je n’ avais pas encore compris la supérieure beauté du bonheur.’

Er is natuurlijk de tijd die voorbijsnelt, en dat beseft hij des te beter als hij op 22 november 1917 zijn 48ste verjaardag viert.
Marc is er dan zestien, juist één derde van Gide’s leeftijd.
Er is een afgrond van 31 jaar die hen voor altijd zal scheiden.

En zo wordt ‘M’ Marc in zijn journal en vervangt deze letter de M van Madeleine.

“Me passer de M. ne me paraît déjà plus possible. Toute ma jeunesse, c’ est lui.”


OP DE KRUISING DER WEGEN: SARA EN ANTOINETTE

78978794.BmhlmlAm

Scenario’s zijn nooit zo echt als de werkelijkheid.
De villa Rosemont in Carouge bij Genève is de verblijfplaats van de familie Breitenstein.
Jules Breitenstein is pastor (en prof theologie aan de universiteit van de stad) net zoals Elie Allégret, en de families zijn sinds lang met elkaar bevriend.

De Breitensteins hebben twee kinderen (geboren in 1898 en 1899) Henri en Sara, leeftijdgenoten van André (1899) en Marc (1900).

Tijdens de paasvakantie van 1916, één jaar voor de ons verhaal begint, verblijft Marc bij de Breitensteins en beleeft hij een idylle met Sarah, een jaar jonger,maar naar Billard zegt, plus mûre.

Ze spreken elkaar met ‘je’ aan, maar Sarah wil een eindje verder en Marc vertelt hoe Sarah terwijl ze melkpot draagt… ““sa blouse lâche descendait et découvrait son épaule ronde” terwijl Sarah: “Tiens, je deviens aérée. Marc relève mon truc!”

Ze schrijven elkaar maar bij zijn terugkeer naar Parijs wordt Marc verliefd op Antoinette (Tati genaamd) Lederlin, zus van zijn beste vriend op het lyceum, Mime Lederlin.

‘Nous nous aimions beaucoup à Paris; j’ étais très heureux; au lycée, ça marchait aussi très bien. J’ étais troisième en version, et deuxième en français. Un jour, en souvenir, elle m’ avait donné une petite bague en aluminium.”

En Billard commentarieert:

‘Sur le terrain romanesque, Marc semble plus proche de la comtesse de Ségur que de Choderlos de Laclos…’

Maar als hij na de paasvakantie 1917 terugkeert vindt hij zijn Tati in de armen van een jonge man.
Larmes et desespoir.

b¨cklin01

young-lovers-4774-38

 

 

 

 

 

 

 

 

Als hij dus in juli 1917 naar Zwitserland vertrekt dan zijn het niet de afspraken met l’ oncle André die zijn hart sneller doen kloppen, maar zijn haast om Sara terug te zien.

In villa Rosemont zijn de eerste dagen idyllisch.
“Les premiers jours ont été très bons, trop beaux.’

Nog voor iedereen wakker is, zien ze elkaar en ’s avonds als iedereen al lang slaapt, zit Marc nog op de rand van Sara’s bed.
Ze omarmen elkaar, en wandelen in de tuin terwijl ze appelen eten. (paradijselijk!)

Maar het is broer André die zachtjes maar zeker de plaats inneemt in Sara’ s hart.

En Marc laat begaan, want als je echt van iemand houdt, respecteer je ook haar vrijheid.
Hij wil haar gelukkig zien.

En als ze weggaan schenkt André een foto aan Sara met het bijschrift: ‘A ma fiancée’.

‘Tandis que Gide s’ épanouissait dans la joie précocement triomphante de son amour pour Marc, celui-ci remâchait l’ amertume de son échec.’

En Marc’ s conclusie:

‘Voilà, et depuis je n’ ai plus voulu aimer les jeunes filles mauvaises.’

Als hij zich dus de volgende maand in de armen van oom André smijt dan is het duidelijk een reactie op ‘les jeunes filles mauvaises’ die hem ten zeerste interesseren.

En Billard besluit:

‘Décidément, les indices concernant l’ avenir amoureux de Marc Allégret demeurent passablement contradictoires.’


OP DE KRUISING DER WEGEN (1)

dyn002_original_462_308_jpeg_20344_1bb73ff7dace772dab6fa4ee622b7215

20 april 1918

Ik vraag me soms af of ik er niet verkeerd aan doe Marc te willen opvoeden, of ik zelf niet meer kan leren van zijn gebreken dan hij er voordeel aan heeft de eigenschappen te verwerven die ik graag bij hem zou willen aankweken.

Die onhebbelijkheid om degenen van wie ik houd altijd maar te willen verbeteren heb ik van mijn moeder.

Wat me in Marc aantrekt zijn net zo goed wat ik zijn gebreken noem- en wat misschien poëtische kwaliteiten zijn: zorgeloosheid, onstuimigheid, geen besef van tijd, totale overgave aan het ogenblik…

En hoe zou dat overmoedige zelfvertrouwen dat ik zo aardig aan hem vind, kunnen bestaan zonder een beetje egoïsme?

(André Gide, Het innerlijk blauw, een keuze uit zijn dagboek 1918-1939, vertaling Mirjam De Veth, De Arbeiderspers, Antwerpen, A’dam 1996-97)

dyn002_original_467_584_jpeg_20344_892d7c0918346312d03f5a87c7fe27b5

En zo sloot ik aan bij die drang om je geliefde te vormen naar het ‘ideale beeld en gelijkenis’, een drang die hij helder analyseert en zonder schroom ombuigt naar het zelf leren van wat wij ‘gebreken’ noemen.

Want de dertig dagen met zijn ‘onagres’ zijn maar een fragment uit de vakantie, en terwijl Gide wachtte op die trip naar Zwitserland bleef Marc ook niet braafjes ter plekke.

Keren we met Pierre Billard terug naar ‘La Sapinière’ verblijfplaats van de Allégrets, een huis met een groot landbouwdomein van 75 hectaren, op nauwelijks 50 kilometer van de Duitse linies.

De streek dient vooral als rustplaats voor de militairen aan het front.

In juli 1917 is er een zekere onderluitenant Verdier die dadelijk door Marc wordt bekoord.
Er ontstaat een zekere relatie en als de broers uit Zwitserland terugkeren neemt Marc opnieuw die vriendschap op, deze keer vergezeld door Gide ‘qui veille et surveille, mais ne tarde pas à partir, laissant la place libre.’

vlccap-5678840

 

 

 

 

 

 

 

Wat er tussen hen is gebeurd weten we niet, Gide maakt er enkele wazige opmerkingen over in zijn dagboek.
Wel hebben we een copie van een brief die hij aan Verdier stuurde, als antwoord blijkbaar op zijn schrijven over Marc.

‘Je reçois votre lettre aujourd’hui et je sens mon cœur tout baigné de vos larmes. Combien je vous sais gré de ne pas me haïr!
Quoi? Lorsque vous deviez partir, c’ est vous qui me pressiez de rester! de rester près de lui! pour lui!
Après cela, comment ne serais-je pas votre ami?’

Billard weet ook nog dat Marc tijdens het volgende schooljaar zelf over de brieven van Verdier vertelt, dat hij van Verdier het verwijt krijgt niet te antwoorden op zijn schrijven.
Hij schrijft aan l’ oncle André dat hij de opdringerigheid van de onderluitenant onverdragelijk vond.
Maar de auteur voegt er dit zinnetje wijselijk aan toe:

‘Mais eût-il dit la vérité au cher Oncle s’ il avait cédé à ces embassades?

En vervolgt hij: ‘Car l’ un des mystères de la relation Gide-Marc, c ‘est d’ en apprécier la portée sexuelle.’

En wordt door die relaties niet de homoseksuele geaardheid van Marc duidelijk?
Dan moeten we terug naar Genève 1916, want daar wordt nog een andere passie van Marc duidelijk.


TELKENS WEER OPNIEUW KUNNEN VERTREKKEN

 

dyn009_original_375_500_jpeg_20344_9210f01b633d3eb37a54d9eb7b6949db

Welk lied moet Orfeus spelen om niet alleen de mooie jongen maar ook de omgeving van zijn geliefde te bekoren?

Gide’s plannen voor de zomer van 1917: een ontmoeting met Stravinski in Zwitserland, daar ook zijn medewerker en vriend (mede-oprichter van het NRF waaruit later de uitgeverij Gallimard zal ontstaan) Jacques Rivière ontmoeten die in Zwitserland als Duits krijgsgevangene is geïnterneerd wegens gezondheidsproblemen en de gemiste ontmoeting met Jean Schlumberger.

De plannen van de Allégrets: vakantie in La Sapinière te Charmes, daarna bij vrienden in Zwitserland logeren (Genève) en bij de grootouders in Bazel, gevolgd door een week camping, terugkeer naar La Sapinière in afwachting van de rentreé des classes.

Er moet dus heel wat gejongleerd worden met plaatsen en data, en uiteindelijk zullen de broers André en Marc samen met hem op stap gaan tussen de camping en de terugkeer naar La Sapinière.

Het is vooral maman die overtuigd moet worden want Elie vertrekt naar Kameroen om als expert aldaar Franse scholen op te richten in de de kolonie die op de Duitsers is veroverd.
Maar ook die ‘verovering’ verloopt zonder al te veel moeite.

In zijn dagboek verandert Gide zijn eigen naam in ‘Fabrice’.Een Fabrice ‘qui sent a 48 ans plus jeune qu’ il ne l’ était à 20′ et arpente triomphalement les couloirs de son wagon de première ‘dans de nouveaux habits, d’ une coupe insolite et sous un chapeau qui lui va prodigieusement bien’ en zo zichzelf in de spiegel bekijkt ‘et se séduit’.

Hij geniet zoals ‘Fabrice “jouit de cette faculté de repartir à neuf à chaque tournant de sa vie”.

dyn009_original_471_384_jpeg_20344_f7c6ff03758c315f2866a9c4eb645099

Marc wordt in het Journal ‘Michel’, en zo vinden we Fabrice en Michel terug bij Stravinski (12 augustus) die de schrijver en zijn twee “neveux” uitnodigt op een etentje.

Terecht noemt Pierre Billard deze ontmoeting met de componist ‘la première manifestation de cette attitude “educatrice” propre à Gide.

‘Pas question pour lui de raser les murs en cherchant à garder secrète la liaison qui s’ annonce avec Marc.
A part un petit groupe dont sa femme est le cœur, qui doit ignorer de cette situation, Gide entend bien poursuivre ses entraves, ni réserve contraignante, sa vie publique, faire profiter son compagnon de toutes les rencontres et oppurtunités de sa propre vie et exhiber le bonheur et la nouvelle jeunesse qu’ il doit au bel éphèbe qui l’ a séduit. Et qu’ il a séduit?’

Ja, en dat laatste is de vraag wie heeft wie verleid?
We weten er nog niets van.

dyn009_original_567_279_jpeg_20344_b366910ae86b62d65dd306549bf0d804

Marc zal vanaf die dag in zijn agenda adressen en afspraken inschrijven met de voornaamste literiaire en artistieke Europese persoonlijkheden, zoals bijvoorbeeld met Stravinski die dan 34 is.

Ze blijven een week in Saas-Fée in Wallis na een week in Diablerets.
Bergwandelingen, woudtochten, Gide is een uitstekend wandelaar.
Ze hebben tijd om veel met elkaar te praten, hij is een vlotte causeur en…luisteraar.
Zijn humor, zijn gekke invallen maken hem tot een soort bendeleider.
Hij geeft de jongens de nodige vrijheid en verantwoordelijkheid om hun eigen zin te doen.

In een brief aan Jean Schlumberger noemt hij hen zijn twee ‘muilezels’, en Jean betitelt ze als ‘les deux Télémaques suisses de notre Mentor éperdu.’

Vrijheid en onafhankelijkheid, ‘sont pour André et Marc Allégret les premières et précieuses conquêtes de leur excursion suisse’.

dyn009_original_304_529_jpeg_20344_97e460a5adc756002e8776acb5ec2fed


MERVEILLEUSE PLENITUDE DE LA JOI (2)

1194771678_0dbbcd5be8

 

Het is volop oorlog.
De 7de april schrijft André Gide aan zijn vriend Schlumberger dat hij dringend naar Parijs moet, en dat is meteen de eerste aanduiding van de relatie met Marc Allegret.

In feite had hij een afspraak met Schlumberger die als militair op verlof kwam, dat vierde jaar van de grote oorlog.

‘Plus tard je te raconterai les raisons de ma dérobade- car tu te doutes bien que les obstacles matériels n’ ont pas été les seuls et qu’ ils n’ eussent pas prévalu sur le désir de te revoir.’

Van in het begin van de oorlog zijn de verhoudingen van Gide met de familie Allegret gewijzigd.
Bij het begin van de vijandelijkheden zijn de oudste zonen, Jean Paul en Eric gemobiliseerd en de dominé zelf is als militair aalmoezenier werkzaam.
De druk op Suzanne Allegret is groot: drie mannen onder de wapens, en de zorg voor het huishouden van de thuisblijvers.

Met André gaat Gide naar zijn villa om er uit zijn voorraad etenswaren te halen voor de Allegrets.
Een gelegenheid om hem en Marc kennis te laten maken met de villa die een belangrijke rol zal spelen in het verhaal.

Hij liet ze in 1906 bouwen door de vooruitstrevende architect Bonnier.Ze ligt in een domein dat ‘Villa de Montmorency’ wordt genoemd te Auteuil, een groot luxueus park waar de ultramoderne villa 8, rue de Sycomores, als adres heeft.

Omdat Madeleine meestal in Cuverville verblijft en hij overal ter wereld is de villa niet dadelijk een woonplaats, eerder een hoofdkwartier, een uitvalsbasis.
Ze wordt kortweg “la Villa” genoemd, naar de naam van het park.

dyn002_original_508_800_jpeg_20344_aa5a537abca9f5e3ddca319a1db8f83e

Nu de oudste zonen weg zijn heeft Gide makkelijker toegang tot de andere zonen, l’ accès à l’ adolescence et à la puberté, zoals Billard schrijft.

En nog mooier is deze benadering:

‘Maintenant chez les Allegrets , le voici prêt à jouer avec quelle jubilation, le Diable et le bon Dieu. Bon Dieu auprès de Suzanne, la mère à qui il apporte bonnes paroles, confort moral et assistance matérielle.
Diable auprès des jeunes gens dont discrètement, il encourage- et -et facilite- les premières revoltes.’ (p24)

In februari 1917 komt een katastrofe hem te hulp: hij wordt vanuit Cuverville dringend naar Parijs geroepen want de forse kou deed de waterleidingen in de villa barsten.
Hij bekijkt de schade en zal een week in Parijs blijven.
Zo komt hij ook een avond in de avenue Mozart terecht bij de Allegrets waar hij overnacht in de kamer van de afwezige Jean-Paul.

Waarschijnlijk is op zo’n avond de komende Paasvakantie besproken waar de Allegrets naar oude gewoonte naar hun buitenverblijf ‘La Sapinière’ gingen, gelegen in de Haute-Marne.

Gide onthoudt de data en helpt hen vertrekken en aankomen.
En zo zijn we 5 mei van dat jaar.
Die nacht schrijft Gide in zijn Journal:

‘Une pareil calme, je ne l’ avais plus connu depuis des mois, des années. Il faut un véritable raisonnement pour ne pas appeler cela du bonheur. {…} Merveilleuse plenitude de la joi.’

En de 19de mei:

‘Je me retiens de parler de l’ unique préoccupation de mon esprit et de ma chair.’

En dan blijft het dagboek stom tot de 6de augustus:

‘Que me sert de reprendre ce journalsi je n’ ose y être sincère et si j’ y dissimule la secrète occupation de mon cœur?’

En al blijft hij in zijn dagboek zwijgen, wij weten dat hij die dagen wijdde aan Marc en zijn broertjes, dat hij er de donderdagen en zondagen was en vele avonden die uitlipen in het blijven logeren of bij de Allegrets, of in de Villa.

Van 5 mei tot 10 juli 1917 blijft Gide in parijs, ’très bousculé’ maar met de handen vol want bij de Allegrets verblijven op dat moment zes kinderen: André en Marc en de jongste jongen Yves, toen 12, hun kleine zusje Valentine geboren in 1909, een geadopteerde jongen en een klein meisje op pension.

Men noemde het huis wel eens ‘la pension Allegret’, en Gide was er die tijd een trouwe klant.
Hij begint er zijn samenzijn met Marc te regelen.

De grote vakantie kom eraan!


MERVEILLEUSE PLENITUDE DE LA JOI

 

dyn008_original_333_446_jpeg_20344_0dbc5fd69501ea306b24ff22a7a7ffa8

‘Je respirai leur affection comme un parfum.’

Met dit citaat uit Gides Journal opent Pierre Billard zijn boek ‘Le roman secret’, André Gide & Marc Allegret uitgegeven in het voorjaar 2006 bij Plon, Paris.

Heel anders dan Monique Nemer schetst hij een kroniek waarbij feiten en bedenkingen nogal vrijelijk door elkaar lopen in goede Franse traditie, un peu bavardant, mais bien dit. (en in grote leesbare letter)

Mooi is het openingstafereel, het had uit een film naar het werk van Pagnol kunnen komen, van wie Marc later ‘Fanny’ zal verfilmen.

Het is de 16de april 1906, Paasmaandag van dat jaar dus, een grote menigte is op de rand van het bois de Boulogne samengetroept om naar het opstijgen van een montgolfière te komen kijken.
Tussen al dat volk un homme grand, beau, élégant, sous son chapeau à large bord et sa cape noire, koopt hij kaartjes bij de Jardin d’ Acclimatation.
Hij wordt nog niet herkend, zijn werk Les Nourritures terrestres in 1898 gepubliceerd zal pas in 1915 een oplage van 1650 exemplaren bereiken.

Hij is vergezeld door vijf jonge jongens die hem ‘Oncle André’ noemen ook al is hij slechts van eentje, de achtjarige Dominique Drouin, de ware oom. (kind van Marcel Drouin en Jeanne Rondeaux, zus van Gides vrouw Madeleine)

dyn008_original_532_600_jpeg_20344_73e4a5e4a1cb44b803daa2c2b9bf7a46

De vier andere jongens zijn Jean-Paul, twaalf, Eric, tien, André, zeven, en Marc, zes jaar.
Het zijn de kinderen van de dominee Ellie Allegret, ooit mentor van Gide die vooral missionariswerk in Afrika doet.
Hij heeft vijf zonen gekregen, en bij zijn talrijke afwzigheden is Gide de graag geziene gast en helper zodat zelfs één van de kinderen zijn voornaam krijgt, als eerbetoon.

Auteur Pierre Billard haast zich om te zeggen dat het nonkel-gedoe absoluut niet als ‘couverture’ moest dienen, ‘un écran destiné à sauver les apparences et justifier l’ intimité des rapports de Gide avec Marc’.

Suzanne Allégret staat er immers vaak alleen voor, en vijf jongens grootbrengen is geen sinecure.

‘Voor Gide is het een devoir en een plezier:

‘il a -il aura toute sa vie- une attirance naturelle pour les enfants, ces phénomènes étranges chez qui il observe l’ homme en train de s’ inventer.’

Het is naar aanleiding van deze uitstap dat Gide in zijn journal de mooie zin opschrijft waarmee we deze bijdrage en het boek van Billard openden.

Natuurlijk hebben we een schat aan observators die over Marc en Gide kunnen berichten, want de hele Gidiaanse familie was er getuige van en zal dus telkens vanuit verschillende hoeken en tijden hun relatie documenteren.

Van die kleine schildering in 1906 waar Marc nog een joch is van zes, geboren dus in 1900 springen we naar 11 februari 1951, enkele dagen voor Gide’s dood.
In de rue Vaneau hebben journalisten zich verzameld, André Gide, 81, Nobelprijs 1947, ligt op sterven omgeven door enkele van zijn trouwe vrienden.
En daar vinden we ook enkele mannen terug die kind waren in de jardin d’ Acclimatation: Dominique Drouin en marc Allegret, beiden werkzaam in de filmwereld.

En al duurde de passionele kant van de geschiedenis tussen Gide en Marc slechts enkele jaren, hun vriendschap was er levenslang, en ook na die stormachtige passionele tijd bleef Gide voor hem zorgen, bracht hij Marc in kontakt met denkers, muzikanten en andere kunstenaars.

Enkele dagen na de begrafenis komen de vrienden samen om naar Marc’s film te kijken: ‘Avec André Gide

Tussen het bezoek aan de tuin en de laatste tuin speelde zich een leven af van twee mannen die door woord en beeld nauw met elkaar verbonden waren.

Het begon in 1916-17. Marc is er dus zestien, zeventien jaar, en Gide wordt 48.

Volg me maar, ik probeer de volgende dagen enkele beelden van hun liefde, leven en werk te projecteren op het zwarte scherm van deze donkere dagen.