Caspar_Goodrich_-_John_Singer_Sargent.jpg

 

Lieve Cecilia,

Het onontkoombare van een verjaardag tast het feestelijk gehalte van zo’n dag niet aan. Integendeel. Het streepje extra op de spreekwoordelijke kerfstok mag dan ook al een aanzienlijke rij voorafgaan, toch verwijst het weer naar de eens nog maagdelijke toestand ervan, de streepjesloze, toen jij met luide stem je verschijnen op deze wereldbol aankondigde en het vervolgens 365 dagen zou duren voor het eerste streepje verscheen.
Ik weet het, wij ergeren ons aan het aantal dat steeds toeneemt en waarvan de toename ons meer dan lief zichtbaar wordt.

Troostenden onder ons verwijzen naar de opgedane wijsheid, hebben het over de niet lijfelijk gerelateerde jeugdigheid en de opluchting van het niet meer moeten terwijl ze over het  ‘mogen’ wijselijk zwijgen.

In zijn boeken ‘De kinderjaren van Jezus’ en ‘De schooldagen van Jezus ‘ van nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gaat het ook voortdurend over ‘getallen’.

Om de verbinding met onze ‘vorige’ levens te maken, vorige levens die we als volwassenen helemaal vergeten zijn, is er volgens een van de personages uit het boek, een mogelijkheid om via transcendentale woorden waarvan uno, duo, tres (het verhaal speelt zich in Spanje af) de voornaamste zijn, de verbinding te maken met de grote onderliggende beweging van het universum of, zoals wij het liever noemen, de dans van het universum. Om de getallen te laten neerdalen  van waar ze verblijven, om te zorgen dat ze zich manifesteren in ons midden, ze gestalte te geven, verlaten we ons op de dans. (82)

cms_retina.full_cover.jpg


Coetzee is een meesterlijke verteller. Zijn hoofdpersonages, een man, Simon, en een jongen, David die op het einde van de schooldagen zeven wordt, hebben geen verleden meer. Ze hebben elkaar op een boot ontmoet. Een boot op weg naar een ander leven. De man treedt op als verteller. Het kind dat niet het zijne is zal hij bij gebrek aan ouders begeleiden, ervoor zorgen dat het een moeder krijgt en ervoor verantwoordelijk blijven zo lang dat nodig blijkt.
Het feit dat je geen ‘vorig’ leven moet meezeulen maakt het schijnbaar makkelijk om het nieuwe leven vorm te geven al botst de ‘bezorgdheid’ van de oudere voortdurend met de nog magische wereld van de jongen die zich niet makkelijk neerlegt bij wat zou horen of niet van tel zou zijn.

Recensenten putten zich uit om analogieën met bestaande bijbelfiguren en gebeurtenissen bloot te leggen maar wat mij zo aantrok in beide boeken was net de onafhankelijkheid, het wegkomen met allerlei theorieën omdat ze door een meester-verteller worden gebracht, en ja hij is al 75. Zijn verhaal stoelt op dezelfde onzekere emoties die ons bevangen als we het over essenties hebben en we dan uiteraard bij het sacrale en het magische belanden. Het  einde van het tweede boek overigens, ik wil je de inhoud niet verklappen, is nog het meest hilarische en zou je het als lezer nooit kunnen indenken bij het begin van beide boeken. En bij leven en Coetzee’s welzijn kan een derde boek niet uitblijven.

Natuurlijk herken ik de uitgangspunten: zouden we niet beter de kinderen getallen laten dansen in plaats van hen te vroeg op te zadelen met de utiliteit ervan. Als ik zie hoe zelfs in de kleuterscholen testen en ‘oefeningen voor later’ het halen op de magie van het verhaal en de beweging dan begrijp ik best dat het resultaat van dat ‘beste’ onderwijs van Europa menselijk gezien niet veel vreugde en vrede heeft bijgebracht.

‘Alsof de aarde haar neerwaartse kracht heeft verloren lijkt de jongen al zijn lichaamsgewicht af te werpen, zuiver licht te worden.  De logica van de dans ontgaat hem volledig, maar hij weet dat wat zich voor hem afspeelt buitengewoon is; en uit die stilte die neerdaalt in de aula maakt hij op dat de mensen uit Estrella het ook buitengewoon vinden.
De getallen zijn integraal en geslachtsloos, zei Anna Magdalena; hun manieren van liefhebben en zich vereningen gaan ons begrip te boven.  Daarom kunnen ze alleen door de geslachtsloze wezens omlaag worden geroepen.  Nou, het wezen dat voor hen danst is kind noch man, jongen noch meisje; hij zou zelfs zeggen lichaam noch geest.  Met zijn ogen dicht, zijn mond open, in vervoering, zweeft David met zoveel vloeiende gratie door de passen dat de tijd stil blijft staan. Te geboeid om zelfs maar te ademen fluistert hij, Simon, bij zichzelf: denk hieraan! Als je in de toekomst ooit in de verleiding komt aan hem te twijfelen, denk hier dan aan!
(297)

Terwijl ik de tekst overschreef bekroop mij toch lichtelijk weer het gevoel van ‘la pureté dangereuse’, de eeuwige Rousseau die zijn kop opsteekt, zeker in deze tijden van twijfel en onzekerheid.  De zuivere geesten horen in mijn wereld thuis bij waspoeders en ontsmettingsmiddelen.  Ik heb het voor onze onzuiverheid, onze tweespalt, en daar staat geen leeftijd op, wel groeiende zelfkennis en de daarmee verbonden verantwoordelijkheid.
Onafgezien daarvan geloof ik wel in onze overgave, ons benaderen van het mysterieuze en het sacrale in onszelf en de anderen.

Mijn briefje voor je verjaardag, lieve Cecilia zetten we persoonlijk verder als je weer in het land bent en de herfst de schoonheid van het verdwijnen tentoonspreidt, noodzakelijk voor de volgende  lente. De boeken liggen hier voor jou klaar.

(De kinderjaren van Jezus en de schooldagen van Jezus zijn uitgegeven bij Cossee in A’dam. De schooldagen was de eerste vertaling van het werk. )

472660425.jpg