
Waarom
draait de rivier,
sterft het kind,
staan de koeien, gat naar de wind,
breekt een vriend je de nek,
kust een onbekende je op de lippen,
ratelt de regen,
verblijven wij op aarde,
zingen de monniken,
stinken kranten naar leugens,
stijgt de temperatuur,
gooien mensen zich op de grond voor god,
grijpen wij naar goud en zilver,
verbergen wij onze angsten
lezen we op het toilet,
en verlaten wij het leven,
terwijl de merels zwijgen.
Wendingen zijn het, kind,
wendingen die ons
tot een roerloos cocon omwinden.
Wat gisteren was, zal morgen zijn.
Het regent sterren terwijl je slaapt.
