Japanse kersenbloesems levenslang

cherry-blossoms-trivia-facts-1519937792

Zestien was ik toen ik ‘Gedicht en omgedicht’, een Vlaamse Pocket samengesteld door Bert Decorte (dichter en vertaler, 1915-2009) het internaat liet binnensmokkelen.
‘Wereldpoëzie door Vlamingen vertaald’, was de ondertitel.
Bert Decorte was overigens de auteur van de eerste integrale vertaling van ‘Les fleurs du mal ‘van Baudelaire, verschenen in 1946 onder de titel ‘De bloemen van den booze’. (met een voorwoord van Herman Teirlinck die de vertaler volgens Wikipedia ‘uitbundig prees voor zijn prestatie’.)

Pivoine_sur_paravent_2_par_Kanō_Sanraku

Zestien, zeventien zijn begin jaren zestig is niet te vergelijken met dezelfde zestien-zeventienjarigen uit deze jaren.
Dat een bloemlezing als deze bij ons eerder de ramen en deuren openduwde dan ze nu zou doen (-misschien zijn er geen ramen of deuren meer, of weer heel andere-) is niet zo moeilijk om te begrijpen. Er begon duidelijk iets in de gesloten wereld te gisten, en wij zaten als uitgegroeide pubers daar midden in. Voeg daarbij de toestand van een permanente verliefdheid die absoluut niet kon geuit worden en je begrijpt dat vele teksten uit deze bloemlezing een dankbare vertaling waren van mijn eigen ongeordende en onduidelijke emoties.

DT229

De vertalers waren er naar leeftijd gerangschikt en zo kwam ene ‘Gabriël C.J. Vandenberghe (1925) nog net voor Hugo Claus (1929) met fragmenten van Dylan Thomas’ “Onder het Melkwoud”.
Wie Gabriël C.J. Vandenberghe was heb ik niet kunnen achterhalen. Er is buiten een geboortedatum in de pocket op het net niets van hem te vinden. Een mooie prestatie om jaloers op te zijn.
Hij vertaalde naast teksten uit Turkije en Perzië vooral gedichten uit Japan.
Waarschijnlijk is daar mijn liefde voor dat land en zijn cultuur begonnen.
Ze leerden mij dat je woelige emoties ook ingehouden kon beletteren.
De vertaler schrijft zijn voornaam beetje pijnlijk verkeerd ‘Atomo’ Yakamochi, maar als je zijn ware voornaam Otomo zou horen uitspreken dan kan dat best een klank tussen a-en o zijn, vandaar misschien. Dat hij niet de eerste de beste was verklaart deze bio:

EITOKU-JUKO-IN-1-det

Ōtomo no Yakamochi (大伴 家持, c. 718 – October 5, 785) was a Japanese statesman and waka poet in the Nara period. He is a member of the Thirty-six Poetry Immortals (三十六歌仙 sanjūrokkasen). He was born into the prestigious Ōtomo clan; his grandfather was Ōtomo no Yasumaro and his father was Ōtomo no Tabito. Ōtomo no Sakanoue no Iratsume was his aunt.

Yakamochi was one of the compilers of the Man’yōshū, the first poetry anthology created in Japanese history, for which he not only wrote several poems but also transcribed, rewrote, and refashioned an unknown number of ancient poems and folklore. He was the most prolific and prominent writer of his time, and had a great influence on the Shika Wakashū as well. The famous Gunka song Umi Yukaba used one of his most famous and outstanding poem as lyrics, and was considered Japan’s second anthem during wartime.

utagawa-hiroshige-ocean-off-satta-1858

En dan het mooie vers waarin de gestorven geliefde wordt herdacht:
Wel wisten wij
dat het leven als water vervliet
en toch hebben wij altijd geloofd
dat onze liefde duren zou
duizenden, duizenden jaren.

hb_JP1278

Ach, kon ik u toch zien
één ogenblikje maar
hoe kort ook
dan was mijn verlangen vervuld-
zo dacht ik.
Maar nooit verlangde ik meer
dan nadien.

lovers
En van een collega uit de twaalfde eeuw ‘Ato Tobira’ dit korte vers:

‘Eénmaal slechts
slechts één, één, één enkele maal
zag ik hem in het licht
van de hemelbereizende maan –
maar nu gaat er geen nacht meer voorbij
zonder te dromen van hem.

en ik neem je van hieruit mee naar een vers van Ki no Tsurayuki:

In de palm van mijn hand
heeft een weinig water
één ogenblik –
de maan weerspiegeld.
Of was zelfs dat een droom?
Zo kort was mijn doorreis op de wereld.

tsuchiya_koitsu-collection_of_views_of_japan-summer_moon_at_miyajima-00027680-050925-f12

Ki no Tsurayuki (紀 貫之, 872 – June 30, 945) was a Japanese author, poet and courtier of the Heian period. He is best known as the principal compiler of the Kokin Wakashū, also writing its Japanese Preface, and as a possible author of the Tosa Diary, although this was published anonymously.

Tsurayuki was a son of Ki no Mochiyuki. In the 890s he became a poet of waka, short poems composed in Japanese. In 905, under the order of Emperor Daigo, he was one of four poets selected to compile the Kokin Wakashū, the first imperially-sponsored anthology (chokusen-shū) of waka poetry.

He is well known for his waka and is counted as one of the Thirty-six Poetry Immortals selected by Fujiwara no Kintō. He was also known as one of the editors of the Kokin Wakashū. Tsurayuki wrote one of two prefaces to Kokin Wakashū; the other is in Chinese.

800px-Kajikazawa_in_Kai_province

Van een onbekende dichter, Japan 10de eeuw:

Ach dat men maar
wanneer de ouderdom aankomt
de deur kon sluiten
en zeggen
‘er is niemand thuis
we ontvangen niet.’

Een gedicht dat ik op dit ogenblik best begin te begrijpen.
Wat ik toen niet wist maar nu te weten kwam, mijn lieveling-verzen uit Gedicht en omgedicht waren van een vrouw. Yosano Akiko (1878-1942) de pen name ‘of a Japanese author, poet, pioneering feminist, pacifist, and social reformer, active in the late Meiji period as well as the Taishō and early Shōwa periods of Japan.[1] Her name at birth was Shō Hō (鳳 志やう Hō Shō). She is one of the most noted, and most controversial, post-classical woman poets of Japan.
Je kunt haar controversieel leven bij Wikipedia lezen. Ze zou tussen de 20.000 en de 50.000 gedichten hebben geschreven en 11 proza-boeken. Maar het doet weinig ter zake want al swingde zij van links naar rechts, haar teksten ontdoen zich hier van elke politieke voorkeur.

26.hiroshige-ashida-Mb4846

Omdat mijn liedjes zo kort zijn
denken de mensen
dat ik mijn woorden spaar.
Ik heb in mijn zangen niets gespaard:
niets is er dat ik eraan kan toevoegen.
Ik ben geen vis;
mijn ziel zweeft zonder kieuwen
Ik zing mijzelf
in één adem
uit.

AKIKO
Van al de trappen naar mijn hart
-ontelbaar-
heeft hij er één bestegen,
twee misschien.

563701
Dat je zelfs niet gevoeld hebt
het warme kloppen
van bloed in een teder lichaam –
bedroeft dat u dan niet –
schamele moraalprediker?

106164681_o

Zolang ik de liefde niet kende
zocht ik de schoonheid in de goden
Maar nu
zie ik u
al de schoonheid van hemel en aarde.

Tree and reflection, Lake Biwa, Shiga Prefecture, Japan
Wat goed
wat kwaad is
vraag dat aan hen
die op de zandbank bleven!
Ik
ik rijd en speel
op de stormwind.

Ik heb ‘gedicht en omgedicht’ samengesteld door Bert Decorte tot op de dag van vandaag gekoesterd. Nog altijd hebben vele teksten hun eerste schittering behouden.
Meegereisd, soms lang weggelegd maar altijd teruggevonden.

Om met een lied van de negende eeuwse Oe no Chisato te eindigen:

maan

Ik heb geweend
geroepen en geweend
zozeer geweend
dat ik van tranen ben doordrenkt;
maar als iemand mij vraagt waarom
‘Het zijn maar lenteregens’
zal ik zeggen
‘die gans mijn kleed doorweekten.’

(Dankjewel Bert en Gabriël)

U_48_101675707232_MKG_Hokusai_x_Manga_Eisen_Liebespaar