Afwezigheid, een gedicht

man-waiting-for-train-artistic-aps0654-medium-original-imae76j5fgtx5zwb

Alsof je straks, bij ’t vallen van de nacht
thuiskomt,
en ik de buitenlucht in je krullen
ruiken zal
als ik je zachte wangen kus, lief.

waiting

Alsof je in de vroegte van de dag
thuiskomt,
en ik het donker in je ogen
zal zien
als ik je lippen kus, lief.

41562-homer, winslow-waiting for dad

Alsof je in de zwaarte van de middag
thuiskomt,
en ik de kromming van je armen
voelen zal
als ik omarmd je zwijgen hoor, lief.

waiting-for-time-to-fly2012-e1350837097634

Zo wacht ik de dood voorbij.

ROBIN TEWES, magical visual parables

dsc_2258_1024x1024

Er is natuurlijk het strijdbare, jaren tachtig vorige eeuw eerste grote feministische golf, maar al vlug haalde de eigenzinngiheid het op het pamfletaire: oog voor kwetsbaarheid, en dat op de eerste plaats bij degenen die geacht werden aan de andere kant te staan, kracht versus beminnelijkheid om de twee nog eens uit te vergroten.
Mannen in nood wordt het onderwerp van een serie werken, maar juist daardoor hun mooiste kant toonden: het behulpzame, het gevoel voor de andere man.

man in troubles2
Het oogde allemaal een beetje stormachtig met veel water waarin de verhalen zich afspeelden, en je voelt de strijdbaarheid verschuiven naar het vinden van een eigen taal die een publicist ‘magical visual parables’ noemt.
Vertellen maar dan over een gestolde tijd waarin vooral de ruimtes hun functionele geborgenheid zijn kwijtgeraakt.

faith-26x22-2007-oil-on-birch-panel
De personages, vaak kinderen, zijn uit die ruimtes uitgegroeid en vinden geen weg terug. Er zijn extra verborgen of moeilijk zichtbare letters of boodschappen (kruis en tekst op de muur) waarin ze ooit hebben geloofd of die geacht werden voor het nodige heil te zorgen, of als …
Het onuitgesprokene wordt belangrijker dan een duidelijke dialoog. Wat ons drijft hebben wij misschien wel te veel verpakt in comfort en gemakkelijkheid ten koste van het mysterieuze. Nu is je leven voor iedereen zichtbaar.  Je bent nooit alleen. Maar altijd eenzaam.

revision-1-kitchen-22x18-2002

Robin Tewes’s artwork is drawn from personal life experiences that are transformed into magical visual “parables.” Her narrative paintings penetrate and expose the political and social hypocrisies of society through the prism of humor, beauty and incisive intellect. Whether dealing with issues of war, religion, feminism, or the harsh and glorious surprises that life throws at us, Tewes’ visual responses reveal trenchant insights wrapped in a cocoon of empathy. At the same time, the artist invites the viewer to question his/her own beliefs. Over the years she has experimented with various techniques and mediums in her pursuit of enriching and expanding centuries old dialogues artists have had with the figurative painting tradition.

scaleimage.aspxruim

Rooms — intimate spaces of one’s own design, private and often secret, walled off from the outside world — figure dominantly in Tewes’ paintings and drawings. Working in series, i.e., Rooms With People, Rooms Without People, she frequently incorporates family members, transmuting her subjects into phantasmagoric fables that reflect on contemporary life. Tewes makes clear that an enclosure’s isolation is illusionary. One is never alone, words rush in and are scratched onto walls, shifting the meaning of the paintings. Her minimally spare “rooms” usually contain windows, doors and hallways giving us glimpses of the fluidity of entry and exit. In these works, disengagement from societal interaction is not possible, a human presence is always palpable.

suburban orpheus

Robin Tewes was born (1950) and raised in the working-class Richmond Hill, Queens neighborhood. She was interested in art from an early age and attended the High School of Art and Design in Manhattan, majoring in cartooning. After working and traveling, she attended Hunter College in New York City (BFA, 1978), where her key influences were narrative, representational artists such as Frida Kahlo and Edward Hopper, as well as the Surrealists.

scaleimage.aspx2b

After graduating, Tewes became involved with a group of young artists living and working in the poor-to-working class Lower East Side neighborhood. Together, they founded the P.S. 122 painting Association in 1979 and began renting classrooms in the abandone school, which they converted into studio spaces. That association, in existence today, evolved into the future Performance Space New York. During that time, Tewes also co-founded the artists collective, Fifth Street Gallery, one of the first in the Lower East Side.

i love

“I’m interested in that subconscious current. I think about things unspoken … the energy left in a room after a certain conversation.”

At times that energy took the form of scratched, nearly invisible graffiti on walls, floors and furniture. Critics speculated that the ambiguous scribbles might represent plaintive, rueful traces of recent exchanges, thought projections, or conversations to come, intimating marital discord, sexual tension, irreconcilable disputes, and lonely childhoods.

plakk

“It’s so hard not to let the outside world define you. The business of art is really perverted. It’s always shifting and changing, but usually it’s white men, still, but especially back then. Art dealers would gravitate towards work they liked and understood, and that’s all real and fine and acceptable, but it’s tunnel vision, because it’s not understanding or accepting work outside of their experience. So the dealers buy and perpetuate work that interests them. There are always exceptions to this rule, but it was a general rule. The collectors then would buy it, and the writers then would write about it, and the art historians then would curate it. So it was this small little ball of wax that kept recycling in itself. It’s best when you can have many different points of view and many different visions of understanding and women were really kept out of that, and artists of color were too. It’s still a problem.”

 

scaleimage.aspx2

_the sleeper woman with curler

“This is a portrait of my deceased mother Edna Quinn Tewes. I call it “The Sleeper Woman with Curler.”

https://www.neoimages.com/artistportfolio.aspx?pid=3717

http://adambaumgoldgallery.com/

movietheatre

DE BRIEF, een kortverhaal

still-life-with-letter-to-thomas-b-clarke

‘Toch zal ik je schrijven, ‘ had ze gezegd. Veertien jaar geleden. ‘Ik zal je laten weten waar ik ben, wat er met mij is gebeurd. Ik zal je vragen te komen als ik gevonden heb wat ik zoek.’
Zo. Maar, wat zocht zij eigenlijk? Niet het geluk, ook god niet, geen rijkdom of een plaats onder de groten der aarde.
‘Wat ik zoek kun jij op dit ogenblik niet begrijpen.’ zei ze. ‘Het is ver en tegelijkertijd dichtbij.’
Hij had mooi te beweren dat het praatjes waren, ontvluchten van de realiteit, uitstellen van een beslissing.’
Ze hield het bij ‘het zoeken’. Ze zou hem nu verlaten, niet voor goed maar om te ontdekken wat zij in haar leven moest vinden.
‘Dag lieve liefste, hou je sterk, ook al kan het even duren. Je hoort nog van mij!’
Ze vertrok met de ochtendtrein van vier over acht richting hoofdstad om aldaar in een andere trein te stappen, bestemming onbekend.
Zijn vader kon blijven beweren dat ze een hysterisch vrouwtje was, dat ze niet bij haar zinnen zou zijn; zijn moeder had het over het feit dat dergelijke meisjes best nooit zouden trouwen, hij bleef in haar geloven. Tegen elke redelijkheid in hield hij zich aan haar belofte.

9905920_20170331-102254-2

Veertien jaar echter waren er intussen voorbij gegaan. Veertien jaar zonder dat de bewuste brief of boodschap hem had bereikt. Toen ze vertrok was hij bijna twintig en nu vierendertig. Hij had zijn studies opgegeven, werk gevonden bij een maatschappij die handelsreizigers voor een nieuw soort wc-brillen zocht (de ecologische bril die signalen uitzond naar je computer als de grote boodschap te veel -aten of -ieten bevatte!) maar verder werd elk contact met de buitenwereld verbroken.
Immers, geen andere brief dan de hare mocht in zijn brievenbus binnenvallen, geen andere boodschap dan haar verhaal zou in zijn leven een plaats krijgen.
Veertien jaar lang loerde hij op de postbode. Drie generaties brievenbestellers had hij meegemaakt. Hij kende hun eigenaardigheden, hun vaste uren, hun manier om naar de bus te stappen. Maar tijdens die veertien jaar hadden ze alleen zijn aangifteformulier van de belastingen gebracht en later het bericht dat hij nog zoveel of zoveel moest bijbetalen. (het vierde jaar kreeg hij 4 euro terug!)

516px-pierre_bonnard_the_letter

Weer of geen weer, ziek of niet ziek, elke morgen hield hij achter het raam de wacht. Vermoedde hij dat de postbode een enveloppe bij had die hij niet bij de officiële stukken kon thuisbrengen dan was zijn hart bereid niet alleen haar woorden te lezen, maar haar zelfs te omarmen, haar eindelijk mee te voeren naar de slaapkamer, om er na de vreugde van het luisteren, het plezier van het fluisteren te ondergaan tot zij in de stilte eindelijk in elkaar konden opgaan zoals dat zo mooi wordt verwoord.

Na feestelijke muziek te hebben opgezet sloopt hij de trappen af, ging waardig door de gang en bleef hij bij de brievenbus staan, drie minuten lang om de goden te aanroepen hem in geval van teleurstelling bij te staan of om hem vleugels te geven bij het ontvangen van de lang verwachte brief.
Meestal, na met bevende handen de brief uit het kastje te hebben opgevist, bleek het een schrijven van een verre nicht, een oude schoolvriend of werd hij opgeroepen het leven te redden van een zwaar ziek kind uit verre oorlogsgebieden.

03stivo1_thumb1

Opgeven was niet aan hem besteed! Hij wilde blijven geloven dat de dag zou komen. Het scenario voor die gebeurtenis was door de jaren heen zo vaak in zijn hoofd herhaald dat hij het, bij werkelijk plaatsvinden, feiloos zou kunnen uitvoeren.
Kijk, daar komt de postbode. Neen, deze keer rijdt hij niet voorbij. Hij zet de fiets tegen de gevel. Is dat bonkend geluid werkelijk zijn hart? Zijn die tranen op zijn wangen er gekomen zonder langdurige aandrang of zelfmedelijden?
Hoor hoe de muziek door het huis schalt. Hij heeft zich gebaad. Zijn beste pak aangetrokken. Laat de telefoon rinkelen. Zoek iemand anders om slimme wc-brillen aan de noodruftige vrouw of man te bezorgen.
Elke trede die hij afdaalt ziet hij haar weer voor zich, telkens anders, telkens met minder en minder textiel om het mooie lijf. Tot hij haar op de laatste trede met de mantel der liefde bedekt en hij haar in kanten bruidskleed voor het altaar voert.
‘Man die veertien jaar wachtte,’ schrijven de kranten. Zo zie je maar!
Tenslotte pakken zijn vingers de brief. Het is haar geschrift. Opnieuw bestijgt hij de trappen naar zijn woonhoek. Elke trede ziet hij een andere foto van een jonge vrouw die hem tegemoet komt. Steeds dichter en dichter komt ze, in slow motion. Ligt ze dan eindelijk in zijn armen, klik-het volgende beeld- de brief. ‘De brief!’
Nu mag de zilveren briefopenener zijn werk doen. Voorzichtig. Inderdaad, het is haar geur. Violettes de Venise. Hij slaat het velletje open. Volgende beeld.
De postbode stopt niet. Het scenario wordt opgeborgen voor een volgende dagdroom.

11-15waitingforletter

Veertien jaar lang. Elke morgen trouw weer op post. Een ritueel, een viering, een vergroten van de kleiner wordende kans tot ze op hem drukte als lood en hij kreunde: wacht niet langer meer, want mijn hart is niet zo sterk als het hart van mensen die zich dag in dag uit wentelen in de armen van een geliefde.

Twee maal zeven jaar, dacht hij die herfst. Twee maal zeven, het dubbele heilige getal. Nu zou het gaan gebeuren.
De mistige morgenden, de eerste dagen van oktober als er geen enkele kans op een zoele warmte was, als de zomer in de schoonheid van rottende blaren lag te sterven, en andere mooie, zij het dan geplagieerde gedachten.
En jawel! Die morgen scheen het scenario eindelijk werkelijkheid te worden!
Een witte omslag. Hoe hij ook in zijn geheugen naar mogelijke kandidaten zocht die hem op dit ogenblik met een schrijven zouden kunnen gedenken, hij vond niemand!
De verre nicht was aan keelkanker gestorven, de oude schoolvriend in de politiek gegaan, en de caritatieve instellingen waren slim gnoeg hun bedelbrieven rond kerst en nieuwjaar te verzenden.
Dus zette hij feestelijke muziek op, nam hij een bad en liet hij inderdaad de telefoon rinkelen. In zijn beste pak stapt hij naar beneden, en elke trede die hij afdaalt komt ze dichter bij de leeftijd van negentien, de leeftijd toen ze hem verliet om haar zoektocht te beginnen.

De brief. Duidelijk haar geschrift, geen enkele twijfel mogelijk.
‘Kom,’ zegt hij. ‘Kom,’ terwijl hij weer de trappen opstijgt. Eens hij de zilveren briefopener heeft gebruikt , rook hij inderdaad ‘violettes de Venise’.
Heel voorzichtig vouwde hij het papiertje open.
Het is een gedrukt velletje, en daaronder één lijn in haar groot en rond geschrift.
‘Ja,’ schrijft ze, ‘ja, ik heb het gevonden. Helemaal.’
En dan lezen zijn betraande ogen het drukwerk: nodigen hem uit de plechtige huwelijksviering bij te wonen, zaterdag aanstaande.
Hij is notaris, leest hij. Zij intussen doctor in de rechten.
Als hij de brief dichtplooit merkt hij nog één lijntje in haar handschrift, helemaal bovenaan op de achterkant: ‘Ik zou je vragen te komen als ik gevonden had wat ik zocht.’ Of hij er dus wil zijn. In stadskledij.

roger-de-la-fresnaye-the-magician-207469_thumb

VERS VOOR VERMEERSCH

1712857

VERS VOOR VERMEERSCH

Mijn hart, vertrek
met de wijze schildpadden,
mijn hart, door
een Sahara van licht!

Pontificaal
in hun regencapes,
leren de schildpadden ons
hoe nutteloos voeten zijn.

Ze weten dat hemelse
horizonten vals zijn,
en wijden hun leven
aan de studie van een ster
waarmee ze hun schild
kunnen doordrenken.

Mijn hart, vertrek
met de wijze schildpadden.
Een schroef voor je lichaam
en vleugels voor je ziel
zullen je niet ontbreken als
je de Aarde voelt draaien.

Mijn hart, blus
je oude dorst naar grenzen.

Federico Garcia Lorca
vertaling Bart Vonck

855c1e6d1a28660a8ddcf87208dcdb8d

Voor Etienne Vermeersch
Schreef in letters
die het eigen denken
dansen deden.

MILTON ROGOVIN, they tell about their lives…

appalachia 1962-71

Het filmpje hierbij, -hij was toen drieënnegentig- zegt meer dan alle mogelijke beschrijvingen van zijn fotowerk waarmee hij pas begon toen hij 48 was.
Milton Rogovin.
Als gediplomeerd opticien had hij, na de bankencrash van 1929 oog voor het lot van degenen die dag in dag uit in armoede moesten leven.

milton-rogovin-wachtend op de boekenbus
Geboren in 1909 uit een familie van Joodse immigranten uit Litauen had hij naast liefde voor zijn job grote belangstelling voor ‘workers’ rights’.
In de optiek van ‘maak zichtbaar’ wat je leven bepaalt, kon hij vanuit zijn vak -hij opende een praktijk in Buffalo-, ook zijn ogen dienstbaar maken via de fotografische lens, zeker nadat hij in 1952 was opgeroepen voor het Huis van ‘on-Amerikaanse’ activiteiten.

The Buffalo Evening News immediately labeled him “Buffalo’s Top Red” and the persecution that followed significantly impacted his business and his family. Rogovin later stated that though his voice had been silenced, he would not be silenced. And so in 1958, Rogovin began making photographs that communicated his social concern. His first series was on Buffalo’s black storefront churches and these images showed both the poverty and the vitality of their environment. Seen by W.E.B. Dubois, the pictures made their way to Minor White and were eventually published in Aperture Magazine in 1962.

series_027_edited_custom-7fdb4412423de73a24b2ed79aed28fbe060d920c-s800-c85

In 1972, at the age of 63, Rogovin began to photograph Buffalo’s Lower West Side. Turning up on streets ranging from blue collar family neighborhoods to places where it was dangerous to ask too many questions (the reason many of the pictures are un-named). Rogovin photographed indoors and outdoors, individuals and family groups, as he sought to convey the truth of the lives of his subjects and their environment.

lower west side

Returning to this neighborhood for three decades, Rogovin created triptychs and quartets by photographing the same individuals or families with each visit. The result is a collection of photographs which provide an extraordinary look at the passage of time as well as tremendous insight into the lives of diverse ethnic groups including Puerto Rican, African American, Native American, and Italian families over the course of thirty years. Rogovin completed the Lower West Side series at the age of 92.

2011.16.04_rogovinmilton_triptychfelxandwifeserieslowerwestsidebuffalo_fv

Rogovin’s photographs are now in the permanent collections of over two dozen prominent museums around the world, including the Biblotheque Nationale in Paris, the Museum of Modern Art in New York, the J. Paul Getty Museum in Los Angeles, the Center For Creative Photography at the University of Arizona-Tucson and the Victoria and Albert Museum in London.

fa2763c8ddc0b50fa572a2e8ee8f09cb

In 1999, the Library of Congress acquired 1,130 of Rogovin’s master prints, along with his negatives and contact sheets. The irony was not lost on Rogovin that the government that persecuted him in the 1950’s now celebrated his work as a champion of the poor and working class half a century later.

miltonrogovin_appalachia031

Hij stierf in 2011, enkele weken na zijn 101ste verjaardag.

“Once you’ve studied the pictures for a while, they begin to speak. The people in the pictures hold still — so patiently, that you can study them at your leisure. And when you’re wholly inside the picture, the people speak. They tell you their life-stories. Their political opinions. They confess. They accuse. They laugh. They sigh because they’re tired. They open their hearts to you. This is how we love, they say, and this is how we hate, and this is why we didn’t get anywhere, and this is our youth, and these our dreams of glory, and this is what our parents looked like, and here is my weak point, and here is my strength….I’ll have to ask you to write your own caption. Look at them closely. Look into the people’s eyes and let them speak. They tell you about their lives….”

voor vredeteken

In 2003, Rogovin summed up his work: “All my life I’ve focused on the poor. The rich ones have their own photographers.”

lower west side café

https://www.danzigergallery.com/artists/milton-rogovin/featured-works?view=slider

Anne Rogovin, Milton’s wife, died from brain cancer on July 7, 2003. She was surrounded by her children, grandchildren, and great-grandchildren. Besides being a special education teacher, a parent, and an activist for peace and justice, Anne played an important role in Milton’s photography. She often accompanied him when he took his photographs in Buffalo and around the world. Anne encouraged Milton and was the inspiration behind many of his photography series. Anne will always be in our hearts.

6a00df351e888f88340148c7be4adf970c-400wi

“When you look at these pictures, you know there was no monkey business, and that I was not sneaking around trying to steal pictures of people.” There is a directness to his portraits, which celebrate his subjects’ everyday lives, and have a casual empathy reminiscent of family photographs. “The only thing I asked them was to look at the camera.”

12kidstriptych

1969-1973 met kindje

THOMAS ALLEN, uit hun cover bevrijd

thomas-allen-beautiful-evidence-5

Je kunt met je oude boeken naar De Slegte, maar je zou net als de Amerikaanse illustrator-kunstenaar Thomas Allen ze als materiaal kunnen gebruiken voor allerlei creaties book-art.
Het zijn vooral de pulp covers die hem inspireerden omdat ze nog ontsnapten aan de latere stilistiek en er heuse mensen op afgebeeld stonden. Verbindingen met de toenmalige cinema waren niet ver te zoeken, maar ook de jeugdherinneringen, de dromen van weleer verlieten hun covers en kwamen in een driedimensionele droomwereld terecht.

6a00cd96f8411f4cd5011017c12963860e

Inspired by a View-Master and pop-up books as a child, Thomas Allen became interested in recreating these three-dimensional experiences by using mid century books and pulp fiction paperbacks as still life subjects. Allen gently cuts around the shape of his figures, physically releasing them from their two dimensional surface, and then places them in a new display of meaningful interactions. His characters are brought to life from their pages and covers by detailed lighting and selective focus, ultimately telling a distinct narrative with their newly defined settings. He explores the human experience by exploring sexuality, desire, childhood and scientific norms. In his earlier work from Uncoveredand New Releases, Allen portrayed unrequited love, dramatic sexuality, violence and dynamic scenes of movement. In Beautiful Evidence, Allen plays with the findings of science, the complexity of the universe, identifying with the wonder and innocence of childhood. With an offbeat and cinematic way of storytelling, Allen continues to create photography that is animated, contemplative and intriguing.

(Foley Gallery, NY: http://www.foleygallery.com/talent/thomas-allen/history)

1713f366ed44b0520dafb597354da157

I had a fellowship for a series of work that used anatomy books to tell stories from mythology. I had another grant coming up and I just started cutting up a book. When I pulled it, things started popping off the page. I had a paperback novel where one man’s punching another man on the cover. I realized I could make it look three-dimensional. It was like a pop up book.

e3c35211a5984cb3b80d5459db7142a5

Prior to [this project] I was using Photoshop and making props, cut-outs that I would print onto card stock and cut out and place over the books, and then use light to hide all the tricks. But [for this project] I decided not to use any outside help. I rely on how I cut something and how I light it. As I started using more than one book together, the whole premise of how one story can become another story took the project somewhere else.

c995b06c13fca17f6d57cd40c3e6eb6a

I use pulp covers because I like the way they’re illustrated. Around the ’70s they stopped painting [pulp covers] like that and I avoid those covers because they became too stylistic. I use them because [the characters] look like real people, they’re almost like realist paintings.

thomas-allen-bookend-800x800

The covers are suggestive in the first place. I felt like I could push the suggestiveness into crossing gender lines. Someone asked me if I’d ever thought about using gay pulp covers. I looked at them, and while the lesbian ones are fine and look like other pulp covers, the gay male ones, the way they’re painted or drawn, look much too invented and cartoon-like. I felt like that would be too easy and obvious. The real challenge is to take blatantly straight images and make them sexual.

05

​I am a career artist, freelance illustrator, ‘gentleman farmer’ and distance runner. I earned a BFA from Wayne State University (Detroit) and an MFA from the University of Minnesota (Minneapolis). Represented by Foley Gallery in New York, my work has been exhibited and published nationally and internationally. Permanent collections include the Museum of Fine Arts—Houston, The Milwaukee Art Museum, the Nelson-Atkins Museum of Art, Target Corporation, Fidelity Investments, Microsoft, the Progressive Corporation and Twitter. Serving as both educator and visiting artist, I’ve lectured extensively about my work and taught a variety of photography courses and workshops across the country. Highlights include the University of Minnesota, Kendall College of Art and Design of Ferris State University (MI), Penland School of Crafts (NC), AIGA Austin Design Ranch (TX) and Los Angeles Center of Photography. In 2007, Aperture Foundation (NY) published

https://www.thomasallenonline.com/

thomas-allen-book-art-11

0aaee08d386b154caef90c1481c6bfcb

Covers waren net als de toenmalige film-affiches een vergroting van de inhoudelijke sfeer die lezer of kijker over de spreekwoordelijke drempel wilden trekken. Denk aan de droom-afbeeldingen op de dozen van treinen en spellen. Je kreeg een beeld dat je natuurlijk nergens in de werkelijkheid zou aantreffen tenzij je bereid was mee te gaan in je verbeelding en je Marklin een heuse locomotief werd en het meisje dat je groot-ogig aankeek in jouw armen zou terechtkomen. Daarom zijn de personages hier letterlijk uit hun papieren cover losgekomen en worden ze driedimensioneel, een opstap naar wat er gebeurt als je je ogen sluit.

c64f4f933024c22635ac12ca680d672d

2081eb5a6cc885822abbace31ad23436

8214a0fd8ced4582db4c08260d0bd174

Nick Drake: The back of your head

messier51

De achterkant van je hoofd

Vreemdeling, ik kijk naar de achterkant van je hoofd;
naar het hart van de kruin
waar de haarwervel begint;
bij het vleugje huid
zoals de sterren
geclusterd in het hart van een spiraal sterrenstelsel,
krullen uitwervelend in punten van licht op donker
tot in het oneindige en verder…

Er zijn meer dan 170 miljard sterrenstelsels
in het waarneembaar universum-
maar op het bovendek van deze bus het grootste mysterie
is de donkere materie van je ogen
die ik nooit zal zien-
zoals jij nooit dit kleine gedicht zult lezen

Nick Drake (1948-1974) (vertaling Gmt)

Nicholas Rodney Drake (Rangoon, Birma, 19 juni 1948 – Tanworth-in-Arden, nabij Coventry, 25 november 1974) was een singer-songwriter uit Engeland.

dubbeldekker-home

The Back of Your Head

Stranger, I’m looking at the back of your head;
at the heart of the crown
where the whorl starts;
at the touch of skin
like the stars
clustered at the core of a spiral galaxy,
curls whirling out in points of light on dark
to infinity and beyond …

There are more than 170 billion galaxies
in the observable universe –
but on the top deck of this bus the greatest mystery
is the dark matter of your eyes
which I shall never see –
as you will never read this little poem.

p01bqj45

 

I never felt magic crazy as this
I never saw moons knew the meaning of the sea
I never held emotion in the palm of my hand
Or felt sweet breezes in the top of a tree
But now you’re here
Brighten my northern sky.
I’ve been a long time that I’m waiting
Been a long that I’m blown
I’ve been a long time that I’ve wandered
Through the people I have known
Oh, if you would and you could
Straighten my new mind’s eye.
Would you love me for my money
Would you love me for my head
Would you love me through the winter
Would you love me ‘til I’m dead
Oh, if…
I never felt magic crazy as this
I never saw moons knew the meaning of the sea
I never held emotion in the palm of my hand
Or felt sweet breezes in the top of a tree
But now you’re here
Brighten my northern sky.
Songwriters: Nick Drake
Songteksten voor Northern Sky © BMG Rights Management

nick-drake-woods-1

PATTY CARROLL, anonymous woman

cookingthe-goose_1000

Of het nu over een serie ‘hot dog-verkooppunten’ gaat of over ‘perfect lawns’, perfect geschoren grasperken in nabijheid van een net zo clean huis, of haar langdurige belangstelling voor ‘anonymus women’, Patty Carroll, 1946 USA, benadert haar onderwerpen met zin voor detail, maar vooral met gevoel voor humor.
Mag de islamtische vrouw haar vrouwelijke bevalligheid niet tonen tenzij thuis, de westerse wordt net zo goed bedolven onder attributen van diezelfde thuis waaronder zij als menselijk wezen verdwijnt.

picnic-1_1000

Patty Carroll is a fine art photographer based in Chicago, Illinois who has been known for her use of highly intense, saturated color photographs since the 1970’s. Her most recent project, “Anonymous Women,” consists of a 3-part series of studio installations made for the camera, addressing women and their complicated relationships with domesticity.
By camouflaging the figure in drapery and/or domestic objects, Carroll creates a dark yet humorous game of hide-and-seek between her viewers and the Anonymous Woman. The exhibition at Catherine Couturier Gallery will feature large scale images from her latest narrative, “Demise,” where the woman becomes the victim of dramatic domestic disasters. Her activities, obsessions and objects overwhelm and consume her making space that surrounds her a site of unexpected tragedy. The scenes of her tragic end are loosely inspired by several sources including the game of Clue, where murder occurs in one of five rooms of the house: Dining Room, Kitchen, Hall, Conservatory, and Library.

mauve_draped_1000

In Patty Carroll’s photographic series, Anonymous Women, each densely patterned image focuses on a lone woman that is practically invisible. Each is merged, concealed, overwhelmed and seemingly taken over by her surroundings. Carroll grew up in the suburbs of Chicago at a time when the prevailing myth of suburban life was idealized and home depicted as a place of perfection and harmony. It was a time when a “woman’s place was in the home” and it was her job to create this upwardly mobile refuge characterized and affirmed by obsessively matched décor. Carroll has created a photographic world using the artifacts of that time to critique and satirize this stereotype of the feminine and the myth of happiness gained through claustrophobic perfectionism.

booky_1000

“I believe everyone has a hidden identity formed by personal traditions, memories, and ideas that are cloaked from the outer world. Cultivating these inner psychological, emotional and intellectual worlds is perhaps our greatest challenge as people, wherever we come from or wherever we live.”

fruity_1000

“I don’t want to over-intellectualize my work. I’m one of those photographers who likes to run with an idea, not some-one who thinks of a theory first and then works from that. It’s not until much later, when I’m well into my work, that I realize, Oh, that’s what I’m doing! and understand how it may fit into my world view.”

firey_1000

“We lose perspective and become possessed by our material goods. We just have too much stuff! I’ve called these pictures ‘unportraits’ because they are not real portraits. They are more portraits of types or issues but not of people.”

While people have commented that her photographs of women in various phases of anonymity could be interpreted as  everything from commentaries on women’s fight for identity to digs at commercialism, Carroll is happy for viewers to read what they  want into her work. “I’m just happy to get a conversation started. I want viewers to reach their own conclusions.”

clockwork_1000

“My work references how women are seen in the world. I grew up with nuns as teachers, and unlike priests they were always encased in their habits, so you never knew who they were as individuals.”

In what is an ongoing project, Carroll finds the fabrics in thrift shops in her native Chicago, but was originally inspired by the “heavy drapery” she spotted in 90s Britain.

crows_murder_1000

“Sometimes the home can be a place to hide in, or where you silently go about chores that nobody ever notices. It can be a place of contemplation and mystery, myth, or a familiar place to go, but also a place where personal psychodramas get played out.”

homely

She earned a BFA in Graphic Design from the University of Illinois and in 1972, she graduated with a Master of Science in Photography from the Institute of Design at IIT, Chicago. Since receiving her MS in Photography, Carroll has been teaching photography at universities worldwide. She has been a professor at the School of the Art Institute of Chicago, Columbia College and the Royal College of Art in London, among other schools. Carroll’s photography has been exhibited at the Museum of Contemporary Photography in Chicago, The Art Institute in Chicago, White Box Museum in Beijing, and The Photographers Association in Ningbo, China.

Te bekijken (zelfs te kopen): http://www.catherinecouturier.com/exhibitions/current-exhibition/

 

 

gunsroses_1000

CHARLES SIMIC, a disquieting muse

portraits_noborder_024

Charles Simic “So’”/“Thus”
(1962)

The long day has ended in which so much
And so little had happened.
Greet hopes were dashed,
Then halfheartedly restored once again.

Mirrors became animated and emptied,
Obeying the whims of chance.
The hands of the church clock moved,
At times gently, at times violently.

Night fell. The brain and its mysteries
Deepened. The red neon sign
FIREWORK FOR SALE came on a roof
Of a grim old building across the street.

A nearly leafless potted plant
No one ever waters or pays attention to
Cast its shadow on the bedroom wall
With what looked to me like wild joy.

146n09350_849jt

“Aldus”

De lange dag gedaan waarin zo veel
en zo weinig was gebeurd.
Grote verwachtingen op een hoopje,
dan halfhartig nog eens opnieuw hersteld.

Spiegels eerst bewegingsvol daarna geleegd
Gehoorzamend aan grillen van toeval.
De wijzers van de kerkklok bewogen
somtijds zachtjes, somtijds heftig.

Nacht viel . Het brein en zijn mysteries
verdiepten zich. Het rode neonlicht
VUURWERK UITVERKOOP zichtbaar op het dak
van een grimmig oud gebouw aan de overkant.

Een bijna bladloze potplant,
Nooit door iemand begoten of bekeken
werpt zijn schaduw op de slaapkamer-muur
Met, wat het leek naar mijn gevoel, wild plezier.

vertaling gmt

endofthedayx633 john koch

Als zestienjarige is Charles Simic, in 1938 geboren in Belgrado, naar de Verenigde Staten gekomen en begon er vrij snel gedichten in de taal van zijn nieuwe heimat te schrijven en werd er een van de belangrijkste dichters van de Engelstalige wereld.

De eerste vertaler naar het Duits, Hans Magnus Enzensberger : Zijn gedichten zijn van het dagelijkse Amerikaanse leven doordrenkt, maar Simic beschrijft dit dagelijks leven zoals Edward Hopper ze wellicht in zijn schilderijen had kunnen weergeven had hij Lichtenberg gelezen. (Georg Christoph Lichtenberg, Duits schrijver en satirist, eerste Duitse hoogleraar in de experimentele natuurkunde 1742-1799, beetje de Duitse Voltaire!)
Jan Wagner, dichter: ‘Simic’s humor is vermengd met metafysica “ Wie ein feines Lächeln in Richtung Himmel.’

john koch zoom

Bij de uitgave van ‘Hotel Slapeloosheid’ (verschenen in USA in 1992) schrijft uitgeverij P, Leuven:

Charles Simic (Belgrado, 1938) kende een woelige jeugd, die getekend werd door de oorlogsperiode en gezinsperikelen. In 1954 vertrok hij met zijn broer en moeder naar de Verenigde Staten, om zich bij zijn vader te voegen. Simic schreef meer dan zestig boeken, waaronder een twintigtal poëziealbums. Zijn eerste dichtbundel, What the Grass Says verscheen in 1967. Voor The World Doesn’t End in 1989 kreeg hij de Pulitzer Prize for Poetry. In 2007 ontving Simic de Wallace Stevens Award van de Academy of American Poets en werd hij de nieuwe Poet laureate van de Verenigde Staten. ‘His lavish appetite for the bizarre’ en ‘his inexhaustible repertoire of indelible characters and gestures’ maken van Simic misschien ‘our most disquieting muse’, aldus Harvard Review.

koch_reader_cgh_l
Bij gelegenheid van zijn ‘Poet laureate Consultant in Poetry, 2007-2008:

Charles Simic was born in former Yugoslavia on May 9, 1938. His childhood was complicated by the events of World War II. He moved to Paris with his mother when he was 15; a year later, they joined his father in New York and then moved to Oak Park, a suburb of Chicago, where he graduated from the same high school as Ernest Hemingway. Simic attended the University of Chicago, working nights in an office at the Chicago Sun Times, but was drafted into the U.S. Army in 1961 and served until 1963. He earned his bachelor’s degree from New York University in 1966. From 1966 to 1974 he wrote and translated poetry, and he also worked as an editorial assistant for Aperture, a photography magazine. He has been a U.S. citizen since 1971 and lives in Strafford, New Hampshire.

Simic is the author of more than 20 books of poetry. He is also an essayist, translator, editor, and professor emeritus of creative writing and literature at the University of New Hampshire, where taught for over 30 years. He won the Pulitzer Prize for Poetry in 1990 for his book of prose poems The World Doesn’t End (1989). His 1996 collection, Walking the Black Cat, was a finalist for the National Book Award for Poetry. In 2005 he won the Griffin Prize for Selected Poems: 1963-2003 . Simic’s latest book of poetry is The Lunatic (2015).

john koch spiegel

En goede raad voor dichters heeft hij ook:

Simic’s Advice “On Writing Poetry”
A few things to keep in mind while sitting down to write a poem:

  1. Don’t tell the readers what they already know about life.
  2.  Don’t assume you’re the only one in the world who suffers.
  3.  Some of the greatest poems in the language are sonnets and poems not many lines longer than that, so don’t overwrite.
  4. The use of images, similes and metaphors make poems concise. Close your eyes, and let your imagination tell you what to do.
  5. Say the words you are writing aloud and let your ear decide what word comes next.
  6.  What you are writing down is a draft that will need additional tinkering, perhaps many months, and even years of tinkering.
  7. Remember, a poem is a time machine you are constructing, a vehicle that will allow someone to travel in their own mind, so don’t be surprised if it takes a while to get all its engine parts properly working.

infiniteBooks of poetry by Charles Simic

What the Grass Says (1967)
Somewhere among Us a Stone is Taking Notes (1969)
Dismantling the Silence (1971)
White (1972)
Return to a Place Lit by a Glass of Milk (1974)
Biography and a Lament (1976)
Charon’s Cosmology (1977)
Brooms: Selected Poems (1978)
School for Dark Thoughts (1978)
Classic Ballroom Dances (1980)
Austerities (1982)
Weather Forecast for Utopia and Vicinity (1983)
Selected Poems, 1963-1983 (1985)
Unending Blues (1986)
Nine Poems (1989)
The World Doesn’t End (1989)
The Book of Gods and Devils (1990)
Hotel Insomnia, Harcourt (1992)
A Wedding in Hell: Poems (1994)
Frightening Toys (1995)
Walking the Black Cat: Poems (1996)
Jackstraws: Poems (1999)
Selected Early Poems (2000)
Night Picnic (2001)
The Voice at 3:00 A.M.: Selected Late and New Poems (2003)
Aunt Lettuce, I Want to Peek under Your Skirt (2005)
My Noiseless Entourage (2005)
60 Poems (2008)
That Little Something (2008)
Master of Disguises (2010)
New and Selected Poems: 1962-2012 (2013 The Lunatic (2015)

screen_shot_2016-11-05_at_10.40.29_am

En nog een kort gedicht met aanvullend kort maar intens mooi filmpje

Greyheaded Schoolchildren
by Charles Simic

Old men have bad dreams,
So they sleep little.
They walk on bare feet
Without turning on the lights,
Or they stand leaning
On gloomy furniture
Listening to their hearts beat.

The one window across the room
Is black like a blackboard.
Every old man is alone
In this classroom, squinting
At that fine chalk line
That divides being-here
From being-here-no-more.

No matter. It was a glass of water
They were going to get,
But not just yet.
They listen for mice in the walls,
A car passing on the street,
Their dead fathers shuffling past them
On their way to the kitchen.

 

 

(schilderijen van John Koch, 1909-1978 USA, een ontdekking!)

‘SHORT STORIES’, een radio-drama

The Deluge 1920 by Winifred Knights 1899-1947

(there is an English translation so you can follow the Dutch play-text)

“Vijf mensen overleven de grote boem”. Ze hebben zich op een dakappartement in een grote stad teruggetrokken.
Naast voedselvoorraden rest hen alleen de hi-fi-installatie en de 150 mooiste melodieën ter wereld. Ze kennen die platen uit het hoofd en beginnen op de muziek verhalen te vertellen. Verhalen over een ver verleden, een verleden dat ze voortdurend verwarren met onderbewuste dromen, en verlangens. Een poging om nieuwe mythes te verzinnen.
Hun eigen namen hebben ze verborgen achter schuilnamen : Xerxes, Einstein, Mata-Hari, Ninna-Ricci en Puccini. Zo worden personages vage prototypes voor een synthese van de voorbije wereldgeschiedenis. Xerxes, de heerser, Einstein, de geleerde~sjamaan, Mata-Hari, de verraadster-avonturierster, Nina-Ricci, de verleidelijke en Puccini, de kunstenaar-gevoelsmens.
Om te vermijden dat deze personages niet als personen zouden overkomen, laat ik ze in het hoorspel dialect, gebruiken. Daardoor kregen de acteurs en actrices de kans om op hun eigen vertrouwde manier de epische kracht van de taal te onderlijnen en te ondermijnen!
Immers, na de grote boem, zijn opgelegde cultuurpatronen tot een minimum herleid, en zo leek het meer dan logisch dat de personages, die later acteurs blijken te zijn, een taal  spreken die de wortels zichtbaar laat.

the-deluge-990x580
De acteurs hebben zich terdege moeten trainen in het inspreken van hun verhalen op de bestaande muziek van de 150 mooiste melodieën. Door voor hun teksten de bedding van de muziek te gebruiken gaat de muziek als een wezenlijke partner meespelen.
Ze is niet alleen de ondersteuning, maar maakt de oorsprong van de verhalen zichtbaar en spreekt verder waar woorden ophouden. Vaak helpt ze ook de echte, moeilijke emoties te camoufleren, net zoals de verzonnen short story’s dat doen.
Deze tussenvorm, tussen tekst en lied, versterkt ook de epiek van de vertelde verhalen, terwijl de inhoud ervan vaak haaks op de geclicheerde inhoud van de muziek staat, of net hun clichématigheid verdubbelt.
In mijn exploratie naar nieuwe radiodrama-vormen probeerde ik in “Short Stories” de ingrediënten tekst en geluid zo te verenigen dat ze niet meer in een zekere rangorde hoeven te verschijnen (muziek ten dienste van tekst, atmosfeer), maar dat ze in een gelijkwaardigheid ook functies van elkaar kunnen overnemen.
Zo krijgt de gesproken taal ritme-impulsen, accenten van de muziek, terwijl die op haar beurt een heel andere inhoud naar boven brengt dan wat wij haar hebben toebedacht.
Short Stories” was een zoeken naar een dynamiek die in de volkse taal, als in de tamelijk volkse klassieke muziek aanwezig is en die wij meestal afdoen met termen als cliché en sentiment.
Onder de evidenties liggen andere zaken verscholen. Als die met elkaar worden geconfronteerd, ontstaan onvermoede momenten van oorspronkelijkheid: het bevestigen van een vermoeden dat er achter wat wij zeggen en schrijven nog moeilijk uit te spreken werkelijkheden schuilen.

Geluidsregie: Valère Michielsen
Technici: Jan Cuypers en Toni Vandenhende

cast:
Xerxes: Ward De Ravet (1924-2013)
Einstein: Walter Cornelis (1933-1999)
Mata Hari: Denise De Weerdt
Nina Rici: Machteld Ramoudt
Puccini: Jackie Morel

Inzending voor de Prix Italia 1986
met dank, waardering en warme herinnering aan alle medewerkers van toen.

ayomic landscape

46,55″

Hevig kloppen op de deur, paniek aan de andere kant.
We horen het kloppen nu van binnenuit.

Mata: (fluisterend): Ze hebben ons gevonden.
Xerxes: Ik heb u toch gezegd de versterker niet zo luid te zetten.
Nina: Het is Einstein.
Xerxes: Wat zou’t! Hij kent de tekens. Vijf keer kort, efkes wachten en dan twee keer lang.
Nina: Er is iets gebeurd!
Puccini (dichterbij komend) Wat is er gebeurd?
Nina: Luister..
(ze luisteren naar het kloppen.)
Xerxes: Ik heb m’n mitrailleur! (klik)
Mata: En twaalf kogels!
Nina: Het is Einstein.
Xerxes: Maar waarom…
Mata: Luister.

Nu horen ze herhaaldelijk 5 maal kort en 2x lang.
Iedereen praat door elkaar: zie je wel, en: waarom gebruikt hij dan de tekens niet, enz.
barrikades voor de deur weg, dan open.

Einstein: In slaap gevallen, ja?
(iedereen weer druk door elkaar.)
Einstein: Ik dacht er niet meer aan. Ik heb iets.. Ik was in de war.
Mata: Wat is er gebeurd?
Einstein: De stad stinkt naar lijken.
Nina: Hebt ge de bende van de garagepoort nog gezien?
Einstein: Neen. Alleen. een kind van een jaar of negen, tien..schat ik.
Mata: Een kind?
Einstein: Met een politierevolver. Maar die zag ik pas als ik vlak bij hem was.
Xerxes: Waarom doede dat?
Einstein: Watte?
Xerxes: Naar een kind lopen! Zuldet nooit leren, nee?
Einstein: Hij mankte, en hij had zwarte..
Xerxes: Kinderen zijn gevaarlijk, Einstein!
Einstein: Ja. (stilte)
Hij richtte zijn revolver, maar ik was hem voor. Ik sprong zoals ik de laatste tijd lang niet meer heb gesprongen. En dan met mijn rechtervoet, waw, en tjak.
Nina: Wat hebde met hem gedaan?
Einstein: Met de revolver?
Nina: Met het kind!
Einstein: Zullen we over iets anders praten?
Nina: Hebt ge hem echt..
Puccini: We kunnen naar muziek luisteren.
Mata: Wat hebt ge met hem gedaan, Einstein‘?
Einstein: We kunnen inderdaad best naar muziek luisteren.

muziek: watermuziek Händel, eerste suite, begint.zin wordt ze afgebroken.

Puccini: Xerxes, wat doede?
Xerxes: We hebben genoeg naar muziek geluisterd, Puccini.
Puccini: Mata, Ik wil weten wat hij met het kind heeft gedaan?
Einstein: Zullen we ’t bij zelfverdediging houden?

Hij zet de muziek weer aan. Ze begint weer bij het begin. Enkelen neuriën de muziek mee, of ze zingen een stukje zodat het duidelijk wordt dat ze de muziek heel goed kennen. In een hoge noot, bij de herhaling van het thema wordt de muziek stopgezet.

5-8145-dyn005_original_510_502_jpeg_20344_0ccaa2c51b4fb51f951b21354edfcd58

Xerxes: Ik zei dus dat we genoeg naar muziek hadden geluisterd. We kennen de 150 mooiste melodieën ter wereld nu wel van buiten.
Nina: We hebben niets anders.
Xerxes: Ik kan ze niet meer horen. De air op de G-snaar, het Largo, de Elisabeth- serenade, … ‘
Mata: Plaisir d’amour, de Stervende Zwaan, Haberna uit Carmen en Caveleriana Rusticana.
Puccini: Wat schoon is, wordt ge nooit beu.
Xerxes: Ik wel.
Nina: Einstein, hebt ge dat kind werkelijk….
Einstein (roept) Z’n keel dichtgeknepen. Zijde nu kontent, godverdomme!

de muziek begint weer opnieuw en terwijl zegt Einstein in de maat van de muziek:

Einstein: Hij stond stil, en keek.. wilde schieten, en.. (muziek verder)
Ik liep naar hem toe, trapte de revolver uit zijn handen, pakte hem bij zijn keel..en..(muziek)
En zelfs toen ie daar lag, en hij geen lucht meer in zijn longen had, keek ie, keek ie, en..
Drie mannen en twee vrouwen op een dakappartement, dacht ik. en..
En dan ben ik naar boven gelopen, he. Alsof hij achter me aan zat, en..
(einde muziek)
Wat schoon is, wordt ge nooit beu, nietwaar Puccini.
(stilte)

Mata: Het doet me denken aan vroeger.
Xerxes: Laat ons niet beginnen, he.
Puccini: Wat kunnen we anders doen? Vroeger was er alles, en nu is er niks.
Nina: Laat ons maar verder vertellen. Ieder zijn herinneringen, tot de stank in de stad is verdwenen.
Xerxes: Een opera comique!
Mata: Durft gij niets over vroeger vertellen, Xerxes?
Xerxes: Wat zou ik vertellen?
Puccini: Ik heb een voorstel. Ieder kiest zijn plaat. Een muziekje dat hem aan iets doet denken uit de tijd voor de bom. En daar vertelt hij een verhaal bij. Dat doen we tot we de 150 mooiste verhalen ter wereld hebben.
Mata: Moet het echt gebeurd zijn?
Puccini: Iets van vroeger. Iets uit de herinnering, wat dan ook. Als ge ’t u maar herinnert.
Xerxes: En als ge u niks herinnert, wat dan?
Nina: Dan vertelt ge wat ge u graag zou herinneren, zo simpel is dat.
Mata: En is er een beloning?
Puccini: Geen beloning, maar een voorspelling. Hij of zij die ’t schoonste verhaal vertelt, zal weer gelukkig worden.
Einstein: Mannekens, geef mij dan maar een fles champagne.
Xerxes: Dat is een goed gedacht: champagne voor iedereen. Dat weekt de herinneringen los.
Nina: Champagne!
Mata: ’t Zijn de laatste flessen, denkt eraan.
Einstein: Kent gij iets dat hier NIET het laatste is? De laatste mensen, de laatste dieren, de laatste dagen, de laatste zon, de laatsten! Maar..steekt dat in uw kopke: de laatsten zullen de eersten zijn!

gejuich, champagnekurken, giazen vullen.

Mata: We drinken nu al op’t mooiste verhaal.
Hier op het dakappartement van de Antwerpsesteenweg zullen we vertellen tot we niet meer kunnen.

glazen klinken, drinken.

d604f556f86a06bdf889ed854396839d

Nina: Ik kan niet zingen!
Xerxes: Geeft niks, ’t is toch een opera comique.
Nina: Ik zal dus een verhaal vertellen met veel muziek.
Puccini: Ik zal zelf ’t goei voorbeeld geven: hier is de eerste plaat, en..’t eerste verhaal.
Xerxes: Wedden, dat iets triestig is, zijn muziek!
Puccini: Mis! Drinken we eerst op de laatste short stories u gebracht door het gezelschap van ’t dakappartement op de Antwerpse steenweg.

drinken, commentaartjes, dan: sssstt

muziek Haberna uit Carmen, en daarin verteld:

Puccini: (inleiding) ‘de houten vrouw’.
Mijn verhaal gaat over de mooiste vrouw die ik tijdens m’n jongensjaren heb gekend.
Ze was blond, maar d’r ogen keken zwart. En wat ze aanraakte, veranderde in vuur.
En ze lachte, en ze keek.
en ze zweeg, en ze wenkte.
En ze knikte, en ze wees,
en ze kwam, en ze zei:
Gij zijt van mij, nooit meer laat ik je gaan
Maar wilt ge met mij slapen,
weet dan dat ik niet meer zal bestaan.
Ik kon niet meer.
Ik kleedde haar uit.
Ik kuste haar
op haar mond.
Ik zocht m’n weg:
het heerlijkste gevecht,
tot de wereld
in m’n hersens ontplofte.
Maar ze werd koud.
En wat ik ook deed,
en wat ik ook zei:
Ze veranderde in hout.
En wat ik ook deed,
en wat ik ook zei,
ze bleef een beeld van rottend hout.

muzikale zin-

De enige vrouw
waarvan ik hield,
heb ik verbrand,
totaal vernield.
Ze was van hout.
En waar ik haar ook zocht,
en wat ik ook deed,
wie ik in haar plaats beminde:
Ze bleef van hout.
En onze kinderen, rook in de roestige hemel.

applaus en drinkgeluiden

rhprbnegnun19ipgkwvn_1082125522

Mata: Dat is een dichtersverhaal.
Xerxes: Hij heeft nooit geweten wat een vrouw was.
Nina: Hij snapt de vrouwen.
Vrouwen worden altijd van hout als mannen hen hebben veroverd.
Einstein: Ik hou meer van verhalen die echt zijn gebeurd.
Puccini: Mijn verhaal is echt gebeurd. Ik heb ze voor mijn ogen zien veranderen.
Mata: Een houten kop, ja.
Ogen van hout, dat hebde gij, en daarmee denkt ge dat de hele wereld van hout is.
Puccini: Koud hout. Meestal is hout warm, maar zij niet.
Xerxes: Schoon prentje om uw impotentie te verbergen.
Nina: Voor uw potentie bestaan er geen prentjes.
Xerxes: Ik ben een man. Een heerser.
Einstein: Dat is een heel ander verhaal, Xerxes.
Xerxes: Verhalen van vrouwen en mannen: de oudste vertelsels die er bestaan.
Luister maar. Dit is mijn muziek, en die van Mata Hari, of die Einstein, want ook hij is een vent.

Koor der verloofden uit Lohengrin
muziek intro: hoorns

De ijzeren bruid. (muz)
Een verhaal van passie en vuur.
Een verhaal van’t zuiverste avontuur.
Een verhaal van bloed en tranen.
Van doden die zich levend wanen.
Ik leefde lang geleden in de bossen.
Op een kasteel van zuiver goud.
En de duiven boven de kantelen
waren van marmer, sommigen van zout.
Ik was de heerser over de beren,
de man voor wie de bomen beefden.
En de andere sterke kasteelheren
wisten dat ze bij mijn gratie leefden.

muziek, 2x thema: de anderen juichen, spelen het spel mee

Maar het hart nog leeg van binnen, zocht naar een vulling van’t zuiverste goud.
Iemand om eeuwig te beminnen.
Jong, want wie eenzaam is, wordt oud.
En zo ging deze heerser op het ongewisse minnaarspad,
En vond een bruid van ijzer die haar geliefden vernietigd en opgegeten had.
Dit was de bruid!
Dit was de enige bruid.
Dit was de ijzeren bruid,
met onder haar mantel een verzengend vuur.
Dit was de bruid.
Dit was de ijzeren bruid.
met een lijf vol vulkanen voor mannen die haar konden veroveren.

Puccini: Ja, en dan?
Mata: ’t Moet nog beginnen.
Nina: Hij verzwijgt de rest.
Einstein: De muziek is gedaan.
Xerxes: Ja. De muziek is gedaan. Al heb ik nog veel te vertellen.
Mata: Neem een ander muziekje. Keus genoeg. De Bolero, of Clair de lune?
Puccini: Hij weet niets meer. Dat is het.
Xerxes: Ik weet nog veel. Ik zal een stuk zonder muziek vertellen, en ’t slot , de finale weer inpakken met muziek uit de 150 mooiste melodieën.
Puccini: Een echte opera comique dus.
Einstein: Zwijg. Hij stond bij zijn ijzeren bruid.
Xerxes: Van heel zuiver metaal was ze. Platina denk ik, of van rood koper.
Mata: Daarstraks hebt ge gezegd dat ze van ijzer was!
Einstein: Hij bedoelt: metaal.
Xerxes: Ze was helemaal vrouw. Geen robot, geen imitatie, geen standbeeld of een hologram.
Nina: Een vrouw dus.
Xerxes: En wie haar niet beviel, liet ze eerst heel dichtbij komen.
Puccini: Hoe dichtbij?
Xerxes: Heel dichtbij zeg ik. Of hoort ge niet goed?
Puccini Erin dus?
Xerxes: Ja. En dan, als ze haar niet aanstonden, konden ze er niet meer uit en werden ze vol gloeiend metaal gespoten.
Nina: Een mannenverhaal!
Xerxes: ’t Is echt gebeurd. Ik heb haar gezien.
Einstein: En sinds die dag is hij roestvrij.
Xerxes: Ge kunt ermee lachen. Maar als ge haar had gezien, dan moest ge haar hebben.
Puccini: Of zij u.
Xerxes: Hebben heeft altijd iets met twee te maken.
Mata: Een goeie en een slechte kant.
Xerxes: Ik wilde haar hebben.
Nina: En zij?
Xerxes: Zij wilde mij beproeven zoals ze dat met al haar andere vrijers had gedaan.
Einstein: Gratis inkom, en dan pssst. Ik mag er niet aan denken.
Xerxes: Ik heb haar getemd.
Mata: Hij bluste haar, afin.
Xerxes: Neen. Integendeel. Ik keek haar in d’r ogen. Ze gloeide zo hevig dat haar metaal begon te smelten.
Nina: Gewoon door te kijken?
Xerxes: Ja, ik bleef kijken. Heel geduldig.
Puccini: Dat was dan ook de eerste keer, dat geduld bedoel ik.
Xerxes: En onder die metalen huid kwam de mooiste vrouw van vlees en bloed te voorschijn.
Mata: Echt gebeurd?
Xerxes: Echt gebeurd. Ze bleek de proefpersoon van een gekke prof te zijn geweest. Die had haar beveiligd, zoals dat heet.
Nina: Een echt mannenverhaal.
Xerxes: En nu de muziek voor de finale.

muziek Greensleves: inleidende zin

Zo stond ze daar.
Helemaal in d’r blote. (vioolmuziek)
Met een plas gesmolten metaal aan haar voeten.
Ze had nog kippenvlees. Hoe zoude zelf zijn.
En ze sloeg haar armen rond haar eigen lichaam.
En ze keek nog wat onzeker, alsof ze nog niet goed besefte wat er was gebeurd.
Van vlees en bloed zijn, dat was ze niet meer gewoon.
En nu kundet geloven of niet, maar ze liep naar mij, en we dansten tussen de knoken en
beenderen van de vroegere vrijers.
Ik tilde haar op, en zij mij. Want sterk was ze.
Tot we plots elkaar in de lucht hielden.
En daar hingen we.
In de lucht kleedde ze me uit. En de vogels, de raven en de meeuwen pikten m’n knopen los, terwijl de merels mijn ondergoed uittrokken.
Zo waren we samen bloot. Los van de grond maakten we zotte pirouetten in de avondlucht.
In kopstand stonden we, en zo kusten we elkaar.
Bloesems regenden uit de bomen.
Een zacht windje dreef ons naar de zee. We streken er neer op het lauwe water, en we sliepen er in elkanders armen.
We dreven als blaren, zo licht waren we. We wisten niet waar we waren.
Maar ’s morgens werd ik alleen wakker.
Ze was met geen ogen te bekennen.
En ik heb de resten van haar harnas over mijn lijf gegoten. Voor altijd.

einde muziek

figurative-sculptures-jordi-diez-fernandez-14

Nina: Waarom trekt ge dat harnas niet uit, Xerxes?
Xerxes: Ge hebt kippenvlees en kippenvlees. Dat van mij zou overslagen op mijn hart.
Mata: Ik wist niet dat gij zo sentimenteel waart.
Einstein: Zonder z’n harnas is hij ook een kind.
Puccini: Dat is heel mooi gezegd.
Einstein: ’t Klinkt anders heel gewoon. Zonder/zijn/harnas/is/hij/ook/een kind.
Puccini: De betekenis. Daar gaat het om.
Einstein: Het betekent niks. Zoals het geld zijn, ook de woorden waardeloos geworden.
Puccini: We hebben alleen nog woorden.
Nina: En muziek.
Mata: De honderd vijftig mooiste melodieën ter wereld.
Nina: En onze verhalen, dat is een soort bruiloft tussen de woorden die los lopen. en de muziek die ze aan elkaar plakt.
Mata: Ik hou meer van muziek die de woorden losmaakt. Ontbinden dus. Laten verrotten. Ik heb nooit veel van muziek gehouden. Ze doet me niks. Daarom is mijn verhaal een vertelling over losmaken, over rotten. Ge zult haar horen sterven, mijn zwaan.

muziek: de zwaan.

forman_fran_butterflyboy_2009

De stervende zwaan dus. (lachje)
Ik heb een kind gehad. Een kind. Lang voor de ontploffingen. Ja.
Een jongetje. Een kind dat maar één wens had: vleugels.
Elke morgen keek ie in de spiegel om te zien of ze nog niet uitkwamen.
En elke morgen zei hij: ze komen, ik voel het mama, ze komen.
Op een morgen hangt ie toch wel voor het raam, zeker! Nog een beetje wankel. Maar hij vloog.
Hij kon al cirkeltjes maken, en soms landde hij nog op zijn hoofd, want zijn billetjes waren nog te licht.
En ’s avonds plooide hij zijn vleugels samen, zoals insecten dat doen.
‘s Morgens waren ze een beetje gekreukeld.
Maar, dan schudde hij ze, zoals hij z’n haar schudde als hij uit het bad kwam, en dan waren ze weer helemaal vlak. En weg was ie.
Maar de mensen verdragen zoiets niet.
Kinderen moeten niet vliegen. Ze moeten naar school.
’t Begon met één steen. Dan nog eentje, en dan de hele buurt. Met alles wat loslag, smeten ze. Kom naar beneden, jongetje, riep ik.
Maar hij wilde bovenblijven. Hij was zo verliefd op de lucht.
Wat doet ge tegen zoveel stenen?
Ze raakten hem op veertig plaatsen.
Zelfverdediging, zegden ze.
De stervende zwaan.

einde muziek.

flying child quint buchholz

Einstein: Wetenschappelijk gezien kan een kind niet vliegen.
Mata: Was ’t uw kind?
Einstein: Ik haat kinderen.
Mata: Waren’t mijn ogen?
Wel, dan heb ik het zelf gezien.
Einstein: Verbeelding zullen we maar zeggen.
Nina: Ik vind dat een heel mooi verhaal. Ik geloof dat het echt kan. Echt waar. Er zijn kinderen die kunnen vliegen. Maar ze verbergen het voor ons.
Mata: Vergeet het.
Nina: Wat bedoelt ge?
Mata: Dat vliegen!
Nina: Maar..
Mata: Hij is gewoon van’t dak gevallen toen hij de schotelantenne naar het oosten wou draaien.
(stilte)
Daar staat ge van te kijken, he.
Puccini: Een soort verraad.
Einstein: Vrouwengrillen.
Puccini: Ons meenemen, en ons dan ook laten vallen.
Nina: Ze doet het om haar verdriet te verbergen.
Mata: Wat zou het. Als ik eerlijk mag zijn, ik was opgelucht!
Nina: Opgelucht?
Xerxes: Blij dat haar kind verongelukte. Dat bedoelt ze.
Nina: Waarom?
Mata: Het was een verschrikkelijk vervelend kind. Helemaal zijn vader.
Nina: Maar daarom kunt ge toch niet..
Mata: Jawel. Ik heb hem een heel schoon graf gegeven.
En een nogal bekend dichter die meer voor hem voelde dan ik ooit heb kunnen opbrengen, heeft er een gedicht voor gemaakt. Daar komt dat vliegend kind van. Uit zijn gedicht.
Puccini: We moeten niet zo streng zijn voor onszelf.
Einstein: Ah neen? Waarom niet?
Puccini: We moeten verhalen vertellen. En geloven dat ze echt gebeurd zijn.
Nina: Ja. Verhalen zijn veel schoner kooien dan onze herinneringen.
Einstein: Vergeten. Dat is het.
Nina: Vergeten. Ja. Als we meer verhalen vertellen, vergeten we vlugger.
Einstein: Kiest uw muziek, juffrouw.
Nina: Ik zou iets willen zingen. Samen met Mata Hari.
Puccini: Ze is een verraadster.
Nina: Iets dat iedereen kent. Enfin ge moogt allemaal meezingen. ’t Refreintje dan.
Mata: Ik heb genoeg gezongen.
Nina: Toe nou, Mata Hari. Doe mij een plezier. Vrouwen voor vrcuwen.
Einstein: Ik heb altijd gedacht dat ze er zo eentje was.
Nina: Plaisir d’amour.

6323268-4x3-700x525

muziek: plaisir d’amour
gemengd met wind van opstekende zandstorm.

Xerxes: D’r komt weer een zandstorm.
Einstein: Maakt u niet ongerust, dat is normaal.
Nina: De vensters zijn toch dicht?
Puccini: Plaisir d’amour. Ja.

-bij de 2de zin zingen Nina. en Mata samen het refrein:
Plaisir d’amour, ne dure qu’un moment,
Chagrin d’amour dure toute la vie.

Nina: Voor God de mannen schiep, maakte hij de vrouw. De eerste mens was een vrouw.
Een vrouw voor God zelf.
En de hof van Eden, dat was hun liefdesnest.
Daar kusten God en de mens elkaar.

(Nina en Mata samen het refrein)

Nina: Maar God was tenslotte God, en hij was bang zijn evenwicht te verliezen, zoals hij daar hing: z’n gat nog in de hemel, en zijn lippen in de tuin van Eden.
Hij zei tegen de vrouw: schat, kom mee met mij.
De aarde is schoon, maar hierboven is alles nog veel schoner.
En ze ging met hem mee.

(Nina zingt alleen refrein, dan allen tot einde muziek)

Puccini :En dan? Wat gebeurde.er dan?
Einstein: Was God een goeie minnaar?
Nina: Dat ging. Hij kan gedachten lezen. Hij wist alles wat de vrouw lekker vond.
Mata: En kregen ze een kind?
Nina: Ja. Adam. Een manneke.
Einstein: Half goddelijk en half menselijk.
Nina: Dat was inderdaad zijn probleem.
Xerxes: Geloofde dat nu zelf?
Einstein: Bek dicht. Weet gij iets beter?
Nina: Nu begrijpt ge waarom ze God, God-de—vader noemen.
Puccini: Maar wat gebeurde er met die vrouw. Bleef die bij God, of kregen ze ruzie?
Nina: Ruzie niet. Maar wel heimwee.
Xerxes: ’t Waait wel hard deze keer.
Nina: Heimwee ja, toen ze Adam zag in de tuin van Eden. Ne jonge gast, schoon gebouwd, terwijl
God een wezen zonder leeftijd is.
Mata: Mannen zonder leeftijd, ge moet ze mij niet leren kennen.
Nina: En al was’t hare zoon, ze werd op hem verliefd.
Xerxes Incest, jaja. Ook dat nog.
Puccini: Denkt aan uw harnas en plakt het voor uw mond.
Nina: Dat mocht toen nog. Dat was nodig trouwens.
God had dat voorzien. En al wist hij dat ’t zou aflopen met hard werken en kindjes kopen, hij liet haar begaan.
Mata: Dan was God zeker gene man.
Nina: Hij deed Adam in slaap, maakte hem wijs dat Eva uit zijn ribbkast kwam, en zag toen wat er gebeurde.
Puccini: Plaisir d’amour!
Nina: Ja. Maar God kreeg het toen zo op zijn heupen. Hij kon veel verdragen, maar zijn vroegere geliefde dag in dag uit met die Adam te zien stoeien, dat was te veel.
Hij verkleedt zich in een slang, en wat gebeuren moest gebeurde. Ze aten natuurlijk van de verboden vrucht. En daarmee had God, die zichzelf graag een rechtvaardige rechter noemt, een reden om ze het paradijs uit te jassen.
Xerxes: De wind gaat liggen. Gaat er iemand mee de stad in?
Puccini: Iedereen blijft binnen. Einstein zal ZIJN verhaal vertellen.
Einstein: Ik heb niet zo’n goeie relaties met God. Maar…

(muziek air on the G—string begint)

37f8452956a973de4ffdc20c981f812a

Als ge goed luistert, hoort ge iemand stappen.
Dat ben ik, Einstein Ahasverus, de eeuwige stapper.
Mijn lijf voel ik niet meer. Dat bestaat niet.
Dat—zijn—twee—voe-ten—ge—wor—den. Twee—eeu—wig-
stap-pen—de-voe—ten.
Als ge dan vraagt: waar komt dat stappen vandaan, dan moet ik zeggen: ik weet het niet.
Van als ik, op de ‘wereld was, ben. ik ‘beginnen te stappen. Ze moesten mij niet leren lopen.
Ik kon het.
Ik wilde vooruit alsof er achter de horizon rust zou zijn. ‘Een land’, ’een vrouw,’ ‘een kind’, een ideaal, een voetbalploeg.
Iets om bij te blijven stilstaan. Ja, dat geloofde ik.
Maar waar ik ook kwam, ik vond niets of niemand.
Met de schoonste vrouwen lag ik in bed, maar na ’t kussen en ’t klaarkomen, wilde ik verder.
De schoonste en verstandigste knapen waren mijn minnaars, maar na het redeneren en het vrijen, moest ik verder. Verder. Verder. Verder. Altijd maar verder en verder en verder.
Tot ik op een dag bij een bron kwam. Een heldere, klaterende bron. Ik keek naar het water dat uit de grond borrelde, en ik dacht: ik geef me over. Nooit zal ik die druppels water kunnen inhalen. Ik bouwde een hut, en zat uren vol overgave dus, bij de bron.
Ik was gelukkig.
Het water liep in mijn plaats naar de zee en terug. Naar de zee en terug.
En ikzelf droomde dat ik het water volgde, terwijl ik stilzat bij de bron. Dat ik verdampte,
naar beneden regende en in de grond terug naar de bron kroop, zoals een kind zijn moeder opzoekt.

(einde muziek)

chapter-house-painting-doom-group-detail-faces

Xerxes: En waar zijn uw stappende voeten nu gebleven?
Nina: En de bron?
Einstein: De voeten zijn verlamd van ’t vele mediteren, en de bron is uitgedroogd omdat ik niet voor haar zorgde.
Xerxes: Kunt ge teminste gerust zijn, zijt ge van uw stapziekte vanaf.
Einstein: Ja. Maar al was het soms niet om uit te houden, ik kon ervan leven. Elke horizon een vraagteken.
Mata: En al die vrouwen en die ‘knapen’?
Einstein: Telkens een andere horizon. Soms een strand om u efkes te verfrissen, dan weer een schaduwplek onder een populier.
Puccini: Ge zult ooit uw voeten terugvinden, Einstein. Eens de wereld de lijken en de stralingen heeft opgelost, moeten we opstappen.
Mata: Zonder mij. Ik blijf hier.
Nina: Dat moogt ge niet doen.
Xerxes: Als zij wil blijven, blijft ze.
Mata: Ik wil dood.
Puccini: Loopt dan naar buiten. Laat. u kussen door de levende lijken.
Nina: Laat ons eerst luisteren naar de volgende short storys.
Xerxes Stil…
Mata: De 150 mooiste short stories ter wereld.
Xerxes: Stil verdomme!  Ik hoor iets.
(hij duwt een raam open.)
Luister.
(Ze luisteren. Een vogel wordt hoorbaar. Een koekoek, in de verte.)
Puccini: Een koekoek.
Nina: Ze willen ons lokken.
Xerxes: Neen. Dat is een echte koekoek. ’t Is de tijd van het jaar.
Mata: Doe het raam dicht. Ik heb kou.
Nina: Laat ons nog even luisteren.
(een schot, stilte)
Xerxes: Ze hebben hem toch niet..
Einstein: Hij is gewoon weggevlogen. Straks horen we hem terug.
Mata: Ik heb nog één verhaal. Dan ga ik slapen.
Puccini: Geen verhaaltje zoals daarstraks. Ons niet verraden!
Mata: Neen. Een echt gebeurd verhaaltje uit de 150 mooiste verhalen ter wereld. Maar zonder muziek. Het zou geen muziek kunnen verdragen.
Puccini: De cavelerina rusticana, het intermezzo, een mooi stuk.
Mata: Neen. Geen muziek.
Puccini: Of de nocturne in mi bemol van Chopin.
Mata: Hoorde niet goed.
Einstein: ’t Is dus echt gebeurd?
Mata: Beter nog, Einstein. Het moet nog echt gebeuren.
Xerxes: Een toekomstverhaal dus.
Mata: Als ge’t zo wilt noemen, ja.
Xerxes: De toekomst-heeft niet veel muziek nodig, vermoed ik.
Mata: Ik heb altijd gedacht dat God met de wereld zou bezig zijn, dat ie op een dag zei: dit is genoeg. Dit is niet te verdragen voor mensen met twee benen en één hart.
Einstein: God heeft niet eens een vermoeden van de aarde.
Mata: Dat hij dus zijn engelen zou sturen, nadat de ruiters van the apocalyps voorbijgetrokken zijn.
Xerxes: De ruiters hebben we gezien, maar de engelen bleven afwezig.
Mata: Dat ie dan zelf op de wolken gezeten zou verschijnen, met een wat verontschuldigende glimlach op zijn vaderlippen.
Nina: Zo heb ik hem ook altijd gezien, Mata Hari.
Puccini: Dat is een God van onze verbeelding.
Mata: Hij zou dan de mensen bijeenroepen eens de trompetten zijn uitgeraasd, en zeggen: goeden en slechten, kom binnen, want iedereen heeft zijn zwarte kantjes en zijn heldere momenten.
Maar toen Gregory van het dak viel, waar was hij dan? Hij was er!
Xerxes: Ze spreekt over Gregory terwijl de hele wereldbevolking gecrepeerd is.
Mata: Toen dacht ik: God is een pop. We hebben hem altijd verkeerd begrepen omdat we van hem een soort opvulsel hebben gemaakt. Alle gaten in onze ziel moest hij vullen, terwijl we dat zelf kunnen doen met liefde of moord, met drank of met boeken, met pakken of krijgen, noem maar op.
Vanaf dat moment wist ik het zeker: hij is een pop. Een mummie van onze dromen.
Al het stof dat wij laten opwaaien, en met ons het stof van het hele heelal, verzamelt hij.
Dat stof doet hem zwellen. Hoe meer wij in de ellende zitten, hoe groter hij wordt.
Daarom is God alleen aanvaardbaar in het kwaadste kwaad. Dat hebben we de duivel genoemd, maar het is de enige zichtbare kant van God.
Einstein: Dat is theologie, geen verhaal.
Mata: Stel dat we overleven, dat we op zoek gaan naar een nieuw leven. Wij, Xerxes, Einstein, Nina, Puccini en ikzelf. Wat zullen we dan doen? Ik zal ’t u zeggen: stof laten opwaaien. Einstein zal voor de wetenschap zorgen, Xerxes maakt soldaten van onze kinderen, Nina stopt ze vol met liefdesverdriet en Puccini maakt er dichters en schilders van terwijl ikzelf voor avontuur en verraad insta. Nu het stof van de ontploffingen begint op te trekken, staan we al klaar om nieuw stof te maken. We hebben God gezien. In de stofstormen, de miljoenen lijken, de kapotte steden. Daarin heeft hij zich geopenbaard. We hebben onze pop zo vol gestopt dat hij met een luide knal is opengebarsten.
Wel. Ik wil geen stof meer maken.
Ik wil hem niet meer tegenkomen. Ik zal hier blijven zitten, niet meer eten, en dan slapen.
Ik zal naar de 150 mooiste melodieën ter wereld luisteren, terwijl jullie het nieuwe stof van de aarde laten opwaaien.
(heel ver, dan langzaam dichterbij horen we de koekoek.)
Ik heb het wel gehoord. Ge wilt weg. Ga dan.
Hier wordt ge inderdaad zot.
Puccini: Hier hebben we onze verhalen, onze short stories.
Mata: Maar die neemt ge toch mee. In uw koppen. Geen muziek meer vandoen. Ge kent ze rot van buiten.
Nina: Ze heeft gelijk.
Xerxes: Of ze laat ons in een nieuwe valsstrik lopen. Ze heet niet voor niets Mata Hari.
Mata: Ge zult genoeg in uw eigen valstrikken lopen.
Nina: Toch moogt ge hier niet blijven zitten. Als we gaan, dan samen.
Puccini: Bijna drie jaar hebben we onze ruzies overleefd.
Mata: Ja, wij. Vijf akteurs van het nationaal theater, ontsnapt omdat we filmopnames maakten in de ondergrondse bunkers. Vijf akteurs, de stamvaders en -moeders van de nieuwe wereld.
We zijn zo in onze toneelnamen gaan geloven dat we vergaten wie we eigenlijk zijn.
Puccini: We zijn nu Puccini, Mata Hari, Einstein, Nina Rici, en Xerxes.
Mata: Wij zijn vijf akteurs, niet eens heel goeie, maar beter dan we dachten.
Nina: De koekoek.

(ze luisteren.)

(c) Paintings Collection; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Xerxes: Ik neem de leiding. We moeten vooruit. We trekken onze anti—stralingspakken aan en we vertrekken als het donker wordt.
Nina: En onze stereo—pickup?
Puccini: We kunnen niet zonder onze short-storys.
Nina: Mata Hari heeft gelijk. Ze zitten in onze koppen. Als we later instrumenten kunnen bouwen, dan proberen we ze weer terug te spelen.
Einstein: En mijn kinderen zullen weer platen. en banden uitvinden.
Mata: Stof. Niks anders dan stof. Het zal nooit ophouden.
Puccini Ik stel voor dat we nog één plaat draaien.Terwijl ze draait, vertrekken we.
Xerxes: Een marsj!
Puccini: Iets met andere voeten, Xerxes. De voeten waarover Einstein vertelde.
Mata: Ik blijf hier.
Nina: Dat is dan het laatste verraad, Mata Hari. Wat zal een wereld worden zonder een fatale vrouw, een vrouw die als heldin sterft en uit haar as verrijst als een verraadster. Misschien doet zij de wereld draaien.
Mata: Ik ben bang voor het stof.
Einstein: We hebben niets anders. Een kosmos vol stofdeeltjes. Samen met het licht is het stof het kloppend hart.
Xerxes: Misschien kunnen we de platen toch beter vernietigen, de pick-up naar beneden gooien.
Nina: Waarom? Er zal hier niemand meer komen. De platen zullen stof worden, de pickup ook, en wij..
(we horen de koekoek.)

Puccini: Luister. We zwijgen en laten de muziek verder vertellen. Zij kan onze schrik voor de stof helpen dragen. We nemen onze valiezen, en we vertrekken.

(Aestro Armonico van Vivaldi)

(De muziek begint zachtjes, en we horen mensen pakken aantrekken, dingen versjouwen, trappen afgaan, tot er kadans ontstaat, de kadans van de muziek.
Als de muziek gedaan is, horen we Mata Hari lachen. Luid en lang lachen.
Er klinken schoten.)

Mata: Sukkels. Ze zijn er ingelopen.
Dachten ze nu echt dat ze als Puccini, Einstein, als Xerxes of als Nina Rici de wereld konden herscheppen! Verschrikkelijke sukkels.
Nu heb ik eten voor zeker vierentwintig jaar.
Beneden de levende lijken, m’n trouwste dienaars, en…de 150 mooiste melodieén ter wereld.

(ze blijf lachen terwijl ze een. plaat opzet, het wordt een wals, de Blauwe Donau, of iets dergelijks)
-muziek-

Stof, stof…alleen maar stof…

27 november 1985

afterthebomb

DE KERST-VIERDER, een kortverhaal

best-christmas-celebrations-around-the-world-197240edc6574eacb0dfa17ce3952b72

Tienduizend meter hoog in een Boeing 787-10 had hij kerstmis gevierd.
Andere mensen besteden hun dagen aan kanaries of vrouwen, maar hij vulde zijn dagen met kerstmis-vieren.

grandopening_03a

Kerstmis-vieren, de angst voor het donker uitleven. De kick van het groen en het licht.
Als kind telde hij de dagen af en eens kerstmis voorbij was, begon hij aan de intense voorbereiding van het volgende kerstfeest.
Midden in de zomer kon hij plotseling hevig naar de donkere dagen van eind december verlangen. Dan begon hij, om zijn heimwee te temperen, verhalen te lezen waarin allerlei wonderen in sneeuwlandschappen plaats vonden, waar kinderen eindelijk hun verloren ouders terugkrijgen, arresleden naar grote alleenstaande landhuizen schoven en kinderkoren goed gecamoufleerd heimwee uitzongen.
Toen zijn ouders vrij jong omkwamen bij een brand in een hotel, erfde hij een niet onaardige som. Met dat kapitaal begon hij op alle denkbare en ondenkbare manieren kerstmis te vieren.

121202041831-01-santa-1202-horizontal-large-gallery

Hij vierde kerstmis in een verlaten Oekraïnische hoeve, in Jerusalem, Rome en Tokio. Kerstmis in een duikboot, in het exclusieve restaurant topje Eifeltoren, in een weeshuis, ja zelfs in een kerk, kerstmis op zee, in het wilde westen en het barre Noorden. Hij beleefde 25 december bij alle temperaturen en in alle mogelijke omstandigheden.
Hoe ouder hij werd hoe meer hij zocht naar verfijnde manieren om het meest exclusieve kerstgebeuren mee te maken.
Zo ensceneerde hij kerst aan het hof van Lodewijk de zestiende, kerstmis in een arbeidersgezin uit de negentiende eeuw, aan het front, in de Kempen, in een vuurtoren, in de gevangenis, ja zelfs kerstmis thuis met eten van de afhaalchinees die een Koreaan bleek te zijn.

Floating lantern

Toch bleef er een leegte, hoe intens doorvoeld hij ook zijn best deed om de kern van het gebeuren te ontdekken. Ouder, veel ouder, wist hij dat er één manier moest bestaan waarbij al zijn vorige pogingen bleke afdrukjes werden van verkleurde kerstkaarten.
Een kerstmis in een alpenhut omringd door een Russisch kozakkenkoor dat daarna met een legerhelicopter al zingend opsteeg was indrukwekkend maar miste weer die kern. Ook al had hij hen allemaal echte pluimen vleugels aangemeten, al was de helicopter in een lichtende staartster vermomd geweest en kwamen tegen de morgen enkele echte herders verschrikt toegesneld.
Ook zijn kerstmis in Peking werd niet wat hij verwacht had, en zijn kerst met tweehonderd beroemde dichters en schrijvers bleef zelfs lang daarna niet al te fris doorwegen in zijn gemoed.

151223170602-christmas-light-2015-india-super-169

Tot hij op een dag een vreemde man ontmoette. Een lange kerel, met witte loswaaiende overvloedige haren en helderblauwe ogen.
‘Ik weet wat je zoekt,’ zei de man. ‘Ik ken één manier… Maar ik waarschuw je: je kunt niet terug.’
‘Wat moet het kosten?’ vroeg de kerstvierder die net bezig was aan een voorbereiding van een kerst in het Amazone-gebied.
‘Geen cent,’ antwoordde de vreemdeling. ‘Wel je leven.’
‘Och, zei de kerstvierder, ik ben al vreselijk oud en ik zou het geweldig vinden om in de kerstnacht te mogen sterven.’
‘Sterven is niet het goede woord. Maar verder kan ik je niets verklappen. Je moet je helemaal aan mij overleveren.’
En dat deed de kerstvierder.
Hij voelde zich slaperig worden en merkwaardig krimpen. Hij zonk weg in een diepe kuil zonder bodem.

Benauwend was het beste woord. Hij wilde in de zalige warmte blijven en toch weg. Door een nauwe gang werd hij geduwd. Hij schreeuwde het uit toen de lucht zijn longen vulde.
Voorzichtige handen wikkelden hem in doeken. Er daalde een diepe rust in hem neer toen hij een warme adem boven zich voelde. Geen mensenadem, eerder de warmte van dieren in een winterstal.

image

THE ENRAGED MUSICIAN:een prent met geluid.

the enraged 1250

Met dank aan The Guardian die deze week deze prent als ‘Anatomy of an artwork’ heeft gekozen in rumoerige Brexit-tijden.

centr

In het open venster de klassieke musicus-violist die de muzikanten van de straat niet erg kan appreciëren. Midden de prent, het zingende melkmeisje dat ons aankijkt terwijl ze haar rok uit schrik voor de lopende urine heft (merk de verbinding van het jongetje met een houten plankje op de grond zodat het lawaai maakt als hij loopt.)

De hoboïst vlakbij het raam heeft alleen oor voor zijn eigen muziek en wil duidelijk de man boven hem overstemmen.
Kijk ook naar de ‘ballad singer’ links van de prent die duidelijk ‘tweestemmige’ muziek voortbrengt als je naar haar baby kijkt. (boven haar een krijsende papagaai!) Onder haar zit een klein meisje met een ratel. Dan is er nog het trommelend jongetje, met het snerpende lawaai van de messenslijper naast hem met blaffend hondje aan zijn voeten, en op het paard rechts de hoornblazer die de weg wil vrij maken.
Prettig detail: helemaal rechts boven zie je een schouwveger uit de schoorsteen komen en zijn liedje zingen, terwijl de katten op het dak ook voor het nodige geluid zorgen.

melkm

Over het melkmeisje schrijft de auteur:
‘A milkmaid looks straight at us, lifting her skirts above the muck. She is strikingly unlike the others, whose faces are contorted by drink, anger or idiocy. Her song, though, is lost amid the hubbub – and to the trained professional who closes his ears against the life of the street.’

De prent is gemaakt door William Hogarth (zie verschillende bijdrages over hem) in 1741.
Een gedetailleerde beschrijving uit de Engelse Wikipedia: (fragment)

‘The image is ostensibly a purely comic scene. While the violinist attempts to rehearse, the noisiest inhabitants of London pass by his window. On the far left a squawking parrot perches above a pregnant ballad-seller singing “The Ladies’ Fall” while holding her bawling baby. A young girl with a rattle (otherwise ratchet (instrument)) looks with amazement at a boy urinating below the musician’s window.

pissende
The boy has a cord tied round his waist attached to a trailing slate which would clatter along the ground as he ran. In the centre of the picture a young milk-seller calling her wares provides the real focus of the picture; though set back more from the viewer than some of the subjects, she appears larger than the children and the crouching figure of the cutler. She balances a large pail of milk on her head and is the only subject that looks out at the viewer.

mm totaal

This, combined with the large expanse of white apron, draws the viewer’s eye towards her. Ronald Paulson, the modern authority on Hogarth, suggests that she is singing and that her beauty and grace—she delicately lifts her skirt to avoid dragging it through the boy’s urine—mark her out as the only natural musician in the scene; while the other inhabitants of the street produce discordant notes, the music of the violinist would be no better, because he has restricted himself by his studies and by removing himself from nature. He covers his ears to block out the cacophony of the street noise, but at the same time he denies himself the sweet music of the milkmaid’s voice.

hobo
The milkmaid is flanked on either side by street musicians: to her right a man plays a hautboy, metaphorically thumbing his nose at the violinist; and to her left a small boy beats a drum. Behind the milkmaid, a paviour beats the ground with a heavy rammer. In the lower right-hand corner a dog barks at the racket created by a knife-grinder sharpening a cleaver.

groep

Behind these characters, a host of street vendors noisily announce their services: a dustman with a basket on his back rings a handbell, a sow-gelder blows a horn, and a fishmonger cups his hand to his mouth as he shouts. In the distance there is a hint of yet more noise.

dak

 

A church—traditionally identified as St Martin-in-the-Fields yet closer in form to St Giles-in-the-Fields flies a flag, suggesting perhaps an important event during which bells would be rung. The building to the right is the works of pewterer John Long, from which would issue a constant ring of hammers, and on its roof two hissing cats with arched backs prepare to fight. Appearing from the chimney is a sweep who may be calling to an unseen colleague that his work is done. In the lower left corner some loose bricks—suggestive of building works out of view—have been piled up (no doubt noisily) into a little house. The long-nosed violinist framed in the open window clamps his hands to ears in frustration.’

the-enraged-musician-1741

Je kunt je inderdaad afvragen of temidden van het Brexit-lawaai de stem van het melkmeisjes’ lied nog wordt gehoord?
Een prachtige prent die al meer dan 275 jaar geluid maakt!
Eer aan the Guardian om het weer eens hoorbaar te maken.

DE B(E)-SIDE, een nieuwjaarsbrief

69494c2bf981d061bf32cf051ee18f4c

Lieve vriendin, bijna aan de zonkant,

Pleit ik dit jaar om vroeger te gaan slapen, eerder op te staan, gezonder te eten, intenser te bewegen, en dies meer?
Was er vroeger een stichtelijk woord dat je tot een betere levenswandel aanzette, een wijze raad in het schemerig biechthokje, een galmende preek na het evangelie? Ze waren er, en gingen het ene oor in en langs het andere weer naar buiten.
Nu word ik bijna dagelijks bepreekt, bezworen, beangstigd, bedreigd via de kanalen die eens gewoon voor dagelijkse druksels zorgden maar nu, op de onmetelijke weides van het net, hun nieuwsgaring aanvullen met hoe-het-moet, of vooral niet moet, of wat de overvloed aan filosofen uit het doordagelijkse hebben opgevangen, gefilterd en moeiteloos over ons willen uitgieten.
En of ze hier ook de snelle reis in, door en uit de gehoorgangen maken, blijft een open vraag.

Repetition-at-work-700x408

Daarom dacht ik dit jaar gewoon wat meer aandacht te geven aan de ‘be-woorden’.
Je hebt ‘denken’, iets wat je in scholen zou moeten opdoen.
Maar ik zou eerder voor ‘be-denken’ kiezen.
‘Be-denken’ is wat je met dat ‘denken’ kunt doen.
Ik verwijs naar Lieven Scheire en zijn prachtige programma op Canvas.
Ik ben te oud om te weten of niet te weten of zoiets ook op scholen gebeurt.
Toen wij er op de schoolbanken zaten alvast niet. Een beetje vrij-denkerij vormde al een probleem.

direction-654123_1280
Een be-prefix duidt dus een ‘duur’ aan, het verlengt de handeling van zijn stamwoord.
Het be-dienen, het be-dreigen, be-drijven, be-minnen, be-grijpen, be-kennen, be-kijken, be-lichten, be-loven, be-nemen, be-schaven, be-schikken, be-spreken, be-zorgen, om er maar enkele te noemen.
Een mooie vorm van dienen is iemand bedienen, zoals het algemene ‘minnen’ zijn tijd nodig heeft om voor ‘beminnen’ te kunnen doorgaan.

Die duur, die doet het dus. (vijf d’s in zo’n kort zinnentje dat klinkt overtuigend.)
Die duur is ook de kwetsbare kant, want dienen, dreigen, drijven, grijpen, lichten, loven, nemen, schaven, spreken, zorgen, het is een kwestie van doen zonder al te veel te (be)denken.
Het zijn handelingen die toch iets dichter bij de ‘aandriften’ liggen. Hun ‘be’ schakelt ze om naar het menselijke. Van grijpen naar begrijpen is daar een treffend voorbeeld van, zoals zoeken bezoeken wordt en zielen met bezielen iets gaat betekenen. Je kunt wonen maar eens je bewoont, wordt een huis een thuis.

29749415482_9f66a571cd_b

De weg naar essenties ligt dus in wat wij niet onmiddellijk als bevrijdend ervaren, namelijk herhaling. Niet de routine, want dat is het herdoen van steeds hetzelfde -al kan die best helpen bij vervelende klussen- maar laten we het oude woord ‘pogen’ en ‘pogingen’ gebruiken: het heeft zijn tijd nodig. Niet alleen om een vaardigheid onder de knie te krijgen, maar om te be-grijpen wat ons in dit bestaan overkomt.
Is in de nieuwe klassieke muziek het begrip ‘herhaling’ bijna een noodzaak, eer we de rijkdom ervan in ons doen en laten integreren zal wellicht ouderdom een andere betekenis vragen. Niet ‘meer van hetzelfde’ maar het ‘meer’ in hetzelfde.

Nu zijn we al heel dicht bij het begrip ‘ritueel’. Verwar het begrip niet met ‘gewoonte’. Er is wel het vaste patroon maar met rituelen maken mensen elkaar iets duidelijk. Meer dan met je woorden kunt uitdrukken en daarom horen er vaak ook voorwerpen of gebaren bij, benaderen ze daarin sterk dans of  theater.
Alvast iets moois: bij al die vele volkeren die elkaar soms al te letterlijk tegen het lijf lopen is hun verschillende zin voor eigen rituelen makkelijker dan hun taal of zeden overdraagbaar, en daardoor voor iedereen verstaanbaar. Om onder de japanse kerselaars te zitten bij hun korte bloeitijd hoef je echt nog geen japans te kennen om de zin ervan te begrijpen.

Grand-Paris-des-sorties-pour-profiter-du-printemps

Wij hier in de winterse dagen, jij aan de zonkant, we beginnen weer bij de eerste maand. Er komen nog drie koningen langs en we hebben geduld nodig want het is pas laat in april Pasen.
Maar er zijn onze be-woorden, the be-side, niet elke dag een succesnummer van de A-kant maar vaak onvergetelijker en langduriger dan de hit van de dag die nog voor het avond is zijn kracht verloor.
Het licht dat uit de donkerte kruipt.
Het verlangen naar de lente.
De molen van onze kleine rituelen, de veiligheid van de stilte, de kans om steeds weer opnieuw te mogen beginnen.
En dat denken dat elke dag be-denken kan worden.
Het minnen dat in be-minnen zijn menselijkheid vindt.

Ik heb me voorgenomen niemand te citeren in dit stukje, want met eigen woorden leren spreken hoort bij het be-spreken en bij het luisteren dat be-luisteren wordt.
Neem de tijd.

stock-photo-45563304