VOOR DE VOORSTELLING

WOA_IMAGE_1

Niemand is nog wie hij was.
Loodgieter werd Pierrot,
hoedenverkoopster nu een vrouw van stand
en de pastoor drukt doodsbrieven
terwijl de geliefde bier tapt,
de landeigenaar kinderen onderwijst
en de edelknaap glazen wast.

Onder hun pruiken, in brokaat gekleed
wachten zij, bevolken zij de kleedkamer,
zweven zij tussen wie ze waren en wat ze moeten zijn,
bladeren zenuwachtig door de tekst
en voelen tussen hun schouderbladen
de vleugels groeien waarmee ze uit dat dagelijks lijf gekropen
over de dorpse dagen heersen.

De hoedenmaakster glimlacht vanuit haar pas verworven hoogte,
de drukker zegent herderlijk Pierrot,
de landeigenaar lonkt naar de edelknaap.

De nar zegt dat hij dringend moet.
De lichten doven.
De geliefde zucht.

markt

Er duikt wel eens een werk op van schilder Constant Wauters (door sommigen ook vermeld als ‘Wouters’) (1826-1853) maar je moet al in de diepe documententrommel duiken om een biografisch spoor van enige betekenis te vinden.
Zelf was het thema ‘Voor de voorstelling’ (nu in Hermitage, Sint Petersburg) eerder een aanleiding dan wel de uitvoerder van het genrestuk te belichten, bijgevoegd een markttafereel van dezelfde kunstenaar.
In het tijdschrift ‘De Vlaamse School’ Jaargang 3 1857 deze aandoenlijke tekst:

In 1853, overleed te Napels, in den bloeijenden ouderdom van 27 jaren, de veelbelovende genreschilder Constantinus Wauters van Antwerpen.

Zoon van Jan-Frans Wauters en Joanna – Elisabeth Verel, was deze kunstenaer op 5 juny 1826 geboren. Leerling der koninklyke akademie van Antwerpen, trad hy, by het bereiken der jongelingsjaren, in het werkhuis van den gunstiggekenden schilder Ferdinand de Braeckeleer, alwaer hy zich door gewetensvolle studiën onderscheidde, In 1846, by het openen der Antwerpsche tentoonstelling van schoone kunsten, ontwaerde men in deze verzameling een tafereel des jeugdigen meesters welk in den cataloog onder den titel van den Kranken Schilder stond aengeteekend. Dryjaren daerna, vonden wy van hem dry andere tafereelen: De geredde onschuld, een Toonkunstenaer, en de droomery; in 1852 zag men er een trio en de herinnering, twee doeken die veel van de toekomst des schilders deden verhopen.

De drift om zich in zyn vak te oefenen, deed onzen jeugdigen meester tot de gedachte komen, Italië, het zoo vaek beroemde land te bezoeken; helaes! om er zyne laetste rustplaets te vinden. Te Napels aengekomen, werd Wauters door eene ziekte aengerand, die hem in weinige dagen ten grave voerde. ‘Wat my aengaet, schryft de heer E. Pittore, ik denk nooit aen Constant Wauters zonder een diep gevoel van droefheid en smert; hy stierf zoo jong, verre van de zynen; alléen om zoo te zeggen, hebbende niets om de zorgen zyner moeder te vervangen, dan de opofferingen van Laureys, wiens naem van den zynen niet meer zal gescheiden worden. – Hy had eene schoone toekomst, eene lange baen te doorloopen, en buiten twyfel ware hy gelukkig geweest, want hy bezat al de hoedanigheden des herten die den mensch doen beminnen.’

De tyding der dood van Wauters kwam zyne vrienden te Antwerpen pynelyk treffen. Door één gevoel beheerscht, namen zy het lofweerdig besluit den overledenen een eeuwig gedenkteeken hunner aengekleefdheid op te richten. De bouwmeester P. Dens werd gelast met de plannen des monuments te verveerdigen, terwyl de schilder Jos. Lies het portret zyns te vroeg ontstolen kunstmakkers zou uitvoeren.

_vla010185701ill0089

(Een onzer antwerpsche kunstschilders de heer J.B. Huysmans, die over eenige maenden eene reis in den Oosten deed, heeft te Napels het grafteeken van Wauters op doek gebracht. Dit tafereel werd dezer dagen door den heer Ghémar op steen geteekend.)

Monument en portret werden op 4 juny 1856, in de St-Andrieskerk te Antwerpen ingehuldigd, in tegenwoordigheid van een aenzienlyk getal kunstenaren en vrienden des overledenen; de geleerde heer P. Visschers, Pastor van St-Andrieskerk, hield te dier gelegenheid een redevoering, welke wy gelukkig genoeg zyn hier te kunnen mededeelen.

Of het daar nog steeds aanwezig is valt te betwijfelen want ik vond op de website van de kerk geen enkele vermelding bij het intikken van de diverse betrokkenen.

Om maar te zeggen dat elke ‘voorstelling’ ook weer vlug vergeten wordt.

Hieronder, zelfde thema, een werk van de Duitse Jeanne Mammen (1890-1976), daarover later meer.

638733