Het trappenhuis, een wandeling

Een kleine wandeling door het trappenhuis. Op weg naar, terugkomend van. Op dit ogenblik is dat niet ver, maar ook in je eigen huis kun je wondere wandelingen maken.

Een deur op een kier. Lange streep licht verraadt een kamer. Ik droomde vaak van een huis met talrijke nog niet ontdekte kamers. Misschien kijken mensen daarom graag naar programma’s over huizen die op een koper wachten. Het decor voor onuitgesproken intimiteit, verlatenheid, verwachtingen, de jaarlijkse feestdagen, een nacht met de geliefde(n). De andere wereld.

Hier ben je voor buiten nog onzichtbaar: het daglicht probeert binnen te dringen, maar jij bepaalt of je het licht laat binnenstromen. Dat is een veilig gevoel. De gretigheid waarmee je de gordijnen openschoof is wellicht met de jaren vertraagd. In het dwingende vertikale van het huis hou je graag de voorbije nacht in het horizontale van de liggende. Het licht komt nog gefilterd door de overgordijnen, daarna door de motieven op de glasgordijnen.

Naarmate het seizoen is dit de tijd om te luisteren naar de buitenwereld. Herinner je de regen die tegen de ramen striemt? Nare dromen weg gewassen of het spijt van onuitgevoerde plannen, het oude gevoel dat hier je niets kan overkomen -elk huis heeft zijn moederlijke binnenkant- of toch dat jongensachtige waarin de natte straten in een regenwoud veranderd zijn en jij weldra in de warme buik van de school zult vertellen over die barre tocht net voor het voltooide deelwoord ‘gedagdroomd’ moet ingeoefend worden.

In het daglicht zie je elke morgen degenen die uit het verdwijnen met hun nieuwe aanwezigheid toch weer in dit leven zijn binnengedruppeld, traagjes zoals water uit de grotgewelven van het verleden, traagjes maar diep. Ouder geworden kom je naderbij. Schonken zij je een kindertijd, je deelt nu de ouderdom en je leert het spijt over zoveel dat onuitgesproken bleef, inruilen voor hun woordeloze versmelting met de mysteries van dit bestaan, hier in dit huis verenigd met het gemis maar ook met hun onuitspreekbare verbinding met onze pogingen hen dagelijks terug te vinden. Alsof zij schrijven met het zonlicht op de overloop.

Ook het verre verleden is er in diverse vormen aanwezig: de bibliotheek, de prenten die na hun reizen door vroegere huizen hierboven zijn beland. Een jasje en een kleed wachtend tot het lichaam aan het nieuwe seizoen is gewend. Ze kaderen beiden het menselijk lijf, hebben hun herinneringen en steeds weer toekomst. Of ze dialogeren? Natuurlijk. Of dachten wij met onze traag ontwikkelde taal het alleenrecht op verbindingen te hebben? Toevallig zijn ze van Italiaanse origine, met zo’n 500 jaar verschil, een peulschil in het rijk der idee├źn.

Bij deze droogzonnige dagen schrijft het licht milde letters op de hoge binnenmuren. Tekent de trapleuning in schaduw waarlangs enkele generaties in verschillende tempi zijn opgeklommen naar de nacht of daalden, de dagen tegemoet. Mocht je de treden optellen dan stegen uit de huizen wolkenladders waarboven wij als oude vogels onze nesten zouden bouwen om samen met al de vroegeren met eeuwige vergunnig neer te kijken op die na ons kwamen.

Trappen kregen in huizen van voor de (2de) wereldoorlog nog veel ruimte. Uit welke kamer je ook naar boven of beneden wil, het mankeert niet aan perspectief. Ganymedes wordt er door zijn arend naar de godenberg gebracht, ets op doek naar een schilderij van Eustache Le Sueur. Er is ruimte voor verschillende vluchten. Gedachtenvluchten: of op weg naar de wereld buiten, of op zoek naar rust binnen. Onder Ganymedes een grafplaatje van vaders vader.

En er was vandaag nog een tragische vlucht: kijk naar de afdruk van de botsende duif op het glas. Vogels zijn thuis in de tuin, worden ook van voedsel en nestkastjes voorzien. Duiven, eksters, musjes, meesjes, en helaas dit jaar geen merel. Was het licht te fel, een plotse spiegeling? Wel vonden we geen lichaam van deze ongelukkige Sanctus Spiritus. We veronderstellen dus dat hij/zij weer de luchten kon kiezen. Of was het een duidelijke raadgeving: verlaat niet te vlug jullie hok, vleugelloze tweepotigen.

Een kleine wandeling door het trappenhuis. Loop zelf maar eens enkele kamers in en uit, kijk naar het licht, luister naar herinneringen of spreek zonder vrees met verwachtingen. De muren die ons nu veilig omgeven dragen hun sporen van het verre en/of nabije verleden. Een voorwerp, een foto, een jas, een briefje, tekens van leven verzameld of achtergebleven.

Je zou een bescheiden lofzang op de leuning kunnen maken. Zonder haar wordt het klimmen -met het klimmen van jaren- een stuk moeilijker. De huis-genoten als leuning. Een mooi woord, huisgenoten. Soms hoor ik stemmen van voorouders dan weer stemmen van de nakomenden en wij, een beetje bang, maar ook glimlachend, gaan de trappen op en af. We zijn niet alleen. Nu en dan staan we stil en kijken we naar buiten. Het kind hieronder wordt dinsdag 20! Op enige afstand zingen wij: lang, lang zal ze leven. In de gloria.

alle foto’s uit ons eigen archief