‘Sisyfus spreekt’ (2) een monoloog

Myceen stierenhoofd
(feestmuziek nog even op achtergrond en dan stilte)

Sisyfus:

En wie maakt zelfs van feestgedruis gebruik om de koninklijke veestapel te plunderen? Een zoon van Hermes, de god die reeds als baby vee van Apollo had gestolen. Autolykos. 

Zeg zijn naam niet te luid: Autolykos, of hij zou zelfs de au en ie klanken verduisteren zodat je alleen 'tokos' overhoudt wat in Oud Grieks zoveel als 'zoon' maar ook nog 'winst, rente, opbrengst betekent, terwijl zijn echte naam het moet hebben van 'auto': 'ik' en 'lukos': 'wolf'.  'Ik-de wolf.'  Een duidelijk samengaan van merk en produkt.

Had Autolykos al van vader Hermes de neiging geërfd om andermans koeien te stelen, zijn toverkunsten om een diefstal te camoufleren waren hem door diezelfde  pa ingelepeld. De koninklijke kuddes , roodbont en voorzien van grote horens veranderde hij in zwart-bonte dieren zonder horens.

Graag wilde ik mijn aangeboren scherpzinnigheid gebruiken om de goedkope goochelarij van deze godenbastaard belachelijk te maken.  Had hij een boevengod als inspirator, ik, Sisyfus, zou hem met koninklijke intelligentie overtroeven. 
Onder de hoeve van elke rechter-voorpoot liet ik heel duidelijk de letters KK en GG aanbrengen:  afkortingen van 'Koninklijke Kudde' en 'Gestolen Goed'.
Ook was het makkelijk de volgende dag de sporen van mijn gestolen dieren te volgen die zoals wij vermoedden ons rechtstreeks naar Autolykos' stallen leidden.
Een feestelijke ontvangst.  En zelfs toen kon hij niet zwijgen over de kwaliteiten van zijn stamboekvee tot ik hem een gemerkte rechter-voorpoot onder zjn neus duwde.

'KK en GG, afkortingen van 'Koninklijke Kudde' en 'Gestolen Goed'.'

Hij had het nog over 'verdwaalde dieren' en 'sukkeltjes die hij liefdevol' in zijn kudde had opgenomen, 'dat kan gebeuren, majesteit,' maar zweeg toen het aantal 'sukkeltjes'  de hoevelheid van zijn eigen dieren oversteeg. 

We confisqueerden al zijn vee en ik geef toe dat ik in mijn overmoed en overwinningsroes ook Autoleukos' dochter Anticleia tijdelijk de mijne ging noemen. Niet fraai, maar laten we het 'de opvattingen van die tijd' noemen, een heerser masseert nu en dan de wetten waar dat beetje elasticiteit van toen later gemakkelijk een aberratie wordt genoemd.

En...werd Anticleia niet de moeder van topvedette Odysseus? Mooi gecamoufleerd door haar -al een tijdje zwanger- vlug aan Laërtes uit te huwelijken.
Wie dus de vader van deze toekomstige ster zou zijn, een vraag die met een beetje erfelijkheidsleer het zachtjes knikken van het hoofd verklaart, al is hoofdschudden  net zo goed begrijpelijk.

Wie teert op toevallig succes plooit zich makkelijk naar zijn eigen navel. Was hij eerst het welbespraakte middelpunt bij een gezellig eet- en drinkfestijn, nu werd die koninklijke navel het centrum van de wereld. Sisyfus als goed betaald orakel:  te klein gebouwd, te hoog gegrepen, te laag geschat, te vlug ingevuld, te veel verwacht en te weinig gekregen, met de ijver van een democraat die als minister niet alleen een ijdeltuit maar ook de tiran uit zijn vestzakje te voorschijn tovert en intens geniet bij elke vingerknip en let op:  er hoort boter bij de soms vrij rotte vis voor elk advies uit deze vergulde mond.

Ach, de lompigheid van wie de macht geroken heeft en op zijn troon te weinig aan de keukenstoelen denkt waarop zijn volk zetelt.
De simpele vragen:  wat komt er op tafel, wie slaapt bij wie en vertel mij wie de verraders zijn. 
Kun je mij vergeven?
Ik was de verrader en hij vergaf me niet.
Aigina door Zeus bespied
Ik zag Zeus gluren naar de nimf Aegina, één van de twintig dochters van Asopos, de riviergod die hen met zorg en tederheid omgaf zeker met dat sjiek volk uit hogere Olympische kringen in de nabijheid van al dat fraais.
De Najaden: Antiope, Asopis, Chalcis, Cleone, Harpina, Ismene, Ornia, Pirenne, Salamis, Tanagra, Thebe, Thespeia, en nog een aantal zoete namen die de geschiedenis geheim gehouden heeft.

Aegina werd de lieveling van de Almachtige.  Het lief van Zeus.
Zijn zucht naar tastbare schoonheid is intussen ruim bekend en beschreven. Verschijnt hij als een adelaar dan is een ontvoering in de maak. 

Ik, Sisyfus zag dat hij in de gedaante van een glanzende adelaar haar meenam naar het onbewoond eiland Oenone in de Golf van Egina, tussen Attica en Argolis. 
Hij, de nurk, de onstuimige, de afblaffer en de man van honderdduizend volt in de donkere luchten, hij, de onsterfelijke, verandert in een tedere jongen als hij de schoonheid in een sterfelijk menselijk wezen leest.
Jean-Baptiste Greuze Aegina visited by Jupiter 1767
Moet een mens vaak verbergen wie hij of zij bemint, zijn liefde camoufleren, zijn leven organiseren als een strateeg, verhalen uit het niets verzinnen, zijn slapeloze nachten met wanen en tranen overbruggen, zijn dromen leeg zien lopen en neen, het is niet de nachtegaal maar het nieuws van half zeven en ik moet om half acht op kantoor zijn want...

Maar.

De vader. Asopus.  Wanhopig op zoek naar Aegina.
Al vlug de blablabla vergeten waarin het over wijs en rechtvaardig gaat, en dat de liefde van een vader, en de glorie van het vermiste kind, en, en, en.

Zoals de wanhoop altijd te weinig letters en te veel kreten heeft.

Hij weet dat ik weet.

Hij zegt het niet, maar het kleinste gebaar dat nergens op slaat, het wegkijken langs mijn schouder alsof hij haar dadelijk ziet binnenkomen.  Mijn zwijgende ogen -al oefen ik een neutrale blik een vorst waardig- en ik probeer te zeggen dat ik de dader niet zonder eigen schade kan verraden.

Asopus is een riviergod en kent het water als zijn kinderen.
De Pirene bron
Zegt hij:
...dat de stad zeker nog een bron, met bijhorend fontein wil, een fontein op de akropolis achter de tempel van Afrodite, weet hij. 
Met hetzelfde water uit de Pirene-bron dat ondergronds al de stad bevloeit.  
Die bron was een favoriete drenkplaats van Pegasus, de Muzen toegewijd.  Dichters kwamen van ver om er te drinken en inspiratie op te doen. 

Een dergelijke bron op de akropolis van de stad? 
En kan het ook een eeuwigdurende fontein zijn, wetend dat een man in dergelijke nood makkelijker overstag gaat, al mag voor een riviergod de vraag naar kunstig water wel ietsje verder gaan dan bij  een  bedrijf dat hedendaagse badkamers levert?

Een maand later waaiert het waterwerk van Asopus over de akropolis.
Ik verklap Zeus' naam en de plaats van het liefdesnest terwijl de fontein-druppels zich met onze tranen vermengen.

Hij zal de watervader met de gekende bliksems weer zijn rivier induwen terwijl ik bezoek van Thanatos himself mocht verwachten waar anders Hermes de dode naar de onderwereld voert.
Niet omdat ik het liefdesnest verraden had, maar het bilan van mijn leven blijkbaar het edele ontweek en gedrenkt was in het schandelijke. Zei hij. 
Ook een god wil dat zijn slippertjes toegedekt blijven en drie kunnen een geheim bewaren als twee ervan dood zijn. Hij in de rivier, en ikzelf over de Styx naar de Tartaros.

Maar ik ben Sisyfus. (Vervolgt)

Technische fiche: Oenone, het liefdes-eiland heet ook wel Oenopia, zelfs Delos is nog een andere naam. Volgens het verhaal baart Aegina later een zoon die ze Aeacus noemt. Ze moet hem helaas alleen opvoeden! Eeens hij volwassen is heerst hij als een rechtvaardige koning over het eiland, dat blijkbaar niet zo onbewoond was als in de mythe werd voorgesteld. Aeacus geeft het eiland de naam van zijn moeder: Aegina. Hera, vrouw van Zeus, heeft een hekel aan hem en teistert het eiland met de pest waardoor bijna iedereen omkomt en alleen moeder en zoon overblijven. Aeacus smeekt zijn vader om steun en deze verandert de mieren op het eiland in mensen, Myrmidonen genoemd. Aeacus hielp Poseidon en Apollo de muren van Troje bouwen. Zo was Aegina de groot-grootmoeder van Achilles, de Griekse held bij de belegering van Troje.

Aegina (/iˈdʒaɪnə/; Ancient Greek: Αἴγινα) was a figure of Greek mythology, the nymph of the island that bears her name, Aegina, lying in the Saronic Gulf between Attica and the Peloponnesos. The archaic Temple of Aphaea, the "Invisible Goddess", on the island was later subsumed by the cult of Athena. Aphaia (Ἀφαῖα) may be read as an attribute of Aegina that provides an epithet, or as a doublet of the goddess. (Wikipedia)
Hermes op stap