Het landschap als personage: Isaak Levitan (1860-1900)

Levitan, Spring: Flood Waters 1897
De keuze van de schilder voor lichte, doorschijnende kleuren is ideaal om de transparantie van het water en de lucht, het lichte blauw van de lucht en de zachtheid van de voorjaarszon weer te geven. Er is ergens een dorp, net in het zicht; en de glanzend witte stammen van de berken, samen met hun reflecties in de gladde spiegel van het water, geven het effect van iets verschuivends, veranderlijks, vergankelijks. Alleen de sterke stam van een eenzame eik, die rechtop staat tussen de wiegende, trillende berken, en het bootje aan de rand van het water verbinden het beeld met het aardse, het materiële, en zinspelen op de mensen die temidden van deze prachtige, nog kalme en onbekommerde natuur leven. Een dergelijke "vermenselijking" van de natuur is heel kenmerkend voor Levitan's kunst; zij verbindt de subjectieve emotie van zijn landschappen met hun typisch Russische karakter en roept gedachten op aan het geboorteland.

The Tretyakov Gallery Moscow Russian Painting p. 200
Isaac Levitan Het meer detail (klik op onderschrift om te vergroten)

Met deze wonderlijke landschappen opent zich het korte leven van de Russische Joodse schilder Isaac Levitan die in nauwelijks veertig jaar -het schilderij hierboven werd enkele maanden voor zijn dood geschilderd- de ziel van het landschap zichtbaar maakte in een land dat met een overschot aan landschappen nog ontsnapte aan de overheersende invloed van de negentiende eeuwse industrialisering.

Het meer in zijn geheel, klik hier om te vergroten
Isaac Levitan werd geboren in de sjtetl Kibarty, in het gouvernement Augustów in Congres-Polen, een deel van het Russische Rijk (het huidige Litouwen) in een arme maar goed opgeleide Joodse familie. Zijn vader Elyashiv Levitan was de zoon van een rabbijn, voltooide een Yeshiva en was zelf opgeleid. Hij gaf Duitse en Franse les in Kowno en werkte later als vertaler bij de bouw van een spoorbrug voor een Frans bouwbedrijf. Begin 1870 verhuisde het gezin Levitan naar Moskou.

In september 1873 trad Isaac Levitan toe tot de Moskouse School voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Bouwkunst, waar zijn oudere broer Avel reeds twee jaar had gestudeerd. Na een jaar in de kopieerklas stapte Isaac over naar een naturalistische klas, en spoedig daarna naar een landschapsklas. Levitans leraren waren de beroemde Alexei Savrasov, Vasilij Perov en Vasilij Polenov. In 1875 liet de school Nikolai Tsjechov toe, broer van de Russische schrijver Anton Tsjechov, die later Levitans beste vriend zou worden.
In 1875 overleed zijn moeder en zijn vader werd ernstig ziek en was niet meer in staat om vier kinderen te onderhouden; hij stierf in 1877. Het gezin verviel in bittere armoede. Als blijk van waardering voor Levitans talent en prestaties, zijn Joodse afkomst en om hem op de school te houden, kreeg hij een studiebeurs. (Wikipedia)
Berken 1889 Vergroot door hier te klikken
By the mid 1880s Levitan's friendship with Chekhov had deepened, and Levitan began spending time with the Chekhov family near Babkino where the Chekhovs had a house. During his first summer there he painted The River Istra (1885) and gave it to Chekhov. He also painted Twilight River Istra (1885) with a darker, more somber palette. Chekhov was fond of creating pantomimes for his guests, with Levitan often ridiculed for playing the villain, the victim and the alien Jew, ostensibly all in jest
Istra rivier 1886
Tjsechov”s portret door Isaac Levitan 1885-86

Vaak lees ik dat Levitan’s werk wordt weggezet als een ‘variant of the landscape of mood’, waarin de vorm en de toestand van de natuur vergeestelijkt wordt en dragers zijn van de ‘conditions of the human soul’. Anders dan het romantisch hanteren van het Duitse landschap wordt de Russische weemoed al te gemakkelijk als interpretatie gebruikt. Het wordt dan een bekend refrein waarin de natuur, het landschap, opdraaft als symbool voor onze zieleroerselen terwijl ik eerder landschappen in zijn werk als personages bekijk. Ze zijn zo overweldigend aanwezig tegenover het stipje rondtrekkende of neerhokkende mens dat ze betoverend kunnen werken, niet alleen in het vergroten van droombeelden maar in een naamloos gevoel van intense aan-of afwezigheid waarin seizoenen en weersomstandigheden dapper meewerken om als personage de rondtrekkenden of bewoners tegemoet te komen. Een aantal Russische sprookjes en legenden wijzen ook in die gepersonaliseerde richting. Kijk naar de omgeving van het Savvino-Storozehsky-klooster (1880)

In the vicinity of the Savvino-Storozhevsky-monastery 1880
De Vlademirka weg 1892 Klik om te vergroten
The Vladimir Highway (Russian: Влади́мирский тракт), familiarly known as the Vladimirka (Влади́мирка), was a road leading east from Moscow to Vladimir and Nizhny Novgorod. Its length was about 190 kilometers.

The road has been mentioned in documents since the Middle Ages, when it connected the political capital of Muscovy with the ancestral seat of the Grand Dukes of Vladimir-Suzdal. It was by this road that the Muscovite merchants travelled to the Makariev Fair. In connection with the ceremonial transfer of the Theotokos of Vladimir from Vladimir to Moscow in 1395, one Russian chronicler referred to the route as "the greatest of roads".

The Vladimir Highway was renovated in the mid-18th century when it became the westernmost section of the Great Siberian Road linking Siberia to Europe. There were a number of post stations with a ready supply of fresh horses. If one travelled post, it was possible to get from Moscow to Vladimir in less than 24 hours. (Wikipedia)
Above the eternal peace Klik om te vergroten op onderschrift
The picture “Above the Eternal Peace” is distinguished by a feeling of boundless expanse, as if the painter has been amazed by the very endlessness of the Earth. The grey Northern skies are reflected in the empty and cold waters of the lake with fluffy clouds hanging above it. Nature stands immobile in its primeval majesty. Time has stopped above the lake and the green promontory with the little church cemetery and the leaning crosses over the graves and only a twinkling light reminds one of how transitory human life is. Levitan’s refined palette is equally matched to the depiction of objectively observable and subjectively perceived nature.
Bridge. Savvinskaya Sloboda 1884 Klik op de titel om te vergroten.

Maar ook het kleine, het intieme zoals dit bruggetje uit 1884 krijgt zijn aandacht. Het brengt je veilig op het erf. Een erf waar je vooral hout in allerlei soorten en maten ziet liggen, zowel bouwmateriaal als brandstof voor de bitterkoude winters. Binnen is er plaats voor het vertellen van verhalen. Zomers hoor je buiten de avondklokken van het nabije klooster. Ook daar leven de verhalen van rondreizende monniken en geduldige ikonenschilders.

Avondklokken 1892 Vergroot door klikken op onderschrift

De avond als personage. Hij hoort bij een plaats en heeft verschillende gedaanten naarmate de seizoenen. Vriendelijk of dreigend zoals in het beeld ‘Voor de storm’ uit 1890. Komt er al eens een menselijke gestalte te voorschijn dan is ze klein, zonder details. Op zoek naar een veilig onderkomen. De figuren in de wolken lichten op tegen de zwarte hemel.

Voor de storm 1890 Klik om te vergroten op het onderschrift

Zou je het licht in dit post-impressionistisch tijdperk van de Europese tijdgenoten kunnen aanduiden, toch is er ook een helderheid waarin niet het momentele maar het heldere van het vaststaande telkens weer een andere invulling krijgt. De trage veranderingen, de lange seizoenen, de overvloed aan natuur, de stilte van het land. Ik vermoed dat de rimpelingen op het water niet zo belangrijk zijn als het vaste terugkomen van bloeien en vergaan. Ook Isaac Levitan schilderde zijn waterlelies.

Waterlelies 1895 Klik op onderschrift omt e vergroten

Maar de lente trilt zo hevig dat alle achterliggende vormen vervangen. Best te begrijpen na een lange winter.

Dacha in spring

Er wordt nogal vlug of ‘lyriek’ of ‘mystiek’ gepraat als emoties via de natuur hun weg vinden naar de hongerige eenzame ziel. Vanuit de landschappen, gevormd door ontelbare levende wezens die ons omringen, soms voeden, verwarmen, bedreigen of onderdak verschaffen, kan er ook een verbroedering (verzustering) ontstaan waarin wij elkaar aanvullen: onze zorg voor het levende, en de vruchten van het veld, de schaduw van het gebladerte, de geur van de aarde, het tijdstip van de dag of nacht. Ons verschijnen en verdwijnen is niet zoveel anders als de wisseling van de seizoenen. Wij zijn elkaar nabij. Een collega, Valentin Serov schilderde een mooi portret van Isaac Levitan. Hij kijkt ons aan zoals hij ons via zijn werk blijft aankijken. Dit korte of soms iets langere leven blijft ons verbinden.

Hierbij 36 minuten in stilte werk van Isaac Levitan.  Je kunt er zelf muziek bij zoeken mocht dat nodig zijn.  Gebruik groot scherm, 4K afbeeldingen, alsof gisteren en eergisteren niet bestaan, zo dichtbij blijft zijn werk. Hij zou het geweldig vinden.

De uitbraak: schilderijen op de loop!

Kijk, dat was wat conservator AH uit B op een late avond aantrof: lege lijsten en enkele achtergebleven schoenen en verder dit akelige beeld:

Een leeg museum!

Een leeg museum! Nu met de Covid-dreiging al maanden het museum geen bezoekers mocht ontvangen, was het duidelijk: komen zij niet naar ons dan gaan wij hen opzoeken! Zeker bij het lezen van deze ode van Horatius ‘Nunc est Bibendum!’ (Nu moet er gedronken worden!) achteloos achtergelaten in zijn kantoor:

'Nu moet er gedronken worden, nu bevrijd
worden rondgedanst, nu is't de hoogste tijd
om goden spijzen voor te zetten,
vrienden, als bij Salische banketten!'

De geschrokken conservator AH uit B haastte zich naar de nachtwinkel om de hoek en jawel!

Was deze dame nog bij zinnen, een andere uitgebroken persoonlijkheid vertoonde duidelijk kenmerken van overvloedige sterke-drank-consumptie. Gelukkig was hij met een anders vers van dezelfde Horatius tot terugkeer te bewegen:

'Bachus zal jou en, als Venus zich laat zien,
ook haar Gratiën met losse gordelriem
en felle fakkels begeleiden
tot de Zon de sterren laat verglijden.'

Deze felle conservator kende zijn pappenheimers! Bovenstaand vers immers kon ook dadelijk dienen voor de losgeslagen schare schaars geklede dames die een oude sater naar een late kroeg wilden begeleiden. Opgekropte eenzaamheid, hij wist best wat dat met een mens kon doen.

Bij het busstation werd Mercurius een drankje aangeboden. Wist hij dat hij als boodschapper van de goden nuchter moest blijven, de maandenlange eenzaamheid echter kon best met deze beker Salernische wijn geheeld worden. Horatius’ goede raad mag hier best als leidraad dienen:

'...Terwijl wij staan te spreken, vlucht vol spijt
het leven.  Pluk de dag, verwacht maar weinig van de morgentijd.'

En blijkbaar was het niet iedereen van dit kunstzinnig gezelschap gegeven om op een rustige manier zich een kadootje of een souvenir voor het thuisfront aan te schaffen. Een sterke vrouw met fakkel maakt hem duidelijk dat zijn brute mannenkracht niet volstaat om zich van zilver te voorzien.

Is ‘stijl’ niet iedereen gegeven, mooi als Venus maakt zij graag voor conservator AH uit B een lekker kopje cappuccino klaar. Met een mooi vers van Horatius kon hij haar zeker bewegen terug te keren naar haar schilderij.

Venus, die in Cnodos en Paphos regeert,
geeft uw uitverkoren Cyprus op en ga
naar het heerlijk huisaltaar waar Glycera
u met wierook eert.

Voer uw vurig zoontje met u mee en maak
met uw naakte Gratiën en nimfen voort,
samen met de Jeugd, die altijd bij u hoort
en de god der Spraak. (=Mercurius)

En terug in de metro kijkt conservator AH uit B vertederd naar dat late kersttafereel. Kind en moeder blijken ingedut, laat dus die engelenmuziek zachtjes voor zoete dromen zorgen. (De engel met de banjo moet nog even stiekem naar het notenblad gluren, het is nog vroeg!)

Wie vroeg naar zijn werk moet, heeft misschien nog deze fraaie engel gezien. Zij kijkt de vroege reiziger aan met een liefelijke glimlach terwijl ze het blad van haar boek omdraait. Je dag kan niet stuk! Probeer haar maar eens terug te vinden op haar schilderij. Zo’n glimlach mag beloond worden met (h)erkenning, toch?

Niet iedereen wilde spontaan weer naar huis. Bidden en smeken mocht niet baten in dit geval. Kom meid, even op de tanden bijten. Straks moet ik weer op kruistocht en kun jij je gangen gaan. Horatius spreekt zijn ‘Lydia’ aan die blijkbaar nog een ander liefje heeft:

'Zoals mijn zelfbeheersing wijkt
de kleur op mijn gelaat, er rolt een stille traan
over mijn wang, nu eensklaps blijkt
hoe smeulend liefdesvuur me langzaam laat vergaan.'

En dan heb je van die laat Grieks-Romeinse geesten die geen filmstalletje kunnen voorbijgaan zonder het grondig door elkaar te hebben gehaald en luidop commentaar leveren als ze 25 roebel moeten dokken voor een tweedehandse versie van ‘Caligula’.

Voor ze weer mee naar het museum gaan toch nog een even een bloemenkrans met de ijdele hoop deze kunstzinnige plaats enigszins te verfraaien. Voorzichtig, lief. Ik weet je dat je hoogtevrees hebt, dus…

Nog even naar die vierdehandse aankoop kijken voor we weer worden ingelijst. Te weinig wind! Vroeger in de zeilen nu in de banden van dit voertuig. En o ja, Lydia, nog een onsje verse kersen mag je voor ons afwegen. Nu en dan een pitje spuwen naar een bezoeker, ’t zit in de kleine dingen hoor ik mijn vader zeggen.

De prenten zijn digitale bewerkingen van de Oekraïnische kunstenaar Alexy Kondakov. Op instagram te bekijken via zijn website

https://www.instagram.com/alksko/

Ukrainian artist Alexey Kondakov (previously) lifts figures out of classical paintings and drops them into modern-day photographs. Elegantly posed in dynamic lighting, his figures commute on public transit, dance in nightclubs, and peek around corners in otherwise mundane digital collages. The juxtaposition of the two worlds is humorous and at times seamless in its execution.

Through placement and shadows, Kondakov’s images sell the idea that the classical figures are three-dimensional objects photographed in a three-dimensional world. An image from an upcoming nightlife series depicts a mostly nude woman in a unique pose that, in context, can be read as dancing. Other images from his ongoing “Daily Life of Gods” use architecture and landscapes to ground the painted figures in an alternate reality. (Thisis collosal 2019)
De vertaalde verzen van Horatius'oden komen uit:
'Pluk de dag, Vijftig oden, Vertaald, ingeleid en toegelicht door Paul Claes Athenaeum-Polak & Van Gennep Amsterdam 2015  19,99 euro.

De onvoltooide tegenwoordige tijd in het werk van Zinaida Serebriakova (1884-1967)

In de veranda 1919

Helemaal boven zijn ze er alle vier, in de veranda ontbreekt de oudste. Haar kinderen: Yevgeny (Eugene), Alexander, Tatiana, Ekaterina, Geschilderd in het rampenjaar 1919, verwijzend naar de mooiste tijd uit haar leven: haar huwelijk in 1905 met de spoorwegingenieur Boris Serebriakov (1880-1919), hun zomers op hun landgoed in Neskuchnoye, het huidige Charkiv, Oekraïne, waar ze landschappen en landelijke taferelen schilderde, eenentwintig jaar jong. Hier te zien, enkele jaren later, op het vluchtig geschetste familieportret uit 1910.

Zinaida Jevgenjevna Serebriakova werd in 1884 geboren op het landgoed Neskuchnoye in het huidige Charkov, Oekraïne, in de kunstenaarsdynastie Benois-Lanceray. De familie Benois was gevlucht voor de Franse Revolutie en werd naar Rusland gelokt door verhalen over het kunstmecenaat van Catharina de Grote. Serebriakova's oom, Alexandre Benois (1871-1960), werd een invloedrijk Russisch kunstenaar, een stichtend lid van de kunstgroep Mir Iskusstva, en zou een aantal belangrijke publicaties over Russische kunstenaars gaan schrijven. Haar moeder, Jekaterina, eveneens een begaafd kunstenares, was de zus van Alexandre. Serebriakova's vader, Jevgeni Lanceray (1848-86), was een gerenommeerd beeldhouwer. Toen zij amper twee jaar oud was, stierf haar vader aan tuberculose en was het gezin gedwongen in te trekken in het appartement van haar grootvader in Sint-Petersburg. Haar grootvader, Nikolas Benois (1813-98), was een beroemd architect en zijn appartement bevond zich vlakbij het al even beroemde Mariinsky Theater - dat was ontworpen door architect Alberto Cavos (1800-63), de vader van Serebriakova's grootmoeder Camilla. 

Serebriakova werd omringd door kunstenaars van allerlei slag, van wie ze schilderen, muziek en dans kon leren. In 1900 schreef ze zich in aan de privé-kunstschool van prinses Tenisjeva, waar ze Ilya Repin (1844-1930) ontmoette, die beschouwd werd als de Rembrandt van Rusland en die een van haar vroege mentors werd. In 1903 ging Serebriakova werken in het atelier van Osip Braz (1873-1936), een Russische realistische schilder en mede-lid van Mir Iskusstva. 

Zelfportret in witte blouse

Medio oktober 1905 heerste er in Rusland massale onrust: stakingen van meer dan 2 miljoen arbeiders, stakingen bij de meeste spoorwegen. De situatie was zo slecht dat de familie in november naar Parijs vertrok waar Serebriakova had gehoopt haar opleiding te kunnen voortzetten aan de zijde van haar oom Alexandre Benois.

In Parijs studeerden Serebriakova en haar moeder aan de Academie de la Grande Chaumiere. Buiten het klaslokaal vonden zij inspiratie in het Louvre en het Palais du Luxembourg. In april 1906 keerde het gezin terug naar St. Petersburg, waar een maand later haar eerste kind, Jevgeni, werd geboren. Voor de kunstenares brak de gelukkigste tijd van haar leven aan. Toen de tweede zoon van het echtpaar, Alexander, in 1907 werd geboren, besloten zij Neskuchnoye tot hun hoofdverblijfplaats te maken.

Zicht vanuit het raam landgoed in Neskuchnoye

Op een wintermorgen in 1909 begon Serebriakova aan een van haar best gekende zelfportretten te werken: ‘Aan de kaptafel’. Een intiem portret van een jonge moeder. Ze schildert zichzelf zoals ze zichzelf zag in de spiegel zodat het frame ervan ook het kader van het schilderij werd. Dit werk, samen met twaalf andere schilderijen, stuurde ze in voor de Mir Iskusstva-tentoonstelling van 1910, met als thema ‘Hedendaagse Russische Vrouwenportretten’. De kunstkritiek was laaiend enthousiast. De Tretyakov Gallerie, een van de meest bekende kunsthuizen, kocht het portret aan met nog twee andere schilderijen.

Between 1911 and 1913 Serebriakova worked on her most critically acclaimed group of paintings, known as her Bath Series. During this time that her daughters Tatiana and Ekaterina were born, and Serebriakova started focusing on females and their work. For more complicated pieces, such as The Bath (1913), Serebriakova would ask the same model to pose for multiple positions on the canvas. With this series the artist embraced a style known as Neoclassical Revival, which was a return to classical painting with a conceptual twist. The role of color was reduced to a monochromatic palette, which allowed the form within the painting to become more austere and stylized. Serebriakova painted on a larger-than-life scale and placed her figures inside a small environment to make them seem even larger. Although she was using classical painting techniques, their importance was secondary to the concept. This genre marked a noted shift in the world of art, to which Serebriakova was a key contributor. (Cathy Locke in Musing on Art)
Het badhuis (klik op ondertitel om te vergroten)

In 1917, op het hoogtepunt van haar carrière, werd ze door de Keizerlijke Academie in Sint-Petersburg voorgedragen voor de rang van academicus.Maar de Bolsjewistische revolutie gooit letterlijk en figuurlijk roet in het eten. Ze moet vluchten en zal in het nabijglegen Charkiv een onverwarmd driekamerappartement huren.

In 1918 werd haar geliefde Neskuchnoye geplunderd en tot de grond toe afgebrand. In 1919 werd haar man gearresteerd in Moskou tijdens de Rode Terreur en stierf hij aan tyfus in een bolsjewistische gevangenis. Als weduwe, met vier kleine kinderen en een ouder wordende zieke moeder, keerde Serebriakova terug naar Sint-Petersburg. Petersburg. Dit was een keerpunt in haar carrière: zonder Boris’ salaris was er geen geld voor olieverf of tijd om meer afgewerkte schilderijen te maken. Serebriakova zocht elk werk dat ze kon krijgen om te voorkomen dat haar familie honger zou lijden. In deze periode maakte ze haar meest sombere werk, House of Cards (1920), met haar vier kinderen die een spelletje spelen. Als we dit vergelijken met haar eerdere schilderij At Breakfast (1914), zien we een schril contrast met een veel meer afgewerkt werk dat haar gelukkige jonge gezin afbeeldt.

House of Cards 1919
Bij het ontbijt 1914

Zij verhuisde met haar kinderen terug naar het huis waar zij was opgegroeid: het huis van haar grootvader Nikolai Benois, dat op dat moment niet alleen hem en zijn gezin huisvestte, maar ook talrijke andere leden van de families Lanceray en Benois en vrienden, die eveneens in grote nood waren geraakt.

In 1922 publiceerde de schrijver Sergei Ernst, een oude vriend, een biopic over haar leven. Desondanks en het succes op tentoonstellingen van haar serie schilderijen van ballerina’s uit het Mariinsky Theater, was het moeilijk om rond te komen in een Rusland, nu de USSR, verarmd door oorlog en revolutie. In 1924 vertrok Serebriakova naar Parijs, tijdelijk, dacht ze, om te onderzoeken of ze in het buitenland wat geld kon verdienen. Tijdens haar korte verblijf werd het reizen van en naar de USSR echter aan banden gelegd en werd het de schilderes verboden terug te keren. Uiteindelijk stonden de Sovjetautoriteiten toe dat twee van haar vier kinderen naar Frankrijk reisden om haar te vergezellen: Alexander en Catherine. Tatjana en Jevgeni (Eugene) mochten niet vertrekken. Ze zal hen 36 jaar moeten missen!

Interieur met spiegel , Tata en Katia in 1917 Boertje in de verte.
Tot 1940 bleef Serebriakova een staatsburger van de USSR en hoopte zij met haar familie te worden herenigd, maar tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's werd zij bedreigd met een verbljf in een concentratiekamp wegens haar band met de USSR. Bijgevolg moest zij, om een internationaal identiteitsbewijs voor vluchtelingen, een Nansen-paspoort, te krijgen, afstand doen van haar Sovjetburgerschap.
In 1957, Serebriakova finally got a proposal from the Soviet government to return home. But illness and old age got in the way – she was already over 70, and she practically did not paint. Therefore, the artist did not dare to move.

In 1965, thanks to the effort of Zinaida’s daughter, Tatyana, three of the artist’s exhibitions finally opened at once -– in Moscow, Kiev and Leningrad; preparation for them took five years. Zinaida Serebriakova was already over 80, and she was waiting for news of the public’s reaction to the paintings. The success was deafening. Finally, Serebriakova’s paintings were seen by those who had only heard of her, and the emigrant artist was finally relieved: her art had at last returned home.(Elizaveta Ermakova Dailyartmagazine)

In 1928 nam Serebriakova deel aan een retrospectieve van Russische kunst in Brussel. Daar ontmoette zij de Belgische industrieel Baron Jean de Brouwer (1872-1951). Hij gaf haar de opdracht twee sets van vier decoratieve panelen te maken voor zijn landhuis: het eerste, liggende naakten die de seizoenen uitbeelden; het tweede, staande naakten die de Brouwer’s belangrijkste interesses vertegenwoordigen: rechtvaardigheid, natuur, kunst en licht. Het was meer dan tien jaar geleden dat ze de financiële middelen had gehad om een dergelijk werk te maken. Ook hier wendde Serebriakova zich tot de stijl van de Neoklassieke Revival om haar staande godinnen te creëren. Ze gebruikte haar dochter Ekaterina als model en draaide haar houding op elk paneel een beetje. Trouw aan het genre van de neoclassicistische renaissance, verminderde Serebriakova het belang van kleur en werkte ze voornamelijk met een monochroom palet. Ze versterkte het monolithische effect door een worm-oog standpunt in te nemen en naar haar model op te kijken terwijl ze schilderde. (Cathy Locke Musing on Art, A platform for Women artists)

-De baron sponserde daarna haar reizen naar Marokko (waar de baron ‘dispose d’ importants intérets, notamment dans le domaine immobilier et dans le domaine agricole -wikipedia-) en waar zij in 1928-1930 talrijke schetsen en schilderijen maakte van bewoners.-

-Dat landhuis, ‘Manoir du Relais’ in Pommeroeul in de omgeving van Bergen zou door de tweede wereldoorlog verwoest zijn, maar naar laatste gegevens nog altijd bestaan. Het werd nadat de baron-advokaat het verkocht een weeshuis, boekenwinkel…Verdere gegevens ontbreken. Ga op zoek!-

Ontwerpen voor muurschilderingen in de villa Jean de Brouwer, Art en Iurisprudence

Als eerste belangrijke Russische vrouwelijke schilder heeft ze levensnoodzakelijk werk geleverd waarin omvang wel eens de kwaliteit schaadde. In Parijs bleken de toenmalige trends haar niet erg te interesseren. Zij wilde de mensen van haar omgeving weergeven zoals ze op dat moment overkwamen vanuit haar vrouwelijk aanvoelen van de tijd waarin ze al dan niet gewild was terechtgekomen. De onvoltooid tegenwoordige tijd. Haar prachtige (zelf-) portretten tonen ons kwetsbare mensen van alle leeftijden. De kinderen poseren nooit, zij tonen ons hun dagelijks doen en laten, hun verbinding met degenen die hen lief zijn.

In de keuken. Portret van Katie.

Het dagelijks voedsel en het samen aan tafel zitten zijn belangrijke onderwerpen. Daar wacht de onvoltooide tijd. Hij wacht op het proeven en smaken. Op het samenzitten, het vertellen aan elkaar. De vaak vragende ogen naar het vervolg. Wat voltooid is wordt weer met vragen ontmanteld of intens gekoesterd. Kijk naar dit wondermooie portret. Ons onvolkomen-zijn in de stilte van het elkaar aankijken zonder vrees of vraag. We kijken door het onvoltooide heen en in dat ‘raken’ smelt de eenzaamheid. Traag maar zeker. Samen in de onvoltooide tegenwoordige tijd.

Portrait of S.N; Andronikovoy-Halpem, 1924

Bronnen:

http://artanablog.com/en/art/zinaida-serebriakova-facts/
https://museumstudiesabroad.org/zinaida-serebriakova/