De onvoltooide tegenwoordige tijd in het werk van Zinaida Serebriakova (1884-1967)

In de veranda 1919

Helemaal boven zijn ze er alle vier, in de veranda ontbreekt de oudste. Haar kinderen: Yevgeny (Eugene), Alexander, Tatiana, Ekaterina, Geschilderd in het rampenjaar 1919, verwijzend naar de mooiste tijd uit haar leven: haar huwelijk in 1905 met de spoorwegingenieur Boris Serebriakov (1880-1919), hun zomers op hun landgoed in Neskuchnoye, het huidige Charkiv, Oekraïne, waar ze landschappen en landelijke taferelen schilderde, eenentwintig jaar jong. Hier te zien, enkele jaren later, op het vluchtig geschetste familieportret uit 1910.

Zinaida Jevgenjevna Serebriakova werd in 1884 geboren op het landgoed Neskuchnoye in het huidige Charkov, Oekraïne, in de kunstenaarsdynastie Benois-Lanceray. De familie Benois was gevlucht voor de Franse Revolutie en werd naar Rusland gelokt door verhalen over het kunstmecenaat van Catharina de Grote. Serebriakova's oom, Alexandre Benois (1871-1960), werd een invloedrijk Russisch kunstenaar, een stichtend lid van de kunstgroep Mir Iskusstva, en zou een aantal belangrijke publicaties over Russische kunstenaars gaan schrijven. Haar moeder, Jekaterina, eveneens een begaafd kunstenares, was de zus van Alexandre. Serebriakova's vader, Jevgeni Lanceray (1848-86), was een gerenommeerd beeldhouwer. Toen zij amper twee jaar oud was, stierf haar vader aan tuberculose en was het gezin gedwongen in te trekken in het appartement van haar grootvader in Sint-Petersburg. Haar grootvader, Nikolas Benois (1813-98), was een beroemd architect en zijn appartement bevond zich vlakbij het al even beroemde Mariinsky Theater - dat was ontworpen door architect Alberto Cavos (1800-63), de vader van Serebriakova's grootmoeder Camilla. 

Serebriakova werd omringd door kunstenaars van allerlei slag, van wie ze schilderen, muziek en dans kon leren. In 1900 schreef ze zich in aan de privé-kunstschool van prinses Tenisjeva, waar ze Ilya Repin (1844-1930) ontmoette, die beschouwd werd als de Rembrandt van Rusland en die een van haar vroege mentors werd. In 1903 ging Serebriakova werken in het atelier van Osip Braz (1873-1936), een Russische realistische schilder en mede-lid van Mir Iskusstva. 

Zelfportret in witte blouse

Medio oktober 1905 heerste er in Rusland massale onrust: stakingen van meer dan 2 miljoen arbeiders, stakingen bij de meeste spoorwegen. De situatie was zo slecht dat de familie in november naar Parijs vertrok waar Serebriakova had gehoopt haar opleiding te kunnen voortzetten aan de zijde van haar oom Alexandre Benois.

In Parijs studeerden Serebriakova en haar moeder aan de Academie de la Grande Chaumiere. Buiten het klaslokaal vonden zij inspiratie in het Louvre en het Palais du Luxembourg. In april 1906 keerde het gezin terug naar St. Petersburg, waar een maand later haar eerste kind, Jevgeni, werd geboren. Voor de kunstenares brak de gelukkigste tijd van haar leven aan. Toen de tweede zoon van het echtpaar, Alexander, in 1907 werd geboren, besloten zij Neskuchnoye tot hun hoofdverblijfplaats te maken.

Zicht vanuit het raam landgoed in Neskuchnoye

Op een wintermorgen in 1909 begon Serebriakova aan een van haar best gekende zelfportretten te werken: ‘Aan de kaptafel’. Een intiem portret van een jonge moeder. Ze schildert zichzelf zoals ze zichzelf zag in de spiegel zodat het frame ervan ook het kader van het schilderij werd. Dit werk, samen met twaalf andere schilderijen, stuurde ze in voor de Mir Iskusstva-tentoonstelling van 1910, met als thema ‘Hedendaagse Russische Vrouwenportretten’. De kunstkritiek was laaiend enthousiast. De Tretyakov Gallerie, een van de meest bekende kunsthuizen, kocht het portret aan met nog twee andere schilderijen.

Between 1911 and 1913 Serebriakova worked on her most critically acclaimed group of paintings, known as her Bath Series. During this time that her daughters Tatiana and Ekaterina were born, and Serebriakova started focusing on females and their work. For more complicated pieces, such as The Bath (1913), Serebriakova would ask the same model to pose for multiple positions on the canvas. With this series the artist embraced a style known as Neoclassical Revival, which was a return to classical painting with a conceptual twist. The role of color was reduced to a monochromatic palette, which allowed the form within the painting to become more austere and stylized. Serebriakova painted on a larger-than-life scale and placed her figures inside a small environment to make them seem even larger. Although she was using classical painting techniques, their importance was secondary to the concept. This genre marked a noted shift in the world of art, to which Serebriakova was a key contributor. (Cathy Locke in Musing on Art)
Het badhuis (klik op ondertitel om te vergroten)

In 1917, op het hoogtepunt van haar carrière, werd ze door de Keizerlijke Academie in Sint-Petersburg voorgedragen voor de rang van academicus.Maar de Bolsjewistische revolutie gooit letterlijk en figuurlijk roet in het eten. Ze moet vluchten en zal in het nabijglegen Charkiv een onverwarmd driekamerappartement huren.

In 1918 werd haar geliefde Neskuchnoye geplunderd en tot de grond toe afgebrand. In 1919 werd haar man gearresteerd in Moskou tijdens de Rode Terreur en stierf hij aan tyfus in een bolsjewistische gevangenis. Als weduwe, met vier kleine kinderen en een ouder wordende zieke moeder, keerde Serebriakova terug naar Sint-Petersburg. Petersburg. Dit was een keerpunt in haar carrière: zonder Boris’ salaris was er geen geld voor olieverf of tijd om meer afgewerkte schilderijen te maken. Serebriakova zocht elk werk dat ze kon krijgen om te voorkomen dat haar familie honger zou lijden. In deze periode maakte ze haar meest sombere werk, House of Cards (1920), met haar vier kinderen die een spelletje spelen. Als we dit vergelijken met haar eerdere schilderij At Breakfast (1914), zien we een schril contrast met een veel meer afgewerkt werk dat haar gelukkige jonge gezin afbeeldt.

House of Cards 1919
Bij het ontbijt 1914

Zij verhuisde met haar kinderen terug naar het huis waar zij was opgegroeid: het huis van haar grootvader Nikolai Benois, dat op dat moment niet alleen hem en zijn gezin huisvestte, maar ook talrijke andere leden van de families Lanceray en Benois en vrienden, die eveneens in grote nood waren geraakt.

In 1922 publiceerde de schrijver Sergei Ernst, een oude vriend, een biopic over haar leven. Desondanks en het succes op tentoonstellingen van haar serie schilderijen van ballerina’s uit het Mariinsky Theater, was het moeilijk om rond te komen in een Rusland, nu de USSR, verarmd door oorlog en revolutie. In 1924 vertrok Serebriakova naar Parijs, tijdelijk, dacht ze, om te onderzoeken of ze in het buitenland wat geld kon verdienen. Tijdens haar korte verblijf werd het reizen van en naar de USSR echter aan banden gelegd en werd het de schilderes verboden terug te keren. Uiteindelijk stonden de Sovjetautoriteiten toe dat twee van haar vier kinderen naar Frankrijk reisden om haar te vergezellen: Alexander en Catherine. Tatjana en Jevgeni (Eugene) mochten niet vertrekken. Ze zal hen 36 jaar moeten missen!

Interieur met spiegel , Tata en Katia in 1917 Boertje in de verte.
Tot 1940 bleef Serebriakova een staatsburger van de USSR en hoopte zij met haar familie te worden herenigd, maar tijdens de bezetting van Frankrijk door de nazi's werd zij bedreigd met een verbljf in een concentratiekamp wegens haar band met de USSR. Bijgevolg moest zij, om een internationaal identiteitsbewijs voor vluchtelingen, een Nansen-paspoort, te krijgen, afstand doen van haar Sovjetburgerschap.
In 1957, Serebriakova finally got a proposal from the Soviet government to return home. But illness and old age got in the way – she was already over 70, and she practically did not paint. Therefore, the artist did not dare to move.

In 1965, thanks to the effort of Zinaida’s daughter, Tatyana, three of the artist’s exhibitions finally opened at once -– in Moscow, Kiev and Leningrad; preparation for them took five years. Zinaida Serebriakova was already over 80, and she was waiting for news of the public’s reaction to the paintings. The success was deafening. Finally, Serebriakova’s paintings were seen by those who had only heard of her, and the emigrant artist was finally relieved: her art had at last returned home.(Elizaveta Ermakova Dailyartmagazine)

In 1928 nam Serebriakova deel aan een retrospectieve van Russische kunst in Brussel. Daar ontmoette zij de Belgische industrieel Baron Jean de Brouwer (1872-1951). Hij gaf haar de opdracht twee sets van vier decoratieve panelen te maken voor zijn landhuis: het eerste, liggende naakten die de seizoenen uitbeelden; het tweede, staande naakten die de Brouwer’s belangrijkste interesses vertegenwoordigen: rechtvaardigheid, natuur, kunst en licht. Het was meer dan tien jaar geleden dat ze de financiële middelen had gehad om een dergelijk werk te maken. Ook hier wendde Serebriakova zich tot de stijl van de Neoklassieke Revival om haar staande godinnen te creëren. Ze gebruikte haar dochter Ekaterina als model en draaide haar houding op elk paneel een beetje. Trouw aan het genre van de neoclassicistische renaissance, verminderde Serebriakova het belang van kleur en werkte ze voornamelijk met een monochroom palet. Ze versterkte het monolithische effect door een worm-oog standpunt in te nemen en naar haar model op te kijken terwijl ze schilderde. (Cathy Locke Musing on Art, A platform for Women artists)

-De baron sponserde daarna haar reizen naar Marokko (waar de baron ‘dispose d’ importants intérets, notamment dans le domaine immobilier et dans le domaine agricole -wikipedia-) en waar zij in 1928-1930 talrijke schetsen en schilderijen maakte van bewoners.-

-Dat landhuis, ‘Manoir du Relais’ in Pommeroeul in de omgeving van Bergen zou door de tweede wereldoorlog verwoest zijn, maar naar laatste gegevens nog altijd bestaan. Het werd nadat de baron-advokaat het verkocht een weeshuis, boekenwinkel…Verdere gegevens ontbreken. Ga op zoek!-

Ontwerpen voor muurschilderingen in de villa Jean de Brouwer, Art en Iurisprudence

Als eerste belangrijke Russische vrouwelijke schilder heeft ze levensnoodzakelijk werk geleverd waarin omvang wel eens de kwaliteit schaadde. In Parijs bleken de toenmalige trends haar niet erg te interesseren. Zij wilde de mensen van haar omgeving weergeven zoals ze op dat moment overkwamen vanuit haar vrouwelijk aanvoelen van de tijd waarin ze al dan niet gewild was terechtgekomen. De onvoltooid tegenwoordige tijd. Haar prachtige (zelf-) portretten tonen ons kwetsbare mensen van alle leeftijden. De kinderen poseren nooit, zij tonen ons hun dagelijks doen en laten, hun verbinding met degenen die hen lief zijn.

In de keuken. Portret van Katie.

Het dagelijks voedsel en het samen aan tafel zitten zijn belangrijke onderwerpen. Daar wacht de onvoltooide tijd. Hij wacht op het proeven en smaken. Op het samenzitten, het vertellen aan elkaar. De vaak vragende ogen naar het vervolg. Wat voltooid is wordt weer met vragen ontmanteld of intens gekoesterd. Kijk naar dit wondermooie portret. Ons onvolkomen-zijn in de stilte van het elkaar aankijken zonder vrees of vraag. We kijken door het onvoltooide heen en in dat ‘raken’ smelt de eenzaamheid. Traag maar zeker. Samen in de onvoltooide tegenwoordige tijd.

Portrait of S.N; Andronikovoy-Halpem, 1924

Bronnen:

http://artanablog.com/en/art/zinaida-serebriakova-facts/
https://museumstudiesabroad.org/zinaida-serebriakova/