Gesprekken met sprookjes: “de kunst van het vallen”

‘In tegenstelling met de vertrouwde geplogenheden willen de meeste mensenlijke wezens vliegen eens de zwaartekracht van de alledaagse gewoonten hen hindert,’ zei Alice. ‘Dat is een oud misverstand. Wil je naar het wonder dan moet je “vallen”. Niet weg van de aarde, maar er net dieper in doordringen. Ook engelen vliegen niet. Ze vallen uit de hemel om een boodschap te brengen. Eens hun opdracht volbracht is laten ze zich weer naar de hemel vallen. Dat is net een eigenschap van engelen die mensen niet gegeven is. Mensen kunnen zonder hulpmiddelen met moeite de lucht in omdat ze maar niet begrijpen wat de kern van ‘vallen’ is.

How long is forever? vroeg ik het Witte Konijn. 'Sometimes, just one second,' antwoordde hij.

De heer Einstein was ervan overtuigd dat alle objecten op dezelfde manier vallen, ongeacht hun massa of samenstelling. Zelfs de aarde en de maan vallen op dezelfde manier naar de zon toe. Ook objecten met geringe of extreem sterke zwaartekracht.

Gierzwaluwen laten zich eerst vallen om te kunnen opstijgen. Vanuit de diepte van de val kun je klimmen. Dat is een mooi filosofisch idee.

Ook in de taal kun je met vallen en opstijgen een zekere ‘onirische’ atmosfeer bereiken, de taal van de ‘dromende verbeelding’, en dan zijn we weer thuis bij de Franse filosoof Gaston Bachelard.

 De verbeeldende krachten van onze geest ontwikkelen zich langs twee zeer verschillende assen.

Sommige vinden hun ontplooiing in het nieuwe; ze vermaken zich met het pittoreske, met de afwisseling, met de onverwachte gebeurtenis. Zij inspireren de verbeelding die altijd een lente heeft te beschrijven. In de natuur, ver van ons, brengen ze als levende krachten al bloemen voort.

Andere verbeeldende krachten graven diep in de dingen. waarin ze zowel het oorspronkelijke als het eeuwige willen vinden. Ze beheersen de jaargetijden en de geschiedenis. In de natuur, in ons en buiten ons, brengen ze kiemen voort; kiemen waarin de vorm besloten ligt in een substantie, waarin de vorm inwendig is.(Verbeelding en materie.  Inleiding bij 'Het water en de dromen' Gaston Bachelard, vertaling Piet Meeuse)
“Alice laughed: “There’s no use trying,” she said; “one can’t believe impossible things.”
“I daresay you haven’t had much practice,” said the Queen. 
“When I was younger, I always did it for half an hour a day. Why, sometimes I’ve believed as many as six impossible things before breakfast.”

"Alice lachte: "Het heeft geen zin het te proberen," zei ze; "je kunt geen onmogelijke dingen geloven."
"Ik durf te zeggen dat je niet veel oefening hebt gehad," zei de Koningin. 
"Toen ik jonger was, deed ik het altijd een half uur per dag. Wel, soms geloofde ik wel zes onmogelijke dingen voor het ontbijt."

De associatie van ‘vallen’ met ‘onderuit-gaan’ in alle betekenissen van het woord mag duidelijk zijn. Er zijn ‘gevallen’ engelen, van hun voetstuk gevallen mensen, gevallen vrouwen, en dan is het duidelijk dat het werkwoord een morele negatieve kwalificatie uitdrukt. Maar de schoonheid uit ‘het zwerk’ kan soms ook op aarde verschijnen zoals in het mooie gedicht ‘Zonnebeeldjes’ van Pierre Kemp (1886-1967)

Zonnebeeldjes

De Melkweg is tussen de bomen gevallen
en iedere ster danst er met een blad.
Op de parkgrond ligt ’t zongeld in grote getallen,
of een kind zijn spaarpot gebroken had.

Soms komen er vogels en op hun veren
vallen guldens der zon, maar zij hupplen voort.
Ook hen kan het uitzicht van ’t geld niet deren,
zij zien het en blijven onbekoord.

Maar nu begin ik ermee te spelen
en mijn handen scheppen volop het licht
uit het lover om het weer uit te delen
aan wie nog wil kijken met kindergezicht.

Pierre Kemp
Uit: Het regent in de trompetten. De mooiste gedichten van Pierre Kemp.
Gekozen door Wiel Kusters en Ingrid Wijk, 2017 
eigen foto

En klonk dat bovenste gedicht iets te zoeterig? Ach dat kijken als een kindergezicht, en… Maar ik wil het graag aanvullen met Lucebert’s tekst: Ik draai een kleine revolutie af. …en ik val en ik ruis en ik zing.

ik draai een kleine revolutie af…

ik draai een kleine revolutie af
ik draai een kleine mooie revolutie af
ik ben niet langer van land
ik ben weer water
ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd
op mijn rug rust een zeemeermin
op mijn rug rust de wind
de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen

ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

“But I don’t want to go among mad people," Alice remarked.
"Oh, you can’t help that," said the Cat: "we’re all mad here. I’m mad. You’re mad."
"How do you know I’m mad?" said Alice.
"You must be," said the Cat, "or you wouldn’t have come here.”
― Lewis Carroll, Alice in Wonderland 

Het verhaal tussen be- en ont-vallen, tussen af- en vervallen, het roerloos vallen van de sneeuw en het invallen van de duisternis, steeds is ‘verandering’ aan de orde. Het roerloze leven fixeren we in klanken en beelden maar net door het verschuiven van evenwichten krijgt het zijn betekenis. Wij vallen elkaar graag in de rede, vallen voor elkaar, vallen in elkaars handen, vallen op, uit, in, neer. Het is een drukke bedoening, dat vallen. We vallen door de mand, uit de lucht, in zwijm. Zelfs een regering kan vallen. Maar de verzameling is meestal te herleiden tot vallen en opstaan. De manier waarop is in Alice in Wonderland de weg van het absurde. De logica vanuit ‘de valler’ gezien, een mogelijkheid om de harde landingen te overleven en de werkelijkheid dapper met een glimlach tegemoet te treden.

Would you tell me, please, which way I ought to go from here?”
“That depends a good deal on where you want to get to,” said the Cat.
“I don’t much care where–” said Alice.
“Then it doesn’t matter which way you go,” said the Cat.
“–so long as I get SOMEWHERE,” Alice added as an explanation.
“Oh, you’re sure to do that,” said the Cat, “if you only walk long enough.”
Arthur Rackham A mad tea party