Op weg naar de teruggevonden tijd (2)

De wolken
 
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
 Lang-uit met moeder in de warme hei,
 De wolken schoven boven ons voorbij
 En moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
 
 En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
 Daar gaat een dame, schapen met een herder -
 De wond'ren werden woord en dreven verder,
 Maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
 Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
 Ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
 Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
 
 - Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
 En wijst me wat hij in de wolken ziet,
 Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
 De verre wolken waarom moeder schreide -

Martinus Nijhoff (1894-1953)
in Vormen (1924)

De tijd waarin ik ‘in kleine kleren’ naar de wolken keek, strekt zich al twee generaties uit nu het kleinkind, wel eens aanwezig in dit blog, vandaag 21 wordt en op haar beurt dat kijken kan doorgeven aan de volgende kleine-klerendrager. Kun je in kind en kleinkind het terugvinden van je eigen kindertijd vergemakkelijken, toch zal iedere ‘iets oudere’ lezer(es) ook de vervreemding begrijpen die er met die steeds groter wordende afstand is ontstaan. De tijd terugvinden wordt er niet makkelijker om. De droom opgeven? Marcel Proust denkt daar anders over:

Si un peu de rêve est dangereux, ce qui en guérit, ce n'est pas moins de rêve, mais plus de rêve, mais tout le rêve. Il importe qu'on connaisse entièrement ses rêves pour n'en plus souffrir ; il y a une certaine séparation du rêve et de la vie qu'il est si souvent utile de faire que je me demande si on ne devrait pas à tout hasard la pratiquer préventivement comme certains chirurgiens prétendent qu'il faudrait, pour éviter la possibilité d'une appendicite future, enlever l'appendice chez tous les enfants. » (Marcel Proust A la recherche du temps perdu)
Ekaterina Panikanova

Zijn onze eigen herinneringen beperkt door de werking van ons autobiografisch geheugen dat rond het 3de-4de levensjaar in werking treedt, toch blijven er verhalen van de eerste kinderjaren meespelen, vaak menigmaal verteld door zeer nabije betrokkenen. Hoe hij als eenjarige van een Canadese soldaat (zijn eenheid logeeerde in de school waar zijn moeder les gaf) een reep chocolade cadeu kreeg en die na enige studie met een zekere walg op de grond smeet, totaal onbekend met het luxe-product ‘chocolade’. Die houding veranderde toen die luxe even later bereikbaar werd en in allerlei merken werd aangeprezen. Herinner je!

De klassieke benaming ‘Minerva’ van het merk ‘Martougin’ werd in Antwerpen geproduceerd in verschillende smaken. Hij herinnert zich dat een dergelijke reep bij uitzonderlijke gebeurtenissen hoorde: na een moedig doktersbezoek, de vooravond van een verjaardag, of als geschenk van een tante ‘voor wie het beste niet goed genoeg was’. (de uitspraak was van zijn moeder) Democratischer was een reepje ‘Meurisse-chocolade’ of de meer gekende Jacques-repen.

Bij deze repen hoorde een chromo, netjes op de binnenwikkel van de reep geplooid. Daarmee kon je diverse albums vullen: treinen, koninklijke familie, Congo om er enkele te noemen. Het leven van kinderen uit de vijftiger jaren was gevuld met het verzamelen van punten allerlei. Historia-prenten, Artis-afbeeldingen in prachtige boeken te verzamelen, Liebig-kaarten met fraaie grafiek, Soubry-punten voor mooi verzorgde kunst-reproducties, Historia-punten voor illustraties bij de vaderlandse geschiedenis, Kwatta-soldaatjes, Havermout-lettertjes die je als je de juiste letters bij elkaar kreeg een heuse lederen voetbal opleverden, Fort-bonnen voor speelgoed (dank u sinterklaasje) In elk gezin was er wel een lade waarin die punten en prentjes een onderkomen vonden en nu en dan in dikke omslagen naar diverse adressen werden verzonden om daarna regendagen-lang prentjes te kleven. (Hij heeft met La vache qui rit een heus Congolees dorp verzameld of hoe smeerkaas eten de koloniale ‘verdiensten’ kon verduidelijken.) De opbrengsten van zijn ‘missie-tentoonstelling’ werden tot de laatste centiem aan lepra-bestrijding overgemaakt.

Ekaterina Panikanova
 Quand je m'éveillai, de mon lit par ces matins tôt levés du printemps, j'entendais les tramways cheminer, à travers les parfums, dans l'air auquel la chaleur se mélangeait de plus en plus jusqu'à ce qu'il arrivât à la solidification et à la densité de midi. Plus frais au contraire dans ma chambre, quand l'air onctueux avait achevé d'y vernir et d'y isoler l'odeur du lavabo, l'odeur de l'armoire, l'odeur du canapé, rien qu'à la netteté avec laquelle, verticales et debout, elles se tenaient en tranches juxtaposées et distinctes, dans un clair-obscur nacré qui ajoutait un glacé plus doux au reflet des rideaux et des fauteuils de satin bleu, je me voyais, non par un simple caprice de mon imagination, mais parce que c'était effectivement possible, suivant dans quelque quartier neuf de la banlieue, pareil à celui où à Balbec habitait Bloch, les rues aveuglées de soleil, et voyant non les fades boucheries et la blanche pierre de taille, mais la salle à manger de campagne où je pourrais arriver tout à l'heure, et les odeurs que j'y trouverais en arrivant, l'odeur du compotier de cerises et d'abricots, du cidre, du fromage de gruyère, tenues en suspens dans la lumineuse congélation de l'ombre qu'elles veinent délicatement comme l'intérieur d'une agate, tandis que les porte-couteaux en verre prismatique y irisent des arcs-en-ciel ou piquent çà et là sur la toile cirée des ocellures de paon. (ibidem)
Clara Peeters
Still Life with Cheeses, Artichoke, and Cherries, ca. 1625
Los Angeles County Museum of Art

O, de geuren. Herinner je. Dit oude zo verwaarloosde waarnemen waar je als kind bijna vanzelfsprekend mee omging. Nog voor je de eetkamer binnenkwam kende je het avondmenu, de eenden en kippen die je van ei-rond tot volwassen dieren opvoedde. Van het zachte dons naar de harde pluimen, ieder met hun eigen geur. De geur van groene zeep, Singer-machine-olie, vers gebakken brood, de tuin-bij-avond, de andere mens, eens het dichtbije bij de verlangens ging horen. Maar ook de geuren van bederf en vergaan. Hoe mooi broeder Alexianus kon vertellen over de opwekking van Jezus’ vriend Lazarus. Al enkele dagen dood werd zijn graf geopend en verscheen hij even later nog met de lijkwindels ingepakt. De schilder was niet beschroomd om de reactie op de geur van vergaan op de gezichten van de toeschouwers, rechts in beeld, te tonen. De zeer heiligen en deftige opdrachtgevers toonden iets meer karakter. Maar wie in het verloren land wil binnendringen mag ‘het boeket’ niet ontwijken.

Picardie ou Bourgogne, seconde partie du XVe siècle La Résurrection de Lazare, avec un donateurHuile sur panneau de chêne, trois planches, parqueté(Restaurations et soulèvements) 60,50 x 80 cm
Allerzielen
Soms loopt er door een drukke straat
ineens een oude kameraad
of reisgenoot.
Je weet zodra je hem begroet:
het kan niet dat ik hem ontmoet,
want hij is dood.
Eerst ben je nog een tijd verbaasd
omdat die levende toch haast
die dode was.
Heb je de zaak dan afgedaan,
dan komt er weer zo`n dode aan,
met flinke pas.
Thuis van het dodencarnaval
zie je de spiegel in de hal,
je schrik is groot:
die man daar in het spiegelglas,
met die bekende regenjas,
was die niet dood?
 
Willem Wilmink (1936-2003)
Gepubliceerd in:
Het kind is vader van de man
Bert Bakker (1989)
En moi aussi bien des choses ont été détruites que je croyais devoir durer toujours et de nouvelles se sont édifiées donnant naissance à des peines et à des joies nouvelles que je n’aurais pu prévoir alors, de même que les anciennes me sont devenues difficiles à comprendre. Il y a bien longtemps aussi que mon père a cessé de pouvoir dire à maman : « Va avec le petit. » La possibilité de telles heures ne renaîtra jamais pour moi. Mais depuis peu de temps, je recommence à très bien percevoir si je prête l’oreille, les sanglots que j’eus la force de contenir devant mon père et qui n’éclatèrent que quand je me retrouvai seul avec maman. En réalité ils n’ont jamais cessé ; et c’est seulement parce que la vie se tait maintenant davantage autour de moi que je les entends de nouveau, comme ces cloches de couvents que couvrent si bien les bruits de la ville pendant le jour qu’on les croirait arrêtées mais qui se remettent à sonner dans le silence du soir. (ibidem)
Ekaterina Panikanova
(wordt vervolgd)
Du musst das Leben nicht verstehen

Du musst das Leben nicht verstehen,
dann wird es werden wie ein Fest.
Und lass dir jeden Tag geschehen
so wie ein Kind im Weitergehen von jedem Wehen
sich viele Blüten schenken lässt.

Sie aufzusammeln und zu sparen,
das kommt dem Kind nicht in den Sinn.
Es löst sie leise aus den Haaren,
drin sie so gern gefangen waren,
und hält den lieben jungen Jahren
nach neuen seine Hände hin.


Rainer Maria Rilke, 8.1.1898, Berlin-Wilmersdorf 

Op weg naar de teruggevonden tijd (1)

De goochelaar

De goochelaar zegt:
neem één dag in je gedachten,
het geeft niet welke

en ik neem één dag in mijn gedachten,
een willekeurige dag,
geen wereldschokkende dag,
en ook geen zwaarwichtige of lichtzinnige dag,
zomaar een dag

ik knijp mijn ogen dicht
en herinner me die dag,
de zon schijnt,
ik bel aan

en de goochelaar noemt die dag, 
beschrijft hem, elke minuut er van.

Toon Tellegen uit 'Hemels en vergeefs', 2008

Het hoeft niet altijd een koekje à la madeleine te zijn, een uitstekend middel voor de heer Proust om terug te keren naar de schijnbaar verloren tijd, het kan ook via de onuitputtelijke beeldbanken van het net, een hedendaagse manier om bij het zien van beelden het kind terug te vinden van weleer. Zo maar een dag, of een avond van zo’n dag, een late namiddag in de zomer, een sneeuwmorgen of een slapeloze nacht. ‘Het geeft niet welke.’ Het is even zoeken, dat wel. Maar je zult ze vinden, de beeldende magie die het vergeten verdwijnen laat. Wees geduldig. Verzamel ze, ook als je nog niet dadelijk weet waarom een beeld je aanspreekt. Ook teksten, poëzie, verloren zinnen, zullen je helpen om het analytische denken waarin we zijn opgevoed te ontwijken en het wondere associëren te ervaren zoals het briesje dat de gorijnen doet wijken, de zachte avondwind binnenlaat met de eerste uitlopers van het donker.

'Mais c'est quelquefois au moment où tout nous semble perdu que l'avertissement arrive qui peut nous sauver, on a frappé à toutes les portes qui ne donnent sur rien, et la seule par où on peut entrer et qu'on aurait cherchée en vain pendant cent ans, on y heurte sans le savoir, et elle s'ouvre.' (Marcel Proust A la recherche du temps perdu)
Gus Fine Arts World of Puppets
Rien qu'un moment du passé ? Beaucoup plus, peut-être ; quelque chose qui, commun à la fois au passé et au présent, est beaucoup plus essentiel qu'eux deux. Tant de fois, au cours de ma vie, la réalité m'avait déçu parce qu'au moment où je la percevais mon imagination, qui était mon seul organe pour jouir de la beauté, ne pouvait s'appliquer à elle, en vertu de la loi inévitable qui veut qu'on ne puisse imaginer que ce qui est absent. (ibidem)

‘Ze lagen te netjes op een rij zoals appelen zelf nooit zouden liggen. Anderzijds werd hij aangetrokken door het geordende van een verzameling: een kistje sigaren, een half pak chocolade dat met zo’n twaalf dezelfde reepjes onuitputtelijk leek, de tegels op de speelplaats, het ritme van een bakstenen muur. een doosje lucifers. Wel kon je van deze verboden vruchten winterfruit proeven en ze netjes met de aangebeten kant naar achter schijnbaar ongeschonden achterlaten. De herinnering zou met de vervlogen beelden uit zijn vroege kindertijd verdampt zijn als hij ze niet na zijn namiddagslaapje met een nog ongecontroleerde beweging had aangestoten en de wet van actie en reactie ervoor zorgde dat het netjes gerangschikte fruit naar alle richtingen van zijn slaapkamertje rolde. Deze misdaad was niet meer te camoufleren voor de vadermens verscheen en met een ‘maar-jongen-toch’ als een teleurgesteld opperhoofd het prutswerk van zijn driejarige nakomeling trachtte te verwerken.’

Maar als hij later, hij was negen, tien jaar met diezelfde vader appelen recht uit de boomgaard ging kopen op de boerderij en ze in die prachtige koperen schaal werden gewogen met aan de andere kant de stevige sierlijke gewichten en hij, nog voor hij achter op de fiets kroop, al een avant-première mocht proeven, combineeerde hij de smaak van appelen met het intense genoegen van het boeken-lezen in de grote sofa. Hij betreurde dat in het verhaal van het aards paradijs een appel voor de noodlottige afloop zorgde, maar gezien zijn eigen vroege zwakheid daaromtrent wilde hij Eva onmiddellijk de zondeval vergeven. Bij Judas lag dat anders. Hij verried zijn meester met een kus. Stel dat hij zijn vader met een kus zou overleveren aan het gespuis? Hem die ik zal kussen is de appelen-dief zou hij de soldaten zeggen.

Neen. Het verhaal was te droevig om er lang over te piekeren. Tenslotte moest iemand het doen. Toen Judas een jongetje was, wist god al dat hij Jezus zou verraden. Hij hoorde bij het verhaal. Heel eerlijk was dat niet. Hij bekeek alle afbeeldingen waarin Judas ‘zijn werk deed’. Hij had zijn broertje niet verraden toen ze op de pistolees hadden geplast als wraak omdat ze niet bij de grote mensen aan tafel mochten zitten. ‘Ik heb het gedaan! Helemaal alleen.’ Straf uitzitten in het kippenhok was best te doen. Niemand begreep beter wat onrechtvaardigheid was dan een kip. Het begrip ‘vrije wil’ had toen al een aardige deuk gekregen.

Nord de la France, probablement seconde moitié du XIVe siècle L’ Arrestation du Christ Relief en applique en bois de noyer avec traces de polychromie ; élément probable d’un retable figurant la Passion du Christ 47,50 x 43,50 cm
'Certes nous sommes obligé de revivre notre souffrance particulière avec le courage du médecin qui recommence sur lui-même la dangereuse piqûre. Mais en même temps il nous faut la penser sous une forme générale qui nous fait dans une certaine mesure échapper à son étreinte, qui fait de tous les copartageants de notre peine, et qui n'est même pas exempte d'une certaine joie. Là où la vie emmure, l'intelligence perce une issue, car s'il n'est pas de remède à un amour non partagé, on sort de la constatation d'une souffrance, ne fût-ce qu'en en tirant les conséquences qu'elle comporte. L'intelligence ne connaît pas ces situations fermées de la vie sans issue.'(ibidem)
Foto Alain Nogues
Weet je nog
hoe we allemaal dansten en lachten
op dat grote feest in die tuin
die geurde naar pas gewassen gras
het was een heldere sterrennacht
simpel, zoals je het zegt
we waren jong als de muziek
even bestonden we voor eeuwig

Remco Campert

‘Maybe, we are all mythological: Pamela Mei Yee Leung (1967-2011)

Negen hoofden. Van mythologische katten. In het fraaie korte filmpje hieronder vertelt keramiste Pamela Mei Yee Leung dat zij elke dag, naargelang haar stemming, één hoofd maakte. Als je ze bekijkt, kun je zelf vermoeden dat het leven haar niet voortdurend toelachte. Beter dan woorden vertelt het filmpje van ‘The Guardian’ met haar woorden als getuigenis, wat haar bezielde en wat haar overkwam. (6′ 50″)

Pamela Mei Yee Leung was born in Hong Kong and lived there until she was sent to a boarding school in England at the age of fourteen.  Language difficulties swayed her towards the visual arts as a means of self-expression.  She continued her education in London, studying 3-D Design at Middlesex Polytechnic before taking a post-graduate diploma in ceramics at Goldsmiths College.  Leung worked in London for 15 years, making ceramic sculpture, which was exhibited extensively in Britain and abroad.  After a long period of illness, which prevented her from working, she moved her studio to Whitstable in Kent. In one of her last interviews before her death in October 2011 after an 11-year battle with cancer, she reflects on how her work has formed a diary of her struggle with the disease 

The Carp
Niet alleen bestaande dieren hadden een plaats in de Chinese mythologie, er werden ook mythische dieren aanbeden of gevreesd. De verbondenheid met het dier was in China ooit zo intens dat de scheiding tussen mens en dier er niet als permanent en onveranderlijk gezien werd. In de zichtbare wereld was immers alles voortdurend in beweging, alles onderging veranderingen. Zonder verandering was er geen leven. Voor de Chinezen bestonden er dan ook kruisingen tussen dieren van verschillende soorten, naast wezens die het midden hielden tussen mens en dier, transformaties. Het was precies vanuit de idee van de voortdurende verandering dat de Chinezen ertoe kwamen aan dieren symbolische en bovennatuurlijke eigenschappen toe te schrijven. (De Tijd, 8 juni 2004, naar aanleding van de tentoonstelling 'Het Rijk van de Draak in de Kunsthal Sint-Pietersabdij))
Leung, Pamela; Drunken Fish; York Museums Trust; http://www.artuk.org/artworks/drunken-fish-272452
De dieren waren voor de Chinezen een voorteken van een lang leven, van geluk of genezing. Zo stond het varken symbool voor overvloed, een zorgeloos leven, zo niet luiheid, en viriliteit. De hond had, omdat hij waakte aan de drempel van het huis, te maken met het begrip grensgebied. Er werd een hond geofferd wanneer een vorst zijn eigen staat verliet. Bij de schildpad dachten de Chinezen zowel aan verandering als aan bestendigheid. Veranderde de schildpad niet van kleur volgens de seizoenen, en leefde het dier niet veel langer dan de mens?(ibidem)
Crouching Fox
Crouching Pam 1960, als bron voor de houding van enkele van haar creaties.
The Chinese influences in Leung’s sculpture are very much apparent, the decoration and bold use of colour are inspired by traditional Chinese arts and some of her references are taken directly from Chinese mythology.  However, her artistic training and education are wholly Western and consequently her approach is informal, personalised and expressive.  The result is an intriguing combination, which defies easy classification.

Sitting Bird, unglazed
In her figurative work, Leung uses human forms to express an attitude or emotion, but these creatures have animal heads or limbs giving them a character, which is both symbolic and surreal.  The symbolism may come from Eastern mythology or Western folk tales, but it is also deeply personal and carries meanings which are domestically autobiographical but psychologically universal.
Elixir of Life
Leung also makes functional pieces such as jugs, fountains, doorknockers, incense burners and, more recently, birdcages.  These pieces are often large, elaborate and highly decorative.  They are unusual objects that are intended to be fun rather than practical.  This aspect of Leung’s work shows her refreshing lack of esotericism.  She expresses herself immediately and spontaneously and has little time for painstaking techniques or calculated conceptualism, but at the same time, her construction is technically audacious and she challenges the stereotypes of craft ceramics and kitsch ethnicity.

Abacus Testpiece
Leung’s work is hand-built from crank mixture clay, mainly using the coiling method. Stains and oxides are mixed into a basic matt white or shiny transparent glaze.  These coloured glazes are then painted onto the sculpture after biscuit firing.  The work is then fired to between 1160°C and 1200°C, which makes it suitable for external sites.  The glaze process is often repeated several times to achieve greater depth.

Unloading biscuit fired work with fork lift

De bovenstaande teksten heb ik overgenomen uit haar achtergelaten website die zo’n beetje staat te verkommeren. In dit blog haal ik graag de voorbije of vergeten tijd naar boven, ontsnapt aan de mode van het moment. Haar uitspraak: Maybe, we are all mythological bleef mij bij. Zoals haar dieren ook menselijke kentrekken hebben en vice versa trof mij het samenvloeien van het levende. Het levende dat ook na het verdwijnen van de maker in allerlei vormen weer kan opduiken. De mythe waaruit onze filosofische en literaire creaties ontstonden leeft ook nu nog in het zoeken naar het ‘samensmelten’ van het voorbije met het komende in de dag van vandaag. Haar aanwezigheid daarin wilde ik graag eren.

The Travelling Cat, circa 1986

Het samenvloeien van Chinese en westerse invloeden zou een waarborg moeten zijn om de rijkdom van deze culturen niet op te offeren aan ideologische vereenzaming maar kan een levend teken worden van ons gemeenschappelijk streven naar een menselijk samenwonen op dit planeetje waarin de mythes door herkenning van hetgeen ons verbindt de tegenstellingen minstens begrijpelijk kunnen maken en wie weet vredevoller.

Patron (Stefanie Hering collection)
Mei Yee Leung, who lived in London, created her own unique cosmos of mythical creatures, with human figures bearing the heads of bears, foxes, lions, and eagles, to tackle subjects such as her marriage and her cancer. Stefanie Hering has translated a selection of these sculptures into expressive figures in bisque porcelain. They can be set up as standalone objects or table decorations and have an even more other-worldly, magical aura than their glazed clay counterparts. (Heringberlin)
Boat unfired

I’m nobody! Who are you? Emily Dickinson (1830-1886)

Ik ben niemand! Wie ben jij?
ben jij ook - niemand-?
dan zijn er een paar van ons!
Zeg het niet! Ze zouden ons verbannen-weet je!

Hoe saai - om iemand- te zijn!
Hoe openbaar - als een Kikker -
Je naam te vertellen - de levenslange dag -
Aan een bewonderend Moeras!

Als trouwe bezoeker van The Morgan Library & Museum in New York wil ik graag hun tentoonstelling met de bovenstaande titel en aangevuld met ‘The Life and Poetry of Emily Dickinson’ gebruiken om vooral met enkele van de gedichten uit hun tentoongestelde handschrift-collectie belangstelling voor deze wonderbare vrouw te wekken.

One of the most popular and enigmatic American writers of the nineteenth century, Emily Dickinson (1830–1886) wrote almost 1,800 poems. Nevertheless, her work was essentially unknown to contemporary readers since only a handful of poems were published during her lifetime and a vast trove of her manuscripts was not discovered until after her death in 1886. 
Otis Allen Bullard (1816–1853), Emily Elizabeth, Austin, and Lavinia Dickinson, Oil on canvas, ca. 1840. Houghton Library, Harvard University.

Dit zijn de drie kinderen uit een Amerikaans welstellend advocaten-gezin. Emily links laat niet vermoeden dat ze een erg teruggetrokken leven zou leiden dat zich in de laatste jaren zou beperken tot de leefruimte in haar slaapkamer waarvan hierboven het fraaie rozen-behang dat ook in de tentoonstelling als achtergrond dient. Vergis je niet, ook dat teruggetrokken leven betekende niet dat ze geen contacten had met de buitenwereld. Integendeel. Ze correspondeerde met talrijke vrienden en vriendinnen, besprak open en direct wat er in de toenmalige wereld gebeurde maar mengde zich steeds minder in het openbare leven.

She was a deeply sensitive woman who questioned the puritanical background of her Calvinist family and soulfully explored her own spirituality, often in poignant, deeply personal poetry. She admired the works of John Keats and Elizabeth Barrett Browning, but avoided the florid and romantic style of her time, creating poems of pure and concise imagery, at times witty and sardonic, often boldly frank and illuminating the keen insight she had into the human condition. At times characterised as a semi-invalid, a hermit, a heartbroken introvert, or a neurotic agoraphobic, her poetry is sometimes brooding and sometimes joyous and celebratory. Her sophistication and profound intellect has been lauded by laymen and scholars alike and influenced many other authors and poets into the 21st Century.(Online-literature.com/dickinson)
Emily Dickinson, Daguerreotype, ca. 1847. Amherst College Archives & Special Collections. Gift of Millicent Todd Bingham, 1956, 1956.002.
I heard a Fly buzz – when I died –
The Stillness in the Room
Was like the Stillness in the Air –
Between the Heaves of Storm –

The Eyes around – had wrung them dry –
And Breaths were gathering firm
For that last Onset – when the King
Be witnessed – in the Room –

I willed my Keepsakes – Signed away
What portion of me be
Assignable – and then it was
There interposed a Fly –

With Blue – uncertain – stumbling Buzz –
Between the light – and me –
And then the Windows failed – and then
I could not see to see –
This poem—one of Dickinson’s most famous—exists in no other drafts; it is included in a in a fascicle, or hand-sewn manuscript booklet, which she probably began in the summer of 1863 and which was not discovered until after her death.
Blazing in Gold – and
Quenching – in Purple!
Leaping – like Leopards the sky –
Then – at the feet of the old Horizon –
Laying it's spotted face – to die!

Stooping as low as the kitchen window –
Touching the Roof –
And tinting the Barn –
Kissing it's Bonnet to the Meadow –
And the Juggler of Day – is gone!


Vlammend in Goud - en
blakend - in paars!
Springend - als luipaarden de hemel -
Dan - aan de voeten van de oude Horizon -
Legt het zijn gevlekte gezicht - om te sterven!

Bukkend zo laag als het keukenraam -
Raakt het dak -
en de schuur kleurt...
Kust het zijn hoed naar de weide...
En de jongleur van de dag - is weg!
Of our deepest delights there is a solemn shyness
The appetite for silence is seldom an acquired taste

Van onze diepste genoegens is er een plechtige verlegenheid
De honger naar stilte is zelden een aangeleerde smaak

***

Hope is the Thing with Feathers

Hope is the thing with feathers
That perches in the soul,
And sings the tune without the words,
And never stops at all,

And sweetest in the gale is heard;
And sore must be the storm
That could abash the little bird
That kept so many warm.

I've heard it in the chillest land
And on the strangest sea;
Yet, never, in extremity,
It asked a crumb of me.
foto Ivan Sjögren
This is one of 295 poems Dickinson wrote in 1863, her most productive year. She kept this copy, along with a later draft from 1865.
Light is sufficient to itself –
If others want to see
It can be had on Window panes
Some hours of the day –

But not for Compensation –
It holds as large a Glow
To Squirrel in the Himmaleh
Precisely – as to me –

****


Dat haar leven ook de hedendaagse bewoner van deze planeet aanspreekt, bewijst de televisieserie op Apple-TV (Dickinson') die nu haar tweede jaar ingaat. 
 This Is My Letter To The World

    This is my letter to the world,
    That never wrote to me,--
    The simple news that Nature told,
    With tender majesty.
    Her message is committed
    To hands I cannot see;
    For love of her, sweet countrymen,
    Judge tenderly of me!

bezoek: https://www.themorgan.org/exhibitions/emily-dickinson

Some keep the Sabbath going to church,
I keep it staying at home,
With a bobolink for a chorister,
And an orchard for a dome.

Some keep the Sabbath in surplice,
I just wear my wings,
And instead of tolling the bell for church,
Our little sexton sings.

God preachesa noted clergyman,
And the sermon is never long;
So instead of going to heaven at last,
I'm going all along

Schrijven om thuis te komen: Ivana Bodrožić (1982)

Vukovar 1991-1992

In 1982 geboren in het Kroatische Vukovar dan weet je dat ze als kind de Servisch-Kroatische oorlog iheeft meegemaakt. Dat ze, naar eigen zeggen het verhaal van de displaced-persons wil vertellen maar dan vanuit de kinderen zelf. Haar vader is nog steeds ‘vermist’, een mooi woord om te weten dat hij een van de slachtoffers was, weggevoerd uit de stad door de Servische milities, en nooit meer thuisgekomen. Die ervaring blijft aanwezig in haar gedichten, is het onderwerp van haar roman ‘Tito Hotel’.

NOVEMBER 20th, every year, Vukovar)

 I particularly like imagining
the wreaths of flowers on the Danube…

 Sometimes you can even see them on television.

 What you will never see is,
how people throw those flowers;
from the banks, or they come to the middle of the river,
in wooden or motor-powered rowboats.

 For all those who lost their lives on the Danube.

 I don’t try to imagine how, but I nevertheless wonder…
Was it from the banks, or did they bring them to the middle of the river?
20 NOVEMBER, elk jaar, Vukovar)

 Ik hou er vooral van mij 
de bloemenkransen op de Donau
voor te stellen...
 
Soms zie je ze zelfs op de televisie.

 Wat je nooit zult zien is,
hoe mensen die bloemen gooien;
vanaf de oevers, of ze komen naar het midden van de rivier,
in houten of gemotoriseerde roeiboten.

 Voor al diegenen die hun leven verloren op de Donau.

Ik probeer me niet voor te stellen hoe, maar ik vraag me toch af...
Kwamen ze van de oevers, of brachten ze hen naar het midden van de rivier?
Foto Adam Bokor
Ivana Bodrožić (1982) lives in Zagreb, Croatia. In 2005, she published her first poetry collection, Prvi korak u tamu (The First Step Into Darkness) as part of the Goran Award for Young Poets. Her first novel Hotel Zagorje (Hotel Tito) was published in 2010 and went on to be a Croatian best-seller; the French edition won the prestigious Prix Ulysse for best debut novel. She has also published the poetry collection Prijelaz za divlje zivotinje (A Road for Wild Animals) and the short story collection 100% Pamuk (100% Cotton). Her novel The Pit was awarded the Balkan Noir Prize for best crime novel. Bodrozic's work has been translated into English, German, French, Czech, Danish, Slovenian, Hungarian, Spanish, Italian, and Macedonian. 

Her first novel Hotel Zagorje is a coming-of-age-novel. It's a book about the girl's life as a refugee, sharing a few squremetres with her mother and her brother, all of them waiting for a message of the lost father.
“Breath of Brief Syllables” 
(From Her Collection, In a Sentimental Mood)


Do that in language
Betray
Look long into the sky punctured by the tips of poplars

Give up on words
Retreat into self and remain so in silence
vibrate inside

Despise all versions,
stay indifferent to variants
do not decline, do not quarrel,
pack your mouth with sand

You don’t need it
Everything ends, anyway, in silence

The voice is simple, the verb imbalances,
usually it leads to violence,
the subject hopes it matters
and the period at the end seems naive

There is more, there is always more
and there will be more when I’m gone
Say it right, speak distinctly
speak in our language, take a stand

I walk through the cemetery with Mother,
plot no. IV, row III
her words split me in half
they always split me in half
—with me worked two women,
the last name of one was Mijatović, and the other Mijaaaatović
(and she leans on that “a” to the breaking point)
after a pause she adds,
—that’s not the same

Though none of them would know to ascertain
the position of the accent
the length, rising or falling,
or even whether this is a four-accent system
more than 900 of them fit in the pit

A totally minute mark above the letters
stands like that between life and death

Skip it, it’s not dignified
quiet
be quiet

–Translated by Ellen Elias-Bursać
Adem van korte lettergrepen
(Uit haar collectie, In a sentimental Mood.)


Doe dat in taal
Verraad
Kijk lang in de lucht doorboord door de toppen van populieren

Geef woorden op
Trek je terug in jezelf en blijf zo in stilte
trillen van binnen

Veracht alle versies
blijf onverschillig tegenover varianten
weiger niet, maak geen ruzie
pak je mond in met zand

Je hebt het niet nodig
Alles eindigt, hoe dan ook, in stilte

De stem is eenvoudig, het werkwoord uit balans,
meestal leidt het tot geweld,
het onderwerp hoopt dat het ertoe doet
en het punt aan het eind lijkt naïef

Er is meer, er is altijd meer
en er zal meer zijn als ik weg ben
Zeg het goed, spreek duidelijk
spreek in onze taal, neem een standpunt in

Ik loop over het kerkhof met moeder,
perceel nr. IV, rij III
haar woorden splijten me in tweeën
ze splitsen me altijd in tweeën
-met mij werkten twee vrouwen,
de achternaam van de ene was Mijatović, en de andere Mijaaaatović
(en ze leunt op die "a" tot het breekpunt)
na een pauze voegt ze eraan toe,
-dat is niet hetzelfde.

Hoewel geen van hen de plaats van het accent
zou weten te achterhalen
de lengte, stijgend of dalend,
of zelfs of dit een vier-accent systeem is
meer dan 900 van hen passen in de put

Een totaal miniem teken boven de letters
staat zo tussen leven en dood

sla het over, het is niet waardig
rustig
stil nu
REMIND ME

All I can do,
is to write about the night air.

When I take off my jacket in the hallway,
it seeps out of my sleeves and pockets…
So fragrant and Christmas Eve-like,
sticking to my hair and face,
and I quickly run over to you,
to press my cheek against yours,
so you can feel its coldness,
as you smile and duck,
pretending not to like it.

All I can do,
is to write about a snowball.

Or rather, write about one
before it’s formed, in the early morning,
when it suddenly appears and I contemplate
how to bring it to you,
without ruining it,
bring it to you, or you to it…

All I have left to do, is write about
the Danube in the summer
and the time when I thought everything was possible.

Because I was seven,
and had a blue pail,
with a fish on it,
that I would fill up and drag home,
to rinse it out under the faucet and drink.

These are the things worth remembering.

HERINNER MIJ 

 Alles wat ik kan doen,
is schrijven over de nachtlucht.

 Als ik mijn jas uittrek in de gang,
sijpelt het uit mijn mouwen en zakken...
Zo geurig en kerstavond-achtig,
kleeft aan mijn haar en gezicht,
en ik ren snel naar je toe,
om mijn wang tegen de jouwe te drukken,
zodat je de kou kunt  voelen,
terwijl je lacht en bukt,
en doet alsof je het niet leuk vindt.

 Het enige wat ik kan doen,
is schrijven over een sneeuwbal.

 Of liever, schrijven over een
voordat hij gevormd is, in de vroege ochtend,
wanneer hij plotseling verschijnt en ik overweeg
hoe ik hem naar jou kan brengen,
zonder het te verpesten,
hem naar jou te brengen, of jij naar hem...

 Het enige wat ik nog kan doen, is schrijven over
de Donau in de zomer
en de tijd dat ik dacht dat alles mogelijk was.

 Omdat ik zeven was,
en een blauwe emmer had,
met een vis erop,
die ik zou vullen en naar huis zou slepen,
om het onder de kraan uit te spoelen en te drinken.

 Dit zijn de dingen die het waard zijn om te onthouden.
Eigen foto GMT
I was born in 1982 in Vukovar, where I lived until the summer of 1991, when I went on a holiday with my brother, not knowing that we would never return because of the war. I finished elementary school in Kumrovec and high school in Zagreb. The news and the books that I borrowed and sometimes stole, were the constant of my life in exile. I attained a master’s degree in philosophy and Croatian studies at the Faculty of Humanities and Social Sciences in Zagreb. For the first collection of poetry First step into the darkness, published in 2005, I received the Goran Award for young poets and the Kvirin Award of Matica hrvatska for the best poet under 35 years of age. Five years later, I published my first novel, The Hotel Tito, which greatly marked my life and professional path, directing me exclusively towards literature. Shortly after the publication of the novel, I began to work in the status of an independent artist, within which I am still engaged in literary and cultural work.
Foto door Aleksey Kuprikov
I was ten thousand times dead
suffering all that pain that death brings.

 Here, words like “epiphany”, “miracles”, “messages”
have the meaning of all too human
testimonials.

 I don’t want to prejudice the judgment of the Church
to which here I absolutely submit.

 Wrote the author on the cover of the book
that the woman next to me was reading.

 Pope Urban VIII was also mentioned.

 I sat next to her reading a poem
by Charles Bukowski
about his first visit to a brothel.

 He mostly talked about whores
and some of his friends.

 At that time I started publishing poetry,
wanting to write something about life.

Ik was tienduizend keer dood
lijdend aan al die pijn die de dood meebrengt.

 Hier, woorden als "epifanie", "wonderen", "boodschappen"
hebben de betekenis van al te menselijke
getuigenissen.

 Ik wil niet vooruitlopen op het oordeel van de Kerk
waaraan ik me hier absoluut onderwerp.

 Schreef de auteur op de omslag van het boek
dat de vrouw naast mij las.

 Paus Urbanus VIII werd ook genoemd.

 Ik zat naast haar en las een gedicht
van Charles Bukowski
over zijn eerste bezoek aan een bordeel.

 Hij had het vooral over hoeren
en enkele van zijn vrienden.

 In die tijd begon ik poëzie te publiceren,
en wilde iets over het leven schrijven.
Foto door Matthias Groeneveld
Extension is God’s attribute,
or in other words, God is something extendable.

 I’m standing at that particular Zagreb public transport counter
where there’s never a queue.

The one for the children of those killed / imprisoned /
abducted / disappeared /
taken in an unknown direction /

Croatian defenders.

It’s all written on the application form
and I have a discount pass every year.
It’s two thousand and three,
you say that to yourself slowly,
and there are still those who think that
I’ve jumped the queue without reason
and that’s what bothers me the most.

Aside from that
I have no trauma.

 The more the spirit understands things as necessary,
the more power it has over emotions
and suffers less from them.

***
Verlenging is Gods attribuut,
of met andere woorden, God is iets verlengbaar.

 Ik sta bij dat bepaalde loket van het openbaar vervoer in Zagreb
waar nooit een rij staat.

De rij voor de kinderen van degenen die vermoord / gevangen /
ontvoerd / verdwenen /
meegenomen werden naar een onbekende richting /

Kroatische verdedigers.

Het staat allemaal geschreven op het aanvraagformulier
en ik heb elk jaar een kortingspas.
Het is tweeduizend en drie,
dat zeg je langzaam tegen jezelf,
en er zijn er nog steeds die denken dat
ik zonder reden ben voorgestoken
en dat is wat me het meest stoort.

Afgezien daarvan
heb ik geen trauma.

 Hoe meer de geest de dingen als noodzakelijk begrijpt,
hoe meer macht heeft hij over emoties
en daaronder minder lijdt.
The world is happening outside me.

I live in a hotel
and every day, on my way
to school I leave my key
in cubby-hole
number 325,
slightly smaller than
The room in which we live
my mother, my brother, and I,
and the television that will
maybe, one day
reveal where my father is.
Until then, everything in threes;
beds, cups, spoons,
the Father, the Son and the Holy Ghost,
and we cowardly buy
everything in threes
as if we’re not counting on him
anymore.
Even the pillow we sit on
is made out of the fur lining of his jacket
that Auntie saved from Vukovar,
and that's pretty much it,
but no one can save my mother,
no one.
She will spend years in the small
bathroom of room 325
writing letters to my father
who DISAPPEARED.

 That's the official term.


****

De wereld gebeurt buiten mij.

 Ik woon in een hotel
en elke dag, op weg
naar school laat ik mijn sleutel
in het hokje
nummer 325,
iets kleiner dan
de kamer waarin we wonen
mijn moeder, mijn broer en ik,
en de televisie die
misschien, op een dag
zal onthullen waar mijn vader is.
Tot dan, alles in drieën;
bedden, kopjes, lepels,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
en wij lafaards kopen
alles in drieën
alsof we niet meer op Hem rekenen
niet meer.
Zelfs het kussen waar we op zitten
is gemaakt van de bontvoering van zijn jas
die tante gered heeft uit Vukovar,
en dat is het zo'n beetje,
maar niemand kan mijn moeder redden,
niemand.
Ze zal jaren doorbrengen in de kleine
badkamer van kamer 325
brieven schrijven naar mijn vader
die VERMIST is.

 Dat is de officiële term.
I knew I wanted to tell the story of the children who grew up in displaced-persons housing, but in such a way that the story would come from them, the story of a family which fell apart and how even though the war ended, nobody won. I had as my overall framework the six years I spent displaced, but many of the episodes surfaced as I went along, while I was writing. I knew I didn’t want to fall back on the wisdom of hindsight, I tried to set aside my adult perspective. I also didn’t want to spare anybody, including myself, in terms of treating with honesty the emotions I’d felt and my memories. What surprised me, and what I hadn’t been planning to write about, was the episode in which the protagonist, when she’s drunk, allows herself to imagine how her father, who disappeared during the siege of the city, was killed. I had to face that the narrative was taking me there. Sometimes there’s a subterranean logic to a novel which the writer should listen to, and there was a moment when I feared I might not be able to do it justice. The ferocity of such terrible events is sometimes difficult to convey on the page, but I’m glad now that I did.

Solidariteit uit nieuwsgierigheid geboren: Aliza Nisenbaum

Aliza Nisenbaum Kayhan 2016 Oil on Linen 195.5 x 160cm

Geboren in Mexico City en al dadelijk zou je haar werk kunnen associëren met de kleuren van de Mexicaanse muurschilderkunst, denk aan het werk van Diego Riviera dat je ook in New York City kon bekijken. Een relatie ook tussen het artistieke werk en de algemene arbeid, het werk van alledag. Vaak gaven die muurschilderingen een stem aan arbeiders en gemeenschappen. Je zou het een gevoel van solidariteit kunnen noemen, aandacht voor wat mensen in hun arbeid voor ons doen. Mensen in hun werkomgeving. Een stem geven ook aan degenen wiens stem niet wordt gehoord. Maar ook het persoonlijke lot van de eenling of de kleine groep is vaak een uitgangspunt.

Aliza Nisenbaum, Anya’s dancers, 2018 Oil on Linen (172.72 x 223.52 cm)
Aliza Nisenbaum was born in 1977 in Mexico City and grew up there with her Scandinavian American artist mother, her Russian Jewish father who ran a leather goods business, and her younger sister. The family travelled widely, including to the UK and New York, visiting sights and exhibitions. Nisenbaum found early artistic inspiration in London and decided she eventually wanted to live in New York City. She studied psychology for two years in Mexico before taking up a place at the Art Institute of Chicago. Following her time as a student there, she stayed on to teach before finally moving to New York. Now resident in Harlem, she is a professor at Columbia University’s School of the Arts. (Juliet Rix Studio International)
Aliza Nisenbaum, La Talaverita, Sunday Morning NY Times, 2016 oim on minen, 88 x 68 inches
My work has always been very much about sitting with people and painting them from life and, obviously, social distancing doesn’t permit that, so I’ve had to think differently and do more from memory and photographs. It’s really opened up my practice.   
Aliza Nisenbaum, Ximena and randy, Sunrise, 2019 Oil on Linen, (162 x 145 cm)
Since March 2020, I’ve been taking walks around Los Angeles drawing the flowers and plants which, unlike those in New York, are very similar to the vegetation I grew up with in Mexico City. My mother was a flower painter and one of my earliest artistic influences was the Marianne North Gallery in London’s Royal Botanic Gardens at Kew, which I visited as a child with my parents. It is one of my favourite museums in the world and still influences the drawings I’m doing now. I’ve been making large-scale drawings of the plants and then painting and pairing them with people I’m thinking of in New York, or friends, students or models I’ve painted before.
Aliza Nisenbaum, Bougainvillea & Iris, 2020 Gouache and watercolor on paper 76 x 56 cm right: 56 x 76 cm
Aliza Nisenbaum, Angel, Study & Succulents, LA Walk 2020 Gouache and watercolor on paper 56 x 76cm right: 76 x56 cm

De pandemie zette haar aan het denken over het maken van schilderijen van ‘keyworkers’ en wat zo mooi ‘first responders’ wordt genoemd in het engels. Ze wilde hen vermenselijken, een gezicht geven aan mensen die zo hard hebben gewerkt tijdens deze crisis. Het ‘essentiële werk’ denk bv. aan mensen die in supermarkten werken die vaak als laag geschoolde arbeiders beschouwd worden maar van cruciaal belang bleken voor ons aller leven-overleven. Zo ontstond ook de muurschildering ‘London Underground: Brixton Station and Victoria Line Staff, 2019 190cm x 361cm Hierboven al weergegeven maar ook hier onder (en in Tate Liverpool) en ook ter plaatse in Brixton Station in zijn geheel te zien:

In het filmpje van 12′ vertelt ze zelf heel overtuigend over haar onderwerpen en werkwijze. Ook haar ‘sitters’ komen aan het woord. Een tijdsdocument. Mooi gemaakt, maak er even tijd voor.

Aliza Nisenbaum, Team Time Storytelling, Steven Gerrard Garden, Alder Hey Children’s Hospital Emergency Department, Covid Pandemic 2020

Nurse Ann Taylor: zie film.
zie film
There are some similarities in terms of social enquiry running through Aliza’s works compared to artists such as Rembrandt and Van Gogh, who also drew attention to people and their work roles in their social context. I feel I should also mention that of my own father’s paintings, Robert Lenkiewicz’s portrait paintings of teachers, people in the medical profession, those who work in museums and the homeless, people from many walks of life. As with these artists, Aliza draws our attention to the person, not just creating a portrait of someone in general but looking deeper into the psyche and social issues surrounding that person’s relationships, thoughts and feelings as well as the effects experienced by their environment.  (Alice Lenkiewicz Artlyst.com)
Self-Portraits at Hamilton-Madison House, 2018
Aliza Nisenbaum, Nimo, Sumiya, and Bisharo harvesting flowers and vegetables at Hope Community Garden, oil on linen2017 223,52 x 172,72cm
I notice in her work there is also a focus on growing food in community groups, this sense of sharing, the coming together of people helping each other, linking in with human rights and stories that travel back through generations, concerning memory, travel, home, immigration, racial diversity, a sense of bringing people together to do positive things, to heal and to create a sense of well-being is lovely to see. In the past, Aliza was a volunteer at Immigrant Movement International, where she taught English around the subject of Art within the class of “ English through feminist art history”. It was during this time that she painted life portraits of many of the people in her class. She says “I’m interested in painting people who might not have entered the canon of Art historical portraiture in the past. “ (ibidem)
Aliza Nisenbaum, Karina and Christopher, 2016 Oil on Linen 168 x 129,5cm

Werk van haar wordt verdeeld bij Anton Kern gallery NY en is te bezoeken:

https://www.antonkerngallery.com/artists/aliza_nisenbaum

Aliza Nisenbaum, Self Portrait bouquet, 2020 Gouache and watercolor on paper, 76.2 x 55.9 cm
Usually, the models respond to me in real time as they see how I start painting their faces. I paint in a faceted way, small planes of colour next to each other showing the different temperature of skin. I think I’ll be able to capture that from photography as well. This is pretty much the crux of my work. The way I paint my sitters is quite intimate. You have to pay close attention to the subtle nuance of every little character in their face, and colour is something that is very contingent. Everyone perceives it differently and it’s a myth that even within a particular race there’s a seamless colour. To me, that’s like a metaphor of how nuanced identity is. We’re very multifaceted in terms of our identities. I’m Mexican, white, with parents from America and Russia. My father’s family fled the pogroms and ended up in Mexico City. I feel like my own identity is pretty complex.(Studio International 10/08/2020 Juliet Rix)
Aliza Nisenbaum Anton Kern Gallery Staff, 2019 Oil on linen 241 x 381cm
I’m much more interested in what it means to sit silently, in a relaxed setting, chatting with someone while you go through a very slow process of looking and paying attention, then translating that to paint. Only when you paint from life can you really see all the nuance of colour temperatures and hues that make a skin so complex. The process entails sitting with someone who I might not know very well, and who might be very different from me and, at times, spending three to six hours getting to know them. I try to do their image and character justice, and perhaps get a likeness. Most of the time these sittings are fun, but other times intimate, political or difficult conversations happen during the sitting. It’s a vulnerable thing for both me and the sitter. Yet, we often find common ground through the long process.(Ibidem)
Aliza Nisenbaum, Patricia 2019 Oil on linen 66 x 81,3cm
Aliza Nisenbaum, Loteria, Letters, and Masks: El Chapo, Clinton, Fox, Donkey and Devil, 2017 Oil on linen 109 x 145cm

De brug: met verbeelding verbonden (2)

Hij is al jaren van huis: met zijn vrouw naar Engeland getrokken om ‘de grote oorlog’ te ontlopen in zijn prachtige streek aan de Leie: schilder Emile Claus, ‘de geniale kerel die de zon op flessen trok’ zoals James Ensor beweerde. De Waterloo Bridge. Bij dag was het heimwee wellicht minder voelbaar, maar ver van huis blijft ze zelfs in het zonlicht nog koel en ongenaakbaar.

Heel anders, met weelderige wilde bloemen op de voorgrond ‘de ontmoeting op de brug’, met de rug naar de kijker, in een overvloed aan natuur waarin het nederige bruggetje zijn romantische rol vervult. Het leven op het land.

De brug schaft de grens af. De brugverbindt twee volkeren, culturen.  Ze maakt genezing, vrede, uitwisselingen, en handel mogelijk. Wanneer de brug de vorm heeft van een boog en in het bijzonder van een regenboog, markeert zij het verbond tussen de godheid Uran en de mensheid. In Genesis wordt boven de ark de regenboog geplaatst boven en beneden de ark van Noach, die al het leven bevat en vaart op de chtonische wateren. Het is een hierogamie tussen Hemel en Aarde die de schepping van de wereld vernieuwt. De Ark van Noach stelt de chtonische brug voor, omgekeerd ten opzichte van de hemelse brug. Het is de ontvanger, de matrix. De twee bogen boven elkaar zijn een beeld van het kosmische ei.
Ponst sur le canal de Saint-Denis Eduard Baltus (1813-1889)
Vieux Pont de Belcastel, dans l’Aveyron (France) Kajiimoto
Als doorgang heeft de brug twee karakters. Ze is een symbool van overgang en transformatie en markeert een breuk tussen de ene staat en de andere. Ze maakt de overgang naar het leven (incarnatie) mogelijk, maar ook de overgang naar het hiernamaals door de dood. De brug kan "gevaarlijk" zijn en zo smal dat het risico om hem over te steken groot is, vooral als hij de hel overspant zoals in vele godsdiensten en vooral in de islam het geval is. Toch is het de enige weg die naar het Paradijs leidt.
Joseph Mallord William Turner Liber Studiorum
In de Koran: Soera 19 vers 71 beschrijft de As-sirât-brug, een brug over de onderwereld waarlangs alle zielen moeten passeren om het hiernamaals te bereiken, en zij schijnt rechtstreeks afgeleid te zijn van de brug van Cinvat, van de Mazdeese godsdienst, die van 1000 jaar eerder dateert. 
Joseph Mallord William Turner Old London Bridge c 1794

Maar ze kan ook liefelijk zijn, zelfs als spoorbrug, weggemoffeld achter weelderige begroeiingen. Le pont du chemin de fer à Argenteuil Chatou. Zoals Pierre Auguste Renoir ze schilderde:

We hebben haar helemaal mee opgenomen in het dagelijkse moderne leven zoals dat al zichtbaar was bij schilder-ingenieur Gustave Caillebotte in zijn studie voor ‘Pont de l’ Europe’ waarop een man nieuwsgierig naar de drukte onder hem kijkt terwijl een koppel uit een andere tijd nog voorbijwandelt. De tijd van ijzer en staal die als een grote getraliede muur het beeld letterlijk in twee splijt. Duidelijke dienstbaarheid.

G. Caillebotte Le pont de l’ Europe à Paris

Ook dat is een functie: op de brug staan, de wereld bekijken vanuit de mogelijkheden om tegenstellingen met elkaar te verbinden, bruggen slaan zoals de uitdrukking luidt. De brug in Mostar is een levend bewijs dat heling en verbinding mogelijk blijven, ook na verschrikkelijke gebeurtenissen. Heropgebouwd duidt ze de wil tot samenleven aan. Tenslotte zijn onze verhalen pogingen om over de brug te komen.

De heropgebouwde brug in Mostar

Tenslotte een brug die mij levenslang is bijgebleven. Ik was ietsje jonger dan de acteurs in ‘Die Brücke’. toen ik de film voor het eerst zag.

Die Brücke is een Duitse anti-oorlogsfilm van Bernhard Wicki uit 1959, met in de hoofdrollen Fritz Wepper en Folker Bohne. De film is gebaseerd op de een jaar daarvoor verschenen roman van Manfred Gregor over diens belevenissen in de oorlog. Jonge jongens, schoolvrienden, moeten een brug verdedigen tegen de oprukkende Amerikanen. De film is in zijn geheel te bekijken op you tube. In een wereld waar het stoere alfamannetje weer op de voorgrond wil is deze film geen brug te ver.

Kurz vor Ende des Zweiten Weltkriegs erhalten die unbedarften Oberschüler Hans Scholten (Folker Bohnet), Albert Mutz (Fritz Wepper), Walter Forst (Michael Hinz), Jürgen Borchert (Frank Glaubrecht), Klaus Hager (Volker Lechtenbrink), Sigi Bernhard (Günther Hoffmann) und Karl Horber (Karl Michael Balzer) den militärisch sinnlosen Auftrag, eine Brücke in ihrem Heimatort zu verteidigen.

En om niet helemaal in het donkere van de passieweek te blijven, een voor ieder bekende brug over het troebel Covid-water. Mooie Paasdagen gewenst.

Bridge Over Troubled Water
Simon & Garfunkel

When you're weary
Feeling small
When tears are in your eyes
I'll dry them all
I'm on your side
Oh, when times get rough
And friends just can't be found

Like a bridge over troubled water
I will lay me down
Like a bridge over troubled water
I will lay me down

When you're down and out
When you're on the street
When evening falls so hard
I will comfort you
I'll take your part
Oh, when darkness comes
And pain is all around

Like a bridge over troubled water
I will lay me down
Like a bridge over troubled water
I will lay me down

Sail on silver girl
Sail on by…
Like a bridge over troubled water
I will ease your mind
Like a bridge over troubled water
I will ease your mind
Le pont Japonais vu du bassin des Nympheas