Canon van kip en collega’s (2)

Het is niet zo maar een vertederend ‘Gifje’ dat zich eindeloos blijft herhalen, maar het hoort bij mijn verste herinneringen. Kippen herkennen niet alleen wel dertig soortgenoten, ze herkennen ook heel duidelijk mensen, en ze drukken op hun manier hun voorkeur uit. En ‘hun’ manier verschilt niet zo veel van de onze.

Kippen worden al heel lang ingezet bij onderzoek naar de cognitieve vaardigheden van dieren,’ zegt Blatchford. Zo toonden onderzoekers aan dat kippen wel dertig individuele soortgenoten herkennen, en dat kuikens niet meer dan 24 tot 36 uur nodig hebben om het uiterlijk van hun moeder in te prenten.

Uit een studie bleek ook dat kuikens de afdruk van een rode driehoek konden onthouden, zelfs wanneer die driehoek gedeeltelijk was afgedekt. Dat wijst erop dat de vogels het plaatje zelf correct weten in te vullen. Daarnaast kunnen kippen gezichten van mensen herkennen en onderscheiden – en geven daarbij klaarblijkelijk de voorkeur aan mensen met symmetrische gezichten. Mensen die wij als 'mooi' aanduiden.

Uit een onderzoek uit 2002 kwam naar voren dat kippen een mensengezicht beoordelen op dezelfde criteria als mensen. Hoewel vervolgonderzoek meer duidelijkheid moet verschaffen, vermoeden wetenschappers dat wederzijdse aantrekkingskracht op basis van symmetrie ligt verankerd in het zenuwstelsel en dus niet zozeer wordt bepaald door culturele invloeden. (National Geographic 2023)

De eerste vier dagen blijven de kuikens dicht bij hun moeder. Zo blijven ze warm en krijgen ze bescherming. Als het gaat regenen, schuilen de kuikens onder de vleugels van de hen. De kuikens leren van hun moeder een stofbad te nemen en op stok te gaan. Ook laat de hen zien hoe de kuikens moeten reageren bij gevaar. Ze heeft meer dan 20 verschillende geluiden waarmee ze onder andere kan aangeven of er gevaar is en of dit gevaar uit de lucht of over de grond komt. De kuikens leren door spelgedrag ook van elkaar. Waarschijnlijk leren ze op die manier hoe ze bijvoorbeeld moeten reageren op agressie.

Als de kuikens ouder worden durven ze steeds verder van hun moeder weg te lopen. Na 6 weken lopen ze al tot 20 meter afstand van hun moeder. Vanaf deze leeftijd vormen de kuikens ook een hiërarchie, door te hoppen (ergens naar toe springen), dreigen (gestrekt rechtop staan met de kop boven een ander), springen, trappen en agressief pikken wordt de dominantie bepaald. Na 8 tot 10 weken gaan de kuikens zelfstandig op zoek naar eten, maar ze blijven nog in de buurt van hun moeder en broertjes en zusjes. Als de kuikens 18 weken oud zijn, sluiten ze aan bij de rest van de groep. (Ongehoord Het leven van een vleeskuiken )

Toch bestaat ook dit nog in eigen land:

Martha C. Nussbaum, in dit blog hebben we haar voornaamste filosofische werken telkens weer belicht, opent haar nieuwste boek ‘Gerechtigheid voor dieren’Onze collectieve verantwoordelijkheid– met :

“Dieren zitten wereldwijd in de problemen. Onze wereld wordt overal overheerst door mensen: op het land, in de zeeën en in de lucht. Geen enkel niet-menselijk dier ontsnapt aan de menselijke overheersing. Veelal brengt die overheersing dieren onrechtmatig letsel toe door de barbaarse wreedheden van de bio-industrie, door stroperij en jacht, door de vernietiging van habitats, door vervuiling van licht en zeeën of door verwaarlozing van de gezelschapsdieren waarvan mensen zeggen te houden.

Hoe zorgen wij ervoor dat niet alleen mensen maar ook dieren een volwaardig, zelfgekozen, soort-specifiek leven kunnen leiden? En hoe kunnen wij die plichten en rechten in onze grondwetten en internationale verdragen een plek geven? “

Cijfers leren dat onze invloed op de natuur buitenproportioneel groot is. Van de totale hoeveelheid biomassa op aarde is meer dan 99 procent afkomstig van planten, bomen, bacteriën, microben en virussen. Slechts 0,4 procent is afkomstig van dieren, waar insecten, vissen, anemonen, schaal- en schelpdieren en wormen het grootste deel van uitmaken. De mens draagt slechts 0,01 procent bij aan de totale biomassa, 2,5 procent van de bijdrage van dieren, terwijl de totale biomassa van de ‘productiedieren’ die de moderne mens houdt om in zijn levensbehoefte te voorzien met een bijdrage van vier procent aan de dierlijke biomassa bijna twee keer zo groot is. 

(Ewald Engelen  in 'De Groene Amsterdammer 7 juni 2023, bespreking van het genoemde boek)

De mens is weliswaar een veertje op de weegschaal van de natuur, tegelijk is de menselijke hand overal zichtbaar en voelbaar. Alles is in kaart gebracht, gewogen, gemeten, beprijsd, ingekaderd, omheind, in bezit genomen, doorsneden, afgeschermd en met geweld onderworpen aan onze behoeftes en wensen. En dus resteert er nauwelijks meer vrije ruimte waarin dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Massaal worden ze afgeschoten, opgesloten, verminkt en geslacht om al onze wensen te bevredigen.

En als we ze niet bewust doden, dan doen we dat onbewust en onbedoeld, door hun foerageergebieden te gebruiken voor geïndustrialiseerde landbouw, door hun waterplekken leeg te pompen of te vervuilen met plastic en chemicaliën, hun leefgebieden vol te bouwen of te vernietigen, het luchtruim te doorklieven met kabels, ballonnen en vliegtuigen. Of door pure achteloosheid: ontelbaar is het aantal dieren dat dagelijks stikt of omkomt van honger doordat het ons verpakkingsmateriaal heeft ingeslikt of verstrikt is geraakt in het afval dat wij laten rondslingeren.

(Ibidem Ewald Engelen–De Groene Amsterdammer)

En dan zijn er de bedoelde gruwelijkheden van de farmaceutische en cosmetische industrie waarin jaarlijks tientallen miljoenen ratten, muizen, vissen, honden, katten, apen en varkens een pijnlijke dood sterven. Duitse cijfers leren dat er in Duitsland alleen al jaarlijks rond de zeven miljoen dieren worden gebruikt voor medicijntesten. Ook de coronavaccins hebben een spoor van verwoeste dierenlevens achtergelaten, ruim 61.000 in Duitsland alleen al, terwijl bij de productie van Chinese en Amerikaanse vaccins het bloed van honderdduizenden degenkrabben is gebruikt.

Om maar te zwijgen van de bijna 27 miljard koeien, varkens, schapen en kippen die korte, akelige levens leiden in kerkerachtige schuren en stallen, om na een uren- of dagenlang transport per schip, trein of vrachtwagen te eindigen in al van veraf naar de dood riekende slachthuizen, waar ze worden vergast, doodgeschoten of waar met de slachthamer hun schedel wordt ingeslagen, om uiteindelijk, na op mechanische wijze gekookt, ontveld en gedemonteerd te zijn, als kotelet, kippendij of biefstuk in het schap van de lokale supermarkt te eindigen. Inclusief vissen, garnalen en schelpen nuttigt de mens drie miljard dieren per dag(!).

Het is de achteloosheid van deze industriële gruwelijkheid die voor Nussbaum de echte morele steen des aanstoots is. (Ibidem)

De aanleiding om het boek te schrijven was de dood van haar eigen dochter, Rachel, een hartstochtelijk dierenrechtactivist die op 47jarige leeftijd overleed. Ze heeft het boek aan haar opgedragen. ‘Zo lang als ik nog te leven heb’, schrijft de nu 76-jarige Nussbaum, ‘zal ik de schittering in haar groene ogen en haar subversieve glimlach blijven zien. Het contrast tussen ons kon niet groter zijn. Ik met mijn blonde krullen; zij met haar zwarte crew cut; ik met mijn keurige kleurige dameskleding; zij met haar zwarte broekpakken. En toch klopten onze harten met dezelfde passie.’

Die passie betrof het morele appèl dat voortvloeit uit het besef dat wat wij, zelf geboren uit verwondering en medelijden, dieren aandoen op geen enkele wijze strookt met ons morele zelfbeeld: vreedzaam en redelijk dénken wij te zijn, wreed en harteloos is wat we werkelijk zijn.

We zullen later, na intense lectuur zeker op het boek terugkomen. Voor deze bijdrage maakten we o.a. gebruik van het heldere verslag van Ewald Engelen in ‘De Groene Amsterdammer’. (7 juni 2023) Abonnement op de Groene is ten zeerste aangeraden! Het boek ‘Gerechtigheid voor dieren’ Onze collectieve verantwoordelijkheid is uitgegeven door Querido Facto. (32,50 euro)

De canon van de kip (1)

Haar verhaal, verteld tussen Canetti en Camus, beschreef de geschiedenis van haar familie in de ruimste zin van het woord. Zij nam mij mee naar de geschiedenis van de kippenfamilie. We liepen tussen de eieren die in de Egyptische tempels hingen om de vruchtbaarheid van de overvloedige riviervloed te garanderen, en hoorden in het oude Perzië de heilige haan kraaien om als een goedaardige geest bij zonsopgang het keerpunt aan te duiden in de kosmische strijd tussen duisternis en licht. Kippen vergezelden Romeinse legers en hun gedrag werd zorgvuldig geobserveerd voor de strijd; een goede eetlust betekende dat de overwinning waarschijnlijk was. Volgens de geschriften van Cicero gooide een boze consul ze overboord toen een groep vogels weigerde te eten voor een zeeslag in 249 voor Christus. De geschiedenis vermeldt dat hij werd verslagen.

Joan Miro De Haan 1939

‘We hebben zelfs een plaats in het evangelie gekregen,’ ‘verklaarde zij met een passende vrome fierheid in haar zachte stem. ‘Matteüs 23:37 bevat een passage waarin Jezus zijn zorg voor de mensen van Jeruzalem vergelijkt met een kip die voor haar kroost zorgt. Als dit beeld was doorgedrongen had het de loop van de geschiedenis de christelijke iconografie grondig kunnen veranderen, die het nu met ‘de Goede Herder’ moest doen.’

Mijn tussenkomst dat Petrus de Heer zou verraden voordat de haan drie keer zou kraaien, viel niet in goede aarde.

'In de negende eeuw verordonneerde paus Nicolaas I dat op elke kerk een haan moest worden geplaatst als herinnering aan het incident - Er wordt niet geïmpliceerd dat de haan iets anders deed dan het verstrijken van de uren markeren, maar zelfs deze tweedehands associatie met verraad heeft de zaak van de kip in de westerse cultuur waarschijnlijk niet vooruit geholpen. In het hedendaagse Amerikaanse gebruik wordt "kip" geassocieerd met lafheid, neurotische angst ("De hemel valt!") en ineffectieve paniek ("rondrennen als een kip zonder kop”). Dit als aanvulling.  Eerlijk is eerlijk.
Pablo Picasso De Haan

‘Maar helaas, daar waar ze nog steeds beoefend worden, legaal of illegaal, zijn hanengevechten de oudste nog bestaande sport ter wereld. Artistieke afbeeldingen van hanengevechten zijn verspreid over de hele Oude Wereld, zoals in een mozaïek uit de eerste eeuw na Christus die een huis in Pompeii siert. De oude Griekse stad Pergamum bouwde een amfitheater voor hanengevechten om toekomstige generaties soldaten ‘moed’ bij te brengen. Inhumaan. Mag ik even attenderen dat het hier om mannen gaat? Duidelijk?’

(Roman art: cockfighting. Mosaic from Pompei. 4th style. Museo Archeologico Nazionale, Naples)

‘Laten we nog verder teruggaan in de geschiedenis. De vroegste fossiele botten waarvan is vastgesteld dat ze mogelijk van kippen zijn, komen voor op vindplaatsen in het noordoosten van China en dateren van rond 5400 voor Christus, maar de wilde voorouders van de vogels hebben nooit in die koude, droge vlakten geleefd. Dus als het echt kippenbotten zijn, moeten ze ergens anders vandaan komen, waarschijnlijk uit Zuidoost-Azië. De wilde voorouder van de kip is het rode oerwoud-hoen, Gallus gallus, volgens een theorie van Charles Darwin die onlangs door DNA-analyse is bevestigd. De gelijkenis van de vogel met moderne kippen wor duidelijk in de rode lellen en kam van het mannetje, de sporen waarmee hij vecht en zijn kukeleku-paringsroep. De donkerkleurige vrouwtjes broeden eieren en kakelen net als kippen op het boerenerf. In zijn leefgebied, dat zich uitstrekt van Noordoost-India tot de Filipijnen, snuffelt G. gallus op de bosbodem naar insecten, zaden en fruit en vliegt ’s nachts omhoog om in de bomen te nestelen. Dat is ongeveer het ‘vliegen’ dat hij aankan, een eigenschap die inderdaad aantrekkelijk was voor mensen die hem wilden vangen en grootbrengen. Het zou later helpen om de kip geliefd te maken bij de Afrikanen, wiens inheemse parelhoenders de vervelende gewoonte hadden het bos in te vliegen als de geest hen bewoog.’

‘Maar in 2004 produceerde een internationaal team van genetici een volledige kaart van het kippengenoom. De kip was het eerste gedomesticeerde dier, de eerste vogel – en dus de eerste afstammeling van de dinosauriërs – en daarmee geëerd. De genoomkaart bood een uitstekende gelegenheid om te bestuderen hoe millennia van domesticatie een soort kunnen veranderen. In een project onder leiding van de Zweedse Uppsala Universiteit hebben Zody en zijn collega’s onderzoek gedaan naar de verschillen tussen het rode oerwoudhoen en zijn nakomelingen op het boerenerf, waaronder wij, “leghennen” (rassen die worden gefokt om enorme hoeveelheden eieren te produceren) en “vleeskuikens” (rassen die mollig en vlezig zijn). De onderzoekers vonden belangrijke mutaties in een gen met de naam TBC1D1, dat het glucosemetabolisme regelt. In het menselijk genoom zijn mutaties in dit gen in verband gebracht met obesitas, maar het is een positieve eigenschap in een dier dat bestemd is voor de eettafel. (Jaja, ik citeer letterlijk!) Een andere mutatie die het gevolg is van selectief fokken, is in het TSHR-gen (thyroïd-stimulerend hormoon receptor). Bij wilde dieren coördineert dit gen de voortplanting met de daglengte, waardoor het fokken beperkt blijft tot specifieke seizoenen. De mutatie die dit gen uitschakelt, stelt kippen in staat om het hele jaar door te broeden en eieren te leggen.

Feeding the chickens – (Walter Frederick Osborne) 1885

‘Archeologen hebben kippenbotten gevonden in Lothal, ooit een grote havenstad aan de westkust van India, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de vogels als vracht of proviand naar het Arabisch schiereiland werden vervoerd. Rond 2000 voor Christus verwijzen spijkerschrift-tabletten uit Mesopotamië naar “de vogel van Meluhha”, de waarschijnlijke plaatsnaam voor de Indus vallei. Dat kan wel of niet een kip zijn geweest; professor Piotr Steinkeller, een specialist in oude teksten uit het Nabije Oosten aan Harvard, zegt dat het zeker “een exotische vogel was, onbekend in Mesopotamië”. Hij gelooft dat verwijzingen naar de “koninklijke vogel van Meluhha” – een uitdrukking die drie eeuwen later in teksten opduikt – waarschijnlijk verwijzen naar de kip. Kippen arriveerden zo’n 250 jaar later in Egypte, als vechtvogels en toevoegingen aan exotische menagerieën. Artistieke afbeeldingen van de vogel sierden koninklijke graven. Toch zou het nog 1000 jaar duren voordat de vogel een populair product werd onder de gewone Egyptenaren. De Egyptenaren beheersten de techniek van kunstmatige incubatie, waardoor kippen hun tijd beter zouden kunnen gebruiken door meer eieren te leggen. -Ja hoor, letterlijk geciteerd!- Dit was geen gemakkelijke zaak. De meeste kippeneieren komen na drie weken uit, maar alleen als de temperatuur op ongeveer 99 tot 105 graden Fahrenheit (37,22°-40,50° Celsius) constant wordt gehouden en de relatieve luchtvochtigheid dicht bij 55 procent blijft, die in de laatste paar dagen van het broeden toeneemt. De eieren moeten ook drie tot vijf keer per dag worden omgedraaid om te voorkomen dat de inhoud misvormd raakt. De Egyptenaren bouwden enorme incubatiecomplexen die uit honderden “ovens” bestonden. Elke oven was een grote kamer die verbonden was met een reeks gangen en ventilatieopeningen waarmee de verzorgers de hitte konden regelen van de vuren die gestookt werden met stro en kamelenmest. De eierwachten hielden hun methoden eeuwenlang geheim voor buitenstaanders.

De Egyptische Fayoumi kippen.

Rond de Middellandse Zee hebben archeologische opgravingen kippenbotten uit ongeveer 800 voor Christus gevonden. Kippen waren een delicatesse bij de Romeinen, die culinaire innovaties als de omelet en het vullen van vogels voor het koken introduceerden, hoewel hun recepten meer naar gepureerde kippenhersenen neigden dan naar broodkruimels. Boeren begonnen methodes te ontwikkelen om de vogels vet te mesten. Sommigen gebruikten tarwebrood gedrenkt in wijn, terwijl anderen het hielden bij een mengsel van komijnzaad, gerst en hagedissen-vet. Op een gegeven moment verboden de autoriteiten deze praktijken. Uit bezorgdheid over het morele verval en het nastreven van buitensporige luxe in de Romeinse Republiek, beperkte een wet in 161 v. Chr. de consumptie van kip tot één per maaltijd – waarschijnlijk voor de hele tafel, niet per individu – en dat alleen als de vogel niet overvoed was. De praktische Romeinse koks ontdekten al snel dat het castreren van hanen ervoor zorgde dat ze vanzelf vet werden, en zo werd het wezen geboren dat wij kennen als de kapoen.

Kapoenen in Hainan, China

‘Maar de status van de kip in Europa lijkt te zijn afgenomen met de ineenstorting van Rome. “Het gaat allemaal bergafwaarts,” zegt Kevin MacDonald, professor in de archeologie aan het University College in Londen. “In de post-Romeinse periode keerde de omvang van kippen terug naar wat ze was in de ijzertijd,” meer dan 1000 jaar eerder. Hij speculeert dat de grote, georganiseerde boerderijen uit de Romeinse tijd – die wel geschikt waren om veel kippen te voeden en te beschermen tegen roofdieren – grotendeels verdwenen waren. Naarmate de eeuwen verstreken, werden de middeleeuwse tafels gesierd door hardere hoenders zoals ganzen en patrijzen.

Stilleven van David Rijckaert met opgediende kapoen (ca. 1616)

Volgende aflevering het droevige vervolg zoals al blijkt uit dit fragment:

‘ Er is minder dan twee pond voer nodig om één pond kip (levend gewicht) te produceren, minder dan de helft van de verhouding voer/gewicht in 1945. Ter vergelijking: er is ongeveer zeven pond voer nodig om een pond rundvlees te produceren, terwijl er meer dan drie pond nodig is voor een pond varkensvlees. Gary Balducci, een pluimveehouder van de derde generatie in Edgecomb, Maine, kan een eendagskuiken in zes weken omtoveren tot een vleeskuiken van vijf pond, de helft van de tijd die zijn grootvader nodig had. Vernederend, is het juiste woord.’

Haan en 7 kippen kunstwerk van Clara M. Bastian zie: https://www.kunst.nl/kunst/haan-en-7-kippen-4028786/

We gebruikten en vertaalden delen van ‘How the Chicken Conquered the World’ van Jerry Adler en Andrew Lawler. June 2012 Smithsonian MAGAZINE

https://www.smithsonianmag.com/history/how-the-chicken-conquered-the-world-87583657/

Lees ook:

Teruggevonden liedjes

Foto door Brett Sayles

Een liedje zou ik heel graag zingen
zonder gods lof of 's konings macht te verkondigen.

Zelfs liefdeszucht of onvervuld verlangen
hoort niet thuis in mijn zingend oud hart.

Ik zing een liedje
zoals kinderen hun vliegers oplaten.

Uit liefde voor de lucht.

Foto door Pixabay

We zouden ons bekeren,
de liefde demonstreren, woestijnen irrigeren,
of voor het vaderland
brood en beleg ontberen.

We zouden u adviseren,
uw goedheid te cultiveren, uw driften te couperen,
of voor het latere leven
goed uw les te leren.

We zouden zeker sterk ageren,
tegen onrecht protesteren, de massa’ s alarmeren,
of wie onwetend is
dringend alfabetiseren.

We zouden ons analyseren,
onze fouten annuleren, op wilskracht appeleren,
en voor de nieuwe mens
heel krachtig applaudisseren.

We zouden ons verweren,
onszelf bekritiseren, problemen bestuderen,
en dag na dag
het kwaad in ons bezweren.

Wij zouden nooit capituleren,
elke storm trotseren, onze ikzucht camoufleren,
of voor de zieke mensen
geld en goederen collecteren.

We zouden tirannen contesteren,
een vredeslied componeren, onze roddels controleren,
en voor elke goede zaak
ons honderd procent engageren.

Maar...

Maar het regende, en om goed te functioneren,
succes te garanderen, onszelf te humaniseren
waren wij te moe
en lagen wij de godganse dag in bed te fantaseren.

Luister naar het opkomend onweer en herinner je.

‘Tellen!’
Een kreet na het hevige bliksemlicht. Tot wanneer het gedonder begon.
‘Nog 12 kilometer!’.
Het bleef stil tot de kamer opnieuw een onderdeel van een seconde overbelicht was.
‘Negen!’
‘Niemand nog een schaar of een mes aanraken!’
‘Vier!’
Met de ‘vier’ rolde een dondertrein de kamer binnen.
‘Rustig!’
Wij zaten al onder de tafel.
‘Denk je dat er een vuurbol binnen kan langs de schoorsteen?’
Vuurbollen waren ‘het’ onderwerp bij naderend onweer.
‘Jaja, bij Van Peregem was het prijs vorig jaar. Een reusachtige vuurbol rolde rond de tafel en gelukkig dat Jos de deur kon open stampen of de vuurbol had het huis in de fik gezet.’
Kreeg moe-moe Theresia dit verhaal te horen dan zuchtte ze diep, schudde haar wijze hoofd:
‘De tijd van paternosters en palmtakjes met wijwater is voorbij! Onweer is weer als een ander. Ge moet dat durven bekijken!’
Logeerden wij er tijdens de augustusmaand, dan was een onweer een publieke vertoning.
Ze schoof met een fikse beweging de grote overgordijnen opzij, riep dat iedereen een stoel moest meebrengen en daar zaten we op één rij en riepen we luidop wat we zagen.
‘Als dat niet mooi is, wat dan wel?’
‘Dat is tekenen met heel veel licht op de wolken, moe-moe.’
‘Mooi gezegd, kleine, maar morgen gaan we naar de bibliotheek en dan zoeken we een boek waarin we alles over onweer te weten komen.’
De kreet ‘naar de bibliotheek’ klonk telkens luidop als we serieus van mening verschilden en tenslotte ruzie gingen maken door onze onwetendheid.
Als het nu onweert hoor ik haar lachen zoals ze lachte als we toch nog onder de tafel wilden wegkruipen.
En hoe goed we het na ‘de bibliotheek’ ook begrepen, het bleef een indrukwekkend schouwspel. Ik heb haar handen ook wel eens zien beven bij een alles verdovende ratelslag. Maar zag ze dan mij in de deuropening staan dan klonk zonder aarzeling het bevel: Open met die gordijnen, we gaan samen gezellig bliksem kijken!’

Foto door Frank Cone






Een bloem, een oud wiegeliedje

'Waarom kunnen bloemen niet vliegen, papa?' '
'De lucht is voor vogels, de aarde voor bloemen. 
Slaap, mijn kind.'

'In mijn land groeien er vogels op steeltjes
en vliegen bloemen op vleugels in de avondlucht.
Kom je mee, papa?'

'Eén bloem vliegt met het donker naar de hemel
en wordt er avondster.
Als eerste bloeit ze open en dooft als de morgen
 zijn vingers door de horizon steekt.
Slaap, mijn kind.'

'Domme papa,
alle bloemen verkleden zich 's nachts als sterren.
De vogels pikken ze los
en laten ze 's morgens weer op aarde vallen.
Kom je mee, papa?'

'Slaap, mijn kind.
Jij bent mijn bloem.
De donkere hemel wacht op jou.'

(voor ons kind dat dit jaar vijftig wordt)

Foto door Sindre Fs

Als je het hebt over donder, onweer, storm en regen, ben je bij dit nummer dus aan het verkeerde adres. Rustige muziek die eerder klinkt als stilte voor de storm. Het moment dat je voelt de bui zo kan losbarsten, de donder in de lucht hangt, het moment dat je hoort dat het harder gaat waaien, de eerste regendruppels tegen het raam aantikken en de lucht langzaam donker wordt. Op dat moment stel ik mij deze band voor, die langzamerhand de stilte opvult.  En als dan de klanken wegsterven, begint het te regenen en te waaien. Hoor ik daar de eerste onweersslag?  (Marcel Klein  in Ondergewaardeerde liedjes)

Ga naar: https://ondergewaardeerdeliedjes.nl/2019/09/23/de-onweer-battle/

Foto door Etha

Een gevleugelde ontmoeting

Hans Thoma Kippen voederen. 1870 Neue Pinakothek

Voor ik mij naar het flamboyante werk van kunstenaar Koen Vanmechelen wil begeven, zal ik mijn ontmoeting met een merkwaardig wezen van zijn oorspronkelijke belangstelling niet verzwijgen, al zouden mijn herinneringen best door de aanhoudende hitte enigszins kunnen beïnvloed zijn en zou ook de gevorderde leeftijd het waarheidsgehalte hebben aangetast. Anderzijds is de vertrouwdheid met haar wezen al op vrij jonge leeftijd gedocumenteerd.

eigen foto

Dat de gevorderde versie van dit joch zich graag met dit gevogelte bleef omringen maakt de ontmoeting die ik wil verhalen geloofwaardiger, al moet ik de lezer(es) waarschuwen dat de beschrijving ervan de tochtgaten van het verleden met eigen herinneringen heeft opgevuld. In de rurale omgeving is het inderdaad best mogelijk dat één van de aanwezige kippen haar beperkte vliegcapaciteiten gebruikte om aan het geopende raam van mijn werkkamer te verschijnen. Iedere soort kent haar durvers en nieuwsgierigen. Haar openingszin echter is tot op de dag van vandaag helder en duidelijk blijven nazinderen:

ortrait of the Chicken as a Young Cockerel is a painting by Lesley Spanos

‘Wij hebben nog voor John gewerkt.  John Irving.  Wel?’ 
Er zijn dagen dat niets of niemand je verbaast.  Te warm, te hectisch.  Gewoon ‘te’.
‘Dat is nu toch al een frisse jongen van eenentachtig.’
Alsof ik elke dag met een kip Amerikaanse letterkunde zou bespreken.
‘Ik bedoel maar, verwar ons niet met de eerste de beste leghen, ook al zijn wij, New Hampshire kippen, eerder een symbool van de stevige no nonsens-kip.  Brede bouw, diepe borst, bruinrode ogen, getooide kop met een enkele kam. Niet te veel tralala rond de kippenkont.  Niet zo rustig en tam als de veel gezochte Barnevelders maar net zo sociaal als een fel geprezen Bielefelder en toch ietsje meer présence dan de Welsumer.’ die het van zijn tamheid moet hebben.’

‘New Hampshire,’ probeerde ik terwijl de kip zich tussen de boeken van Elias Canetti en Albert Camus had neergezet.
Ik las luidop het resultaat van mijn zoektocht op het scherm:


‘De New Hampshire kip is een erg vitaal ras dat geen extra verzorging nodig heeft. New Hampshire kippen hebben niet veel ruimte nodig en voelen zich overal thuis. Dit maakt ze ideaal voor in de stadstuin. Ze kunnen zowel in de vrije uitloop als in de ren gehouden worden.Hun prachtige karakter dat rustig, betrouwbaar en ontzettend lief is, maakt ze uiterst geschikt voor beginners en kinderen.’

‘Voor beginners en kinderen’, herlas ik nog eens bij wijze van geruststelling.
‘Weet je dat John ook een kinderboek heeft geschreven:  ‘Een geluid alsof iemand geen geluid  wil maken’? ‘A  Sound Like Someone Trying Not To Make a Sound’.
Dat wist ik niet.
‘Hij weet hoe je met een kip kunt spreken.  Je denkt bijna luidop en dan klinkt het net alsof  het niet is uitgesproken maar toch werd gehoord. Zoals geluiden ’s nachts.  Het zijn misschien muizen tussen muren, maar je moet niet te bang zijn, want wat je hoort klinkt alsof het er niet is.  Begrijp je?’
Ik knikte.
‘Maar jij bent er. Alles goed met jou?’
‘Niet op letten, ik zit zit wat krap tussen Camus en Canetti. Ik kom wel eens terug als het niet zo warm is. ‘
Ze sprong vrij sierlijk op de raamrand.  
‘A sound like someone trying not to make a sound.’ zei ze.   Met de New Hampshire kleur in elke oe- en ai-klank. En daarna, in het mooiste helderste Amerikaans-Engels,  een zin uit ‘de wereld volgens Garp’, John’s boek dat zich bliksemsnel over de hele beschaafde wereld verspreidde: ‘Imaging something is better than remembering something.’  

‘De rol van een haan in een kippencollectie is zwaar overtrokken,’ was de openingszin waarmee zij mij enkele dagen later begroette. Ik had Canetti en Camus een beetje meer uit elkaar geschoven en van ‘History of Art’ een zitje gemaakt zodat zij zich gezellig kon neervlijen. Of ik een bezem had? En of ik hem dan tussen Canetti en Camus wou leggen. ‘Een kip zit graag op stok.
Wilt u kuikentjes?’
Ik legde haar uit dat ik maar tijdelijk deze kamer betrok, ja dat ik zelfs hier bij vrienden logeerde om in deze landelijke omgeving aan een boek te kunnen werken.
‘Zonder haan geen kuikentjes, dat wilde ik duidelijk maken.’
‘Misschien is het wel spannend, zo’n haan,’ probeerde ik.
‘Hij slooft zich graag uit, dat is waar. Denkt dat hij op de uitkijk moet staan, en ons bij gevaar moet waarschuwen.’
‘Dat klinkt erg nobel, niet?’
‘Het is een natuurlijke reflex. Er is nu eenmaal een pikorde in het hok. Wij laten hem dus graag in de waan dat hij het voor het zeggen heeft. Maar eerlijk: hij is galant, komt ons vertellen waar we eten kunnen vinden of schaduw, waar we onze eieren kunnen leggen zodat enkele hennen niet meer zelfstandig kunnen denken, en zich graag tegen hem aanschurken. Mensen beweren dat een haan in het hoenderhok het rendement verhoogt. Rendement. Een verschrikkelijk woord. Zou u niet over ‘rendement’ kunnen schrijven? Ik heb er lang over nagedacht toen we werden opgehokt omdat er vogelgriep rondwaarde. Het is tenslotte de verhouding tussen opbrengst en inleg. De haan die voor rust zou zorgen is de inleg, de rustige kippen die daardoor meer eieren produceren, de opbrengst. Return on investement, afgekort ROI, het Franse woord voor koning. Niet de haan is hier de baas, maar het rendement. Het rendement heerst over ons allen. En beste, hoe is het met jouw rendement? Wie gaat er geloof hechten aan een stuk of een boek over een pratende kip? Een kip met een roeping?’

Volgende afleveringen zullen ten gepaste tijde in dit blog verschijnen.  Wees dus voorzichtig met kippen.  Behandel ze met de nodige eerbied en waardering.  Net zoals wij nemen zij de omringende wereld waar. De Duits-Britse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) wiens werk vooral de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust omvat, schreef  in ‘Duizelingen’:

‘Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.’

(Nieuwsgierig naar W.G. Sebald?  Lees zijn prachtig boek ‘Austerlitz’.)

‘Cautiously Optistic’ (or Chicken|Man) Ron Mueck

Over je eigen schaduw springen

Marisa Röesset Velasco Autorretrato tumbada en el suelo 1927 (Zelfportret, liggend op de grond)

Hij is er. Levenslang. De eigen schaduw. Hij houdt gelijke tred. Sommige kunstenaars denken dat ze hem van zich af kunnen schrijven, of hem als schilder of beeldend kunstenaar uit hun atelier kunnen jagen. Dat kan mooi werk opleveren. Maar zijn ze eenmaal bevrijd -denken zij- dan loopt hij, de volgende dag, toch weer met hen mee op weg naar de kroeg, of een beetje zwijmelend huiswaarts. Vooruit dan maar, zeggen zij. Wij zijn tenslotte wie wij zijn. (Iets met ouders of grootouders kan al veel verklaren, en is best te gebruiken in die durvende roman.)

Over je eigen schaduw heen springen is iets wat in werkelijkheid niet mogelijk is. Wie dat in figuurlijke zin toch doet, doet dus iets wat onmogelijk geacht wordt, en dus heel bijzonder is. (Genootschap Onze Taal)

De uitdrukking is in het Nederlands aan het einde van de twintigste eeuw in gebruik gekomen. In NRC Handelsblad wordt in 1993 gesproken van “proberen over onze schaduw heen te springen”. Hoogstwaarschijnlijk is het een vertaling van een Duitse uitdrukking: über seinen Schatten springen. De uitdrukking is waarschijnlijk geïnspireerd op het oude geloof dat je schaduw net zo nauw aan je verbonden is als je karakter. Je komt er nooit ‘los’ van, behalve dan in figuurlijke zin, als je je bijzonder edelmoedig opstelt. (ibidem)

Richard Serra – the Matter of Time

Je losknopen van je schaduw onderstelt dat je oog hebt voor de wereld rondom jou. Dat je je ook wil bevrijden van kanten en kwaliteiten waar we niet graag naar kijken omdat ze bijvoorbeeld gevuld zijn met angst of schaamte. (Schaduw” verwijst ook naar verschillende onbewuste aspecten van de persoonlijkheid die we niet kunnen of willen zien, maar die op zichzelf niet kwaad of slecht zijn, doch die we door onze opvoeding en ontwikkeling hebben leren zien als iets dat niet bij ons hoort.). De wereld redden doen we best met zijn allen, iedereen dat hele kleine beetje. Ik citeer graag Heleen Debruyne in Rekto Verso van eind april 2021:

“Is het niet een tikje hoogmoedig, te denken dat je kunst en jouw visie op de wereld belangrijk is? Het lijkt me ook hondsvermoeiend – hoeveel tijd heb je nog voor je métier, als je steeds maar zinnig moet lopen zijn? Kunst te maken die, zoals de prenten van Goya, de werkelijkheid sublimeert is niet iedereen gegeven. Dat hoeft niet eens. Ik ben al lang blij als een kunstenaar me even doet lachen of huiveren, me in vervoering brengt met een kleurencombinatie. Kunstenaars kunnen de wereld misschien niet redden – wees dus niet bang om gewoon kunst te maken die ons even laat ontsnappen aan de sleur van onze dagen.”

https://www.rektoverso.be/artikel/nee-tegen-wereldreddende-kunst

Of je het alledaagse of het bijzondere moment wil vatten, laten we het enkele kunstenaars vragen die op zoek waren naar dezelfde antwoorden.

John F. Francis (1808-1886)

En bij wie gaat de kunstenaar te rade? Vincent van Gogh ontmoet Friedrich Nietzsche. Goed voorbereid, dat wel. Menselijk al te menselijk.

‘Het was Van Gogh die als eerste toenadering had gezocht, nadat hij met zijn onstilbare leeshonger en gefascineerd door de titel in Franse vertaling (want het Duits niet machtig) Humain, trop humain van Nietzsche had gelezen. Het werk had zijn rusteloze geest in nog grotere verwarring gebracht. Enerzijds was het een feest van herkenning geweest. Enthousiast had hij met potlood welhaast het volledige 99e fragment in deel twee van het boek onderstreept. Nietzsche noemt daar de schrijver (voor Van Gogh: de kunstenaar) als ‘gids voor de toekomst’; degene die ‘het mooie beeld van de mens verder uitwerkt met zijn fantasie’, en zo ‘meehelpt de toekomst te scheppen’. En de volgende passage was Van Gogh helemaal uit het hart gegrepen:

“Kracht, goedheid, zachtaardigheid, reinheid en een onopzettelijke, aangeboren matigheid in de personen en hun handelingen; een geëffende grond, die de voet rust en lust schenkt; een lichtende hemel die op de gezichten en gebeurtenissen afstraalt; de kennis en de kunst tot een nieuwe eenheid samengevloeid […], dit alles zou het aansluitende, algemene zijn, als het ware de gouden ondergrond waarop nu eerst de fijne verschillen tussen de belichaamde idealen het eigenlijke schilderij — dat van de steeds hogere menselijke voornaamheid — zouden vormen.”

(Nietzsche en Van Gogh over de toekomst van de Westerse Beschaving, Rob Riemen)

Lees het boeiende artikel helemaal in NieuwWij

https://www.nieuwwij.nl/achtergrond/nietzsche-en-van-gogh-over-de-toekomst-van-de-westerse-beschaving/

Twee heel verschillende kunstenaars, door land en leven gescheiden, maar die blijkbaar in hun beeldopbouw vaak dezelfde werkwijze hebben, dezelfde keuzes maken. Met een gemakkelijk woord zou je over ‘ inspiratie’ kunnen spreken, maar de manier waarop Ingmar Bergman en Andrei Tarkovsky hun beeldcomposities maken kun je inderdaad moeiteloos ‘visual similaritys’ noemen. Alsof ze deelgenoot waren van hetzelfde aanvoelen.

De aandacht voor het ‘menselijk, ‘vaak al te menselijk’ zal de opdracht en het inspiratieterrein van de kunstenaar zijn. Albert Camus schrijft in wat hij zijn beste boek noemt ‘De mens in opstand’ een duidelijk standpunt dat hij als titel ‘Opstand en kunst’ meegeeft:

“Ook kunst is die impuls die tegelijkertijd verheerlijkt en ontkent. ‘Geen enkele kunstenaar verdraagt de werkelijkheid’ zegt Nietzsche. Dat is waar, maar geen enkele kunstenaar kan buiten de werkelijkheid. De scheppingsdaad is een eis tot eenheid en een afwijzing van de wereld. Maar hij wijst de wereld af vanwege wat eraan ontbreekt en uit naam van wat hij soms is. De opstand laat zich hier buiten de geschiedenis in zuivere staat waarnemen, in zijn oorspronkelijke complexiteit. Kunst zou ons dus een laatste perspectief moeten bieden op de inhoud van de opstand.”

Hij duidt de vijandigheid aan tegenover kunst en alle revolutionaire hervormers: Plato was nog gematigd, hij bande alleen de dichters uit zijn republiek. En “..voor het overige heeft hij de schoonheid boven de wereld gesteld.” De Reformatie verkiest de moraal en bant de schoonheid uit. Rousseau hekelt in de kunst een ontaarding die door de samenleving aan de natuur is toegevoegd.

“Saint-Just gaat tekeer tegen de toneelvoorstellingen en wil in het mooie programma dat hij voor het “Feest van de Rede” maakt, dat de rede wordt uitgebeeld door een persoon die ‘eerder deugdzaam dan mooi’ is. De Franse revolutie brengt geen enkele kunstenaar voort, maar alleen een groot journalist, Desmoulins, en een clandestiene schrijver, Sade. De enige dichter van die tijd onthoofdt ze. De enige grote prozaschrijver wordt naar Londen verbannen en pleit voor het christendom en rechtmatigheid. Enige tijd later eisen de volgelingen van Saint-Simon ‘sociaal nuttige’ kunst. ‘Kunst voor de vooruitgang’ is een veel gehoorde uitdrukking die als een rode draad door de hele eeuw loopt en Hugo heeft overgenomen, zonder er in te slagen haar overtuigend te doen klinken. Alleen Vallès verwenst de kunst op een dermate heftige toon dat hij authentiek overkomt.” (P 256-257, vertaling Martine Woudt uitgeverij Olympus 7de druk.)

‘Over je eigen schaduw springen’ mag hier meervoudig zijn geduid, het is duidelijk dat een kunstenaar(es) zelf een eigen weg kan kiezen, al dan niet met zijn (haar) kunstige schaduw als bijdrage of toch eerder wegen kan zoeken waarin ons aller bestaan en toekomst is betrokken en een sierlijke sprong over zijn (haar) schaduw hem (haar) een plaats biedt temidden van het dagelijks doen en laten. Een zelfportret zoals het prachtige doek waarmee we begonnen is niet uitgesloten. We lijken meer op elkaar dan we vermoeden. Een zelfportret kan dus het begin van wijsheid zijn. Een onderscheid. Een uitnodiging.

Gustave Courbet – Zelfportret (wanhopige man), 1843-45, olie op doek, 45x54cm, particuliere collectie