Een verloren kind (terug)gevonden

Ernst Zimmermann, The Twelve-Year-Old Christ in the Temple, oil on canvas, 63″ x 94.5″, 1879; courtesy BYU Museum of Art; purchased with funds from Roy and Carol Christensen

Enkele jaren geleden verwierf het MOA in New York Der zwölfjährige Jesus Im Tempel (De 12-jarige Jezus in de Tempel) van Ernst Zimmerman waarop een jonge Jezus staat afgebeeld tussen de oudsten van de tempel in Jeruzalem. Het schilderij hing oorspronkelijk op de Internationale Tentoonstelling van München in 1879, de voorloper van de Wereldtentoonstelling. Sinds de tentoonstelling was het schilderij verloren gegaan tot het in Salt Lake City opdook. Nu is het schilderij op weg naar het BYU Museum of Art voor de opening van een nieuwe tentoonstelling .De verloren Jezus gevonden.

Max Lieberman (German, 1848 – 1911), Der zwölfjährige Jesus im Tempel (1879), Oil on Canvas, Collection of Hamburger Kunsthalle.

In 1879 hing de Zimmermann naast bovenstaand beroemde werk van Max Liebermann met hetzelfde onderwerp. Liebermann veroorzaakte een golf van controverse door zijn ‘simplistische’ afbeelding van Jezus naast historische Joodse priesters in moderne gewaden. Het tumult dat ontstond tegen Liebermann, zelf een Jood, creëerde een hetze rond de tentoonstelling en rond kunstenaars die in die tijd in München werkten. Een retrospectieve van de tentoonstelling in 2011 toonde veel van de originele stukken van de tentoonstelling uit 1879, maar de curatoren konden nu het originele schilderij van Zimmermann niet vinden, intussen echter gerecupereerd.

Een aanvullende tekst over Liebermann’s schilderij van Arnon Grünberg in de Standaard van 5 mei 2023:

“Zo kreeg de (Joodse) schilder Max Liebermann (1847-1935) in 1879 opdracht een schilderij te maken van de twaalfjarige Jezus die de tempel in Jeruzalem bezoekt. De jury was enthousiast, maar de pers reageerde furieus. De Jezus van Liebermann zou er te Joods hebben uitgezien. Onder druk van de pers paste Liebermann het schilderij aan. Jezus ziet er in de tweede versie aanmerkelijker ‘arischer’ uit. Het aardige aan deze anekdote is dat het model voor de te Joodse ­Jezus waarschijnlijk een katholiek Italiaans kind is geweest. Daarna heeft Liebermann nooit meer ­religieuze kunst willen maken.” (De Standaard)

Jezus onder de schriftgeleerden, Orazio Borgianni, ca. 1609 – Rijksmuseum
Het verhaal (Lucas 2, 41-52)


Als Jezus twaalf jaar is, gaat hij samen met zijn ouders Maria en Jozef van Nazareth naar Jeruzalem vanwege het Pesachfeest. Op de terugreis ontdekken Maria en Jozef dat hun zoon niet bij het reisgezelschap is. Ongerust keren zij terug naar Jeruzalem.
Pas na drie dagen treffen zij Jezus aan in de tempel. Hij zit tussen de tempelgeleerden, luistert naar hen en stelt diepzinnige vragen. Iedereen staat versteld van zijn wijsheid en inzicht.
Als Maria hem ziet, zegt zij: “Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.” Zijn antwoord: “Waarom heeft u naar mij gezocht? Wist u dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Zijn ouders begrijpen niets van dit antwoord. Gedrieën keren zij terug naar Nazareth.
Albrecht Dürer (1471-1528) Jezus bij de schriftgeleerden

Tot hun twaalf gingen de kinderen meestal met de vrouwen mee, daarna sloten ze zich aan bij mannelijk gezelschap. Bij de terugreis dacht Maria dat hun zoon, Jezus, wel met Jozef zou zijn meegegaan, weet je wel, grote jongen bijna twaalf maar in gedachten al minstens veertien, terwijl Jozef ervan overtuigd was dat het kind met de vrouwen zou terugreizen. Beetje moederskind, altijd geweest, maar soit. Tot de ouders die avond elkaar treffen. Paniek? Op lopende voet terug naar Jeruzalem en onderweg wel twintig maal een beschrijving van het joch debiteren.

Zelf nog geen twaalf vond hij dit verhaal wel best om te doen. Wie droomde er nooit van stiekem het huis te verlaten en ‘op avontuur’ te gaan? De manier waarop Jezus het voor elkaar had gekregen lag helemaal in de lijn van de verwachtingen, maar hij zag zichzelf nog niet in de kerk achterblijven om hen eens duidelijk te maken wat hij dacht van dat paradijs, de appel-eterij, de zondvloed, en veel later het oppakken van een goed mens, hem veroordelen en hem aan een kruis laten sterven. Ja, hij had met hem te doen. Als het over de catechismus zou gaan kon hij best de meeste antwoorden uit het hoofd opdreunen, maar welke priester, broeder, pater of zuster zou daarvan versteld staan? Zijn krullen door elkaar gewreven en een zoeterig prentje van een geknield biddend kind in een smetteloos wit nachthemdje als resultaat.
Toch bleef het verhaal hem intrigeren.
Ooit is hij wel eens even zoek geweest, veel te laat thuisgekomen. Met de bekende tekst van toen:
‘Kind, wat heb je ons aangedaan. Pa en ma hebben je overal gezocht. ‘
En zijn antwoord, zijn ogen vol echt verdriet:
‘Weet je dan niet dat ik bij va-va moest zijn die weer zo dronken als een kanon maar blijft vertellen hoe hij, toen dat stomme fort ergens in de buurt van Namen ontplofte, voor altijd werd verminkt en toch zo graag als knappe jongen van vroeger was thuisgekomen?’

Toen waren ze niet kwaad. Neen, ze schudden wel met hun hoofden maar zijn moeder nam hem heel lief vast. En dat hij veel te gevoelig was voor deze wereld, maar ja, zei hij, wiens kind ben ik?
‘Het onze’ zegden ze samen. Of was dat een droom geweest?
Pa ging kijken of va-va in zijn bed was geraakt en het kind zei in het donker:
‘Ik ben zo bang dat het weer oorlog wordt.’
Wat zouden die schriftgeleerden daarop antwoorden?

Simone Martini ca. 1284 – 1344
Maria vraagt Jezus wat hij dacht
tempera op paneel (49 × 35 cm) — 1342
"This small panel shows Joseph and Mary remonstrating with Christ for lingering in the Temple and represents an unusual iconographic subject, painted at the end of Simone's life. In some respects, it resembles the Annunciation in the Uffizi, for the folds and edges of drapery are used in a similar way in both. The Liverpool panel, however, represents an involved human situation, and what is obviously a difficult family problem apparently as yet unresolved. The subject is handled by the artist with consummate skill and restraint, and the balance between narrative and decoration is virtually perfect.
This small panel is Simone's latest authentic work. It is signed on the lower part of the frame as: SYMON DE SENIS ME PINXIT SUB A. D. MCCCXLII."
(Web Galleriy of Art)

“Dit kleine paneel laat Jozef en Maria zien die ruzie maken met Christus omdat hij in de tempel is blijven hangen. Het is een ongebruikelijk iconografisch onderwerp, geschilderd aan het einde van Simone’s leven. In sommige opzichten lijkt het op de Annunciatie in het Uffizi, want de plooien en randen van de draperie worden in beide op een vergelijkbare manier gebruikt. Het Liverpool paneel stelt echter een betrokken menselijke situatie voor, en wat duidelijk een moeilijk familieprobleem is dat blijkbaar nog niet is opgelost. Het onderwerp wordt door de kunstenaar met grote vaardigheid en terughoudendheid behandeld en de balans tussen verhaal en decoratie is vrijwel perfect.” (Web Gallery of Art)

fragment: kijk naar de handen en de gezichtsuitdrukkingen

Dit was het laatste werk van Simone Martini, twee jaar voor zijn dood geschilderd. Voor mij was het een ontdekking. Een van de weinige werken die niet in Italië maar in Liverpool, Walker Art Gallery is te bewonderen. Jozef is de centrale figuur. Hij kijkt naar het kind, linkerhand op zijn schouder, met een ietsje meer dan vragende blik, beetje boos maar vooral opgelucht wat niet wegneemt dat hij Maria’s angsten deelde en daarom ook naar haar wijst: jongen toch als je wist wat je je moeder hebt aangedaan!
Moeders hand kun je bijna vertalen met: enfin wat is er gebeurd, vertel, terwijl het kind haar niet al te vriendelijk aankijkt, armen gekruist waartussen een boek zit geklemd. De cirkel is rond, het antwoord zal weldra komen. Wellicht na een lange stilte.
Met de kleurcombinaties, de opstelling van de figuren en het onderwerp dat zelden of nooit onderwerp van beeldende kunst was, word je zelf heel dicht bij de handeling betrokken. Jij bent de vierde persoon om de cirkel rond te maken. Je begrijpt hun bezorgdheid. Je sust de jongen. Je weet dat hij niet helemaal kan vertellen wat hij diep in zichzelf begint te beseffen, maar met zijn kinderlijke geest nog niet kan duiden ook al is zijn voornaam Jezus.

Het begon met de boodschap aan Maria, een werk dat stilistisch nauw met dit paneel verwant is. Ga op avontuur om deze unieke kunstenaar te ontdekken en nooit meer te vergeten. Een verloren kind gevonden.

Simone Martini and Lippo Memmi – The Annunciation and Two Saints

Waren wij vroeger nog onsterfelijk?

Eigen foto GMT

Nog voor hij helemaal thuis was in zijn eigen biografisch geheugen -twee-drie jaar oud-, bleek dit plaasteren ‘Heilig-Hart’-beeld op de ouderlijke slaapkamer voor hem, als kleuter, wel degelijk een levend personage. Zijn moeder vertelde later menigmaal de dialoog die zij, nog in bed en geveinsd slapend, had gehoord, die vroege morgen toen hij de kamer binnenkwam en een zelf gemaakt knutselwerk liet zien aan de plaasteren Jezus.
“Is dat van karton?” vroeg het beeld. (met zijn hoog stemmetje)
“Ja natuurlijk is dat van karton.” (met zijn gewone kleuterstem).
“Ja, nu zie ik het. Wel mooi.’ (met zijn hoog stemmetje)
“Dank u.” (met zijn gewone kleuterstem)
Het kind verdween naar de ontbijttafel, moeder volgde. Glimlachend, maar ook hoofdschuddend.

eigen foto GMT
‘Bij de dood laten lichaam en ziel elkaar gaan. Het is een bevrijding en een uiteengaan. Eigenlijk is de bevrijding van de ziel uit het lichaam het doel van elke filosoof. Voor een echte filosoof is sterven zijn vak, want sterven betekent dat de ziel wordt losgemaakt uit de vergankelijke stof om zich te richten op de onvergankelijke eeuwige waarheid. Dat is niet iets om bang voor te zijn, Daar streef je dus naar.’ (uit Phaedo. Plato)

Deze filosofische uitspraak werd samengevat door Bert Keizer, schrijver van ‘Vroeger waren we onsterfelijk’ Maart 2016, uitgave van Lemniscaat. Bert Keizer is arts en filosoof, en is verbonden aan de Levenseindekliniek. Hij schreef o.a. de bestsellers Het refrein is Hein en Onverklaarbaar bewoond. Keizer studeerde filosofie in Oxford

In Vroeger waren we onsterfelijk vertelt Bert Keizer hoe hij als kind van de sixties de kerk uit liep, voor The Beatles viel en na vele omwegen in een Engelse universiteit belandde om filosofie te gaan studeren. Een carrière als academisch filosoof schrikte hem af en hij zocht een goed heenkomen in de medische faculteit, om via die route in het volle leven te belanden. In dit boek reist Keizer weg uit het katholieke Amersfoort, waar hij ooit misdienaar was, naar de goddeloze maar niet minder verwonderlijke wereld waarin wij nu rondtobben. Leven is behelpen, vindt hij, en vanuit die grondhouding heeft hij behartenswaardige dingen te zeggen over geloof en literatuur, filosofie en geneeskunde. Met wat hulp van zijn persoonlijke favorieten – Beckett, Wittgenstein, William Osler – slaagt hij erin om net iets te meer te lachen dan te huilen. Maar het scheelt niet veel. ‘Als jongetje vond ik de kerk niet echt vervelend, geloof ik, maar het werd pas leuk toen ik misdienaar werd. Ik koesterde zelfs vagelijk priesterlijke ambities, waarbij ik aanteken dat ik niet wist wat celibaat was.‘ De vanzelfprekendheid van het christelijke wereldbeeld uit die jaren is mij nog altijd dierbaar. Toen waren we onsterfelijk, maar we wisten het niet.’ – Bert Keizer

Marie Huana besprak in haar allerfraaist blog hetzelfde thema. Met toepasselijke beelden en bondige maar spitse commentaren. Een bezoekje is dan ook een heerlijke verpozing. Klik op ‘Memento Mori?’ hieronder. Wil je heel haar blog bekijken dan klik je Marie Huana onderaan.

Angelus Novus Aquarel Paul Klee

“Er bestaat een schilderij van Paul Klee, dat Angelus Novus heet. De Nieuwe Engel. Er staat een engel op afgebeeld die zo te zien op het punt staat zich te verwijderen van iets waar hij zijn blik strak op gericht houdt. Zijn ogen en zijn mond zijn opengesperd, hij heeft zijn vleugels gespreid. Zo moet de engel van de geschiedenis eruitzien. Zijn gelaat is naar het verleden gewend. Waar wij een reeks gebeurtenissen waarnemen, ziet hij één enkele catastrofe en daarin wordt zonder enig respijt puinhoop op puinhoop gestapeld, die hem voor de voeten geworpen wordt. De engel zou wel willen blijven, de doden tot leven wekken en de brokstukken weer tot een geheel maken. Maar zijn vleugels vangen de wind die uit het paradijs waait, een storm die zo hard is dat hij ze niet kan stuiten. Deze storm stuwt hem onweerstaanbaar voort, de toekomst in die hij de rug heeft toegekeerd, terwijl de stapel puin vóór hem tot aan de hemel groeit. Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.”


— Walter Benjamin: Over het concept van de geschiedenis (1940), These IX 1

Foto door Pixabay

Walter Benjamin (1892-1940) heeft de tweede wereldoorlog niet overleefd. Zij, de kinderen die tijdens en net na de oorlog werden geboren wel. Wat nu een beetje smalend de babyboom wordt genoemd, waren de kinderen van een nieuwe toekomst voor wie een ‘nooit-meer-oorlog een statement was, althans in de hoofden van de ouders, ondanks de tegenstellingen tussen wat wit en zwart werd genoemd. De ware verschrikkingen drongen vaak pas veel later door, zekere het lot van de Joodse families. Eens de geallieerde troepen Europa hadden verlaten werd vaak in alle stilte weer aangesloten bij de levenswijze van de dertiger jaren, alvast op religieus en moreel vlak. Het zou tot in de zestiger jaren duren om de volle omvang van de verschrikkingen duidelijk te maken. ( cfr.De Auschwitzprocessen 1963-1965)

For Benjamin, the whole world was material for criticism.
Illustration by Ralph Steadman

Al waren zij met velen, de kinderen op de rand van – en kort na de oorlog, maar noch in de kleuterschool (de bewaarschool) noch bij bij de Broeders in de lagere school had hij ooit het gevoel te verdrinken in klassen die vaak meer dan 55 kinderen telden. Hij denkt dat alles trager ging, dat de betovering van de talrijke (bijbel)verhalen en het vele handwerk hen voortdurend uitnodigden om intens bezig te zijn met nieuwe vaardigheden.

uit ‘Het Bezemklokje’ 2018 Foto bewaarschool-klasje van Truus Van Gestel 1945-46 Kinderen braaf handjes op de rug. Links op de voorste bank in de middenrij zit Truus.


Het leren lezen en schrijven in de laatste kleuterklas gaf je bij het begin van het eerste leerjaar in de lagere school een zekere voorsprong maar die werd deskundig besteed door je maatjes letters en woorden bij te brengen.
Een kind had een drukke dag in de vijftiger jaren. Vroeg opstaan, naar de mis gaan, terug naar huis en ontbijten, met je maatje naar school wandelen, lopen, springen, tot twaalf uur de klas in, terug naar huis om te middagmalen, en met een snoepje uit de Ovomaltine-doos weer naar school, lesjes, speeltijd nog een lesje en eventueel studie zodat het tijdens de eerste maanden van het schooljaar steeds donkerder werd eer je thuiskwam waar het avondeten op je wachtte en je daarna onmiddellijk onder de klassieke wol belandde. Dinsdag- en dondernamiddag was je vrij, maar zaterdag telde als schooldag waar bij thuiskomst het bad – bed de dag afrondde, al mocht je sinds 1953 bij va-va nog even televisie kijken tot het nieuws begon. Met de vakantie ging je naar de vakantieschool, elke dag in het Raadsheren-park rondhossen: water, zavel, bossen en je eigen gangen kunnen gaan.
Aan de horizon verscheen 1956: verhuis naar de kostschool om er Latijn en Grieks te studeren. Het leven met 650 jongens in een tijd die uit zijn voegen gaat barsten. En zij barstten mee. Op de hen toegelaten manier. Maar tot die tijd waren zij onsterfelijk. De oorlogskinderen.

Moeder Gabriel, de overste van de kloostergemeenschap, was ook de directrice van de school en in die functie verwelkomde zij elke morgen en namiddag de kinderen bij het binnenkomen. Je kon toen in de Beekstraat niet blijven eten op school, de kinderen gingen ’s middags naar huis en kwamen daarna weer terug. Moeder Gabriel zat achter een tafeltje op een klein verhoog vooraan in de lange brede gang en kende alle kinderen met voor- en familienaam. Boven haar hoofd hing aan de muur een grote bel met trekkoord om het begin en het einde van de klasactiviteiten in te luiden.

(Truus Van Gestel Het Bezemklokje  2018)
Schoolfoto uit de Bewaarschool. De 2 broertjes in 1949. Niet copiëren aub. Op de vraag waarom het jongste broertje zo lelijk keek, antwoordde hij: “Die fotograaf keek ook heel lelijk!”
En natuurlijk ook allerlei handvaardigheidsoefeningen: lapjes stof pluizen, figuurtjes prikken uit glanzend gekleurd papier met een scherpe priknaald en op een plat kussentje dat wel eens onder het papier wegschoof, scheepjes, bloemvaasjes of kleertjes vouwen eveneens uit glanzend gekleurd papier, matjes weven in, jawel, glanzend gekleurd papier verticaal ingesneden om er met een metalen weef-pen en reepjes glanzend gekleurd papier in een contrasterende kleur een mooi figuurtje mee te maken. Met glanzend gekleurd papier werd ook geknipt en gescheurd, met kleurpotloden moest je leren binnen de lijntjes te kleuren en de lijmpot was ook nooit ver weg, want einde schooljaar moest elke kleuter een "Mijn album" af hebben. In de derde kleuterklas leerde ik ook met een griffel tekenen en letters schrijven op een echte lei met houten kadertje rond de leisteen.  (Truus van Gestel)
bakelieten sponsdoosje

Je kon je lei telkens weer afvegen met dat allerzachtste sponsje dat je in een mooi bakelieten doosje opborg. Je dacht dat het je letters bijhield maar wie kende het geheim om hen weer op je lei te toveren? Je tekende een sterrenhemel waarin elke ster een letter was. Je ontdekte heel vroeg geheimschriften waarmee je toverspreuken bewaarde voor kwade dagen of als je bang was in het donker. Daarna kwamen boeken. En letterdozen waarmee je zelf piepkleine verhaaltjes kon stempelen. En…

Foto door Admiral General M.

En de verhalen hoe God de wereld schiep. Een paradijs. Tot het drama met de fruitboom en een sprekende slang. Het vlammende zwaard van de engel bij de uitgang. Hel, hemel en vagevuur. De zondvloed. De stenen tafelen om maar enkele toppers te noemen, alsof zuster Anna er zelf was bij geweest. Daniël in de leeuwenkuil. Jonas in de walvis. Hij denkt wel eens dat hun manier van vertellen aan de basis van zijn latere eigen verhalen lag.

Na de vertelling mochten zij hun hoofdje op de bank leggen en even slapen terwijl de zuster langs de rijen liep . Hij loerde naar Daniël en hij knipoogde even voor hij in zijn droom tegen een leeuw aan schurkte. Hij sloot zijn ogen en besloot aan een ark te beginnen om later Daniël en zijn leeuwen op te halen voor zij zouden verdrinken.

Vroeger waren we onsterfelijk? Hadden we maar ietsje meer onsterfelijkheid in onze macht om diegenen onder ons te behouden die ons te vroeg ontvallen. Martine Tanghe, moeder aller nieuwsankers, werd zij bij haar pensioen genoemd. De vervlechting van kunde en warme menselijkheid, van taalvaardigheid en stille concentratie, van de glimlach en mateloze inzet. Blijf ons nabij.

Martine met kleinzoon

Kriskras

Foto door cottonbro studio

Vraag je bij welke woordsoort ‘kriskras’ thuishoort dan zul je zelden het antwoord ‘bijwoord van richting’ horen, voor dit duidelijk begrip, de eerste maal beschreven als ‘kriskras’ in 1902.

(Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Veen, Amsterdam / Antwerpen 2002 (tweede druk)

Het begrip achter kriskras (in allerlei richtingen) is misschien graag gezien als je vloeibare activiteiten wil beschrijven, (moleculen bewegen kriskas door elkaar, maar ze kleven nog wel aan elkaar.) maar roep je echter met gesloten ogen een beeld op van een woon-of kinderkamer waar ditzelfde ‘bijwoord van richting’ van toepassing is, dan begrijpt iedereen een zekere onrust die een ordentelijk afsluiten van de dag massief in de weg staat.

Het is dan ook niet het goede moment om het te hebben over de chaostheorie:

De officiële naam binnen de wiskunde is dynamische systemen. Het onderzoekt omstandigheden waarbij deterministische chaos optreedt en welke eigenschappen die heeft. Het begrip chaos heeft hierbij een technische betekenis, te onderscheiden van het losse alledaagse woordgebruik. Deterministische chaos betekent dat de schijnbare wanorde toch exact bepaald is en geordend tot stand komt volgens een algoritme of rekenregel. Bijvoorbeeld een differentiaalvergelijking of recursie. 

Vertaal je dat naar een bekend verhaal dan hoor je één van de duizenden scheppingsverhalen vertellen.

Chaos (Grieks: gapende ruimte). Het grote niets. Een onmetelijke zwarte, lege ruimte zonder begin en zonder eind. Voor de Chaos bestond er niets. De Chaos is het begin van alles, het begin van de tijd en het begin van de wereld. Wel bevat de Chaos de vijf oerelementen waaruit alles later zou ontstaan. De Chaos wordt over het algemeen als onzijdig aangeduid. Ook bekend als de Baaierd. (Historiek 30 okt 2021)
Holland, published 1589 Book: Metamorphoses by Ovid, book 1, plate 1, title page Prints; engravings. (klik op onderschrift om te vergroten)

Hoor je mij voorzichtig pleiten voor een meer ‘chaotisch’ denken? Laten we het als aandacht beschouwen voor het durvend door elkaar mengen van bekende, intussen misschien al bevroren vaststellingen die door een ‘chaotische’ behandeling soms nieuwe vergezichten opleveren, waar naast logica, ook associërend denken niet als tegenstelling maar als aanvulling kan gebruikt worden. Sommigen menen dat associëren een soort ‘kriskras’-denken voorstelt, terwijl bij nader toezien verwijzingen en verbanden ontstaan die in een gewoon logisch denken onzichtbaar blijven, ja onbestaand en zelfs onnodig worden geacht.

Dana-Schutz-Ear-on-fire

Kijk je naar de praktijk van klassieke redenaars dan merk je dat zij associaties gebruiken om hun betoog te kunnen memoriseren. Stel je een huis voor en leg een voorwerp in de gang, een ander op de trappen, enz. Je geheugen gebruikt de voorwerpen om dat deel van je ontwikkeling te kunnen onthouden en te verbinden via het volgende voorwerp. Hier zijn associaties technieken net zoals ze bij brainstorming functioneren. In een gedicht echter dienen ze als kern van de ontwikkeling, is hun verschijnen de stuwing van het poëtisch aanvoelen. Een mooi voorbeeld met een Engels gedicht van Emily Dickinson.

Tell all the truth but tell it slant

Tell all the truth but tell it slant —
Success in CIRCUIT lies
Too bright for our infirm Delight
The Truth's superb surprise
As Lightning to the Children eased
With explanation kind
The Truth must dazzle gradually
                Or every man be blind —

Source: The Poems of Emily Dickinson: Reading Edition (The Belknap Press of Harvard University Press, 1998)

De vertalingen van Michel Klarenbeek en Peter Verstegen:

Zeg heel de Waarheid, maar subtiel

Zeg heel de waarheid, maar subtiel -
Met omslag heeft succes
Te fel is voor ons zwak gezicht
De Waarheid, die subliem verrast
Als bliksem voor het kind verzacht
Met uitleg van een vriend
Zij Waarheid langzaam licht
                Of iedereen wordt blind -

vertaling: Michel Klarenbeek


Zeg heel de Waarheid zijdelings

Zeg heel de Waarheid zijdelings-
Een OMWEG voert naar 't doel-
Te fel is Waarheids grootste schok
Voor ons krank Lustgevoel
Als bliksem rustig uitgelegd
Aan het beangstigde Kind
Moet Waarheid lichten gaandeweg
                 Of anders maakt zij blind.

Vertaling: Peter Verstegen

Zonder dat iemand het wist, heeft ED in een groot landhuis in Amherst, een Amerikaans boerengat, gedichten zitten schrijven. Pas na haar dood vond Lavina, haar zus, in een kersenhouten ladenkast ( "zoals dat hoort", schrijft recensent Tjerk de Reus), maar liefst 1800 (!) gedichten. Tijdens Emily’s leven werden er twee gepubliceerd; en dat ook nog eens tegen haar wil. Wel stuurde ze zo’n 200 gedichten naar anderen, dus haar dichterschap bleef niet geheel onopgemerkt.
Vanwege het enorme aantal verscheen pas in 1955 de eerste complete uitgave van haar werk

Evelien de Nooijer Alting 

https://over-boeken.blogspot.com/2011/08/verzamelde-gedichten-emily-dickinson.html

De waarheid, ja de waarheid: Quid est veritas? horen we Pilatus vertwijfeld vragen. (Joh. 18:37-38)
De associaties van de omweg, de bliksem, het verhaal voor het bange kind.
Die doen de waarheid gaandeweg lichten, om ons niet in één keer blind te maken.
Hoe mooi dit eenvoudig vervlechten van deze enkele beelden om het geleidelijke als enig alternatief zichtbaar te maken.

De chaos van de te felle bliksems.
Het beeld van het bange kind.
Laten we een omweg gebruiken.
Rustig de bliksem uitleggen.
Beetje bij beetje zal de waarheid kunnen lichten zonder te verblinden.

Het kriskras is hier een innerlijk kriskras geworden, een binnenstormen van de wetenschap dat wij dood gaan, elk kind dat we op de wereld zetten ook aan diezelfde dood uitleveren, en …zie en voel je de bliksems in onze donkerste nachten?
Aan het werk kunstenaars, muzikanten, beeldhouwers, wetenschappers, laten we krachten samenbrengen om niet alleen de schrik voor het hevige onweer te kunnen duiden, maar de verhalen te vertellen waarin we elkaar het geleidelijk licht schenken dat ook vriendschap en liefde als naam kan dragen, ondanks ons krank lustgevoel. ’t Was lang genoeg een dooie boel. Naar de ateliers!

Split the Lark — and you'll find the Music —
Bulb after Bulb, in Silver rolled —
Scantilly dealt to the Summer Morning
Saved for your Ear when Lutes be old.

Loose the Flood — you shall find it patent —
Gush after Gush, reserved for you —
Scarlet Experiment! Sceptic Thomas!
Now, do you doubt that your Bird was true?

Op zoek naar vorm en kleur in klei: Doyle Lane (1923-2002)

Doyle Lane Weed Pot circa 1960 Sold for $22.680 Philips Auctions 2021

LOS ANGELES — One afternoon in the early ’90s, the banking consultant Rudy Estrada returned to his mansion in Pasadena, Calif., to find two members of the local sheriff’s department standing over a lightly built African-American man spread-eagled on his front lawn.

Mr. Estrada immediately recognized the man as his friend Doyle Lane, a mild-mannered ceramic artist whom he had known since childhood. Growing up in the 1950s and ’60s in the working-class neighborhood of El Sereno, in East Los Angeles, Mr. Estrada and his schoolfriends used to visit Mr. Lane at his hillside home studio to watch him throwing pots.

Now Mr. Estrada was a collector of Mr. Lane’s work, and Mr. Lane had come to his house to install a tile mural. In this affluent, predominantly white neighborhood, the officers had assumed he was an intruder. (A few months later, Mr. Estrada’s father, who is Hispanic, was similarly harassed.)

Once the sheriffs had departed, Mr. Estrada was astonished to find Mr. Lane apologizing to him. “To this day it bothers me,” he told me recently by phone from his home in San Marino. “He was such a humble man.”

(NY Times Jonathan Griffin July 29, 2020)

Doyle Lane (1925-2002) werd geboren in New Orleans en kwam in 1946 naar Los Angeles. Hij studeerde keramiek aan het East Los Angeles City College en aan de University of Southern California en kreeg tot zijn grote geluk een felbegeerde baan als glazuurtechnicus bij het industriële chemische bedrijf L.H. Butcher, waar hij acht jaar werkte. Daar formuleerde en testte Lane honderden verschillende glazuren en deed zo ervaring en kennis op die maar weinig andere naoorlogse kunstenaar-pottenbakkers bezaten.

Lane heeft de “wietpot” niet uitgevonden, maar hij heeft hem geperfectioneerd. Het was zijn podium. Hij werkte alleen met twee kleine ovens in zijn atelier in El Sereno in Oost-Los Angeles. Een van de grootste hier heeft een bijna tijdloze kwaliteit; het zou archaïsch kunnen zijn, net opgegraven in Peru of China, maar het is ook hedendaags. Het heeft een dubbel glazuur: een licht mat groen onderglazuur en daarbovenop een bros geel glazuur, bijna doorschijnend, dat bladert tijdens het bakproces, waardoor gaten ontstaan die het groen blootleggen. (NY Times 6 juli 2023)

A green underglaze in this Doyle Lane pot (circa 1960-1978) shows through a yellow top glaze where blisters formed.Credit…via David Kordansky Gallery; Photo by Jeff McLane

In mijn documentatie heb ik al jarenlang mooie dingen bewaard van Doyle Lane. De ‘behandeling’ die hij onderging terwijl hij in een witte buitenwijk een keramiektegel installeerde tot de prijs die er momenteel voor zijn werk wordt betaald is al een story op zich.

Net als nu vulden veel van Lane’s collega’s uit het midden van de eeuw hun artistieke inkomen aan met inkomsten uit een ander beroep, zoals lesgeven. Hoewel Lane ook ander werk aannam, zoals het adviseren over glazuren voor lokale keramiekleveranciers, voorzag hij in zijn levensonderhoud door zijn artistieke inspanningen en expertise. Hoewel hij grote opdrachten binnenhaalde, moest Lane vaak creatief nadenken over hoe hij zijn werk kon promoten en verkopen. Hij verkocht op ambachtelijke beurzen en liep rond in chique buurten van Los Angeles of bezocht architectenbureaus, op zoek naar nieuwe klanten.

Zijn toewijding om zich op zijn kunst te richten had ook invloed op de verhalen die hij promootte. In een interview in 1981 zei Lane : “Ik heb nooit de drang gehad om met mijn kunst een sociaal statement te maken. Het is leuk als je dat kunt doen. Sommige kunstenaars die dat soort dingen doen hebben andere inkomsten; ze leven niet alleen van hun kunst.”

The pots are ravishingly seductive. Some are smooth as river rocks; others are cracked or lumpen, like overripe fruit from otherworldly trees. Credit…Rozette Rago for The New York Times

Extreme cracking in this glazed ceramic recasts part of an orange glaze as land masses.Credit…via David Kordansky Gallery; Photo by Jeff McLane
From this seemingly modest beginning, Lane (1925-2002), who was African American, created a dazzling universe of color, shape, texture and proportion. He also made ceramic tile, pendant jewelry, paintings and murals, but the “weed pot" is his signature. Kordansky’s generous display of 100 pots is Lane’s first solo show in New York. It is also a refresher course in close looking, and reminder of the power of form. (New York Times  6 juli 2023)

Bezoek: Doyle Lane: Weed Pots, curated by Ricky Swalow (tot 4 augustus)

https://www.davidkordanskygallery.com/exhibitions/doyle-lane4

The weed pots fascinate as condensed statements of shape and color that are as straightforward as they are sophisticated. They are also expressions of technical ingenuity, an intuitive sense of balance, and careful dedication to the multiple stages of ceramic production. A round, turquoise blue pot with rough-hewn sides and a smooth, dome-like top, for example, synthesizes the earthiness and ethereality that find equal billing in Lane’s work. About the size of a softball, it feels both like an enlarged model of a floral bulb and a hand-held version of a planetary globe, with its glazing simultaneously communicating depth and focusing the eye on the varied surface of the clay. 

(David Kordansky Gallerie)
Doyle Lane David Kordansky Gallery

Naast zijn wietpotten (zo genoemd naar de kleine opening waar slechts plaats is voor één stengel, ze hebben dus niets met marihuana te maken) staat Lane bekend om zijn innovatieve bouwwerken die hij “kleischilderijen” noemt. Deze muurschilderingen hebben, in de woorden van kunstenaar Ricky Swallow, “een meer gezaghebbende aanwezigheid, zowel fysiek als expressief”. De kleischilderijen werden samengesteld uit geglazuurde kleiplakken die onder intense hitte werden aangebracht om variaties in textuur en kleur te creëren (zodat ze buiten konden worden tentoongesteld). Misschien wel het beroemdste voorbeeld bevindt zich nu in de Huntington Library. De muurschildering is 17 voet breed en 8 voet hoog (520cm x 244cm) en is even monumentaal als minutieus onregelmatig. Lane bracht zorgvuldig de unieke kleuren, texturen en lichtinval van elke afzonderlijke tegel naar voren. Zoals James Glisson, voorheen hoofdconservator Amerikaanse kunst van Virginia Steele Scott in het Huntington, schreef: “Lane maakte van elke kleine tegel een abstract schilderij”.

(5 Things to Know About Doyle Lane Philips Auctions)

https://www.phillips.com/article/76362139/5-things-to-know-about-doyle-lane-design-new-york-auction

A mural made by Mr. Lane for the Mutual Savings and Loan Association in Pasadena, Calif., has been restored in a courtyard at the Huntington Library, Art Museum and Botanical Gardens in San Marino.Credit…David Wakely

Doyle Lane’s signature on Mutual Savings and Loan Mural. The Huntington Library, Art Collections, and Botanical Gardens.
"Ik denk dat ik niet goed zou zijn als leraar, want ik denk niet dat er zoveel zijn die de staat van perfectie willen die ik wil," legde Doyle Lane in 1993 uit. "Maar dan zeg ik ook: 'Waarom zou je het doen als je het niet tot in de perfectie doet?'"

The ceramicist Doyle Lane in his home studio, around 1976, in the El Sereno neighborhood of Los Angeles. His pots were as complex as paintings; he also made color-field tile murals and mosaics that observed no delineation between fine art, folk art and design.Credit…Ben Serar (NY Times)

Lane once said that many of his colors did not exist until he figured out how to make them. Their originality is just one way that his weed pots surpassed craft to become art. They form a historical high point that reaches across mediums and cultures. They are period pieces that have outlived their period. (The New York Times )

The Los Angeles-based independent curator jill moniz (she writes her name in lowercase letters), formerly head curator at the California African American Museum, to which Mr. Lane left his archive, suggests that this resourcefulness alone makes him remarkable. “It’s wonderful that he could sell his work and live doing this thing that he loved,” she said. “For a lot of Black artists at the time, that was an almost impossible consideration.”

She has little patience with the patronizing, pitying narrative that is often attached to Mr. Lane, who died alone, without family. “You know — ‘He was alone, poor Doyle Lane,’” she said. “But not poor Doyle Lane! Doyle Lane had a community, he had friends, he had collectors, he had commissions. He lived a full life.” She added, “This is the thing for me that’s so important right now; there is a community of Black makers and thinkers and collectors who were friends with Doyle who supported him, who were interested in him long before he became the purview of white institutionality.” His legacy, she insists, does not need saving by anyone.

(The New York Times, Jonathan Griffin, July 29, 2020)

Doyle Lane
Group of ceramics (12)
Studio
c. 1958-65
Glazed ceramics

Van canon naar praktijk

In Berthen, een klein dorpje in Frans-Vlaanderen, ontmoet Jeroen Meus vier oudere broers die nooit getrouwd zijn en nog steeds samen op de ouderlijke boerderij wonen. De Verbaeres pakken het huishouden aan zoals ze dat geleerd hebben in hun kindertijd. Tussen de soep en de aardappelen geven ze Meus hun unieke kijk op het leven mee. In deze aflevering komen ook de kippen op de boerderij ter sprake, in meer dan één betekenis.

‘De mooiste televisie uit mijn nochtans goed gevuld beeldrijk geheugen. Via DailyMotion vonden we nog enkele afleveringen. Bekijk rustig in groot beeld de tweede aflevering, en als je verder wil, de derde komt gewoon na nummertje twee. Het is dan ook televisie van het allerhoogste gehalte terecht met de prix Europe bekroond. Verwacht geen vervlogen heimwee naar vroegere tijden, integendeel. Actueler dan dit uniek verslag van het alledaagse nu kan haast niet. (Even zijn er enkele seconden zwart na enkele minuten, maar geen nood, de aflevering loopt gewoon verder. (Met dank aan de gene die deze afleveringen op DailyMotion heeft bijgehouden, ook een liefhebber van Blokken zoals blijkt.)

Bovendien is er het beeld, de muziek, het talent van Jeroen en zijn deze vier mannen er. Er zit zoveel meer in hen dan in dit stukje en we kunnen nooit beschrijven wie ze zijn, hoe ze zijn, wat ze zeggen en hoe ze dat zeggen. Etienne op sleffers, Ignace op Nikes en Daniël zie je in de kast op een foto bij zijn fiets: “Het was zo’n prachtige dag toen hij vorig jaar op een ochtend zei dat hij naar Santiago de Compostella vertrok”, zegt Etienne. “En toen hij later terugkeerde, hebben we de klok geluid.”  (De Morgen 4 april 2017)
Aurora Salvador Dali
 
 
Ode aan Salvador Dalí (fragment)
Federico Garcia Lorca

O, Salvador Dalí, met je olijfgroene stem!
Ik zeg wat jouw persoon en schilderijen me zeggen.
Ik prijs niet je onvolmaakte penseel van je jeugd,
maar bezing de trefzekerheid van je pijlen.
 
 Ik bezing je fraai gebruik van het Catalaanse licht,
 je liefde tot wat verklaard kan worden.
Ik bezing je astronomische en tedere hart,
als een Frans kaartspel geschud maar ongewond.
 
Ik bezing de standbeeldenzucht die je onverlet najaagt,
de angst voor emotie die je opwacht op straat.
Ik bezing de kleine sirene van de zee die jou bezingt
op haar rijwiel van koralen en schelpen.
 
Maar vooral bezing ik een gemeenschappelijk denken
dat ons in de donkere, gouden uren verbindt.
Het is niet de kunst die onze ogen verblindt.
Allereerst is het de liefde, de vriendschap, of het schermen.
 
Eerst, voor het schilderij dat je geduldig schetst,
de borst van Teresa, met haar slapeloze huid,
de dikke haardos van de ondankbare Matilde,
staat onze vriendschap geschilderd als een ganzebordspel.
 
Mogen vingerafdrukken van bloed op het goud
het hart van het eeuwige Catalonië doorstralen.
Mogen sterren als valkloze vuisten je verlichten,
terwijl je schilderkunst en je leven floreren.
 
Kijk niet naar de waterklok met vliesdunne vleugels,
noch naar de hardnekkige zeis van de allegorieën.
Kleed en ontkleed steeds je penseel in de lucht,
gekeerd naar de zon vol zeelieden en schepen.
 
1926
vertaling E. de Vries-Boveé

The Disintegration of the Persistence of Memory

"We worden uitgedaagd omdat we geloven dat horloges prachtig gemaakte, precieze mechanische objecten moeten zijn die een betrouwbare en consistente tijd bijhouden, maar hier zien we ze verwelkt en verwrongen - hoe vreselijk om te denken dat je een mooie Patek Philippe ref. 1518 Perpetual Calendar Chronograph  ziet smelten in je eigen dromen! 
Tijd was een concept dat Dalí in 1954 opnieuw zou bekijken in zowel zijn 'Melting Watch' als 'The Disintegration of the Persistence of Memory', maar het is zijn originele werk uit 1931 dat is blijven bestaan als de meest aangrijpende en gedenkwaardige voorstelling van tijd in de kunstgeschiedenis. Misschien is de blijvende aantrekkingskracht van het meest herkenbare schilderij van de meest invloedrijke surrealist toe te schrijven aan de universele relatie die we allemaal delen met tijd - het verstrijken en bijhouden van tijd is natuurlijk iets dat ons allemaal verbindt. "(The Hour Glass  Patek Philippe Geneve  Cultural Perspectives • 16 Mar 2020)

De tijd waarin we samenleven. En de bewondering van de dichter Lorca voor de schilder Dali, -bezing ik een gemeenschappelijk denken dat ons in de donkere, gouden uren verbindt-. Meer nog dan door de kunst door vriendschap. verbonden. Hoe de broers uit ‘Goed Volk’ in hun dagelijkse leven ook filosofisch de tijd in de seizoenen beleven, terwijl de dure horloges hier met naam genoemd zeker de zorg voor de tijd willen doorgeven maar vooral een waarborg voor de (financiële) status van de nieuwe bezitter moeten zijn.

Naast kinderen zijn dieren een geliefkoosd onderwerp in de publiciteit. Je weet wat je moet doen als je je eenzaam voelt. De verbinding (generation) blijkt net zo belangrijk.

Filosofe Martha Nussbaum stelde een lijst op met tien universele vermogens waarover elk mens zou moeten beschikken. Is het een ambitieus plan voor sociale groei, of een wilde utopische fantasie?
De lijst verscheen voor het eerst in haar in 2000 verschenen ‘Women and Human Development’. Hij wordt uitvoeriger vermeld in ‘Gerechtigheid voor dieren’. ‘De 10 centrale menselijke vermogens zijn, in verkorte versie:

  1. leven en levensduur – in staat zijn een leven van normale lengte te leiden.
  2. lichamelijke gezondheid – in staat zijn een goede gezondheid te hebben, met adequate voeding en huisvesting.
  3. lichamelijk integriteit – in staat zijn vrij te bewegen, te leven zonder geweld.
  4. zintuigen, voorstellingsvermogen en gedachten – in staat zijn deze te gebruiken, in te zetten, onderwijs te genieten.
  5. emoties – in staat zijn te kunnen hechten aan dingen en mensen.
  6. praktische rede – in staat zijn tot een voorstelling van het goede en kritische reflectie over de eigen levensplanning.
  7. erbij horen – in staat zijn met anderen te leven en deel te nemen aan sociale interactie, en met waardigheid behandeld worden.
  8. andere wezens – in staat zijn met dieren, planten, natuur te leven en ervoor te zorgen.
  9. spelen – in staat zijn te lachen, spelen, recreëren.
  10. controle over je omgeving – in staat zijn tot politieke participatie, arbeid en bezit.

(uit: Social Research & Journalism)