Hanna Hirsch, later Hanna Pauli (Stockholm, 13 January 1864 – 29 December 1940, Solna (‘Friends-Vrienden)
Zij ontstak de lamp
en liet de vrienden binnen.
Een hapje en een drankje bij de hand,
maar 't ware voedsel was het woord
en wat het wakker maakte in hun hoofd.
Buiten was het donker,
hier zagen zij wat zij vertelde,
zelfs met de ogen dicht.
Nu, in de schemer van de schermen:
bingewatchen, comakijken,
beeldenzuipen, marathonverteren,
oogexcessen en storysslempen.
Zou nog iemand weten
dat het buiten
donker wordt?
Hij wordt oud zeggen de kinderen.
Hij ziet mensen die er niet meer zijn
She lit the lamp
and let the friends in.
A snack and a drink at hand,
but the true food was the word
and what it awakened in their minds.
Outside it was dark,
here they saw what she told them,
even with their eyes closed.
Now, in the twilight of the screens,
bingewatch, coma watching,
image-sucking, marathon converting,
eye-excesses and storysslempening.
Would anyone still know
that it is getting
dark outside?
He is growing old the children say.
He sees people who are no longer there.
Spaarzaam met zon:
de dag krimpt
nog voor hij uitgerold
een bedding wordt
voor sterrenlucht.
Het is donker vaak
bij volle dag.
Zelfs letters
uit het vroege avondschrift
zijn
voortijdig
in nachtelijk duister
verdronken.
Journaals
praten zich te pletter.
Toch nog avondlicht
op het lege pad
eigen foto Gmt
Sparse sunshine:
the day shrinks
even before it rolls out
becomes a bed
for starry skies.
It is dark often
at full day.
Even letters
from early evening writing
are
prematurely
in nocturnal darkness
drowned.
Newsreels
talk themselves to death.
Gerard van Honthorst De geboorte van Christus 1619-1620
Meestal staat hij in de schaduw. Of op de achtergrond. Of hij is afwezig. Wij weten het. Hij is niet de ‘echte’ vader van het kind. Hij wordt ‘de voedster-vader’ genoemd. Nu zou het de vader van een nieuw samengesteld gezin kunnen zijn. Jozef. De timmerman. Een engel heeft hem in een droom gerustgesteld. Het kind-op-komst is van Gods Geest. Een beetje aardse assistentie zou erg geapprecieerd worden. Toewijding is hem op lijf en ziel geschreven. Hij weet dat het goed toeven is in de heilige schaduw van het Kind. Zo hebben kunstenaars hem meestal verbeeld. Enkelen zagen hem werkelijk als vader. Vader met kind. Een beetje radeloos, maar dat is eigen aan vaders. Kijk maar naar het beeld hieronder.
Usually he is in the shadows. Or in the background. Or he is absent. We know. He is not the child's 'real' father. He is called 'the nurturer-father'. Now it could be the father of a newly constituted family. Joseph. The carpenter. An angel reassured him in a dream. The child-coming is of God's Spirit. A little earthly assistance would be much appreciated. Devotion is on his mind. He knows it is good to be in the holy shadow of the Child. This is how artists usually portrayed him. A few actually saw him as a father. Father with child. A bit distraught, but that is peculiar to fathers. Just look at the image below.
Denk even het onderschrift weg. Een zittende man, eerder nog jonger dan de zgn. ‘middelbare leeftijd’, steunt een slapend babykind dat rustig tegen zijn linkerschouder in slaap is gevallen, zijn linkerarmpje op de borst van de man. De man kijkt een beetje wanhopig naar de hemel.
Although this is a rehabilitated Joseph – no longer the pathetic outcast – he seems uneasy, still unable to enjoy the role of the family man. (Adam Wattam, Art UK Jul 2023)
Was hij in vroegere kunstwerken vaak de buitenstaander, de zielige (te) oude noodzakelijke aanvulling, hier treft mij de zeldzame uiting van radeloosheid alsof hij van de zgn. ‘hogere’ regionen enige uitleg verwacht zonder echter de tederheid voor het kind te vergeten. Ik denk dat zijn gezichtsuitdrukking ook bij hedendaagse (jonge) vaders is terug te vinden. Wat moet dit kind met de toekomende tijd?
Think away the caption for a moment. A seated man, rather younger than so-called 'middle-aged', supports a sleeping baby child who has fallen asleep peacefully against his left shoulder, his left arm on the man's chest. The man is looking a little desperately at the sky.
Whereas in earlier artworks he was often the outsider, the pathetic (too) old necessary addition, here I am struck by the rare expression of desperation as if he expects some explanation from the so-called 'higher' regions without, however, forgetting the tenderness for the child. I think his facial expression can also be found in contemporary (young) fathers. What should this child do with the future tense?
Jozef de Timmerman (circa 1642) Georges de La Tour (1593-1652)
Jozef bewerkt een stuk hout met een boor. De vorm van de boor weerspiegelt de vorm van het kruis en de geometrie van het hout dat op de grond ligt en kruiselings ten opzichte van het zittende Christuskind is geplaatst, is een voorafschaduwing van de kruisiging. John Rupert Martin schrijft dat Jezus’ geduld staat voor “kinderlijke gehoorzaamheid en de aanvaarding van zijn lot als martelaar”. (Wikipedia)
Joseph drills a piece of wood with an auger. The shape of the auger reflects the shape of the Cross and the geometry of the wood arrayed on the floor, set cross-wise to the seated child Christ, is a foreshadowing of the crucifixion. John Rupert Martin writes that Jesus' patience represents "filial obedience and the acceptance of his destiny as martyr". (Wikipedia)
Je kunt alluderen op ‘het licht van de wereld’, maar het materiaal daarvoor dat zijn vader volop bewerkt tegenover het broze gezichtje bij kaarslicht kan in mijn oud-vaderlijke ogen best volstaan zonder de ‘kinderlijke gehoorzaamheid en de aanvaarding van zijn lot’ erbij te voegen, een redenering immers aan de andere kant van het verhaal waarin het vooraf weten nog een extra lijden zou veroorzaken. “Een kind assisteert zijn vader bij avond.” Zoals duizenden kinderen dat bij duizenden vaders zouden doen. Wij kennen het vervolg. Maar net als Jozef staan we voor het raadsel van ons eigen verdwijnen en de kansen op een gelukkig leven voor het kind. Het eerste zal hoe dan ook gebeuren. Het tweede is nog een raadsel. Tenzij een engel je alles komt vertellen. Tja.
One can allude to "the light of the world", but the material for this that his father amply crafts in the face of the frail face by candlelight may well suffice in my old-father's eyes without adding the "child's obedience and acceptance of his fate", an argument after all on the other side of the story in which knowing in advance would cause further suffering. "A child assists his father by night." As thousands of children would do to thousands of fathers. We know the sequel. But like Joseph, we face the conundrum of our own disappearance and the child's chances of a happy life. The first will happen anyway. The second is still a mystery. Unless an angel comes to tell you everything. Well.
The Dream of St. Joseph (between c. 1628 and 1645). Oil on canvas, 93 x 81 cm (36.6 x 31.8 in). Musée des Beaux-Arts de Nantes, France
Guido Reni, nicknamed “The Divine Guido”, painted one of the most beautiful canvases in 1640, two years before his death, showing the elderly Joseph lovingly holding the child with both hands and looking at him intensely. The child is also looking straight into his old eyes. The little boy is holding a fruit, an allusion to the fruit from paradise as to the fruitful time of redemption through the coming of Christianity. The figuration forms a circle in which man and child are connected by the enveloping cloak. From the upper left corner, a soft glow of light illuminates Joseph’s head sideways. A great calm radiates from the canvas. The circle is complete.
Guido Reni, met als bijnaam “The Divine Guido”, schilderde in 1640, twee jaar voor zijn dood, een van de mooiste doeken waarop de oudere Jozef liefdevol het kind met beide handen vasthoudt en het intens bekijkt. Het kind kijkt ook hem recht in de oude ogen. Het jongetje houdt een vrucht vast, een allusie op de vrucht uit het paradijs als op de vruchtbare tijd van de verlossing door de komst van het christendom. De figuratie vorm een cirkel waarin man en kind door de omhangende mantel verbonden zijn. Vanuit de linker bovenhoek komt er een zachte lichtschijn die het hoofd van Jozef zijwaarts belicht. Er straalt een grote rust uit het doek. De cirkel is rond.
Gray and Gold, by John Rogers Cox, 1942. Fragmenteel (Roger Cox: 1915-1990)
Cox painted Gray and Gold shortly after the United States joined the Second World War, and its image of amber waves of grain threatened by ominous storm clouds likely has symbolic overtones. The painting's foreground features an intersection of two dirt lanes, as well as a telephone pole emblazoned with political campaign posters. The artist seems to imply that American democracy is at a crossroads during this time of combat against the spread of fascism in Europe and Asia. Interestingly the work was inspired by the landscape around Cox's hometown of Terre Haute, Indiana, a location nicknamed "The Crossroads of America" due to the junction of major north-south and east-west national highways within its city limits. The museum purchased this painting out of a traveling exhibition entitled "Artists for Victory," which consisted of works by artists who wanted to assist in the war effort. The exhibition opened at the Metropolitan Museum of Art in New York on the first anniversary of the bombing at Pearl Harbor.
(The Cleveland Museum of Art)
Cox schilderde Gray and Gold kort nadat de Verenigde Staten zich aansloten bij de Tweede Wereldoorlog en de afbeelding van amberkleurige golven graan die worden bedreigd door onheilspellende stormwolken heeft waarschijnlijk een symbolische lading. Op de voorgrond van het schilderij zie je een kruispunt van twee onverharde rijstroken en een telefoonpaal met daarop politieke campagneposters. De kunstenaar lijkt te suggereren dat de Amerikaanse democratie zich op een kruispunt bevindt in deze tijd van strijd tegen de verspreiding van het fascisme in Europa en Azië. Interessant genoeg werd het werk geïnspireerd door het landschap rond de woonplaats van Cox, Terre Haute, Indiana, een locatie die de bijnaam “Het kruispunt van Amerika” kreeg vanwege de kruising van belangrijke nationale snelwegen in noord-zuid en oost-west richting binnen de stadsgrenzen. Het museum kocht dit schilderij van een reizende tentoonstelling getiteld “Artists for Victory”, die bestond uit werken van kunstenaars die wilden helpen bij de oorlogsinspanningen. De tentoonstelling opende in het Metropolitan Museum of Art in New York op de eerste verjaardag van het bombardement op Pearl Harbor. (Cleveland Museum of Art)
John Rogers Cox ‘Summer’ 1950
Deze vormgeving kon schuilen bij de Amerikaanse trend ’towards a new objectivity’.
Art historian John I. H. Baur described Cox's work as an exemplar of "hard, immaculate-related realism" in his 1951 study Revolution and Tradition in Modern American Art for the Library of Congress. Michael D. Hall, describing Cox's work in an essay to accompany the Flint Institute of Arts's exhibition in 2003, Great Lakes Muse: American Scene Painting from the Upper Midwest, 1910 - 1960, said "His own signature landscape vistas are imaginary Midwestern places filled with emptiness-visual contradictions suffused with momentous and ominous signs."
American Scene Painting from the Upper Midwest, 1910 - 1960, zei: "Zijn eigen kenmerkende landschapsvergezichten zijn denkbeeldige Midwesterse plaatsen gevuld met leegte - visuele tegenstellingen doordrenkt met gedenkwaardige en onheilspellende tekens."
En dan kun je beter de kunstenaar zelf aan het woord laten:
Good painting offers a mysterious pleasure that one cannot quite put his finger on because the painter, through honesty and hard work, has actually painted his own personality in a familiar subject; and any person’s personality or character or soul, or whatever your word is for it, is something of an enigma.
— John Rogers Cox, 1951
Gathering Storm over farm 1940
Is in onze levenswijze het landschap nog zo nabij dat je het ervaart als een mogelijk verlengde van de levens die wij leiden of lijden? Ik herinner mij de lange wandelingen met mijn grootvader. Net om de hoek van het grote stadskerkhof was je ‘op den buiten’. Weides, akkers en korenvelden. Of ik de blauwe korenbloemen mocht plukken? Nog een beetje verder en dan kun je drie kerktorens zien. Wolken. Of hij met zijn door de oorlog beschadigde ogen nog de wolken kon zien door zijn donkere brilglazen? Hij haalde zijn schouders op en zei dat ik de wolken mocht vertellen. Van het kleinste onnozelste wolkje maakte ik een drijvende bergketen, en de kuddes schapenwolkjes zouden we naar de bleke maansikkel duwen. Je neus in de kelkjes van de haag- of akkerwinde steken en dan inademen. Ik liet me honderd keer beetnemen. Met plezier. Frambozentijd, en helaas kondigde de rijpe bramen het einde van de vakantie aan.
Schuif de dag toe, kind
en steek de sterren aan.
God is de mensen moe.
Tijd om te slapen:
loop rond in je dromen.
en wacht op de morgenster
om diep zuchtend van plezier
het nieuwe licht te proeven.
Gmt
Wheat Field John Rogers Cox
In our way of life, is the landscape still so close that you experience it as a possible extension of the lives we lead or suffer? I remember the long walks with my grandfather. Just around the corner from the big city cemetery you were “on the outside”. Meadows, fields and cornfields. Whether I could pick the blue cornflowers? A little further and then you could see three church towers. Clouds. Whether, with his war-damaged eyes, he could still see the clouds through his dark glasses? He shrugged and said I could tell the clouds. From the smallest silly cloud I would make a floating mountain range, and the flocks of sheep clouds we would push toward the pale crescent moon. Sticking your nose into the calyxes of the hedge or field bindweed and then inhaling. I let myself get bit a hundred times. With pleasure. Raspberry time, and unfortunately ripe blackberries announced the end of the vacation.
Shove on the day, child
And light the stars.
God is tired of people.
Time to sleep
Walk around in your dreams.
And wait for the morning star
To sigh deeply with pleasure
taste the new light.
Gmt
John Rogers Cox (American, 1915–1990), Wheat Field, ca. 1943. Oil on Masonite, 16 × 20 in. The John and Susan Horseman Collection of American Art, St. Louis, Missouri.
De Leie in de ochtend(1905), Valerius de Saedeleer. ’t Gasthuys – Stedelijk Museum Aalst
De nabijheid van een landschap, geschilderd in 1905, een landschap met spiegeling , rust dus. Alsof je de tijd kunt stilzetten met de bedenking dat elke verbeelding vaak zijn deel betaalt aan de droom. Tegelijkertijd de opstap naar de vergelijking om te eindigen met het beeld waarin ’toen’ en ‘nu’ over elkaar worden geschoven. Je kunt dat over elkaar schuiven ook literair beleven. In ‘Theodore the Poet” beschrijft de Amerikaanse dichter Edgar Lee Masters (1868-1950) …
...the poem “talks about a young poet’s fascination with nature and how that later develops into an interest in people’s souls. Mirroring the author’s own poetic dreams, this epigraph charges the poet to tell the heroic story of enduring a difficult, waning life.”
Theodore the Poet
As a boy, Theodore, you sat for long hours
On the shore of the turbid Spoon
With deep-set eye staring at the door of the crawfish’s burrow,
Waiting for him to appear, pushing ahead,
First his waving antennae, like straws of hay,
And soon his body, colored like soap-stone,
Gemmed with eyes of jet.
And you wondered in a trance of thought
What he knew, what he desired, and why he lived at all.
But later your vision watched for men and women
Hiding in burrows of fate amid great cities,
Looking for the souls of them to come out,
So that you could see
How they lived, and for what,
And why they kept crawling so busily
Along the sandy way where water fails
As the summer wanes.
De dichter Theodore
Als jongen, Theodore, zat je lange uren
Aan de oever van de troebele Spoon
Met diepliggende ogen starend naar de deur van het rivierkreeften-hol,
Wachtend tot hij tevoorschijn zou komen,
Eerst zijn wuivende antennes, als strootjes hooi,
En al snel zijn lijf, gekleurd als zeepsteen,
Geglinsterd met ogen van git.
En je vroeg je af in een trance van gedachten
Wat hij wist, wat hij verlangde, en waarom hij überhaupt leefde.
Maar later keek je naar mannen en vrouwen
Verscholen in holen van het lot te midden grote steden,
Op zoek naar hun zielen om buiten te komen,
Zodat je kon zien
Hoe ze leefden, en waarvoor,
En waarom ze zo druk bleven kruipen
Langs de zanderige weg waar water faalt
Als de zomer afneemt.
(voorlopige vertaling met de hulp van Deepl)
Voor wie in de rivierkreeft is geïnteresseerd kijk bij:
En in de meanders van het internet -kiezels en lichtinval, het geschuurde licht- drie onbekende foto’s:
Beach – vintage snapshots Flashbak Beach Noir Robert E. Jackson (?)
Het onderschrift bij de collectie waarvan de foto’s hierboven en -onder een onderdeel waren: A hint of menace and corruption stalks these vintage photos of people on the beach.
Een zweem van dreiging en corruptie hangt rond deze vintage foto's van mensen op het strand.
Beach vintage snapshots 5 kopie
The ever-great Robert E. Jackson once again has opened his superb collection of snapshots and pulled together an album for our entertainment. He calls this gallery of images ‘Beach Noir – The Dark Side Of Summer’. There’s a witty hint of menace, love gone bad and peace in peril in what might be seaside idylls of tranquility and contentment. We wonder what mischief and melancholy lurks in the mind behind the eye behind the camera? The images are stylish and laced with expressionism. Don’t try to understand them; just imagine the stories behind them. (ibidem)
De altijd geweldige Robert E. Jackson heeft zijn prachtige collectie snapshots weer eens opengetrokken en een album voor ons vermaak samengesteld. Hij noemt deze beeldengalerij ‘Beach Noir – The Dark Side Of Summer’. Er is een geestig vleugje dreiging, liefde die verkeerd afliep en vrede in gevaar in wat idylles van rust en tevredenheid aan zee zouden kunnen zijn. Wij vragen ons af wat voor onheil en melancholie er schuilt in het hoofd achter het oog achter de camera? De beelden zijn stijlvol en doorspekt met expressionisme. Probeer ze niet te begrijpen; stel je gewoon de verhalen erachter voor.
Vind je nog een paar schoenen, achteloos verlaten, net voor hij zijn werkkamer binnenstapte, de foto’s dan waarvan de eerste het aas was : een sterk beeld, de vrouw op de achtergrond die zich schoort tegen de wind, het kleine kind op de voorgrond, de enige aanwezige op de verlaten strandvlakte. Beweging van een jongen die door een hoepel springt en net hierboven vrouw in mantel tegenover de zee. Drama’s à volonté. Even de andere kant opkijken, ook een reeks snapshots en een intense nabijheid. Yo-Yo Ma, Bachs cello suite nr 1. Iets meer dan drie minuten.
Find another pair of shoes, carelessly abandoned, just before he entered his study, the photographs then of which the first was the bait : a strong image, the woman in the background bracing herself against the wind, the small child in the foreground, the only presence on the deserted beach plain. Movement of a boy jumping through a hoop and just above woman in cloak facing the sea. Dramas à volonté. Looking the other way for a moment, also a series of snapshots and intense closeness. Yo-Yo Ma, Bach's cello suite No 1. Just over three minutes.
Robert E. Jackson
Owns over 15,000 snapshots. The collection was featured in the 2007 exhibition at the National Gallery in D.C.: "The Art of the American Snapshot."
Tussen wat wij zouden weten en wat wij dwingend willen,
-borgtocht voor het exclusieve, chantage à l’ amour-
tussen verscheuren en elkanders honger stillen,
-lenigheid of telkens weer een heksentoer-
tussen schone schijn en wat de ziel laat trillen,
-de jungle in of eindeloos, ’t bekend parcours-
tussen weerloosheid en fraai verpakte grillen,
-de prinsenstoet en ik de schoppenboer-
tussen woordenvloed en het beklemmend stille
-het blijven botsen op de koude vloer-
gebroken glazen in een kast vol roze brillen.
(uit 'Gevallen Woorden')
Gmt
Spreek de wereld uit en verbeeld haar waar zichtbaarheid vervormd of opgeblazen was. Elk beeld heeft zijn zusjes en broertjes nodig, of ook zijn/haar (be)kijker die het zacht zijlicht over harde herinneringen duldt of fluitend de gekheid onderlijnt: er is een overschot aan plaats, er is altijd weer dat andere waar de zee ook na vijftig jaar gelukkig onder je vermoeide voeten het strand verzacht. Nabijheid neemt haar tijd.
Speak out and depict the world where visibility was distorted or inflated. Every image needs its sisters and brothers, or also its (be)viewer who tolerates the soft sidelight over hard memories or whistles underlining the madness: there is a surplus of place, there is always that other where the sea softens the beach happily under your tired feet even after fifty years. Proximity takes its time.
Vandaag stuur ik je een van zijn prachtige landschappen, in feite de verbeelding van een spreekwoord dat schilder Domenichino aan de lijve ondervonden heeft: wie de rivier is overgestoken, weet hoe diep het water is.
Domenichino, de bijnaam van Zampieri, betekende niet de “dominicaan”, maar wel “het Dominiekje”, want waarschijnlijk hoorde hij bij “short people”. Domenichino dus, officieel Domenico Zampieri.
Zijn vader was een arme schoenlapper en deed de jongen in de leer bij Denys Calvaert in Bologna. Zoals de naam het al laat vermoeden, deze schilder was een rasechte Antwerpenaar die om een of andere reden naar Bologna was gereisd en daar als Dionisio Fiammingo zijn hele leven zou verblijven. Hij was voor de schuchtere en trage jongen veel te streng zodat hij weldra naar de academie van de Caracci’ s verhuisde. om er bij Ludovico Carracci verder te studeren.
Domenichino – St. Cecilia met Koor oil on canvas
Er waren geen twee, maar drie Caracci’ s. Agostino, Annibale en Ludovico. Deze laatste was de neef van de twee broers Agostino en Annibale. Als Dominicino in 1602 naar Rome verhuist, wordt hij de favoriete leerling en protegé van Annibale Caracci met wie hij de beroemde Farnese Galerij decoreert.
“Domenichino was de belangrijkste exponent van de meer ingetogen, klassieke tendens in de Italiaanse schilderkunst van de eerste helft van de zeventiende eeuw, gekenmerkt door geordende, gemakkelijk leesbare composities en duidelijk gearticuleerde gebaren en uitdrukkingen. Zijn werkwijze was nauwgezet, met composities die zorgvuldig werden gepland in voorbereidende tekeningen en studies, waarvan de meeste bewaard worden in de Koninklijke Bibliotheek in Windsor Castle. Tot zijn belangrijkste opdrachten behoorden de fresco’s in de kerk van Sant’Andrea della Valle in Rome, twee enorme altaarstukken voor kerken in zijn geboortestad Bologna en de zeer prestigieuze opdracht voor fresco’s en altaarstukken in de Cappella di San Gennaro in de kathedraal van Napels. In navolging van Carracci leverde hij een fundamentele bijdrage aan de ontwikkeling van de landschapsschilderkunst in Italië.” (Nat. Galleries of Scotland)
The Adoration of the Shepherds, c. 1607–1610, oil on canvas, 143 x 115 cm, National Gallery of Scotland Kijk naar de grappige details.
Toch nog eens goed kijken. Achteraan een vlijtige Jozef die de ezel gaat voederen, en iets meer nog naar rechts een herder met een stok die aan een gebuur buiten beeld de plaats van het gebeuren aanwijst. Onder hem, geknield, houdt een oudere man zijn rechterhand voor zijn ogen om ze tegen de hemelse glans te beschermen en de drieling engelen buigt zich minzaam geknield over de kribbe. In het centrum het wakkere kind en Maria die het stro wil drooghouden voor het te laat is. (of was ze net te laat en is Jozef met vers hooi op weg naar het centrum? )
Vooraan een mooi trio, de krullenman twijfelend of hij zich moet of mag draaien, uitgenodigd door een krullenkind dat een duifje vasthoudt en een kindje dat hij omklemt terwijl het op een steen knielt met zijn linkerbeentje. Aan de rand een armoedig geklede staande doedelzakspeler die zich duidelijk, zie bolle kaken, niet inhoudt. Helemaal boven discussiëren drie engeltjes over hoe ze hun banderol met opschrift gaan houden. Oei, bijna de hond vergeten die beneden de kribbe ligt en naar het vreemde gedrag van zijn baasjes kijkt.
St Cecilia before the Judge 1612-15 Fresco Cappella Polet, San Luigi dei Francesi, Rome
In de Caracci-academie, een erg nieuw verschijnsel, leerde men vooral naar levend model schilderen. Veel aandacht dus voor het ambacht. Annibale Caracci zag de bijzondere talenten van Zampieri en hij moedigde hem aan om zich verder te bekwamen, en Corregio te bestuderen in Parma en Modena. Zo kwam onze trage jongen in Rome terecht waar hij in dienst trad van kardinaal Agucchi, een bekende uit Bologna overigens. Leuk detail: deze kardinaal die in Sint Petrus banden begraven is, was enkele jaren (1592-1595) speciale Vaticaanse gezant in de Zuid Nederlandse gewesten. Zampieri assisteerde Anibale bij de fresco’ s in het kardinaal Farnese paleis. Deze Farnese werd zo’n bewonderaar van Dominichino dat hij hem opdrachten gaf om de Basilian San Nilo abdij in Grottaferrata te decoreren zo’n twintig kilometer buiten Rome waarvan Odoardo Farnese de titulaire abt was.
Virgin with Unicorn, fresco (1604-05) by Italian painter Domenico Zampieri, called Il Domenichino (1581-1641) in the Galleria Farnese in the Piano Nobile.
Villa Farnese in Caprarola Met nogal wat gewelven en muren om te decoreren!
Na de dood van Annibale Carracci in 1609 waren de leerlingen die Annibale’s Romeinse stijl hadden gevolgd, waaronder Domenichino en Francesco Albani, niet zo succesvol als Guido Reni in het verkrijgen van de meest prestigieuze opdrachten. Zoals Donald Posner stelde in zijn invloedrijke proefschrift, The Roman Style of Annibale Carracci and His School:
'De Bolognese biograaf Malvasia stelt op zijn beurt dat 'alleen Guido [Reni] werd voorgetrokken boven alle anderen, Guido alleen werd geprezen en goed behandeld, terwijl [Domenichino] daarentegen ofwel niet werd erkend ofwel voortdurend werd gekleineerd in de honoraria die hij kreeg, zodat hij zonder opdrachten kwam te zitten en werd afgewezen. Daarom was hij gedwongen om te gaan bedelen om werk, met veel moeite, via tussenpersonen, en tegen elke prijs... hetzelfde was het geval geweest met de 'Geseling van de Heilige Andreas', die geschilderd werd voor honderdvijftig scudi, terwijl voor de Aanbidding van het Kruis op de tegenoverliggende muur vierhonderd scudi naar Guido waren gegaan.' (Wiki GB)
Last Communion of St. Jerome, 1614, Pinacoteca Vaticana Domenichino –
Enkele van Domenichino’s meesterwerken, zijn fresco’s van Scènes uit het leven van de Heilige Cecilia in de Poletkapel van San Luigi dei Francesi. Ze werden in 1612 besteld en in 1615 voltooid. Tegelijkertijd schilderde hij zijn eerste en meest gevierde altaarstuk, De Laatste Communie van Hiëronymus voor de kerk van San Girolamo della Carità (gesigneerd en gedateerd, 1614). Het zou later worden beoordeeld als vergelijkbaar met Rafaëls grote Transfiguratie en zelfs als “het beste schilderij ter wereld”. (zie hierboven) Napoleon nam het mee naar Parijs maar de toenmalige ”geallieerden’ zorgden ervoor dat het terug naar Rome verhuisde.
In 1620 beschuldigde schilder Giovanni Lanfranco Domenichino ervan ideeën te hebben gestolen van Agostino Carracci’s schilderij met hetzelfde onderwerp. Op het moment van deze beschuldiging streden zowel Domenichino als Giovanni Lanfranco om een opdracht in S. Andrea delle Valle. Giovanni Pietro Bellori en Nicolas Poussin hielpen beiden Domenichino te verdedigen tegen deze beschuldiging.
Saint Cecilia Playing the Viol, 1618
Als hij in 1630 in Napels een grote opdracht aanneemt, breekt de roddel en tegenstand weer los. Sommigen beweren dat hij vergiftigd zou zijn, een soort ongevraagde palliatieve hulp die toentertijd erg in was.
Domenichino keerde in 1621 terug naar Rome na de verkiezing van paus Gregorius XV en kreeg een aantal opdrachten voor altaarstukken en frescocyclussen in de stad. Dat gebeurde in een felle rivaliteit met Giovanni Lanfranco (1582-1647) die schilderde in Sant'Andrea della Valle, San Silvestro al Quirinale en San Carlo ai Catinari. Ondanks zijn grote succes in Rome, in 1631, waagde Domenichino zich in de laatste fase van zijn leven aan een opdracht in Napels; hij besloot de prestigieuze en zeer lucratieve opdracht aan te nemen voor de decoratie van de Cappella del Tesoro di San Gennaro in de kathedraal van Napels. Maar...Domenichino stierf in 1641 in Napels onder onduidelijke omstandigheden - mogelijk door toedoen van een groep kunstenaars die bekend stond als de Cabal en verbonden was met Giovanni Lanfranco.
De heilige Johannes de Evangelist 1624-1629Domenichino – St. Cecilia with a Choir oil on canvas
Tussen mythe en religie vond ik in het depot van Museum Boijmans van Beuningen een mooie tekening van Domenichino, een landschap met twee jongens op de voorgrond. We kijken in de diepte van een landschap van bomen, met onderaan een liggend en een zittend jongetje, hun houdingen bijzonder gedetailleerd en natuurlijk. Een heel andere wereld dan wat heiligen en goden kan overkomen. Kijk maar. Het werk van een uitstekende observator.
Het boek "Redefining Eclectism in Early Modern Bolognese painting", richt zich op de unieke aard van de vroegmoderne Bolognese schilderkunst die tot uitdrukking kwam in stilistische diversiteit. De bloei van verschillende stilistische benaderingen in de maniëristische schilderijen van de vorige generatie evolueerde aan het begin van de zeventiende eeuw in het werk van de Bolognese schilders tot een benadering die het best omschreven kan worden als eclecticisme, gekenmerkt door de combinatie van twee of meer stijlen in één enkel kunstwerk. Eclecticisme was een belangrijke innovatie en een belangrijke bijdrage aan de kunstgeschiedenis. Maar het werd toen ook een kritische term die veel negatieve pers te verduren kreeg. (Ook later in de kunstgeschiedenis.)
(Daniël M. Unger Redefining Eclectism in Early Modern Bolognese painting)
Allegory of Agriculture, Astronomy and Architecture Oil on canvas Galleria Sabauda, Turin –
De zogenoemde Bolognese school was een stroming die aan het einde van de zestiende eeuw in Bologna, Italië ontstond. Grondleggers waren de broers Annibale en Agostino en hun neef Lodovico Carracci, die in 1582 een schilderacademie oprichtten. Als reactie op de gecompliceerde maniëristische vormentaal van hun tijdgenoten, streefden zij in hun werken juist naar een heldere beeldtaal. Hun schilderijen kenmerken zich door overzichtelijke, klassiek-evenwichtige composities. Hun stijl was enorm invloedrijk en de Bolognese school was tot ver in de achttiende eeuw een begrip in kunst. (Museum Boijmans van Beuningen)
Madonna and Child with St Petronius and St John the Evangelist 1629 Oil on canvas, 430 x 278 cm Galleria Nazionale d’Arte Antica, Rome
Commissioned during the Holy Year of 1625 for Santi Giovanni e Petronio dei Bolognesi, the church of the Bolognese community in Rome, the large altarpiece was not delivered by the painter until 1629. Criticized by contemporaries for its reliance on fifteenth century structure and composition, the painting received glowing reviews from the eighteenth century neoclassicists Mengs and Canova. In 1812, during the Napoleonic upheavals, it was removed by the French to the Brera: it remained there until 1953 when it was returned to Rome.
Het is een meesterwerk van Domenichino’s rijpheid en werd uitgevoerd in de jaren dat de grote traditie van de Bolognese schilderkunst moest wijken voor de opmars van de nieuwe en uiterst levendige barokstijl. Om het primaat van het classicisme tegenover deze aanval te bevestigen, koos Domenichino bewust voor een compositieschema dat de banden met renaissancemotieven zou vernieuwen. Hoewel deze motieven in de tweede helft van de zestiende eeuw in onbruik waren geraakt, bleven ze voor Domenichino niets minder dan de basisprincipes van de schilderkunst. Beïnvloed door de voorbeelden van de Venetiaanse school, benadrukt de kunstenaar met kracht opnieuw de centrale rol van de Madonna met kind in het schilderij. Hij citeert zelfs letterlijk de vorm van Michelangelo’s Brugse Madonna. Door een formidabele synthese tot stand te brengen tussen zijn verschillende renaissancemodellen, presenteerde de kunstenaar een uitzonderlijk manifest van de klassieke schilderkunst in de jaren waarin deze stijl in Rome zo sterk werd geconfronteerd met nieuwe barokke trends. (Web Gallery of Art) (Kijk ook naar de grappige engeltjes met mijter onderaan )
Mary Magdalene Taken up to Heaven c. 1620 Oil on canvas, 129 x 110 cm The Hermitage, St. Petersburg
Er zijn studies, boeken, lofzangen, filmen gemaakt rond de figuur van de ‘zondares’ Maria Magdalena, de vrouw die Jezus liefhad. Hier wordt ze met een mooie escorte eindelijk naar hemelse gebieden overgebracht. Let op, haar riempjes voor zelfkastijding worden door een begeleidende engel meegedragen, maar ook haar boetejasje en een vaatje met olie waarmee ze Jezus zalfde. Liefelijk ondersteund en gestuwd zal ze weldra de hemelse zaligheid voor eeuwig en altijd verwerven en ons, achtergebleven zondaars moed en hoop geven. Maar voor de achterblijvers schilderde hij prachtige landschappen waarin het goed verblijven is.
River Landscape with a Boatman and Fishermen c. 1605 Oil on canvas, 58 x 75 cm
Domenichino was perhaps the most sophisticated painter of the seventeenth century, so much so, in fact, that at times his work can seem rarefied. He also played an important cultural role with regard to the theory of art. He studied under the Carracci cousins, first in Bologna and then in Rome (where at the beginning of the century he assisted Annibale who was then working in the Farnese Gallery and on the large lunettes in Palazzo Doria Pamphilj).
Domenichino was completely bowled over by the simple, classical, and elegant beauty of Raphael's art, having a deep admiration for all the great masters of the early sixteenth century. His career was mainly spent trying to revive that wonderful era of the High Renaissance, but he did this with a completely up-to-date critical and intellectual approach.
(Web Gallery of Art)
Koepel van de St Andrea-dell-valle basiliek in Rome gedecoreerd door Domenichino
Luke the Evangelist 1622-28 Fresco Sant’Andrea della Valle, Rome
Toch nog een extra, deze ‘mooie’ verdrijving uit het paradijs na de zondeval. Het geheel doet nog paradijselijk aan, de leeuw slaapt -volgens sommigen kijkt hij al verwilderd- bij het lam onderaan, het landschap is een werkelijk aards paradijs. Achter het eerste mensenpaar een vijgenboom die dienst doet als de boom van goed en kwaad. Maar volg de schuine lijn die vanuit de engelen rechts bovenaan vertrekt: de ene engel wijst een schuldige aan, de andere zegt, stil, of wil hij even nadenken, vinger in de mond? Dan, in zijn brede mantel gehuld de Schepper met wereldbol aangevuld met talrijke engeltjes. Gods vinger laat niets aan duidelijk over: “Go!” Nog ietsje lager van de lijn: Adam en Eva. Beduusd. Hij, typisch mannelijk wijst naar Eva, ja, sorry maar zij…enz. Zij reageert nauwelijks, ze kijkt tamelijk onschuldig. Ze probeert naar iets te wijzen. Helemaal onderaan zie je nog net ‘de slang’ wegschuiven. (Het kleine engeltje onder Gods straffende vinger kijkt hem aan met een blik, moet dat nu?)
In een vroegere versie zie je Eva meer aan de zijkant, opverend terwijl zij duidelijker naar de slang wijst. Ook Gods vinger is niet meer zo streng. En de vijgenboom is veranderd in een fruitboom. Ook het landschap heeft een andere v orm en tint gekregen. Vergelijk maar. (zie helemaal onderaan)
Domenicino De verdrijving van Adam en Eva 1623-1625 National Gallery of Art
.
The Rebuke of Adam and Eve perfectly illustrates Domenichino’s classical style at the peak of his career. In a clear narrative sequence, God the Father, borne by cherubim and angels, descends to rebuke Adam, who blames Eve, who in turn points to the serpent as the cause of their fall from grace. Animals still roam freely in their earthly paradise, but the lion at the right is already metamorphosing from a friendly feline to an aggressive beast. The group of God and the angels is derived directly from Michelangelo’s Creation of Adam (Sistine Chapel, ceiling) and should be read as a homage by the seventeenth-century painter to his great predecessor. But Domenichino’s treatment of the narrative has an archaic, almost medieval feel, and indeed this subject is unusual in seventeenth-century painting. He may have looked back to the famous late thirteenth-century frescoes by Pietro Cavallini in San Paolo fuori le Mura as a source. Following Italian tradition, Domenichino shows the Tree of Knowledge as a fig tree, rather than the apple tree which was more usual in northern European art. The existence of a full-size preparatory drawing in the Louvre is evidence of the particular care Domenichino devoted to this composition.
(Text by Philip Conisbee, published in the National Gallery of Art exhibition catalogue, Art for the Nation, 2000)
Adam and Eve“ by Domenichino in the Musée des Beaux-Arts de Grenoble
Bij de dood van Federico Bahamontes herneem ik graag deze aflevering uit 2020, de adelaar van Toledo gewijd.
De bijna lijfelijk-voelbare veranderingen wanneer je vanuit het heideweggetje het dennenbos inloopt. Niet te vlug stilstaan, -je moet diep genoeg tussen de lage zwiepende takken- (bukken en rugwaarts eventjes achteruit en dan frontaal verder.) liefst met het hoofd naar beneden zodat je de dikke laag gebruinde naalden onder je voeten ziet, hoort kraken en voelt veren en je -ver genoeg- even je ogen sluit en de vochtigheid van de voorbije morgen, met ondertonen van hars en nat hout kunt ruiken en dan -in het schemerdonker- op je rug gaat liggen, en in die houding traag je ogen opent.
Dat was de grote bomenwieg. Gebogen om naar jou te kijken, dacht je als jongetje (handig de rollen van observator doorgeschoven naar de wiegende dennenkruinen, ja.) ‘Wat ligt daar?’ ‘Een van het paard getuimelde ridder, heren en dames Dennenboom, maar hij zal zich wreken!’
Denk nu niet dat hij als een vroegrijp overgevoelig zwalpend jongetje het spreekwoordelijke bos invluchtte. De bende volgde. ‘Wie vond de beste geheime plaats waar de schat kon verborgen worden?’
Maar de jonge ridder keerde later terug naar de plaats waar hij in de bomenwieg had gelegen. De ontroering die hij voor de collegae-ridders en dito jonkvrouwen had verborgen kon nu vleugels uit de hoge luchten laten vallen en wie steeg zo dadelijk tot hoog boven het Kempisch bos en verwonderde zich over de kromming van de aarde onder hem? Wie zou er naar Herentals kunnen vliegen, eventjes bij Nonkel Jos aan het raam tikken en nog voor het donker weer landen in de boomgaard achter de villa?
De schat, twee grote chromo’s uit de serie wielerhelden van Dr. Mann waarop Fred de Bruyne en Stan Ockers en een gekreukte kleinere met Federico Bahamontes, de adelaar van Toledo, als toegift.
Bobet won de tour van 1954, Fred De Bruyne de 8ste, 13de en 22ste etappe, Stan Ockers de elfde. Federico Bahamontes won het bergklassement. Hij was een bangerik in het dalen, vertelde nonkel Lowie. Hij liet zich na een solo op de top inlopen om met het peloton aan een steile afdaling te beginnen, net zoals de jonge ridder telkens hij van de Galgenberg kwam gereden en tot aan de Holleweg duizend angsten uitstond. ‘Bahamontes,’ zei hij als hij zijn fiets in de schuur zette, Federico, we zullen samen nooit meer bang zijn. ‘ Met wie hij aan het praten was wilde zijn moeder weten. ‘Met mezelf, ma.’ En of hij het eens was met zichzelf? Hij knikte, glimlachte en wuifde naar Bahamontes die graag ’s nachts een ritje maakte, goed tegen de schrik had hij gefluisterd, net voor ze afscheid namen.
In zijn bed keek hij naar de zoldering: doorzichtig werd ze in het donker. Hij zag de bomen die hoog boven hem wiegden. Hij hoorde ze zingen en sliep dadelijk en diep. De vleugels aan een haakje boven zijn bed. De maand augustus 1954.
Fragment uit 'De Vleugeljaren', geschriften en beelden waarin de vleugels uitslaan belangrijker is dan het bereiken van een doel. (Nog volop in voorbereiding.)
Hij is dan 28 en zij, Gerda Wessel, zijn echtgenote, 33. De kleine Erik zal 1 jaar zijn. Zij verblijven niet toevallig in Madrid, hun geboortegrond moet je in Zweden zoeken. Hij, Arvid Fougstedt, kan tekenen. Wie kan tekenen weet wat ‘observeren’ is. Het is 1916. Van de Grote Oorlog is hier niet veel te merken. Uit een bio:
“In 1916 ging hij naar Madrid waar hij de opdracht kreeg om Memlings altaar- triptiek in het Prado Museum te kopiëren, wat zeker de ontwikkeling van zijn stijl beïnvloedde. Toen hij in 1917 naar Zweden terugkeerde, had zijn stijl zijn synthese bereikt van het Franse Empire, het Franse Kubisme, de Duitse Renaissance en de Nederlandse Jonge Renaissance. Een tijdlang was hij striptekenaar geweest voor het humoristische tijdschrift Puck. In Parijs studeerde hij aan de Académie Colarossi met Christian Krogh als leraar en volgde school bij Henri Matisse. Tijdens zijn verblijf in Parijs werd hij beïnvloed door de schilderijen van Jacques-Louis David, die in veel opzichten zijn artistieke stijl bevorderden.” (Zijn tekenstijl herinnert mij aan Ingres)
The New Objectivity (Neue Sachlichkeit) emerged as a style in Germany in the 1920s as a challenge to Expressionism. As its name suggests, it offered a return to unsentimental reality and a focus on the objective world, as opposed to the more abstract, romantic, or idealistic tendencies of Expressionism. The style is most often associated with portraiture, and its leading practitioners included Max Beckmann, Otto Dix, and George Grosz.
(Panter & Hall)
Kleine pasgeboren Erik 1915 Schets
Vader van Arvid op sterfbed 1930
De uitersten bij elkaar gebracht: het kind, de vader. Twee schetsen die ik in het Moderna Museet in Stockholm kon vinden. Net daarvoor heeft hij ook de andere belangrijke bron in zijn leven getekend, 15 juli 1928-9 (?) Gerda Wessel aan het strand.
Gerda på stranden, Arild
Laten we niet te veel theoretiseren, maar met dit nog herfstige augustus-weer door het ‘Moderna Museet’ in Stockholm lopen en bekijken wat ‘not on display’ is maar wel in hun rijk archief beschikbaar. Hier is Erik intussen tien jaar, “med mössa och krage” (met muts en kraag) en poseert hij voor het uitzicht, de bekende torens als indicatie.
Erik med mössa och krage Arvid Fougstedt 1925
Twee jaar daarvoor was het joch hoorbaar actief, getuige de mooie tekening ‘Erik blåser trumpet‘ en tien jaar verder schetsend in Parijs.
Photo: Peter Grimmer/Moderna MuseetErik tecknar i Paris 1933
Kunst aan de man/vrouw brengen was het werk van ene Adolphe Basler, hier te zien, in 1928 vereeuwigd.
Konsthandlare Adolphhe Basler 1928
Erik bewondert ook het voorbijgaand moois in Parijs.
Erik på Parisgata
De collega’s begin jaren twintig: Picasso (met pet), Max Jacob, Vollard, Ortiz (1919)
Vijf kunstenaars uit de nabijheid: Leander Engström, Einar Jolin, Otte Sköld, Nils von Dardel, Isaac Grünewald
Mooi dat Zweeds: Gossporträt (konstnärens son) in 1930 (bijna 15)
Ook ‘de grote kinderen’ Picasso (met pet) en Modigliani in 1916
Picasso och Modigliani
Om er vaak terug te komen dit ‘Landskap‘ uit 1916. In de stilte van de verre dagen.
In elk sprookje mag een kroonprins niet ontbreken. Gustaf Adolf 1942
Kronprins Gustaf Adolf
Op de blauwe bank zit Gerda en kijkt de schilder recht in de mooie ogen.
Gerda på blå soffan
Op de groene sofa Leander Engström met zonen.
Leander Engström med sönerna
Tenslotte de artiest, een zelfportret met aquareldoos. (1942)
Självporträtt med vattenfärglåda 1942
En met hem de vijfjarige Erik, in 1920. Hij zou net als zijn vader kunstenaar worden.
Erik oil on canvas
Een late getuigenis
Toen zijn enige zoon Erik naar het buitenland verhuisde, begon de Academie- professor Arvid Fougstedt (1888-1949) met het schrijven van een ‘biografie van Erik’s jeugd’ in de vorm van brieven. De brieven waren lang en rijk geïllustreerd met aquarellen. Als vertegenwoordiger van de ‘nieuwe objectiviteit’ stond Fougstedt bekend om zijn strakke foto- en Renaissance-geïnspireerde olieverfschilderijen; in aquarel was hij een spontane verteller. Maar aan wie vertelde hij in dit verlate “kinderboek voor een volwassen zoon”? Aan Erik – of aan zichzelf?
Erik och Paul 1926
Een mooi en merkwaardig portret als extra!
Portret van Mauritz Stiller, acteur, regisseur en scenarioschrijver.
Mauritz Stiller was een Zweedse acteur, regisseur en scenarioschrijver. Samen met Victor Sjöström was hij de belangrijkste acteur in Zweedse stomme films. Samen met Sjöström richtte Stiller in 1922 de filmproductiemaatschappij AB Svensk Filminspelning op. Tot Stillers bekendste films behoren ‘Thomas Graal’s Best Film’ (1917), ‘Mr Arne’s Money‘ (1919) en ‘Gösta Berling’s Saga’ (1924). Mauritz Stiller heeft ook Greta Garbo ontdekt, bij wie het huidige portret in haar appartement in New York hing tot Garbo’s dood in 1990. Stiller werd over Garbo getipt door zijn vriend Gustaf Molander die toen hoofd was van de Dramatische School en hij gaf haar een rol in zijn film “Gösta Berling’s Saga” die haar doorbraak betekende in Zweden. Stiller was ook degene die Garbo meenam naar de Verenigde Staten en de filmmaatschappij Metro-Goldwyn-Mayer (MGM) waar ze in 1925 meteen werd aangenomen. Stiller en Garbo zouden een romance hebben gehad. Hij stierf helaas op 45-jarige leeftijd in 1928.
En nog een leuk detail, kijk naar dit portretje van zijn zoontje Erik met zijn moeder Gerda. Gemaakt in…1925! Inderdaad met hoofdtelefoon, de manier in die dagen om naar ‘de radio’ te luisteren. Bijna honderd jaar geleden.
AF, Gerda och Erik lyssnar på radio, 1925
Kijk naar een (onvolledige) collectie van zijn werk:
Zijn familie bleef levenslang een bron van inspiratie, de dagelijkse omgeving.
De stad op de achtergrond, Gerda en Erik die elkaar aankijken, een glaasje met twee rozen op tafel. Een variatie op hetzelfde thema in de setting van dezelfde personages aan de deur. Buiten is het zomer. Een bewolkte dag.
Arvid Fougstedt ‘Gerda och Erik vid fönstret, 1928 Göteborgs Kunstmuseum
En klik je hier op ‘Erik blåser trumpet‘ dan ben in het ‘Moderna Museet’ in Stockholm en door naar beneden te scrollen is de collectie aldaar te bekijken.
Het mag nog even regenen. Bekijk zeker werk van Erik Wessel-Fougstedt zoals dit mooie beeld uit 1947.
Erik Wessel-Fougstedt (1915-1990) Binnenzicht met lezend meisje