John Alinder photographer and jack of all trades

John Alinder med kamera i trädgården, Sävasta, Altuna socken, Uppland.

John Alinder, zoon van een boer, werd in 1878 geboren in het dorp Sävasta, Altuna parochie, in Uppland, een provincie in oostelijk Midden-Zweden. Alinder bleef zijn hele leven in het dorp wonen. Hij koos ervoor om de boerderij van zijn ouders niet over te nemen en werd in plaats daarvan autodidact fotograaf en manusje van alles. Hij was een muziekliefhebber en houder van het Zweedse agentschap voor het Britse platenlabel en grammofoonmerk His Master’s Voice. Een tijdlang runde hij een countrywinkel vanuit zijn huis en hij had zelfs korte tijd een illegale bar. Van de jaren 1910 tot de jaren 1930 portretteerde hij de lokale bevolking, het landschap om hen heen en hun manier van leven. Hij fotografeerde hen vaak in hun huizen en tuinen, met behulp van de technologie van die tijd, glasplaten. Deze ontwikkelde hij in een kleine donkere kamer die hij had gebouwd en vervolgens maakte hij de afdrukken in het zonlicht.

Grammofoonconcert op de boerderij van de Alinders in Sävasta, Altuna parochie, Uppland, 1922. Op de tafel een His Masters Voice grammofoon. Foto: John Alinder.
John Alinder (22 December 1878, Sävasta, Altuna parish - 12 August 1957, Sävasta, Altuna parish), Swedish photographer. The son of a farmer, he was born in a village in Uppland, a province in eastern central Sweden; he remained in the village all his life. But he chose not to take over his parents’ farm and instead became a self-taught photographer and something of a jack of all trades. He was also a great lover of music, and held the Swedish agency for the British record label and gramophone maker "His Master’s Voice." For some time he ran a country shop from his home, and he apparently even operated a bar for a while. Beginning about 1910 and continuing two decades, he photographed the local people, his neighbors and friends, the surrounding landscape, and their way of life. He portrayed them informally, using the technology available of the time - glass plates - which he then developed in a small darkroom he had built.
IJzerhandelaar Eugéne Enwall geflankeerd door zijn collega’s Erik Eriksson “Järn-Erik”, Teodor Nyström en Arvid Dahl – in de ijzerfabriek in de stationsgemeenschap Fjärdhundra, Uppland, waarschijnlijk in 1913. Foto: John Alinder.

Alinder was als fotograaf volledig autodidact. Het is niet duidelijk wanneer hij begon met fotograferen, maar rond 1910 lijkt het bedrijf echt van start te zijn gegaan. Het Uppland Museum heeft 8.421 glasplaten naar hem vernoemd, de meeste uit de jaren 1910 en 1920, met een paar uit de jaren 1930. Hij werkte voornamelijk in de parochie Altuna, maar ook in de naburige parochies Simtuna, Frösthult, Torstuna, Österunda en Härnevi. De fotografie werd uitgevoerd onder eenvoudige vormen. Hij had een kleine donkere kamer in zijn huis, terwijl het kopiëren buiten gebeurde. Alinder gebruikte nooit decors of andere decoraties. Hij gebruikte een camera met grootformaat negatieven. Na het belichten en ontwikkelen van de glasnegatieven, plaatste hij ze in direct contact met een speciaal fotopapier in een frame onder glas en belichtte ze met zonlicht. Na fixeren, spoelen en drogen waren de beelden klaar. (Uplandsmuseet)

Mobergs barn Fjärdhundra”, Simtuna socken, Uppland 1918. Foto: John Alinder.

Het behoud van de glasplaten van Alinder is te danken aan Axel Ekholm. Hij was hoofd cultuur in de toenmalige gemeente Fjärdhundra in de jaren 1950 en 1960. De collectie werd bewaard in de kelder van de bibliotheek. Eind jaren 1980, toen het Uppland Museum een vraag kreeg over een van de foto’s uit de collectie, realiseerde Iréne Flygare, toenmalig hoofd onderzoek van het museum, zich wat een culturele schat het eigenlijk was. Sinds de collectie bij het museum is gekomen, is er een enorme hoeveelheid werk verricht om de afbeeldingen beschikbaar te maken voor het publiek. Glasplaten zijn schoongemaakt, gedigitaliseerd en gescand en de mensen op de foto’s zijn geïdentificeerd. Sommige informatie over mensen en plaatsen en soms Alinder’s eigen titels zijn terug te vinden in zijn eigen registerboeken. (Upplandsmuseet)

https://www.upplandsmuseet.se/digitalaupplevelser/samlingsbloggen/2021/john-alinder-tar-klivet-ut-i-varlden/

Birger och Erik Johanson står i det gröna. Birger en Erik staan in het groen. Foto: John Alinder

bezoek ook:

https://www.all-about-photo.com/photo-articles/photo-article/1072/john-alinder-portraits-1910-32

Wij waren net als jullie
in levende lijve, maar
in de tijd van toen.
Het licht
wist ons op glas
te beschrijven,
meer was niet van doen
om ook nu
in jouw gezelschap
te verblijven.
Ljung’s daughter standing by herself on a chair, Torstunaby, Torstuna parish, 1920
De fotograaf gepakt en gezakt 1921

Is nu ‘fotografie’ in handbereik van vrijwel iedere + tienjarige, de functie van het fotografisch beeld verloor zijn oorspronkelijke opdracht in het bijna dagelijks gebruik waardoor het conserverende van levensfases en leefomstandigheden veranderde in het memoriseren van de banaliteit die net zo vlug weer uitgewist als vastgelegd wordt. Nog voor een beeld aan de geschiedenis van de maker kan deelnemen is het uitgewist of in eindeloze databanken verloren gelegd. Nooit is het persoonlijke zo weinig gedocumenteerd als heden ten dage. In die zin is een collectie als deze en de aandacht voor haar historische waarde zo belangrijk om over onze eigen fotografische (en filmische) mogelijkheden als cultuurbijdrage na te denken. Het eigen curriculum zou al in de lagere school allerlei speelse fotografische en filmische expressiemogelijkheden kunnen krijgen, de opbouw van een journaal of levensverhaal kunnen aanvullen zodat het geheel van de menselijke geschiedenis via de kleine alledaagse geschiedenis van onszelf beter begrepen en gehanteerd kan worden. Een vrome wens.

Uit vorige bijdrages willen we alvast deze twee afleveringen opnieuw belichten waarin fotografie in dezelfde vorm en functie werd ervaren:

“Ernfrid Rung en Teresa’s jongen in de boom in Ullråker”. Locatie: Ulleråker, parochie Simtuna. Jaar 1918.

Een landschap worden: Cecilia Parades

Cecilia Parades ‘Lilly’

Peruvian artist Cecilia Paredes is the subject of her own richly patterned photographs, yet her figure is often difficult to locate at first. For each portrait she hangs boldly printed fabrics as the backdrop, which she then matches either with her painted skin, custom clothing, or both. Her torso, arms, and face fade into the background, as the curvature of her body and brown hair become some of the only indicators of her presence.

“I wrap, cover, or paint my body with the same pattern of the material and re-present myself as part of that landscape. Through this act, I am working on the theme of building my own identification with the entourage or part of the world where I live or where I feel I can call home. My bio has been described as nomadic so maybe this is also a need of addressing the process of constant relocation.”  (Colossal 2018  Kate Sierzputowski)
Both Worlds” (2009), all images provided by Cecilia Paredes

Een deel van wat ons menselijk maakt is ons vermogen om verder te kijken dan de smalle deur waardoor we de wereld binnenkomen – om voorbij de cultuur van onze geboorte te groeien door andere culturen, andere levenspatronen te herkennen. Toch is onze geboortecultuur ons altijd ingeprent; het mysterie van identiteit is nooit volledig opgelost. We komen altijd uit een tijd en plaats waarnaar we nooit kunnen terugkeren.

-Cecilia Paredes

In the great of your wings 2021
 Ik ben een landschap,
 laten wij een landschap van mij maken,
 laten we in een auto aan komen rijden en uitstappen,
 laten we door een hek naar mij kijken.
 
 Een van ons moet zeggen:
 misschien is er wel een schat in dit landschap,
 laten we gaan graven,
 laten we goud vinden.
 
 We klimmen over het hek heen.
 We graven.
 We graven verbeten.
 We vinden goud.
 Goud! Goud!
 Maar wat kan goud ons eigenlijk schelen?
 
We leunen op onze schoppen.
 Hoog boven ons de wolken.
 Laten we tevreden zijn met niets,
 laten we weer verder rijden.
 De zon mag ondergaan in dit landschap,
 mag zijn laatste stralen over de velden laten glijden, tegen de heuvels op,
 over de toppen van de beuken.
 Wij rijden ergens anders heen.
 Wij zingen, onze raampjes zijn open, onze radio staat aan.
 
Toon Tellegen

Cecilia Paredes. De tu botánica y descendida calma
Wist dus waar de morgen de wereld binnenkwam,
hoorde de  vroegte open zingen, en hoe de tijd
uit nacht als landschap werd uitgerold, licht
schreef schaamteloos avonturen op de kamermuur.

Weet dus waar de avond de wereld  gegrepen heeft,
ziet het voorbije wegkruipen, en hoe verleden tijd
 in een hoofd als landschap werd opgerold, licht
bleef schemering en wegen voor altijd uitgedoofd.

Zelf een landschap zijn, vlinders zullen je vinden.

Gmt
Costa Rica, My Other Self Image: Cecilia Paredes
Knew thus where the morning entered the world,
heard the dawn sing open, and how time
rolled out of the night as landscape, light
wrote shameless adventures on the chamber wall.

Know thus where evening gripped the world,
sees the past creeping away, and how past time
 was rolled up in a head like landscape, light
remained twilight and roads forever extinguished.

Being a landscape yourself, butterflies will find you.

Gmt

"When the body is not incidental to the visual lexicon of the work but an extension of the meaning-making exercise, it becomes an embodiment of the narrative rife in political history that a woman has to endure. As an artist, Paredes is sensitive to attending to the feminine force with her works. Expounding on this, she says, “It is indeed a very interesting topic, I draw my inspiration, force and ideas from three main sources: history, mythology and literature, especially poetry. I found all my answers there. Trying to talk about the feminine gender, and we encounter Juno, the protector of the feminine gender. Trying to address patience, and we have Penelope and Marie Curie. And about wittiness, sharp mind and transcendence, we have Mercury and Nelson Mandela. And so on.” (Stirr 2022)

Painter of light: Joseph Wright of Derby(1734-1797)


Cave at evenin, (aka Grotto in the Gulf of Salerno) by Joseph Wright, 1774, Smith College Museum of Art, Northampton, Massachusetts

Je kunt het bekende ‘chiaroscuro’ effect, reeds gebruikt o. a. door Caravaggio versterken, overdrijven en dan spreek je van ’tenebrisme’. Kontrasten tussen licht en donker wekken meer de aandacht van de kijker dan taferelen in het gewone dagelijkse licht. Het donkere (tenebrae, latijn: duisternis) maakt vreemd genoeg het licht zichtbaarder, zeker in het werk van de Engelse schilder Joseph Wright of Derby wiens leven zich dan ook nog in de tijd van het Brits Enlightenment afspeelde, het licht van de rede, tevens voorbode van de opkomende industrialisatie.

A Philosopher Lecturing on the Orrery, 1766 (klik op onderschrift om te vergroten)

Twee kinderen zitten gebiologeerd te kijken naar de kleine ‘speelgoed-planeten’ voor hen. Een scholier maakt aantekeningen van de roodgeklede wetenschapper in het midden, die een lezing over astronomie geeft. Maar als je van het ene gezicht naar het andere kijkt – elk vanuit een andere hoek, zoals bij planeetfasen – lijkt het er langzamerhand op dat de kennis overweldigend is voor een jonge man aan de rechterkant, die bijna verblind lijkt, en voor een jonge vrouw aan de linkerkant, verloren in het vreemde dat ze aanschouwt. Verlichting – letterlijk of metaforisch – is niet zo eenvoudig. (The Guardian)

Two children sit rapt, beaming at the tiny toy planets before them. A scholar takes notes from the red-robed scientist at the centre, who is giving a lecture on astronomy. But as you look from one face to the next – each shown at a different angle, like planetary phases – it gradually seems that the knowledge is overpowering to a young man on the right, who appears almost blinded, and a young woman on the left, lost in the strangeness she beholds. Enlightenment – either literal or metaphorical – is not so simple. (The Guardian)

When Joseph Wright first exhibited this painting in 1766, it inspired high praise and even poetry. It remains one of his most famous paintings. At its centre, a red gowned philosopher presents a lecture on astronomy using a clockwork model of the solar system called an ‘Orrery’. When it was painted, scientific lectures and demonstrations were popular forms of public entertainment. In Derby, where there was great interest in science and technology, such lectures were held regularly at the Town Hall. These events, combined with Wright’s friendship with some of Derby’s leading scientific minds, may have inspired him to paint this picture. His choice of subject was unprecedented at the time and his dramatic use of light captured the public imagination. (Derby Museums)

bezoek:

https://www.derbymuseums.org/collection/joseph-wright-of-derby/

An Experiment on a Bird in the Air Pump, by Joseph Wright, 1768, National Gallery, London 1768 (klik om te vergroten op onderschrift)

Een publiek heeft zich rond een docent verzameld om naar een experiment te kijken. Het is nacht en de kamer wordt verlicht door een enkele kaars die brandt achter een groot rond glas met daarin een zieke menselijke schedel. Een witte kaketoe is in een glazen container geplaatst waaruit lucht wordt gepompt om een vacuüm te creëren. Zal de docent de lucht er volledig uitpompen en de vogel doden, of zal hij de lucht er weer in laten en hem weer tot leven wekken? Wright richt zich op de verschillende reacties van de kijkers – van het meisje dat niet kan kijken tot de geliefden die alleen oog hebben voor elkaar. (The National Gallery)

fragment

Dit is het grootste, meest ambitieuze en dramatische schilderij van de serie ‘schilderijen bij kaarslicht’ die Wright in de jaren 1760 schilderde. Het toont het drama van een geënsceneerd wetenschappelijk experiment, maar het functioneert ook als een vanitas – een schilderij over het verstrijken van de tijd, de grenzen van de menselijke kennis en de broosheid van het leven.

Bezoek:

https://www.nationalgallery.org.uk/paintings/joseph-wright-of-derby-an-experiment-on-a-bird-in-the-air-pump

Self-portraiSelf-portrait as a young man, 1765–1768, National Gallery of Victoria, Melbourne

Tussen ‘spelen met’ en ‘wetenschappelijk onderzoek’ is er niet veel ruimte nodig, want al spelend…. Het onderwerp van dit schilderij ‘Two boys with a blatter” is een schilderij uit zijn vroege ‘candlelight paintings’ en nog niet zo lang geleden herontdekt. Een mooie studie die ik je niet wil onthouden.

Two young boys, boldly lit by a concealed candle are inflating a pigs bladder, at the time animal bladders served as toys either inflated and tossed like balloons or filled with dried peas and shaken like rattles. In European art, bladders were often used as symbolic variants on soap bubbles, delicate playthings signifying the fragility of human life and the transience of human achievement. The elaborate costumes worn by the boys were not current clothing and are probably fancy dress outfits, giving an element of style to the picture known at the time as British ‘fancy pictures’.

Wright uses the illumination of the candlelight to show, in painstaking detail, the play of light upon different surfaces, fabric, faces, the translucent baldder. He follows the meticulous, scientific observation developed in his most iconic larger paintings, this realism strengthens the symbolism, and draws the viewer in to the mystical, symbolic world of the painting 
(Croomer Artspace)
a-girl-reading-a-letter-by-candlelight-with-a-young-man-peering-over-her-shoulder-joseph-wright-of-derby.jpg 1762

Of dit ‘goed nieuws’ was voor beide personen op dit schilderij laat zich raden. Tussen het vele opdrachtenwerk vind je tal van oorspronkelijke ideeën, voel je de nieuwe tijden het landelijke Albion binnensluipen. De wetenschap, de industrie, andere tijden zijn duidelijk onderweg. Soms nog in het licht van kaarsen, in de atmosfeer van het betoverende, al zal de ijver van de wetenschap niet dadelijk iedereen belonen die nieuwsgierig was.

'In de stilte' probeert een goede tot zeer goede kwaliteit van gegevens en afbeeldingen te brengen.  Gebruik, indien mogelijk, een groot scherm.  De inhoud wordt wel eens aangevuld of bijgewerkt.  Het loont de moeite om een bijdrage enkele dagen, weken, maanden later nog eens op te zoeken.  Steeds welkom.

Vrijdag 15 september 2023 stierf kunstenaar Fernando Botero. Op 13 oktober 2006 maakten we een bijdrage die hier, aangevuld, dadelijk te raadplegen is.

Over kleine en zeer grote dingen : ‘The rigor of angels’ (William Egginton)

Om met een inleidend vers of citaat te beginnen, een oude gewoonte van een degelijk boek:

"Enchanted by its rigor, humanity has forgotten, and continues to forget, that is the rigor of chess masters, not of angels."

-Jorge Luis Borges,
"Tlön, Uqbar, Orbis Tertius"  (1940)

Een mooie opening die mij dadelijk de klassieke wenkbrauwen deed fronsen.

Zo opent dus het laatste boek van William Egginton The Rigor of Angels” waarin hij onderzoekt hoe drie zeer verschillende mannen –Jorge Luis Borges (auteur), Immanuel Kant (filosoof) en Werner Heisenberg (natuurkundige)- conventioneler aannames over de werkelijkheid verwierpen en in de plaats daarvan eerder paradoxale waarheden omarmden.

De auteur kun je op zijn eigen website bezoeken:

https://www.williamegginton.com/

The Helix Nebula ‘The eye of God or NGC 7293

Voor ik William Egginton zelf aan het woord laat, wil ik je wel over mijn eigen ontdekking schrijven van wat je ‘de derde mogelijkheid’ zou kunnen noemen. Drs. H. Van Praag’s boek, uitgegeven in 1960: ‘Pedagogiek in theorie en praktijk’ als Phoenix Pocket, is mij levenslang bij gebleven, niet alleen voor de bijzondere inzichten maar vooral door zijn oog voor de bredere vorming van iedereen die zich met het onderwerp van ver of dichtbij bemoeide. Hij heeft het in zijn hoofdstuk ‘opvoeding en heropvoeding van volwassenen’ (merkwaardig voor het begin van de jaren zestig!) over allerlei onderwerpen die in zo’n cursus ’s avonds aan bod kwamen. De eerste avond werd gewijd aan ‘de derde mogelijkheid’. (iets dat de tegenstellingen verzoent) Twee keuzes leken met elkaar verwant: de derde mogelijkheid is een wonder terwijl een andere deelnemer zei: de derde mogelijkheid is een paradox. Hij vertelde toen dit voorbeeld:

 Een kalief vaardigde uit, dat iedere Jood die de grens passeerde iets over zichzelf moest zeggen. Sprak hi j de waarheid, dan werd hij opgehangen, sprak hij een leugen, dan werd hij doodgestoken. Een rabbijn zei: ’Ik word vandaag doodgestoken.’ Men was verplicht hem te laten gaan. Beide vonnissen zouden dan tot een paradox leiden. Daarom zeg ik: de paradox is de derde mogelijkheid.

Je kunt het literaire voorbeeld ook aanvullen met wetenschappelijke opgaven. De NY Times beklemtoonde in haar bespreking dat het niet om ‘het enorme’ van het geheugen zou gaan, met als voorbeeld in het boek het leven van een zekere Solomon Shreshevsky die in 1929 zijn baan als journalist opgaf en bij een circus ging werken.

“Hij kon cijferlijsten opzeggen, gedichten in vreemde talen, zelfs reeksen willekeurige lettergrepen die vanuit het publiek naar hem werden geroepen. Zijn wereld was overvloedig in bijzonderheden, boordevol beelden en sensaties. Toen hem werd gevraagd wat hij onder het getal 87 verstond, zei hij dat hij het zag als “een dikke vrouw en een man die met zijn snor draaide”.

Maar zijn buitengewone gave was ook een vreselijke kwelling. Shereshevsky kon niet generaliseren uit het spervuur van specifieke inputs die hij ervoer. Communiceren met anderen was uitputtend. Iets vergeten was geen kwestie van passief laten wegglijden in de vergetelheid; hij moest het actief vernietigen in zijn geest. Als elk ding dat je tegenkomt geladen is met een unieke betekenis, wordt het onmogelijk om die stukjes samen te brengen in een samenhangend beeld. In tegenstelling tot memoriseren vereist herinneren een lichte vervaging van abstractie. Zoals William Egginton schrijft in “The Rigor of Angels”, kan een “perfect geheugen” de gelijkenis doorstaan met “totaal vergeten”. (NY Times Jennifer Szalai)

“Argentine poet Jorge Luis Borges was madly in love when his life was shattered by painful heartbreak. But the breakdown that followed illuminated an incontrovertible truth–that love is necessarily imbued with loss, that the one doesn’t exist without the other. German physicist Werner Heisenberg was fighting with the scientific establishment on the meaning of the quantum realm’s absurdity when he had his own epiphany–that there is no such thing as a complete, perfect description of reality. Prussian philosopher Immanuel Kant pushed the assumptions of human reason to their mind-bending conclusions, but emerged with an idea that crowned a towering philosophical system–that the human mind has fundamental limits, and those limits undergird both our greatest achievements as well as our missteps.” (Website William Egginton)

De Argentijnse dichter Jorge Luis Borges was smoorverliefd toen zijn leven werd verwoest door pijnlijk liefdesverdriet. Maar de inzinking die volgde verlichtte een onweerlegbare waarheid – dat liefde noodzakelijkerwijs doordrongen is van verlies, dat het ene niet bestaat zonder het andere. De Duitse natuurkundige Werner Heisenberg vocht met het wetenschappelijke establishment over de betekenis van de absurditeit van het kwantumrijk toen hij zijn eigen openbaring kreeg – dat er niet zoiets bestaat als een complete, perfecte beschrijving van de werkelijkheid. De Pruisische filosoof Immanuel Kant duwde de aannames van de menselijke rede tot het uiterste en kwam met een idee dat de kroon op een filosofisch systeem zette: dat de menselijke geest fundamentele grenzen heeft en dat deze grenzen ten grondslag liggen aan zowel onze grootste prestaties als aan onze misstappen. (Website William Egginton)

From left: Jorge Luis Borges, Immanuel Kant, Werner Heisenberg.Credit…Tyrone Dukes/The New York Times, Alamy, Credit unknown

In het voorbeeld van Shereshevsky – en niet te vergeten in Borges’ verhaal “Funes de gedenkwaardige” over een jongeman die op vergelijkbare wijze last had van zijn vermogen om zich alles te herinneren – ging de aandacht voor details ten koste van het begrijpen van het grotere geheel. Borges beschrijft Funes als “niet erg goed in denken”. Denken is verschillen negeren (of vergeten), generaliseren, abstraheren.” Toch kan denken ons ook in de problemen brengen, laat Egginton zien. Soms raken we zo in de ban van onze ideeën dat we ze projecteren op de wereld, waarbij we onze eigen manier van denken verwarren met iets groots als “Gods plan”. (NY Times Jennifer Szalai)

William Egginton
Snelle Achilles en de trage schildpad houden een loopwedstrijd. Omdat de schildpad trager is krijgt hij een eind voorsprong.
Maar Achilles zal de schildpad nooit kunnen inhalen want wanneer Achilles het startpunt van de schildpad heeft bereikt, zit deze al op een nieuw punt. En als Achilles dit punt bereikt heeft, zit de schildpad weer een eind verder. En als Achilles daar beland is, is de schildpad ook weer wat verder. (Paradox van Zeno die Borges in zijn verhaal gebruikt.)

Egginton legt verbanden tussen het werk van Heisenberg, Kant en Borges, tussen natuurkunde en metafysica, fictie en feiten. De drie mannen waren gefascineerd door paradoxen, of antinomieën – situaties waarin “beide opties tegelijkertijd absoluut noodzakelijk en volstrekt onmogelijk leken”. Elk van hen realiseerde zich dat dergelijke dilemma’s ontstaan wanneer we verschillende manieren van denken onderzoeken. In Zeno’s beroemde paradox zal Achilles nooit de schildpad inhalen die een voorsprong heeft als we de race definiëren in termen van een afstand tussen hen die oneindig deelbaar is in steeds kleinere stukjes. Maar natuurlijk zal Achilles in een echte race uiteindelijk de schildpad inhalen; de paradox komt voort uit de manier waarop we ons de race voorstellen.

In een tijdperk als het onze, waarin allerlei dogma’s de overhand lijken te hebben, dient het verhaal van deze denkers als een cruciale herinnering aan het feit dat we onze intuïties en zelfs onze eigen diepgewortelde overtuigingen aan het koude licht van de rede moeten onderwerpen, een licht waarvan het schijnsel niet altijd ontstaat door wat we op dit ogenblik denken te kunnen samenvatten in de tot op heden verworven wetenschap. In hun leven en werk herkennen we dat de mysteries van onze plaats in de wereld altijd boven ons kunnen opdoemen, niet als een bedreiging, maar als een herinnering aan onze nederige menselijkheid. (NY Times) En vul ikzelf aan: als uitnodiging tot intens verder ontdekken, wat de zgn. ‘goegemeente’ daar dan ook mag over denken, ontdekken dat er talloze verbindingen tussen de disciplines bestaan die ons eerder verenigen dan uit elkaar drijven.

Foto door Kendall Hoopes
THE RIGOR OF ANGELS: Borges, Heisenberg, Kant, and the Ultimate Nature of Reality | By William Egginton | 338 pp. | Pantheon | Bij Amazon nl:  24,31 euro

Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg

Zoals iemand die wordt bekeken
en zijn hand onwillekeurig naar het
aangezicht brengt, de blik neerslaat,
de al gelezen krant nog maar een keer
openvouwt. Kortom: niet meer is

zoals hij onbekeken was. Zo blijken
ook elementaire deeltjes onderhevig
aan universele gêne. Als je kijkt
wijzigen ze schuchter en onvoorspelbaar
hun snelheid of plaats. Staalharde

wetten en eeuwen waterdicht cijferwerk:
ze werden bedankt. Maar niet zonder
stijl verlaat Werner het zinkende schip.
IJzig kalm rekent hij ons de ware omvang
van onze immer uitdijende onzekerheid voor.
Marc Tritsmans (1959)  Gepubliceerd in Raster 107, 2004


Werner Heisenberg publiceerde in 1927 een van de belangrijkste principes van de kwantummechanica. De formule 'kwantificeert' het begrip onzekerheid: de waarnemer beïnvloedt (ongewild) altijd weer het waargenomene.
Werner Heisenberg in Göttingen in 1924.

Septemberlicht à volonté


Alle deuren open
naar septemberlicht à volonté.
Bunker dit:
neem het mee
het soortelijk gewicht
van zomer zon en zee


Filter de voorbije jaren:
 droesem van het panta rhei.
Je kunt ze zelden sparen,
 alleen in doosjes mijmerij:
zalf om heimwee te vrijwaren.


En alles gaat voorbij.

Steeds vroeger donker (3)

Autumn Gold by John Atkinson Grimshaw, 1880

Op tijd was je wel, en geduldig. Zoals het seizoen.
Nu woon je bij de schaduwen, was je antwoord. Zoals Stefan Zweig het in ‘De wereld van gisteren’ zou beschrijven:
‘Elke schaduw is in diepe wezen toch ook maar een kind van het licht.’
Er komt dus een jongetje uit de geelgroene poort . Dat kind uit het huis van de schaduwen en jij neemt het bij de hand op weg naar het licht van de school waar het ook weer een schaduw zou zijn.

Zet nu een stapje achteruit zodat het huis weer een schilderij van John Atkinson Grimshaw zou worden (1880) en neem het kind van toen bij de spreekwoordelijke hand om zwijgend de vroege donkerte in te lopen. Hij zal het later wel vertellen waarom hij zo graag in dat grote huis achter de geelgroene poort woonde.

A moonlit lane (1874)

Hier brengt zij hem ’s avonds weer terug. Hij is nog klein, dat wel. Het groengeel van de poort is door duisternis gezwart. Het was een eindje lopen. Op zo’n avonden vertelde hij haar wel eens een droom. Zijn dromen hadden ook een kamertje in het grote huis. Of hij haar zo’n droom kon bezorgen deze nacht, vroeg zij. Dat kon. Een droom met wolken en maan. Dromen met wolken en maan waren grappige dromen. Zij knikte. Grappige dromen kon ze best gebruiken. Tot morgen, lief kind. Hij bleef wuiven tot de gele poort kreunend dichtdraaide en in nachtslot was gevallen.

John Atkinson Grimshaw, At The Park Gate, 1878 (klik op onderschrift om te vergroten)

Later, veel later toen de dagen weer vlug donkerden, verliet hij het grote huis langs de tuinpoort . Hij is een man geworden. Hij kijkt nog even naar het huis. De vrouw die hem als kind kwam ophalen is bij zijn dromen gaan wonen. Eens een schaduw werd ze later een ziel in het licht. Hij wilde ook best als schaduw de wereld ingaan. Totdat hij het licht zou vinden in zijn duizendvoudige verschijningen en daarin kon opgaan zoals de late zon de harde wereld verzacht tussen het voorbije en het komende.

Het leven van deze merkwaardige schilder kun je vinden in onze bijdrage van 18 december 202O


Just as a painter needs light in order to put the finishing touches to his picture, so I need an inner light, which I feel I never have enough of in the autumn. (Leo Tolstoy)