
Om met een inleidend vers of citaat te beginnen, een oude gewoonte van een degelijk boek:
"Enchanted by its rigor, humanity has forgotten, and continues to forget, that is the rigor of chess masters, not of angels." -Jorge Luis Borges, "Tlön, Uqbar, Orbis Tertius" (1940)
Een mooie opening die mij dadelijk de klassieke wenkbrauwen deed fronsen.

Zo opent dus het laatste boek van William Egginton “The Rigor of Angels” waarin hij onderzoekt hoe drie zeer verschillende mannen –Jorge Luis Borges (auteur), Immanuel Kant (filosoof) en Werner Heisenberg (natuurkundige)- conventioneler aannames over de werkelijkheid verwierpen en in de plaats daarvan eerder paradoxale waarheden omarmden.
De auteur kun je op zijn eigen website bezoeken:
https://www.williamegginton.com/

Voor ik William Egginton zelf aan het woord laat, wil ik je wel over mijn eigen ontdekking schrijven van wat je ‘de derde mogelijkheid’ zou kunnen noemen. Drs. H. Van Praag’s boek, uitgegeven in 1960: ‘Pedagogiek in theorie en praktijk’ als Phoenix Pocket, is mij levenslang bij gebleven, niet alleen voor de bijzondere inzichten maar vooral door zijn oog voor de bredere vorming van iedereen die zich met het onderwerp van ver of dichtbij bemoeide. Hij heeft het in zijn hoofdstuk ‘opvoeding en heropvoeding van volwassenen’ (merkwaardig voor het begin van de jaren zestig!) over allerlei onderwerpen die in zo’n cursus ’s avonds aan bod kwamen. De eerste avond werd gewijd aan ‘de derde mogelijkheid’. (iets dat de tegenstellingen verzoent) Twee keuzes leken met elkaar verwant: de derde mogelijkheid is een wonder terwijl een andere deelnemer zei: de derde mogelijkheid is een paradox. Hij vertelde toen dit voorbeeld:
Een kalief vaardigde uit, dat iedere Jood die de grens passeerde iets over zichzelf moest zeggen. Sprak hi j de waarheid, dan werd hij opgehangen, sprak hij een leugen, dan werd hij doodgestoken. Een rabbijn zei: ’Ik word vandaag doodgestoken.’ Men was verplicht hem te laten gaan. Beide vonnissen zouden dan tot een paradox leiden. Daarom zeg ik: de paradox is de derde mogelijkheid.

Je kunt het literaire voorbeeld ook aanvullen met wetenschappelijke opgaven. De NY Times beklemtoonde in haar bespreking dat het niet om ‘het enorme’ van het geheugen zou gaan, met als voorbeeld in het boek het leven van een zekere Solomon Shreshevsky die in 1929 zijn baan als journalist opgaf en bij een circus ging werken.
“Hij kon cijferlijsten opzeggen, gedichten in vreemde talen, zelfs reeksen willekeurige lettergrepen die vanuit het publiek naar hem werden geroepen. Zijn wereld was overvloedig in bijzonderheden, boordevol beelden en sensaties. Toen hem werd gevraagd wat hij onder het getal 87 verstond, zei hij dat hij het zag als “een dikke vrouw en een man die met zijn snor draaide”.
Maar zijn buitengewone gave was ook een vreselijke kwelling. Shereshevsky kon niet generaliseren uit het spervuur van specifieke inputs die hij ervoer. Communiceren met anderen was uitputtend. Iets vergeten was geen kwestie van passief laten wegglijden in de vergetelheid; hij moest het actief vernietigen in zijn geest. Als elk ding dat je tegenkomt geladen is met een unieke betekenis, wordt het onmogelijk om die stukjes samen te brengen in een samenhangend beeld. In tegenstelling tot memoriseren vereist herinneren een lichte vervaging van abstractie. Zoals William Egginton schrijft in “The Rigor of Angels”, kan een “perfect geheugen” de gelijkenis doorstaan met “totaal vergeten”. (NY Times Jennifer Szalai)

“Argentine poet Jorge Luis Borges was madly in love when his life was shattered by painful heartbreak. But the breakdown that followed illuminated an incontrovertible truth–that love is necessarily imbued with loss, that the one doesn’t exist without the other. German physicist Werner Heisenberg was fighting with the scientific establishment on the meaning of the quantum realm’s absurdity when he had his own epiphany–that there is no such thing as a complete, perfect description of reality. Prussian philosopher Immanuel Kant pushed the assumptions of human reason to their mind-bending conclusions, but emerged with an idea that crowned a towering philosophical system–that the human mind has fundamental limits, and those limits undergird both our greatest achievements as well as our missteps.” (Website William Egginton)
De Argentijnse dichter Jorge Luis Borges was smoorverliefd toen zijn leven werd verwoest door pijnlijk liefdesverdriet. Maar de inzinking die volgde verlichtte een onweerlegbare waarheid – dat liefde noodzakelijkerwijs doordrongen is van verlies, dat het ene niet bestaat zonder het andere. De Duitse natuurkundige Werner Heisenberg vocht met het wetenschappelijke establishment over de betekenis van de absurditeit van het kwantumrijk toen hij zijn eigen openbaring kreeg – dat er niet zoiets bestaat als een complete, perfecte beschrijving van de werkelijkheid. De Pruisische filosoof Immanuel Kant duwde de aannames van de menselijke rede tot het uiterste en kwam met een idee dat de kroon op een filosofisch systeem zette: dat de menselijke geest fundamentele grenzen heeft en dat deze grenzen ten grondslag liggen aan zowel onze grootste prestaties als aan onze misstappen. (Website William Egginton)

In het voorbeeld van Shereshevsky – en niet te vergeten in Borges’ verhaal “Funes de gedenkwaardige” over een jongeman die op vergelijkbare wijze last had van zijn vermogen om zich alles te herinneren – ging de aandacht voor details ten koste van het begrijpen van het grotere geheel. Borges beschrijft Funes als “niet erg goed in denken”. Denken is verschillen negeren (of vergeten), generaliseren, abstraheren.” Toch kan denken ons ook in de problemen brengen, laat Egginton zien. Soms raken we zo in de ban van onze ideeën dat we ze projecteren op de wereld, waarbij we onze eigen manier van denken verwarren met iets groots als “Gods plan”. (NY Times Jennifer Szalai)

Snelle Achilles en de trage schildpad houden een loopwedstrijd. Omdat de schildpad trager is krijgt hij een eind voorsprong. Maar Achilles zal de schildpad nooit kunnen inhalen want wanneer Achilles het startpunt van de schildpad heeft bereikt, zit deze al op een nieuw punt. En als Achilles dit punt bereikt heeft, zit de schildpad weer een eind verder. En als Achilles daar beland is, is de schildpad ook weer wat verder. (Paradox van Zeno die Borges in zijn verhaal gebruikt.)
Egginton legt verbanden tussen het werk van Heisenberg, Kant en Borges, tussen natuurkunde en metafysica, fictie en feiten. De drie mannen waren gefascineerd door paradoxen, of antinomieën – situaties waarin “beide opties tegelijkertijd absoluut noodzakelijk en volstrekt onmogelijk leken”. Elk van hen realiseerde zich dat dergelijke dilemma’s ontstaan wanneer we verschillende manieren van denken onderzoeken. In Zeno’s beroemde paradox zal Achilles nooit de schildpad inhalen die een voorsprong heeft als we de race definiëren in termen van een afstand tussen hen die oneindig deelbaar is in steeds kleinere stukjes. Maar natuurlijk zal Achilles in een echte race uiteindelijk de schildpad inhalen; de paradox komt voort uit de manier waarop we ons de race voorstellen.
In een tijdperk als het onze, waarin allerlei dogma’s de overhand lijken te hebben, dient het verhaal van deze denkers als een cruciale herinnering aan het feit dat we onze intuïties en zelfs onze eigen diepgewortelde overtuigingen aan het koude licht van de rede moeten onderwerpen, een licht waarvan het schijnsel niet altijd ontstaat door wat we op dit ogenblik denken te kunnen samenvatten in de tot op heden verworven wetenschap. In hun leven en werk herkennen we dat de mysteries van onze plaats in de wereld altijd boven ons kunnen opdoemen, niet als een bedreiging, maar als een herinnering aan onze nederige menselijkheid. (NY Times) En vul ikzelf aan: als uitnodiging tot intens verder ontdekken, wat de zgn. ‘goegemeente’ daar dan ook mag over denken, ontdekken dat er talloze verbindingen tussen de disciplines bestaan die ons eerder verenigen dan uit elkaar drijven.

THE RIGOR OF ANGELS: Borges, Heisenberg, Kant, and the Ultimate Nature of Reality | By William Egginton | 338 pp. | Pantheon | Bij Amazon nl: 24,31 euro

Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg Zoals iemand die wordt bekeken en zijn hand onwillekeurig naar het aangezicht brengt, de blik neerslaat, de al gelezen krant nog maar een keer openvouwt. Kortom: niet meer is zoals hij onbekeken was. Zo blijken ook elementaire deeltjes onderhevig aan universele gêne. Als je kijkt wijzigen ze schuchter en onvoorspelbaar hun snelheid of plaats. Staalharde wetten en eeuwen waterdicht cijferwerk: ze werden bedankt. Maar niet zonder stijl verlaat Werner het zinkende schip. IJzig kalm rekent hij ons de ware omvang van onze immer uitdijende onzekerheid voor.
Marc Tritsmans (1959) Gepubliceerd in Raster 107, 2004 Werner Heisenberg publiceerde in 1927 een van de belangrijkste principes van de kwantummechanica. De formule 'kwantificeert' het begrip onzekerheid: de waarnemer beïnvloedt (ongewild) altijd weer het waargenomene.
