“Memories are weapons”: Kevin Christy

Kevin Christy. “Veil”. 2020. Oil on canvas. 51 x 40 cm

Kevin Christy is niet alleen een acteur maar ook een stand-up comedian en niet te vergeten: ‘…a Los Angeles-based fine artist whose work has been exhibited at galleries in New York City, San Francisco, Los Angeles as well as Europe, en stelde zijn werk o.a. ten toon at The Hole NYC in 2020 onder de titel: ”Memories are Weapons”.

"It came from noticing the difference in accounts I have with people who had experienced the same thing. I noticed my memories differed wildly from my friends and family when it came to certain events so I started thinking a lot about how subjective our memories are. Calling them weapons is in reference to how our past influences our present. We use our memories all the time. Sometimes for good, sometimes for bad." (Interlocutor, interview by Mackenzie Aker.)

Kevin Christy ‘Sebastian” 2020 Oil on canvas 51 x 40 cm


“I think you have to consider how you’re using a memory as stimulus for your own behavior. Are you trying to improve upon a past event? Are you using it to discourage growth or someone else’s? What purpose a memory serves is as important as the memory itself. I know in my own life I’ve taken a memory and over time turned it into something it’s absolutely not. And it’s the malleability that makes that possible if you’re not careful. “ (ibidem)

Kevin Christy “No Matter How High,” 2020, Oil on canvas, 20 x 16 inches (51 x 40 cm)
"Ik denk dat je moet overwegen hoe je een herinnering gebruikt als stimulans voor je eigen gedrag. Probeer je een gebeurtenis uit het verleden te verbeteren? Gebruik je het om je groei of die van iemand anders te ontmoedigen? Welk doel een herinnering dient is net zo belangrijk als de herinnering zelf. Ik weet dat ik in mijn eigen leven een herinnering heb genomen en er na verloop van tijd iets van heb gemaakt wat ze absoluut niet is. En het is de kneedbaarheid die dat mogelijk maakt als je niet voorzichtig bent. "
Kevin Christy, Slight Source, 2020. Oil on canvas, 20 x 16 inches, 21.5 x 17.5 x 1.5 inches framed.

“I think we can subjectively experience the present as easily as we can experience the past inaccurately, or as a subjective means to serve our own ends. After a while, memories just become stories you tell yourself, and the accuracy is a pretty unchecked power. “Memories are weapons” is about how you use your memories. They’re uncategorized, dormant stimulus until they inspire some kind of action.” (Whitehot Magazine of temporary art ja, 2024)

"Ik denk dat we het heden net zo makkelijk subjectief kunnen ervaren als het verleden onnauwkeurig, of als een subjectief middel om onze eigen doelen te dienen. Na een tijdje worden herinneringen gewoon verhalen die je jezelf vertelt, en de nauwkeurigheid is een vrij ongecontroleerde macht. "Herinneringen zijn wapens" gaat over hoe je je herinneringen gebruikt. Ze zijn ongecategoriseerd, slapende prikkels totdat ze inspireren tot een of andere actie."
“No Matter How Low,” 2020, Oil on canvas, 20 x 16 inches (51 x 40 cm)

“It creates a need for increased investigation into all the parties involved in its retelling. Because it’s so subjective, you have to take into account all of the source’s agendas. You can’t just read it and believe it because someone wrote it or said it. And you can’t completely trust your own perception of a memory without looking at what you have to lose or gain. We know that people gravitate towards the facts that reinforce their own narrative, so if memory is part of the re-telling of history, its subjectivity can’t be discounted.” (Interlocutor, interview by Mackenzie Aker)


"Het creëert een behoefte aan meer onderzoek naar alle partijen die betrokken zijn bij het navertellen ervan. Omdat het zo subjectief is, moet je rekening houden met alle agenda's van de bron. Je kunt het niet zomaar lezen en geloven omdat iemand het geschreven of gezegd heeft. En je kunt niet volledig vertrouwen op je eigen perceptie van een herinnering zonder te kijken naar wat je te verliezen of te winnen hebt. We weten dat mensen neigen naar de feiten die hun eigen verhaal versterken, dus als het geheugen deel uitmaakt van het hervertellen van de geschiedenis, kan de subjectiviteit ervan niet buiten beschouwing worden gelaten."
Kevin Christy Portret 2014 uit ‘Huck’. Jessica Chou

Lees:

https://www.huckmag.com/article/kevin-christy

The thing about art, or the stuff I make, it’s different than a joke. A joke has a punch line. You don’t leave jokes ambiguous, then no one laughs at them. But the great thing about making art is that it doesn’t have to have an answer.“ (Kevin Christy)

Immeasurable Speed,” 2020, Oil on canvas, 20 x 16 inches (51 x 40 cm)

Doordeweekse deemoed (3): Dick Ket (1902-1940)

Dick Ket zelfportretten-triptiek

Natuurlijk moest ik dadelijk aan de kunstenaars van de Nieuwe Zakelijkheid denken toen ik deze voor mij nog onbekende Nederlandse schilder-tekenaar ontdekte. Als inleiding of later, als vergelijking kun je onze bijdrage van enkele jaren geleden daarover raadplegen:


‘Hier is de zakelijkheid bijna een soort ‘terughoudendheid’, het masker waarachter een diepere werkelijkheid schuilgaat waarover we niet graag communiceren.
Was die houding in het expressionisme duidelijk afwezig omdat ze een dadelijke bondgenoot was van de boodschap: het vergroten van innerlijkheid door emoties in de vormelijkheid zichtbaar te maken, in het werk van de zgn. zakelijken is de aandacht voor het gevoelde, het verlangde een stapje terug: het raadsel wordt zichtbaar, de mogelijke oplossingen of wegen ernaar zijn in een vormelijke rust neergelegd, waardoor de aantrekkingskracht voor dit ‘geheim’ alleen maar vergroot in zijn (ver-) geborgenheid. Toegang verboden. Appel aan de boom van goed en kwaad laten hangen asjeblief. Is er iets aantrekkelijker dan het raadsel, een vermoeden?’ 

(uit de bijdrage omtrent de nieuwe zakelijkheid)

Dubbelportret van de schilder en zijn vader

Ket, enig kind, toonde reeds als kleine jongen zijn tekentalent. Daar de vader als militair apothekersassistent vele malen werd overgeplaatst, verhuisde het gezin o.a. van Den Helder naar Den Haag, waar Ket de HBS bezocht, maar in Hoorn deed hij in 1921 eindexamen. In Ede volgde hij lessen voor de aktes lager en middelbaar tekenen bij het Arnhemse genootschap 'Kunstoefening' (een tekenschool voor beeldende kunst en kunstnijverheid). Vooral geïnspireerd door de schilderlessen van de directeur, G.J. van Lerven, behaalde Ket de aktes resp. in 1923 en 1925. Zijn medeleerling en vriend was de schilder Johan Mekkink, die naderhand ook door Kets stijl werd beïnvloed.
(Huygens instituut BWN Biografisch Woordenboek van Nederland 2013)

Stilleven met fluit

Sinds 1930 woonde Ket met zijn ouders in het onder zijn leiding gebouwde huis te Bennekom bij Ede, tot zijn vroege dood: het gevolg van een hartgebrek, waaraan Ket zijn vreemde huidkleur en opmerkelijke vingers met de blauwgrijze nagels te danken had. Deze vingers beeldde hij ook in zijn vele zelfportretten met nadruk uit. Ondanks zijn broze gezondheid, die hem belette naar het buitenland te reizen, en ondanks moeilijke familieomstandigheden, o.a. door het inwonen bij een dominerende moeder, is Ket toch – vooral de laatste tien jaren van zijn korte leven – bijzonder productief geweest. (ibidem)

zelfportret met bloem en blote borst 1932

De gezwollen blauwpaarse vingertoppen in dit zelfportret van Dick Ket, de zogenaamde trommelstok-vingers, zijn het symptoom van de hartkwaal (dextrocardie) waaraan hij op 38 jarige leeftijd zou overlijden. Hij was door zijn ziekte aan huis gebonden en concentreerde zich daarom op het schilderen van stillevens en zelfportretten. Rechtsonder, in spiegelbeeld, staat het woord ‘FIN’, ten teken van Kets bewustzijn dat het einde nabij was. (Museum van Boijmans van Beuningen)

Stilleven met de hand

…dat er meer is tussen Hemel en Aarde, ik denk hieraan zo dikwijls als ik stilleven schilder. Juist in deze dode dingen voel ik de aanwezigheid van het alomvertegenwoordige en ik betrap me erop, dat ik met liefde over deze dode voorwerpen kan denken en ze behandelen. ( uit een brief van 1932 aan zijn verloofde Nel Schilt)

Portret van Nel Schilt


In navolging van Naber was Ket ervan overtuigd dat de ‘wet der verevening’ ook op het leven van toepassing was: ook daar kon niets verloren gaan, maar gingen feiten, situaties en gebeurtenissen slechts van de ene vorm over in een andere, tegengestelde vorm. Tegenover dieptepunten, in Nabers tekening gesymboliseerd door de lussen onder de lijn, stonden immer hoogtepunten: de lussen boven de rechte streep. Voor Ket, die in de loop van de jaren ’20 steeds vaker last kreeg van benauwdheden (voor zijn hartgebrek bestond toen nog geen behandeling), en zich daardoor bewust werd van de voortdurende nabijheid van een plotse dood, werd de wet een les waaruit hij veel troost putte. De wet gaf zin aan zijn bestaan; tegenover de dieptepunten die zijn ziekte hem bezorgde, stonden hoogtepunten waarin hij deel kon nemen aan het leven en er een bijdrage aan kon leveren, later vooral een artistieke.

(Biografisch Woordenboek Gelderland)

Aan de keuze van de voorwerpen die in verschillende van zijn werken terugkomen, zoals kommetjes, flesjes, een wasschaal en geblokte droogdoeken, ligt vaak een persoonlijke betekenis ten grondslag. Betekenissen die enigszins te duiden zijn omdat ze meestal in de vorm van contrasten in zijn werken figureren (en waarbij hij meer dan eens als compositiefiguur de voor hem zo betekenisvolle sinusfiguur volgde). Zo is in zijn Stilleven met Piëta, uit 1932, tegenover de witte, lege emaillen wasschaal een donkere, gekurkte wijnfles gezet en op de moderne Droste-reclameplaat ligt een tijdschrift uit 1902-1903 dat opengeslagen is op een pagina met een afbeelding van Gerard Davids Piëta, oude kunst van een van de Vlaamse Primitieven die Ket zeer hoog aansloeg om “hun eenvoud” en “hun indringendheid”. Doordat de wasschaal tegen het hoofd van Maria is geschoven en de wijnfles gedeeltelijk samenvalt met de kop van Christus, lijken de voorwerpen ‘opgeladen’ te zijn met eigenschappen van deze figuren. De wasschaal wordt zo een teken van vertroosting, en de inhoud van de fles lijkt niet alleen geestrijk vocht maar ook de transsubstantiatie van Christus te verbeelden. (Biografisch Woordenboek Gelderland)

Schaal met Piëta 1932
Met lege fles in een geteisterde hand
de kijker eeuwig aangekeken.
Vanuit de spiegel
in een andere ondoordringbare werkelijkheid
weet jij al
wat wij willen weten.


Over wat er op 1 augustus in de "aether' was
heb jij zwierig en snel
het kaartspel getekend.
Lang voorbije liedjes en muziek:
winst en verlies zal een raadsel blijven.

De drie broodjes. olieverf op doek. 1933


‘Een minutieuze detaillering en zorgvuldige compositie waren voor Ket van essentiële betekenis, omdat hij meende daarmee aan de dingen een ‘verdieptheid’ te kunnen geven. Hij was zich daarbij bewust, dat het ook een gevaar met zich meebracht van dorheid of saaiheid. Iedere keer weer kostte het hem de grootste moeite dat te vermijden. Zo schreef hij:
‘Dat is de grote moeilijkheid, namelijk het verdwijnen van de spontaniteit bij het vorderen, of beter de groote moeilijkheid zit daar, waar de spontaniteit verdwijnt en overgaat in verdieptheid, rusteloos leven in levende rust. Maar tusschen dit verliezen der spontaniteit en dit winnen der verdieptheid is een groot en troosteloos gebied, zoiets als het windstille gebied in de Zuidelijke helft van de Atlantische oceaan, moeilijk door te komen.’

(uit: Catalogus tentoonstelling Dick Ket, Gemeentemuseum Arnhem, p. 36)

Omstreeks 1930 ontwikkelde Ket, die tot dan toe in zijn schilderijen, tekeningen en grafiek geëxperimenteerd had met expressionistische en modernistische werkwijzen, zijn eigen stijl: een vorm van realisme die afwisselend als magisch realisme, nieuwe zakelijkheid en nieuw realisme wordt aangeduid. Tegelijkertijd beperkte hij zijn onderwerpen tot het stilleven en (zelf )portret. Hij koos voor het realistisch weergeven van zijn werkelijkheid. In zijn geïsoleerde, kleine wereld vond hij motieven en voorwerpen waarin hij de afspiegeling herkende van de ‘grote wereld, daarbuiten’. Het was voor hem niet nodig om een zee te schilderen. Als hij water wilde weergeven was voor hem een druppel, of de inhoud van een kommetje genoeg. Om dezelfde reden hoefde hij geen onbekende personen of ingewikkelde figuurscènes te schilderen. Hij herkende de verschillende kanten van de mensheid ook wel in hemzelf en in de mensen die deel uitmaakten van zijn kleine, directe leefwereld: zijn grote liefde Nel Schilt en zijn vader, die hij als zijn beste vriend beschouwde.

Biografisch Woordenboek Gelderland

Mijn Vader

Schreef mezelf met penseel
terwijl ik naar een toekomstige kijker keek.
Het alledaagse -het is niet veel-
maar ik daarin op u geleek.

Doordeweekse deemoed (2): Ons soortelijk gewicht

Jules De Bruycker. Zelfportret. 1933


Korte overweging over reageerbuizen

Je neemt
  een stuk vuur, een stuk water,
  een stuk konijn of een stuk boom,
  of een willekeurig stukje mens,
  je mengt het, schudt het, kurkt het,
  legt het op een warme, donkere, lichte, koude plek,
  laat het een poos met rust - zelf niet gerust -
  maar dat is nu juist de grap.

Na die poos
  ga je kijken - en ziedaar, het groeit,
  een klein zeetje, klein vulkaantje,
  en klein boompje, klein hartje en klein kopje,
  zo piepklein dat je het niet eens hoort lamenteren
  dat het eruit wil,
  maar dat is nu juist de grap: niet horen.

Dan loop je weg
   en schrijft alles op, allemaal streepjes of
   allemaal kruisjes, een enkele met uitroepteken,
   allemaal nullen, allemaal cijfers, sommige met uitroepteken,
   dat is nu juist de grap: eigenlijk is een reageerbuis
   een toestel om nullen te veranderen
   in uitroeptekens.

Dat is nu juist de grap:
  een poos lang vergeet je
  dat je het eigenlijk zelf bent.

In de reageerbuis.


Miroslav Holub
vertaling Kees Mercks
Miroslav Holub (Pilsen, 13 september 1923 – Praag, 14 juli 1998) was een Tsjechische dichter, arts en immunoloog.

Holub werkte als wetenschappelijk medewerker aan het biologisch instituut in Praag. Pas tijdens de dooi (van de 'verbanning' van kunst in de USSR) in de tweede helft van de jaren 50 publiceerde hij zijn gedichten. Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift 'Kveten' (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse Lente werd hij na de inval ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982. (Wikipedia)

Jakup Ferri. (Pristina °1981). Untitled. 2023

Untitled (2023). In dit werk openbaart zich een andere inspiratiebron van de kunstenaar, namelijk de eigenaardige micro-organismen (schimmels, virussen, bacteriën) gezien door een elektronenmicroscoop. Met iedere nieuwe blik door de microscoop openbaart zich een nieuw micro-universum bevolkt door sprookjesachtige figuren waarvan de contouren zich continu transformeren. De naamloze man uit het laboratorium komen we vaker tegen in Jakup Ferri’s eigen micro-universums: hij rijdt, jongleert, eet, speelt instrumenten, of gaat op in alledaagse activiteiten. (Andriesse eyck galerie Amsterdam)
Jakup Ferri Kunstmuseum Luzern. ‘We, We or Me

Nullen in uitroeptekens veranderen? Een fraaie poëtische analyse van Miroslav Holub. Kun je nog de nullen achter winstcijfers kwijt, de analyse zal menselijk al te menselijk zijn, het eeuwige leven glimlacht geduldig als het onze berekeningen van zich afduwt en ons het begrip van kortstondigheid aanreikt bij gebrek aan kinderlijke dromen. Laten we de dichter in zijn volgend werk het woord aan Einstein geven, niet de eerste maar wellicht nog vaak de beste als het over denken gaat.


Korte overweging over de relativiteitstheorie

Albert Einstein, in gesprek-
/Knowledge is discovering
what to say/ - in gesprek dus
met Paul Valéry,
kreeg de vraag:

Meneer Einstein, hoe doet u dat nu
met uw gedachten? Tekent u ze op
zodra ze in u opkomen? Of pas
de avond of ochtend erna?

Albert Einstein antwoordde meteen:
Meneer Valéry, in ons métier
zijn gedachten zo zeldzaam dat
als je er al op eentje komt,
je die beslist niet zult vergeten

Zelfs niet een jaar erna.

Miroslav Holub
vertaling Kees Mercks

Paul Valéry. Yun Gee

Wat menselijker is.

-Sommigen geloven dat de levensduur van werken van hun ‘menselijkheid’ afhangt. Ze proberen waar te zijn. Maar hoe staat het dan met de langere duur van werken die met fantasie geschreven zijn?…

Het onware en het wonderbaarlijke zijn menselijker dan de ware mens.

-Angst voor het belachelijke. Terreur van het banale. Nagewezen worden met de vinger, niet opgemerkt worden. Twee afgronden.

-Een groot mens is wie de anderen in verwarring achter zich laat.

-De meest bijzondere kunstwerken, de subtiliteiten van de lijnen, het proeven van de finesses en van de overeenstemmingen met een volmaakte taal, de bijzonderheden van bepaalde mathematische dubbelzinnigheden, de precisie die men bij het onderzoek van de ziel kan bereiken - dat alles is een zaak die zich tussen een paar personen afspeelt. Neem ze weg - wie zou over zo'n groot verlies zijn twijfels hebben?

(Paul Valery, vertaling Jan Fontijn)



Biographie

Le parcours du poète et philosophe français Paul Valéry (1871-1945) est particulier. Influencé par Verlaine et Mallarmé, il écrit une centaine de poèmes symbolistes. Un bouleversement passionnel le fait renoncer à la poésie. Après vingt ans de silence, elle le rappelle. Le mécanisme de la création poétique le fascine ; en quête d’idéal de poésie pure, il crée un langage dans le langage, une union intime entre parole et esprit, une magie poétique pour des poèmes refusant toute finalité. Difficultés, contraintes, art classique et obscurité sont des conditions requises. Il est membre de l’Académie française.

Doordeweekse weemoed bracht twee dichters en een tekenaar samen bij mogelijkheden van zelfonderzoek: bleef het bij nullen die in uitroeptekens veranderden, of ervaarde je ook de clementie, het mededogen met onze beperktheden, met de schaafwonden van de droom, genade voor het bijna mogelijke, het geduld bij verwarring, een huis voor herinneringen, de stilte waarin ze openbloeien? Ons soortelijk gewicht.

Doordeweekse deemoed (1). Blaise Pascal (1623-1662)

Alec Soth, “Cammy’s View. Salt Lake City,” 2018.Credit…© Alec Soth Courtesy of Sean Kelly, New Yorkal)
Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos dans une chambre. (Blaise Pascal)

Zoek je het begrip ‘deemoedig’ op bij van Dale, dan krijg je eerst: ‘vol nederige onderworpenheid’. Of als synoniem: ’Ootmoedig: ‘nederig’. Niet dadelijk woorden om een zeker enthousiasme op te wekken. De auteur van de bovenstaande beschrijvingen, Blaise Pascal, Frans wis-en natuurkundige en filosoof (1623-1662), publiceerde o.a. in zijn ‘Pensées’ voornamelijk deze gecondenseerde wijsheden.


L'homme , qui n'aime que soi , ne hait rien tant que d'être seul avec soi.
De mens die slechts zichzelf bemint, haat niets zozeer, als met zichzelf alleen te zijn.
Blaise Pascal

-deemoed zn. 'ootmoed, onderworpenheid'
-categorie: leenwoord, leenvertaling in brontaal
-Vnnl. demoedt 'ootmoed' [1591; WNT versiering].
-Dit woord moet zijn ontleend aan het Nederduits, vermoedelijk in de context van de Moderne Devotie; de Nederlandse ontwikkeling zou hebben geleid tot *diemoed. Kiliaan noemt het bijwoord deemoedichlick in zijn Tetraglotton van 1562 "ger.sax.sic.", d.w.z. Duits, Saksisch, Sicambrisch (= Ripuarisch).
-Ohd. thiomuoti is een zeer vroege vertaling van de christelijke notie vervat in Latijn humilitas; mhd. diemuot (nhd. Demut) en mnd. demot (15e eeuw) en vnnl. demoed. Het eerste element, pgm. *þew-, drukt dienstbaarheid uit, vgl. ohd. dio, oe. þēow, got. þius, 'knecht, slaaf'; < pgm. *þewaz 'dienaar'; en -thu- in onl. underthudig 'onderhorig' [10e eeuw; W.Ps]. Zie verder deern, dienen. Het oudere Nederlandse woord is ootmoed.
◆ deemoedig bn. 'ootmoedig'. Mnl. demoedich 'id.' [1477; Teuth. ootmoedich], naast demoedelick 'id.' [1501; WNT waalsch]. Afleiding van deemoed met het achtervoegsel -ig.
-Fries: deemoed◆deemoedich`(etymologisch woordenboek)

Deemoedig is in de zestiende eeuw, waarschijnlijk in christelijke kringen, ontleend aan het Duits: het Duitse woord is Demut. Dat is te herleiden tot het Oudhoogduitse thiomuoti, en uiteindelijk gaat het daarbij om een vertaling van de christelijk-Latijnse term humilitas, ‘nederigheid’.
Een ander oud woord voor ‘nederig, onderdanig’ is ootmoedig. (Onze Taal)

Edv. Munch: De nachtwandelaar

Bij leven en werken heb ik zowel Blaise Pascal’ s driehonderdjarige geboortedatum (1623 Clermont) als zijn driehonderdjarige sterfdatum (1662 Parijs) mogen gedenken. Niet eens veertig is hij geworden.

Zijn onderzoekingen omtrent de luchtledige ruimte naar aanleiding van de proeven van Torricelli hielden indertijd de natuurkundigen bezig. Op technisch gebied ontwerpt hij, twintig jaar oud, een rekenmachine, die hij in de handel wil brengen. Hij wil deelnemen aan de uitvoering van het droogleggen der plassen van Poitou en aan het organiseren van een busdienst met een karos. Maar zijn belangrijkste reputatie kreeg Pascal als auteur van de Lettres Provinciales en van de Pensées. (H. Robbers. Streven jaargang 15. 1961-62)

Hannah Vandenbussche, lange afstandsloper en filosofe, schreef ‘Noch engel, noch beest’- Het bittere mensbeeld van Blaise Pascal als pleidooi voor mildheid- (Houtekiet) Een geïllustreerde intro kun je hier raadplegen:

Met Jacotte Brokken had zij een uitgebreid gesprek op radio 1 bij ‘Voorproevers’ en dat kun je via Vrt max en deze links beluisteren. Lekker warm bij het vuur. Pascal zou het hoofdschuddend gewaardeerd hebben. (25′)

https://www.vrt.be/vrtmax/podcasts/radio1/v/voorproevers/2/wat-filosoof-blaise-pascal-ons-nog-te-vertellen-heeft/

Blaise Pascal. Versailles
"Les discours d'humilité sont matière d'orgueil aux gens glorieux, et d'humilité aux humbles."

“Betogen over ootmoed vormen stof tot trots voor de trots en en tot ootmoed voor de nederigen.”

Een “Pascaline” rekenmachine gesigneerd door Pascal in 1652

Achttien werd ik vooraan in dat jaar toen wij Pascals driehonderdste sterfdag herdachten, 1962 dus, tijdspanne dat de eerste paperbacks op de markt waren gekomen en je voor weinig geld heuse boeken kon aanschaffen. Mijn ‘Pensées’ met slappe kaft waarop de genaamde je levenslang zou aankijken werd uitgegeven door Editions du Seuil, texte établi par Louis Lafuma met Préface d’ André Dodin in de serie ‘Livres de Vie’.
Eerlijkheidshalve (mooi woord, vooral wegens die ‘helft’) moet ik zeggen dat de Franse taal waarmee wij toch zeven jaar waren opgeleid van een ander gehalte was dan wat wij in de cursus Frans hadden opgedaan. (Combien de marins…-gedicht ‘Oceano nox’ van Victor Hugo waarbij je als extra tachtig onderdelen van een toenmalig zeilschip in het Frans moest van buiten leren!)

Oh ! combien de marins, combien de capitaines
Qui sont partis joyeux pour des courses lointaines,
Dans ce morne horizon se sont évanouis !
Combien ont disparu, dure et triste fortune !
Dans une mer sans fond, par une nuit sans lune,
Sous l'aveugle océan à jamais enfouis !

Dessin de Victor Hugo pour son roman”Les Travailleurs de la mer”

Mooi, maar de eigenlijke tekst heb ik jaren later mogen ontdekken.
Les pensées op goedkoop papier zag er niet dadelijk aantrekkelijk uit. Je moest op zoek. Wat sprak je op dat moment aan? Tussen toen en nu verschilde dat wel eens. De omstandigheden, zoals dat heet?

343(691)
Propheties. Le grand Pan est mort.
361
Es-tu moins esclave pour être aimé et flatté de ton maitre; tu as bien de bien, esclave, ton maitre te flatte. Il te battra tantôt.
Ben je minder een slaaf om geliefd en gevleid te worden door je meester; je hebt veel goeds, slaaf, je meester vleit je. Hij zal je spoedig slaan.

18.
Les inventions des hommes de siècle en siècle vont de même, la bonté et la malice du monde en général en est de même.
De uitvindingen der mensen gaan van eeuw tot eeuw vooruit; de goedheid en de slechtheid der wereld blijven in 't algemeen onveranderd.

Maar dan ben je toch al twintig en dertig jaar verder.
En zo zijn de pensées, met hier en daar een lichtflits steeds met mee gereisd. Levenslang. Alle huizen. Soms als een tedere herinnering, soms als een zucht. Soms, zoals vandaag met deze pas ontdekte vraag:

68
Quand je considère la petite durée de ma vie absorbée dans l’ éternité précédente et suivante - le petit espace que je remplis et même que je vois abimé dans l’infinie immensité des espaces que j’ ignore et qui m’ ignorent, je
m’ effraye et m’étonne de me voir ici plutôt que là, car il n’y a. point de raison pourquoi ici plutôt que la, pourquoi a présent plutôt que lors. Qui m’y a mis?
Par l’ordre et la conduite de qui ce lieu et ce temps a(-t-)il été destiné à moi ?
68
Als ik denk aan de kleine duur van mijn leven geabsorbeerd in de voorafgaande en volgende eeuwigheid - de kleine ruimte die ik vul en zelfs die ik beschadigd zie in de onmetelijkheid van de ruimten die ik negeer en die mij negeren, dan ben ik bang en verbaasd om mezelf hier te zien in plaats van daar, omdat er geen reden is waarom hier in plaats van daar, waarom nu in plaats van toen. Wie heeft me daar neergezet?
Door wiens bevel en leiding was deze plaats en tijd voor mij bestemd?
Foto door Felix Mittermeier op Pexels.com

Le nez de Cléopâtre: s'il eût été plus court, toute la face de la terre aurait changé.

Op zoek naar de vijand? Het verhaal Saul en David

Een vrolijk begin is het niet, maar als einde van het verhaal door niemand te ontlopen. Händel componeerde het oratorium ‘Saul’ in de zomer van 1738. Nog geen jaar daarvoor was het door hem geleide en gefinancierde operagezelschap ten onder gegaan door de enorme concurrentie van rivaliserende operahuizen, werd hij door een beroerte getroffen, zodat hij door uitval van zijn rechterarm moeilijk kon componeren en er werd zelfs bijna luidop gefluisterd dat hij ze niet allemaal meer op een rijtje had. Een kuur in Aken zal hem echter deugd hebben gedaan want daarna zette de intussen 52-jarige Händel zich aan het componeren, ongeveer vier jaar voor hij zijn meesterwerk ‘Messiah’ zou creëren.

‘Saul’. Het is een verhaal over oorlog waarin de jonge herder David een reus van een tegenstander doodt en het leger van Saul de overwinning bezorgt. Het is een verhaal van Davids vriendschap met Jonathan, de oudste zoon van koning Saul. Was deze vorst ooit een wijze man, met de jaren verandert hij in een jaloerse gek die David naar het leven staat. In een gevecht met de de Filistijnen sneuvelt Saul en zijn drie zonen, Jonathan inbegrepen. Davids klaagzang eindigt met deze zinnen:

 Dochters van Israël, weent over Saul,
die u kleedde met scharlaken, met weelde,
die gouden sier bracht op uw gewaden.

Hoe zijn de helden gevallen in het heetst van de strijd !
Jonathan, op uw hoogten doorboord

Het beklemt mij om u, mijn broeder Jonathan, dierbare vriend !
Wonderbaarlijker was mij uw liefde
dan de liefde der vrouwen.

Hoe zijn de helden gevallen
verloren gegaan, het oorlogstuig.
Lucas van Leyden, David Playing the Harp before Saul, c. 1508

En wie is de vijand? Een herdersjongen – eerst een bondgenoot, schakelt de gevaarlijke reus Goliath uit en wordt ook nog de beste vriend van ’s konings oudste zoon Jonathan. Een gedroomde opvolger. Tokkelt aardig op de lier, noem het gitaar en bedwingt daarmee de ziekelijke melancholie van de oude Saul, maar krijgt als beloning bijna een speer door zijn nog jonge lijf. Wordt ook nog eens ’s konings oudste dochter verliefd op het joch en van die gelegenheid maakt Saul gebruik om hem haar hand en bijbehoren te schenken als hij de gevaarlijke reus doodt. De afloop van die ’tweekamp’ is bekend maar ’s konings dochter wordt aan een ander uitbesteed en David mag in dienst van de vorst ten oorlog trekken maar overleeft glansrijk die boosaardige missie en keert terug als een toegejuichte held met nijdig koninklijk tandengeknars op de achtergrond. Luister hoe Händel het muzikaal verwoordt, het machteloze gevoel van de jonge David met de liefdevolle vraag: ‘…heal his wounded soul.’ Medelijden dat in medevoelen verandert.


David:
O Lord, whose mercies numberless
O'er all thy works prevail:
Though daily man Thy law transgress,
Thy patience cannot fail.
If yet his sin be not too great,
The busy fiend control;
Yet longer for repentance wait,
And heal his wounded soul.
Saul en David Rembrandt

David:
O Heer, wiens barmhartigheden talloos
Over al Uw werken heersen:
Al overtreedt de mens dagelijks Uw wet,
Uw geduld kan niet falen.
Als zijn zonde niet te groot is,
De drukke duivel onder controle;
Wacht nog langer op berouw,
En genees zijn gewonde ziel.
Guercino Saul wil David doden 1646

Bij het verzameld werk deel 3 van auteur Arthur van Schendel (1874-1946) las ik ‘Saul en David’, (Bijbelse verhalen). Vergeten wij te vlug, zijn we alleen op het allernieuwste uit? Een fragment:

“Maar hij verdroeg niet dat zijn onderdaan meer bemind en meer geprezen werd dan hijzelf, de ijverzucht begon hem weer te steken en menig keer brak zijn woede razend uit. Eens, toen hij op zijn troon zat met gebogen hoofd vol grimmige gedachten, loerend naar David, die aan de wand tegenover op zijn citer speelde, greep hij plotseling zijn speer en wierp die met sterke hand om David aan de muur vast te steken. David week al spelend terzijde, de speer drong in de wand. Toch sprong hij ijlings de zaal uit voor de razernij en van dit ogenblik begreep hij dat de koning hem naar het leven stond.”

Lees 'Saul en David' en op de volgende pagina 'David en Jonathan'

https://www.dbnl.org/tekst/sche034verz04_01/sche034verz04_01_0077.php

Otto Dix Saul and David 1958 lithografie

De verhaallijnen blijven actueel: een machtige man (koning) heeft met de hulp van een aankomend talent allerlei bedreigingen overwonnen. Talent huwt met (tweede) dochter van de machtige en vindt bij de bewonderende oudste zoon innige vriendschap. Maar…De jaloezie. En ’s konings donkere gedachten.

"Hij begon hem te vrezen en te haten tegelijk en wanneer David in zijn zaal de citer voor hem speelde zag hij hem aan met ogen fel van wrok. Hij had hem gemakkelijk kunnen doodslaan, maar David was bemind bij het volk. Toen Saul bemerkte dat hij zich niet langer kon beheersen verwijderde hij hem uit het koningshuis door hem het bevel over een leger te geven en hem in de oorlogen te zenden." (Arthur van Schendel Saul en David)

Maar ook in het Engeland van toen waar het oratorium ‘Saul’ van Händel werd opgevoerd bleek het niet alleen om een bijbels gebeuren te gaan:

Het verhaal van Saul riep, zoals gezegd, overduidelijk vaderlandse associaties op. Ook in Engeland verdwenen officieel gezalfde koningen van het toneel.

In 1649 was Charles I door het Parlement afgezet en terechtgesteld. Elk jaar werd deze aanslag op een wettige koning op de dag van zijn executie in kerken over het hele land en in het Parlement herdacht met een plechtige dienst. De voorgeschreven Bijbellezing tijdens deze herdenkingsdienst was de klaagzang van David bij de dood van Saul en Jonathan uit het Oude Testament.

Tijdens de zogenaamde ‘Glorious Revolution’ werd in 1688 de katholieke koning James II, de tweede zoon van Charles I en de laatste Stuart (die in eigentijdse geschriften met Saul werd vergeleken), opzijgezet voor de gezagsgetrouwe Nederlandse stadhouder en protestant Willem III van Oranje (die gehuwd was met James’ dochter Mary), ter herstel van de ‘ware religie’.

In 1739, toen Haendels Saul in première ging, was Georges II koning van Engeland, de vroegere keurvorst van Hannover bij wie Haendel enige tijd in dienst was geweest. Georges was in feite slechts de 58ste in de rij van troonpretendenten! Het gevaar voor rebellie vanuit de in ballingschap verkerende Stuarts was dan ook reëel. Enkele jaren nadien sloegen die inderdaad toe: in 1745 leidde een van de verbannen Stuarts vanuit Schotland de katholieke Jakobitische opstand, die echter fataal afliep in de slag van Culloden. De overwinning inspireerde Handel in 1746 tot het patriottische oratorium Judas Maccabaeus.

(Kunstontmoetingen 28 januari 2021)

Saul eindigt echter niet zoals in de Bijbel met de klaagzang en de daaropvolgende burgeroorlog in Israël. Zoals in de opera was in het oratorium een happy end wenselijk – en verdedigbaar –  om te kunnen afsluiten met een positieve boodschap. Het slotkoor is een oproep tot de rechtmatige strijd om de natie in haar waardigheid te herstellen en te behouden. (ibidem)

Raadpleeg:

https://www.kunstontmoetingen.com/haendel-rembrandt-saul-david

David & Koning Saul ca 1891 John William Brown Glas in lood St Andrew’s Church, Ashburton, UK

Een mooie uitvoering met het Rias kamerkoor en Concerto Köln olv. Rene Jacobs. (1/46) Voor een innige avond.

Ook in het theater zichtbaar, en misschien helaas wel live in datzelfde land waar het ooit werd opgetekend, met dezelfde vragen en eerder twijfelachtige oplossingen, … voorlopig. 


Laat niemand nog in eigen zwaard
zijn einde vinden;
elkanders armen
zijn een beter plaats
om eens wij de laatste reis beginnen
het eeuwig licht
te delen,
zoals land en graan
van ons allen was
en wij kinderen
als broers en zussen
mogen achterlaten.

Saul’s zelfmoord, Engelse Bijbel 13de eeuw Angers Bibliotheque municipale