Massamensen en mensen in de massa: een lijdensverhaal (2)

Pieter Pourbus 1548. Het Laatste Avondmaal Groeningemuseum Brugge
(klikken op onderschrift en dan op kleine afbeelding voor vergroting– op close om terug te keren)

Je hebt wel even tijd nodig om de verschillende handelingen van de personages te bekijken. Het is een vrij rumoerig ‘Laatste Avondmaal’. Vooral de gestalte rechts die slechts gedeeltelijk zichtbaar is. De dood. Hij, de duivel-dood, komt binnen als de centrale rechtstaande figuur buiten gaat. Dat is duidelijk, beurs in de linkerhand, Judas. Wij weten waarom hij het pand verlaat.
De apostel op de rug probeert hem, door zijn mantel te grijpen, tegen te houden terwijl het jongetje de gevallen stoel opraapt. Jezus zelf zegt iets tegen Petrus terwijl de geliefde Johannes dicht tegen de meester zich van de wereld heeft afgezondertd.



De vraag blijft waarom Pourbus hier koos voor een minder bekende iconografie. De aanwezigheid van de Duivel, de heftige beweging van Judas en de reacties van de andere aanwezigen geeft het geheel een theatraal karakter. Het is geweten dat Pieter Pourbus contacten had met de Brugse rederijkerskamer ‘De Heilige Geest’. Dit was een zeer actief gezelschap van (amateur)dichters, die ook vaak toneelstukken schreven. Deze rederijkers kwamen jaarlijks op Witte Donderdag bijeen om het Laatste Avondmaal te herdenken aan de hand van voorgelezen teksten. Daarin werd beschreven hoe de Duivel binnenwandelde op het ogenblik dat Judas het gezelschap ontvluchtte. Liet Pourbus zich voor dit schilderij inspireren door een dergelijke Witte Donderdag opvoering? Misschien is de figuur links in contemporaine kleding met de roze frygische muts, wel het bijhorende gedicht aan het voorlezen vanaf zijn blad!  (Musea Brugge)

Gustave Van de Woestyne. Laatste Avondmaal 1927 Musea Brugge


Terug uit Groot-Brittannië na de Eerste Wereldoorlog is Van De Woestyne een veelgevraagd portrettist. Hij wordt directeur van de Academie van Mechelen en geeft in Antwerpen en Ter Kameren les over monumentale kunst. In de bijzonder vruchtbare jaren 1920 zet hij ook monumentale nieuwtestamentische taferelen op doek. De gelovige kunstenaar streeft ernaar de christelijke boodschap te verzoenen met een moderne vormentaal. In het Laatste Avondmaal geeft hij Christus en zijn apostelen weer in verwrongen houdingen en met expressieve koppen en karikaturaal grote handen. Ze zitten dicht bijeen rond een tafel in een beklemmend kleine ruimte. Merkwaardig detail: Van de Woestyne beeldt zichzelf af als de derde apostel links.

Van de Woestyne kan beschouwd worden als een van de vernieuwers van de Belgische religieuze kunst. Maar bij zijn katholieke tijdgenoten lokt zijn religieuze werk vooral afkeuring uit. Zij noemen het ‘vulgair’, ‘macaber’ en zelfs ‘een gruwel’.

Recent werd het monumentale Laatste Avondmaal van Gustave Van de Woestyne bij Musea Brugge verplaatst. Een huzarenklus die door het technisch atelier en de afdeling collectie van Musea Brugge met expertise succesvol werd uitgevoerd. Bekijk hieronder de indrukwekkende beelden. (Vlaamse Kunstcollectie )

Veel vreugde mocht je niet dadelijk wensen als je naar de hoofden van de apostelen kijkt en hun ongemakkelijke houding in de lege kamer bestudeert. Het was nu eenmaal de tijd van de Nieuwe Zakelijkheid en dan, zoals dat wel eens meer gebeurde, haalde de vormgeving het op de essentie van de inhoud. De wet van de essentie: brood en wijn en de geknielde houding voor het heilig moment. Laten we maar enkele dagen terugkeren naar de intocht van Jezus in Jeruzalem, wat wij nu ‘palmen-zondag’ noemen.
Het geheiligde even terzijde. Een jonge dertiger dus. Op een ezelin gezeten en zijn volgelingen daar achteraan. Het volk troept samen, zwaaiend met lange palmbladeren; sommigen leggen hun mantels op de grond als teken van eerbied, anderen roepen luid. Een intro van een ware volksheld. Dat ‘roepend volk’ zullen we enkele dagen later nog eens horen, maar wel in een andere toonaard. Prachtig geschilderd als fresco in Assisi door Pietro Lorenzetti (1320). Een echt kijkplaatje waarop verleden en heden samen gebeuren.

Pietro Lorenzetti. 1320. De intocht van Jezus en gezelschap in Jeruzalem

Best mogelijk dat je in de volgende weken of maanden ‘Jesus Christ Superstar ziet langskomen, de musical van Tim Rice en componist Andrew Lloyd Webber in een nieuwe regie van Ivo van Hove. De ontwerpers gaven Judas de vertellersrol. En het is Judas die Jezus waarschuwt voor zijn volgelingen in zijn beginlied: ‘‘I am frightened by the crowd/ For we are getting much to loud’. Uitgerekend hij voorziet het fanatisme van zijn aanhangers: ‘All your followers are blind/ Too much heaven on their minds.’ In zijn bespreking legt Marijn van der Jagt (De Groene Amsterdammer 31 januari 2024) het accent op de gevolgen van dit fanatisme:

'Judas neemt afstand van het groepsgebeuren: pas maar op met die lui. Wat hij Jezus voorhoudt, geldt voor iedere leidersfiguur die wordt gezien als de ultieme redder van een volk, een natie of de mensheid. Jouw aanhang zal zich tegen je keren als jij hun verwachtingen niet waarmaakt. En Judas krijgt gelijk: het toegestroomde volk dat Jezus aanvankelijk juichend de stad binnenhaalt, eist later even fanatiek zijn dood. Op dit spanningsveld tussen de adoratie en de haat van de massa legt Ivo van Hove de focus.'

‘Judas’ is ook een boek van Amos Oz (2015, De Bezige Bij)

In Judas keert Amos Oz terug naar de omgeving van zijn meest succesvolle en geliefde boeken: het Jeruzalem van halverwege de twintigste eeuw. Judas is een liefdesverhaal en een coming of age-roman, waarin Oz op openhartige en moedige wijze het thema verraad verweeft.
Net als in Een verhaal van liefde en duisternis combineert Oz zijn persoonlijke visie op historie en heden van Israël met een meeslepende plot en een schitterende schrijfstijl. (De Bezige Bij)

Over de figuur van Judas zegt de auteur bij een bezoek aan Europa:

‘In het denken van miljoenen is Judas de personificatie van het lelijkste verraad denkbaar. Voor miljoenen is hij ook de ultieme Jood. De figuur van Judas is al duizenden jaren het Tsjernobyl van antisemitisme. Mijn protagonist in dit verhaal, Sjmoeël Asj, probeert dat personage te herlezen. Hij begint met een paar eenvoudige vragen over de beroemdste dertig zilverstukken uit de geschiedenis, over de bekendste kus, befaamder dan die van Romeo en Julia. Waarom zou deze welgestelde man zijn ­meester verkopen voor dertig zilverstukken? Omgerekend naar hedendaagse valuta zijn die zilverstukken samen ongeveer zeshonderd euro waard. Als hij zijn meester al verraadde, deze landeigenaar met bezittingen en slaven, waarom hing hij zich dan naderhand op? Nog zo’n vraag: wie had er dertig zilverstukken voor over, of zelfs maar vijftig cent, voor een kus die Jezus zou verraden zodat Hij opgepakt zou kunnen worden? Heel Jeruzalem kende Hem. (Nederlands Dagblad)

https://www.nd.nl/cultuur/boeken/602112/amos-oz-judas-maakte-jezus-juist-succesvol

De Judaskus Jakob Smits (1856-1928)