De stilte als vindplaats (2)

‘Stilte’ Nikolai Doubovskoi Tretyakov Gallery Moskou Klik op onderschrift voor veroting

Deze versie van een dreigend onweer is al een copie van het oorspronkelijke doek van de Russische landschapsschilder Nikolai Doubovskoi, in 1890 tentoongesteld en door Tsaar Alexander III onmiddellijk aangekocht. Dat oorspronkelijke doek kun je hieronder bekijken:

‘Stilte voor de storm’ Nikolai Doubovskoi Russisch Museum Klik op onderschrift voor vergroting

Er zwerven zeker nog meer al dan niet ‘officiële’ versies rond in diverse uitvoeringen want het thema van ‘de dreigende stilte’ spreekt aan, heeft vaak al een eigen ervaringscontext. Herinner je. In mijn eigen kindertijd zijn ze met de augustus-onweders verbonden. Geen angst, maar gordijnen open en stoelen op een rij alsof we naar een toneelstuk zouden kijken, tussen bliksem en donder aftellend. ‘Ja, het komt dichterbij!’ Olim meminisse iuvabit, later zal de herinnering genoegen verschaffen. Ja, later. Dus is enige troost voor dat helaas te vlug voorbije ‘later’ best op zijn plaats. De prachtige stemmen van Voces8 zingen ‘May it be’, het ‘Liedje van Enya’ uit de Lord of the Rings. Het betoverde eiland. (3’44”)

Liedje van Enya

May it be an evening star
Shines down upon you
May it be when darkness falls
Your heart will be true
You walk a lonely road
Oh, how far you are from home
Mornie utulie
Believe and you will find your way
Mornie alantie
A promise lives within you now
May it be the shadow's call will fly away
May it be your journey on to light the day
When the night is overcome
You may rise to find the sun
Mornie utulie
Believe and you will find your way
Mornie alantie
A promise lives within you now
A promise lives within you now

(Songwriters: Howard Leslie Shore
Songteksten voor May It Be © New Line Tunes)

Lesser Ury Gare haute Bülowstrasse La Nuit 1922 (klik op onderschrift voor vergroting)

Ach, de nacht: verdoken en verdrongen
bezoeken
oude en vaak vertelde verhalen
de noodzaak
het wonder wakker te schudden;
onwetend hoe en waar het zal verschijnen
en of genezen of verschrikken
aan de orde is.

Gmt
De nacht Wassily Kandinsky

Op zoek naar allerlei nachtelijke deurtjes om ‘oh’ of ‘ah’ te kunnen zeggen, vond ik een mooie, zeldzame vertaalde tekst van Kahlil Gibran, Libanese dichter en romanschrijver, bijna bij iedereen bekend met zijn werk ‘The Prophet’ uit 1933. Een overzicht, overgenomen van ‘gedichten nl.’


[Bsharri 1883 –  New York 1931]
Kahlil  (óók gespeld als Khalil) Gibran was een Libanese dichter en romanschrijver.
Hij schreef zowel in het Engels als in het Arabisch.
Gibran verhuisde naar  New York in 1912. Hij combineerde elementen van Oosters en Westers mystiek denken. Hij werd  wereldbekend met aforistische, poëtische werken zoals De Profeet (1923) en Jesus, de Zoon van de Mens (1928).

Kahlil Gibran heeft met zijn poëtische werken geschiedenis geschreven; zijn boek 'De Profeet' is aangeslagen bij het publiek en wordt tot op de dag van vandaag door velen gebruikt als persoonlijke leidraad.

Hij staat in de Arabische wereld bekend als een onafhankelijk denker, die schreef met een voorkeur voor het kijken over grenzen en verschillen heen. Zijn werk is toegankelijk voor godsdienstigen en atheïsten. Behalve schrijven schilderde hij;  zijn boeken worden soms verluchtigd door eigen werken.

Werk:
Ara'is al-Muruj (Nymphs of the Valley, vertaald als Spirit Brides, 1906) al-Arwah al-Mutamarrida (Spirits Rebellious, 1908) al-Ajniha al-Mutakassira (Broken Wings, 1912) Dam'a wa Ibtisama (A Tear and A Smile, 1914) The Madman (1918) al-Mawakib (The Processions, 1919) al-‘Awāsif (The Tempests, 1920) The Forerunner (1920) al-Bada'i' waal-Tara'if (The New and the Marvellous,1923) The Prophet, (1923) Sand and Foam (1926) The Son of Man (1928) The Earth Gods (1929) The Wanderer (1932) The Garden of The Prophet (1933)
Een foto uit zijn jeugdjaren vult aan wat niet dadelijk in taal te duiden is:


The Seven Selves
By Kahlil Gibran

In the stillest hour of the night, as I lay half asleep, my seven
selves sat together and thus conversed in whisper:
 


First Self:  Here, in this madman, I have dwelt all these years,
with naught to do but renew his pain by day and recreate his sorrow
 by night.  I can bear my fate no longer, and now I rebel.
 


Second Self:  Yours is a better lot than mine, brother, for it is 
given to me to be this madman’s joyous self.  I laugh his laughter 
and sing his happy hours, and with thrice winged feet I dance
 his brighter thoughts.  It is I that would rebel against my weary 
existence.
 


Third Self:  And what of me, the love-ridden self, the flaming brand 
of wild passion and fantastic desires?  It is I the love-sick self
 who would rebel against this madman.
 


Fourth Self:  I, amongst you all, am the most miserable, for naught
 was given me but odious hatred and destructive loathing.  It is 
I, the tempest-like self, the one born in the black caves of Hell,
 who would protest against serving this madman.
 


Fifth Self:  Nay, it is I, the thinking self, the fanciful self,
the self of hunger and thirst, the one doomed to wander without rest in search of unknown things and things not yet created; it is
I, not you, who would rebel.
 


Sixth Self:  And I, the working self, the pitiful labourer, who,
with patient hands, and longing eyes, fashion the days into images 
and give the formless elements new and eternal forms—it is I, the 
solitary one, who would rebel against this restless madman.
 


Seventh Self:  How strange that you all would rebel against this 
man, because each and every one of you has a preordained fate to
 fulfill.  Ah! could I but be like one of you, a self with a determined 
lot!  But I have none, I am the do-nothing self, the one who sits
 in the dumb, empty nowhere and nowhen, while you are busy re-creating 
life.  Is it you or I, neighbours, who should rebel?
 


When the seventh self thus spake the other six selves looked with pity upon him but said nothing more; and as the night grew deeper
 one after the other went to sleep enfolded with a new and happy 
submission.
 


But the seventh self remained watching and gazing at nothingness,
which is behind all things.
This portrait of 15-year-old Kahlil Gibran was made in 1898 by one of his mentors, photographer and publisher Fred Holland Day. (Library of Congress)


De zeven zelven.
Kahil Gibran


In het stilste uur van de nacht, toen ik half lag te slapen, zaten mijn zeven zelven samen en spraken fluisterend met elkaar:

Eerste Zelf: Hier, in deze gek, heb ik al die jaren gewoond, met niets anders te doen dan zijn pijn overdag te vernieuwen en zijn verdriet ’s nachts te herscheppen. Ik kan mijn lot niet langer dragen en ik kom nu in opstand.

Tweede Zelf: Jij hebt een beter lot dan het mijne, broer, want het is mij gegeven om het vreugdevolle zelf van deze gek te zijn. Ik lach zijn lach en zing zijn gelukkige uren, en met drie gevleugelde voeten dans ik zijn heldere gedachten. Ik ben het die zou rebelleren tegen mijn vermoeiend bestaan.

Derde Zelf: En hoe zit het met mij, het door liefde geteisterde zelf, het vlammende merk van wilde passie en fantastische verlangens? Ik ben het liefdeszieke zelf dat in opstand zou komen tegen deze gek.

Vierde Zelf: Ik, onder jullie allen, ben de meest ellendige, want niets werd mij gegeven dan verfoeilijke haat en vernietigende afkeer. Ik ben het, het onstuimige zelf, geboren in de zwarte grotten van de Hel, die moet protesteren tegen het dienen van deze gek.

Vijfde Zelf: Nee, ik ben het, het denkende zelf, het fantasierijke zelf, het zelf van honger en dorst, degene die gedoemd is zonder rust rond te dwalen op zoek naar onbekende dingen en dingen die nog niet geschapen zijn; ik ben het, niet jij, die in opstand moet komen.

Zesde Zelf: En ik, het werkende zelf, de meelijwekkende arbeider, die met geduldige handen en verlangende ogen de dagen tot beelden boetseert en de vormloze elementen nieuwe en eeuwige vormen geeft – ik ben het, de eenzame, die in opstand moet komen tegen deze rusteloze gek.

Zevende Zelf: Hoe vreemd dat jullie allemaal in opstand zouden komen tegen deze man, want ieder van jullie heeft een voorbeschikt lot te vervullen. Ach! Kon ik maar zijn als een van jullie, een zelf met een vastbesloten lot! Maar dat heb ik niet, ik ben de nietsdoener, degene die in het stomme, lege nergens en nu zit, terwijl jullie druk bezig zijn met het herscheppen van het leven. Zijn jullie het of ik, buren, die in opstand moet komen?

Toen het zevende Zelf aldus sprak, keken de andere zes zelven met medelijden naar hem maar zegden niets meer; en naarmate de nacht dieper werd, viel het een na het ander zelf in slaap, omhuld met een nieuwe en gelukkige overgave.

Maar het zevende zelf bleef kijken en staren naar het niets, dat achter alle dingen ligt.

(vertaling Gmt)

Designed and created by Kahlil George Gibran, a bronze plaque of Gibran holding a copy of The Prophet—one of the best-selling books of all time—was set atop inscribed granite in 1977 at the edge of Boston’s Copley Square, where it memorializes the writer and artist’s legacy of humanitarianism and generosity.

Bezoek: The borderless World of Kahlil Gibran

https://www.aramcoworld.com/Articles/July-2019/The-Borderless-World-of-Kahlil-Gibran