
Zondagmorgen
Het licht begint te wandelen door het huis
en raakt de dingen aan. Wij eten
ons vroege brood gedoopt in zon.
Je hebt het witte kleed gespreid
en grassen in een glas gezet.
Dit is de dag waarop de arbeid rust.
De handpalm is geopend naar het licht.
Ida Gerhardt (1905-1997)

DE WARE NACHT
Dieven, dichters en drinkebroers logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden zij
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.
Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartenzeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.
Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht, duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet.
Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.
Gmt (naar onderstaand vers)
Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d'adieux ;
Et plus tard un Ange, entr'ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.
Uit: La morts des amants, Charles Baudelaire)

De ervaring van licht heeft dus alles met de donkerte te maken. Het licht immers is onzichtbaar. Het maakt zichtbaar maar blijft zelf onopgemerkt. Het is fraai om verschillende technieken te onderzoeken waarmee kunstenaars die zichtbaarheid realiseren: doorvallend licht, tegenlicht, strijklicht, glimlicht, verschillende schaduwsoorten, spiegeling, enz. Zo kan een schilder met bruine en groene omber beter schaduwen weergeven. Met licht en donker kun je ‘diepte’ weergeven.

"Zelfs het witste wit is donkerder dan het licht.” Het is een uitspraak van kunstenaar Jan Andriesse, besproken door Joost Zwagerman in zijn laatste boek, De Stilte van het Licht. Andriesse probeerde het vormloze licht van de regenboog te schilderen, maar kwam tot de onvermijdelijke conclusie dat hij niet anders kon dan de regenboog donkerder te maken dan dat hij is. Want verf is nu eenmaal altijd donkerder dan licht, “zelfs het witste wit”.
Een van de bekendste “meesters van het licht” is misschien wel de 17e-eeuwse Italiaanse kunstschilder Caravaggio. Door extreem versterkte donker-lichtcontrasten die typisch zijn voor de chiaroscuro of clair-obscur, bereikt hij een groot dramatisch effect. Volgens Kieft is de duisternis op de achtergrond van Caravaggio's voorstellingen daarbij minstens zo belangrijk als het licht op de voorgrond.
Erwin Maas ‘Het onmogelijke licht in de kunst’

Judas heeft Christus geïdentificeerd met een kus, terwijl de tempelwachters hem grijpen. De vluchtende discipel links is Johannes de Evangelist. Alleen de maan verlicht het tafereel. Hoewel de man uiterst rechts een lantaarn vasthoudt, is het in werkelijkheid een ondoeltreffende bron van verlichting. In de gelaatstrekken van die man portretteerde Caravaggio zichzelf, 31 jaar oud, als een waarnemer van de gebeurtenissen, een middel dat hij vaak gebruikte in zijn schilderijen. (ibidem)
“What if I could ride
a beam of light
across the universe ?”
Albert Einstein
In het Museum für Licht-Kunst in het Duitse Unna is een museum gewijd aan licht-kunst. Van Eliasson is er een waterval-installatie van zijn hand te zien, met stroboscopisch licht, waardoor de vallende waterdruppels in flitsen stil in de ruimte lijken te hangen. Een hallucinante ervaring.
Op YouTube hierboven is deze video te zien van de installatie “Notion Motion” van Elafur Eliasson. (Thijs van de Ven)

GERRIT ACHTERBERG (1905-1962)
November
De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;
tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen.
De wereld heeft derde dimensie over.
Stakerig staan de bomen zonder lover.
Door iedereen van ver te onderkennen,
moeten wij aan het nieuwe platvlak wennen
en lopen groot voorbij de kale heg.
De fietsen rijden hoog over de weg.
Verwintering gaat zienderogen door.
De eerste kouwe handen komen voor.
Geslachte varkens hangen te besterven;
ontnuchteren de paarse boerenerven.
De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.
Een rij weesjongens met gelijke trekken.
In ’t lege land opengebleven hekken.
Weduwen, terend op een schraal pensioen.
Gemeentewoningen die weinig doen;
Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in ’t slot.
Eerlijke kerken houden voor ’t gewas
dankstonden achter dun, armoedig glas.
Alles wordt enkeling. Een eigen graf
wacht op het kerkhof zijn bewoner af.
Huizen verwijderen zich van elkaar.
Wij kijken in de gaten van het jaar.

Niet alleen de bladeren, maar schrijft Rilke:
‘
Herbst
Die Blätter fallen, fallen wie von weit,
als welkten in den Himmeln ferne Gärten;
sie fallen mit verneinender Gebärde.
Und in den Nächten fällt die schwere Erde
aus allen Sternen in die Einsamkeit.
Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.
Und sieh dir andre an: es ist in allen.
Und doch ist Einer welcher dieses Fallen
unendlich sanft in seinen Händen hält.
Herfst
De bladeren vallen – als uit oneindigheid,
als dorden er verre hemelse gaarden;
ze vallen met afwerende gebaren.
En ’s nachts, dan valt de zware aarde,
weg van de sterren, in de eenzaamheid.
Wij allen vallen. Het geldt ook deze hand.
En zie nu toch de anderen: het is in allen.
Toch is er Iemand die dit algemene vallen
oneindig teder met zijn hand omvat.
